Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2017:992

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
21-02-2017
Datum publicatie
02-03-2017
Zaaknummer
C/13/622691 / KG ZA 17-81
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vordering van taxichauffeur die voorkomt in een door De Bezige Bij uitgegeven boek, waaraan ook door de VARA aandacht is besteed op tv, afgewezen. Er is geen sprake van een ernstige schending van de privacy.

Wetsverwijzingen
Grondwet
Grondwet 7
Grondwet 10
Burgerlijk Wetboek Boek 6
Burgerlijk Wetboek Boek 6 162
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JBP 2017/17
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rolnummer: C/13/622691 / KG ZA 17-81 AB/MV

Vonnis in kort geding van 21 februari 2017

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiser bij dagvaarding van 30 januari 2017,

advocaat mr. G.A. Soebhag te Rotterdam,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

UITGEVERIJ DE BEZIGE BIJ B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

2. de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid

OMROEPVERENIGING BNN-VARA,

gevestigd te Hilversum,

gedaagden,

advocaat mr. J.A. Schaap te Amsterdam.

Partijen zullen hierna [eiser] , De Bezige Bij en BNN-Vara worden genoemd.

1 De procedure

Ter terechtzitting van 14 februari 2017 heeft [eiser] (in de dagvaarding abusievelijk [eiser] genoemd) gesteld en gevorderd overeenkomstig de in kopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. Ter zitting heeft hij zijn eis verminderd; hij vordert niet langer van elk van gedaagden € 25.000,-, maar één keer € 25.000,- van beide gedaagden, althans een door de voorzieningenrechter te bepalen bedrag.
De Bezige Bij en BNN-Vara hebben verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorzieningen. De Bezige Bij heeft verweer gevoerd bij monde van mr. Schaap. BNN-Vara heeft verweer gevoerd bij monde van mr. B. den Ouden, hoofd juridische zaken. Alle partijen hebben producties en een pleitnota in het geding gebracht.
Ter zitting was [eiser] met mr. Soebagh aanwezig. Namens De Bezige Bij was [naam 1] aanwezig met mr. Schaap. Namens BNN-Vara was mr. Den Ouden aanwezig. Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.

2 De feiten

2.1.

[eiser] is taxichauffeur in [plaats] . Hij lijdt aan het syndroom van Gilles de la Tourette.

2.2.

In 2011 heeft [eiser] meegewerkt aan “De Unie Late Night”, een talkshow in Rotterdam. Daarin heeft de auteur [auteur] een kort verhaal over [eiser] voorgedragen en hem daarna geïnterviewd. Voor die gelegenheid is ook een foto gemaakt van [eiser] , zittend in zijn taxi.

2.3.

Op 15 september 2016 is [eiser] gebeld door een medewerkster van het televisieprogramma De Wereld Draait Door, uitgezonden door BNN-Vara. In dit telefoongesprek werd hij uitgenodigd om diezelfde avond nog in het programma te komen. Aanleiding hiervoor was het verschijnen van het boek “Het wonder dat niet omvalt”, geschreven door [auteur] en uitgegeven door De Bezige Bij. In dat boek, vol korte verhalen ter ere van mensen die de stad Rotterdam kleur geven, staat ook het verhaal uit 2011 over [eiser] . [eiser] , die tijdens het telefoongesprek voor het eerst over het bestaan van het boek hoorde, heeft gezegd niet in de uitzending te willen verschijnen. In de televisie-uitzending van 15 september 2016 is [auteur] geïnterviewd en is onder meer gesproken over [eiser] . Ook is de foto van [eiser] in zijn taxi in de uitzending te zien geweest.

2.4.

In het boek “Het wonder dat niet omvalt” gaat het hoofdstuk “Taxi” over [eiser] . Dit hoofdstuk luidt als volgt:


De eerste keer dat ik bij [eiser] in zijn taxi stapte, was ik bang. Angst, maar ook bevreemding, ongeloof, misschien zelfs onbehagen – dat zijn de sentimenten die de taxi van [eiser] vullen als de portieren worden geopend. Zijn auto is een sluis die zich vult met een ongemakkelijke sfeer. Zelf wilde ik na twee minuten uitstappen, die eerste keer. Twee minuten, langer wilde ik niet bij [eiser] in zijn taxi blijven. Ik was niet de enige passagier. Mijn zoontje van negen maanden hing in de draagdoek op mijn borst. Hij snurkte zachtjes. Hij had nergens last van, voelde geen angst, geen onbehagen. Misschien droomde hij in de taxi van [eiser] over de baarmoederlijke bossen die [naam 2] beschrijft in zijn autobiografie Geheugen, spreek. ‘Oeroude fabelwouden waar meer vogels dan tijgers zijn en meer vruchten dan dorens, en waar, ergens in een diepte tussen licht en schaduw de menselijke geest wordt geboren.’ Zoete, fladderende dromen, fluwelen herinneringen. Ik zag ook dingen die er niet zijn, maar mijn verbeelding riep tijgers en dorens op.

[eiser] rijdt al twintig jaar taxi. Hij kent blind de weg in [plaats] . Straten, stegen, cafés, restaurants. Hij brengt je naar je moeder, naar je ex, naar de barkruk die altijd voor je klaarstaat. Het liefste rijdt hij in de nacht. Van A naar B door de ontstopte stad. Maar overdag is [eiser] ook te vinden achter het stuur. Ritjes naar de tandarts, de accountant, naar de minnares in het goedkope hotel. Onderweg, zoals miljoenen taxi’s op de wereld. Er is één verschil. [eiser] lijdt aan het syndroom van Gilles de la Tourette. Niet dat hij je uitmaakt voor rotzak of bostrol, [eiser] is de hoffelijkheid zelve. Hij heeft last van tics, bewegingen die hij niet kan onderdrukken. Plotselinge, snelle, herhaalde gebaren. Mijn eerste gedachte was: cocaïne. Inwendig vloekte ik als iemand met de coprolalie-variant van Gilles de la Tourette. Ik wilde uitstappen.

‘U bent volkomen veilig in mijn taxi,’ zei [eiser] . En hij legde mij uit wat hij talloos veel passagiers heeft uitgelegd. Het is onthutsend hoe snel je met andere ogen naar iemand kunt kijken. De sluizen van bewondering die zich openen. Je ziet ineens een man die je door de stad loodst, een man die duizenden blikken heeft moeten ondergaan en tegen iedereen moet zeggen: ‘Wees niet bang’. Een man die misschien wel bang is voor ons.
2.5. Op 28 oktober 2016 heeft de advocaat van [eiser] een brief aan BNN-Vara gestuurd. Hierin staat – kort gezegd – dat de privacy van [eiser] door de uitzending op 15 september 2016 is aangetast en dat dit onrechtmatig is. Om die reden wordt aanspraak gemaakt op een schadevergoeding van € 25.000,-.

2.6.

Dezelfde dag heeft de advocaat van [eiser] ook De Bezige Bij aangeschreven. In die brief staat – kort gezegd – dat de privacy van [eiser] door het boek van [auteur] is aangetast en dat dit onrechtmatig is. Om die reden wordt ook bij De Bezige Bij aanspraak gemaakt op een schadevergoeding van € 25.000,-.

2.7.

Op 4 november 2016 heeft De Bezige Bij de advocaat van [eiser] geantwoord en aansprakelijkheid voor schade afgewezen. De brief eindigt met:
In het kader van een minnelijke regeling is De Bezige Bij wel bereid in een volgende druk van het boek de naam van uw cliënt te vervangen door ‘de taxichauffeur’. Wij horen graag of de heer [eiser] daar prijs op stelt.

2.8.

In een e-mail van 6 december 2016 aan de advocaat van [eiser] heeft ook BNN-Vara iedere aansprakelijkheid voor schade afgewezen.

2.9.

Op de zitting is namens De Bezige Bij gezegd dat de eerste druk van het boek bestond uit 3.000 exemplaren en de tweede druk uit 2.500. Van de in totaal 5.500 exemplaren zijn er nog 1.835 in voorraad.

3 Het geschil

3.1.

[eiser] vordert – kort gezegd – De Bezige Bij en BNN-Vara op straffe van dwangsommen te gebieden de voor- en achternaam van [eiser] in het boek “Het wonder dat niet omvalt” te wijzigen in “de taxichauffeur” en hun te bevelen een schadevergoeding van € 25.000,- te voldoen (ofwel een door de voorzieningenrechter te bepalen bedrag). Tot slot vordert [eiser] De Bezige Bij en BNN-Vara te veroordelen in de kosten van dit geding.

3.2.

[eiser] heeft hiertoe in zijn dagvaarding – samengevat weergegeven – gesteld dat [auteur] en De Bezige Bij hem niet om toestemming hebben gevraagd voor het vermelden van zijn voor- en achternaam in het boek. Ook heeft hij geen toestemming gegeven om zijn aandoening (het syndroom van Gilles de la Tourette) in het boek te bespreken. Die aandoening wordt bovendien op schertsende toon beschreven. Uit het feit dat hij in 2011 eenmalig heeft meegewerkt aan een talkshow kan geen toestemming voor de publicatie van het boek worden afgeleid, zeker niet gezien het voor [eiser] pijnlijke onderwerp van zijn aandoening. Het zonder zijn toestemming publiceren van zijn verhaal is onrechtmatig en tast zijn privacy en eer en goede naam aan. Op zijn minst had wederhoor moeten plaatsvinden, in die zin dat [eiser] had moeten worden gevraagd of hij bezwaren had tegen het boek. Dit is allemaal nog erger geworden door de aandacht die [eiser] heeft gekregen in de uitzending van De Wereld Draait Door. Voor BNN-Vara geldt dat zij er niet zo maar vanuit mocht gaan dat [eiser] toestemming voor het boek (en voor het publiceren van de foto) had gegeven. Zij heeft een eigen verantwoordelijkheid en had dit van tevoren moeten navragen. [eiser] heeft er een redelijk belang bij dat zijn portretfoto niet wordt gepubliceerd.

3.3.

De Bezige Bij en BNN-Vara hebben verweer gevoerd.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

In deze zaak moet de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van [eiser] worden afgewogen tegen de vrijheid van meningsuiting van De Bezige Bij en BNN-Vara. Tussen deze grondrechten bestaat geen rangorde. Aan de hand van de omstandigheden van het geval moet worden nagegaan welk grondrecht zwaarder weegt.

4.2.

In de dagvaarding staat nog dat het hoofdstuk over [eiser] op schertsende wijze aandacht geeft aan zijn aandoening, maar op de zitting bleken partijen het er eigenlijk wel over eens dat het verhaal positief van toon is. Het legt uit wat er aan de hand is met [eiser] en eindigt vol bewondering voor iemand die desondanks taxi rijdt in de grote stad. Dat is dus niet zo zeer het punt. Het bezwaar van [eiser] is veel meer dat hij gewend is zijn klanten op zijn manier uit te leggen wat er met hem aan de hand is. Dat wordt nu doorkruist door het boek en de uitzending van De Wereld Draait Door.

4.3.

Het boek vormt een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van [eiser] .
Hij wordt hierin immers bij naam genoemd en het verhaal draait om zijn aandoening, die een privézaak is, een en ander zonder dat hem toestemming is gevraagd voor deze publicatie. Ook volgens De Bezige Bij was het achteraf bezien beter geweest als van te voren contact met hem was opgenomen. Zoals het nu is gegaan heeft hij van een derde (De Wereld Draait Door) moeten horen dat dit boek was verschenen. Dat hij in 2011 heeft meegewerkt aan een talkshow betekent niet zonder meer dat hij het vijf jaar later wel goed zou vinden dat zijn verhaal in een boek zou verschijnen.

4.4.

Van een ernstige schending van de privacy lijkt echter geen sprake. Het boek is in een beperkte oplage verschenen en De Bezige Bij heeft toegezegd dat de naam van [eiser] in volgende drukken zal worden gewijzigd in ‘de taxichauffeur’. In het e-book is dat inmiddels gebeurd. Verder lijken de nadelige gevolgen erg mee te vallen. Zijn vaste klanten kennen [eiser] toch wel en nieuwe klanten die het boek hebben gelezen, kunnen eigenlijk alleen maar positief gestemd zijn. Het boek verklapt geen geheim, want zijn aandoening is voor iedereen zichtbaar. Bovendien kan hij zijn klanten daarover nog steeds op zijn eigen wijze inlichten.

4.5.

BNN-Vara heeft in De Wereld Draait Door aandacht besteed aan het boek. Zij had vooraf geen aanwijzingen dat [eiser] niet met de publicatie daarvan had ingestemd. Voorafgaand aan de uitzending heeft een medewerkster van De Wereld Draait Door gebeld met [eiser] , die toen alleen maar heeft gezegd dat hij niet in de uitzending wilde komen, niet dat hij bezwaar had tegen het boek of niet in de uitzending wilde worden besproken. Ook hier lijkt de eventuele nadelige uitwerking zeer beperkt, nu zowel het boek als hijzelf in de uitzending op positieve wijze zijn besproken. Dat geldt ook voor het feit dat zijn portret daar is getoond. Het gaat om een “normale” foto en niet valt in te zien welk redelijk belang [eiser] heeft om zich tegen publicatie te verzetten.

4.6.

De conclusie is dat de hiervoor onder 4.1. bedoelde afweging van grondrechten uitvalt in het voordeel van De Bezige Bij en BNN-Vara, aan wie het in beginsel vrij staat een boek over kleurrijke Rotterdammers te publiceren, dan wel daarover te berichten, op de wijze die hun goeddunkt. Van onrechtmatig handelen is in de gegeven omstandigheden dan ook geen sprake. De gevraagde voorzieningen zullen daarom worden geweigerd.

4.7.

[eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van De Bezige Bij worden begroot op:

- griffierecht € 1.924,00

- salaris advocaat € 816,00

Totaal € 2.740,00

BNN-Vara, die bij monde van haar hoofd juridische zaken verweer heeft gevoerd, en niet apart griffierecht is verschuldigd, wordt geacht geen kosten te hebben gemaakt die voor vergoeding in aanmerking komen. Haar kosten worden dan ook begroot op nihil.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

weigert de gevraagde voorzieningen,

5.2.

veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van de Bezige Bij tot op heden begroot op € 2.740,00 en aan de zijde van BNN-Vara tot op heden begroot op nihil,

5.3.

veroordeelt [eiser] in de na dit vonnis aan de zijde van de Bezige Bij ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat betekening van dit vonnis heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening,

5.4.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.J. Beukenhorst, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. M. Veraart, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 21 februari 2017.1

1 type: MV coll: JvS