Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2018:2461

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
17-04-2018
Datum publicatie
19-04-2018
Zaaknummer
C/13/644365 / KG ZA 18-227
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

kort geding; De Volkskrant hoeft een verhaal over een Nederlandse fiscalist, die betrokken is bij een bedrijf dat in Congo verwikkeld is in een omkopingszaak, niet te rectificeren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rolnummer: C/13/644365 / KG ZA 18-227 AB/EB

Vonnis in kort geding van 17 april 2018

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats eiser] ,

eiser bij dagvaarding van 19 maart 2018,

advocaten mr. T.Y. Adam-van Straaten, mr. M.A.R.C. Padberg en mr. P. Kos te Rotterdam,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DE VOLKSKRANT B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

2. [de journalist],

wonende te [woonplaats journalist] ,

gedaagden,

advocaten mr. C. Wildeman en mr. E.W. Jurjens te Amsterdam.

Partijen zullen hierna ook wel [eiser] , De Volkskrant en [de journalist] worden genoemd.

1 De procedure

Ter zitting van 3 april 2018 heeft [eiser] gesteld en gevorderd overeenkomstig de in kopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. Gedaagden hebben verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorzieningen. Beide partijen hebben producties in het geding gebracht en hun standpunten toegelicht aan de hand van pleitaantekeningen. Na verder debat hebben partijen vonnis verzocht.

Ter zitting was [eiser] aanwezig met mr. Adam-van Straaten en mr. Kos. Aan de zijde van gedaagden waren aanwezig [de journalist] , [hoofdredacteur] (hoofdredactie) en
[journalist] met mr. Wildeman en mr. Jurjens.

2 De feiten

2.1.

Op 6 februari 2018 zijn in dagblad De Volkskrant – zowel in de papieren uitgave als online – twee artikelen verschenen van de hand van [de journalist] .

2.2.

In één van die artikelen, dat in de papieren krant de kop “Nederlandse adviseur betrokken bij omkopingszaak in Congo” heeft gekregen en online de kop “Nederlandse ex-belastingambtenaar betrokken bij grootschalige omkopingszaak in Congo”, zijn aan [eiser] de volgende passages gewijd:

“Een voormalige Nederlandse belastingambtenaar speelt een cruciale rol bij een bedrijf dat door de Amerikaanse justitie verdacht wordt van betrokkenheid bij grootschalige omkoping in Congo. (…)

Voormalig belastingambtenaar [eiser] zit al jaren in de directie van de Fleurette Group, het bedrijf dat wordt verdacht van omkoping. Ook heeft hij de afgelopen jaren de administratie gevoerd van diverse Nederlandse brievenbusfirma’s van [omstreden zakenman] .

In 2010 begon hij met zijn werk voor het bedrijf van [omstreden zakenman] . (…)

De 52-jarige [eiser] werkte in de jaren negentig bij de Belastingdienst en op het ministerie van Financiën. Bij de Belastingdienst zat hij in het team Grote Ondernemingen in Rotterdam, dat verantwoordelijk was voor zogeheten rulings - individuele afspraken van de fiscus met ondernemingen. Daarna werkte hij bij Arthur Andersen en KPMG Meijburg, tot hij in 2003 een eigen advieskantoor begon in [vestigingsplaats onderneming eiser] . Hij geeft belastingadviezen en helpt bij het opzetten van structuren om te profiteren van fiscale mogelijkheden in Nederland.

Dat er ook een strafrechtelijk onderzoek naar [omstreden zakenman] en zijn bedrijven loopt, blijkt uit een recent vonnis van een Zwitserse rechter, dat The Guardian afgelopen weekend onthulde. (…)

Een woordvoerder van de Fleurette Group wil geen commentaar geven op het strafrechtelijk onderzoek. Ook [eiser] wil geen commentaar geven op zijn rol bij de Fleurette Group. Op zijn werkadres in [vestigingsplaats onderneming eiser] staan nu nog vier brievenbusfirma’s van [omstreden zakenman] ingeschreven.”

2.3.

In het tweede artikel, dat in de papieren editie de kop “De onderkoning van Congo en zijn Nederlandse vazal” heeft en online “Zakenman [omstreden zakenman] verdiende miljarden aan de uitbuiting van Congo”, staat voor zover hier van belang over [eiser] het volgende:

“Zijn onderneming (de onderneming van [omstreden zakenman] , vzr.) is miljarden waard en de directeur zetelt in … [vestigingsplaats onderneming eiser] .

Als voormalig belastingambtenaar weet [eiser] als geen ander hoe hij discreet moet opereren. Belastingen, daar praat niemand graag over, en zeker bedrijven die Nederland gebruiken voor fiscale voordelen niet. Dus werkt de 52-jarige [eiser] al jaren als zelfstandig belastingadviseur vanuit een klein kantoor op een doorsnee bedrijventerrein aan de rand van [vestigingsplaats onderneming eiser] . (…)

Eind 2010 werd hij ( [eiser] , vzr.) directeur bij Fleurette Properties Limited, een bedrijf op Gibraltar, maar belastingplichtig in Nederland. Een hybride constructie in fiscaal jargon, waardoor het mogelijk is om van verschillende belastingwetgeving gebruik te maken, in dit geval die van Gibraltar en Nederland. Voorwaarde is wel dat een van de bestuursleden een ingezetene van Nederland is. En dat is [eiser] dus. (…)

Ook in Nederland heeft [omstreden zakenman] een kleine fiscale structuur, waarbij voormalig belastingambtenaar [eiser] betrokken is. (…)

Maar [eiser] heeft helemaal geen zin om te praten en verbreekt abrupt de verbinding als hem gevraagd wordt naar zijn werkzaamheden voor [omstreden zakenman] en de Fleurette Group, dat volgens het jaarverslag van 2016 een vermogen van 4,2 miljard euro heeft. Daardoor blijft het gissen hoe de Israëlische miljardair [omstreden zakenman] bij een belastingadviseur uit Nieuwkoop terechtkwam voor fiscaal advies en administratieve werkzaamheden. Of waarom de succesvolle Canadese ondernemer [X] – die met zijn bedrijf Gamma Entertainment websites bouwt voor de porno-industrie – een Nederlandse vennootschap heeft, die door [eiser] bestuurd wordt. (…)

Voormalig collega’s bij de Belastingdienst zijn niet verbaasd dat [eiser] al jaren zelfstandig adviseur is en internationaal adviezen verstrekt. ‘Hij was bij de Belastingdienst al een eigenzinnig type. Hij kwam altijd met nieuwe ideeën. Echt een ondernemend figuur’, zegt voormalig collega [A] , die nu hoogleraar belastingrecht aan de Vrije Universiteit in Amsterdam is. ‘Maar hij was wel heel gedegen, geen cowboy.’ Ook [B] herinnert zijn voormalig collega [eiser] nog, vooral omdat hij nogal eigenwijs was. ‘Een beetje zoals Johan Cruijff. Hij wist altijd hoe het zat, ook als hij er helemaal geen verstand van had.’ (…)”

2.4.

[eiser] heeft De Volkskrant verzocht om de artikelen van internet te verwijderen en te rectificeren. De Volkskrant heeft alleen het online artikel genoemd onder 2.3 gewijzigd in die zin dat daarin nu staat dat [eiser] één van de directeuren van de onderneming van [omstreden zakenman] is, in plaats van dé directeur.

2.5.

Naar aanleiding van het artikel “De onderkoning van Congo” hebben kamerleden op 8 maart 2018 vragen gesteld aan de minister van Buitenlandse Zaken. In antwoord daarop heeft de minister geantwoord dat het kabinet goed op de hoogte is van het Amerikaanse strafrechtelijk onderzoek en de Amerikaanse sancties tegen [omstreden zakenman] en een aantal van zijn bedrijven, waaronder Fleurette Holdings Netherlands. Daaraan heeft de minister toegevoegd dat de speciaal gezant voor natuurlijke hulpbronnen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken in november 2017 contact heeft gezocht met het Nederlandse directielid van Fleurette Holdings ( [eiser] , vzr.) om hem te wijzen op de zeer stringente Nederlandse positie inzake corruptie en belastingontwijking in de grondstoffensector.

3 Het geschil

3.1.

[eiser] vordert, kort gezegd, voor recht te verklaren dat de publicaties (althans passages daaruit) onrechtmatig jegens hem zijn, De Volkskrant op straffe van een dwangsom te bevelen de online publicaties uit haar archieven te verwijderen en onvindbaar voor het publiek te maken, en een rectificatie te plaatsen, alles met hoofdelijke veroordeling van De Volkskrant en [de journalist] in de proceskosten en de nakosten.

3.2.

De Volkskrant en [de journalist] voeren verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Toewijzing van de vorderingen zou een beperking vormen van de vrijheid van meningsuiting. Zo’n beperking moet bij de wet zijn voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk zijn, bijvoorbeeld ter bescherming van de goede naam of de rechten van anderen. (artikel 10 lid 2 EVRM).

4.2.

Wil sprake zijn van een beperking die bij de wet is voorzien, dan zullen de publicaties onrechtmatig jegens [eiser] moeten zijn. Om uit te maken of dat het geval is moet een belangenafweging worden gemaakt. Daarbij is het belang van [eiser] dat hij niet door de publicaties wordt blootgesteld aan lichtvaardige verdachtmakingen. Het belang van De Volkskrant en [de journalist] is dat zij zich in het openbaar kritisch, informerend, opiniërend en waarschuwend moeten kunnen uitlaten over misstanden die de samenleving raken.

4.3.

Het gaat om twee artikelen. Alleen de koppen van de online publicaties verschillen van de papieren versies. De artikelen gaan over de handel en wandel van de Israëlische zakenman [omstreden zakenman] in Congo en over de rol die [eiser] bij enkele van diens ondernemingen speelt of tot voor kort heeft gespeeld. [omstreden zakenman] wordt er volgens de artikelen van beschuldigd dat hij al in 2000 miljoenen in cash aan de machthebbers in Congo heeft betaald, in ruil waarvoor hij een monopolie op de export van Congolese diamanten kreeg, dat hem jaarlijks het dertigvoudige heeft opgeleverd, terwijl van het door hem betaalde geld wapens werden gekocht en het land straatarm bleef. De Amerikaanse autoriteiten hebben dit aangemerkt als grootschalige omkoping en corruptie en daarin aanleiding gezien om niet alleen [omstreden zakenman] , maar ook twee van de bedrijven waarin hij (indirect) belangen heeft, Fleurette Properties Limited en Fleurette Holding Netherlands B.V., op een sanctielijst te zetten op grond van de zogenaamde Magnitski-Act (een Amerikaanse wet uit 2012 waarmee sancties kunnen worden opgelegd aan personen en bedrijven die betrokken zijn bij mensenrechtenschendingen). In de artikelen wordt niet alleen aandacht besteed aan de omkopingspraktijken in Congo waarvan [omstreden zakenman] wordt verdacht, maar ook aan de manier waarop het door hem met die praktijken opgebouwde vermogen fiscaal gunstig is ondergebracht, en daarbij komt [eiser] in beeld.

4.4.

[eiser] vindt dat in de artikelen wordt gesuggereerd dat hij direct betrokken zou zijn bij de omkopingspraktijken in Congo waarvan [omstreden zakenman] wordt beschuldigd, terwijl hij daarmee niets te maken heeft. Dat begint al bij de koppen “Nederlandse adviseur betrokken bij omkopingszaak in Congo” en “Nederlandse ex-belastingambtenaar betrokken bij grootschalige omkopingszaak in Congo”.

4.5.

Deze beide koppen zouden inderdaad die indruk kunnen wekken, maar bij lezing van het artikel wordt voldoende duidelijk gemaakt wat de rol van [eiser] is geweest, namelijk dat hij heeft bijgedragen aan de mogelijkheden voor [omstreden zakenman] om het door hem opgebouwde vermogen fiscaal gunstig onder te brengen. Een kop is bedoeld om de aandacht van de lezer te trekken, mag daarom ongenuanceerder en kernachtiger zijn dan het artikel zelf en moet in samenhang met de rest van het artikel worden beoordeeld. In dit geval is ook van belang dat de naam van [eiser] in de koppen niet wordt genoemd. Publiek dat alleen de koppen ‘snelt’ zal daarmee niet weten dat het over [eiser] gaat, terwijl voor wie verder leest snel duidelijk wordt dat [eiser] indirect betrokken was of is, namelijk als bestuurder van (vennootschappen binnen) de Fleurette Group en als fiscaal adviseur. Het verwijt dat [eiser] De Volkskrant en [de journalist] maakt berust dan ook op een verkeerde lezing van de artikelen.

4.6.

De Volkskrant stelt in de publicaties wel iets anders aan de kaak, te weten dat [eiser] behoort tot degenen die behulpzaam zijn bij schendingen van mensenrechten, terwijl ze beter zouden moeten weten. In het kader van de Magnitski-Act worden dat ook wel enablers genoemd. Zoals De Volkskrant terecht betoogt, levert ook de rol die deze enablers spelen bij de uitbuiting van landen als Congo, een ernstige misstand op die de samenleving raakt, zeker als dat vanuit Nederland gebeurt door een Nederlander.

4.7.

In dit verband staat vast dat [eiser] jarenlang bestuurder is geweest van vennootschappen die deel uitmaken van de Fleurette Group, waaronder Fleurette Properties Ltd. en Fleurette Holding Netherlands B.V., die beide op de sanctielijst zijn geplaatst. [eiser] bagatelliseert zijn rol, maar in een oude versie van de website fleurettegroup.com stond onder het kopje “our people” de naam van [eiser] prominent vermeld, met daarbij de toelichting “Board member since 2010, [eiser] is responsible for managing the Fleurette Group’s (…) operational and commericial activities.” Wat daarvan zij, vaststaat dat de Fleurette Group door zijn hoedanigheid van bestuurder en vanwege zijn fiscale adviezen kon profiteren van fiscale mogelijkheden in Nederland. Aangezien het voor [omstreden zakenman] van het grootste belang zal zijn dat hij op legale wijze van zijn in Congo verkregen inkomsten kan genieten, hebben gedaagden aan [eiser] met recht een cruciale rol binnen diens onderneming toegedicht. Voor het door gedaagden gelegde verband tussen [eiser] en de omkopingspraktijken waarvan [omstreden zakenman] en entiteiten binnen de Fleurette Group worden verdacht, bestond ten tijde van de publicatie van de artikelen dan ook voldoende steun in het beschikbare feitenmateriaal. Overigens had [eiser] er ter zitting uiteindelijk geen probleem mee als hij ‘slechts’ als enabler zou zijn aangemerkt. Zijn punt was dat hem in de artikelen directe betrokkenheid bij omkoping in Congo werd verweten, wat zoals hiervoor overwogen niet het geval is. In de gegeven omstandigheden handelden gedaagden niet onrechtmatig door deze Nederlandse enabler bij naam te noemen. [eiser] heeft het aan zijn eigen keuzes te wijten als hij daarvan schadelijke gevolgen heeft ondervonden. De verder nog door hem gestelde feitelijke onjuistheden in de artikelen gaan over ondergeschikte punten, kunnen aan het voorgaande niet afdoen en zullen daarom niet worden besproken.

4.8.

Uit de toonzetting blijkt dat De Volkskrant [eiser] een gebrek aan scrupules verwijt. In dat licht moet de kwalificatie “vazal” van “onderkoning” [omstreden zakenman] worden gezien. De term “vazal” impliceert dat [eiser] een trouwe en kritiekloze dienaar van [omstreden zakenman] is. Allereerst is dat een waardeoordeel, en die worden pas onrechtmatig als de feiten er in redelijkheid geen aanleiding toe kunnen geven. [eiser] is echter jarenlang betrokken geweest bij de Fleurette Group, ondanks de aanzwellende kritieken. Hij is pas uit de Fleurette Group getreden nadat [omstreden zakenman] , Fleurette Holding Netherlands B.V. en Fleurette Properties Ltd op de sanctielijst waren geplaatst. Die plaatsing acht hij overigens onterecht, zo blijkt uit zijn sommatiebrief aan De Volkskrant. Deze feiten bieden, mede in het licht van de journalistieke vrijheid, voldoende grond voor het gebruikte waardeoordeel. Ook voor het overige zijn de artikelen niet onnodig grievend of anderszins vanwege de inkleding onrechtmatig.

4.9.

De wijze waarop [de journalist] uitvoering heeft gegeven aan het beginsel van hoor en wederhoor is evenmin onrechtmatig. Tussen partijen staat vast dat [de journalist] op 26 januari 2018, elf dagen voordat de artikelen werden gepubliceerd, met [eiser] heeft gebeld en dat deze hem toen heeft verwezen naar de woordvoerder van de Fleurette Group, waarna hij de verbinding heeft verbroken.
Die woordvoerder heeft [de journalist] in een e-mail van 31 januari 2018 laten weten geen commentaar te hebben op zijn vragen en hem verwezen naar een eerder door de Fleurette Group uitgegeven persbericht, waarin de beschuldigingen van corruptie worden ontkend, maar waarin geen antwoord wordt gegeven op de vragen van [de journalist] . Voorshands is aannemelijk geworden dat [de journalist] daarna nog twee keer heeft geprobeerd [eiser] te bellen, maar dat die niet meer heeft opgenomen. [eiser] kan zich dan ook niet met succes erop beroepen dat hem onvoldoende gelegenheid tot weerwoord is geboden.

4.10.

Al met al weegt het belang van gedaagden bij publicatie van de artikelen zwaarder dan het belang van [eiser] tot verwijdering en rectificatie daarvan. De publicaties zijn dan ook niet onrechtmatig jegens hem. De gevraagde voorzieningen zullen om die reden worden geweigerd, nog daargelaten dat een verklaring voor recht in kort geding sowieso niet kan worden gegeven.

4.11.

[eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van de gedaagden worden begroot op:

- griffierecht € 626,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 1.442,00

4.12.

De gevorderde veroordeling in de nakosten zal worden toegewezen zoals in de beslissing vermeld.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

weigert de gevraagde voorzieningen,

5.2.

veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van gedaagden tot op heden begroot op € 1.442,00,

5.3.

veroordeelt [eiser] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op

€ 131,00 voor salaris advocaat, te vermeerderen met € 68,00 en de kosten van het betekeningsexploot ingeval betekening van dit vonnis plaatsvindt,

5.4.

verklaart deze kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.J. Beukenhorst, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. E. van Bennekom, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 17 april 2018.1

1 type: eB coll: mb