Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2018:1555

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
14-03-2018
Datum publicatie
31-10-2018
Zaaknummer
C/13/629708 / HA ZA 17-557
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Onrechtmatige perspublicatie. Columns met beschuldiging van seksuele intimidatie. Herleidbaarheid tot eiser. Aantasting goede naam, eer en reputatie.Smartengeld €10.000.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PS-Updates.nl 2018-0903
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rolnummer: C/13/629708 / HA ZA 17-557

Vonnis van 14 maart 2018

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiser,

advocaat mr. R. Klöters te Amsterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

TMG LANDELIJKE MEDIA B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

advocaat mr. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam.

Partijen zullen hierna [eiser] en TMG worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 22 mei 2017,

  • -

    de akte overlegging producties zijdens [eiser] ,

  • -

    de conclusie van antwoord, met producties,

  • -

    het tussenvonnis van 18 oktober 2017 waarbij een comparitie van partijen is gelast,

  • -

    de akte overlegging aanvullende producties zijdens [eiser] ,

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 31 januari 2018, en de daarin opgenomen proceshandelingen en processtukken.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiser] is [beroep] . Hij treedt ook regelmatig op in de televisieprogramma’s ‘ Dit was het nieuws ’ en ‘ De wereld draait door ’.

2.2.

TMG is uitgeefster van (onder meer) het dagblad Metro dat gratis wordt verspreid en van de website www.metronieuws.nl. Daarnaast heeft TMG een account op Twitter onder de naam Dagblad Metro.

2.3.

Op [datum] is in het papieren dagblad Metro (hierna: Metro) en op de website www.metronieuws.nl een column geplaatst van de hand van toenmalig Metro-columniste [naam 1] met als titel “ [naam titel] ”. De column luidt, voor zover relevant:

“(…) Aanranding wil ik het niet noemen, dat vind ik flauw. Al is dat technisch gezien eigenlijk precies wat er is gebeurd. Maar wat er precies is gebeurd, probeer ik nog op een rijtje te krijgen, en waarom het is gebeurd weet ik ook niet helemaal. Wel weet ik dat dit soort dingen elke dag gebeuren. En dat al die meisjes zich net als ik nu afvragen: “Heb ik dit zelf uitgelokt?” Natuurlijk klinkt dat raar, maar ik zou het ook stom vinden om er zomaar vanuit te gaan dat ik er sowieso niks aan kon doen. Dat de man altijd de schuld heeft, omdat hij nu eenmaal sterker is. (…) Aan de andere kant, terwijl ik dit schrijf staat ‘Trouble’ van Taylor Swift op repeat, voel ik me superrot (zie voorgaande punt), tel ik vijf blauw-groene plekken, kan ik mijn nek niet goed draaien en niet op mijn linkerzij liggen. En dat is helemaal niet oké. (…)

Ik weet ook wel dat hij me geen pijn wilde doen, niet expres. Want wat voor mannen blijkbaar echt onweerstaanbaar is, is het woord ‘nee’. Hard-to-get schijnt een heel leuk spelletje te zijn, maar…ik speelde helemaal geen spelletje. Waar het op neerkwam is dat de man in kwestie – die ik tot overmaat van ramp stiekem ook nog best wel lief en leuk vond – gewoon bezet was en daarom bij mij uit de buurt moest blijven. Dat heb ik ook gezegd. Een stuk of dertig keer. Maar hoe stelliger ik hem afwees, hoe stelliger hij werd. Toch lukte het me om hem van me af te houden, en geloof me als ik zeg dat mij dat ook heel veel zelfbeheersing kostte. Bijna was er niks aan de hand geweest, want ik fietste gewoon naar huis die avond. Maar we kwamen elkaar twee kilometer verder weer tegen, en dat eindigde dus met mij tegen een hek. In de armen van die supersterke sexy Neanderthaler waar ik als verwarde feministe eerder om had gevraagd. Blijkbaar werkt het woord ‘nee’ heel goed. Voor ‘iets’ in ieder geval. Vooral als je het bijna helemaal meent.”

2.4.

In een column van [naam 1] van [datum] met als titel “ [naam titel] ”, die in Metro en op www.metronieuws.nl is geplaatst, staat, voor zover van belang:

“(…) Ik snap dat ze geen vuile was buiten willen hangen, zoals ik dat laatst eigenlijk ook niet wilde doen toen ik schreef over de onvrijwillige zoenpartij die leidde tot een inmiddels ontstoken wervelgewricht. Maar het was wel nodig. Want dit soort dingen zijn niet normaal. (…)”

2.5.

De column van [naam 1] van [datum] met als titel “ [naam titel] ”, die in Metro en op www.metronieuws.nl is geplaatst, luidt, voor zover relevant:

“(…) Ik vermoed in ieder geval sterk dat de jongen die mij vorig jaar aanviel en aanrandde (zie Metro-column “ [naam titel] ”) dat niet had gedaan als hij niet zo’n onzeker, miserabel ventje was dat denkt dat hij moet bedriegen en mishandelen om iemand in z’n bed te krijgen. (…)”

2.6.

Op [naam titel] is in Metro en op www.metronieuws.nl een column van [naam 1] geplaatst met als titel “ [naam titel] ”. De column luidt, voor zover relevant:

“Hij lispelde dat ik hem gek maakte. Ik sputterde dat hij een vriendin had. Hij vond dat ik mijn bek moest houden. Ik werd opgetild, over een hek geworpen als een gevild schaap, gebeten, zo hard aan mijn haren getrokken dat mijn hoofd naar achteren klapte en ruw aangerand. Hij won. Ik riep ‘nee’. Niemand luisterde.

De politie zei dat ik goed moest nadenken over de consequenties van een aangifte. De fysiotherapeut zei dat ik twee ontstoken ruggenwervels had en de pijn nog wel even zou voelen. Mijn rug zeurt ruim twee jaar later nog steeds. De psycholoog zei dat ik mezelf een proces moest besparen. Mijn vriendinnen riepen dat ik hem naar de rechtszaal moest slepen. Maar mijn geweten zei dat ik niemand wilde beschadigen en dat hij gewoon moest stoppen met meisjes belagen. Ik vertelde hem wat hij precies had verneukt. Hij zei dat ‘ie geen tijd had voor gejank, rechten had gestudeerd en me kapot zou maken in een rechtszaak. Iets zei me dat dit wellicht niet zo’n empathisch persoon was. De comedyclub waar hij werkt zei de grappenmaker te hebben aangesproken op zijn enthousiaste gebruik van de bar. Maar de geruchten zeggen dat er nog steeds geen comédienne naar binnen durft. Wat kun je daarvan zeggen. Om nog maar niet te beginnen over het feit dat dit soort gekken zo vaak macht en status bezitten en het me een smaadklacht zou opleveren als ik zijn naam onthul. Maar zwijgen doe ik al een tijdje.

De politie zegt nog steeds dat ik beter echt niet aan een aangifte kan beginnen. (…)

(…) Ik wil niet veel zeggen; iedereen moet zelf kiezen voor aangifte, of niet. Ik zeg niet dat ik wel durf. Maar kom op zeg: zolang we massaal worden genaaid en luisteren naar ‘bek houden’ heeft het stemmetje dat zegt dat het onze eigen schuld is, gewonnen. (…) Iedereen zegt er van alles over. Maar wat zeg jij ervan: moet ik aangifte doen?”

2.7.

[naam 1] heeft op [naam titel] om [tijd] op haar Twitter-account het volgende bericht geplaatst:

“ [titel bericht] ”, met een link naar een video op YouTube van [eiser] getiteld “ [naam titel] ” uit zijn show [naam show] .

2.8.

Op [naam titel] om [tijd] is op www.metronieuws.nl een column geplaatst van [naam 2] (hierna [naam 2] ) met als titel [naam titel] ”. In de column staat onder meer:

“Metro-collega (…) [naam 1] vroeg zich af of ze aangifte moet doen tegen de man die haar beet, aan haar haren trok en aanrandde. De politie zegt: denk goed na. De psycholoog: bespaar jezelf de ellende. De dader: ik maak je kapot.

(…) [ [naam 1] , vzr.] zegt niet dat de verdachte [beroep] [naam 3] is. Ik ook niet. Wel dat aangifte slechts een streepje extra in de statistieken wordt.

Op [datum] speelt die knakker in Den Haag. Even [naam 4] vragen of -ie mee wil.

Met wat vrienden. Alleen voor een goed gesprek natuurlijk. Anders gaat ie wéér slachtoffer spelen…”

Onder deze column staat onder het kopje “Gerelateerd nieuws” een link naar de column van [naam 1] van [naam titel] .

2.9.

Op [datum] is op www.metronieuws.nl een artikel verschenen van [andere columniste, rechtbank] met als titel “ [naam titel] ”. In de column staat, voor zover relevant:

“De column van (…) [naam 1] , die maandag verscheen in deze krant, leverde een storm van reacties op. Zij stelde hierin de vraag wel of geen aangifte van een aanranding te doen die twee jaar geleden plaatsvond. (…)

[naam 1] zelf is blij dat haar column zoveel aandacht heeft gegenereerd voor het taboe rondom aanranding en de emotionele en juridische gevolgen daarvan. Of ze nu wel of geen aangifte gaat doen, daar is ze nog niet uit. “Het wordt niet voor niets afgeraden: hij krijgt dan mijn gegevens en het laatste wat ik ons beiden gun is een kil onmenselijk gevecht voor de rechter. Ik ben niet uit op wraak, maar rechtvaardigheid. (…)”

Onder deze column staat onder het kopje “ [naam titel] ” een link naar de column van [naam 2] van [naam titel] en een link naar de column van [naam 1] van [naam titel] .

2.10.

De column van [naam 2] is op [datum] van www.metronieuws.nl verwijderd.

2.11.

Verschillende personen hebben onder verzonnen namen reacties bij bovenstaande columns geplaatst en zich over deze situatie uitgelaten in tweets. Sommige personen hebben daarbij de naam van [eiser] genoemd.

2.12.

Bij vonnis van in kort geding van 3 augustus 2015 (verder: het kortgedingvonnis) heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank, voor zover hier van belang, overwogen en beslist:

“(…)

4.4.

De voorzieningenrechter overweegt als volgt.

Anders dan TMG heeft betoogd is de voorzieningenrechter van oordeel dat de column van [naam 1] van [naam titel] herleidbaar is geworden tot [eiser] . TMG heeft er weliswaar terecht op gewezen dat in de column de naam van [eiser] niet wordt genoemd noch de comedyclub waar hij werkt, maar er wordt wel melding gemaakt van het feit dat het gaat om een ‘grappenmaker die bij een comedyclub werkt en rechten heeft gestudeerd’. [naam 1] heeft voorts na het plaatsen van de column een bericht op Twitter gepost (“ [naam titel] ”) met daarbij een youtube-filmpje van [eiser] . Hoewel TMG, zoals zij terecht heeft aangevoerd, hiervoor niet aansprakelijk is, is de column van [naam 1] van [naam titel] door deze tweet wel herleidbaar geworden tot [eiser] . Daarbovenop komt dan nog de column van [naam 2] , die ook op die bewuste [naam titel] is geplaatst en waarin wél de voornaam van [eiser] wordt genoemd, alsmede twee van zijn speeldata. Ook staat onder de column van [naam 2] een verwijzing naar (onder meer) de column van [naam 1] van [naam titel] . TMG heeft weliswaar aangevoerd dat de column van [naam 2] op [datum] van haar website is verwijderd, maar dat neemt niet weg dat de column enkele dagen op de website heeft gestaan en de column van [naam 1] van [naam titel] mede hierdoor herleidbaar is tot [eiser] . Dat de column herleidbaar is (geworden) tot [eiser] blijkt overigens ook uit het feit dat (in ieder geval) één lezer [eiser] heeft herkend (zie 2.8.). TMG heeft de reactie van deze lezer geopenbaard op haar website, zodat vanaf dat moment voor eenieder die de website bezoekt aannemelijk is dat het om [eiser] gaat.

4.5.

Wat betreft de overige drie columns van [naam 1] en het artikel van [andere columniste, rechtbank] is de voorzieningenrechter van oordeel dat deze niet herleidbaar zijn tot [eiser] en reeds om die reden niet onrechtmatig zijn jegens hem. In de columns staat ook geen enkele verwijzing naar de column van [naam 1] van [naam titel] (dat kan ook niet want de columns dateren van (ruim) voor die datum). In het artikel van [andere columniste, rechtbank] staat wel een link naar de column van [naam titel] , maar deze link zal niet meer werken in het geval de column van [naam 1] van [naam titel] onrechtmatig wordt geacht en moet worden verwijderd, waarover hierna meer. De column van [naam 2] is inmiddels van de website verwijderd, zodat [eiser] geen belang meer heeft bij zijn vordering tot verwijdering van deze column van de website van TMG. Derhalve zal in het hiernavolgende alleen de (on)rechtmatigheid van de column van [naam titel] worden beoordeeld.

4.6.

TMG heeft voorts betoogd dat deze column niet onrechtmatig is, nu het [naam 1] vrij staat om te schrijven over gebeurtenissen die zij heeft meegemaakt en verwijdering van de column een ontoelaatbare beperking op de uitingsvrijheid van TMG is. De intentie van [naam 1] is nooit geweest [eiser] nodeloos te grieven of ergens van te beschuldigen waartoe de feiten geen aanleiding geven. Zij heeft zich er continu rekenschap van gegeven welke gevolgen de genoemde beschuldigingen en eventuele aangifte zouden hebben voor de reputatie en carrière van [eiser] . Dit terwijl de beschuldigingen wel degelijk steun vinden in het feitenmateriaal, aldus TMG.

4.7.

De voorzieningenrechter stelt voorop dat het een columnist(e) zoals [naam 1] in beginsel vrij staat te schrijven over persoonlijke ervaringen. Dit neemt echter niet weg dat, zoals reeds in 4.1. is overwogen, ook in een column niemand lichtvaardig mag worden beschuldigd en dat beschuldigingen steun dienen te vinden in het beschikbare feitenmateriaal. Over de vraag of de inhoud van de column steun vindt in het beschikbare feitenmateriaal overweegt de voorzieningenrechter het volgende.

[naam 1] schrijft in haar columns dat zij kennelijk in [datum] (door [eiser] ) is aangerand, mishandeld en bedreigd (hierna het Incident). Ter staving van deze beschuldigingen heeft TMG een psychologisch rapport van [datum] van [naam 1] overgelegd, waarin het Incident gedetailleerd zou zijn beschreven, alsmede een verslag van de fysiotherapeut van [naam 1] met betrekking tot haar nek- en rugklachten. Verder stelt TMG dat [naam 1] het Incident met haar moeder, haar maatschappelijk werkster en een collega heeft besproken, hetgeen zij ter zitting desgevraagd hebben beaamd. [eiser] betwist dat het Incident zoals door [naam 1] beschreven heeft plaatsgevonden. Volgens [eiser] heeft hij alleen met [naam 1] gezoend en is het daarbij gebleven. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het thans beschikbare feitenmateriaal onvoldoende aanknopingspunten biedt voor de in de column geuite beschuldigingen aan het adres van [eiser] . Het feit dat [naam 1] rug- en nekklachten heeft en haar verhaal heeft gedaan bij meerdere personen, waaronder in een psychologisch onderzoek, is naar het oordeel van de voorzieningenrechter voorshands onvoldoende. De voorzieningenrechter acht hierbij van belang dat het gaat om beschuldigingen van zeer ernstige strafbare feiten die grote gevolgen kunnen hebben, die niet lichtvaardig mogen worden gedaan en waartegen [eiser] zich zou moeten kunnen verweren. Hiermee zegt de voorzieningenrechter overigens niet dat de beschuldigingen niet waar kunnen zijn. Het is aan politie en justitie om, nadat [naam 1] aangifte heeft gedaan, hetgeen zij van plan is (alsnog) te doen, uit te zoeken wat er zich in [datum] tussen [naam 1] en [eiser] heeft afgespeeld en te beoordelen of strafrechtelijke vervolging dient plaats te vinden.

4.8.

De conclusie luidt dan ook dat de in de column van [naam titel] geuite beschuldigingen aan het adres van [eiser] onvoldoende steun vinden in het thans beschikbare feitenmateriaal. Aangezien het hier wel ernstige, de reputatie van [eiser] aantastende beschuldigingen betreffen, wordt de betreffende column onrechtmatig jegens [eiser] geacht. Het had op de weg van TMG gelegen om, na het plaatsen van het Twitterbericht door [naam 1] op [naam titel] en zeker na het verschijnen van de column van [naam 2] en de reactie van [naam 5] , de betreffende column alsnog te verwijderen. Dit heeft zij niet gedaan. De hiervoor in 4.1. genoemde belangenafweging valt daarom in het voordeel van [eiser] uit, waarmee een inperking van de uitingsvrijheid van TMG, door middel van veroordeling tot verwijdering van voornoemde column van haar website, in dit geval gerechtvaardigd is. (…).

(…)

4.10.

Wat betreft de overige vorderingen van [eiser] overweegt de voorzieningenrechter als volgt.

Het gevorderde (publicatie)verbod voor de toekomst is naar het oordeel van de voorzieningenrechter te onbepaald en te veelomvattend om te kunnen worden toegewezen. Uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt immers dat de vraag of een uitlating onrechtmatig is in de meeste gevallen niet in zijn algemeenheid kan worden beantwoord en afhankelijk is van verschillende factoren. Deze vordering wordt dan ook afgewezen.

(…)”

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

gebiedt TMG binnen drie dagen na betekening van dit vonnis de column van (…) [naam 1] van [naam titel] als bedoeld in 2.6. en de reacties daarop van haar website www.metronieuws.nl te (doen) verwijderen en verwijderd te (doen) houden;

5.2.

gebiedt TMG binnen drie dagen na betekening van dit vonnis de in 5.1. genoemde column te (doen) verwijderen en verwijderd te (doen) houden uit het online (cache) archief van www.metronieuws.nl;

5.3.

gebiedt TMG Google binnen drie dagen na betekening van dit vonnis op deugdelijke wijze te verzoeken om de cache van de zoekmachine van Google met betrekking tot de in 5.1. genoemde column te verwijderen en verwijderd te houden, zodat de column niet meer vindbaar is via de zoekmachine, met overlegging van een afschrift van dit verzoek aan de advocaat van [eiser] ;

(…)

5.8.

wijst het meer of anders gevorderde af.

(…)”

2.13.

TMG heeft aan het kortgedingvonnis van 3 augustus 2015 voldaan.

2.14.

Op 12 februari 2017 om [tijd] is op het twitteraccount Dagblad Metro een tweet geplaatst met een link naar de website metronieuws.nl waarop een nieuwe column van [naam 1] is geplaatst. De tweet meldt verder:

“ [naam titel] ”

2.15.

Deze column van [naam 1] op de website metronieuws.nl is tevens geplaatst in de papieren versie van Metro van [datum] . De inleidende alinea van de column luidt:

“De ene verkrachting is de andere niet. Voor zover ik besefte werd ik zelf slechts één keer ‘juridisch verkracht’maar dat (hij) lag er nogal dik bovenop met een dader die me van mijn fiets trok en penetreerde terwijl ik “nee” schreeuwde. Zelfs hier had het heerschap niet door hoe ernstig dat was, maar veel incidenten zijn subtieler. (…)”

2.16.

TMG heeft na aanschrijven door [eiser] de tweet van [datum] en de column van [datum] verwijderd.

2.17.

Derden hebben vervolgens in diverse (media-)uitingen de naam van [eiser] genoemd in relatie tot seksuele intimidatie van [naam 1] .

2.18.

[naam 1] en ook [naam 2] zijn inmiddels geen columnisten van TMG meer.

3 Het geschil

3.1.

[eiser] vordert, na vermindering van eis ter zitting, voor zover mogelijk bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

I. primair en subsidiair ingetrokken;

II. te verklaren voor recht dat TMG met de in het lichaam van de dagvaarding omschreven handelwijze onrechtmatig jegens [eiser] heeft gehandeld en dat zij aansprakelijk is voor de als gevolg daarvan door [eiser] geleden en nog te lijden schade;

III. TMG te verbieden zich tot het moment dat [eiser] daarvoor bij een in kracht van gewijsde gegane, onherroepelijke uitspraak van de rechter is veroordeeld zowel impliciet als expliciet te (doen) beschuldigen van de vermeende verkrachting, aanranding, mishandeling en/of bedreiging van [naam 1] , op straffe van een dwangsom van € 10.000,00 per overtreding, te betalen per dag, een gedeelte van de dag daaronder begrepen, dat een overtreding voortduurt, althans een in goede justitie te bepalen verbod;

IV. ingetrokken;

V. ingetrokken;

VI. TMG te veroordelen tot het betalen van een bedrag aan schadevergoeding van € 100.000, dan wel een in goede justitie te bepalen bedrag, in beide gevallen vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment van dagvaarden tot het moment van betaling;

VII. de voorzieningen te treffen die de rechtbank in goede justitie aangewezen acht, al dan niet verzwaard met een dwangsom;

VIII. met veroordeling van TMG in de kosten van deze procedure, waaronder de nakosten.

3.2.

[eiser] stelt daartoe – samengevat – dat een onschuldige zoenpartij met [naam 1] door haar ten onrechte is opgeblazen tot seksueel wangedrag. Daarnaast is uit de tweet van [naam 1] en anderen, en uit de reacties op metronieuws.nl, te herleiden dat [naam 1] over [eiser] schrijft. Dit alles heeft de voorzieningenrechter in augustus 2015 onrechtmatig gevonden. Tot zijn verrassing werd [eiser] in [datum] wederom geconfronteerd met een column van [naam 1] , die herleidbaar is naar hem. In deze column heeft zij nog ernstigere bewoordingen gebruikt en hem van verkrachting beschuldigd. De beschuldigingen zijn herhaald door derden in tweets en in reacties op de website metronieuws.nl. Daarbij wordt soms de hashtag van het account van [eiser] op Twitter gebruikt zodat hij direct wordt geconfronteerd met de beschuldigingen en zwartmakerij. Niet alleen in de dagelijke omgang maar ook tijdens zijn stand-up optredens blijven deze ingrijpende beschuldigingen [eiser] achtervolgen. Ook door collega’s en zijn vriendin wordt [eiser] aangesproken over de onterechte beschuldigingen door [naam 1] . Door dit alles is en wordt [eiser] aangetast in zijn eer, goede naam en reputatie. Dit betekent dat hij immateriële schade heeft geleden en lijdt, te begroten op het gevorderde bedrag van

€ 100.000. Een aanknopingspunt voor deze begroting van zijn immateriële schade is onder meer de advertentiewaarde van de columns van [naam 1] in het dagblad Metro. Die advertentiewaarde bedraagt € 73.000. Aldus steeds [eiser] .

3.3.

TMG voert – kort gezegd – aan dat zij berust in het kortgedingvonnis. In februari 2017 is de column van [naam 1] door de redactie niet opgevat als een (impliciete) beschuldiging aan het adres van [eiser] . De zaak werd in 2015 immers anders omschreven en bekend is dat [naam 1] meerdere keren is lastig gevallen door mannen en daar vaker over vertelt, bijvoorbeeld in de Volkskrant van [datum] . Daarnaast is van belang dat de naam van [eiser] niet wordt genoemd in de column van [datum] of de daaraan voorafgaande tweet van Dagblad Metro. Beide uitingen zijn onmiddellijk door TMG verwijderd nadat [eiser] daarom had gevraagd. TMG is niet aansprakelijk voor tweets en reacties van derden waarin de naam van [eiser] wordt genoemd. Daarom is TMG niet gehouden tot het betalen van een schadevergoeding aan [eiser] . Indien toch een schadevergoeding wordt begroot, dient te worden aangesloten bij het Cahier Schadebegroting 2017. Het bereik van Metro is veel kleiner dan [eiser] heeft gesteld, de advertentiewaarde van de column van [naam 1] is dan ook veel minder dan hij heeft gesteld. Bovendien heeft [eiser] zijn begroting van de advertentiewaarde niet onderbouwd, en doet deze financiële waarde er überhaupt niet toe ter begroting van smartengeld. Aldus steeds TMG.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Het gaat in deze zaak om een botsing tussen enerzijds het grondrecht van vrijheid van meningsuiting dat TMG toekomt, als geregeld in artikel 10 lid 1 van het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (EVRM) en anderzijds het wettelijk verankerde belang van [eiser] bij bescherming van zijn eer, goede naam en reputatie en de door artikel 8 EVRM beschermde rechten ten aanzien van zijn persoonlijke levenssfeer. Toewijzing van deze vorderingen zou een beperking inhouden van het voormelde grondrecht van TMG. Dit is slechts mogelijk indien dit bij de wet is voorzien en noodzakelijk is in een democratische samenleving, bijvoorbeeld ter bescherming van de goede naam en de rechten van anderen (artikel 10 lid 2 EVRM). Van een beperking die bij de wet is voorzien is sprake, wanneer de uitlatingen die aan TMG worden toegeschreven door [eiser] onrechtmatig worden geacht in de zin van artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). Bij de beantwoording van de vraag welk recht – het recht op vrije meningsuiting of het recht ter bescherming van eer, goede naam en reputatie – in dit geval zwaarder weegt, moeten de wederzijdse belangen worden afgewogen, met inachtneming van alle ter zake dienende omstandigheden van het geval.

4.2.

Het belang van TMG is er met name in gelegen dat zij zich in het openbaar kritisch, informerend, opiniërend en waarschuwend moet kunnen uitlaten over misstanden die de samenleving raken. Het belang van [eiser] is er met name in gelegen dat zijn persoon niet lichtvaardig wordt blootgesteld aan verdachtmakingen en dat zijn eer en goede naam niet onnodig wordt geschonden.

4.3.

Welke van deze belangen de doorslag behoort te geven, hangt af van de in onderling verband te beschouwen omstandigheden. De juistheid of onjuistheid van de aantijgingen, althans de feitelijke onderbouwing en de inkleding daarvan, vormt onder meer een omstandigheid die in de afweging van de hiervoor genoemde belangen betrokken dient te worden. Verder is van belang dat in het onderhavige geval de bestreden publicaties in de vorm van columns zijn geschreven, een journalistiek genre waarin aan auteurs een grotere mate van vrijheid toekomt om hun persoonlijke mening te geven dan in andere journalistieke genres. De vrijheid van meningsuiting is echter ook in een column gebonden aan grenzen, welke worden overschreden in het geval de uitingen zijn gedaan met de bedoeling de ander te kwetsen of de bewoordingen met het oog op het te dienen belang nodeloos grievend zijn. Daarnaast is sprake van overschrijding van grenzen wanneer columnisten bij het uiten van hun persoonlijke mening over personen kwalificaties bezigen of vergelijkingen treffen waartoe de feiten in redelijkheid geen aanleiding geven. Bepaalde aspecten mogen dus worden uitvergroot in een column, maar moeten wel steun vinden in het beschikbare feitenmateriaal.

4.4.

De rechtbank ziet, met partijen, geen aanleiding om anders te oordelen over de columns van [naam 1] en [naam 2] van [naam titel] (zie r.o. 2.6 en 2.7) dan reeds is overwogen door de voorzieningenrechter in het kortgedingvonnis, te weten dat deze onrechtmatig zijn.

4.5.

[eiser] voert in de onderhavige procedure verder opnieuw aan, betwist door TMG, dat

-de daaraan voorafgaande drie columns van [naam 1] van [datum] , [datum] en [datum] (r.o. 2.3 t/m 2.5), alsmede

-de column van [andere columniste, rechtbank] van [datum] (r.o. 2.9)

onrechtmatig zijn.

Zijn stelling en onderbouwing daarvan zijn dezelfde als in de kort gedingprocedure. De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat deze columns niet onrechtmatig zijn omdat zij niet herleidbaar zijn tot [eiser] . De rechtbank ziet geen aanleiding om terzake anders te oordelen.

4.6.

De rechtbank neemt met het oog op het hiervoor overwogene de ter zake relevante overwegingen van de voorzieningenrechter (r.o. 4.4 tot en met 4.8 van het kortgedingvonnis, zie 2.12 van het onderhavige vonnis) over en maakt deze tot de hare.

4.7.

Bovendien liggen in deze procedure ter beoordeling voor

-de door TMG gepubliceerde column van [naam 1] op [datum] op metronieuws.nl, althans de inleidende tekst daarvan als opgenomen in r.o. 2.15, en op [datum] in de papieren versie van Metro (zie eveneens r.o. 2.15), alsmede

-de tweet op het account Dagblad Metro van [datum] waarin die column wordt aangekondigd (r.o. 2.14),

hierna ook genoemd: de media-uitingen in 2017.

De rechtbank acht ook deze drie media-uitingen onrechtmatig. Het volgende is hiervoor redengevend.

4.8.

In het kortgedingvonnis van 3 augustus 2015 zijn de columns van [naam 1] en [naam 2] van 2015 onrechtmatig geacht. TMG heeft berust in die uitspraak. [naam 1] heeft, voor zover bekend, de kwestie tussen juli 2015 en februari 2017 laten rusten in publieke context en geen aangifte tegen [eiser] gedaan. Evenmin is [eiser] strafrechtelijk vervolgd, laat staan veroordeeld, naar aanleiding van het incident dat zich in 2013 heeft afgespeeld tussen [eiser] en [naam 1] (hierna ook: het incident). De juridische en feitelijke situatie betreffende het incident was in februari 2017 dus hetzelfde als in de zomer van 2015.

Dit heeft TMG er evenwel niet van weerhouden de media-uitingen in 2017 te plaatsen. Het is juist, als aangevoerd door TMG, dat de naam van [eiser] in deze media-uitingen niet wordt genoemd. Dit neemt niet weg dat TMG had moeten begrijpen dat ook deze media-uitingen wederom herleidbaar zouden zijn tot [eiser] . Doorslaggevend hiervoor is het volgende.

De formulering van de in r.o. 2.15 weergegeven inleiding van de column ziet op seksueel wangedrag door een man en vertoont aldus een gelijkenis met de beschuldiging in de column van [naam 1] van [naam titel] . Laatstgenoemde column is door een tweet van [naam 1] van [naam titel] , de column van [naam 2] van [naam titel] en vervolgens door derden gelinkt aan [eiser] , met welke herleiding TMG bekend was. De rechtbank acht, gezien deze tamelijk recente voorgeschiedenis en gelijkenis, de media-uitingen in 2017 herleidbaar tot [eiser] . Deze herleidbaarheid is bovendien aangetoond, aangezien deze media-uitingen vervolgens ook werkelijk zijn herleid tot [eiser] ; in de op deze media-uitingen gevolgde reacties door derden wordt immers verbinding gemaakt met [eiser] in relatie tot de beschuldiging door [naam 1] van [eiser] terzake van seksuele intimidatie. De stelling van TMG dat bekend is dat [naam 1] meerdere keren is lastig gevallen door mannen, doet niet af aan de alertheid die TMG in de gegeven omstandigheden terzake van deze specifieke media-uitingen had moeten opbrengen. Dit geldt temeer nu het enige concrete voorbeeld dat TMG noemt een dubbelgesprek in de Volkskrant van [datum] betreft, terwijl de thans in het geding zijnde column reeds was geplaatst op [datum] .

Deze herleidbaarheid tot [eiser] had voor TMG reden moeten zijn om redactioneel in te grijpen door af te zien van deze media-uitingen en zo te voorkomen dat [naam 1] wederom, en in versterkte mate, op onrechtmatige wijze [eiser] in een slecht daglicht zou plaatsen.

4.9.

Onder deze omstandigheden moet worden geoordeeld dat de in r.o. 4.7 weergegeven media-uitingen onrechtmatig zijn tegenover [eiser] zodat het grondrecht van TMG op vrijheid van meningsuiting, minder zwaar weegt dan het belang van [eiser] bij bescherming van zijn eer, goede naam en reputatie. De beperking van de vrijheid van meningsuiting die dit meebrengt is in dit geval gerechtvaardigd en noodzakelijk in een democratische samenleving.

4.10.

Voor zover [eiser] in de sleutel van de vorderingen II t/m IV stelt dat

-de tweet van [naam 1] van [naam titel] op haar eigen Twitter-account (r.o. 2.7), alsmede

-de media-uitingen die hebben plaatsgevonden ná de drie media-uitingen van TMG in 2017 (r.o. 2.17), als (nader) genoemd in het lichaam van de dagvaarding, neerkomen op onrechtmatig handelen van TMG jegens [eiser] , volgt de rechtbank hem daarin niet. Als onbetwist staat immers vast dat die media-uitingen afkomstig zijn van derden en niet binnen het beslissingsdomein van TMG vielen. Daarom kunnen deze TMG niet verweten kunnen worden. TMG is dan ook niet aansprakelijk voor de schade dientengevolge van [eiser] , als bedoeld in artikel 6:162 BW.

Vorderingen II en III

4.11.

Op grond van het voorgaande wordt de vordering onder II (de verklaring voor recht) toegewezen ten aanzien van:

-de column van [naam 1] van [naam titel] op de website www.metronieuws.nl en in Dagblad Metro,

-de column van [naam 2] van [naam titel] op de website www.metronieuws.nl,

-de column van [naam 1] van [datum] op de website metronieuws.nl en op

13 februari 2017 in Dagblad Metro, alsmede

-de tweet van [datum] op het account Dagblad Metro.

Wat betreft de overige in het lichaam van de dagvaarding genoemde media-uitingen wordt de vordering afgewezen.

4.12.

Net als in de kortgedingprocedure en op dezelfde gronden vordert [eiser] in de onderhavige procedure een verbod op toekomstige publicaties (vordering III). TMG heeft deze vordering betwist. De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat deze vordering te ruim geformuleerd is en daarom niet kan worden toegewezen (r.o. 4.10 van het kortgedingvonnis). De rechtbank ziet geen aanleiding om terzake anders te oordelen. Zij neemt dit oordeel van de voorzieningenrechter over en maakt het tot het hare. Deze vordering wordt afgewezen.

Vordering VI: immateriële schadevergoeding

4.13.

De rechtbank stelt voorop dat TMG door de onrechtmatig geachte publicaties (hierna ook: de publicaties van TMG) inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [eiser] . Daarmee is de aanspraak op schadevergoeding wegens aantasting in de persoon in de zin van artikel 6:106 lid 1, onder b, BW gegeven. De aan TMG toerekenbare immateriële schade dient door de rechtbank te worden begroot naar billijkheid, rekening houdend met alle omstandigheden van het geval. De rechtbank overweegt als volgt.

4.14.

De aard van de immateriële schade betreft de aantasting van de goede naam, eer en reputatie van [eiser] . De tot [eiser] herleidbare beschuldigingen in de column van 2015 betreffen aanranding en mishandeling; dit zijn ernstige strafbare feiten. In de column van 2016 wordt gesproken van een nog zwaarder strafbaar feit, te weten verkrachting. Deze aantijgingen komen, gezien hun aard en toonzetting, neer op een forse aantasting in de persoon en goede naam van [eiser] . Zoals toegelicht door [eiser] , is het immateriële effect van deze beschuldigingen des te schadelijker voor [eiser] gegeven zijn publieke bekendheid als cabaretier en gast in televisieprogramma’s, waarbij hij zich regelmatig uitlaat over actuele maatschappelijke onderwerpen, waarmee zijn reputatieschade een gegeven is.

Voorts weegt mee dat, als onbetwist gesteld door [eiser] , de website www.metronieuws.nl meer dan 33.000 pageviews per dag heeft, het Twitteraccount Dagblad Metro 42.000 volgers, en dat de (gratis) papieren versie van Metro een oplage kent van 510.000 exemplaren waarbij het bereik nog wordt vergroot door hergebruik. Daar komt bij dat

het meerdere publicaties betreft over een langere periode waardoor de aantasting in de persoon van [eiser] is herhaald en een nog grotere impact heeft dan bij een eenmalige publicatie.

Bovendien wordt in aanmerking genomen dat de voorzieningenrechter in 2015 reeds had geoordeeld dat de column van [naam 1] van [naam titel] onrechtmatig was. Dat en waarom dit zo was, was TMG op dat moment dus duidelijk. Desalniettemin heeft TMG niet alleen op [datum] wederom een tot [eiser] herleidbare column van [naam 1] geplaatst met een zelfs nog ernstigere beschuldiging van seksuele intimidatie, maar deze ook nog eens direct extra onder de aandacht gebracht door een tweet te plaatsen op het Dagblad Metro twitter account met een link naar deze column. [eiser] mocht er na het kortgedingvonnis temeer op vertrouwen dat TMG zich verder zou onthouden van dergelijke ongefundeerde uitlatingen over het incident tussen [naam 1] en [eiser] uit 2013. Dat hij vervolgens in 2017 hier toch nog weer mee geconfronteerd werd, en zelfs in nog aangrijpender zin, heeft het schadelijke effect daarvan op zijn persoon vergroot.

Verder wordt meegewogen dat alleen in de onrechtmatig geachte column van [naam 2] van 2015 de naam wordt genoemd van [eiser] en dat dit niet het geval is in de columns van [naam 1] van 2015 en 2017 en in de tweet van TMG van [datum] .

Ook is van belang dat, als onweersproken betoogd door TMG, de column van [naam 2] van 2015 na vier dagen en de column van [naam 1] van 2015 onmiddellijk na het kort geding vonnis zijn verwijderd. De column van [naam 1] van [datum] is twee dagen

na publicatie verwijderd en ook de tweet op het Dagblad Metro account van [datum] is inmiddels verwijderd. Bovendien heeft TMG de columns uit haar archieven verwijderd.

De door [eiser] gestelde (en door TMG betwiste) advertentiewaarde van de columns van [naam 1] betreft de financiële marktwaarde van columns in een gratis verspreid dagblad. Deze kan, gezien haar materiële aard, niet als richtsnoer dienen bij de begroting van de gestelde immateriële schade van [eiser] .

4.15.

Alle omstandigheden afwegend en in acht genomen hetgeen in recente Nederlandse jurisprudentie aan smartengeld is toegekend in vergelijkbare gevallen, wordt de immateriële schadevergoeding die TMG aan [eiser] dient te betalen, naar billijkheid begroot op een bedrag van € 10.000. De gevorderde vermeerdering met de wettelijke rente zal worden toegewezen als de rente bedoeld in artikel 6:119 BW.

4.16.

Hetgeen verder over en weer is aangevoerd, kan niet leiden tot een ander oordeel en behoeft daarom geen bespreking.

4.17.

TMG zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld, aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op:

- explootkosten

97,31

- griffierecht

287,00

- salaris advocaat

904,00

2 punten tarief II (o.b.v. toegewezen bedrag)

Totaal

1.288,31

De gevorderde nakosten zijn te begroten en toewijsbaar als na te melden.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

verklaart voor recht dat TMG onrechtmatig jegens [eiser] heeft gehandeld met de publicatie van

-de column van [naam 1] van [naam titel] op de website www.metronieuws.nl en in Dagblad Metro,

-de column van [naam 2] van [naam titel] op de website www.metronieuws.nl,

-de column van [naam 1] van [datum] op de website metronieuws.nl en op 13 februari 2017 in Dagblad Metro, alsmede

-de tweet van [datum] op het account Dagblad Metro,

5.2.

veroordeelt TMG tot betaling van een bedrag van € 10.000 (zegge: tienduizend euro) aan [eiser] ter zake immateriële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf de dag van de dagvaarding tot de dag van voldoening,

5.3.

veroordeelt TMG in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op € 1.288,31,

5.4.

veroordeelt TMG in de na dit vonnis aan de zijde van [eiser] ontstane nakosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden en de veroordeelde niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,

5.5.

verklaart hetgeen onder 5.2 tot en met 5.4 is beslist uitvoerbaar bij voorraad,

5.6.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.J. van Eekeren, rechter, bijgestaan door mr. R. Verloo, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 14 maart 2018.