Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2018:1915

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
03-04-2018
Datum publicatie
06-04-2018
Zaaknummer
AMS 17/6294
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Als een auto kapot is en op een parkeerplaats staat moet er ook parkeerbelasting worden betaald.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Viditax (FutD), 12-04-2018
FutD 2018-1077
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: AMS 17/6294

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 april 2018 in de zaak tussen

[eiseres] , te [plaats] , eiseres,

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam, verweerder

(gemachtigde: C.D.H. Helder).

Procesverloop

Op 18 maart 2017 heeft verweerder aan eiseres een naheffingsaanslag parkeerbelasting (de naheffingsaanslag) opgelegd.

Bij uitspraak op bezwaar van 22 juli 2017 (de bestreden uitspraak op bezwaar) heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen de naheffingsaanslag ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen de bestreden uitspraak op bezwaar beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 februari 2018.

Eiseres is vertegenwoordigd door [naam] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Op 15 maart 2017 omstreeks 19:21 uur stond de auto van eiseres met kenteken

[kenteken] geparkeerd ter hoogte van de [adres] te Amsterdam (de locatie). Bij controle is gebleken dat eiseres voor dat parkeren geen parkeerbelasting heeft betaald. Om die reden is een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd ten bedrage van € 41,10 (€ 3,00 aan parkeerbelasting en € 38,10 aan kosten van de naheffing).

2. De gemachtigde van eiser heeft aangevoerd dat hij kort voordat de naheffingsaanslag werd opgelegd autopech had en op advies van een langsrijdende surveillancewagen van de Politie zijn auto van de weg heeft geduwd en op de locatie heeft gezet. Terwijl hij op de ANWB stond te wachten, is de naheffingsaanslag opgelegd. Er was sprake van overmacht. Eiseres heeft gebeld met verweerder en toen is aangegeven dat het onwaarschijnlijk zou zijn dat de naheffingsaanslag zou moeten worden voldaan. Ter onderbouwing van dit betoog heeft eiseres een uitdraai uit het systeem van de ANWB overgelegd.

3. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat – kort samengevat – eiseres parkeerbelasting had moeten betalen voor het gebruik van de fiscale parkeerplek. Verweerder heeft begrip voor de situatie, maar eiseres had, ondanks de autopech niet kunnen concluderen tot vrij parkeren.

4. Op grond van artikel 1, onder a, van de Verordening parkeerbelastingen 2017 van de gemeente Amsterdam (hierna: de Verordening) wordt onder de naam parkeerbelasting een belasting geheven ter zake van het parkeren van een voertuig op een bij dan wel krachtens deze verordening in de daarin aangewezen gevallen door het college van burgemeester en wethouders te bepalen plaats, tijdstip en wijze.

5. Op grond van artikel 2, aanhef en onder a, van de Verordening wordt onder ‘parkeren’ verstaan het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen, dan wel het onmiddellijk laden of lossen van goederen.

6. Op grond van artikel 4, eerste lid, van de Verordening is de parkeerbelasting - voor zover hier van belang - verschuldigd bij de aanvang van het parkeren.

7. Het staat niet ter discussie dat de auto van eiseres op 15 maart 2017 om 19.21 uur op een fiscale parkeerplaats stond en dat voor parkeren op die datum en dat tijdstip parkeerbelasting verschuldigd was. Naar het oordeel van de rechtbank was sprake van parkeren als bedoeld in artikel 2, aanhef en onder a, van de Verordening. De auto van eiseres stond immers stil op een fiscale parkeerplaats. Dat de auto daar was neergezet in afwachting van de ANWB wegens autopech, is weliswaar een vorm van overmacht, maar dat neemt niet weg dat sprake was van parkeren en dat eiseres daarvoor parkeerbelasting moest betalen. Een beroep op overmacht kan alleen dan slagen indien eiseres in verband met een noodsituatie of een spoedeisende situatie verhinderd was of niet in staat was om tijdig parkeerbelasting te voldoen. In dit geval heeft het beroep van eiseres op overmacht betrekking op het feit dat de auto wegens autopech op de fiscale parkeerplaats was gezet. De gemachtigde van eiseres was echter wel in staat om parkeerbelasting te voldoen. Hoewel de rechtbank begrip heeft voor de situatie waarin eiseres verkeerde en de manier waarop is gehandeld, kan dit er niet leiden dat eiseres geen parkeerbelasting hoefde te betalen. De rechtbank merkt hierbij op dat parkeerbelasting een zogenoemde objectieve belasting is. Dat betekent dat persoonlijke omstandigheden van de belastingplichtige niet kunnen meewegen bij de vraag of de naheffingsaanslag terecht is opgelegd.

8. Gelet op het voorgaande is de naheffingsaanslag terecht opgelegd. Het beroep is ongegrond.

9. Voor een proceskostenveroordeling of een vergoeding van het griffierecht bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B. de Vos, rechter, in aanwezigheid van mr. L.M.M. Schenk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 3 april 2018.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam.