Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2017:9793

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
29-12-2017
Datum publicatie
05-01-2018
Zaaknummer
AMS - 17 _ 4178
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Het geluidsniveau dat een restaurant aan de Herengracht produceert, blijft binnen de geldende normen.

De gemeente Amsterdam hoeft daarom geen aanvullende eisen te stellen aan het geluidsniveau.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2018/98
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: AMS 17/4178

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 december 2017 in de zaak tussen

[eiser] , eiser en

[eiseres] , eiseres

beiden te [woonplaats] , samen ook: eisers

(gemachtigde: mr. T. van der Weijde),

en

het algemeen bestuur van de bestuurscommissie van stadsdeel Centrum van de gemeente Amsterdam, verweerder

(gemachtigde: mr. M. Diderich).

Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: [VOF] en haar vennoten [vennoot 1] en [vennoot 2] , te [plaats] , vergunninghouder

(gemachtigde: mr. S.M. Stavenuiter).

Procesverloop

Met het besluit van 11 oktober 2016 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eisers om vergunninghouder maatwerkvoorschriften op te leggen zodat aan de geluidswaarden van het Activiteitenbesluit milieubeheer (Activiteitenbesluit) wordt voldaan, geweigerd.

Met het besluit van 7 juni 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eisers ongegrond verklaard.

Eisers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek op de zitting heeft plaatsgevonden op 7 december 2017. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde en [naam broer] , de broer van eiseres. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde en [naam 1] en [naam 2] . De vergunninghouder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde en [naam 3] en [vennoot 2] .

Overwegingen

Onderwerp van de procedure

1.1.

Eisers wonen aan de [adres] in [woonplaats] , direct boven het door vergunninghouder geëxploiteerde restaurant (het restaurant). Op het moment van de aanvraag exploiteerde vergunninghouder het restaurant onder de handelsnaam “ [handelsnaam 1] ” en sinds september 2017 onder de handelsnaam “ [handelsnaam 2] ”.

1.2.

Op 27 juli 2016 hebben eisers bij verweerder een verzoek ingediend om het restaurant maatwerkvoorschriften op te leggen, omdat zij geluidsoverlast van het restaurant ervaren. De overlast bestaat uit geluidsoverlast van het stemgeluid van de bezoekers en doordat onder de slaapkamerramen en het balkon van eisers’ woning dakramen aanwezig zijn die motorisch worden geopend en gesloten bij een bepaald geluidsniveau. Eisers verwijzen naar meerdere meldingen van geluidsoverlast en overleggen een rapport met geluidsmetingen van [naam 4] van 17 juni 2016.

1.3.

Met het primaire besluit heeft verweerder de aanvraag van eisers afgewezen, omdat verweerders toezichthouders naar aanleiding van de meldingen die eisers hebben ingediend geen overtredingen hebben geconstateerd. Daarnaast heeft verweerder aan vergunninghouder van het restaurant op 21 september 2016 verzocht om een milieumelding te doen met daarbij een akoestisch rapport. Verweerder zal na ontvangst van dat akoestisch rapport bekijken of alsnog acties nodig zijn, zo staat in het primaire besluit.

1.4.

Eisers hebben tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt en daarbij nogmaals het geluidsrapport van [naam 4] overgelegd. Het restaurant heeft een akoestisch onderzoek van het [naam buro] van 12 januari 2017 ingediend. [naam 4] heeft in de bezwaarfase op het rapport van het [naam buro] gereageerd en het [naam buro] op het rapport van [naam 4] .

2. Met het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar van eisers ongegrond verklaard. Omdat geen sprake is van stelselmatige overschrijding van de normen in het Activiteitenbesluit, kunnen geen maatwerkvoorschriften worden opgelegd. In het geluidsrapport van [naam 4] is geconstateerd dat tijdens een geluidsmeting op 9 juni 2016 van 17.50 tot 22.30 uur het langtijdgemiddelde geluidsniveau precies voldoet aan de normen van het Activiteitenbesluit. De maximale geluidswaarde op de gevel van eisers woning wordt in dat tijdsinterval met 4 dB(A) overschreden, maar niet is geconstateerd hoe vaak dit is gebeurd en wat de exacte bron van het geluid was. Daarnaast zijn op de van eisers ontvangen meldingen van geluidsoverlast geen overtredingen geconstateerd. Evenmin hebben toezichthouders tijdens een onaangekondigde meting op 24 februari 2017 een overtreding geconstateerd. Verder blijkt uit het akoestisch rapport van het [naam buro] dat het restaurant tijdens de opgegeven representatieve bedrijfssituatie voldoet aan de geluidsnormen uit het Activiteitenbesluit. Voorts blijkt uit dit rapport dat het piekgeluid bij het openen en sluiten van de dakramen, waar eisers met name last van ervaren, geen overschrijding van de normen geven, aldus verweerder in het bestreden besluit.

3. Eisers hebben in beroep het bestreden besluit gemotiveerd betwist.
Beoordeling door de rechtbank

4. De rechtbank volgt niet de stelling van eisers dat ook zonder stelselmatige overtreding van het Activiteitenbesluit maatwerkvoorschriften kunnen worden opgelegd. Op grond van artikel 2.1, vierde lid, van het Activiteitenbesluit1 kan het bevoegde gezag maatwerkvoorschriften vaststellen voor zover het betreffende aspect bij of krachtens dit besluit niet uitputtend is geregeld. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) heeft al geoordeeld dat artikel 2.17 van het Activiteitenbesluit – waar de geluidswaarden staan – uitputtend is geregeld.2 Daarbij heeft de Afdeling geoordeeld dat artikel 2.20, vijfde lid, van het Activiteitenbesluit weliswaar de mogelijkheid geeft om in afwijking van de waarden bedoeld in artikel 2.17, met een maatwerkvoorschrift andere waarden vast te stellen. Maar dat betekent nog niet dat artikel 2.17 geen uitputtende regeling bevat als bedoeld in artikel 2.1 van dat besluit, aldus de Afdeling.

5.1.

De rechtbank stelt voorts vast dat uit de geluidsrapporten van zowel [naam 4] als het [naam buro] blijkt dat het langtijdgemiddelde geluidsniveau (LAr,LT [dB(A)]) de toegestane waarde in artikel 2.17 van het Activiteitenbesluit niet overschrijdt. Uit beide rapporten blijkt ook dat het geluid van het openen en sluiten van de dakramen niet de toegestane langtijdgemiddelde geluidsniveauwaarde heeft laten overschrijden.

5.2.

Uit het geluidsrapport van [naam 4] blijkt dat wel de maximale geluidswaarde (LAmax [dB(A)]) op de gevel in de meetperiode met 4 dB(A) is overschreden. Verweerder heeft op de zitting uiteengezet dat bij een overschrijding van de maximale geluidswaarde onderzocht moet worden waar het geluid vandaan komt, om te beoordelen of de overschrijding een piek in het omgevingslawaai is of aan de potentiële overtreder is toe te rekenen. Het rapport vermeldt dat niet en een geluidsopname van de meting is er niet, aldus verweerder. Ook volgens de vergunninghouder moet de bron elders liggen. Het [naam buro] schrijft namelijk in zijn reactie van 17 juni 2017 op het rapport van [naam 4] , dat om een dergelijk piekgeluid daar te meten, in het restaurant een geluidsniveau van 110 dB(A) geproduceerd moet worden. Een dergelijk geluidsniveau ten gevolge van stemmen is volgens het [naam buro] zeer onwaarschijnlijk, zo niet onmogelijk, zo betoogt vergunninghouder. Naar het oordeel van de rechtbank is het niet aannemelijk dat de gemeten overschrijding van de maximale geluidswaarden veroorzaakt is door het restaurant. Het rapport van het [naam buro] maakt aannemelijk dat het niet uit het restaurant kan komen, gezien het zeer hoge geluidsniveau wat dan geproduceerd moet worden. En het rapport van [naam 4] laat open dat die maximum waarde aan andere geluiden uit de omgeving is toe te rekenen. Dat betekent dat de overschrijding van de LAmax-waarde niet is toe te schrijven aan een overtreding van vergunninghouder.

5.3.

Uit de rapporten volgt dus geen overtreding van het Activiteitenbesluit.

6.

6.1.

Eisers stellen verder dat [naam 4] heeft gemeten op een rustige avond en dat daarbij de waarde van het langtijdgemiddelde net niet is overschreden. Op een normale of drukke avond zal het langtijdgemiddelde volgens eisers zeker worden overschreden. De vergunninghouder heeft op de zitting betwist dat het een rustige avond was en daarbij aangevoerd dat in het geluidsrapport van [naam 4] staat: “conform opgave van de bewoners van de woning [adres] is het tijdens de metingen relatief rustig in het restaurant”.

6.2.

De rechtbank stelt vast dat de door [naam 4] gemeten waarde van het langtijdig gemiddelde precies de maximale waarde is die het Activiteitenbesluit toestaat. Eisers hebben alleen niet aannemelijk gemaakt dat de avond dat gemeten was een rustige avond was. Met vergunninghouder is de rechtbank namelijk van oordeel dat de opmerking in het rapport van [naam 4] dat het een rustige avond is, geen conclusie van de deskundige zelf is, maar een mededeling van eisers. De grond slaagt niet.

7. De stelling van eisers dat vergunninghouder geen afspraken wil maken met de vereniging van eigenaars, valt naar het oordeel van de rechtbank onder een burengeschil – dus het burgerlijke recht – en niet onder de bestuursrechtelijke vraag of de geluidsnormen in het Activiteitenbesluit worden overschreden. Daarnaast heeft vergunninghouder op de zitting aangeboden in overleg met eisers te komen tot oplossingen over de contactgeluiden. Deze grond slaagt evenmin.

8. Eisers voeren ten slotte aan dat verweerder op basis van de vele meldingen van geluidsoverlast (ook MORA-meldingen genoemd) tot het opleggen van maatwerkvoorschriften over moet gaan. Uit het dossier blijkt dat eisers diverse klachten en MORA-meldingen bij verweerder hebben ingediend. Deze hebben echter geen van alle geleid tot het constateren van overtredingen. Verder volgt uit het dossier dat verweerder meermaals onaangekondigd heeft gecontroleerd, wat vergunninghouder op de zitting heeft bevestigd, maar ook bij deze controles zijn geen overtredingen geconstateerd. De grond slaagt niet.
Conclusie

9. Uit het voorgaande volgt dat geen sprake is van overtreding van de geluidsnormen in artikel 2.17 van het Activiteitenbesluit. Dat wil niet zeggen dat omwonenden geen overlast kunnen ervaren, maar verweerder kon naar het oordeel van de rechtbank in redelijkheid weigeren de vergunninghouder van het restaurant maatwerkvoorschriften op te leggen.

10. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E.J. Otten, rechter, in aanwezigheid van

mr. E.H. Kalse-Spoon, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 29 december 2017.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.

BIJLAGE

Activiteitenbesluit milieubeheer

Artikel 2.1, vierde lid. Het bevoegd gezag kan (…) maatwerkvoorschriften stellen voor zover het betreffende aspect bij of krachtens dit besluit niet uitputtend is geregeld. (…).

Artikel 2.17. Voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) en het maximaal geluidsniveau LAmax, veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige installaties en toestellen, alsmede door de in de inrichting verrichte werkzaamheden en activiteiten en laad- en losactiviteiten ten behoeve van en in de onmiddellijke nabijheid van de inrichting, geldt dat:

a. de niveaus op de in tabel 2.17a genoemde plaatsen en tijdstippen niet meer bedragen dan de in die tabel aangegeven waarden;

Tabel 2.17a

07:00–19:00 uur

19:00–23:00 uur

23:00–07:00 uur

LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen

50 dB(A)

45 dB(A)

40 dB(A)

LAr,LT in in- en aanpandige gevoelige gebouwen

35 dB(A)

30 dB(A)

25 dB(A)

LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen

70 dB(A)

65 dB(A)

60 dB(A)

LAmax in in- en aanpandige gevoelige gebouwen

55 dB(A)

50 dB(A)

45 dB(A)

Artikel 2.20, vijfde lid. Het bevoegd gezag kan bij maatwerkvoorschrift bepalen welke technische voorzieningen in de inrichting worden aangebracht en welke gedragsregels in acht worden genomen teneinde aan geldende geluidsnormen te voldoen.

1 Voor het wettelijk kader zie bijlage

2 Zie de uitspraak van 29 januari 2014 van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ECLI:NL:RVS:2014:174)