Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2018:1422

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
15-03-2018
Datum publicatie
15-03-2018
Zaaknummer
13/845031-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 72-jarige ex-directeur van een thuiszorgorganisatie krijgt een gevangenisstraf van 27 maanden voor fraude met thuiszorggeld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/845031-13

Datum uitspraak: 15 maart 2018

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1945,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [adres] , [woonplaats] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Op 1 maart 2018 heeft het onderzoek ter terechtzitting plaatsgevonden. Verdachte was daarbij aanwezig.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. J.B.C. Develing, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. R.F. Ronday, naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is – kort gezegd – tenlastegelegd dat hij in de periode van 1 januari 2008 tot en met 1 januari 2011 aan vier strafbare feiten feitelijk leiding heeft gegeven (primair), dan wel dat hij deze feiten samen met anderen heeft gepleegd (subsidiair). Het gaat om de volgende strafbare feiten:

1. Oplichting van Agis Zorgverzekeringen N.V. (hierna: Agis) en het Centraal Administratie Kantoor (hierna: het CAK), doordat bij Agis voorstellen en realisatieformats zijn ingediend die niet reëel of juist waren, op basis waarvan voorschotten werden vastgesteld en geldbedragen zijn uitbetaald.

2. Het valselijk opmaken van realisatieformats, aangezien daarop een onjuist aantal zorguren is vermeld.

3. Het indienen van valse realisatieformats bij Agis en het CAK.

4. Witwassen van de opbrengsten van deze oplichting en daarvan een gewoonte hebben gemaakt.

De precieze tekst van de tenlastelegging is opgenomen in bijlage I bij dit vonnis.

3 Waardering van het bewijs

3.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft onder verwijzing naar zijn schriftelijk requisitoir, kort gezegd, naar voren gebracht dat de tenlastegelegde feiten 1, 2, 3 en 4 op grond van de bewijsmiddelen in het dossier kunnen worden bewezen. Ten aanzien van feit 1 dient verdachte te worden vrijgesproken van de oplichting van het CAK, omdat Agis de instantie is geweest die is bewogen tot afgifte van het geld en beslist dat er geld moet worden overgemaakt. Het CAK voert die beslissing alleen maar uit.

Het gaat om een zorgaanbieder, [naam Thuiszorg] (hierna: [naam Thuiszorg] ), die gedurende een aantal jaren structureel meer werkzaamheden heeft gedeclareerd bij Agis dan er daadwerkelijk was gewerkt. [naam Thuiszorg] verrichtte een aantal werkzaamheden zelf en besteedde ook werkzaamheden uit aan onderaannemers die zorg verleenden aan de cliënten. Het FIOD-onderzoek heeft zich gericht op een gedeelte van de activiteiten die binnen [naam Thuiszorg] plaatsvonden, namelijk de werkzaamheden van zes (van de in totaal dertien) onderaannemers. Deze onderaannemers declareerden de door hen verrichtte werkzaamheden bij [naam Thuiszorg] , die de financiële afwikkeling verzorgde. De facturen van de onderaannemers werden door [naam Thuiszorg] verwerkt in interne productieoverzichten. Deze overzichten vormden de basis voor realisatieformats die naar Agis werden gestuurd. [naam Thuiszorg] zou de door de onderaannemers gedeclareerde uren ongewijzigd moeten doorgeven aan Agis, maar ze verhoogde deze uren structureel op de door haar opgestelde productieoverzichten en verwerkte de opgehoogde cijfers in realisatieformats die bij Agis werden ingediend. Agis gaf vervolgens opdracht aan het CAK om de door [naam Thuiszorg] opgegeven uren uit te betalen. Dit door middel van oplichting verkregen geld is gebruikt om verdachte en zijn vrouw extreem hoge salarissen te betalen en om geld door te sluizen naar zorghotel [naam zorghotel] (een andere onderneming waarvan verdachte directeur is), door te hoge facturen naar [naam Thuiszorg] te versturen.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft onder verwijzing naar zijn schriftelijke pleitnota, kort gezegd, naar voren gebracht dat verdachte integraal moet worden vrijgesproken.

Het Openbaar Ministerie miskent de feitelijke gang van zaken door de tenlastelegging te baseren op de interne productieoverzichten. Dit zijn slechts interne werkdocumenten die uitsluitend zijn bedoeld voor intern administratief gebruik. Het zijn concept-werkdocumenten en alleen een eerste inventarisatie van opgaven van onderaannemers. Deze opgaven worden intern gecontroleerd en gecorrigeerd op basis van vergelijking met indicaties, vernieuwde en bijgestelde opgaven van onderaannemers en vergelijking met facturen. Deze productielijsten worden niet toegezonden aan Agis of het CAK. De opgave door [naam Thuiszorg] aan Agis wordt per vier weken gedaan op eigen formats van Agis. Deze opgave geschiedt in bulk en is dus niet nader gespecifieerd per onderaannemer. Deze formats monitort Agis en vergelijkt ze met de productieafspraak die een jaar van tevoren is gemaakt. Agis bevoorschot niet op basis van de formats en Agis betaalt ook niet op basis van deze formats. De productieafspraak wordt bepaald op basis van de door het CAK gecontroleerde productie van het voorgaande jaar. De bevoorschotting wordt op tachtig procent van deze productie gesteld. [naam Thuiszorg] kan Agis dus nooit bewogen hebben tot een foutieve bevoorschotting, want die staat vast op basis van de vooraf gemaakte productieafspraak. Na de door [naam Thuiszorg] uitgevoerde interne controles en correcties op de opgave van de onderaannemers, doet [naam Thuiszorg] per maand de urenopgave aan het CAK. Het CAK verstrekt vervolgens jaarlijks een overzicht van de uren die door [naam Thuiszorg] aan het CAK zijn aangeleverd en op basis daarvan vindt nacalculatie plaats. Niet alleen is het verwijt ten onrechte gebaseerd op de concept-productielijsten, maar deze lijsten zijn bovendien door [naam directeur] aangeleverd aan Agis en ook nog eens ruim twee jaar in zijn bezit geweest, wat deze gegevens volstrekt onbetrouwbaar maakt. In plaats van zich te richten op de interne productielijsten had de FIOD zich moeten richten op de door [naam Thuiszorg] aan het CAK verstrekte opgaven of de door het CAK verwerkte uren. Dit heeft het Openbaar Ministerie niet gedaan en daarom is het verwijt ongefundeerd en ongegrond.

3.3

Het oordeel van de rechtbank

Uit het dossier kan het volgende worden afgeleid.

Verdachte was tot 19 november 2010 enig aandeelhouder en tevens bestuurder van [naam Thuiszorg] . De activiteiten van deze thuiszorgorganisatie bestonden uit het verlenen van hulp aan zorgbehoevende cliënten. De verleende zorg werd gedeeltelijk door eigen medewerkers van [naam Thuiszorg] verricht. Daarnaast is gebruik gemaakt van diensten die door onderaannemers zijn verleend. Zij factureerden de door hen gewerkte uren aan [naam Thuiszorg] , waarna zij werden uitbetaald. [naam Thuiszorg] registreerde de door de onderaannemers en haar gewerkte uren in interne productie-overzichten.

De financiering van de verleende zorg is afkomstig uit voorschotten die [naam Thuiszorg] gedurende het jaar ontvangt. De totale omvang van de voorschotten werd voorafgaand aan het zorgjaar vastgelegd in een tussen [naam Thuiszorg] en Agis overeengekomen budget, dat op tachtig procent van de productie van het voorgaande jaar werd gesteld. De financiële afwikkeling bestond hieruit dat [naam Thuiszorg] aan Agis middels realisatieformats een periodieke opgave moest doen van de daadwerkelijk verleende zorg. Dit werd gevolgd door een eindafrekening na afloop van het zorgjaar.

Naast de opgave aan Agis diende periodiek een opgave door [naam Thuiszorg] aan het CAK van de daadwerkelijk verleende zorguren te worden gedaan. De hierbij opgegeven uren vormden de basis voor het CAK om aan cliënten een eigen bijdrage in rekening te kunnen brengen. De hoogte van de eigen bijdrage is namelijk mede afhankelijk van de omvang van het ontvangen aantal uur zorg.

Vanaf 19 november 2010 trad [naam directeur] als nieuwe aandeelhouder en tevens bestuurder van [naam Thuiszorg] aan. In zijn positie als nieuwe directeur heeft hij na afloop van het zorgjaar 2010 een opgave aan Agis gedaan van de uren die over 2010 zijn gemaakt. Deze opgave is vergeleken met de opgave van [naam Thuiszorg] aan het CAK over 2010. Dit leverde onverklaarbare verschillen op. Agis heeft vervolgens na eigen onderzoek vastgesteld dat er ook verschillen bestonden tussen de door onderaannemers gefactureerde uren en de uren die door [naam Thuiszorg] aan Agis zijn opgegeven. Uit de melding van [naam directeur] en de daarop volgende controleberekening van Agis is het vermoeden ontstaan dat verdachte zich als feitelijk leidinggever van [naam Thuiszorg] schuldig heeft gemaakt aan over-declaratie.

Het voorgaande heeft ertoe geleid dat een strafrechtelijk onderzoek door de FIOD is ingesteld. De verdediging heeft naar voren gebracht dat het onderzoek niet op correcte wijze is uitgevoerd, omdat dit onderzoek ten onrechte is gebaseerd op de interne productieoverzichten. De rechtbank verwerpt dit verweer en overweegt hierover het volgende.

Van de in totaal dertien onderaannemers heeft de FIOD bij zes onderaannemers onderzoek gedaan, die in totaal 58 procent uitmaakten van de totale omzet van [naam Thuiszorg] die zij bij het CAK heeft opgegeven. Bovendien is sprake van onderaannemers die in omvang verschillen. Dit is dan ook aan te merken als een representatieve selectie van onderaannemers. Door de FIOD zijn van deze onderaannemers facturen en betalingsgegevens ontvangen van de door hen bij [naam Thuiszorg] gedeclareerde en uitbetaalde uren.

Daarnaast zijn op vordering van de FIOD de realisatieformats ontvangen van Agis, zoals deze door [naam Thuiszorg] bij Agis zijn ingediend. Deze formats betreffen totaalopgaven van de per periode gedeclareerde uren, zonder specificatie naar onderaannemer. De interne productieoverzichten bevatten wél deze specificatie naar onderaannemer. Omdat aan Agis op de realisatieformats niet per onderaannemer werd gespecificeerd (zoals verdachte ter zitting heeft aangegeven: de uren werden in bulk aan Agis doorgegeven), is een vergelijking per onderaannemer niet mogelijk. De FIOD heeft er daarom voor gekozen om de door de onderaannemers bij [naam Thuiszorg] gedeclareerde en uitbetaalde uren te vergelijken met de uren van deze onderaannemers op de interne productieoverzichten van [naam Thuiszorg] .

De rechtbank is van oordeel dat het onderzoek van de FIOD bij gebrek aan enige andere, meer nauwkeurige administratie zo volledig en zorgvuldig als mogelijk is uitgevoerd, waarbij is gestreefd naar de meest haalbare precisie. De interne productieoverzichten waren immers de laatste vastlegging binnen [naam Thuiszorg] voordat de uren op realisatieformats werden ingezonden. De cijfers uit deze door [naam directeur] aangeleverde productieoverzichten zijn door de FIOD gevalideerd en de daaruit voortvloeiende totaalcijfers bleken nagenoeg overeen te komen met de door [naam Thuiszorg] aan Agis aangeleverde totalen. Bovendien komen de in de productieoverzichten opgenomen uren per onderaannemer in grote lijnen ook overeen met de door [naam Thuiszorg] aan het CAK verstrekte gegevens. Waar de interne productieoverzichten een lager aantal uur bevatten dan de realisatieformats is in het voordeel van verdachte uitgegaan van die lagere cijfers. Met behulp van deze methode is naar het oordeel van de rechtbank voldoende aannemelijk geworden dat de in deze interne productieoverzichten opgenomen cijfers min of meer overeenkomen met de door [naam Thuiszorg] aan Agis aangeleverde gegevens.

Uit deze vergelijking tussen het opgegeven aantal uur door de onderaannemers en de interne productieoverzichten is gebleken dat [naam Thuiszorg] meer zorguren heeft opgegeven dan dat er in werkelijkheid door de onderaannemers zijn gemaakt. Daarnaast zijn door [naam Thuiszorg] voor onderaannemer [naam onderaannemer] zorguren opgegeven aan Agis onder een andere code (Begeleiding Groep in plaats van Begeleiding Individueel) dan waarvoor [naam Thuiszorg] een contract had met Agis. [naam Thuiszorg] heeft deze uren dus omgekat.

Op grond van het voorgaande en de in bijlage II opgenomen bewijsmiddelen kan naar het oordeel van de rechtbank worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan feitelijk leidinggeven aan oplichting van Agis (feit 1), omdat Agis is bewogen tot afgifte van te hoge voorschotten. Bovendien ligt het in de rede dat op basis van nacalculatie ook aan [naam Thuiszorg] aan het einde van het jaar geldbedragen zijn uitgekeerd, aangezien er werd bevoorschot op tachtig procent. Dit lijkt ook te volgen uit de jaarstukken (D-217-4, p. 3545). Het CAK heeft de betalingsopdrachten van Agis weliswaar uitgevoerd, maar was niet zelfstandig bevoegd om de hoogte daarvan te bepalen. Agis had de beschikkingsmacht over dit geld. Om die reden wordt verdachte vrijgesproken van oplichting van het CAK. Verdachte heeft zich aan feitelijk leidinggeven aan oplichting van Agis schuldig kunnen maken door feitelijk leiding te geven aan het plegen van valsheid in geschrift. Hij heeft namelijk de realisatieformats over de jaren 2008, 2009 en 2010 vervalst (feit 2) en daarna ingediend bij Agis (feit 3). Tegenover de ten onrechte gedeclareerde uren stonden geen feitelijke kosten. Hierdoor had [naam Thuiszorg] een hoge winst die door verdachte is gebruikt om aan zichzelf en aan zijn vrouw een buitensporig salaris toe te kennen, waardoor verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan feitelijk leidinggeven aan gewoontewitwassen (feit 4). De rechtbank beperkt zich ten aanzien van de hoogte van het witwasbedrag tot de salariëring en laat – anders dan de officier van justitie – de geldstromen van en naar Zorghotel [naam zorghotel] buiten beschouwing. Het strafrechtelijk onderzoek heeft zich immers expliciet niet toegespitst op ‘ [naam zorghotel] als onderaannemer’ en de onderzoekswensen van de verdediging zijn ook in dat licht beoordeeld, waardoor de rechtbank in het kader van een eerlijk proces geen consequenties verbindt aan het feit dat een deel van de omzet van [naam Thuiszorg] uiteindelijk lijkt te zijn vermengd met het vermogen van [naam zorghotel] .

Voornoemde feiten heeft verdachte gepleegd in de periode van 1 januari 2008 tot en met 19 november 2010, en niet zoals door de verdediging is bepleit tot 1 januari 2010. Op 19 november 2010 is het bedrijf [naam Thuiszorg] immers overgenomen door [naam directeur] waardoor op dat moment het bestuur formeel en feitelijk is overgegaan. Dat partijen overeenkomen dat bepaalde rechten en verplichtingen met terugwerkende kracht in- of overgaan, doet aan deze strafrechtelijke werkelijkheid niets af.

4 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in bijlage II opgenomen bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

ten aanzien van feit 1, primair:

[naam Thuiszorg] op tijdstippen, gelegen in de periode 1 januari 2008 tot en met 19 november 2010 te Hilversum en/of 's Gravenland en/of Amersfoort, meermalen, telkens met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door listige kunstgrepen, Agis Zorgverzekeringen N.V. (thans Zilveren Kruis Zorgkantoor N.V.) heeft bewogen tot de afgifte van voorschotten en geldbedragen, hebbende verdachte telkens voorstellen en realisatieformats (D-137) bij Agis Zorgverzekeringen N.V ingediend, waarbij verdachte telkens met vorenomschreven oogmerk opzettelijk listiglijk heeft voorgewend dat:

- de opgemaakte voorstellen op basis waarvan de hoogte van de voorschotten werd vastgesteld door Agis reëel waren en

- de periodiek digitaal ingediende realisatieformats die dienen ter verantwoording van de voorschotten waarop de werkelijk verleende zorguren en/of de gerealiseerde productie (zorg)uren werden weergeven juist waren,

waardoor Agis Zorgverzekeringen N.V. telkens werd bewogen tot bovenomschreven afgifte, zulks terwijl hij, verdachte telkens feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging;

ten aanzien van feit 2, primair:

[naam Thuiszorg] op tijdstippen gelegen in de periode 1 januari 2008 tot en met 19 november 2010 te Hilversum en/of 's Gravenland, meermalen telkens realisatieformats (D-137), zijnde geschriften die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen, telkens opzettelijk, valselijk heeft opgemaakt, immers heeft verdachte telkens valselijk en/of in strijd met de waarheid een totaal zorguren vermeld, terwijl in werkelijkheid een ander aantal (minder) zorguren zijn gewerkt en/of er geen zorguren zijn gewerkt, zulks telkens met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken, tot het plegen aan welke bovengenoemde verboden gedragingen verdachte feitelijk leiding heeft gegeven;

ten aanzien van feit 3, primair:

[naam Thuiszorg] op tijdstippen gelegen in de periode 1 januari 2008 tot en met 19 november 2010 te Hilversum en/of 's Gravenland, telkens opzettelijk gebruik heeft gemaakt van vervalste geschriften, als ware die geschriften onvervalst, terwijl [naam Thuiszorg] wist dat die geschriften bestemd waren voor gebruik als ware deze echt en onvervalst, immers heeft verdachte realisatieformats (D-137), zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen bij Agis Zorgverzekeringen N.V. (thans Zilveren Kruis Zorgkantoor N.V.) ingediend, en bestaande die vervalsing daarin dat in voornoemde realisatieformats telkens een totaal aantal zorguren is vermeld, terwijl in werkelijkheid een ander aantal (minder) (zorg)uren zijn gewerkt en/of er geen zorguren zijn gewerkt, aan welke verboden gedragingen verdachte telkens feitelijk leiding heeft gegeven;

ten aanzien van feit 4, primair:

[naam Thuiszorg] op tijdstippen in de periode van 1 januari 2008 tot en met 19 november 2010 te Hilversum en/of 's-Graveland, telkens van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft verdachte geldbedragen telkens overgedragen, zulks terwijl [naam Thuiszorg] telkens wist dat die geldbedragen geheel of gedeeltelijk onmiddellijk of middellijk afkomstig waren uit misdrijf, zulks terwijl hij, verdachte telkens feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

5 Motivering van de straf

5.1

De eis van de officier van justitie

Verdachte moet voor de feiten 1 tot en met 4 worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van dertig maanden. Bij het formuleren van de strafeis heeft de officier van justitie in het voordeel van verdachte rekening gehouden met het tijdsverloop in deze zaak.

5.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft in het kader van de persoonlijke omstandigheden het volgende naar voren gebracht. Verdachte is sociaal enorm beschadigd en financieel benadeeld door het optreden van het Openbaar Ministerie. Er is zonder enige vorm van hoor en wederhoor toe te passen vanuit het Openbaar Ministerie direct overgegaan tot het uitbrengen van een persbericht. Hierdoor hebben vrienden, familieleden en zakenrelaties zich van verdachte afgewend. Daarnaast heeft het Openbaar Ministerie bijna vijf jaar - en daarmee onnodig lang - over het onderzoek en de dagvaarding gedaan, hetgeen in combinatie met een beslag op het inkomen van verdachte zijn gezinssituatie ernstig heeft ontwricht.

5.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 27 maanden. Hierbij zijn de volgende omstandigheden meegewogen.

Verdachte heeft als directeur van een thuiszorgorganisatie tenminste gedurende drie jaar op structurele en listige wijze zorgverzekeraar Agis opgelicht, waarbij zijn eigen financieel gewin blijkbaar allesbepalend was. Dit heeft verdachte gedaan door jarenlang vervalste realisatieformats op te maken en bij Agis in te dienen. Hierwaarin heeft hij de daadwerkelijk gemaakte en aan onderaannemers betaalde zorguren fictief opgehoogd of omgekat. Met zijn handelen heeft verdachte zich ruim een miljoen euro toegeëigend, geld dat was bestemd voor het bekostigen van zorg voor mensen die die zorg nodig hadden. Agis heeft door deze zogenoemde over-declaratie en omkatting te hoge bedragen aan [naam Thuiszorg] toegekend die door het CAK zijn uitbetaald.

Verdachte heeft door zijn handelen op grove wijze misbruik gemaakt van een regeling die de gezamenlijke zorgverzekeraars in het leven hebben geroepen. Verdachte heeft het vertrouwen dat in hem werd gesteld door zijn handelen beschaamd en daarmee de samenleving ernstig benadeeld. De aan cliënten verleende (thuis)zorg wordt immers gedeeltelijk betaald vanuit de via premies verkregen middelen. Deze middelen werden indertijd verkregen en toegekend volgens de AWBZ (Algemene Wet Bijzondere Ziekte), een verplichte verzekering voor alle inwoners van Nederland, en werden dus betaald uit gemeenschapsgeld. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan.

Het door oplichting verkregen geld heeft verdachte gebruikt om aan zichzelf en aan zijn vrouw veel te hoge salarissen uit te betalen. Daarmee heeft hij zich schuldig gemaakt aan gewoontewitwassen. Door witwassen worden de inkomsten uit misdrijven in het legale betalingsverkeer gebracht of geprobeerd te brengen. Dit is een gevaar voor de integriteit van het financiële en economische verkeer. Bovendien worden deze inkomsten daarmee aan het zicht van justitie onttrokken.

Vanwege de ernst van de feiten, de hoogte van het benadelingsbedrag van ruim één miljoen euro en het structurele karakter wordt door rechters in dit soort zaken doorgaans een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van dertig maanden opgelegd.

Tijdens de zitting is gebleken dat verdachte geen verantwoordelijkheid neemt voor zijn handelen. Hij blijft ontkennen zich aan enig strafbaar feit schuldig te hebben gemaakt. Dit weegt niet mee in zijn voordeel. Bij iemand die niet laat zien dat hij het kwalijke van zijn handelen inziet, moet immers worden gevreesd voor herhaling.

In strafverzwarende zin weegt de rechtbank daarnaast mee dat kwetsbare hulpbehoevende mensen gedurende een lange periode slachtoffer (kunnen) zijn geworden van het handelen van verdachte. Verdachte heeft immers de kans voor lief genomen dat deze mensen door het fictief ophogen van de zorguren een hogere eigen bijdrage moesten betalen aan het CAK.

Voorts is uit het strafblad van verdachte gebleken dat hij in april 2005 is veroordeeld voor verduistering, wat hem er kennelijk niet van heeft weerhouden zich vanaf 2008 wederom schuldig te maken aan strafbare feiten.

De bewezen verklaarde feiten 1, 2 en 3, die elk op zichzelf een misdrijf opleveren, staan in zodanig verband met elkaar dat zij moeten worden beschouwd als één voortgezette handeling, omdat de in aanmerking te nemen gelijksoortige feiten voortkomen uit één ongeoorloofd wilsbesluit. Door toepassing van deze bepaling wordt ten aanzien van die feiten slechts één strafbepaling toegepast, te weten die waarbij de zwaarste hoofdstraf is gesteld. Bij die strafbepaling houdt de rechtbank er rekening mee dat verdachte door de strafvervolging en de beslagen al erg in zijn persoon is getroffen. Bovendien gaat de rechtbank ervan uit dat een gevangenisstraf voor verdachte vanwege zijn leeftijd van bijna 73 jaar zwaarder zal zijn dan voor de gemiddelde veroordeelde.

Naar het oordeel van de rechtbank heffen de strafverzwarende en strafverminderende omstandigheden in deze zaak elkaar op. Dat betekent dat het uitgangspunt van een gevangenisstraf van dertig maanden in deze zaak in beginsel als passend heeft te gelden.

Bij de straftoemeting heeft de rechtbank echter ook gekeken naar de redelijke termijn van berechting. Als uitgangspunt geldt dat binnen twee jaar na aanvang van deze termijn vonnis moet worden gewezen. In deze zaak gaat de rechtbank uit van het moment waarop verdachte in verzekering is gesteld als het moment dat de redelijke termijn van berechting is aangevangen, te weten 1 december 2014. Het overzichtsproces-verbaal dat in april 2015 is afgerond, geeft aan dat het onderzoek op dat moment gereed was. De rechtbank is dan ook van oordeel dat deze zaak vanwege de omvang en complexiteit, ten laatste in april 2017 inhoudelijk had moeten worden behandeld en dat is niet gebeurd. Tussen die datum en de datum van het vonnis - 15 maart 2018 - ligt een periode die de redelijke termijn van berechting met een jaar overschrijdt. De rechtbank zal dit compenseren door de beoogde straf te matigen met tien procent. Gelet hierop zal aan verdachte een gevangenisstraf van 27 maanden worden opgelegd.

6 Beslag

Onder verdachte zijn de voorwerpen inbeslaggenomen zoals opgenomen in bijlage III bij dit vonnis. Deze voorwerpen dienen zoals in deze bijlage is vermeld, aan verdachte dan wel aan [naam directeur] , in zijn hoedanigheid van laatste bestuurder van [naam Thuiszorg] , te worden teruggegeven.

7 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 51, 56, 57, 225, 326 en 420ter van het Wetboek van Strafrecht.

8 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert in juridische zin op:

ten aanzien van feit 4, primair:

feitelijk leidinggeven aan gewoontewitwassen;

en

voortgezette handeling van

ten aanzien van feit 1, primair:

feitelijk leidinggeven aan oplichting, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feit 2, primair:

feitelijk leidinggeven aan valsheid in geschrift, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feit 3, primair:

feitelijk leidinggeven aan opzettelijk gebruik maken van een vervalst geschrift, meermalen gepleegd.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 27 (zevenentwintig) maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Onder verdachte zijn de voorwerpen inbeslaggenomen zoals opgenomen in bijlage III bij dit vonnis. Deze voorwerpen worden zoals in deze bijlage is vermeld, aan verdachte of aan [naam directeur] teruggegeven.

Dit vonnis is gewezen door

mr. B. Vogel, voorzitter,

mrs. G.H. Marcus en M.R.J. van Wel, rechters

en mr. L.S. Janse van Mantgem, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 15 maart 2018.