Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2018:1543

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
21-03-2018
Datum publicatie
03-05-2018
Zaaknummer
C/13/631706 / HA ZA 17-676
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Onrechtmatige perspublicatie artikel in het AD en op haar website. Niet onrechtmatig jegens eiser. Dat eiser als spermadonor verzwijgt dat bij hem de diagnose Asperger is gesteld is een maatschappelijke misstand.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2018/295
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rolnummer: C/13/631706 / HA ZA 17-676

Vonnis van 21 maart 2018

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiser,

advocaat mr. P.W.J.C. van Peer te Tilburg,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DE PERSGROEP NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

2. [gedaagde sub 2],

wonende te [woonplaats] ,

3. [gedaagde sub 3],

wonende te [woonplaats] ,

gedaagden,

advocaat mr. O.G. Trojan te 's-Gravenhage.

Partijen zullen hierna [eiser] en de Persgroep c.s. worden genoemd. Gedaagden zullen afzonderlijk ook worden aangeduid met de Persgroep, [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] .

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het ambtshalve gewezen tussenvonnis van 18 oktober 2017, waarbij een comparitie van partijen is gelast,

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 2 februari 2018, met de daarin vermelde stukken,

  • -

    de brief van 16 februari 2018 van de zijde van de Persgroep c.s. met op- en aanmerkingen op het proces-verbaal,

  • -

    de brief van 22 februari 2018 van de zijde van [eiser] met op- en aanmerkingen op het proces-verbaal.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

De Persgroep is uitgeefster van de krant het Algemeen Dagblad (hierna: het AD) en onderhoudt de website www.ad.nl. [gedaagde sub 3] is journalist en schrijft voor het AD. [gedaagde sub 2] was in 2011 [functie] van het AD.

2.2.

Bij [eiser] is in 2008 de diagnose ‘syndroom van Asperger’ gesteld.

2.3.

In 2009 is aan [eiser] een Wajong (Wet werk en arbeidsondersteuning Jonggehandicapten)-uitkering toegekend.

2.4.

[eiser] biedt via internet aan als zaaddonor te fungeren en gebruikt daarbij afwisselend zijn drie officiële voornamen: [voornaam 1] , [voornaam 2] of [voornaam 3] . Ook gebruikt hij op internet de naam van zijn zoon [naam zoon] .

2.5.

[eiser] heeft van eind 2009 tot midden 2011 een affectieve relatie gehad met [naam 1] (hierna: [naam 1] ), met wie hij op 1 december 2010 een dochter heeft gekregen. In 2011 is [eiser] uit het ouderlijk gezag over zijn zoon [naam zoon] ontheven. [naam zoon] verblijft sinds 2011 in een pleeggezin. [eiser] zou graag samen met zijn moeder (dus de oma van [naam zoon] ) de zorg over [naam zoon] op zich willen nemen.

2.6.

Op de voorpagina van het AD van 13 augustus 2011 is een artikel verschenen van de hand van [gedaagde sub 3] met als titel: “Zaaddonor (30) zwijgt over ziekte”. Verder luidt dit artikel op de voorpagina:

Zaaddonor (30) zwijgt over ziekte

[gedaagde sub 3]

ROTTERDAM • Tientallen vrouwen zijn de afgelopen anderhalf jaar misleid door een spermadonor die verzwijgt dat hij lijdt aan het syndroom van Asperger, een erfelijke autistische stoornis. De 30-jarige [plaats] heeft zeker 22 kinderen verwekt.

Sommige moeders klagen over gezondheidsproblemen bij hun kind. Kinderen met asperger hebben een verhoogd risico op andere psychische aandoeningen.

De vrouwen zijn pas afgelopen maand achter de ware aard van de donor gekomen. De man heeft ook gelogen over zijn achtergronden en verzwegen dat hij is behandeld voor depressies. Hij is nog actief als donor.

Op internet zijn volgens belangenverenigingen meer malafide donoren actief. Door het grote donorentekort bij de spermabanken zoeken steeds meer vrouwen hun heil op internet.

,,Maar de risico’s zijn beduidend groter,” zegt [naam 2] van de Nederlands-Belgische Vereniging voor Kunstmatige Inseminatie. ,,Een aantal mannen wil zo veel mogelijk donorkinderen of is alleen uit op seks.”

2.7.

Op pagina 4 van het AD van 13 augustus 2011 staat het volgende hoofdartikel vermeld:

’Door mijn ziekte geef ik kinderen een hoger IQ’

ASPERGER-PATIËNT [eiser] HEEFT ZEKER TWINTIG DONORKINDEREN

ROTTERDAM • [eiser] (30) heeft een erfelijke autistische stoornis en een verleden met depressies. Toch biedt hij zich op internet aan als spermadonor. Voor de vrouwen met een kinderwens verzwijgt hij zijn psychische ziekte. Inmiddels heeft hij ruim twintig donor-kinderen, die risico’s lopen op gezondheidsproblemen.

[gedaagde sub 3]

Hij gebruikt verschillende namen, komt betrouwbaar en netjes over en wil vrouwen helpen bij het vervullen van hun vurige kinderwens. In werkelijkheid verschuilt spermadonor [eiser] zich achter tal van leugens over zijn achtergrond en erfelijke ziekte. De moeders zijn daar pas vorige maand achter gekomen.

De 30-jarige [plaats] verzwijgt tegenover de vrouwen aan wie hij doneert, dat hij psychische problemen heeft en lijdt aan het syndroom van Asperger, een erfelijke autistische stoornis. Tientallen vrouwen die via internet contact met hem legden, zijn erin getrapt.

[voornaam 2] heeft al zeker 22 donorkinderen. Volgens de moeders kampen sommigen met gezondheidsproblemen en vertonen ze de kenmerken van een autistische stoornis. Ook zijn er meerdere miskramen geweest. De bevruchting kwam in sommige gevallen via seks tot stand.

NAMEN

Sinds begin 2010 biedt [eiser] zich aan als spermadonor op de sites [website 1] en Bam-mam.nl (Bewust Alleenstaande Moeders). De ene keer gebruikt hij zijn officiële namen ( [voornaam 2] , [voornaam 1] of [voornaam 3] ), de andere keer heet hij [naam 3] of [naam zoon] . [naam zoon] is de naam van zijn 7-jarige zoontje. Hij vertelt de vrouwen dat zijn vrouw is overleden en dat hij samen met zijn ouders voor zijn kind zorgt. Ook beweert hij tot nu toe slechts één donorkind te hebben.

,,Hij zei dat hij een goedbetaalde baan heeft en bezig is met schrijven en het maken van een film,” vertelt [naam 4] , die van hem een donorkind van acht maanden heeft. ,,Hij wilde zijn eigen adres niet geven, maar wel dat van zijn moeder.”

Uit documenten die in bezit zijn van deze krant, blijkt de waarheid anders. De moeder van zoon [naam zoon] leeft nog, maar zij en [eiser] zijn gescheiden. [naam zoon] woont in een pleeggezin en [eiser] strijdt al jaren tegen jeugdzorg over de voogdij. Bovendien leeft hij van een uitkering voor arbeidsongeschikte jonggehandicapten (Wajong) sinds in 2008 de diagnose asperger is gesteld.

Twee maanden geleden werd het ware gezicht van [eiser] onthuld. Sindsdien is hij verbannen van de betreffende sites. Omdat hij weigert te stoppen met doneren en zich nog steeds aanbiedt, waarschuwen vrouwen elkaar. Ze spreken van ‘een ziekelijk drang’ om zo veel mogelijk kinderen te verwekken. ,,Hij is een psychopaat en een pathologische leugenaar,” zegt [naam 4] . ,,Hij zei tegen mij dat hij graag een groot gezin wil.”

Ook [naam 5] kreeg enkele weken geleden een waarschuwingsmail over haar kandidaat-donor ‘ [naam zoon] ’. Dat was daags voor ze thuis met [eiser] een afspraak had voor zelfinseminatie. ,, [eiser] schreef foutloos en had een heel mooi verhaal. Hij zei dat hij zo’n fijne jeugd heeft gehad, hij had zich in dit onderwerp verdiept en vond de spermabanken te commercieel. Hij kwam heel betrouwbaar over en leek de perfecte donor. Bijna te mooi om waar te zijn. Toen ik alle bewijzen had gezien, heb ik een potje zitten janken. Ik ben hier al zo lang mee bezig. Nu ben ik er huiverig voor om via internet een donor te zoeken.”

Zijn zogenaamde ‘fijne jeugd’ is een fabel. [eiser] komt uit een ontwricht gezin. Hij leed ernstig onder de scheiding van zijn ouders – toen hij 14 was – en de dood van zijn vader in 2004. Daardoor raakte hij depressief en werd hij behandeld in een GGZ-instelling. Ook zijn broer werd behandeld, voor autisme met ADHD.

[naam 6] , die nu ruim twee maanden zwanger is van hem, heeft inmiddels het contact verbroken. Ze is geschokt door het verhaal achter haar spermadonor. ,,Toen ik [eiser] ermee confronteerde, zei hij dat hij inderdaad asperger heeft. Maar ach, dat is volgens hem niet erg, want dan heb je een hoog IQ, dus wat is het probleem? Bovendien zou het ook wel verdwijnen.”

Tegenover haar bevestigde [eiser] dat hij meerdere donorkinderen heeft. ,,Maar hij vindt het niet nodig om dat te melden. Andere donoren liegen immers ook en kennelijk beter, want die worden niet gesnapt, aldus [eiser] . Ik ken nu al drie moeders met kinderen van [eiser] en ik weet dat er, behalve ik, nu al drie zwanger zijn van hem.”

De vrouwen vrezen dat [eiser] nu helemaal losgaat, en als een dolle zijn sperma gaat doneren. Sommige vrouwen willen zelfs voor de tweede keer met hem in zee gaan en hij legt nog steeds contact met nieuwe vrouwen.

HETZE

[naam 6] : ,,Het moet toch niet mogelijk zijn dat een donor allemaal moeders kan blijven misleiden en voorliegen met als gevolg kinderen met mogelijk autisme. Bovendien geeft hij het donorschap hiermee een slechte naam. Hij drukt hiermee ook een stempel op een zwangerschap van deze personen.”

Zelf geeft [eiser] de schuld van dit alles aan een ex-vriendin, die volgens hem uit wraak over het beëindigen van de relatie een hetze tegen hem voert. Hij ontkent dat sommige van zijn donorkinderen gezondheidsproblemen hebben. ,,Er zijn mij geen indicaties of diagnoses bekend. Ze proberen mij de zwartepiet toe te schuiven. Ik wordt neergezet als de grootste schurk.”

Hij zegt ‘af en toe’ wel verteld te hebben over zijn ziekte. ,,Maar ik merkte dat dat juist meer onrust veroorzaakt,” aldus [eiser] . ,,Mentaal en fysiek is er niets mis met mij. Mensen met asperger hebben een hoge intelligentie. Als donor kan ik zo iets bijdragen aan die kinderen. Ik heb niet de plicht om over alles open te zijn. Mensen verwachten dat een donor 100 procent eerlijk is over alles. Dat bestaat niet. Donoren hebben ook een eigen leven.”

Bij het hierboven geciteerde artikel is een foto geplaatst van [eiser] met blokjes

voor zijn ogen.

2.8.

In een kader, onderaan de pagina met voormeld hoofdartikel, is een afzonderlijk artikel geplaatst met als titel: “Via internet sneller en goedkoper”. In dat artikel wordt gewaarschuwd voor het zoeken naar donoren via internet.

2.9.

Op de website www.ad.nl is op 13 augustus 2011 een artikel geplaatst met als kop:

Spermadonor verzwijgt syndroom van Asperger”. Daarboven is een foto geplaatst van de

onderkant van het gezicht van [eiser] , waarbij blokjes voor zijn ogen zijn aangebracht. Het artikel luidt verder:

Een 30-jarige [plaats] spermadonor heeft een erfelijke autistische stoornis en een verleden met depressies verzwegen. De man biedt zichzelf aan op internet en heeft inmiddels ruim 20 kinderen verwekt.

[eiser] de spermadonor is volgens de moeders een pathologische leugenaar. ‘Hij zei dat hij een goedbetaalde baan heeft en bezig is met het schrijven en het maken van een film,’ vertelt [naam 4] die van hem een donorkind van acht maanden heeft. ‘Hij wilde zijn eigen adres niet geven, maar wel dat van zijn moeder.’

De vrouwen zijn met hem in contact gekomen via verschillende internetsites, zoals [website 1] en Bam-mam.nl . Twee maanden geleden werd echter het ware gezicht van [eiser] onthuld. Sindsdien is hij verbannen van de betreffende sites.

Ziekelijke drang

Omdat zaaddonor [eiser] weigert te stoppen met doneren en zich nog steeds aanbiedt, waarschuwen vrouwen elkaar. Ze spreken van een ‘ziekelijke drang’ om zo veel mogelijk kinderen te verwekken. Een aantal van de kinderen die door [eiser] verwekt zijn vertonen inmiddels ook autistische stoornissen.

Malafide donoren

Op internet zijn volgens belangenverenigingen meer malafide donoren actief. Door het grote donorentekort bij de spermabanken zoeken steeds meer vrouwen hun heil op internet.

‘Maar de risico’s zijn beduidend groter,’ zegt [naam 2] van de Nederlands-Belgische Vereniging voor Kunstmatige inseminatie. ‘Een aantal mannen wil zo veel mogelijk donorkinderen of is alleen uit op seks.’

Lees het volledige artikel in het AD

2.10.

Voorafgaand aan de hiervoor in 2.6 - 2.9 vermelde publicaties (hierna tezamen: de publicaties) heeft de journalist van het AD telefonisch contact met [eiser] gehad.

2.11.

Bij vonnis in kort geding van deze rechtbank van 18 oktober 2011 is de vordering van [eiser] een aflevering van “Undercover in Nederland” te doen verbieden, afgewezen. SBS6 heeft deze aflevering op 23 oktober 2011 uitgezonden. In die uitzending wordt gedurende twintig minuten aandacht besteed aan [eiser] en worden diverse (wens)moeders die met [eiser] in contact zijn geweest, geïnterviewd.

2.12.

Bij vonnis van deze rechtbank van 4 december 2013 is een door [eiser] tegen onder meer SBS Broadcasting B.V. (hierna: SBS) ingestelde vordering afgewezen. Die zaak ging om de hiervoor vermelde uitzending van het programma “Undercover in Nederland”.

2.13.

Bij vonnis van 26 oktober 2016 van de rechtbank Rotterdam zijn de door [eiser] jegens [naam 1] ingestelde vorderingen, waaronder een verklaring voor recht dat [naam 1] onrechtmatig jegens hem zou hebben gehandeld door privacy gevoelige informatie over [eiser] met derden te delen, afgewezen.

3 Het geschil

3.1.

[eiser] vordert, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, kort samengevat:

A. te verklaren voor recht dat de Persgroep c.s. hoofdelijk aansprakelijk is voor de door [eiser] geleden en nog te lijden schade;

B. de Persgroep c.s. hoofdelijk te veroordelen aan [eiser] te betalen een bedrag van Є 25.000,00, vermeerderd met wettelijke rente;

C. de Persgroep c.s. hoofdelijk te veroordelen op de voorpagina van het AD de volgende rectificatie te plaatsen (op de wijze als omschreven in de dagvaarding), althans een zodanige rectificatie als de rechtbank juist zal achten, op straffe van een dwangsom:

De artikelen in het AD 13 augustus 2011 met de titels “Zaaddonor (30) zwijgt over ziekte” op de voorpagina en “Door mijn ziekte geef ik kinderen een hoger IQ” op pagina 4 en het artikel op internet “Spermadonor verzwijgt syndroom van Asperger” is gepubliceerd, geven een beschrijving van een zaaddonor die zich via het internet aan mensen met een kinderwens als donor aanbiedt. In deze artikelen is ten onrechte de suggestie gewekt, dat deze donor uit zou zijn op seks. Daarnaast is ten onrechte gesuggereerd, dat hij leugens zou vertellen. Ten onrechte is gesteld dat deze donor misstanden zou begaan. Dat de donor aan een erfelijke aandoening zou lijden is niet uit wetenschappelijk onderzoek gebleken. Bovendien is ten onrechte gesuggereerd, dat de aandoening een ziekte zou zijn. De personen die in het artikel als deskundigen zijn gepresenteerd zijn niet deskundig op het gebied van erfelijkheid en autisme. De personen die in het artikel als slachtoffer zijn gepresenteerd zijn onvoldoende door de redactie van het AD gescreend. De juistheid van hun verklaringen is niet vast komen te staan. Hierdoor is de goede naam van de donor ten onrechte in diskrediet gebracht.”;

D. de Persgroep c.s. hoofdelijk te verbieden het artikel op welke wijze dan ook opnieuw aan het publiek aan te bieden alsook een verbod uit te spreken ten aanzien van het op welke wijze dan ook (opnieuw) aan het publiek aanbieden van fragmenten van het artikel, alsook de beeltenis van [eiser] die bij het artikel is gepubliceerd, op straffe van een dwangsom;

E. de Persgroep c.s. hoofdelijk te verbieden het artikel, fragmenten daarvan en de beeltenis van [eiser] aan derde partijen te vervreemden en in het geval deze reeds vervreemd zijn, de Persgroep c.s. hoofdelijk te veroordelen deze terug te halen bij die derde, op straffe van een dwangsom;

F. de Persgroep c.s. hoofdelijk te veroordelen tot afgifte van al het materiaal in beeld en geschrift, aangaande [eiser] , dat zij in hun bezit hebben op straffe van een dwangsom;

G. de Persgroep c.s. hoofdelijk te veroordelen aan [eiser] te betalen een bedrag van € 1.028,50 aan buitengerechtelijke kosten;

H. de Persgroep c.s. te veroordelen in de kosten van het geding.

3.2.

De Persgroep voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

Het verzoek tot verwijzing

4.1.

Ter gelegenheid van de comparitie van partijen heeft [eiser] verzocht de zaak naar een andere rechtbank te verwijzen. Hij heeft hiertoe aangevoerd dat hij betwijfelt of de rechtbank Amsterdam de onderhavige zaak nog wel kan behandelen, nu uit de vonnissen van deze rechtbank, hiervoor genoemd in 2.11 en 2.12, blijkt dat deze rechtbank de zaken van [eiser] – in de bewoordingen van [eiser] – “niet op haar merites heeft beoordeeld, maar blindelings akkoord is gegaan met twee niet relevante artsen” (in het kader van de vraag of het syndroom van Asperger al dan niet erfelijk is).

4.2.

Op grond van artikel 46b Wet op de Rechterlijke Organisatie (RO) kan de rechtbank een zaak ter verdere behandeling verwijzen naar een andere rechtbank, indien naar haar oordeel door betrokkenheid van de rechtbank behandeling van die zaak door een andere rechtbank gewenst is. Blijkens de Memorie van Toelichting bij deze wet ziet de formulering van deze bepaling niet alleen op gevallen waarin een rechtbankmedewerker partij of betrokkene bij de zaak is. Deze bepaling maakt verwijzing ook mogelijk, als bijvoorbeeld de rechtbank zelf partij is (bijvoorbeeld bij een geschil over het al dan niet verlenen van een bouwvergunning) of als sprake is van een geschil van een advocaat die regelmatig bij de bevoegde rechtbank pleit voor zijn cliënten en in het desbetreffende geval een privégeschil heeft (zie: Kamerstukken II 2010/11, 32 891, nr. 3, p. 52). Van betrokkenheid in voornoemde zin van de rechtbank Amsterdam bij de onderhavige procedure is geen sprake. Deze bepaling is dan ook niet van toepassing op de onderhavige situatie. Ook overigens ziet de rechtbank geen grondslag of aanleiding tot verwijzing. De enkele omstandigheid dat de rechtbank Amsterdam in een zaak, tegen een andere partij, door een andere (combinatie van) rechter(s), reeds eerder afwijzend op vergelijkbare vorderingen van [eiser] heeft beslist, is geen aanleiding tot verwijzing van de zaak naar een andere rechtbank. Het verzoek van [eiser] tot verwijzing wordt dan ook afgewezen.

De toepasselijke maatstaven

4.3.

Het gaat in deze zaak om een vordering tot rectificatie van perspublicaties, met nevenvorderingen. Daarbij is aan de orde het grondrecht van de uitingsvrijheid van de Persgroep c.s., als geregeld in artikel 10 lid 1 van het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (EVRM). Daartegenover staat het wettelijk verankerde belang van [eiser] bij bescherming van zijn eer en goede naam (artikel 6:162 BW) en de door artikel 8 EVRM beschermde rechten ten aanzien van zijn persoonlijke levenssfeer. Toewijzing van de vorderingen van [eiser] zou een beperking van de uitingsvrijheid van de Persgroep c.s. inhouden. Dit is slechts mogelijk, indien dit bij de wet is voorzien en noodzakelijk is in een democratische samenleving, bijvoorbeeld ter bescherming van de goede naam en de rechten van anderen (artikel 10 lid 2 EVRM). Van een beperking die bij de wet is voorzien, is sprake, wanneer de uitlatingen van de Persgroep c.s. onrechtmatig zijn (artikel 6:162 BW) jegens [eiser] . Bij de beantwoording van de vraag welk recht – het recht op uitingsvrijheid of het recht ter bescherming van de eer of goede naam – in dit geval zwaarder weegt, moeten de wederzijdse belangen van de Persgroep c.s. en [eiser] worden afgewogen, met inachtneming van alle ter zake dienende omstandigheden van het geval.

4.4.

Bij deze beoordeling is van belang of eventueel als feitelijk gepresenteerde verdenkingen en beschuldigingen in een publicatie juist zijn en, indien dit niet het geval is, of het desbetreffende persmedium en de journalist ten tijde van de publicatie redelijkerwijs konden menen dat dit het geval was. Voor zover een publicatie opiniërend van aard is, dient bij de beoordeling van de rechtmatigheid daarvan met name te worden gelet op (a) de aard van de gepubliceerde verdenkingen, (b) de ernst van de daarvan te verwachten gevolgen voor betrokkene, (c) de mate waarin ten tijde van de publicatie de daarin geuite verdenkingen steun vonden in het toen beschikbare feitenmateriaal, (d) de ernst van de misstand welke de publicatie aan de kaak beoogt te stellen en (e) de inkleding van de verdenkingen.

4.5.

De beoordeling dient verder te worden verricht met inachtneming van de bijzondere positie van de pers, gelet op haar taak in een democratische samenleving informatie en ideeën van publiek belang te verspreiden en haar vitale rol van publieke waakhond te kunnen vervullen. Ook dient in dit verband het recht van het publiek informatie en ideeën te ontvangen te worden meegewogen. Daarin ligt besloten dat het persmedium en journalist - in dit geval de Persgroep c.s. - zich in het openbaar kritisch, informerend, opiniërend en waarschuwend moeten kunnen uitlaten over misstanden die de samenleving raken.

4.6.

De in het vorenstaande besloten liggende vrijheid van de Persgroep c.s. als persmedium gaat echter gepaard met verantwoordelijkheid. Naarmate het signaleren van een veronderstelde misstand ernstiger gevolgen voor de betrokkene heeft, moeten hogere eisen worden gesteld aan de zorgvuldigheid waarmee de publicatie tot stand komt, aan het daarvoor te verrichten feitenonderzoek, aan naleving van het beginsel van hoor en wederhoor, en aan de formulering van de beschuldigingen. De betrokkene - in dit geval [eiser] - mag immers niet lichtvaardig worden blootgesteld aan voor hem schadelijke publiciteit of aan beschuldigingen die geen of onvoldoende steun in het beschikbare feitenmateriaal vinden.

Concrete toepassing van deze maatstaven in deze zaak

4.7.

[eiser] onderschrijft, zo volgt uit punt 104 van de dagvaarding, dat de omstandigheid dat een zaaddonor een erfelijke ziekte verzwijgt, op zichzelf als een (maatschappelijke) misstand is te beschouwen. Hij voert als belangrijkste kritiekpunt echter aan dat het syndroom van Asperger geen erfelijke ziekte of aandoening is en dat hij daarom niet gehouden is wensmoeders van zijn diagnose op de hoogte te stellen. Er bestaat volgens [eiser] in Nederland geen verplichting (dat wil zeggen: een norm) voor een donor bij een spermabank of wensouder te melden dat de diagnose van het syndroom van Asperger is gesteld. Aldus vormt het niet informeren van de wensmoeders over deze diagnose volgens [eiser] geen misstand die publiekelijke aandacht behoeft en die de ernstige inbreuk op zijn persoonlijke levenssfeer door middel van het in de publicaties noemen van zijn officiële voornamen, leeftijd, woonplaats, de diagnose en het tonen van zijn beeltenis zou rechtvaardigen.

Erfelijke ziekte of aandoening?

4.8.

Hoewel onduidelijk is in welke mate, staat voor de rechtbank voorop dat uit de door de Persgroep c.s. - en zelfs ook de door [eiser] - in het geding gebrachte literatuur genoegzaam blijkt dat het syndroom van Asperger enige erfelijke component kent. De blote betwisting van [eiser] is onvoldoende om dit te ontkrachten. Ook indien [eiser] zou worden gevolgd in zijn betoog dat de eigenschappen die in zijn geval aanleiding hebben gevormd voor de diagnose syndroom van Asperger, meer zouden moeten worden gezien als karaktereigenschappen dan als ziekte of aandoening, is verder aannemelijk dat het voor de wensmoeders belangrijk is van die eigenschappen van de kandidaat-spermadonor op de hoogte te worden gesteld.

In de door de Persgroep c.s. in het geding gebrachte wetenschappelijke literatuur zijn voldoende aanknopingspunten te vinden voor de aanname dat de karaktereigenschappen of persoonskenmerken op grond waarvan de diagnose syndroom van Asperger werd of wordt gesteld, in de familielijn veelal eerder terug te vinden zijn. Voor de wensmoeders is dit relevante informatie, die een rol kan spelen bij hun beslissing al dan niet met de beoogde spermadonor in zee te gaan. Voor hen zal minder van belang zijn of wetenschappelijk bewezen kan worden dat al dan niet sprake is van het syndroom van Asperger en of dit als zodanig genetisch erfelijk is. Voor hen is van belang dat in de familielijn bepaalde karaktereigenschappen voorkomen die een kind bij een normale ontwikkeling in de weg kunnen staan. Dat wensmoeders het van belang vinden daarvan op de hoogte te worden gesteld, blijkt ook uit de reacties van de door de Persgroep c.s. geïnterviewde wensmoeders, kort nadat zij hadden vernomen dat bij [eiser] het syndroom van Asperger was vastgesteld.

Voor de beoordeling van de in deze zaak te wegen belangen acht de rechtbank daarom niet van doorslaggevend belang of de (mate van) erfelijkheid van het syndroom van Asperger wetenschappelijk vaststaat. Dit geldt eveneens voor de vraag of het een ziekte of aandoening is en als zodanig ook nog wordt gediagnosticeerd. Er is dan ook geen aanleiding, zoals [eiser] heeft verzocht, een deskundige te benoemen om hierover een oordeel te geven. De kernvraag is of van [eiser] mocht worden verwacht dat hij aan de wensmoeders zou vertellen dat bij hem de diagnose syndroom van Asperger was gesteld, en die vraag beantwoordt de rechtbank bevestigend. Overigens deelt de rechtbank het standpunt van [eiser] niet dat de Persgroep c.s. ten onrechte [naam 2] als deskundige op het gebied van erfelijkheid en autisme heeft opgevoerd. Deze betrokkene wordt in de publicaties slechts aan het woord gelaten over de risico’s van het via internet zoeken naar donoren.

Misstand?

4.9.

Vaststaat dat [eiser] in zijn gesprekken met wensmoeders niet – althans niet altijd – heeft verteld dat bij hem de diagnose syndroom van Asperger is gesteld. Dit strookt ook met zijn standpunt dat hij vindt dat deze informatie niet behoeft te worden gedeeld met de wensmoeders. Nu, zoals hiervoor reeds is overwogen, deze informatie voor wensmoeders echter wel relevant is, is sprake van een misstand waaraan de Persgroep c.s. in beginsel aandacht heeft mogen besteden in het kader van haar taak informatie en ideeën van publiek belang te verspreiden en haar vitale rol van publieke waakhond te spelen. Dit is slechts anders, indien in dit geval het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer van [eiser] zwaarder zou moeten wegen. Ter beantwoording van die vraag wordt het volgende overwogen.

Steun in de feiten

4.10.

Volgens [eiser] heeft het artikel onvoldoende feitelijke grondslag. [eiser] betoogt dat een groot deel van de informatie waarop de Persgroep c.s. zich heeft gebaseerd, afkomstig is van anoniem gehouden (want met pseudoniemen in de artikelen vermelde) wensmoeders en zijn, volgens hem, rancuneuze ex-vriendin. Deze vrouwen hebben - na de publicaties - aan [eiser] kenbaar gemaakt spijt te hebben van hun uitlatingen en een aantal van hen is nadien zelfs een tweede donorcontract met [eiser] aangegaan, aldus zijn betoog.

4.11.

Het gaat bij het criterium of de beweringen voldoende steun hebben gevonden in het feitenmateriaal, om de feiten die beschikbaar waren ten tijde van de publicatie. De omstandigheid dat wensmoeders later hun excuses hebben aangeboden aan [eiser] en zelfs een tweede donorcontract met hem zijn aangegaan, zoals [eiser] stelt, doet niet af aan hetgeen de wensmoeders destijds tegenover de Persgroep c.s. hebben verklaard. Onvoldoende gemotiveerd betwist is dat er wensmoeders zijn geweest die tegenover de Persgroep c.s. hebben verklaard wat in de publicaties is opgenomen, dat zij zich misleid hebben gevoeld, en dat hun versie van de mededelingen die [eiser] aan hen over zijn achtergrond zou hebben gedaan, niet klopt met de informatie die de Persgroep c.s. had ingezien (zie ook hierna onder 4.14). Dat in de publicaties ten onrechte wordt gesuggereerd dat [eiser] leugens zou vertellen, of dat de Persgroep c.s. meer onderzoek naar haar bronnen had moeten doen, kan derhalve niet worden vastgesteld. De omstandigheid dat [naam 1] als wellicht boze ex-partner contact heeft gehad met de Persgroep c.s., doet aan het voorgaande niet af.

4.12.

Voor zover [eiser] aanvoert dat de bewering dat hij alleen maar op seks zou uit zijn, onjuist zou zijn, faalt dit betoog, omdat deze bewering in de publicaties te herleiden is tot het afzonderlijke artikel in het AD van 13 augustus 2011 met als titel “Via internet sneller en goedkoper” (zie 2.7). Daarin staat dat een aantal mannen zo veel mogelijk donorkinderen wil of alleen op seks uit is. Door het gebruik van een apart kader is voor de lezer duidelijk dat dit artikel niet over [eiser] gaat.

4.13.

Voorts staat onbetwist vast dat bij [eiser] de diagnose Asperger is gesteld en dat de mededeling dat hij 22 kinderen heeft verwekt, afkomstig is uit een Whatsapp-gesprek van [eiser] met [naam 1] , waarin [eiser] dit zelf heeft geschreven. Die informatie is in handen van de Persgroep c.s. gekomen. Ook deze beweringen vinden daarom voldoende steun in het ten tijde van de publicatie beschikbare feitenmateriaal.

4.14.

De Persgroep c.s. heeft – tot slot – aangevoerd dat zij onder meer medische stukken van [eiser] heeft ingezien waaruit blijkt dat hij opgenomen is geweest in een GGZ-instelling. Ook hetgeen overigens in de publicaties over de persoonlijke achtergrond van [eiser] en de gemoedstoestand van zijn broer is opgenomen, blijkt volgens de Persgroep c.s. uit de stukken die de Persgroep c.s. heeft ingezien. Dat de Persgroep c.s. dergelijke stukken heeft ingezien, blijkt uit de procedure die [eiser] heeft aangespannen tegen [naam 1] (zie 2.13). [eiser] heeft dit een en ander niet voldoende weersproken.

4.15.

De conclusie is dan ook dat de inhoud van de publicaties voldoende steun in het ten tijde van de publicatie beschikbare feitenmateriaal vindt. Voor zover al van enige feitelijke onjuistheid in de publicaties sprake zou zijn, is die niet van zodanige aard dat daarmee de belangenafweging in dit geval in het voordeel van [eiser] zou moeten uitvallen.

Wederhoor?

4.16.

Ten aanzien van het betoog van [eiser] dat geen deugdelijke wederhoor heeft plaatsgevonden, wordt het volgende overwogen. Vaststaat dat voorafgaand aan de publicaties een telefoongesprek heeft plaatsgevonden tussen de journalist van het AD en [eiser] . In dat telefoongesprek is [eiser] gehoord. Dat, zoals [eiser] stelt, afgesproken zou zijn dat hij ook nog voorafgaand aan de publicatie(s) inzage zou hebben in het artikel, heeft de Persgroep c.s. betwist en heeft [eiser] niet voldoende onderbouwd. Maar ook als dat anders was, wordt bij gebrek aan belang geen gevolg gegeven aan het bewijsaanbod dat [eiser] ter gelegenheid van de comparitie ten aanzien van dit geschilpunt heeft gedaan. De rechtbank acht het, gelet op al hetgeen hiervoor is overwogen, namelijk niet waarschijnlijk dat [eiser] de Persgroep c.s. ervan had kunnen overtuigen dat haar voorgenomen publicaties zó onjuist waren dat die publicaties achterwege dienden te blijven of minst genomen anders moesten worden geredigeerd. De situatie zou dus niet anders zijn geweest, indien [eiser] de concepttekst had kunnen inzien. Een eventueel verzuim op dit punt kan daarom niet tot de gevolgtrekking leiden dat de Persgroep c.s. onrechtmatig jegens [eiser] heeft gehandeld.

Mate van inbreuk

4.17.

[eiser] is door de opgenomen afbeelding waarbij zijn ogen en een groot deel van zijn gezicht door middel van blokjes zijn afgeschermd, slechts in kleine kring herkenbaar. De Persgroep c.s. heeft ter zitting naar voren gebracht dat [eiser] bij het boodschappen doen in de supermarkt niet zal worden herkend. [eiser] heeft dit niet betwist. Wel zal hij - in overeenstemming met een van de doelen die de Persgroep c.s. met de publicaties heeft gehad - door de combinatie van zijn op internet gebruikte namen, woonplaats en leeftijd worden herkend door de wensmoeders die met hem in contact zijn getreden en bij wie de inseminatie al heeft plaatsgevonden, respectievelijk die nog overwegen tot inseminatie over te gaan. De rechtbank acht deze herkenbaarheid in kleine kring een beperkte inbreuk op de privacy van [eiser] . Bovendien weegt het maatschappelijk belang dat met de publicaties is gediend - in het bijzonder het waarschuwend effect op de wensmoeders - in dit geval zwaarder.

4.18.

Ten overvloede wordt nog overwogen dat de Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting niet van toepassing is op de pers. [eiser] doet dan ook tevergeefs een beroep op de daarin opgenomen waarborgen ter bescherming van de privacy van een zaaddonor.

Conclusie

4.19.

Gelet op alle feiten en omstandigheden van dit geval en hetgeen hiervoor is overwogen, valt de belangenafweging in dit geval in het voordeel van de Persgroep c.s. uit. Het belang in het kader van de uitingsvrijheid het publiek te informeren weegt zwaarder dan het recht van [eiser] verschoond te blijven van elke inmenging in zijn persoonlijke levenssfeer. De vorderingen van [eiser] zullen dan ook worden afgewezen.

4.20.

[eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De nakosten zullen ambtshalve worden begroot en toegewezen als in het dictum volgt. De kosten aan de zijde van de Persgroep c.s. worden begroot op:

- griffierecht € 1.924,00

- salaris advocaat 1.158,00 (2,0 punten × tarief € 579,00)

Totaal € 3.082,00

4.21.

Hetgeen partijen bij brief naar voren hebben gebracht met betrekking tot de inhoud van het proces-verbaal van de comparitie van partijen, behoeft gelet op het voorgaande geen bespreking.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van de Persgroep c.s. tot op heden begroot op € 3.082,00,

5.3.

veroordeelt [eiser] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [eiser] niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van het vonnis.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.F. Korthals Altes, mr. M.M. Korsten - Krijnen en mr. M. van der Kaay, rechters, bijgestaan door mr. A. Vogelzang als griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 21 maart 2018.