Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2018:10053

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
01-08-2018
Datum publicatie
14-08-2019
Zaaknummer
664784 / HA ZA 18-257
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vordering nakoming overeenkomst zonneparken; beëindigingsovereenkomst; dwaling; afwijzing conventie; toewijzing reconventie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rolnummer: C/13/644784 / HA ZA 18-257 (na heropening; voorheen 13/623696 / HA ZA 17-157)

Vonnis van 1 augustus 2018

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiseres] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam,

tegen

de naamloze vennootschap naar buitenlands recht

POWERFIELD FREE ZONE N.V.,

gevestigd te Santa Cruz, Aruba,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. K. Roderburg te Amsterdam.

Partijen zullen hierna [eiseres] en Powerfield genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 2 februari 2017 tevens houdende incidentele vordering ex artikel 843a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, met producties,

  • -

    de conclusie van antwoord in het incident,

  • -

    het vonnis in het incident van 29 maart 2017,

  • -

    de conclusie van antwoord in conventie tevens houdende eis in reconventie,

  • -

    het vonnis van 24 mei 2017 waarin een comparitie van partijen is gelast,

  • -

    de conclusie van antwoord in reconventie, met producties,

  • -

    de doorhaling ter rolle van 25 oktober 2017 op verzoek van partijen,

  • -

    de fax van de advocaat van [eiseres] van 12 maart 2018 waarin zij heeft verzocht om de zaak weer op de rol te plaatsen en een datum voor de comparitie te bepalen,

  • -

    de dagbepaling van de comparitie,

  • -

    de akte wijziging van eis tevens akte houdende aanvullende producties, ter griffie ingekomen op 5 juni 2018, met producties,

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 20 juni 2018 en de daarin genoemde stukken.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiseres] is een onderneming die investeert in zonne-energieprojecten, waaronder zonneparken. [eiseres] is opgericht door de onderneming Padero Solar, ten behoeve van de ontwikkeling van zonne-energieprojecten in Nederland. Powerfield is een onderneming die zich onder meer bezig houdt met het opzetten van zonneparken.

2.2.

De Rijksoverheid heeft middels de Subsidieregeling Duurzame Energie (SDE) bedrijven de mogelijkheid gegeven om subsidie te verkrijgen voor de productie van duurzame energie, zoals zonne-energie.

2.3.

[eiseres] en Powerfield hebben op 29 april 2015 een zogenoemde Partnership Agreement gesloten (hierna te noemen: de overeenkomst).

2.4.

Powerfield heeft ingevolge de artikelen 2.1 tot en met 2.3 van de overeenkomst – voor zover hier van belang – de navolgende verplichting(en) op zich genomen:

“2.1 Powerfield is obliged to offer [eiseres] solar plant projects with a minimum Watt-Max capacity of 1 megawatt. Moreover Powerfield is obliged to offer solar plant projects meeting the Qualifying Criteria as defined in clause 2.2, with a combined Watt-Max capacity of no less than 25 megawatts to [eiseres] each 12 month period, starting on the date this Agreement is signed.

2.2

Powerfield is obliged to set up a new private company with limited liability for each project, which will serve as a SPV, for the purpose of the development of each individual solar plant project. Powerfield shall procure and warrant that each SPV:

a. a) (…)

d) Has been granted an irrevocable and irreversible SDE Subsidy allocation;

(…)

g) (…)

2.3

If a project has a minimum Watt-Max capacity of 1 megawatt and an SPV has been set up which meets all of the criteria set out in clause 2.2 under (a) to (g); a project meets the Qualification Criteria. If a project meets the Qualification Criteria, Powerfield is obliged to offer the shares of the SPV to [eiseres] in accordance with clause 4 (Right of first refusal) and 5 (Transfer of Shares).”

2.5.

Artikel 4 en 5 van de overeenkomst bepalen vervolgens:

“4. Right of first refusal

4.1

If a project meets all of the Qualification Criteria, Powerfield is obliged to offer the Shares of this SPV exclusively to [eiseres] first.

4.2

[eiseres] shall have 10 weeks to accept the offer referred to in clause 4.1, but is not obliged to do so.

4.3

If the term, referred to in clause 4.2, has expired or if Powerfield has received a written conformation stating [eiseres] will not accept the offered SPV, Powerfield is entitled to offer the SPV to third parties.

5.2

For each individual Transfer of Shares the purchase price of the shares shall be equal to the sum of € 0,03 per Watt-Max of each project.”

2.6.

Ingevolge artikel 3.1 van de overeenkomst heeft [eiseres] de navolgende verplichting(en) op zich genomen:

“3.1 [eiseres] will lend an amount of € 300.000,- to Powerfield for the purpose of preparation and start-up costs related to the solar plants. This amount will be made available in three stages, at different conditions.”

In de artikelen 3.2 tot en met 3.7 is bepaald dat fase 1 een lening betreft van € 180.000,00, fase 2 een lening van € 60.000,00 en fase 3 nog een lening van € 60.000,00, waarbij voor elke fase aparte voorwaarden zijn overeengekomen. Tot zekerheid van verhaal van de lening van € 180.000,00 is ingevolge artikel 3.3 van de overeenkomst een recht van hypotheek gevestigd op een woning aan [adres] , de privéwoning van de [functie] van Powerfield, de heer [naam 2] (hierna te noemen: [naam 2] ).

2.7.

Ten aanzien van de terugbetaling van voornoemde bedragen en de mogelijkheid van ontbinding van de overeenkomst is, voor zover thans van belang, in de overeenkomst het navolgende bepaald:

“3.5 If the offered solar plant projects of which construction can be started in 2015, have a combined Watt-Max capacity of less than 10 megawatts, Powerfield is obliged to repay the amount of € 180.000,-. Payment is due on the first of January 2016. If the amount is not repaid within four weeks, [eiseres] is entitled to enforce the mortgage right described in clause 3.3.”

(…)

“6.1 If Powerfield, during each consecutive 12 month period (starting on the date this Agreement is signed), fails to provide solar plant projects meeting the Qualification Criteria, with a combined Watt-Max capacity of no less 25 megawatts to [eiseres] , [eiseres] has the right to dissolve (ontbinden) this Agreement.”

(…)

“6.3 If the conditions set out in clause 6.4 have not been met, Powerfield is obliged to repay the amount that was lent to Powerfield, upon dissolution in accordance with clause 6.1 and 6.2. This amount has to be repaid to [eiseres] within four weeks (…). If the amount has not been paid back within four weeks, [eiseres] is entitled to enforce the mortgage right, referred to in clause 3.3.

6.4

When Powerfield has provided solar plant projects meeting the Qualification Criteria, with a combined Watt-Max capacity of no less than 10 megawatts by the end of 2015, which have been accepted by [eiseres] , the obligations of Powerfield to repay any loan to [eiseres] is honoured and no repayment is due to [eiseres] . If Powerfield has fulfilled the obligations set out in this clause, the mortgage right as referred to in clause 3.3, will be cancelled.”

2.8.

In de preambule van de overeenkomst, onder d, is voorts bepaald:

“There is no exclusivity between parties with respect to the development and realization of solar plants. Both parties are free to develop and realize solar plants in the Netherlands and abroad, without cooperating with the other party.”

2.9.

Naast de overeenkomst is door partijen op 28 april 2015 een overeenkomst van geldlening gesloten met hypotheekverklaring ten aanzien van de lening van € 180.000,00. Voorts is op 30 april 2015 bij notariële akte een recht van eerste hypotheek verleend ten behoeve van [eiseres] voor een hoofdsom van € 180.000,00 op de woning aan [adres] (hierna: de hypotheek). In beide stukken is opgenomen dat [eiseres] het recht van hypotheek kan inroepen indien Powerfield een verplichting uit de overeenkomst (Partnership Agreement) niet nakomt.

2.10.

[eiseres] heeft de lening (fase 1) van € 180.000,00 en de lening (fase 2) van € 60.000,00 aan Powerfield verstrekt.

2.11.

Bij brief van 23 november 2015 heeft (de gemachtigde van) [eiseres] , voor zover thans van belang, het navolgende aan Powerfield bericht:

“Na betaling van de eerste termijn bij het aangaan van de Overeenkomst, is het Powerfield niet gelukt om tijdig de benodigde overeenkomsten aan [eiseres] over te dragen. (…) Ondanks het niet tijdig aanleveren van de in de Overeenkomst genoemde vereisten gegevens heeft [eiseres] op 10 juli 2015 toch de tweede termijn van de investering aan Powerfield voldaan. (…) Het niet aanleveren van de overeengekomen verbintenissen als ook het uitblijven van aanvullende zekerheid zijn reden voor [eiseres] om niet over te gaan tot betaling van de derde termijn als genoemd in de Overeenkomst. (…) Gelet op het voorgaande wenst [eiseres] Powerfield reeds nu formeel op de hoogte te stellen dat zij de overeenkomst per 1 januari 2016 zal ontbinden en de aan Powerfield verstrekte lening zal opeisen, indien Powerfield niet aan haar contractuele verplichtingen voldoet. Vanwege de hiermee samenhangende gevolgen voor u wenst [eiseres] reeds nu met u in overleg te treden over een terugbetalingsregeling. Dit ter voorkoming van de mogelijk noodzakelijke uitwinning van het recht van hypotheek. Om die reden ontvang ik graag uiterlijk 4 december 2015 een voorstel van Powerfield tot terugbetaling van het bedrag van € 240.000. (…)”

2.12.

Op 1 december 2015 is tussen Powerfield en TPSolar B.V. een overeenkomst gesloten. Deze overeenkomst luidt, voor zover van belang, als volgt:

“(…) TPSolar B.V. is financing, building and maintaining solarparks and is willing to buy the licenses/permits from Powerfield subject to the terms and conditions set out in this agreement.

It is agreed as follows:

Price: per MWp = € 30.000,- excl. VAT after approved SDE+ or feed in tariff

Payment: 20% with contract on groundleases and all required building permits and 80% after approval SDE+ by RVO

Alternative: Price per MWp = € 20.000/MWp excl. VAT, payment direct when all contract on groundlease and all required permits (…) are approved (…)

TPSolar will buy the licenses for the following projects:

  • -

    Veendam 13 MWp

  • -

    (…)

  • -

    Veendam2 5 MWp

Totall in the Netherlands: 158 MWp

First project with groundlease and all required permits ready is Veendam :

(…)

In the coming weeks, TPSolar and Powerfield will look into detail to all relevant issues on the project of Veendam and of all the other projects in the list.”

2.13.

Per e-mail van 3 december 2015 heeft [naam 2] namens Powerfield in reactie op de brief van 23 november 2015 aan [eiseres] bericht, voor zover van belang:

"Helaas hebben wij op geen van alle projecten nog SDE+ subsidie ontvangen en als zodanig kunnen we nog nergens aan de eisen voldoen. Zoals overeengekomen zal de overeenkomst dan op 1 januari ontbonden worden en moeten wij de 240K terugbetalen.

Hier zijn we druk mee bezig.

Wij hebben een grondstuk voor een zonnepark aangekocht en deze wordt direct weer verkocht. Dit grondstuk maakt deel uit van een groter park in Emmen waar we mee bezig zijn (40MW). Uit de opbrengst hiervan kunnen we dan per direct onze verplichtingen nakomen. Bijgaand mailen we de koopovereenkomst. Wij gaan er vanuit dat dit nog dit jaar en anders begin januari afgerond zal zijn.

Mocht dit niet tijdig lukken dan zijn er nog een aantal partijen die graag projecten willen overnemen zelfs zonder de SDE (deze vragen ze dan zelf aan). Tot 1 januari kunnen we dit niet aanbieden, omdat ieder project in eerste instantie naar Padero zou gaan, maar na ontbinding van onze overeenkomst zal dit geen probleem meer zijn. (….)."

2.14.

Op 10 december 2015 heeft [eiseres] aan Powerfield bericht, voor zover van belang:

“Thank you for offering us the Leek Solar project in accordance with the terms of our Partnership Agreement (…) The partnership agreement allows for projects to be presented when all the criteria listed in article 2.2 are satisfied. The Leek PS04 project does not satisfy all these criteria, and the Partnership Agreement, its securities and all obligations of both parties remain in force (…).

We can however, already inform you that due to the nature of the project and the associated complications Halo [eiseres] will not accept this project (…) even if all conditions in article 2.2 were met and such we (…) release Powerfield of the obligation to sell the project to [eiseres] , now or in the future.”

Powerfield schrijft in reactie hierop “Thanx”.

2.15.

Tussen 2 januari 2016 en 29 januari 2016 is tussen partijen onder meer per e-mail contact geweest over de terugbetaling van de door Powerfield geleende bedragen. Bij brief van 27 januari 2016 schrijft (de gemachtigde van) [eiseres] , voor zover van belang:

“Gelet op het voorgaande verzoek ik u (…) voor 29 januari 2016 de hypothecaire lening ad € 180.000,- terug te betalen aan [eiseres] . Indien Powerfield in gebreke blijft met betaling voor 29 januari 2016, zal ik namens [eiseres] om over gaan tot het uitwinnen van de hypotheek.”

2.16.

Vervolgens heeft op 5 februari 2016 een overleg plaatsgevonden tussen [eiseres] en Powerfield. Dit heeft geresulteerd in een overeenkomst (hierna te noemen: de beëindigingsovereenkomst) tussen partijen, die door de gemachtigde van [eiseres] bij e-mail van 8 februari 2016 aan Powerfield, voor zover van belang, als volgt is bevestigd:

“1. Powerfield will pay [eiseres] EUR 60.000 by midday (12:00 AM) Tuesday 9th February (…)

2. After timely compliance of the aforementioned, [eiseres] will temporary exclude the following projects from the Partnership Agreement to allow Powerfield to sell the SPV’s to third parties:

- PF01 Veendam

- PF28 Sappermeer Hoogezand

- PF45 Emmen

3. Powerfield will pay [eiseres] EUR 180.000 by midday (12:00 AM) Friday 12th February (…)

During this time the mortgage right and the Partnership Agreement and all the obligations and rights associated thereunder remain in force.

When conditions 1 and 3 are fulfilled as agreed above, [eiseres] agrees to dissolve the Partnership Agreement and the parties give each other acquittance and discharge of the obligations and rights under the Partnership Agreement. The mortgage right will dissolve with the Partnership Agreement dissolution.

In case that the conditions under 1 and 3 are not fulfilled or not fulfilled by the agreed time deadlines, the Partnership Agreement and the mortgage right remain in force and the temporary exclusion of projects from the Partnership Agreement is revoked. (…)”

Powerfield heeft in antwoord hierop per e-mail van 8 februari 2016 geschreven: “Dit is correct.”.

2.17.

Op 8 februari 2016 heeft Powerfield € 60.000,00 aan [eiseres] betaald.

2.18.

Op 12 februari 2016, vóór 12:00 uur, heeft Powerfield een bedrag van € 150.000,00 terugbetaald aan [eiseres] . Vervolgens heeft [naam 2] namens Powerfield aan de gemachtigde van [eiseres] bij e-mail van 12 februari 2016 om 13:07 uur het volgende bericht:

"Ik had nog niet alles binnen

is met spoedbetaling eerst € 150.000,- overgemaakt

zodra de rest ook binnen is, wordt de laatste 30 (de rechtbank leest: € 30.000,00) overgemaakt

Heb [naam 1] (de rechtbank leest: [naam 1] , [functie] van [eiseres] ) hiervan op de hoogte gebracht."

2.19.

In reactie op deze e-mail heeft [naam 1] , [functie] van [eiseres] (hierna te noemen: [naam 1] ), namens [eiseres] bij e-mail van 12 februari 2016 om 13:08 uur aan [naam 2] bericht:

"agreed. Thanks [voornaam] (de rechtbank leest: [naam 2] )."

2.20.

Op 25 februari 2016 heeft Powerfield de resterende € 30.000,00 betaald aan [eiseres] . De gemachtigde van [eiseres] heeft bij e-mail van 25 februari 2016, voor zover van belang, aan Powerfield bericht:

”Namens mijn cliënte bevestig ik de ontvangst van een bedrag van € 30.000.

Voor de goede orde merk ik op dat Powerfield de betalingsafspraak zoals die tussen Powerfield en mijn cliënte is overeengekomen, niet is nagekomen. (…) Nu deze afspraak niet is nagekomen is de Partnership Agreement niet ontbonden en blijven de verplichtingen en rechten onverminderd van kracht. Dat betekent onder meer dat Powerfield niet gerechtigd is projecten aan derden te verkopen, zonder deze eerst aan cliënte aan te bieden.”

2.21

[eiseres] heeft in kort geding gevorderd aan Powerfield een verbod op te leggen om projecten te vervreemden aan andere partijen dan [eiseres] . Deze vordering is op 18 mei 2016 afgewezen.

3 Het geschil

in conventie

3.1.

[eiseres] vordert, na wijziging van eis, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

I. Powerfield te veroordelen tot nakoming van de met [eiseres] gesloten Partnership Agreement, waaronder begrepen de contractuele verplichting om ieder jaar aan [eiseres] zonne-energieprojecten te koop aan te bieden die voldoen aan de Qualification Criteria met een capaciteit van in totaal 25 Megawatt per jaar voor de te koop aan te bieden projecten gezamenlijk en een minimale capaciteit van 1 Megawatt per afzonderlijk project, tegen betaling van de in de Partnership Agreement bepaalde prijs, op straffe van een dwangsom van € 3.000.000,00 voor ieder jaar dat Powerfield daarmee geheel of gedeeltelijk in gebreke blijft dan wel enige andere voorziening te treffen dienaangaande of op straffe van enige andere dwangsom door de rechtbank te bepalen,

II. te verklaren voor recht dat Powerfield jegens [eiseres] toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de tussen partijen gesloten Partnership Agreement door de rechten behorende tot de projecten in strijd met de tussen partijen geldende afspraken aan derden te verkopen,

III. Powerfield te veroordelen tot betaling aan [eiseres] van de door [eiseres] als gevolg van de onder II genoemde tekortkoming geleden schade, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf veertien dagen na datum vonnis tot aan de dag der algehele voldoening,

IV. Powerfield te veroordelen om binnen 7 dagen na het in deze te wijzen vonnis inzage te verschaffen aan [eiseres] , alsmede aan een door [eiseres] en aan door de rechtbank in deze dan wel in een latere schadestaatprocedure te benoemen deskundige(n), in dat deel van haar administratie en verkoopdocumentatie en het maken van kopieën waaruit blijkt:

a. welke zonneparken, waaronder maar niet beperkt tot het project in Veendam, Powerfield op dit moment ontwikkelt en wat de (financiële) bedrijfsplannen zijn voor deze zonneparken;

b. welke zonneparken, waaronder maar niet beperkt tot het project in Veendam, Powerfield vanaf 26 april 2015 heeft ontwikkeld en gerealiseerd en wat de winst is die Powerfield behaalt op eventuele exploitatie, verkoop, verhuur of het te gelde maken anderszins van deze zonneparken;

c. welke rechten gerelateerd aan de ontwikkeling en realisatie van zonneparken, waaronder maar niet beperkt tot het project in Veendam, Powerfield heeft verkocht aan derden en wat de verkoopprijs daarvan is geweest;

d. afschriften te verstrekken van alle aan- en verkoopovereenkomsten van onroerende zaken;

e. afschriften te verstrekken van alle taxatierapporten van de aangekochte en verkochte onroerende zaken;

alles steeds op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,00 voor iedere dag dat Powerfield daarmee in gebreke blijft,

V. de beëindigingsovereenkomst die partijen in februari 2016 met elkaar hebben gesloten op grond van dwaling en/of bedrog te vernietigen,

VI. Powerfield te veroordelen in de kosten van deze procedure, vermeerderd met de nakosten.

3.2.

[eiseres] heeft ten aanzien van het gevorderde onder I, II, III en IV – kort samengevat – het volgende aangevoerd. [eiseres] heeft ingevolge de overeenkomst renteloze leningen aan Powerfield verstrekt teneinde Powerfield te financieren bij het ontwikkelen van zonne-energieprojecten. [eiseres] heeft hiermee voldaan aan haar verplichtingen uit de overeenkomst. Powerfield is echter jegens [eiseres] tekortgeschoten in de nakoming van haar contractuele verplichtingen uit de overeenkomst. Zo heeft Powerfield niet voldaan aan de verplichting uit de overeenkomst om gereedgekomen zonne-energieprojecten eerst aan [eiseres] aan te bieden, aangezien zij die projecten aan derden heeft verkocht. Hierdoor heeft [eiseres] schade geleden. Daarnaast heeft Powerfield de verstrekte leningen niet tijdig terugbetaald. Powerfield dient thans alsnog de overeenkomst na te komen door zonne-energieprojecten aan [eiseres] aan te bieden en dient daarnaast de door [eiseres] geleden schade te vergoeden.

3.3.

Powerfield voert verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

3.5.

Powerfield vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [eiseres] te bevelen om binnen tien dagen na het in dezen te wijzen vonnis het recht van hypotheek dat zij heeft gevestigd op het woonhuis gelegen te [adres] door te laten halen, althans op te heffen, althans alle handelingen te verrichten die noodzakelijk zijn voor opheffing van dat recht van hypotheek, op straffe van een dwangsom van € 2.000,00 per dag dat [eiseres] daarmee in gebreke blijft, met een maximum van € 400.000,00, met veroordeling van [eiseres] in de kosten van de procedure.

3.6.

[eiseres] voert verweer.

3.7.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

in conventie

Het gevorderde onder I en V

Beëindigingsovereenkomst ontbonden?

4.1.

[eiseres] heeft onder I veroordeling van Powerfield gevorderd tot nakoming van de overeenkomst. Powerfield heeft als meest verstrekkende verweer aangevoerd dat de vorderingen van [eiseres] niet kunnen slagen omdat de overeenkomst is ontbonden c.q. beëindigd middels een regeling die partijen op 5 februari 2016 zijn overeengekomen. Powerfield heeft conform deze beëindigingsovereenkomst de geleende bedragen aan [eiseres] terugbetaald. Volgens Powerfield heeft [eiseres] middels de e-mail van [naam 1] van 12 februari 2016 expliciet ingestemd met een latere betaling van de resterende € 30.000,00, waardoor de beëindigingsovereenkomst onverkort in stand is gebleven. De overeenkomst is derhalve na de volledige terugbetaling van de leningen ingevolge de beëindigingsovereenkomst beëindigd en partijen hebben elkaar finale kwijting verleend terzake de overeenkomst. De vorderingen van [eiseres] kunnen om die reden niet worden toegewezen, aldus Powerfield.

4.2.

[eiseres] heeft aangevoerd dat van een beëindiging van de overeenkomst met wederzijds goedvinden geen sprake is, nu Powerfield niet heeft voldaan aan de vooraf overeengekomen voorwaarde van stipte terugbetaling van de lening. [naam 1] heeft niet met een latere betaling van € 30.000,00 ingestemd in zijn e-mail van 12 februari 2016. Met dit bericht heeft [naam 1] alleen bedoeld dat hij akkoord was met een betaling van de resterende € 30.000,00 op diezelfde dag na 12.00 uur, althans op korte termijn, aldus [eiseres] . Powerfield is derhalve nog immer aan de overeenkomst gebonden en gehouden om te voldoen aan de verplichtingen die uit de overeenkomst voortvloeien.

4.3.

De rechtbank stelt vast dat tussen partijen niet in geschil is dat zij, na overleg, onderling afspraken hebben gemaakt over de beëindiging van de overeenkomst en dat de inhoud van die afspraken is weergegeven in de e-mail van (de gemachtigde van) [eiseres] van 8 februari 2016, zoals geciteerd in overweging 2.16.

4.4.

Powerfield is haar verplichting uit de beëindigingsovereenkomst tot betaling van € 60.000,00 tijdig nagekomen. Ten aanzien van de verplichting tot betaling van € 180.000,00 heeft Powerfield slechts een bedrag van € 150.000,00 binnen de overeengekomen termijn voldaan. Het resterende gedeelte ad € 30.000,00 heeft Powerfield pas op 25 februari 2016 voldaan. Hiermee heeft zij de overeengekomen termijn van vrijdag 12 februari 2016 om 12.00 uur overschreden. Met Powerfield is de rechtbank echter van oordeel dat partijen op 12 februari 2016 per e-mail, geciteerd onder 2.18 en 2.19, een nadere afspraak hebben gemaakt ten aanzien van deze laatste betaling, althans dat [eiseres] heeft ingestemd met een latere betaling. Daarmee heeft Powerfield op 25 februari 2016 voldaan aan haar verplichtingen en is de overeenkomst ingevolge de beëindigingsovereenkomst beëindigd. De onvoorwaardelijke reactie van [naam 1] namens [eiseres] “agreed. Thanks [voornaam] ” op het bericht van [naam 2] namens Powerfield “zodra de rest ook binnen is, wordt de laatste 30 overgemaakt Heb [naam 1] hiervan op de hoogte gebracht” kan naar het oordeel van de rechtbank, mede gelet op het uitblijven van enige reactie nadien van [eiseres] tot het moment van betaling door Powerfield, niet anders worden uitgelegd. Powerfield heeft er na deze e-mailwisseling gerechtvaardigd op mogen vertrouwen dat [eiseres] – binnen redelijke grenzen – akkoord was met een latere betaling en dat deze latere betaling de beëindigingsovereenkomst niet teniet zou doen. De uitleg die [naam 1] ter comparitie heeft gegeven aan zijn mededeling, te weten dat hij ervan uitging dat het restant van € 30.000,00 later die dag door Powerfield zou worden betaald en dat hij daarmee instemde, is door Powerfield gemotiveerd weersproken en door [eiseres] niet althans onvoldoende onderbouwd. Als dat zo was had het op zijn weg gelegen om kort na 12 februari 2016 navraag te doen. Ook de stelling van [eiseres] dat betaling voor 12 februari 2016 om 12.00 uur essentieel was voor [eiseres] , is door [eiseres] onvoldoende onderbouwd en strookt ook niet met de door [naam 1] gedane onvoorwaardelijke mededeling in zijn e-mail van 12 februari 2016.

Vernietiging beëindigingsovereenkomst op grond van dwaling?

4.5.

[eiseres] heeft daarnaast onder V vernietiging gevorderd van de beëindigingsovereenkomst wegens dwaling en/of bedrog. [eiseres] heeft hiertoe aangevoerd dat zij heeft gedwaald doordat zij in de, naar later is gebleken, onjuiste veronderstelling verkeerde dat Powerfield over onvoldoende financiële middelen beschikte om het geleende bedrag terug te kunnen betalen, omdat zij nog geen projecten aan derden had verkocht. [eiseres] voert aan de beëindigingsovereenkomst alleen maar gesloten te hebben omdat Powerfield beweerde het verschuldigde bedrag niet te kunnen betalen. Later is [eiseres] echter gebleken uit een artikel dat is gepubliceerd in NRC Handelsblad dat Powerfield op 12 januari 2016 met een verkooptransactie van een stuk grond in Emmen een winst had behaald van € 1.000.000,00. Deze onjuiste voorstelling van zaken is het gevolg van onjuiste mededelingen zijdens Powerfield. Bovendien had Powerfield [eiseres] alsnog juist moeten inlichten nu Powerfield wist althans behoorde te weten dat [eiseres] in dwaling verkeerde, aldus [eiseres] .

4.6.

Powerfield heeft het beroep op dwaling en bedrog gemotiveerd weersproken. Powerfield heeft aangevoerd dat zij aan [eiseres] heeft medegedeeld dat zij niet voldoende zonne-energieparken kon aanleveren die voldeden aan de door [eiseres] gestelde eisen. Dat is volgens Powerfield ook de strekking van de beëindigingsovereenkomst geweest. Powerfield stelt [eiseres] volledig en juist te hebben ingelicht. Zij heeft [eiseres] in haar e-mail van 3 december 2015 ook geïnformeerd over de verkoop van het stuk grond in Emmen en de mogelijkheid om uit de opbrengst daarvan haar terugbetalingsverplichtingen na te komen.

4.7.

De rechtbank zal het beroep op bedrog passeren nu dit beroep door [eiseres] op geen enkele wijze is onderbouwd. Ten aanzien van de gevorderde vernietiging van de beëindigingsovereenkomst wegens dwaling overweegt de rechtbank als volgt. Een overeenkomst die tot stand is gekomen onder invloed van dwaling en bij een juiste voorstelling van zaken niet of niet op dezelfde voorwaarden zou zijn gesloten is in beginsel wegens dwaling vernietigbaar, indien ofwel (a) de dwaling te wijten is aan een inlichting van de wederpartij, ofwel (b) de wederpartij in verband met hetgeen zij omtrent de dwaling wist, de dwalende had behoren in te lichten, ofwel (c) indien de wederpartij bij het sluiten van de overeenkomst van dezelfde onjuiste voorstelling van zaken als de dwalende is uitgegaan (artikel 6:228, eerste lid, BW). Volgens artikel 6:228 BW kan een onjuiste voorstelling van zaken alleen dan aanleiding tot vernietiging geven, indien de overeenkomst onder invloed van die voorstelling van zaken tot stand is gekomen en bij een juiste voorstelling van zaken niet zou zijn gesloten. De partij die zich op dwaling beroept, zal aannemelijk moeten maken dat zij bij een juiste voorstelling van zaken de overeenkomst niet, of althans niet onder dezelfde voorwaarden zou hebben gesloten (vgl. HR 17 januari 1997, NJ 1997, 222). Door [eiseres] is zowel een beroep op artikel 6:228 lid 1 sub a als op artikel 6:228 lid 1 sub b BW gedaan. De rechtbank begrijpt de stelling van [eiseres] zo dat [eiseres] tot het sluiten van de beëindigingsovereenkomst is overgegaan afgaande op de door Powerfield gewekte indruk dat zij geen geld had, en dat zij dat niet had gedaan als ze geweten had dat Powerfield wel voldoende geld had en al in strijd met de overeenkomst projecten aan derden had verkocht. Dat Powerfield aan [eiseres] heeft medegedeeld of de indruk heeft gewekt dat zij over onvoldoende middelen beschikte om eerder te betalen dan zij in de beëindigingsovereenkomst overeen kwam, is door Powerfield niet weersproken, zodat hiervan dient te worden uitgegaan. Dat is bij het overeenkomen van een betalingsregeling ook niet een ongebruikelijke situatie. Dat Powerfield hierover onjuiste mededelingen heeft gedaan is echter niet komen vast te staan. Powerfield heeft immers in haar e-mail van 3 december 2015 de voorgenomen onmiddellijke doorverkoop van een perceel grond genoemd en gezegd dat daaruit op enig moment in de nabije toekomst middelen beschikbaar zouden komen voor betaling aan [eiseres] . Dat Powerfield hieromtrent onjuiste inlichtingen heeft verstrekt is dan ook niet vast komen te staan. In het licht van het oordeel van de rechtbank (hierna onder 4.12) dat Powerfield niet in strijd met de overeenkomst projecten aan derden heeft verkocht, is ook in dat opzicht de veronderstelling van [eiseres] niet onjuist geweest. [eiseres] heeft daarnaast naar het oordeel van de rechtbank niet aannemelijk gemaakt dat zij de beëindigingsovereenkomst niet zou hebben gesloten als dit anders was geweest. Uit de tussen 23 november 2015 en 5 februari 2016 tussen partijen gevoerde e-mailcorrespondentie voorafgaand aan het sluiten van de beëindigingsovereenkomst blijkt, dat [eiseres] heeft aangegeven dat zij voornemens was de overeenkomst te ontbinden, omdat Powerfield niet leek te kunnen voldoen aan haar verplichting tot aanbieding van de gewenste zonne-energieprojecten. Daaruit blijkt ook dat [eiseres] Powerfield strikt wilde houden aan haar terugbetalingsverplichtingen die uit de ontbinding voortvloeiden (artikel 6.3 van de overeenkomst), zo nodig door uitwinning van haar recht van hypotheek. Het handelen van [eiseres] was gericht op beëindiging van de overeenkomst en terugbetaling van de verstrekte lening. [eiseres] heeft in dat kader de beëindigingsovereenkomst gesloten. Dat [eiseres] de overeenkomst niet had willen beëindigen, indien zij zou hebben geweten dat Powerfield over meer vermogen beschikte dan [eiseres] vermoedde, is door [eiseres] niet aannemelijk gemaakt. Het beroep in vordering V op vernietiging van de beëindigingsovereenkomst op grond van dwaling faalt.

4.8.

Nu de overeenkomst aldus is beëindigd op grond van de beëindigingsovereenkomst zal de vordering (I) van [eiseres] tot nakoming van overeenkomst worden afgewezen.

Het gevorderde onder II, III en IV

4.9.

De door [eiseres] onder II gevorderde verklaring voor recht alsmede de daarmee verbonden vordering tot betaling van schadevergoeding (III) en vordering tot inzage (IV) beoordeelt de rechtbank als volgt. Nu hiervoor reeds is overwogen dat de overeenkomst middels de beëindigingsovereenkomst is beëindigd kan deze vordering enkel worden beoordeeld naar de periode van voor de beëindiging van de overeenkomst.

4.10.

[eiseres] heeft aan deze vordering het volgende ten grondslag gelegd. Powerfield is toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van haar contractuele verplichtingen jegens [eiseres] door zonne-energieprojecten te verkopen aan derden in plaats van deze projecten aan te bieden aan [eiseres] . Ingevolge de overeenkomst had [eiseres] een exclusief recht op de door Powerfield ontwikkelde zonne-energieprojecten, in die zin dat Powerfield de door haar ontwikkelde projecten in eerste instantie uitsluitend aan [eiseres] diende aan te bieden. Het was Powerfield dan ook niet toegestaan om zonne-energieprojecten te verkopen die nog niet aan de gestelde voorwaarden voldeden. Dit is ook vanzelfsprekend, omdat Powerfield de projecten heeft ontwikkeld met geleend geld van [eiseres] . [eiseres] heeft als gevolg van de tekortkoming schade geleden, nu zij winst had kunnen maken op de verkochte zonne-energieprojecten indien deze aan haar waren verkocht en na de verkoop aan de juiste voorwaarden zouden zijn gaan voldoen. Nu voor [eiseres] nog niet duidelijk is welke zonne-energieprojecten Powerfield heeft verkocht en of deze projecten inmiddels aan de voorwaarden zijn gaan voldoen, kan [eiseres] thans nog niet haar schade vaststellen. Hiertoe heeft [eiseres] inzage nodig in de administratie van Powerfield.

4.11.

Powerfield heeft aangevoerd dat partijen geen exclusiviteit zijn overeengekomen blijkens sub d van de preambule van de overeenkomst. Partijen zijn niet overeengekomen dat Powerfield zich alleen bezig mag houden met de ontwikkeling van zonne-energieprojecten voor [eiseres] . Alleen wanneer een zonne-energieproject is ontwikkeld dat voldoet aan de eisen zoals genoemd in artikel 2.2 van de overeenkomst, is Powerfield gehouden een dergelijk zonne-energieproject aan [eiseres] aan te bieden. Ten tijde van de overeenkomst heeft geen van de projecten aan de door [eiseres] gestelde voorwaarden voldaan. Ook volgt niet uit de overeenkomst dat Powerfield elk door haar ontwikkeld of te ontwikkelen zonne-energieproject aan [eiseres] moest aanbieden. In de overeenkomst tussen [eiseres] en Powerfield kan geen grondslag worden gevonden om Powerfield te verbieden zonne-energieprojecten aan derden aan te bieden of te verkopen, aldus Powerfield.

4.12.

Uit de artikelen 2.1 tot en met 2.3 van de overeenkomst volgt dat partijen zijn overeengekomen dat Powerfield gehouden was om elke 12 maanden vanaf het moment van sluiten van de overeenkomst (29 april 2015) zonne-energieprojecten met een totale capaciteit van minimaal 25 MW aan te bieden aan [eiseres] . Ingevolge artikel 2.2 was Powerfield verplicht om voor elk zonne-energieproject een vennootschap (een SPV) op te richten. Voorts zijn in artikel 2.2 onder sub a tot en met g voorwaarden omschreven (‘Qualification Criteria’) waaraan een zonne-energieproject moest voldoen. Ingevolge artikel 2.3 is Powerfield verplicht om zonne-energieprojecten die aan deze Qualification Criteria voldoen aan te bieden aan [eiseres] middels aanbieding van de aandelen van de SPV conform de bepalingen in artikel 4 van de overeenkomst. Dat deze aanbiedingsplicht ook geldt voor zonne-energieprojecten die (nog) niet aan de Qualification Criteria voldoen, volgt niet uit de overeenkomst en is door [eiseres] – gelet op de gemotiveerde betwisting door Powerfield – ook onvoldoende onderbouwd. De enkele mededeling van [naam 2] in de e-mail van 3 december 2015 “Tot 1 januari kunnen we dit niet aanbieden, omdat ieder project in eerste instantie naar Padero zou gaan, maar na ontbinding van onze overeenkomst zal dit geen probleem meer zijn” is gelet op hetgeen in de overeenkomst staat vermeld onvoldoende. Ook uit de mailwisseling op 10 december 2015 waarin het project Leek door [eiseres] wordt afgewezen kan dit niet worden afgeleid. In die e-mail schrijft [eiseres] immers zelf dat de overeenkomst ziet op het aanbieden van zonne-energieprojecten wanneer deze voldoen aan de Qualification Criteria en geeft [eiseres] aan dat zij het project niet wil kopen, ook niet wanneer het aan de Qualification Criteria voldoet. De uitdrukkelijke tijdelijke uitsluiting van een drietal projecten uit de overeenkomst in de beëindigingsovereenkomst dient te worden bezien in het kader van de regeling die partijen met elkaar hebben afgesproken, zodat gelet op die context hieruit niet kan worden afgeleid dat de aanbiedingsplicht van Powerfield op grond van de overeenkomst ook gold voor projecten die nog niet aan de voorwaarden voldeden. Voorts volgt niet uit de overeenkomst dat Powerfield verplicht was om te zorgen dat alle projecten aan de Qualification Criteria zouden gaan voldoen en zij in die zin tekort is geschoten. In artikel 2.2 staat weliswaar dat Powerfield zal teweegbrengen en garanderen (“shall procure and warrant”) dat elke SPV aan de Qualification Criteria gaat voldoen, maar niet gesteld of gebleken is dat Powerfield niet aan deze verplichting heeft voldaan. Tussen partijen is immers niet in geschil dat in 2015 geen SDE subsidie kon worden verkregen door Powerfield (voorwaarde d). Niet gesteld of gebleken is dat dit aan Powerfield te wijten is. Dit heeft tot gevolg dat Powerfield op grond van de overeenkomst niet verplicht was om zonne-energieprojecten die nog niet voldeden aan de Qualification Criteria aan [eiseres] aan te bieden. Het stond Powerfield derhalve vrij om dergelijke projecten aan derden te verkopen. Een verbod hiertoe kan niet uit de overeenkomst worden afgeleid. Dit sluit ook aan bij hetgeen is opgenomen in de overeenkomst onder d van de preambule. Hierin staat dat beide partijen vrij zijn om zonne-energieprojecten te ontwikkelen zonder de andere partij daarbij te betrekken. Ter onderbouwing van haar stelling dat Powerfield zonne-energieprojecten aan derden heeft verkocht, heeft [eiseres] een overeenkomst van 1 december 2015 overgelegd tussen Powerfield en TPSolar B.V. Nog daargelaten of deze overeenkomst voldoende is bepaald om als verkoopovereenkomst te kunnen worden gezien, staat tussen partijen vast dat geen van de in deze overeenkomst genoemde projecten op 1 december 2015 voldeed aan de Qualification Criteria. Mocht Powerfield derhalve op grond van deze overeenkomst zonne-energieprojecten hebben verkocht aan TPSolar B.V., dan was dit gelet op het voorgaande niet in strijd met de overeenkomst. Bovendien staat door het ontbreken van de ingevolge artikel 2.2 sub d) vereiste subsidie vast dat het voor Powerfield niet mogelijk was om te voldoen aan haar verplichting uit artikel 6.4 van de overeenkomst, ongeacht of zij projecten aan derden verkocht. Dat [eiseres] door dit handelen van Powerfield in die zin is benadeeld voor het moment van het sluiten van de beëindigingsovereenkomst is derhalve niet gebleken.

4.13.

Uit het voorgaande volgt dat Powerfield niet tekortgeschoten is in de nakoming van de overeenkomst door rechten op projecten aan derden te verkopen en dat de vorderingen onder II, III en IV derhalve dienen te worden afgewezen.

4.14.

[eiseres] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Powerfield worden begroot op:

- griffierecht € 618,00

- salaris advocaat € 1.086,00 (2,0 punten × tarief € 543,00)

Totaal € 1.704,00

in reconventie

4.15.

Powerfield heeft gevorderd [eiseres] te bevelen de hypotheek op het woonhuis van [naam 2] door te halen althans op te heffen, en stelt daartoe dat het recht van hypotheek conform de beëindigingsovereenkomst van 5 februari 2016 na betaling van de verschuldigde

€ 180.000,00 is komen te vervallen.

4.16.

[eiseres] heeft deze vordering gemotiveerd betwist. [eiseres] voert aan dat het hypotheekrecht ingevolge de tussen partijen gesloten geldleningsovereenkomst en de hypotheekakte ook strekt tot zekerheid van vergoeding van door [eiseres] geleden schade als gevolg van een toerekenbare tekortkoming in de nakoming.

4.17.

Nu in conventie reeds is geoordeeld dat geen sprake is van een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst treft het verweer van [eiseres] geen doel. In conventie is voorts geoordeeld dat de overeenkomst is geëindigd door de (nakoming van de) beëindigingsovereenkomst. In de beëindigingsovereenkomst is ten aanzien van de hypotheek overeengekomen “The mortgage right will dissolve with the Partnership Agreement dissolution”. Het moet er derhalve voor worden gehouden dat de hypotheek teniet is gegaan. De hypothecaire schuld is immers voldaan en de overeenkomst is beëindigd. De inschrijving van de hypotheek is hiermee waardeloos geworden. Powerfield wil nu dat [eiseres] meewerkt aan doorhaling van die hypotheek. Artikel 3:274 BW bepaalt ten aanzien van de doorhaling van de hypotheek: 1. Wanneer een hypotheek is tenietgegaan, is de schuldeiser verplicht aan de rechthebbende op het bezwaarde goed op diens verzoek en op diens kosten bij authentieke akte een verklaring af te geven, dat de hypotheek is vervallen. (…) 2. Deze verklaringen kunnen in de registers worden ingeschreven. Zij machtigen dan tezamen de bewaarder tot doorhaling. 3. Wordt de vereiste verklaring niet afgegeven dan is artikel 3:29 BW van overeenkomstige toepassing. Artikel 3:29 BW regelt de waardeloosverklaring door de rechtbank van de inschrijving en het bevel tot doorhaling. Gelet op de vordering van Powerfield zal [eiseres] worden bevolen om medewerking te verlenen aan de doorhaling op grond van artikel 3:274 BW door een verklaring af te geven dat de hypotheek is vervallen. Voor het geval dat [eiseres] hier niet binnen veertien dagen aan meewerkt, zal de rechtbank de inschrijving van de hypotheek waardeloos verklaren op grond van artikel 3:274 jo. 3:29 BW. Voor het opleggen van een dwangsom ziet de rechtbank gelet op het voorgaande geen aanleiding.

4.18.

[eiseres] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Powerfield worden begroot op:

- salaris advocaat € 543,00 (2 punten × factor 0,5 × tarief € 543,00)

Totaal € 543,00

5 De beslissing

De rechtbank

in conventie

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, aan de zijde van Powerfield tot op heden begroot op € 1.704,00,

in reconventie

5.3.

beveelt [eiseres] medewerking te verlenen aan de doorhaling van de inschrijving van de hypotheek op het perceel grond met woonhuis gelegen te [adres] , door een verklaring af te geven dat de hypotheek is vervallen, zoals bedoeld in artikel 3:274 lid 1 BW,

5.4.

verklaart, voor het geval [eiseres] nalatig blijft om binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis aan het in 5.3. gegeven bevel te voldoen, de inschrijving van de hypotheek ten behoeve van [eiseres] op het aan [naam 2] in eigendom toebehorende perceel grond met woonhuis gelegen te [adres] , waardeloos,

5.5.

veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, aan de zijde van Powerfield tot op heden begroot op € 543,00,

5.6.

verklaart dit vonnis in reconventie uitvoerbaar bij voorraad,

5.7.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. T.H. van Voorst Vader, rechter, bijgestaan door mr. F.S. van der Slot-Beemster, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 1 augustus 2018.