Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2018:1360

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
21-02-2018
Datum publicatie
15-03-2018
Zaaknummer
13/650128-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Materieel strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

vrijspraak van brandstichting, veroordeling voor verduistering in dienstbetrekking.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM


VERKORT VONNIS

Parketnummer: 13/650128-17

Datum uitspraak: 21 februari 2018

Verkort vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] (Iran) op [geboortedag] 1989,
verblijvende op het adres [adres 1] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 13 juli 2017, 4 oktober 2017, 12 december 2017 en 7 februari 2018.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. J.H. van der Meij, en van wat de gemachtigde raadsman van verdachte, mr. Y. Moszkowicz, naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is – kort gezegd, na wijziging ter terechtzitting – ten laste gelegd dat hij:

  1. op 7 maart 2017 in Amsterdam in vereniging/alleen opzettelijk brand heeft gesticht en/of een ontploffing heeft teweeggebracht in een bedrijfspand gelegen aan de [adres 2] , terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor anderen was te duchten;

  2. in de periode van 1 juli 2016 tot en met 7 maart 2017 in Amsterdam een aanzienlijke hoeveelheid goederen van [naam BV 1] en/of [naam bedrijf 1] , die hij uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking van magazijnbediende onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.

De volledige tekst van de tenlastelegging is opgenomen in een bijlage die achter dit vonnis is gevoegd.

3 Waardering van het bewijs

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie vindt dat beide feiten wettig en overtuigend kunnen worden bewezen. Zij heeft daartoe – samengevat – het volgende aangevoerd.

Uit tactisch en technisch sporenonderzoek dat in en om het bedrijfspand is verricht, blijkt onder meer dat enkele momenten nadat een man het bedrijfspand binnengaat een explosie volgt en vlammen uit het dak komen, en dat in het bedrijfspand een uitgebrande auto stond. Onder deze auto wordt een deels verbrande jerrycan aangetroffen waarin een vloeistof zit met een sterke geur van benzine en troebel van samenstelling (brandmonster 1). Daarnaast slaan de speurhonden aan op ontbrandbare vluchtige stoffen bij de uitgebrande auto (brandmonster 2). In de genomen brandmonsters waren brandversnellers aanwezig. Onderzoek heeft uitgewezen dat een gasexplosie kan worden uitgesloten. Het voorgaande, in samenhang met het gegeven dat een auto niet zomaar in brand vliegt maakt dat het niet anders kan dan dat de brand is aangestoken, aldus de officier van justitie.

Dat dit door verdachte is gedaan, blijkt uit het volgende. Het dossier bevat tapgesprekken waarin de moeder van verdachte verdachte van een alternatief scenario lijkt te willen voorzien. Voorts staat vast dat de telefoon van verdachte een uur voor de brand uitpeilt nabij de [adres 2] , dat getuigen kort voor de brand een man het pand zien binnengaan die een elektrische fiets tegen het pand zet en dat verdachte korte tijd na de brand door een taxi wordt opgehaald in de omgeving van het bedrijfspand. Verdachte is in het bezit van een door de getuigen omschreven fiets en hij had als enige persoon de sleutel van het pand. Verdachte is dan ook de man die de getuigen bij het bedrijfspand hebben gezien, de laatste die het pand is binnengegaan en daarmee degene die de brand heeft gesticht.

Verdachte heeft het tweede ten laste gelegde feit bekend en de verduisterde partij cartridges is aangetroffen in distributiecentrum [naam] en bij verdachte thuis. In dit feit kan overigens ook het motief voor de brandstichting gevonden worden, aldus de officier van justitie.

3.2

Het standpunt van de raadsman van verdachte

De raadsman van verdachte heeft vrijspraak ten aanzien van het eerste ten laste gelegde feit bepleit en daartoe onder meer het volgende aangevoerd.

Allereerst heeft de raadsman verzocht nader onderzoek te (doen) verrichten naar het wel of niet bestaan van camerabeelden in het bedrijfspand en indien deze bestonden of deze waren opgenomen en opgeslagen.

Volgens de raadsman kan uit hun verklaringen niet volgen dat het verdachte was die de getuigen [getuige 1] en [getuige 2] vlak voordat de brand uitbrak hebben gezien bij het bedrijfspand. Daarnaast heeft verdachte meerdere malen om de camerabeelden verzocht, wat hij niet zou doen als hij de brand zou hebben gesticht. Het uitpeilen van de telefoon van verdachte in de nabijheid van het bedrijfspand levert evenmin bewijs op.

Over de oorzaak van de brand heeft de raadsman opgemerkt dat niets uit het dossier wijst op opzettelijk brandstichten. De aanwezigheid van ontbrandbare vluchtige stoffen kan worden verklaard door de aanwezigheid van een voertuig in de brandhaard. De aangetroffen jerrycan was afgesloten en bevatte bovendien hoofdzakelijk water. Mocht de rechtbank de jerrycan als bewijsmiddel willen bezigen, heeft de raadsman verzocht onderzoek in te stellen naar de vraag of de jerrycan was afgesloten. Er is onvoldoende onderzoek gedaan naar eventuele alternatieve scenario’s. Een alternatief scenario zou namelijk kunnen zijn dat door een technisch defect in de aangetroffen auto de brand is ontstaan, aldus de raadsman.

Ten aanzien van het tweede ten laste gelegde feit heeft verdachte bekend en heeft hij open kaart gespeeld, aldus de raadsman.

3.3

Het oordeel van de rechtbank

3.3.1

Vrijspraak van feit 1 (de brandstichting)

De rechtbank zal verdachte vrijspreken van het eerste ten laste gelegde feit en zal uitleggen waarom.

Vaststaat dat er op 7 maart 2017 een brand heeft gewoed in het bedrijfspand aan de [adres 2] in Amsterdam, die veel schade voor onder meer de eigenaar van het pand en bedrijven in de omgeving tot gevolg heeft gehad.

Verdachte wordt verweten dat hij deze brand opzettelijk heeft gesticht.

Voor een bewezenverklaring van dit verwijt moet allereerst op grond van de bewijsmiddelen buiten redelijke twijfel zijn dat sprake is geweest van brandstichting. De rechtbank is van oordeel dat op grond van het verrichte onderzoek niet kan worden aangenomen dat de brand opzettelijk is gesticht. In het pand zijn een uitgebrande auto en dicht daarbij een jerrycan en benzine aangetroffen. Nader onderzoek naar de uitgebrande auto ontbreekt. Het enkele aantreffen van genoemde goederen maakt naar het oordeel van de rechtbank niet dat met voldoende mate van zekerheid geconcludeerd kan worden dat sprake is geweest van brandstichting. Dat getuigen verklaren dat een persoon het bedrijfspand verliet vlak voordat de brand het dak uitsloeg, maakt dit niet anders.

3.3.2

Veroordeling voor feit 2 (verduistering in dienstbetrekking)

Ten aanzien van het tweede ten laste gelegde feit oordeelt de rechtbank dat er voldoende wettig en overtuigend bewijs is om te komen tot een bewezenverklaring. Verdachte heeft het feit bekend en verklaard dat hij cartridges bedrijfsmatig doorverkocht. Bij de doorzoeking op het woonadres van verdachte in Den Haag is een groot aantal dozen met inktcartridges aangetroffen. De dozen met inhoud zijn door aangever [persoon] herkend als zijn eigendom. Bovendien kwamen de ‘invoice nummers’ op de dozen overeen met de nummers die [persoon] had verstrekt. Ook in de opslagruimte van verdachte in distributiecentrum [naam] zijn verduisterde cartridges aangetroffen.

De bewezen verklaarde periode

De rechtbank oordeelt dat de verduistering in de ten laste gelegde periode bewezen kan worden. Zij overweegt daarbij dat verdachte sinds 1 juli 2016 bij zijn werkgever in dienst was en dat het bedrijf van verdachte (via welk bedrijf de verduisterde cartridges zijn verkocht) toen al bestond.

3.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat verdachte in de periode van 1 juli 2016 tot en met 7 maart 2017 te Amsterdam opzettelijk een aanzienlijke hoeveelheid inktcartridges, die toebehoorden aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welke goederen verdachte uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking van magazijnbediende onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.

4 Het bewijs

De rechtbank zal de bewijsmiddelen waarop de bewezenverklaring is gebaseerd uitwerken als tegen dit vonnis hoger beroep wordt ingesteld.

5 De strafbaarheid van het feit en van verdachte

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar en verdachte is hiervoor strafbaar.

6 De straf

6.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren gevorderd. Daarnaast heeft de officier een bevel gevangenneming bij vonnis gevorderd, gelet op het bestaande vluchtgevaar en dat het eerste ten laste gelegde feit een feit betreft waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van twaalf jaren of meer is gesteld.

6.2

Het standpunt van de raadsman van verdachte

De raadsman van verdachte heeft ten aanzien van het eerste ten laste gelegde feit vrijspraak bepleit, waardoor geen straf of maatregel zal moeten volgen.

Ten aanzien van het tweede ten laste gelegde feit heeft de raadsman naar voren gebracht dat verdachte zijn straf al heeft uitgezeten in het voorarrest.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal verdachte veroordelen tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf . Zij zal uitleggen waarom zij tot deze straf komt.

De ernst van het feit

Verdachte heeft in een periode van ruim 9 maanden een aanzienlijke hoeveelheid cartridges verduisterd van zijn werkgever. Dit is een ernstig en vervelend feit. Verdachte heeft hierdoor zijn werkgever, bij wie hij als magazijnbediende werkzaam was, veel schade toegebracht. De werkgever heeft namelijk verklaard dat ruim de helft van zijn handelsvoorraad is verduisterd. Verdachte heeft daarnaast ernstig misbruik gemaakt van zijn positie. Hij was de enige werknemer van het bedrijf in Nederland en doordat zijn werkgever veelal in Amerika verbleef, werd er groot vertrouwen in hem gesteld. Bovendien pleegde verdachte het feit voor zijn eigen financieel gewin. Hij verkocht de goederen via zijn eigen bedrijf om zijn schulden af te betalen en in zijn cannabisverslaving te kunnen voorzien. Dit neemt de rechtbank verdachte kwalijk.

De straf

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden. Zij zal aan verdachte een gevangenisstraf opleggen voor de duur van 8 maanden, met aftrek van het voorarrest.

7 De benadeelde partijen

7.1

De benadeelde partij [naam BV 2] .

De benadeelde partij [naam BV 2] . vordert € 107.842,08 aan materiële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente. De schade ziet op de inventaris van het garagebedrijf en apparatuur.

Op de zitting heeft de raadsman van de benadeelde partij, mr. G. Martin, stukken overgelegd ter onderbouwing van de geleden winstderving. De raadsman heeft tevens een voorschot op de schadevergoeding bepleit van een bedrag van € 32.000, zijnde € 4.000 aan verhuiskosten en € 28.000 aan winstderving.

7.2

De benadeelde partij [naam BV 3] . / [naam BV 4]

De benadeelde partij [naam BV 3] . / [naam BV 4] vordert € 200.422 aan materiële schadevergoeding . De schade ziet op onder meer op huurderving en uren die aan het dossier zijn besteed.

7.3

De benadeelde [naam BV 5]

De benadeelde partij [naam BV 5] vordert € 7.086,29 aan materiële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente. De schade ziet onder meer op een uitgebrande auto.

7.4

De benadeelde [naam bedrijf 2]

De benadeelde partij [naam bedrijf 2] vordert € 189.679,19 aan materiële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente. De schade ziet op de verloren gegane handelsvoorraad, meerkosten voor ingehuurd personeel en de verloren gegane magazijninventaris.

7.5

Het oordeel van de rechtbank

De ingediende vorderingen van de benadeelde partijen zien op de schade die zij hebben geleden door de brand. Omdat de rechtbank verdachte vrijspreekt van de ten laste gelegde brandstichting zal iedere benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering. De vordering kan desgewenst bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

8 Het beslag

8.1

De beslaglijst

Onder verdachte zijn de volgende voorwerpen in beslag genomen:

  1. € 3.430 (goednummer: 5365161);

  2. € 8,20 (goednummer: 5365125);

  3. € 159,25 (goednummer: 5365151);

  4. € 160 (goednummer: 5365161);

  5. 1 FLS Fles (benzine in glazen fles) (goednummer: 5351125);

  6. 1 STK Brandmonster (goednummer: 5351126);

  7. 1 STK Jerrycan (goednummer: 5351129);

  8. 19 STK Beats by Dr Dre hoofdtelefoons (goednummer: 5401782);

  9. 45 STK Beats by Dr Dre hoofdtelefoons (goednummer: 5401784);

  10. 1 STK Fust (inhoud: 3 inbussleutels, 2 batterijen) (goednummer: 5365193);

  11. 1 STK Pet, zwart (Stone Island) (goednummer: 5401694);

  12. 2 STK Handschoen (Rawlings) (goednummer: 5401698);

  13. 30 STK Inktpatroon (goednummer: 5401707);

  14. 41 STK Inktpatroon (goednummer: 5401747);

  15. 1 STK Koptelefoon Beats by Dr Dre (losse accessoires) (goednummer: 5401753);

  16. 1 STK Zaktelefoon, blauw (Samsung) (goednummer: 5364974);

  17. 1 STK Zaktelefoon, grijs (Alcatel One Touch) (goednummer: 5364975);

  18. 1 STK Zaktelefoon, zwart (Samsung S5) (goednummer: 5364977);

  19. 1 STK Zaktelefoon (Nokia 105) (goednummer: 5364977);

  20. 1 STK Computer, wit (Samsung SM-T813, tablet) (goednummer: 5364987);

  21. 2 STK Koptelefoon Beats by Dr Dre (goednummer: 5364999).

8.2

De beslissing van de rechtbank

De rechtbank heeft als volgt beslist.

Teruggave aan verdachte

De inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerpen met de nummers 1, 2, 3, 4, 11, 12, 16, 17, 18, 19 en 20 worden teruggegeven aan verdachte.

Onttrekking aan het verkeer

De inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerpen met de nummers 5, 6 en 7 worden onttrokken aan het verkeer en zijn daarvoor vatbaar, omdat deze voorwerpen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang.

Bewaren voor de rechthebbende

De inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerpen met de nummers 10, 13 en 14 worden bewaard voor de rechthebbende.

Geen beslissing

Ten aanzien van de inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerpen met de nummers 8, 9, 15 en 21 acht de rechtbank zichzelf niet in staat een beslissing te nemen, nu deze goederen in het kader van een andere verdenking tegen verdachte inbeslaggenomen lijken te zijn.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen 36b, 36d, 321 en 322 van het Wetboek van Strafrecht.

10 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart het onder feit 1 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte het onder feit 2 ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 3.4 is vermeld.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Verduistering gepleegd door hem die de goederen uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking onder zich heeft

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 (acht) maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Verklaart de benadeelde partijen [naam BV 2] ., [naam BV 3] . / [naam BV 4], [naam BV 5] en [naam bedrijf 2] niet-ontvankelijk in hun vordering.

Gelast de teruggave aan verdachte van:

  • -

    € 3.430 (goednummer: 5365161);

  • -

    € 8,20 (goednummer: 5365125);

  • -

    € 159,25 (goednummer: 5365151);

  • -

    € 160 (goednummer: 5365161);

  • -

    1 STK Pet, zwart (Stone Island) (goednummer: 5401694);

  • -

    2 STK Handschoen (Rawlings) (goednummer: 5401698);

  • -

    1 STK Zaktelefoon, blauw (Samsung) (goednummer: 5364974);

  • -

    1 STK Zaktelefoon, grijs (Alcatel One Touch) (goednummer: 5364975);

  • -

    1 STK Zaktelefoon, zwart (Samsung S5) (goednummer: 5364977);

  • -

    1 STK Zaktelefoon (Nokia 105) (goednummer: 5364977);

  • -

    1 STK Computer, wit (Samsung SM-T813, tablet) (goednummer: 5364987).

Verklaart onttrokken aan het verkeer:

  • -

    1 FLS Fles (benzine in glazen fles) (goednummer: 5351125);

  • -

    1 STK Brandmonster (goednummer: 5351126);

  • -

    1 STK Jerrycan (goednummer: 5351129).

Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van:

  • -

    1 STK Fust (inhoud: 3 inbussleutels, 2 batterijen) (goednummer: 5365193);

  • -

    30 STK Inktpatroon (goednummer: 5401707);

  • -

    41 STK Inktpatroon (goednummer: 5401747).

Dit vonnis is gewezen door

mr. S. van Eunen, voorzitter,
mrs. J.P.W. Helmonds en H.E. Spruit, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. D. Spaan, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 21 februari 2017.