Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2018:2448

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
18-04-2018
Datum publicatie
18-04-2018
Zaaknummer
13/994017-17 (Promis)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Zes maanden gevangenisstraf voor het zonder vergunning exporteren en dierenmishandeling van een bedreigde diersoort t.w. 72 kilo levende glasaal.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JM 2018/80 met annotatie van S. Pieters
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/994017-17 (Promis)

Datum uitspraak: 18 april 2018

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

wonende te [woonplaats] , [adres] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 4 april 2018. Verdachte is niet verschenen, maar wordt vertegenwoordigd door zijn raadsvrouw die hiertoe gemachtigd is en namens verdachte het woord voert.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. M.C.A. Plantenga en van wat de raadsvrouw van verdachte, mr. E.P.A. Zwart, naar voren heeft gebracht.

2 Tenlastelegging

2.1

Verdachte wordt er – kort gezegd – van beschuldigd dat hij samen met [medeverdachte]

1. een grote hoeveelheid jonge paling (glasaal, met de wetenschappelijke naam Anguilla anguilla) in zes koffers heeft willen uitvoeren naar China.
Uitvoer van glasaal uit de Europese Gemeenschap zonder nodige controles en zonder uitvoervergunning is volgens de Europese regelgeving verboden. Verdachte heeft niet voldaan aan deze uitvoerformaliteiten;

2. een grote hoeveelheid glasaal in zijn bezit heeft gehad;

3. bij een grote hoeveelheid glasaal pijn of letsel heeft veroorzaakt, dan wel de gezondheid of het welzijn van die glasaal heeft benadeeld door die glasaal in koffers te vervoeren. Op die koffers was niet aangegeven dat hier glasaal in zat;

4. aan deze glasaal de nodige verzorging heeft onthouden.

2.2.

De volledige tekst van de tenlastelegging is opgenomen in een bijlage die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.

3 Inleiding

Op 17 april 2017 heeft de Douane op Amsterdam Airport Schiphol in de bagagekelder zes koffers aangetroffen met daarin vermoedelijk jonge levende Europese palingen. De koffers waren op doorreis van Portugal via Nederland naar China. De Douane heeft vervolgens de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) verzocht het onderzoek over te nemen.
Medewerkers van de NVWA zagen in totaal 36 plastic zakken met daarin jonge palingen, ook wel glasaal genoemd. Uit DNA-analyse is gebleken dat het om de soort Anguilla anguilla gaat, de Europese paling.

Op de koffers waren labels bevestigd met het vluchtnummer, luchthaven van vertrek en bestemming en naam van de persoon die de koffer heeft ingecheckt. Op de labels stonden de namen [medeverdachte] en [verdachte] .

Per 13 maart 2009 is de Europese paling Anguilla anguilla opgenomen in bijlage B van de Basisverordening 338/97 (hierna: Basisverordening) en mag de paling niet meer zonder CITES1 exportvergunning worden geëxporteerd naar derde landen. Japan en China mogen vanaf die datum geen glasaal meer uit Europa betrekken.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie vindt dat alle feiten zijn bewezen. Zij baseert dit op het aantreffen van de glasaal in zakken in de koffers van verdachte, zijn verklaring dat hij de koffers heeft ingecheckt en deze zou afleveren in China en dat hij niet de vereiste documenten had voor de uitvoer van glasaal. Dat het gaat om de beschermde diersoort “Europese paling” (Anguilla anguilla) blijkt uit een DNA onderzoek aan de glasaal.

Ten aanzien van het eerste feit, het uitvoeren uit de Europese Gemeenschap, vindt de officier van justitie dat sprake is van een voltooid delict en niet van een poging. Zij wijst hierbij op de Wet Natuurbescherming (WNb), waarin staat dat “binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen” ook de handelingen omvat die erop zijn gericht om het binnen of buiten het grondgebied van Nederland te bewerkstelligen. Verder verwijst de WNb naar de Basisverordening 338/97, waarin gesproken wordt over “uitvoer uit de Gemeenschap”, waarbij het niet anders kan dan dat de wetgever volgens de definitie van de WNb en de verwijzing naar de Basisverordening heeft bedoeld om onder de term “uit de Gemeenschap uitgevoerd” ook handelingen te laten vallen die gericht zijn op het uit de gemeenschap uitvoeren, i.c. naar China uitvoeren. Het aanbieden/inchecken van de reisbagage is voldoende om te spreken van een voltooid delict.

De officier van justitie is ook van mening dat sprake is van medeplegen, omdat verdachte verklaart dat hij is benaderd om de koffers vanuit Portugal naar China te brengen voor onbekenden. Verdachte en zijn medeverdachte hebben samen de koffers opgehaald en ingecheckt.

Ook is er sprake van opzet. Verdachte heeft verklaard dat hij de koffers op de luchthaven van Lissabon van een persoon die [naam] heet, heeft gekregen. [naam] vertelde dat er vis in de koffers zat. Verdachte heeft welbewust gekozen de koffers met vis naar China te smokkelen.

Door de glasaal in koffers in te checken zonder op de koffers aan te geven dat er levende dieren in de koffers zitten, zijn de koffers als standaard ruimbagage behandeld. Hiermee heeft verdachte de gezondheid en het welzijn van de dieren geschaad en is aan de dieren de nodige zorg onthouden.

4.2

Het standpunt van de verdediging

Medeplegen

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat geen sprake is van medeplegen. Verdachte en zijn medeverdachte hebben ieder drie koffers op hun naam gekregen. Zij hebben zich niet als eenheid gepresenteerd. Ook blijkt uit de bewijsmiddelen niet dat sprake is van nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en de medeverdachte. Verdachte kan dan ook niet als medepleger van de totale hoeveelheid in beslag genomen glasaal worden beschouwd en moet van dit onderdeel van de tenlastelegging worden vrijgesproken.

Opzet

Voorts heeft de raadsvrouw aangevoerd dat verdachte wist dat hij vis vervoerde, maar niet wist dat het om glasaal ging. Hij wist niet wat de waarde van de glasaal was. Hij kreeg geen geld voor het vervoer. Hij wist niet dat hij de wet zou hebben overtreden. Er is dan ook geen sprake van opzet op het plegen van de strafbare feiten, ook niet in voorwaardelijke zin. Nu geen sprake is van opzettelijk handelen zijn de delicten onder 1 en 2 overtredingen.

Buiten toepassing blijven van artikel 3.24 van het Besluit Natuurbescherming

Met betrekking tot feit 2 is de raadsvrouw van mening dat artikel 3.24 lid 2 van het Besluit Natuurbeheer onverbindend is en buiten toepassing moet blijven. Artikel 16 van de Basisverordening draagt de lidstaten op ervoor zorg te dragen dat de nodige sancties worden opgelegd indien op de bepalingen van de Basisverordening inbreuken worden gemaakt.
De inbreuken zijn onder a t/m m opgesomd. De raadsvrouw geeft aan dat Verordeningen van de Europese Gemeenschap directe werking hebben en niet hoeven worden omgezet in nationale regelgeving. Lidstaten moeten soms handelingen in nationale wetgeving strafbaar stellen, zoals uit artikel 16 blijkt. De nationale regelgeving mag niet méér handelingen strafbaar stellen dan in artikel 16 van de verordening strafbaar moet worden gesteld. Het in artikel 3.24 Besluit Natuurbeheer opgenomen “in bezit hebben van specimens opgenomen in bijlage B” is niet opgenomen in artikel 16 van de Basisverordening. Daarom is dit artikel in strijd met de Basisverordening en is deze regeling onverbindend, dan wel moet buiten toepassing blijven, en moet verdachte worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

Eendaadse samenloop/voortgezette handeling feiten 1 en 2

Mocht de rechtbank artikel 3.24 Besluit Natuurbescherming niet in strijd achten met de Basisverordening, dan is ten aanzien van feiten 1 en 2 sprake van eendaadse samenloop (een gedraging valt onder meerdere strafbepalingen) of een voortgezette handeling (opvolgende gedragingen vallen zo nauw samen dat de verdachte één verwijt wordt gemaakt).

Vrijspraak van feiten 3 en 4

De raadsvrouw is van mening dat niet kan worden bewezen verklaard dat aan de glasaal pijn of letsel is veroorzaakt dan wel dat de gezondheid of het welzijn van de glasaal is benadeeld. Tevens acht zij niet bewezen dat aan de glasaal de nodige zorg is onthouden. Verdachte moet dan ook van deze feiten worden vrijgesproken.

Eendaadse samenloop/voortgezette handeling feiten 3 en 4

Indien de rechtbank hier niet in meegaat, dan is sprake van eendaadse samenloop.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

4.3.1

Medeplegen

De rechtbank acht medeplegen bewezen.

Medeverdachte [medeverdachte] (hierna [medeverdachte] ) heeft verklaard dat zij naar Europa is gekomen om te helpen met het vervoeren van spullen. Zij is gevraagd samen met verdachte terug te reizen naar China en om hem te helpen met de spullen. Zij is vanaf Bologna samen met verdachte naar Frankfurt gereisd en vanaf Frankfurt naar Portugal. Op de luchthaven in Lissabon kregen zij voor vertrek de koffers die zij toen hebben ingecheckt. Op de luchthaven werd door een persoon, [naam] genaamd, verteld dat er vis in de koffers zat. Vanuit Lissabon zijn verdachten met de koffers naar Nederland gereisd, alwaar de koffers in de bagagekelder zijn aangetroffen.
Verdachten zijn samen aangehouden.

De rechtbank is van oordeel dat in de uiterlijke verschijningsvormen van de feiten en omstandigheden besloten ligt dat tussen verdachte en zijn medeverdachte sprake is van bewuste en nauwe samenwerking, gericht op het uitvoeren van de glasaal naar China. Dat verdachte daarbij drie koffers op zijn naam heeft staan en de medeverdachte drie koffers op haar naam, doet daar niet aan af.

4.3.2

Voorwaardelijk opzet

Verdachte wist dat hij vis in de koffers vervoerde en dat hij deze in China af moest geven aan iemand die hij niet eerder had ontmoet. Verdachte had bij deze manier van vervoeren van levende dieren, zonder dat kenbaar was dat de koffers levende dieren bevatten, op zijn minst vragen moeten stellen aan degene van wie hij de koffers heeft gekregen. Door dit niet te doen is de rechtbank van oordeel dat verdachte welbewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat wat hij vervoerde een niet legale inhoud had. De rechtbank acht daarom bewezen dat verdachte in de voorwaardelijke vorm opzet heeft gehad op het uitvoeren van een beschermde diersoort.

4.3.3

Artikel 3.24 Besluit Natuurbescherming niet onverbindend

De rechtbank verwerpt het verweer dat artikel 3.24 van het Besluit Natuurbescherming in strijd is met artikel 16 van de Basisverordening 338/97. In de preambule van de Basisverordening is onder meer het volgende opgenomen:

(3) Overwegende dat de bepalingen van deze verordening geen afbreuk doen aan de strengere maatregelen die de Lidstaten met inachtneming van het Verdrag kunnen nemen of handhaven, met name wat betreft het houden van specimens van soorten die onder deze verordening vallen;

Uit deze zinsnede valt op te maken dat de Lidstaten in de nationale regelgeving meer strafbaar mogen stellen dan in de Basisverordening wordt bepaald.

Ook uit de eerste volzin van lid 1 van artikel 16 van de Basisverordening valt dit op te maken. Deze zin luidt “De Lidstaten nemen de nodige maatregelen om er ten minste voor te zorgen dat sancties worden opgelegd….”. De woorden “ten minste” geven aan dat de lidstaten in de nationale regelgeving meer mogen sanctioneren dan in artikel 16 is opgenomen.

4.3.4

Bewijsmiddelen

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten op grond van de volgende bewijsmiddelen.

Ten aanzien van feiten 1 en 2

Een proces-verbaal met referentie 134728/101703/3003002/4 van 19 april 2017, opgemaakt door [naam ambtenaar] , ambtenaar van de Belastingdienst en bevoegd inzake de Douane, tevens buitengewoon opsporingsambtenaar.

Dit proces-verbaal houdt als verklaring van verbalisant in, zakelijk weergegeven:

Op 17 april 2017 was ik belast met controle op bagage van passagiers. Ik werd gebeld door collega [naam collega] met de vraag of ik naar foto’s wilde kijken die hij had genomen van goederen die hij in de kelder bij een controle had aangetroffen. De goederen zouden van Portugal via Nederland uitgevoerd worden naar China. Ik zag op de foto’s een geopende koffer. Ik zag zakken. Ik zag een foto van een zak met daarin vloeistof en wat leek te zijn levende vissen.

Aangetroffen dieren:

Zes (6) koffers met in elke koffer zes (6) zakken levende jonge vissen.

Een geschrift van het Douane Laboratorium, inhoudende de uitslag van een monsteronderzoek, d.d. 21 april 2017, opgemaakt door mw. [naam wetenschappelijk medewerker] , wetenschappelijk medewerker.

Dit geschrift houdt onder meer in, zakelijk weergegeven:

Onderzocht product: Glasaal

Voor het DNA onderzoek zijn twee glasaaltjes bemonsterd die dezelfde resultaten hebben opgeleverd. Het monster is geïdentificeerd als Europese paling. Europese paling staat genoemd in bijlage B van de Verordening (EG) 338/97 als Anguilla anguilla. Het betreft hier een beschermde diersoort waar een handelsverbod voor geldt. Het is verboden om (producten van) beschermde dieren en planten in-, uit-, of door te voeren zonder de vereiste (CITES) documenten.

Een proces-verbaal verhoor verdachte met nummer 2050/20170417/02 van 17 april 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [naam opsporingsambtenaar] en [naam opsporingsambtenaar] .

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van [verdachte], zakelijk weergegeven:

Ik kom uit Lissabon, van Lissabon naar Amsterdam. Ik ben van Bologna naar Frankfurt naar Porto gevlogen. Daarna zouden we naar China gaan. Ik reisde samen met dat meisje. Ik ken haar vanaf de luchthaven van Bologna. In Lissabon kreeg ik bagage op mijn naam. De opdracht was om die naar China te vervoeren. Ik kreeg daarvoor gratis tickets.
In Lissabon heb ik een contactpersoon die heet [naam] . [naam] heeft verteld dat er vis in de koffers zat.

De tickets zijn voor mij geboekt. Van Porto zijn we naar Lissabon gebracht door [naam] .
Daar hebben we de koffers gekregen. Ik heb bij het inchecken gezegd dat het mijn koffers zijnU vraagt of ik uitvoerdocumenten (CITES) voor deze glasaal heb. Nee.

Een proces-verbaal verhoor verdachte met nummer 2050/20170417/01 van 17 april 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [naam opsporingsambtenaar] en [naam opsporingsambtenaar] .

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van verdachte [medeverdachte], zakelijk weergegeven:

Ik ben op 12 april (de rechtbank begrijpt: 2017) vertrokken uit China naar Rome. Daarna ben ik naar Bologna gegaan en gisteren naar Frankfurt en van Frankfurt naar Portugal. Ik moest meehelpen met transport van spullen. Ik ken [verdachte] (de rechtbank begrijpt: medeverdachte [verdachte] ) via wederzijdse vrienden. Ik ben gevraagd om samen met hem terug te reizen naar China en om mee te helpen met de spullen. Ik heb de koffers van [verdachte] gekregen. Ik heb ze niet ingepakt, wel zelf ingecheckt. Ik heb de koffers gekregen op de luchthaven bij vertrek uit Portugal. Ik heb [verdachte] ontmoet op de luchthaven van Bologna. Daarna naar Frankfurt en van Frankfurt naar Lissabon.

U vraagt of ik uitvoerdocumenten heb voor deze glasaal. Ik heb geen documenten.

Een proces-verbaal en kennisgeving van inbeslagneming nummer KVI2050/20170417/2 ten aanzien van verdachte [medeverdachte] , opgemaakt op 18 april 2017 door [naam opsporingsambtenaar] , inspecteur Landbouw en Natuur NVWA.

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van verbalisant:

Ik heb de volgende voorwerpen in beslag genomen:

3 koffers met daarin 18 zakken met glasaal (Anguilla).

Een proces-verbaal en kennisgeving van inbeslagneming nummer KVI2050/20170417/1 ten aanzien van verdachte [verdachte] , opgemaakt op 18 april 2017 door [naam opsporingsambtenaar] , inspecteur Landbouw en Natuur NVWA.

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van verbalisant:

Ik heb de volgende voorwerpen in beslag genomen:

3 koffers met daarin 18 zakken met glasaal (Anguilla).

Ten aanzien van feit 3 en 4:

Een proces-verbaal van bevindingen met nummer 103031 van 6 juli 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [naam opsporingsambtenaar] .

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van verbalisant, zakelijk weergegeven:

Van de bewaarder, belast met de opvang van de inbeslaggenomen glasaal hoorde ik: “Voorop gesteld is het vervoer op deze manier niet goed. Er zaten geen stickers op en niemand wist dat er levende dieren in zaten.”

Een geschrift van 6 juli 2017, inhoudende een diergeneeskundige verklaring, opgemaakt door [naam dierenarts] , dierenarts bij de NVWA.

Dit geschrift houdt onder meer in, zakelijk weergegeven:

Door [naam opsporingsambtenaar] werd mij medegedeeld dat door de Douane op Schiphol zes koffers zijn aangetroffen met daarin vermoedelijk jonge levende Europese paling. De koffers waren op doorreis van Portugal via Nederland naar China. Het betrof zes koffers met een zachte buitenkant. Op de koffers stond geen vermelding dat er levende dieren in zaken en ontbrak er een sticker met “this site up”. Ik hoorde dat in de koffer levende glasalen waren aangetroffen.

Aan de hand van de door [naam opsporingsambtenaar] verstrekte informatie stel ik

  • -

    dat de levende glasalen verzonden waren in koffers met zachte buitenkant

  • -

    dat op de koffers aanduidingen ontbraken dat de inhoud levende dieren betrof en ook de pijlen welke de bovenkant van het pakket aangeven ontbraken

  • -

    dat door het ontbreken van de vermelding levende dieren niet kan worden gegarandeerd dat er voorzichtig mee is omgegaan

  • -

    dat de dieren in het ruim van een vliegtuig zijn vervoerd waar geen goede regulatie van de temperatuur mogelijk is

  • -

    dat derhalve deze wijze van vervoer niet geschikt is voor het transport van levend dieren.

Conclusie:

Door het op deze wijze verzenden van levende glasalen is aan de dieren onnodig lijden toegebracht, waardoor de gezondheid en het welzijn van de dieren is geschaad. Daarnaast is door deze handelwijze de nodige zorg aan de dieren onthouden.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4.2 vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

1.

op 17 april 2017 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, tezamen en in vereniging met een ander, heeft gehandeld in strijd met een bij de Regeling natuurbescherming aangewezen voorschrift van een EU-verordening, te weten artikel 5 lid 4 van de Basisverordening (EG) nr. 338/97 door opzettelijk specimens van een de in bijlage B bij deze verordening genoemde soorten, te weten een grote hoeveelheid glasaal (Anguilla anguilla) uit de Gemeenschap uit te voeren, terwijl de nodige controles niet waren verricht en niet vooraf bij het douanekantoor, waar de uitvoerformaliteiten vervuld werden, een uitvoervergunning was voorgelegd die werd afgegeven door een administratieve instantie van de Lidstaat waar de specimens zich bevonden;

2.

op 17 april 2017 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk een grote hoeveelheid glasaal (Anguilla anguilla), zijnde een dier van de soorten genoemd in bijlage B bij de CITES-basisverordening, onder zich heeft gehad;

3.

op 17 april 2017 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, tezamen en in vereniging met een ander, zonder redelijk doel, bij een grote hoeveelheid glasaal de gezondheid en het welzijn van die dieren heeft benadeeld, immers hebben hij, verdachte en zijn mededader, die dieren in zes koffers vervoerd, terwijl daarop geen aanduiding was aangebracht dat zich daarin levende dieren bevonden en die koffers daarom als standaard ruimbagage werden behandeld;

4.

op 17 april 2017 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, tezamen en in vereniging met een ander, als houder van een grote hoeveelheid glasaal, aan die dieren de nodige verzorging heeft onthouden, immers hebben hij, verdachte en zijn mededader, die dieren in zes koffers vervoerd, terwijl daarop geen aanduiding was aangebracht dat zich daarin levende dieren bevonden en die koffers daarom als standaard ruimbagage werden behandeld.

Nadere bewijsoverweging

Eendaadse samenloop

De rechtbank is van oordeel dat de onder 1 en 2 bewezenverklaarde gedragingen in die mate een samenhangend, zich min of meer op dezelfde tijd en plaats afspelend feitencomplex opleveren dat de verdachte daarvan in wezen één verwijt kan worden gemaakt. De rechtbank is dan ook van oordeel dat sprake is van eendaadse samenloop. Hetzelfde geldt ten aanzien van de feiten 3 en 4.

6 De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straffen en maatregelen

8.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door haar onder 1, 2, 3 en 4 bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 8 maanden.

8.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft bepleit dat in eerdere uitspraken over glasaal slechts een geldboete is opgelegd. Zij verzoekt de rechtbank bij de straftoemeting hierbij aan te sluiten en te volstaan met een geldboete.

8.3.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het zonder vergunning en daarmee in strijd met Europese en nationale regelgeving, uitvoeren en in bezit hebben van een grote hoeveelheid glasaal (Anguilla anguilla). De Anguilla anguilla, Europese paling, staat op bijlage B van de Basisverordening 338/97 en is een beschermde diersoort. Het is verboden de glasaal naar China uit te voeren. Verdachte heeft deze glasaal op de luchthaven Lissabon ingecheckt met het doel deze via Nederland naar China te vervoeren. Glasaal is in China een gewild product en heeft een grote financiële waarde.

Verdachte heeft hierbij uitsluitend oog gehad op financieel gewin nu hij voor het vervoer (in ieder geval) een gratis vliegticket kreeg.

Daarnaast heeft verdachte door de glasaal in zakken in koffers te vervoeren, zonder aan te geven dat de koffers levende dieren bevatten, zich schuldig gemaakt aan dierenmishandeling door het welzijn van de dieren te veronachtzamen. Tevens heeft hij de dieren de nodige zorg onthouden, nu niet bekend was dat deze dieren in de koffers werden vervoerd.

Uit het strafblad van verdachte van 15 maart 2018 blijkt dat verdachte niet eerder in Nederland is veroordeeld voor strafbare feiten.

De genoemde strafbare feiten zijn ernstige feiten en laten naar het oordeel van de rechtbank geen andere strafmodaliteit open dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Voor deze feiten zijn geen oriëntatiepunten beschikbaar. Gelet op de grote economische waarde en gelet op de milieuschade die handel in bedreigde diersoorten met zich brengt, acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats. Deze straf heeft niet alleen vergelding als doel, maar dient ook ter afschrikking van anderen.

De rechtbank zal echter afwijken van de eis van de officier van justitie, omdat zij de geëiste straf te hoog vindt.

De rechtbank zal aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden opleggen met aftrek van voorarrest.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de volgende artikelen:

47, 55 en 57 van het Wetboek van Strafrecht,

1a, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten,

3.37

en 3.38 van de Wet natuurbescherming,

3.14

van de Regeling natuurbescherming,

3.24

van het Besluit natuurbescherming,

2.1, 2.2, 8.11 en 8.12 van de Wet dieren.

Deze wettelijke voorschriften zijn toepasselijk zoals geldend ten tijde van het bewezen geachte.

10 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1 en 2

Eendaadse samenloop van

medeplegen van overtreding van een voorschrift, gesteld bij artikel 3.37 van de Wet Natuurbescherming, opzettelijk begaan

en

Medeplegen van overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 3.38 van de Wet Natuurbescherming, opzettelijk begaan;

Ten aanzien van feit 3 en 4

Eendaadse samenloop van

medeplegen van overtreding van een voorschrift, gesteld bij artikel 2.1 van de Wet dieren

en

medeplegen van overtreding van een voorschrift, gesteld bij artikel 2.2 van de Wet dieren

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 6 (zes) maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Dit vonnis is gewezen door

mr. G.M. van Dijk, voorzitter,

mrs. A. Eichperger en G. Demmink, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. A.M.M. van Leuven, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 18 april 2018.

De voorzitter en de jongste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 CITES staat voor Convention on International Trade in Endangered Species of wild flora and fauna. Het doel van het CITES-verdrag is het uitsterven van dier- plantensoorten als gevolg van de handel in de soorten te voorkomen. Op Europees niveau is het verdrag vertaald in onder meer de Cites-basisverordening 338/97.