Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2018:1535

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
20-03-2018
Datum publicatie
23-03-2018
Zaaknummer
AMS - 17 _ 6486
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De gemeente Amsterdam heeft terecht een Europese gehandicaptenparkeerkaart aan een van haar inwoners geweigerd. De gemeente heeft de weigering gebaseerd op de onderzoeksrapporten van de GGD, en dit mocht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: AMS 17/6486

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 maart 2018 in de zaak tussen

[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. T.A. Vetter),

en

het dagelijks bestuur van het stadsdeel Zuid, verweerder

(gemachtigde: mr. N.M. Jong-A-Kiem).

Procesverloop

Met het besluit van 16 december 2016 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag voor een Europese gehandicaptenparkeerkaart (gpk) voor een bestuurder/passagier afgewezen.

Met het besluit van 5 oktober 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek op de zitting heeft plaatsgevonden op 22 februari 2018. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen


Wat aan deze procedure voorafging

1.1.

Eiseres ervaart pijnklachten aan haar rug en aan bewegingsapparaat. Sinds 2013 heeft eiseres een WIA-uitkering.

1.2.

Eiseres heeft op 13 oktober 2016 een aanvraag gedaan voor een gpk als bestuurder/passagier. Eiseres is op 31 oktober 2016 op het spreekuur van de GGD geweest. De GGD-arts [naam arts] heeft op 15 november 2016 advies uitgebracht en geadviseerd een gpk als bestuurder en als passagier af te wijzen.

1.3.

Naar aanleiding van het voornemen de aanvraag af te wijzen heeft eiseres een brief van de huisarts van 24 november 2016 overgelegd en verwijsbrief voor BigMove GGZ-behandeling, waarin de (rug)problematiek wordt beschreven. Verweerder heeft deze informatie voorgelegd aan de GGD. De GGD-arts [naam arts] heeft in zijn advies van 6 december 2016 geschreven dat in deze stukken geen nieuwe medisch feiten staan op grond waarvan het advies moet worden herzien.

1.4.

Naar aanleiding van het bezwaarschrift heeft verweerder de GGD om een herbeoordeling gevraagd. Eiseres is op 18 april 2017 op het spreekuur gezien door GGD-arts [naam arts] . In het advies van 4 mei 2017 heeft de GGD geadviseerd een gpk af te wijzen.
Standpunten van partijen

2. Verweerder heeft met het bestreden besluit het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. Verweerder heeft het bestreden besluit gebaseerd op de advisering van de GGD. Twee verschillende GGD-artsen hebben eiseres onderzocht en advies uitgebracht. Beide artsen zijn van mening dat eiseres zich zonder hulp van een ander, met de gebruikelijke loophulpmiddelen, redelijkerwijs over een langere afstand dan 100 meter aaneengesloten kan voortbewegen. Daarom wordt geadviseerd een gpk als bestuurder af te wijzen. Daarnaast zijn beide artsen van mening dat eiseres niet van “deur tot deur” afhankelijk is van de ondersteuning door een ander. Daarom wordt geadviseerd een gpk als passagier af te wijzen. Verweerder acht de onderzoeken en de advisering zorgvuldig en ziet daarom geen noodzaak een onafhankelijk revalidatiearts in te schakelen. Eiseres voldoet volgens verweerder niet aan de criteria in artikel 1, eerste lid, aanhef en onder a of d van de Regeling gehandicaptenparkeerkaart voor verstrekking van een gpk bestuurder of passagier.

3. Eiseres betwist in beroep dat zij in staat is 100 meter te lopen. Volgens eiseres is niet inzichtelijk waarop de GGD-arts baseert dat zij in staat is om meer dan 100 meter te lopen. Eiseres overlegt een verslag van haar fysiotherapeut [naam fysiotherapeut] van 6 december 2016. De fysiotherapeut schrijft dat eisers vanwege pijn in de rug en het linker been niet verder kan lopen dan 80 meter bij een snelheid van 1.7 km/uur. Buiten kan eiseres volgens de fysiotherapeut alleen met een loophulpmiddel (kruk) lopen, maximaal 80 meter. Pijnscore tijdens het lopen en staan is VAS 8-0. Voormalig fysiotherapeut [naam fysiotherapeut] beschrijft in de door eiseres overgelegde brief van 5 mei 2011 eenzelfde beeld. Eiseres heeft daarnaast een brief van de huisarts van 30 mei 2017 overgelegd, een verklaring van fysiotherapeut [naam fysiotherapeut] van 9 februari 2018, die eenzelfde beeld geeft als [naam fysiotherapeut] , en een brief van de huisarts van 19 februari 2018, waarin staat dat eiseres in verband met urine incontinentie naar de uroloog is verwezen voor het plaatsen van een TVT bandje.
Beoordeling door de rechtbank

4. Eiseres heeft op de zitting bevestigd dat het geschil zich beperkt tot het afwijzen van een gpk als bestuurder.

5.1.

Anders dan eiseres is rechtbank van oordeel dat het onderzoek van de GGD-artsen op een onpartijdige, objectieve en inzichtelijke wijze is opgesteld.1 Eiseres is twee maal door verschillende artsen gezien op het spreekuur.

5.2.

GGD-arts [naam arts] heeft in zijn advies van 15 november 2016 bij de beoordeling de volgende factoren betrokken: observatie van het looppatroon; kennis van betrokken ziektepatroon; medische informatie meegenomen naar het spreekuur: een verwijsbrief van de huisarts van 21 september 2015 en een verwijsformulier van de huisarts naar BIG Move van oktober 2016; toetsing aan het VIA protocol. [naam arts] heeft medische informatie bij de huisarts opgevraagd en diens brief met bijgevoegde brief van de anesthesioloog van het AMC van 14 januari 2013 en een brief van de neuroloog van het AMC van 1 november 2012 geraadpleegd. [naam arts] kwam tot zijn conclusie na inspectie van het looppatroon, waarbij een normaal looppatroon met niet continue gebruik van een kruk in een normaal tempo werd vastgesteld, waarmee meer dan 100 meter moet kunnen worden afgelegd. Informatie uit de behandelende sector leverde geen gegevens op die passen bij een invaliditeit met loopbeperking tot minder dan 100 meter en er is volgens [naam arts] nog geen sprake van een medische eindsituatie, revalidatiebehandeling wordt nog ingezet. De D-grond is getoetst en niet van toepassing bevonden.

5.3.

GGD-arts [naam arts] heeft in zijn advies van 4 mei 2017 bij de beoordeling de volgende factoren betrokken: mondeling verstrekte gegevens; observatie van het looppatroon; gericht lichamelijk onderzoek; kennis van het betrokken ziektepatroon; medische informatie opgevraagd; inzage van het GGD-dossier; toetsing aan het VIA protocol. [naam arts] heeft informatie bij de huisarts opgevraagd en diens brief van 3 mei 2017 met bijgevoegde brieven van 24 april 2017, 24 november 2016, een verwijsformulier van BIG move en een brief van de fysiotherapeut van 6 november 2016 geraadpleegd. [naam arts] kwam tot zijn conclusie na beschrijving van het klachtenpatroon en de dagelijkse activiteiten die eiseres op het spreekuur opgaf, de bevindingen bij het lichamelijk onderzoek waarbij geen afwijkingen werden geconstateerd die samengaan met een ernstige invaliditeit met loopbeperking tot minder dan 100 meter, inspectie van het looppatroon waarbij een afwijkend looppatroon werd gezien en een normaal/rustig tempo waarbij ten minste 100 meter moet kunnen worden afgelegd, informatie uit de behandelende sector waarbij geen feiten naar voren kwamen die een blijvende ernstige loopbeperking tot minder dan 100 meter kunnen verklaren. Er is volgens [naam arts] geen sprake van een medische eindsituatie, behandeling is nog mogelijk en herstel is mogelijk nog te verwachten. De D-grond is getoetst en niet van toepassing bevonden. De gemachtigde van verweerder heeft op de zitting verklaard dat de GGD-arts telefonisch overleg met de huisarts heeft gehad en de brief van de fysiotherapeut bij de beoordeling heeft meegewogen.

5.4.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiseres voldoende ruimte gehad om het medisch advies van de GGD te betwisten en heeft zij van deze ruimte gebruik gemaakt door brieven van haar fysiotherapeuten in te brengen.

5.5.

Verweerder heeft in het verweerschrift uiteengezet dat het onderzoek van de fysiotherapeut objectief lijkt te zijn, maar dat het moment- en omgeving afhankelijk is en afhankelijk van de inzet van eiseres. In het advies van 4 mei 2017 heeft de GGD-arts de prestatie van eiseres op de loopband meegewogen in het onderzoek en aangegeven dat nog geen sprake is van een eindsituatie. Uit het advies van de fysiotherapeut valt volgens verweerder niet af te leiden of de loopbeperking van langdurige aard is, zoals vereist is voor het in aanmerking komen van een gehandicaptenparkeervoorziening.

5.6.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder duidelijk uiteengezet waarom hij de conclusie van de fysiotherapeut niet overneemt. De brieven van de fysiotherapeuten geven daarom geen aanknopingspunten voor twijfel aan de advisering van de GGD. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding een onafhankelijk deskundige te benoemen. Daarbij overweegt de rechtbank dat eiseres alleen informatie van de huisarts en de fysiotherapeut heeft overgelegd, terwijl meer medische informatie voorhanden is. De rechtbank doelt op de medische informatie uit het WIA-dossier van eiseres of informatie van de pijnpoli van het AMC, waar eiseres onder behandeling stelt te zijn. Voorts overweegt de rechtbank dat eiseres een nieuwe aanvraag kan indienen als daadwerkelijk sprake is van verslechtering van de medische situatie.

5.7.

Voor zover eiseres in de incontinentie aanleiding ziet voor het toekennen van een gpk als bestuurder, overweegt de rechtbank dat daarvoor slechts aanleiding kan zijn bij ernstige, complexe incontinentieproblemen, hetgeen eiseres niet heeft aangevoerd.

6. Gelet op het bovenstaande voldoet de advisering van de GGD naar het oordeel van de rechtbank aan de daarvoor te stellen vereisten en mocht verweerder bij zijn besluitvorming op de advisering van de GGD afgaan.
Conclusie

7. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.H. Waller, rechter, in aanwezigheid van

mr. E.H. Kalse-Spoon, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 maart 2018.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak?

Tegen deze uitspraak kunt u binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.

Als uw zaak spoedeisend is, kunt u de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter vragen om het treffen van een voorlopige voorziening.

1 Vgl. de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 17 april 2013 (ECLI:NL:RVS:2013:BZ7709).