Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2018:1998

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
05-04-2018
Datum publicatie
06-04-2018
Zaaknummer
13/669108-16 (Promis)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 41-jarige man krijgt 10 jaar gevangenisstraf omdat hij tussen augustus 2014 en juli 2016 drie vrouwen in Amsterdam verkrachtte nadat hij hen had gedrogeerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/669108-16 (Promis)

Datum uitspraak: 5 april 2018

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [adres] , [woonplaats] ,

gedetineerd in het Huis van Bewaring “ [naam Huis van Bewaring] ” te [plaats] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 22 maart 2018.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. S.M. Hoogerheide, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. J.P. Plasman, naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 7 juli 2016 en/of 8 juli 2016 te Amsterdam door geweld en/of een (andere) feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld en/of een (andere) feitelijkheid [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, immers heeft hij, verdachte, die [slachtoffer 1] een of meer glazen alcoholhoudende drank gegeven en/of door die drank, in elk geval enige drank, een of meer verdovende, in elk geval bewustzijn verminderende, middelen gemengd, althans die [slachtoffer 1] op enige wijze een of meer verdovende, in elk geval bewustzijn verminderende middelen toegediend en/of vervolgens die [slachtoffer 1] op een bank gelegd en/of zijn vingers en/of zijn penis in de vagina van die [slachtoffer 1] geduwd of gebracht;

Subsidiair:

hij op of omstreeks 7 juli 2016 en/of 8 juli 2016 te Amsterdam, met [slachtoffer 1] , van wie hij, verdachte, wist dat deze in staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde, een of meer handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1] , te weten het duwen of brengen van zijn vingers en/of zijn penis in de vagina van die [slachtoffer 1] ;

2.

hij op of omstreeks 8 juli 2016 te Amsterdam opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of een hoeveelheid van een materiaal bevattende metamfetamine en/of een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, in elk geval (telkens) een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I;

3.

hij op of omstreeks 29 mei 2015 en/of 30 mei 2015 te Amsterdam door geweld en/of een (andere) feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld en/of een (andere) feitelijkheid [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, immers heeft hij, verdachte, die [slachtoffer 2] een of meer glazen alcoholhoudende drank gegeven en/of door die drank, in elk geval enige drank, een of meer verdovende, in elk geval bewustzijn verminderende, middelen gemengd, althans die [slachtoffer 2] op enige wijze een of meer verdovende, in elk geval bewustzijn verminderende middelen toegediend en/of vervolgens zijn penis in de vagina van die [slachtoffer 2] geduwd of gebracht;

Subsidiair:

hij op of omstreeks 29 mei 2015 en/of 30 mei 2015 te Amsterdam, met [slachtoffer 2] , van wie hij, verdachte, wist dat deze in staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde, een of meer handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 2] , te weten het duwen of brengen van zijn penis in de vagina van die [slachtoffer 2] ;

4.

hij op of omstreeks 28 augustus 2014 en/of 29 augustus 2014 te Amsterdam door geweld en/of een (andere) feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld en/of een(andere) feitelijkheid [slachtoffer 3] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, immers heeft hij, verdachte, die [slachtoffer 3] een of meer glazen alcoholhoudende drank gegeven en/of door die drank, in elk geval enige drank, een of meer verdovende, in elk geval bewustzijn verminderende, middelen gemengd, althans die [slachtoffer 3] op enige wijze een of meer verdovende, in elk geval bewustzijn verminderende middelen toegediend en/of vervolgens zijn penis in de vagina van die [slachtoffer 3] geduwd of gebracht;

Subsidiair:

hij op of omstreeks 28 augustus 2014 en/of 29 augustus 2014 te Amsterdam, met [slachtoffer 3] , van wie hij, verdachte, wist dat deze in staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde, een of meer handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 3] , te weten het duwen of brengen van zijn penis in de vagina van die [slachtoffer 3] .

3 Waardering van het bewijs

3.1.

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het onder 1, 2, 3 en 4 primair ten laste gelegde. Ten aanzien van feiten 1, 3 en 4 primair geldt dat verdachte de vrouwen heeft gedrogeerd voordat hij zonder hun instemming geslachtsgemeenschap met hen heeft gehad.

3.2.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht verdachte vrij te spreken van het onder 1, 3 en 4 ten laste gelegde, omdat sprake is geweest van vrijwillige geslachtsgemeenschap. Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde heeft de raadsman geen opmerkingen gemaakt.

3.3.

Het oordeel van de rechtbank

3.3.1.

Ten aanzien van feit 2

De rechtbank acht bewezen dat verdachte cocaïne, metamfetamine en MDMA aanwezig heeft gehad. De rechtbank gebruikt voor het bewijs het proces-verbaal van het aantreffen van de drugs bij verdachte, de voorlopige uitslag van het Laboratorium Forensische Opsporing, de uitslag van het NFI en de bekennende verklaring die verdachte bij de rechter-commissaris en ter terechtzitting heeft afgelegd. Omdat verdachte bij de rechter-commissaris uitdrukkelijk heeft verklaard drugs in huis te hebben gehad en hij ter terechtzitting heeft verklaard dat het de op de tenlastelegging genoemde verdovende middelen betrof, is de rechtbank van oordeel dat ten aanzien van de tenlastegelegde cocaïne en metamfetamine de voorlopige uitslag voldoende is om tot een bewezenverklaring daarvan te komen (vgl. ECLI:NL:HR:2010:BL8682).

3.3.2.

Feiten en omstandigheden ten aanzien van de feiten 1, 3 en 4

Voordat de rechtbank specifiek ingaat op het onder 1, 3 en 4 ten laste gelegde, zal eerst een algemeen beeld worden geschetst dat uit het dossier naar voren komt.

In het dossier bevinden zich verklaringen van verschillende vrouwen. Deze vrouwen hebben, kort samengevat, het volgende verklaard.

Op 31 mei 2014 zou [naam 1] overnachten op de [adres 1] te [plaats] . Via Couchsurfing had zij contact met [naam 2] , die haar dit adres had opgegeven. [naam 2] gaf haar eten en drinken. Toen [naam 1] geen alcohol wilde drinken, werd [naam 2] boos. Hij zei een “one night stand is fine” en dat de meesten aan couchsurfen doen om seks te hebben. [naam 1] voelde zich niet prettig en maakte aanstalten om weg te gaan. Hierop pakte [naam 2] haar bij haar armen en drukte haar op de bank in de woonkamer. Even later begon [naam 2] aan [naam 1] te zitten. Hij raakte haar aan bij haar bovenbeen. [naam 1] is hierna vertrokken.

Op 29 augustus 2014 kwam [slachtoffer 3] via Couchsurfing overnachten bij [naam 2] op de [adres 1] . Hij had voor haar gekookt en bood haar shots aan. De shots waren draderig en vezelachtig. Toen wilde hij haar een massage geven op de bank. Kort daarna raakte ze weg. Toen ze wakker werd, was ze naakt en was [naam 2] haar aan het penetreren.

Eind januari 2015 sliep [naam 3] in het kader van Couchsurfing twee nachten bij [naam 2] op de [adres 1] . De eerste avond gaf hij haar veel drankjes. Op een gegeven moment had zij een black-out. Ze werd midden in de nacht wakker met een vergiftiging en kon zich niet meer herinneren hoe zij in bed was gekomen.

Op 28 maart 2015 kwam [naam 4] overnachten op de [adres 1] . Via Couchsurfing had zij contact met [naam 5] , via facebook met [naam facebook] en eenmaal bij hem aangekomen in de [adres 1] zei hij dat hij [naam 2] heette. Hij bood haar drugs en daarna een typisch Nederlands drankje aan. Plotseling voelde zij zich erg zwak en leken de beelden voor haar ogen stil te staan. Ze vroeg hem of ze seks hadden gehad, omdat haar onderbroek nat was. Hij gaf toe dat ze seks hadden gehad. Later herinnerde ze zich dat hij haar jeans had uitgetrokken en dat hij had gezegd “ik wil je neuken”. Zij antwoordde dat zij dat niet kon doen, omdat ze een vriend had. Toen zij even later voelde dat hij in haar zat, vroeg zij hem hiermee te stoppen. Verder kan zij zich weinig herinneren.

Op 29 mei 2015 kwam [slachtoffer 2] via Couchsurfing overnachten bij [naam 2] op de [adres 1] . Zij hadden MDMA genomen en hij bood haar een typisch Amsterdams drankje aan. Het shotje smaakte zout. Vlak na de shots voelde zij zich licht in haar hoofd en werd ze duizelig. Daarna kan ze zich niet veel meer herinneren. Hij vertelde haar dat ze seks hadden gehad.

Op 28 augustus 2015 sliep [naam 6] op de [adres 1] . Via Couchsurfing had zij contact met [naam 7] . Hij bood haar een typisch Nederlands drankje aan. Toen begon zij zich vreemd en beroerd te voelen. Zij moest twee keer overgeven en viel vervolgens voor een paar uur in slaap.

Op 25 september 2015 kwam [naam 8] overnachten op de [adres 1] . Via Couchsurfing had zij contact met [naam 7] . Na aankomst kreeg zij een Nederlands drankje, jenever, aangeboden. Meteen daarna begon ze de controle over zichzelf te verliezen. Ze weet niet meer wat er daarna is gebeurd, omdat ze compleet buiten bewustzijn was.

Op 5 januari 2016 kwam [naam 9] via Couchsurfing overnachten bij [naam 10] op de [adres 1] . Ze had bij hem een shotje alcohol genomen en dat smaakte extreem zout. Ze voelde zich raar voordat ze ging slapen, alsof het onmogelijk was om haar ogen open te houden. ‘s Nachts werd zij schreeuwend en zwetend wakker en voelde zij zich licht in haar hoofd.

In 2015 en in januari 2016 heeft [naam 11] overnacht op de [adres 1] . Via Couchsurfing had zij bij [naam 10] overnacht. Bij de eerste overnachtingen in 2015 toonde [naam 10] haar foto’s van naakte couchsurfsters die bij hem hadden overnacht. In januari 2016 bleef [naam 10] aandringen dat zij drugs zou gebruiken. Na het innemen van MDMA werd zij afwezig en raakte zij weg. Toen zij weer bijkwam, lag zij nagenoeg naakt op de bank in de kamer. Ook dwong [naam 10] haar om sterke drank te drinken. Daarna kan zij zich niets meer herinneren. Ze werd later die nacht weer naakt op de bank in de woonkamer wakker.

Op 26 maart 2016 kwam [naam 12] via Couchsurfing overnachten bij [naam 10] op de [adres 1] . Hij bood haar MDMA aan en shots van een typisch Nederlands drankje. Behoorlijk snel hierna voelde zij zich heel slecht en moest zij overgeven. Zij vroeg of [naam 10] van glas wilde wisselen met haar, maar dat wilde hij niet.

Op 7 juni 2016 kwam [naam 13] via Couchsurfing overnachten bij [naam 10] op de [adres 1] . Hij bood haar shots van een typisch Nederlands drankje aan. Ze wist niet meer wat er was gebeurd voordat ze ging slapen. Ze hadden niet afgesproken om seks te hebben.

Op 7 juli 2016 overnachtte [slachtoffer 1] op de [adres 1] . Zij had via Couchsurfing contact met [naam 14] . Ze vond het raar dat de naam [verdachte] op het naambordje van de woning stond. Hij bood haar een traditioneel Nederlands drankje aan. Na de shots pakte [verdachte] haar bij haar heupen en legde hij haar op de bank. Hierna kan ze zich niets meer herinneren. De volgende dag vertelde hij haar dat ze seks hadden gehad.

Naast de verklaringen van deze vrouwen bevat het dossier getuigenverklaringen van kennissen van verdachte. Zij hebben, kort samengevat, het volgende verklaard.

[naam 15] zei dat hij een tijdje met een mafkees was omgegaan. Deze mafkees was [verdachte] , maar hij gebruikte ook allemaal andere namen. [naam 15] hoorde verdachte tegen iemand anders verklaren dat hij aan Couchsurfing deed en dat hij veel seks had met die couchsurfsters. Verdachte sprak respectloos over meisjes en zei dingen als “Ik heb haar uitgewoond”. Ook had verdachte het erover dat hij MDMA gebruikte, omdat er anders niets zou gebeuren. [naam 15] had het vermoeden dat hij de meisjes drogeerde om seks mee te hebben.

[naam 16] had van [naam 15] enkele dingen gehoord over verdachte. Volgens [naam 16] kwam het erop neer dat verdachte via Couchsurfing jonge vrouwen in zijn woning te gast had, hen drugs gaf en uiteindelijk drogeerde met de bedoeling om hen in een bepaalde stemming te krijgen. [naam 15] heeft [naam 16] verteld dat verdachte stiekem iets in de drankjes van de vrouwen deed om seks met ze te kunnen hebben.

Bij de doorzoeking van de woning van verdachte op 8 juli 2016 zijn onder meer de laptops van verdachte in beslag genomen.

De hoofdgebruiker van de laptop van het merk HP Pavillion is “ [Letter] ” en aan dit account is het e-mailadres [e-mailadres] gekoppeld. Op de laptop zijn meerdere favoriete bookmarks ingesteld. In de categorie “belangrijk” is een website opgeslagen met als titel “grondstof GHB maken”. Ook zijn Couchsurfing-bestanden op de laptop aangetroffen.

Ook is de Macbook Air van verdachte onderzocht. Op de Macbook zijn diverse opnamen aangetroffen die met couchsurfen te maken hadden, zoals opnamen en foto’s van jonge vrouwen en hun Couchsurfing-profiel, en foto’s van drie jonge vrouwen die mogelijk bewusteloos of in staat van onmacht naakt op een bank of bed liggen. Uit onderzoek blijkt dat de foto’s van de naakte vrouwen zijn gemaakt op de [adres 1] . Eén van deze vrouwen is [slachtoffer 1] . Zij heeft zichzelf immers op de foto herkend en verdachte heeft dit bevestigd. Een andere vrouw is hoogstwaarschijnlijk [naam 13] . Ook zij heeft zichzelf immers herkend. Verdachte heeft over de niet aan hem ten laste gelegde onderdelen van het dossier, zoals het gedeelte met betrekking tot [naam 13] , geen verklaring willen afleggen. De rechtbank gaat er gelet op de inhoud van het dossier van uit dat zij op deze foto staat. Hoewel zij naakt op de foto staat, kan zij zich niet herinneren seks te hebben gehad met verdachte. Zij wist niet dat deze foto is genomen en denkt seksueel misbruikt te zijn.

Op de Macbook zijn ook WhatsApp-sessies aangetroffen tussen verdachte en anderen. In deze gesprekken wordt door verdachte gesproken over het zijn van Couchsurfing-host en worden te verwachten couchsurfsters besproken en hun foto’s en gegevens onderling uitgewisseld. In de gesprekken met [naam 15] wordt onder meer de werkwijze van verdachte besproken. Er wordt bijvoorbeeld gesproken over de valse identiteit waarmee verdachte zich op het Couchsurfing-platform voordoet, het mogelijk verstrekken van paddo’s en andere bedwelmende middelen aan couchsurfsters, de seksuele bedoeling bij hem en de gebruikte valse Couchsurfing-profielnamen, zoals [naam 2] , [naam 7] , [naam 10] , [naam 5] en [naam 10] . Ook de gesprekken met [naam 17] bevatten informatie, waaronder de uitwisseling van couchsurfsters, de kennelijke seksuele bedoeling betreffende de couchsurfsters, vaststelling van de identiteit van verdachte en seksuele handelingen.

Verdachte heeft bij de rechter-commissaris bekend verschillende profielnamen voor Couchsurfing te gebruiken, omdat hij – zo begrijpt de rechtbank – met één profiel van het platform is afgegooid.

3.3.4.

Modus Operandi

Uit het voorgaande volgt een specifieke modus operandi. Verdachte gebruikte zijn Couchsurfing-profiel(en) om jonge vrouwen naar zijn woning te lokken, waar hij hen in een staat van onmacht dan wel bewusteloosheid bracht met het doel om seks met hen te hebben, ook al stemden zij daar niet mee in.

3.3.4.1. Couchsurfing-profiel(en) en [adres 1]

Alle vrouwen hebben verklaard bij de [adres 1] te zijn gekomen om in het kader van Couchsurfing te overnachten. Uit de eigen verklaring van verdachte, de verklaring van [naam 15] en het onderzoek aan de laptop van verdachte volgt dat verdachte een of meer Couchsurfing-profielen had waarop hij actief was onder valse namen. De jonge vrouwen hebben verklaard via het Couchsurfing-platform contact te hebben gehad en in de [adres 1] te zijn ontvangen door iemand die zich voorstelde [naam 2] , [naam 7] , [naam 10] en [naam 10] . Het onderzoek naar zijn laptop heeft aangetoond dat verdachte onder deze namen actief was. Uit geen enkele omstandigheid is gebleken dat de vrouwen in de [adres 1] zijn ontvangen door een andere man dan met wie zij op het Couchsurfing-platform, of naar aanleiding daarvan via Facebook, contact hadden. Telkens heeft hun contactpersoon hen het adres [adres 1] opgegeven en zijn zij daar ontvangen. Ook is uit de chatgesprekken gebleken dat verdachte vóór aankomst over de te ontvangen couchsurfsters sprak met kennissen. Verdachte stond als enige op de [adres 1] ingeschreven en heeft het hosten van de in het dossier genoemde vrouwen ook niet betwist. De rechtbank gaat er daarom van uit dat de vrouwen kwamen overnachten bij verdachte. Ook is de rechtbank van oordeel dat verdachte zich hierbij heeft voorgedaan als Couchsurfing-host. Immers zijn alle vrouwen met verdachte in contact gekomen via Couchsurfing, waarna hij sommigen heeft verwezen naar zijn Facebook-account. Bovendien wordt er door hem in de chatgesprekken gesproken over het zijn van Couchsurfing-host.

3.3.4.2. Drogeren

Eenmaal in de woning van verdachte heeft hij de vrouwen eten, drinken en/of drugs aangeboden. Hij bood alle vrouwen shots sterke drank aan. Zes vrouwen hebben verklaard dat hij hen een typisch Nederlands drankje aanbood. Kort na het drinken van deze shots werden de vrouwen onwel, moesten zij overgeven, werden zij slaperig, verloren zij het bewustzijn en/of hadden zij een black-out.

Schakelbewijs ten aanzien van drogeren

De raadsman heeft aangevoerd dat de verklaringen van de vrouwen, die niet op de tenlastelegging voorkomen, niet mogen worden gebuikt als schakelbewijs. De rechtbank verwerpt dit verweer. Hiertoe overweegt de rechtbank als volgt.

Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad kunnen aangiftes van slachtoffers als schakelbewijs in de zaak van één van de andere slachtoffers worden gebruikt, als er sprake is van een specifieke modus operandi die in de onderscheiden gevallen in overwegende mate overeenkomt. Het moet dan gaan om bewijsmateriaal van die andere feiten dat op essentiële punten belangrijke overeenkomsten vertoont met het bewijsmateriaal van het te bewijzen feit en dat duidt op een specifiek patroon in het gedrag van verdachte, welk patroon herkenbaar aanwezig is in de voor het te bewijzen feit voorhanden bewijsmiddelen. Op 4 juli 2017 heeft de Hoge Raad voorts bepaald dat ‘wanneer aangiftes elkaar op punten als de aard van de seksuele handelingen en de wijze waarop (en eventueel de plaats waar) deze plaatsvonden ondersteunen, voor die afzonderlijke aangiftes kan gelden dat de daarin vervatte verklaring op specifieke punten steun vindt in ander bewijsmateriaal, zodat die verklaring niet op zichzelf staat, maar als het ware is ingebed in een concrete context die bevestiging vindt uit andere bron’ (ECLI:NL:HR:2017:1216).

In deze zaak betreffen het verklaringen van buitenlandse vrouwen, die door de jaren heen hebben verklaard. Nergens is uit gebleken dat zij op de hoogte waren van de inhoud van elkaars verklaringen, waardoor hun verklaringen als onafhankelijk worden aangemerkt. De verklaringen zijn bovendien voldoende consistent en gedetailleerd. Hierbij merkt de rechtbank op dat een aantal vrouwen meerdere keren is gehoord, waarbij zij telkens hun eerdere verklaring(en) hebben bevestigd. Ook komen de verklaringen op essentiële punten overeen. Omdat de meeste vrouwen hebben verklaard kort na het drinken van een paar shotjes in een staat van onmacht dan wel bewusteloosheid te zijn geraakt, acht de rechtbank het onwaarschijnlijk dat zij enkel in die staat zijn gekomen door alcoholgebruik. Het effect was bij alle vrouwen ook hetzelfde: shots drinken, kort daarna onwel worden of het bewustzijn verliezen en zich daarna niets meer kunnen herinneren. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat verdachte bewustzijnsverminderende middelen door de drank heeft gemengd. Hierbij zal de rechtbank de verklaringen van [naam 1] , [naam 3] , [naam 8] , [naam 4] , [naam 11] , [naam 6] , [naam 12] , [naam 13] en [naam 9] als schakelbewijs gebruiken met betrekking tot het drogeren.

Over het typisch Nederlandse drankje hebben [slachtoffer 2] , [naam 8] en [slachtoffer 3] verklaard dat zij jenever van het merk Bols hebben gedronken. [slachtoffer 3] heeft verklaard dat het drankje draderig en vezelachtig was, alsof ze haren in haar mond had. [naam 6] heeft verklaard een drankje met kleine stukjes goud, vermoedelijk Goldstrike, te hebben gedronken. [naam 9] en [slachtoffer 2] hebben verklaard dat de shot (extreem) zout smaakte. Het is een feit van algemene bekendheid dat jenever dan wel Goldstrike geen zoute smaak heeft. De zoute smaak zou kunnen duiden op GHB. GHB staat bekend als een liefdesdrug en wordt vaker gebruikt om mensen te drogeren. Daarbij heeft verdachte als favoriete bookmark op zijn laptop een koppeling naar een website ‘grondstof GHB maken’.

De rechtbank stelt vast dat in de woning van verdachte geen GHB is gevonden en dat bij geen van de in de tenlastelegging genoemde vrouwen GHB in het bloed is aangetroffen. Dit laatste kan worden verklaard door het gegeven dat GHB zes à acht uur na inname niet meer in het bloed aantoonbaar is en het bloed van deze vrouwen steeds na een langer tijdsverloop is onderzocht. Bovendien heeft verdachte voorafgaand aan de doorzoeking van zijn woning de gelegenheid gehad om sporen uit te wissen.

Gelet op de tenlastelegging kan de rechtbank in het midden laten welk bewustzijns-verminderend middel verdachte aan de vrouwen heeft gegeven, maar uit de hierboven genoemde bevindingen acht de rechtbank het aannemelijk dat dit het middel GHB is geweest.

3.3.4.3. Seks in de [adres 1]

Op de laptop van verdachte zijn foto’s van naakte vrouwen aangetroffen, onder wie [slachtoffer 1] en [naam 13] . Zij hebben verklaard dat ze niet wisten dat de foto werd genomen. Gelet op de manier waarop zij zijn gefotografeerd, is het goed mogelijk dat zij bewusteloos of in staat van onmacht verkeerden. [naam 4] heeft verklaard dat zij de volgende dag voelde dat haar onderbroek nat was en dat verdachte had gezegd dat zij seks hadden gehad. [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] hebben verklaard na het drinken van de shots door verdachte te zijn verkracht. Verdachte heeft erkend seks te hebben gehad met deze drie vrouwen. [naam 11] heeft verklaard dat zij na de shots en de MDMA opeens naakt op de bank lag. Getuige [naam 15] heeft verklaard dat verdachte over haar zei dat zij een “vollere kut had gekregen”. Ook heeft [naam 4] verklaard zich later te hebben herinnerd dat verdachte op enig moment met zijn penis in haar was, terwijl zij dat niet wilde. Daarnaast is uit de chatgesprekken gebleken dat verdachte vaker met mannen sprak over seks met couchsurfsters. [naam 16] heeft verklaard dat hij van [naam 15] had vernomen dat verdachte de vrouwen drogeerde met de bedoeling om seks met hen te hebben. [naam 15] heeft verklaard dat verdachte tegen hem zei verdovende middelen met de meisjes te gebruiken, omdat er anders niets zou gebeuren. [naam 15] dacht dat verdachte de meisjes drogeerde om er seks mee te hebben. Hieruit leidt de rechtbank af dat verdachte het doel had om seks te hebben met de couchsurfsters.

3.3.5.

Tussenconclusie

De rechtbank acht bewezen dat verdachte vrouwen in zijn woning heeft gedrogeerd. Naast de verklaringen van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] , gebruikt de rechtbank de verklaringen van [naam 1] , [naam 3] , [naam 8] , [naam 4] , [naam 11] , [naam 6] , [naam 12] , [naam 13] en [naam 9] als schakelbewijs. Immers komen de verklaringen van alle vrouwen met betrekking tot dit punt overeen en schetsen zij een modus operandi van verdachte die in alle gevallen gelijk is en erop neerkomt dat verdachte als Couchsurfing-host vrouwen in zijn woning uitnodigt en hen drogeert, blijkbaar met de bedoeling om zonder hun instemming geslachtsgemeenschap met hen te hebben. Dat het dossier niet ten aanzien van al deze vrouwen het bewijs bevat dat zij daadwerkelijk zijn gedrogeerd of dat er geslachtsgemeenschap heeft plaatsgevonden, doet aan de waarde van hun verklaringen niet af, omdat deze verklaringen op essentiële onderdelen wel met elkaar overeenkomen voor wat betreft de werkwijze van verdachte. Daarbij dienen de getuigenverklaringen van [naam 15] en [naam 16] , en het onderzoek aan de laptops van verdachte als steunbewijs.

3.3.6.

Bewezenverklaring van het onder 1, 3 en 4 primair ten laste gelegde

De rechtbank is van oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan verkrachting van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] .

Voor een bewezenverklaring van verkrachting in het onderhavige geval is vereist dat het slachtoffer door een feitelijkheid is gedwongen tot het verrichten van seksuele handelingen. De raadsman heeft bepleit dat de seksuele handelingen in alle zaken vrijwillig hebben plaatsgevonden. De rechtbank verwerpt dit verweer en overweegt hiertoe als volgt.

3.3.6.1. Door een feitelijkheid dwingen

Er kan slechts sprake zijn van dwingen als de dader opzettelijk heeft veroorzaakt dat het slachtoffer de in de ten laste gelegde genoemde handelingen tegen haar wil heeft ondergaan. Het bestaan van dwang door een feitelijkheid vereist meer dan een afhankelijkheidsrelatie tussen de dader en het slachtoffer en het daaraan verbonden overwicht van de dader op het slachtoffer (vgl. ECLI:NL:PHR:2007:BA7650). Er moet blijken dat de dader het slachtoffer in zodanige situatie van onmacht heeft gebracht dat zij zich hierdoor niet tegen zijn handelingen kon verzetten. Het brengen in een staat van bewusteloosheid of onmacht kan met het plegen van geweld worden gelijkgesteld (artikel 81 Sr), waardoor dat handelen als dwang door een feitelijkheid als bedoeld in artikel 242 Sr kan worden aangemerkt.

Onder punt 3.3.4.2. heeft de rechtbank reeds geoordeeld dat verdachte de vrouwen heeft gedrogeerd. De rechtbank neemt aan dat verdachte de vrouwen door middel van alcoholhoudende dranken heeft gedrogeerd. Het dossier bevat onvoldoende aanknopingspunten om precies vast te stellen op welke wijze verdachte de bewustzijnsverminderende middelen door de drank heeft gemengd of heeft toegediend. De rechtbank zal in de bewezenverklaring dan ook in het midden laten op welke wijze het drogeren heeft plaatsgevonden.

[slachtoffer 1]

De rechtbank acht bewezen dat verdachte [slachtoffer 1] heeft gedrogeerd en haar daarmee in een staat van onmacht heeft gebracht, waardoor zij zich niet tegen zijn handelingen kon verzetten. [slachtoffer 1] heeft in haar aangifte verklaard, dat zij na het drinken van de shots door verdachte bij haar heupen werd gepakt en op de bank werd neergelegd. Verdachte heeft haar benen omhoog gedaan en [slachtoffer 1] kan zich herinneren dat zij zich angstig voelde. Ook kan zij zich herinneren dat verdachte boven haar was. Ze kon zich niet goed bewegen en probeerde verdachte van haar af te duwen, maar dat lukte niet. Daarna kan ze zich niets meer herinneren. Pas om 05:00 uur werd zij gedesoriënteerd weer wakker. Toen verdachte haar de volgende dag vertelde dat ze seks hadden gehad, schrok zij enorm. Ook heeft zij verklaard, dat zij verdachte had gezegd geen intimiteit met hem te willen en dat zij zich niet uitdagend had opgesteld. De verklaring van [slachtoffer 1] wordt ondersteund door de foto waarop zij naakt en – gelet op de pose – vermoedelijk in bewusteloze staat is te zien. Ook wordt haar verklaring ondersteund door de getuigenverklaring van haar vriendin [naam vriendin] . [naam vriendin] heeft verklaard dat [slachtoffer 1] de volgende dag aan het huilen was en haar vertelde dat ze door verdachte op de grond was geduwd en dat zij zich daarna niets meer kon herinneren. [slachtoffer 1] heeft haar verteld dat zij zich verkracht voelde.

[slachtoffer 2]

De rechtbank acht bewezen dat verdachte [slachtoffer 2] heeft gedrogeerd en haar daarmee in een staat van onmacht heeft gebracht, waardoor zij zich niet tegen zijn handelingen kon verzetten. [slachtoffer 2] heeft verklaard MDMA te hebben genomen en shots te hebben gedronken. Hierna voelde zij de effecten van alcohol. Toen kwam verdachte terug met een lepel waaraan ze moest likken en een glas met een klein laagje vloeistof. De vloeistof was kleurloos en zout. Na een halfuur kon ze niet meer goed praten, begon ze langzaam na te denken en werd ze dizzy. Vervolgens verloor ze het bewustzijn. Toen zij weer bijkwam kon ze zich moeilijk bewegen. Verdachte heeft haar gedragen naar de bank, omdat zij zelf niet meer goed kon lopen. Toen verdachte haar benen verplaatste, voelde deze heel slap en kon zij die niet bewegen. Ook lukte het haar meerdere keren niet om verdachte weg te duwen met haar hand. Zij heeft meerdere keren tegen verdachte gezegd dat ze geen seks met hem wilde. De verklaring van [slachtoffer 2] wordt ondersteund door het aantreffen van MDMA in haar bloed en de verklaring van de heer [naam 18] , die haar na haar bezoek aan verdachte heeft opgevangen en aan wie ze een vergelijkbaar verhaal als tegen de politie heeft verteld.

[slachtoffer 3]

De rechtbank acht bewezen dat verdachte [slachtoffer 3] heeft gedrogeerd en haar daarmee in een staat van onmacht heeft gebracht, waardoor zij zich niet tegen zijn handelingen kon verzetten. [slachtoffer 3] heeft verklaard shots te hebben gedronken. Hierna voelde zij zich duizelig, slap, had zij geen kracht in haar armen en moest zij overgeven. Toen verdachte haar op de bank legde, voelde zij zich zwak, kon ze niet spreken en had ze geen kracht meer in haar handen en lichaam. Ze realiseerde zich dat hij haar onderbroek naar beneden trok en dat wilde zij niet. Ze probeerde omhoog te komen en iets te zeggen, maar kon zich niet bewegen. Daarna kon ze zich niets meer herinneren.

De raadsman heeft bepleit dat de seks vrijwillig was en dat dit mede wordt ondersteund doordat [slachtoffer 3] zich de volgende dag afvroeg of zij wel was verkracht en is teruggegaan naar verdachte. Pas nadat de politieagenten haar hadden verteld, dat verdachte een ander meisje had verkracht, zou [slachtoffer 3] aangifte hebben willen doen van verkrachting. Dit zou de aangifte van [slachtoffer 3] hebben besmet. De rechtbank verwerpt dit verweer. Uit de verklaringen van [slachtoffer 3] is gebleken dat zij geen seks met verdachte wilde en dat zij meerdere keren heeft geprobeerd verdachte van zich af te duwen. Ook heeft [slachtoffer 3] in de ochtend van 29 augustus 2014 een sms’je naar verdachte gestuurd met de tekst ‘I really feel like you raped me’. Dit was voordat [slachtoffer 3] met de politieagenten terug is gegaan naar het huis van verdachte. Dat verdachte zijn slachtoffers in een staat van verminderd bewustzijn heeft gebracht en dat zij daardoor mogelijk een gebrekkige herinnering hebben aan wat er precies is gebeurd, kan bij de beoordeling van hun betrouwbaarheid niet tegen hen worden gebruikt. Uit het voorgaande leidt de rechtbank af dat [slachtoffer 3] geen vrijwillige seks heeft gehad met verdachte.

3.3.6.2. Seksuele handelingen

Verdachte heeft bekend dat hij geslachtsgemeenschap heeft gehad met [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] en dat hij en [slachtoffer 2] elkaar hebben gemasturbeerd. Met betrekking tot welke seksuele handelingen in elke zaak zijn verricht overweegt de rechtbank als volgt.

[slachtoffer 1]

De rechtbank acht bewezen dat verdachte zijn vingers en penis in de vagina van [slachtoffer 1] heeft gebracht. In haar aangifte heeft [slachtoffer 1] verklaard dat verdachte haar had verteld dat ze in de nacht van 7 juli 2016 op 8 juli 2016 seks hadden gehad. Eerst met zijn vingers en daarna echte seks. [slachtoffer 1] had de dag daarna last van haar vagina; ze had nooit eerder seks gehad. Ook bloedde zij en had zij haar tampon in het vuilnisbakje gedaan. Zij had bloed zien liggen op de L-vormige bank en op een hoeslaken. Dit wordt ondersteund door de letselverklaring, waarin is geconstateerd dat zij wondjes had aan haar maagdenvlies, en de foto van [slachtoffer 1] waarop onder haar een bebloede handdoek is te zien. Ook is uit het DNA-onderzoek gebleken dat het sperma van verdachte bij [slachtoffer 1] is aangetroffen en heeft verdachte bekend geslachts-gemeenschap met haar te hebben gehad.

[slachtoffer 3]

De rechtbank acht bewezen dat verdachte zijn penis in de vagina van [slachtoffer 3] heeft gebracht.

heeft verklaard dat verdachte haar onderbroek naar beneden heeft getrokken en met zijn penis in haar vagina kwam. Toen zij wakker werd, was verdachte haar aan het neuken. Haar verklaring wordt ondersteund door het DNA-onderzoek, waaruit is gebleken dat het sperma van verdachte bij [slachtoffer 3] is aangetroffen. Verdachte heeft bekend geslachts-gemeenschap te hebben gehad met [slachtoffer 3] .

[slachtoffer 2]

De rechtbank acht bewezen dat verdachte zijn penis in de vagina van [slachtoffer 2] heeft gebracht. [slachtoffer 2] heeft verklaard dat zij in de nacht van 29 mei 2015 op 30 mei 2015 seks heeft gehad met verdachte. Zij heeft verklaard dat verdachte achter haar lag, haar tampon eruit haalde en achterlangs zijn penis in haar vagina had gedaan. Zij voelde dat hij zijn penis in haar stak en dat hij haar penetreerde. Ook zou verdachte in de ochtend tegen haar hebben gezegd dat zij seks hadden gehad als dieren, geweldige seks. Verdachte heeft verklaard dat hij [slachtoffer 2] enkel zou hebben gemasturbeerd en niet zou hebben gepenetreerd. De raadsman heeft in dit verband opgemerkt dat geen sperma van verdachte bij [slachtoffer 2] is aangetroffen. De rechtbank verwerpt dit verweer. De rechtbank merkt op dat verdachte dit voor het eerst is gaan verklaren nadat is gebleken dat geen DNA-spoor van hem is aangetroffen bij [slachtoffer 2] . Daarvoor beriep hij zich een aantal malen op zijn zwijgrecht heeft beroepen. De rechtbank overweegt verder als volgt.

Schakelbewijs ten aanzien van het binnendringen

Hierboven is reeds opgemerkt dat in moeilijk bewijsbare zedenzaken aangiftes elkaar kunnen ondersteunen als deze overeenkomen op punten als de aard van de seksuele handelingen en de wijze waarop en eventueel de plaats waar deze plaatsvonden. [slachtoffer 2] heeft verklaard dat verdachte haar heeft gepenetreerd, terwijl zij op de bank lag en dat zij zich hiertegen niet kon verzetten. Ook [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] hebben verklaard dat zij door verdachte op de bank zijn gepenetreerd en dat zij zich hiertegen niet konden verzetten. [slachtoffer 1] heeft verklaard dat verdachte eerst zijn vingers naar binnen heeft gebracht en haar hierna met zijn penis heeft gepenetreerd. Zij was nog maagd en bloedde op dat moment. Verdachte heeft verklaard [slachtoffer 2] niet met zijn penis te hebben gepenetreerd, omdat zij ongesteld was en verdachte dan geen geslachtsgemeenschap wil. De rechtbank acht deze verklaring ongeloofwaardig. Immers is verdachte bij zowel [slachtoffer 3] als [slachtoffer 1] binnengedrongen met zijn penis en heeft bloed hem bij [slachtoffer 1] hier niet van weerhouden. De verklaringen van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] ondersteunen elkaar bovendien voor wat betreft de aard van de seksuele handelingen gepleegd door verdachte en de wijze waarop die handelingen op de bank van verdachte plaatsvonden. Bij geen van de onderzochte gevallen is daarnaast gebleken dat verdachte vrijwillig is gestopt na het masturberen. Hier komt bij dat getuige [naam 18] heeft verklaard dat [slachtoffer 2] hem heeft verteld dat verdachte haar had gepenetreerd, terwijl zij dat niet wilde. De rechtbank gebruikt de verklaringen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] dan ook als schakelbewijs en de verklaring van [naam 18] als steunbewijs.

4 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in de bijlage vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

1.

op 7 juli 2016 en/of 8 juli 2016 te Amsterdam door een feitelijkheid [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, immers heeft hij, verdachte, die [slachtoffer 1] glazen alcoholhoudende drank gegeven en door die drank een of meer verdovende, in elk geval bewustzijn verminderende, middelen gemengd, althans die [slachtoffer 1] op enige wijze een of meer verdovende, in elk geval bewustzijn verminderende middelen toegediend en vervolgens die [slachtoffer 1] op een bank gelegd en zijn vingers en zijn penis in de vagina van die [slachtoffer 1] gebracht;

2.

op 8 juli 2016 te Amsterdam opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en een hoeveelheid van een materiaal bevattende metamfetamine en een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA;

3.

op 29 mei 2015 en/of 30 mei 2015 te Amsterdam door een feitelijkheid [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, immers heeft hij, verdachte, die [slachtoffer 2] glazen alcoholhoudende drank gegeven en door die drank een of meer verdovende, in elk geval bewustzijn verminderende, middelen gemengd, althans die [slachtoffer 2] op enige wijze een of meer verdovende, in elk geval bewustzijn verminderende middelen toegediend en vervolgens zijn penis in de vagina van die [slachtoffer 2] gebracht;

4.

op 28 augustus 2014 en/of 29 augustus 2014 te Amsterdam door een feitelijkheid [slachtoffer 3] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, immers heeft hij, verdachte, die [slachtoffer 3] glazen alcoholhoudende drank gegeven en door die drank een of meer verdovende, in elk geval bewustzijn verminderende, middelen gemengd, althans die [slachtoffer 3] op enige wijze een of meer verdovende, in elk geval bewustzijn verminderende middelen toegediend en vervolgens zijn penis in de vagina van die [slachtoffer 3] gebracht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

5 De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

6 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7 Motivering van de straf

7.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door haar bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van zeven jaren en tot terbeschikkingstelling (hierna: TBS) met dwangverpleging. De officier van justitie heeft daartoe onder andere aangevoerd dat het dossier voldoende handreikingen bevat voor de rechtbank om vast te stellen dat verdachte lijdende is aan een ziekelijke stoornis dan wel een gebrekkige ontwikkeling van de geestesvermogens.

7.2.

Het strafmaatverweer van de verdediging

De raadsman heeft primair aangevoerd dat onvoldoende is gebleken dat verdachte lijdende is aan een ziekelijke stoornis dan wel een gebrekkige ontwikkeling van de geestesvermogens, waardoor een TBS-maatregel niet aan de orde is. Subsidiair heeft de raadsman verzocht een lage gevangenisstraf op te leggen, omdat geen veroordelingen voor zedendelicten voorkomen op het strafblad van verdachte en het goed met hem gaat sinds 2007. Daarbij heeft de raadsman verzocht rekening te houden met de lange duur van de voorlopige hechtenis en de daarmee gepaard gaande onzekerheid.

7.3.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal een gevangenisstraf van tien jaar opleggen. Deze gevangenisstraf is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

Alvorens de rechtbank ingaat op de omstandigheden die tot oplegging van deze gevangenisstraf hebben geleid, zal zij eerst bespreken waarom zij niet tot oplegging van de TBS-maatregel komt.

Geen oplegging TBS

De rechtbank heeft acht geslagen op de rapportages over verdachte, in het bijzonder een Pro Justitia-rapportage van het NIFP, locatie Pieter Baan Centrum (hierna: PBC), opgesteld door P.K.J. Ronhaar, psychiater, en G.M. Jansen, psycholoog, van 19 juni 2017. Verdachte heeft – ten dele op advies van zijn vorige advocaat – niet willen meewerken aan de onderzoeken van de psycholoog en psychiater. Hierdoor konden zowel G.M. Jansen als P.K.J. Ronhaar geen adequaat psychologisch en psychiatrisch onderzoek uitvoeren met het gevolg dat zij onvoldoende zicht konden krijgen op zijn psychische functies en persoonlijkheidsaspecten. In de Pro Justitia-rapportage onder meer het volgende opgenomen:

Ondergetekenden achten het waarschijnlijk dat betrokkenes weigering van invloed is geweest op zijn functioneren tijdens de observatieperiode en dat een deel van bovengenoemde observaties hieraan toe te schrijven is. Betrokkenes functioneren gaat echter nadrukkelijk verder dan wat doorgaans gezien wordt bij verdachten die het gedragskundig onderzoek in het Pieter Baan Centrum weigeren. Op grond hiervan hebben ondergetekenden overwogen of een en ander als pathologisch geduid moet worden, bijvoorbeeld op het gebied van cognitief functioneren, zijn persoonlijkheid en/of (trekken van) een autismespectrumstoornis. Hoewel ondergetekenden menen dat de bevindingen wijzen in de richting van pathologie, kunnen zij - door betrokkenes weigering, de daarmee samenhangende beperkingen van dit onderzoek, maar ook vanwege het ontbreken van zowel referenteninformatie als het zicht op betrokkenes functioneren buiten deze observatieperiode - niet met zekerheid vaststellen dat het hier om (meer duurzame) pathologie gaat. Voor een stoornis op het gebied van seksualiteit en/of middelengebruik werden geen aanwijzingen gezien, maar kunnen niet geheel worden uitgesloten. Gelet op het voorgaande kan de vraag naar een ziekelijke stoornis en/of een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens niet worden beantwoord. Dat geldt ook voor de periode van de ten laste gelegde feiten.

Ter terechtzitting zijn G.M. Jansen en P.K.J. Ronhaar nader gehoord over hun rapportage. Op de zitting hebben zij bovenstaande conclusie bevestigd.

Verdachte heeft het de rechtbank onmogelijk gemaakt zich een beeld te vormen van zijn persoonlijkheid, doordat hij van meet af aan ieder justitieel onderzoek naar zijn geestesvermogens heeft gefrustreerd en niet heeft willen meewerken. De behandeling ter terechtzitting heeft dit niet anders gemaakt. De rapporteurs van het PBC hebben op basis van hun waarnemingen in hun rapportage geconcludeerd dat er niettemin aanwijzingen zijn voor pathologie. Of verdachte daadwerkelijk lijdt aan een stoornis kan echter niet worden vastgesteld door zijn weigering zich te laten onderzoeken. Daarmee blijft onduidelijk in hoeverre de feiten aan verdachte kunnen worden toegerekend, en of de kans bestaat dat verdachte als gevolg van eventuele pathologie in de toekomst weer dit soort strafbare feiten zal plegen.

De rechtbank ziet in tegenstelling tot de officier van justitie in het dossier onvoldoende handreikingen om tot een andersluidend oordeel te komen. De ingeschakelde psychiater en psycholoog zijn bij uitstek deskundig om tot een diagnose te komen. De door de officier van justitie genoemde handreikingen waren bekend bij deze deskundigen. Aangezien zij desondanks geen stoornis hebben kunnen vaststellen bij verdachte, terwijl zij verdachte bovendien wekenlang ter observatie in het PBC hebben gehad, valt niet goed in te zien hoe de rechtbank met dezelfde handreikingen op grond van een veel korter contactmoment en veel minder specifieke expertise op dit vlak tot een andersluidende conclusie zou kunnen komen. De enige manier waarop dat denkbaar zou zijn is door te concluderen dat elke dader, die dit type verkrachtingen pleegt, lijdt aan een stoornis of een gebrekkige ontwikkeling van zijn geestesvermogens. Dit is een gevolgtrekking die de rechtbank – net als blijkbaar de deskundigen – niet voor haar rekening kan en wil nemen.

Het door verdachte niet meewerken aan de persoonlijkheidsonderzoeken betekent dat de rechtbank de mogelijkheid is ontnomen om te oordelen of de maatschappij tegen verdachte beschermd dient te worden door het opleggen van een TBS-maatregel. En dit terwijl het tijdens het PBC-onderzoek geconstateerde gedrag van verdachte, in het licht van de bewezen geachte feiten, ernstige twijfels doet rijzen over de vraag of verdachte, zoals hij zelf stelt, als volledig toerekeningsvatbaar dient te gelden.

De rechtbank ziet zich dan ook genoodzaakt de maatschappij op een andere wijze tegen verdachte te beschermen, te weten door het opleggen van een langere gevangenisstraf dan rechters hebben gedaan bij soortgelijke feiten.

Oplegging van een gevangenisstraf

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder nog het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft zich in een tijdsbestek van ongeveer twee jaar schuldig gemaakt aan drie verkrachtingen. De rechtbank heeft gekeken naar straffen die in vergelijkbare zaken worden opgelegd. Voor verkrachting geldt sinds de laatste wijziging op 22 november 2013 een landelijk oriëntatiepunt van een gevangenisstraf van 24 maanden. Het komt de rechtbank voor dat hier eerder een ondergrens mee wordt aangegeven, dan de straf voor een verkrachting in zijn meest voorkomende verschijningsvorm. Wat hier verder ook van zij, de rechtbank ziet in de volgende strafverzwarende omstandigheden aanleiding om van voornoemd oriëntatiepunt af te wijken.

In alle bewezen feiten ging het om jonge vrouwen (19, 22 en 24 jaar) die in het kader van Couchsurfing bij verdachte in huis kwamen. Uit de omstandigheden en de situatie in zijn woning blijkt dat verdachte zeer geraffineerd en beredeneerd te werk is gegaan. Op internet is hij op zoek gegaan naar slachtoffers voor zijn eigen lusten. Hij deed zich voor als host en nodigde de slachtoffers uit in zijn woning te overnachten. Van het vertrouwen dat de slachtoffers hadden, toen zij naar de woning van verdachte kwamen, heeft hij vervolgens op grove wijze misbruik gemaakt. Hij bood de vrouwen eten en alcohol aan waar hij, zonder dat zij dat wisten, bewustzijnsverminderende middelen, vermoedelijk GHB, in heeft gedaan. Door de slachtoffers te drogeren, heeft hij ze in een positie gebracht waarin zij zich niet konden bewegen of verweren. Vervolgens heeft hij ze verkracht.

Verdachte heeft de levens van de slachtoffers door zijn handelen van de een op de andere dag volledig veranderd. Hij heeft hen een onbezorgd leven afgenomen en heeft de gevoelens van de slachtoffers genegeerd en ondergeschikt gemaakt aan de bevrediging van zijn eigen lustgevoelens. Hiermee heeft hij op grove wijze inbreuk gemaakt op de lichamelijke en psychische integriteit van de slachtoffers. Slachtoffers van zulke feiten ondervinden vaak langdurig psychische nadelige gevolgen. Dat de slachtoffers daadwerkelijk de gevolgen van deze feiten hebben ondervonden, blijkt onder meer uit de voegingsformulieren van de benadeelde partijen in het strafproces, de slachtofferverklaringen en de pleitnotities van hun advocaat.

[slachtoffer 3] heeft naast psychische problemen ook concentratieproblemen gekregen, waardoor zij een studievertraging van tweeënhalf jaar heeft opgelopen. Ze kwam haar huis enkel nog uit om te werken zodat zij in haar levensonderhoud kon voorzien en durfde mensen niet meer te vertrouwen. Zij krijgt nog steeds begeleiding. [slachtoffer 1] was 19 jaar en maagd ten tijde van het bewezen verklaarde. Nog steeds heeft de gebeurtenis veel impact op haar. Zij verklaart nooit meer de extravagante persoon te kunnen zijn die zij was, zij is angstig geworden, denkt geen liefdesrelatie meer in stand te kunnen houden en heeft opnieuw vliegangst gekregen, wat lastig is omdat zij in het buitenland studeert. Ook [slachtoffer 1] heeft naast de psychische problemen last van concentratieproblemen, wat niet ten goede komt aan de studie. [slachtoffer 2] heeft op 24 februari 2016 zelfmoord gepleegd. Hoewel er aanwijzingen zijn dat zij eerder al heftige gebeurtenissen had meegemaakt, lijkt de onderhavige verkrachting toch het startpunt van een niet meer te keren neerwaartse spiraal in haar welbevinden te zijn geweest. Dit volgt ook uit haar opmerking op Facebook over deze traumatische gebeurtenis. De rechtbank ziet dan ook een verband tussen de verkrachting en haar uiteindelijke zelfmoord.

De rechtbank weegt als strafverzwarende omstandigheid tot slot mee dat verdachte er op geen enkel moment blijk van heeft gegeven zich te realiseren wat hij zijn slachtoffers heeft aangedaan. Van enige spijt is niet gebleken. Na de gebeurtenissen heeft hij met andere mannen zijn Couchsurfing-ervaringen gedeeld, wat er des te meer op duidt dat verdachte het kwalijke van zijn handelen niet inziet. Hierdoor moet gevreesd worden voor een grote kans op herhaling.

Gelet op al deze strafverzwarende omstandigheden acht de rechtbank per verkrachting een gevangenisstraf van drie jaar passend en geboden.

Naast deze feiten heeft verdachte zich ook schuldig gemaakt aan overtreding van de Opiumwet, door een hoeveelheid cocaïne, metamfetamine en MDMA aanwezig te hebben. Drugs zijn schadelijk voor de gezondheid van personen en het aanwezig hebben hiervan is daarom verboden bij de Opiumwet. Aangezien het bezit van deze drugs ofwel ten dienste stond aan het faciliteren van de verkrachtingen ofwel was bedoeld voor eigen gebruik, zal de rechtbank verdachte hiervoor geen hogere straf opleggen.

De rechtbank heeft in het kader van de TBS al opgemerkt dat zij zich genoodzaakt ziet de maatschappij tegen verdachte te beschermen door het opleggen van een langere gevangenisstraf dan passend zou zijn in een zaak waarbij een goed beeld is verkregen van de persoonlijkheid van de dader. De rechtbank zal daarom een extra jaar gevangenisstraf opleggen aan verdachte.

Alles afwegende zal de rechtbank een gevangenisstraf van tien jaar opleggen.

8 Beslag

Onder verdachte zijn de volgende voorwerpen in beslag genomen:

 Itemnummer 5217152 – 2.00 STK Pyjama

 Itemnummer 5217340 – 1.00 STK USB-Stick (memorykaart)

 Itemnummer 5217587 – 1.00 STK Ondergoed

 Itemnummer 5217414 – 1.00 FLS Fles

 Itemnummer 5217417 – 3.00 FLS Fles

Verbeurdverklaring

Voorwerpen toebehorende aan [slachtoffer 1]

De inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerpen, te weten: twee pyjama’s en ondergoed, die aan de aangeefster [slachtoffer 1] toebehoren, dienen te worden verbeurd verklaard en zijn daarvoor vatbaar, aangezien met betrekking en/of met behulp van die voorwerpen het onder 1 bewezen geachte is begaan. De rechtbank geeft in overweging deze voorwerpen te vernietigen.

Voorwerpen toebehorende aan verdachte

De voorwerpen, te weten: vier flessen behoren aan verdachte toe. Nu met behulp van die voorwerpen het onder 1, 3 en 4 bewezen geachte is begaan, worden deze voorwerpen verbeurdverklaard.

(Voorwaardelijke) teruggave aan belanghebbende

De in beslag genomen en niet terug gegeven voorwerpen, te weten: een USB-stick, dient in beginsel aan verdachte te worden teruggegeven, aangezien deze aan hem toebehoort. De rechtbank bepaalt evenwel dat de USB-stick enkel kan worden teruggegeven als er geen compromitterend materiaal op staat en/of gegevens die verband houden met Couchsurfing. Indien dergelijke gegevens wel op de USB-stick staan, dient deze te worden onttrokken aan het verkeer, aangezien met betrekking tot dit voorwerp het onder 1 bewezen geachte is begaan en dit voorwerp van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.

9 Ten aanzien van de benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel

[slachtoffer 1]

vordert € 4.000,00 aan vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 7 juli 2016 tot aan de dag van de algehele voldoening.

Vast staat dat aan [slachtoffer 1] door het onder 1 bewezen verklaarde rechtstreeks immateriële schade is toegebracht waarvoor verdachte aansprakelijk is. De hoogte van de vordering is niet betwist. De gevorderde schadevergoeding komt de rechtbank niet onjuist voor en is voldoende onderbouwd en zal daarom worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 juli 2016 tot aan de dag van de algehele voldoening. De rechtbank legt daarbij ook de schadevergoedingsmaatregel op.

[slachtoffer 3]

vordert € 4.000,00 aan vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 augustus 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Vast staat dat aan [slachtoffer 3] door het onder 4 bewezen verklaarde rechtstreeks immateriële schade is toegebracht waarvoor verdachte aansprakelijk is. De hoogte van de vordering is niet betwist. De gevorderde schadevergoeding komt de rechtbank niet onjuist voor en is voldoende onderbouwd en zal daarom worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 28 augustus 2014 tot aan de dag der algehele voldoening. De rechtbank legt daarbij ook de schadevergoedingsmaatregel op.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 33, 33a, 36f, 57 en 242 van het Wetboek van Strafrecht en op artikelen 2 en 10 van de Opiumwet.

11 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

ten aanzien van het onder 1, 3 en 4 bewezen verklaarde:

verkrachting, meermalen gepleegd;

ten aanzien van het onder 2 bewezen verklaarde:

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 10 (tien) jaren.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering (en in voorlopige hechtenis) is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Verklaart verbeurd:

 Itemnummer 5217152 – 2.00 STK Pyjama

 Itemnummer 5217587 – 1.00 STK Ondergoed

 Itemnummer 5217414 – 1.00 FLS Fles

 Itemnummer 5217417 – 3.00 FLS Fles

Gelast de teruggave aan [verdachte] van:

 Itemnummer 5217340 – 1.00 STK USB-Stick (memorykaart)

Bepaalt daarbij dat indien op de USB-stick compromitterend materiaal staat en/of gegevens staan die verband houden met Couchsurfing, deze alsnog niet wordt teruggegeven aan verdachte maar wordt onttrokken aan het verkeer.

Wijst de vordering van [slachtoffer 1], wonende op het adres [adres 2] , toe tot € 4.000,- (vierduizend euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 7 juli 2016 tot aan de dag van de algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [slachtoffer 1] voornoemd.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat € 4.000,- (vierduizend euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 7 juli 2016 tot aan de dag van de algehele voldoening, te betalen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 50 (vijftig) dagen. De toepassing van die hechtenis heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

Wijst de vordering van [slachtoffer 3], wonende op het adres [adres 3] , toe tot € 4.000,- (vierduizend euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 augustus 2014 tot aan de dag van de algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [slachtoffer 3] voornoemd.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 3] aan de Staat € 4.000,- (vierduizend euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 augustus 2014 tot aan de dag van de algehele voldoening, te betalen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 50 (vijftig) dagen. De toepassing van die hechtenis heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

Dit vonnis is gewezen door

mr. M.R.J. van Wel, voorzitter,

mrs. M.J.E. Geradts en R.H.G. Odink, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. C.L. Lugthart, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 5 april 2018.