Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2018:2446

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
13-04-2018
Datum publicatie
23-04-2018
Zaaknummer
13/684535-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

ISD-maatregel

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/684535-17 (Promis)

Datum uitspraak: 13 april 2018

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1973,

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

gedetineerd in het [plaats detentie] .

1 Onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 30 maart 2018.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie,

mr. N.M. Smits, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. B.H.J. van Rhijn, naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 17 december 2017 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een jas (merk Armani, waarde 362 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam warenhuis] (gelegen aan het [adres] ), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde feit en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit.

4.2.

Standpunt van de verdediging

Verdachte heeft ter terechtzitting bekend de ten laste gelegde diefstal te hebben gepleegd. De raadsman heeft ten aanzien van het bewijs geen opmerkingen naar voren gebracht.

4.3.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht op grond van de aangifte van winkelbedrijf [naam warenhuis] , het proces-verbaal van bevindingen van de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] en de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting bewezen dat verdachte de ten laste gelegde winkeldiefstal heeft gepleegd.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in de bijlage opgenomen bewijsmiddelen bewezen dat verdachte:

op 17 december 2017 te Amsterdam, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een jas (merk Armani, waarde 362 euro), toebehorende aan [naam warenhuis] (gelegen aan het [adres] ).

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 Strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders

8.1.

Eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD-maatregel) zal worden opgelegd voor de duur van 2 jaren, zonder aftrek van voorarrest.

8.2.

Standpunt van de verdediging

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij zijn harddrugsgebruik heeft gestopt en dat hij niet meer verslaafd is. Na beëindiging van zijn detentie zal hij nooit meer in de fout gaan.

De raadsman heeft verzocht om geen ISD-maatregel op te leggen. Deze maatregel is een ultimum remedium, terwijl minder verstrekkende modaliteiten nog niet zijn geprobeerd. Verdachte is gemotiveerd om van de drugs af te blijven en een verslavingsbehandeling vanuit de reclassering kan hem weerhouden om terug te vallen. De verblijfstatus van verdachte is op dit moment onduidelijk maar het staat nog niet vast dat hij in de toekomst niet meer in Nederland mag verblijven.

8.3.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen maatregel gelet op de aard en de ernst van wat bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel Justitiële Documentatie van 27 februari 2018;

- een ISD trajectconsult van 28 december 2017, verricht door E. Mutter, psychiater;

- een reclasseringsadvies van 13 maart 2018 van GGZ Reclassering Inforsa Amsterdam opgesteld door R.A.W. Kaatman, reclasseringswerker;

Verder heeft de rechtbank ter terechtzitting van 30 maart 2018 R.A.W. Kaatman als deskundige gehoord.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een geraffineerde winkeldiefstal, waarbij hij gebruik heeft gemaakt van een geprepareerde tas. Winkeldiefstal is een hinderlijk en veel voorkomend feit dat grote schade en overlast bij de detailhandel veroorzaakt.

De rechtbank stelt vast dat ten aanzien van het bewezen geachte feit aan alle voorwaarden is voldaan die artikel 38m van het Wetboek van Strafrecht aan het opleggen van de ISD-maatregel stelt. Hiervoor is bewezen verklaard dat verdachte een misdrijf heeft begaan waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. Uit het hiervoor genoemde uittreksel justitiële documentatie blijkt dat verdachte gedurende de vijf jaren voorafgaand aan de periode voorafgaande aan het bewezen verklaarde meer dan driemaal wegens een misdrijf onherroepelijk is veroordeeld tot een vrijheidsbenemende straf, terwijl het in dit vonnis bewezen verklaarde feit is begaan na tenuitvoerlegging van deze straffen en er, zoals blijkt uit de hiervoor genoemde rapportage, ernstig rekening mede moet worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan. Blijkens genoemd uittreksel Justitiële Documentatie is ook voldaan aan de eisen die de “Richtlijn voor Strafvordering bij meerderjarige veelplegers” van het Openbaar Ministerie stelt: verdachte is een zeer actieve veelpleger, die over een periode van vijf jaren processen-verbaal tegen zich zag opgemaakt worden voor meer dan tien misdrijven, waarvan ten minste één in de laatste twaalf maanden, terug te rekenen vanaf de pleegdatum van het laatst gepleegde feit.

Uit het over verdachte opgemaakte reclasseringsadvies en de daarop gegeven aanvulling van de rapporteur ter terechtzitting, komt naar voren dat verdachte sinds twee jaar in Nederland is. In deze twee jaar is hij vele malen voor met name winkeldiefstallen veroordeeld. Volgens eigen zeggen zou verdachte in de laatste periode geen harddrugs meer gebruiken maar de reclassering acht dit zeer onwaarschijnlijk. De door verdachte gepleegde diefstallen kunnen gezien worden in het licht van verwervingscriminaliteit.

De reclassering schat het recidivegevaar in als hoog.

Op 7 maart 2017 is verdachte ongewenst verklaard, tegen welke beslissing verdachte beroep heeft aangetekend. Verdachte spreekt geen Nederlands en hij kan geen aanspraak maken op maatschappelijke voorzieningen. Behandeling en begeleiding van verdachte in Nederland zijn daarom niet reëel.

De reclassering adviseert om aan verdachte de ISD-maatregel op te leggen. In het kader van deze maatregel zal geprobeerd worden om verdachte te motiveren tot terugkeer naar Litouwen.

De rechtbank volgt het advies van de reclassering en zal aan verdachte de ISD-maatregel opleggen voor de duur van 2 jaren. In de afgelopen jaren is verdachte vele malen voor vermogensdelicten veroordeeld. Aannemelijk is dat de verslaving van verdachte bij het plegen van deze misdrijven steeds een belangrijke rol heeft gespeeld. Hoewel verdachte stelt dat hij inmiddels geen harddrugs meer gebruikt, heeft de rechtbank er geen vertrouwen in dat hij, eenmaal in vrijheid, niet in zijn oude gedrag zal terugvallen. Verdachte heeft inmiddels diverse detenties, sommige van langere duur, achter de rug maar deze lijken geen blijvend positief effect op zijn drugsgebruik en zijn daarmee samenhangende criminele gedrag te hebben gehad.

Het belang van de samenleving, dat verdachte geen overlast en schade meer zal veroorzaken, staat nu voorop. De rechtbank ziet geen reden om de maatregel niet op te leggen. Verdachte pleegt aan de lopende band winkeldiefstallen en is inmiddels ongewenst verklaard. In Nederland heeft verdachte geen perspectief. Door taal- en financieringsproblemen en door een gebrek aan probleembesef is een verplicht reclasseringscontact geen optie. De ISD-maatregel kan worden gebruikt om het ertoe te leiden dat verdachte naar Litouwen zal terugkeren, zodat hij aldaar een bestaan kan opbouwen.

De rechtbank zal bij het bepalen van de duur van de maatregel rekening houden met de tijd die door verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht. Anders dan de officier van justitie is zij van oordeel dat ook na aftrek van het voorarrest voldoende tijd resteert om de ISD-maatregel effectief ten uitvoer te leggen, met name nu de ISD-maatregel niet is gericht op resocialisatie in de Nederlandse samenleving maar op terugkeer naar Litouwen.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen maatregel is gegrond op de artikelen 38m, 38n en 310 van het Wetboek van Strafrecht.

10 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

diefstal

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Legt op de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van 2 jaren.

Beveelt dat de tijd die door verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die maatregel in mindering gebracht zal worden.

Dit vonnis is gewezen door

mr. P.L.C.M. Ficq, voorzitter,

mrs. R.A. Overbosch en J.M. Hoogveld, rechters,

in tegenwoordigheid van B. de Hoogh, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 13 april 2018.

[...]