Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2018:1301

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
06-03-2018
Datum publicatie
09-03-2018
Zaaknummer
6619425 KK EXPL 18-104
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Een huurder van een woning in Amsterdam-Zuidoost die de wijkbeheerders uitschold, mag in zijn huis blijven wonen als hij zich gedraagt. Ook moet hij bijna 1.100 euro aan huurachterstand betalen oordeelt de kantonrechter

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer: 6619425 KK EXPL 18-104

vonnis van: 6 maart 2018

vonnis van de kantonrechter kort geding

I n z a k e

de stichting Woningstichting Rochdale

gevestigd te Amsterdam

eiseres

nader te noemen: Rochdale

gemachtigde: mr. N. Vos

t e g e n

[gedaagde]

wonende te [woonplaats]

gedaagde

nader te noemen: [gedaagde]

gemachtigde: mr. M. van Viegen

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Bij dagvaarding van 6 februari 2018, met producties, heeft Rochdale een voorziening gevorderd.

Ter zitting van 20 februari 2018 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. [gedaagde] is samen met zijn gemachtigde en twee vrienden verschenen. Voor Rochdale zijn verschenen [naam 1] en [naam 2] , wijkbeheerders, en twee andere medewerkers van Rochdale, bijgestaan door de gemachtigde. Partijen zijn gehoord en hebben vragen van de kantonrechter beantwoord. Ten slotte is vonnis gevraagd en is een datum voor vonnis bepaald.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

1 Uitgangspunten

1.1

Vanaf 21 april 2015 verhuurt Rochdale de woning aan het adres [adres] te [woonplaats] (hierna: de woning) aan [gedaagde] . De huidige huurprijs bedraagt € 612,71 per maand.

1.2

Op de huurovereenkomst zijn algemene huurvoorwaarden van toepassing. Daarin staat onder meer:
Goed huurder
8.1. De huurder is verplicht zich ten aanzien van het gebruik van het gehuurde als een goed huurder te gedragen (…)

(…)

Geen overlast of hinder
8.10. De huurder zorgt ervoor dat aan omwonenden geen overlast of hinder wordt veroorzaakt door hemzelf, zijn huisgenoten, huisdieren en/of derden die zich in het gehuurde bevinden.

1.3

De woning is gelegen op de zevende verdieping van de flat [adres] . Rochdale heeft twee wijkbeheerders in dienst voor [adres] en een nabijgelegen flat: [naam 1] (hierna: [naam 1] ) en [naam 2] (hierna: [naam 2] ). Zij hebben als taak overlast en vervuiling in de flats tegen te gaan.

1.4

Op 21 september 2017 hebben twee bezoekers van [gedaagde] bij het vertrek graffiti aangebracht in de lift. Rochdale heeft [gedaagde] hierover op 24 september 2017 een brief geschreven waarin staat dat de schoonmaakkosten van € 25,= voor zijn rekening komen. Ook wordt [gedaagde] gewaarschuwd: hij moet zich als een goed huurder gedragen en anders kan dit gevolgen hebben voor zijn huurovereenkomst.

1.5

Op 30 november 2017 hebben [naam 1] en [naam 2] aangebeld bij de woning van [gedaagde] , omdat zij op camerabeelden hadden gezien dat [gedaagde] eerder een patatzak tegen een haldeur had gegooid. [gedaagde] deed niet open. [naam 1] en [naam 2] gingen vervolgens een verdieping lager aan het werk, op de zesde etage. [gedaagde] heeft ze vanaf de galerij van de zevende verdieping uitgescholden, trappend tegen de reling.

1.6

[naam 1] en [naam 2] hebben aangifte gedaan van bedreiging. Volgens [naam 1] heeft [gedaagde] ook gezegd: Ik maak je dood als je weer voor mijn deur komt. Als je een boete wilt geven, dan moet je dit maar doen. Jullie moeten geen politieagent spelen. Volgens [naam 2] heeft [gedaagde] gezegd: Als jullie nog een keer voor mijn deur komen dan ga ik jullie doodschieten. Ik ga jullie knallen.

1.7

[gedaagde] heeft tot en met januari 2018 een huurachterstand van € 1.091,89.

2 Het geschil

2.1

Rochdale vordert – kort gezegd – de ontruiming van de woning. Primair binnen vijf dagen na betekening van dit vonnis, subsidiair als het nogmaals tot een bedreiging of andere wanprestatie komt. Steeds met veroordeling tot betaling van de huurachterstand met nevenvorderingen.

2.2

Rochdale legt hieraan het volgende ten grondslag. [gedaagde] heeft wanprestaties gepleegd door de vervuilingen (graffiti en patatzak), de bedreigingen en het structureel te laat en onvolledig betalen van de huur. Deze wanprestaties rechtvaardigen de ontbinding en – vooruitlopend daarop – nu alvast de ontruiming van de woning.

2.3

[gedaagde] voert, samengevat, het volgende verweer. Hij wist niet dat zijn bezoek graffiti had aangebracht en hij vindt het raar dat hij direct de schoonmaakkosten moet betalen, in plaats van eerst een waarschuwing te krijgen. [gedaagde] kan zich niet herinneren dat hij een patatzak tegen een haldeur heeft gegooid, maar het kan zijn dat hij dit wel heeft gedaan, onder invloed van alcohol. Bedreigingen heeft [gedaagde] niet geuit. Wel heeft hij [naam 1] en [naam 2] uitgescholden, omdat ze ineens aan zijn deur stonden. Daarvoor biedt hij zijn excuses aan. De huurachterstand is ontstaan door gedoe over de huurtoeslag.

3 De beoordeling

3.1

Gezien de ernst van de gevolgen voor de betrokken huurder wordt een ontruiming in kort geding alleen uitgesproken indien de misdraging(en) of andere wanprestaties van zodanige aard en ernst zijn dat de ontruiming op korte termijn noodzakelijk is, de uitkomst van een bodemprocedure niet kan worden afgewacht en hoogstwaarschijnlijk is dat de bodemrechter de huurovereenkomst zal ontbinden.

3.2

De huurachterstand, die door [gedaagde] niet is betwist, vormt geen zelfstandige grond tot ontruiming, nu dat bedrag lager is dan de optelsom van drie huurtermijnen.

3.3

[gedaagde] heeft niet ontkend dat zijn bezoek graffiti heeft aangebracht in de lift. Omdat [gedaagde] aansprakelijk is voor het gedrag van zijn bezoek, wordt dit gedrag hem aangerekend, ook al wist hij hier niet van. De schoonmaakkosten, die overigens niet in deze procedure worden gevorderd, dient hij dan ook te voldoen.

3.4

Het gooien van het patatzakje kan [gedaagde] zich niet herinneren. Nu dit volgens [naam 1] en [naam 2] op camerabeelden is te zien, en [gedaagde] het ook niet uitsluit, gaat de kantonrechter ervan uit dat [gedaagde] dit heeft gedaan.

3.5

[gedaagde] heeft erkend dat hij op 30 november 2017 de twee wijkbeheerders heeft uitgescholden. Daarmee heeft hij zich misgedragen. Het is evenwel de vraag of hij de twee wijkbeheerders ook heeft bedreigd. [gedaagde] heeft hierover gezegd dat hij dat absoluut nooit zou doen, omdat hij dan zijn woning kwijtraakt. In het kader van deze kort geding procedure kan geen nader onderzoek naar de feiten worden gedaan. Dat zal in een bodemprocedure moeten worden uitgezocht.

3.6

De misgedragingen die nu wél vaststaan (twee vervuilingen en het uitschelden van de wijkbeheerders) en de huurachterstand zijn onvoldoende zwaarwegend om nu, vooruitlopend op een oordeel in de bodemprocedure, de ontruiming van de woning te bevelen. De daarop betrekking hebbende vordering wordt dan ook afgewezen. [gedaagde] dient zich wel te realiseren dat er in het vervolg op zijn gedrag (en van zijn bezoek) niets meer aan te merken mag zijn, als hij de woning wil blijven huren.

3.7

De subsidiaire vordering – ontruiming mocht het (opnieuw) tot een bedreiging of andere wanprestatie komen – is te onbepaald en kan daarom niet worden toegewezen.

3.8

Nu [gedaagde] de huurachterstand niet heeft betwist, staat deze vast en kan dit deel van de vordering worden toegewezen.

3.9

Nu de ontruiming van het gehuurde niet toewijsbaar is, zijn de in dat kader gevorderde huurpenningen vanaf 1 februari 2018 niet toewijsbaar.

3.10

Rochdale dient als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij met de proceskosten te worden belast.

BESLISSING

De kantonrechter:

I. veroordeelt [gedaagde] om binnen 5 dagen na betekening van dit vonnis te betalen aan Rochdale: € 1.091,89 (de huurachterstand tot en met januari 2018);

II. veroordeelt Rochdale in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van [gedaagde] begroot op € 200,00 aan salaris voor de gemachtigde, voor zover van toepassing, inclusief btw;

III. verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

IV. wijst af het meer of anders gevorderde.

Aldus gewezen door mr. M.R. Jöbsis, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 6 maart 2018 in tegenwoordigheid van de griffier.