Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2017:9744

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
21-12-2017
Datum publicatie
08-01-2018
Zaaknummer
parketnummer 13/684096-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Jeugdstrafzaak, minderjarige verdachte veroordeeld tot maximale jeugddetentie, deels voorwaardelijk en taakstraffen ivm plegen woningovervallen en straatroven op vooral (hoog)bejaarde slachtoffers, samen met volwassen oom en minderjarige neef.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/684096-17 (Promis)

Datum uitspraak: 21 december 2017

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte ] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedaum] 2001,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [GBA] en aldaar feitelijk verblijvende.

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 27 november 2017, 5 december 2017 en 7 december 2017.

De zaken tegen de meerderjarige verdachte [medeverdachte 1] en de minderjarige medeverdachten [medeverdachte 2] en [verdachte ] zijn deels gelijktijdig met elkaar en deels afzonderlijk van elkaar behandeld. De bespreking van de ten laste gelegde feiten en de persoonlijke omstandigheden van de verdachten alsmede het requisitoir en de pleidooien hebben telkens afzonderlijk van elkaar plaatsgevonden op diverse zittingsdagen. Daarbij heeft de behandeling van de zaken tegen de minderjarigen achter gesloten deuren plaatsgevonden. De vorderingen van de benadeelde partijen en de slachtofferverklaringen zijn gelijktijdig in de zaken van de drie verdachten in een openbare zitting aan de orde gesteld. De zaken tegen de drie verdachten zijn vervolgens alle op 7 december 2017 gesloten.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. C.L.E. McGivern en van wat verdachte en zijn raadsman mr. K.H.T. van Gijssel naar voren hebben gebracht.

Voorts heeft de rechtbank kennisgenomen van wat onder meer door mevrouw [naam 1] , namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: Raad), mevrouw [naam 2] , namens de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering (hierna: WSS), mevrouw [naam 3] , namens Spirit en de moeder van verdachte naar voren is gebracht.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte zijn 11 strafbare feiten ten laste gelegd. Kort gezegd komt het er op neer dat hij samen met zijn neven [medeverdachte 1] (toen 30 jaar) en [medeverdachte 2] (toen 15 jaar) in de periode van 19 februari 2017 tot en met 23 februari 2017 een reeks aan woningovervallen en straatroven en pogingen daartoe zou hebben gepleegd in Amsterdam Buitenveldert en Diemen. De slachtoffers betroffen steeds (hoog)bejaarde vrouwen, waarvan de oudste toen 95 jaar was. Tevens zijn voorbereidingshandelingen van een gewelddadige beroving in Den Haag ten laste gelegd, ten behoeve waarvan de drie verdachten op 23 februari 2017 hakmessen, maskers en tape voorhanden zouden hebben gehad. Ook is het voorhanden hebben van zo’n hakmes afzonderlijk aan verdachte ten laste gelegd

De tekst van de integrale tenlastelegging is opgenomen in een bijlage die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4. Waardering van het bewijs 1

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 9, 10 en 11 ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen.

De raadsman heeft zich ten aanzien van de feiten gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, met de opmerking dat kritisch dient te worden gekeken naar de rol van verdachte en of deze wel te kwalificeren is als medeplegen.

De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit. Daarbij komen eerst de door de verdachten gebruikte telefoonnummers en voertuigen aan de orde. Vervolgens zullen de beschuldigingen in chronologische volgorde worden besproken met per feit conclusies over de bewezenverklaring.

Telefoonnummers

a. a) [medeverdachte 1] : [telefoonnummer 1] en [telefoonnummer 2]

Blijkens CIOT-gegevens staat het telefoonnummer [telefoonnummer 1] op naam van [persoon 1] . [persoon 1] is de ex-vriendin van verdachte [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] heeft het telefoonnummer sinds 2012 acht maal in zijn contacten met de politie opgegeven als zijn telefoonnummer.2

In zijn verhoor bij de politie op 24 februari 2017 verklaart [medeverdachte 1] dat zijn telefoonnummer [telefoonnummer 2] .3 Bij zijn verhoor bij de politie op 4 april 2017 verklaart [medeverdachte 1] dat zijn telefoonnummer [telefoonnummer 2] van hem is en dat hij hiervoor gebruik maakte van het telefoonnummer [telefoonnummer 1] . Ook verklaart hij in dit verhoor dat hij zijn telefoon nooit uitleent.4

In de auto van verdachte [medeverdachte 1] is op 23 februari 2017 onder meer een telefoon van verdachte [verdachte ] aangetroffen. Deze telefoon is onderzocht. Hieruit blijkt dat in de contactpersonenlijst van de telefoon onder andere een contact staat met de naam [medeverdachte 1] . Bij dit contact staat het telefoonnummer [telefoonnummer 1] en een foto van verdachte [medeverdachte 1] . In de telefoon van verdachte [medeverdachte 2] staan de namen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 1] gekoppeld aan de telefoonnummers [telefoonnummer 2] en [telefoonnummer 1] .5

De rechtbank acht de inhoud van voornoemde bewijsmiddelen redengevend voor de vaststelling dat verdachte [medeverdachte 1] gebruiker is van de telefoonnummers [telefoonnummer 1] (hierna: * [telefoonnummer 1] ) en [telefoonnummer 2] (hierna: * [telefoonnummer 2] ).

b) [medeverdachte 2] : [telefoonnummer 3]

[medeverdachte 2] verklaart in zijn verhoor bij de politie op 7 maart 2017 dat het telefoonnummer [telefoonnummer 3] zijn telefoonnummer is.6

Blijkens CIOT-gegevens staat het telefoonnummer [telefoonnummer 3] op naam van [persoon 2] . [persoon 2] is de moeder van verdachte [medeverdachte 2] . Verdachte [medeverdachte 2] heeft bij twee eerdere verhoren bij de politie verklaard dat het telefoonnummer [telefoonnummer 3] zijn telefoonnummer is.7

Uit een opgenomen tapgesprek van 23 februari 2017 blijkt dat het getapte telefoonnummer [telefoonnummer 3] gebeld wordt door het telefoonnummer [telefoonnummer 2] . Er komt geen gesprek tot stand, maar wel was de voicemail te horen: “Dit is de voicemail van [medeverdachte 2]”.8

De rechtbank stelt op grond van de voorgaande bewijsmiddelen vast dat het telefoonnummer [telefoonnummer 3] (hierna: * [persoon 4] ) in gebruik is bij verdachte [medeverdachte 2] .

c) [verdachte ] : [telefoonnummer 4]

[verdachte ] heeft ter terechtzitting op 5 december 2017 verklaard dat het telefoonnummer [telefoonnummer 4] van hem is.9

Uit onderzoek in de politieregistratiesystemen blijkt dat het nummer [telefoonnummer 4] staat geregistreerd onder de namen [verdachte ] , geboren op [geboortedatum 11] 2001 en [persoon 3] , geboren op [geboortedatum 7] 1995. [persoon 3] blijkt volgens GBA de moeder van te zijn van [verdachte ] . Uit CIOT-gegevens blijkt dat het telefoonnummer [telefoonnummer 4] op naam staat van [persoon 3] .10

De rechtbank stelt op grond van de inhoud van voornoemde bewijsmiddelen vast dat het telefoonnummer + [telefoonnummer 4] (hierna: * [telefoonnummer 4] ) in gebruik is bij verdachte [verdachte ] .

Voertuigen

a. a) zwarte Toyota Auris, kenteken [kenteken 1]

De getuige [persoon 1] (ex-vriendin van verdachte [medeverdachte 1] ) verklaart bij de politie dat zij van 2011 tot oktober 2016 een relatie heeft gehad met [medeverdachte 1] . Ook verklaart zij dat zij vanaf 22 juli 2016 in het bezit is van een zwarte Toyota Auris, kenteken [kenteken 1] en dat [medeverdachte 1] vaak gebruik maakte van deze auto. [medeverdachte 1] gebruikte volgens haar voor 95% de auto.11 Verdachte [medeverdachte 1] verklaart op 4 april 2017 bij de politie dat hij een half jaar geleden in de auto van zijn vriendin reed. Dit betrof een zwarte Toyota Auris.12

De rechtbank stelt op grond van de inhoud van voornoemde bewijsmiddelen vast dat verdachte [medeverdachte 1] in de periode van 22 juli 2016 tot oktober 2016 gebruik maakte van een zwarte Toyota Auris, kenteken [kenteken 1] .

b) grijze Opel Astra, kenteken [kenteken 2]

[medeverdachte 1] heeft vanaf 30 januari 2017 een voertuig op zijn naam staan, voorzien van het kenteken [kenteken 2] , zijnde een personenauto van het merk Opel, type Astra, kleur grijs, bouwjaar 1999.13

Verdachte [medeverdachte 1] verklaart op 4 april 2017 bij de politie dat hij een eigen auto heeft, een Opel Astra.14

De rechtbank stelt op grond van de inhoud van voornoemde bewijsmiddelen vast dat verdachte [medeverdachte 1] vanaf 30 januari 2017 in het bezit was van een grijze Opel Astra, kenteken [kenteken 2] .

De rechtbank zal hierna de ten laste gelegde feiten in chronologische volgorde bespreken.

Straatroof 19 februari 2017 [straat 1] , Amsterdam (feit 9)

WhatsAppgesprekken

Op 19 februari 2017 vindt de volgende WhatsApp communicatie plaats tussen * [persoon 4] (hierna: * [persoon 4] ) en * [telefoonnummer 4] (hierna: * [telefoonnummer 4] ):

- Tussen 15:32 uur en 15:37 uur:

* [persoon 4] : Bhai gaan we iemand kannen?

(…)

* [telefoonnummer 4] : Jaah lik ma welloeh niz om iemand te kannen

* [persoon 4] : Wat liw j dn?

* [telefoonnummer 4] : Die o of gwn gwn die ov

* [persoon 4] : Kanus man

Interpretatie door verbalisant: [medeverdachte 2] vraagt aan [verdachte ] of ze iemand gaan beroven “kannen”. [verdachte ] geeft aan wel zin te hebben (wellouh niz). Ze overleggen wat ze gaan doen die “o” of gewoon die “ov”. Met “ov” wordt in de straattaal overval bedoeld.

- Om 19:47 uur

* [telefoonnummer 4] : Doen we die torie mt [medeverdachte 1]

* [persoon 4] : Yow

* [telefoonnummer 4] : Dn ga k nu schetsen vn misty

* [persoon 4] : Wil j

* [telefoonnummer 4] : Sii broer

* [persoon 4] : Safe k leb [bijnaam medeverdachte 1] dn

Interpretatie door verbalisant: [verdachte ] vraagt of ze nog wat gaan doen met [medeverdachte 1] “ [medeverdachte 1] ”. [medeverdachte 2] vraag of hij wil. [verdachte ] zegt ja. [medeverdachte 2] zegt dat hij dan “ [bijnaam medeverdachte 1] ” gaat bellen. 15

Aangeefster [aangeefster 8] ( [geboortedatum 8] 1936) verklaart dat zij op 19 februari 2017 rond 21:30 uur over de [adres 1] en [straat 1] naar huis fietste. Aangeefster passeerde drie mannen op de fiets. Bij [straat 1] parkeerde zij haar fiets in de box. Toen ze de box uitkwam stonden opeens die drie mannen voor haar. De mannen trokken aan haar schoudertas. Aangeefster viel. Nadat aangeefster de tas losliet, renden de mannen weg. Eén van de mannen was wat kleiner dan de anderen, hij had weinig haar en was ouder dan de andere twee. De volgende goederen zijn bij de straatroof weggenomen: een telefoon, een leesbril, een OV-chipkaart, een geldbedrag van 80 euro en een tas.16

Medeverdachte [medeverdachte 2] heeft het feit bekend. Hij heeft verklaard dat de vrouw haar fiets weg ging zetten. [medeverdachte 2] trok haar tas en rende weer weg. De buit was 120, 40 de man. [medeverdachte 1] had het slachtoffer uitgekozen.17

Verdachte heeft het feit bekend. Hij heeft bij de politie verklaard dat [medeverdachte 1] de auto had geparkeerd. Toen kwam er een vrouw aan fietsen. Zij had haar fiets in een box gestopt en toen zij eruit kwam, pakte [medeverdachte 2] haar tas. Daarna zijn zij met z’n drieën weggerend naar de auto. Zij hadden die vrouw alle drie gezien, want ze kwam aanfietsen. [medeverdachte 1] zei toen: “kom we gaan haar volgen”. De buit was iets meer dan honderd euro.18

Gelet op de bekennende verklaring van verdachte, alsmede gelet op de inhoud van de overige bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat dit feit kan worden bewezen.

Straatroof 21 februari 2017, Buitenveldert, Amsterdam (feit 6)

Aangeefster [aangeefster 6] ( [geboortedatum 9] 1954) verklaart op 21 februari 2017 dat zij die dag rond 12:40 uur slachtoffer is geworden van een straatroof op de Mensinge te Amsterdam. Daarbij zijn haar tas, telefoon (Samsung), bankpas, creditcard en een geldbedrag van 170 euro weggenomen. Bij de beroving waren twee daders betrokken. Aangeefster liep samen met een vriendin de Mensinge in. Aangeefster werd toen opeens vastgepakt aan de schouderband van haar tasje. Haar tasje werd hard van haar schouder getrokken. Hierna knapte de schouderband en kon de dader haar tas meenemen. Nadat de daders haar tasje hadden, renden zij weg richting een geparkeerde kleine grijze auto. Hier stapten zij beiden in. Zij reden weg in de richting van de Van Leijenberghlaan.19

De getuige [getuige 1] verklaart dat zij samen met aangeefster liep en de straatroof heeft gezien. Zij zag dat de daders twee jonge jongens waren. Zij stapten daarna snel in een auto, deze stond heel dichtbij en was lichtgrijs/zilvergrijs van kleur. De auto reed vervolgens weg richting de Van Leijenberghlaan.20

Uit de bij [B.V.] opgevraagde reisbewegingen van het voertuig van medeverdachte [medeverdachte 1] , een grijze Opel Astra, kenteken [kenteken 2] , blijkt dat deze auto op 21 februari 2017 omstreeks 12:48 uur een camera passeerde op de Beethovenstraat, richting Noord, 100 meter na Ringweg A10 Zuid. De door aangeefster genoemde rijroute komt overeen met een logische route richting de Beethovenstraat. 21

Medeverdachte [medeverdachte 2] heeft bekend dat hij betrokken is geweest bij dit feit. Hij heeft verklaard dat hij samen met [medeverdachte 1] en [verdachte ] was. Het slachtoffer was een Chinese vrouw, zij liep samen met een andere Chinese vrouw. [medeverdachte 2] stapte uit de auto, pakte de tas, rende weg en stapte weer in de auto. Het leverde hem en zijn medeverdachten 220 euro op. Naast het geld zat in de tas ook een telefoon, Samsung. Deze is voor 120 euro verkocht, waarbij ieder 40 euro kreeg.22

Verdachte heeft bij de politie verklaard dat het slachtoffer een Chinese mevrouw was, zij was met een andere Chinese mevrouw. Verdachte en zijn medeverdachten hadden een tas met geld en een telefoon meegenomen. Die telefoon is door hen verkocht. Na de straatroof zijn zij in de auto gestapt. [medeverdachte 1] zat in de auto.23

Gelet op de bekennende verklaring van verdachte, alsmede gelet op de inhoud van de overige bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat dit feit kan worden bewezen.

Poging overval woning [adres 1] Amsterdam, 21 februari 2017 (feit 2)

Aangifte

Aangeefster [aangeefster 2] ( [geboortedatum 1] 1930) verklaart op 21 februari 2017 dat zij in het ziekenhuis ligt als gevolg van een poging overval die die dag heeft plaatsgevonden in haar woning aan de [adres 1] te Amsterdam. Aangeefster was thuis en is omstreeks 13:30 uur haar woning uitgegaan om boodschappen te doen bij de [supermarkt] op het Gelderlandplein te Amsterdam. Op de terugweg is zij even op een bankje gaan zitten op de hoek van het fietspad met de Van Heenvlietlaan. Aangeefster zag toen een beige of grijze vierdeurs-auto rijden over het fietspad. Zij zag twee jongemannen die op de hoek van het fietspad stonden. De auto reed naar deze mannen toe en de mannen stapten in. De auto reed vervolgens weg over de [adres 1] . Nadat aangeefster de gezamenlijke toegangsdeur naar haar galerijwoning had geopend, zag zij dat een man mee naar binnen liep, nog voordat de deur dichtviel. De man liep achter aangeefster aan de lift in. De man was donker gekleurd, had een stevig postuur en was ongeveer 40-45 jaar. Toen de lift op de eerste verdieping open ging, stapte de man ook uit. Toen aangeefster bij haar woning naar binnen ging, zag zij dat de man weer terug liep richting de lift. Een paar minuten nadat aangeefster binnen was gekomen, hoorde zij de bel. Aangeefster zag een man van 18-20 jaar voor haar deur staan, donkergekleurd, ongeveer 160-165 lang en met een slank postuur. De man zei dat hij een pakketje voor aangeefster had. Aangeefster zag dat het een doos was met een plaatje van een pan erop. Aangeefster opende de voordeur en wilde voorover buigen om te kijken wat voor naam er op het pakketje stond. Op dat moment zag en voelde zij dat de man met beide handen hard tegen haar borst duwde en haar op die manier achterover duwde. Aangeefster viel daardoor achterover op de grond in de gang. Aangeefster schrok enorm en voelde gelijk een hevige pijn op haar achterhoofd. Zij is meteen hard gaan gillen en krijsen. Zij zag dat de man meteen wegliep, in de richting van de lift. Aangeefster merkte dat er op haar achterhoofd een wond zat, want deze bloedde hevig.24

Letsel

Uit een letselverklaring van aangeefster volgt onder meer dat bij aangeefster op 21 februari 2017 een hoofdwond, een subgaleaal hematoom rechts occipotaal, licht traumatische hoofd-hersenletsel en een irregulaire hartritme, sinustachycardie wordt vastgesteld.25 Aangeefster kan na de overval niet meer zelfstandig wonen. Zij heeft een hoofdwond aan de ene zijde en een flinke bloeduitstorting aan de andere zijde. De hoofdwond is gehecht. Zij heeft tot tweemaal toe een hartstilstand gehad. Verder is zij geopereerd en heeft zij een pacemaker gekregen.26

Camerabeelden afgelegde route en vervoersbewegingen Opel Astra

Op camerabeelden van de door aangeefster afgelegde route is te zien dat op 23 februari 2017 om 14:26:03 uur twee personen in dezelfde richting als aangeefster lopen. Deze personen komen uit de richting waar zij het voertuig eerder hadden geparkeerd. Daarna is te zien dat het voertuig achter de twee personen langs rijdt en dat de twee personen in de richting van [adres 1] lopen in dezelfde richting als aangeefster. Het voertuig rijdt verder. Te zien is dat het een grijze vijfdeurs Opel Astra betreft. Om 14:28:09 uur rijdt de Opel Astra over de Geervliet in de richting van het fietspad van [adres 1] .27 Uit onderzoek naar de vervoersbewegingen van de grijze Opel Astra met kenteken [kenteken 2] blijkt dat dit voertuig op 21 februari 2017 kort voor de overval in de richting van het plaats delict, [adres 1] te Amsterdam, reed en kort na de overval wegreed van het plaats delict.28

Getuigenverklaringen

De getuige [getuige 2] , woonachtig aan [adres 1] te Amsterdam verklaart dat zij samen met haar buurvrouw bij de flat aan kwam lopen. Daar zagen zij drie mannen staan. NN1 was een oudere man, rond de 30 jaar, getint en een gezet postuur. NN2 was een jongere man van rond de 16-18 jaar oud. Hij droeg een doos bij zich. NN3 was ook een jongere man tussen de 16-18 jaar oud. Aangeefster deed de toegangsdeur open. Toen zij in de lift stond, zag zij dat NN3 zijn voet tussen de toegangsdeur deed. Zij zag hierna dat NN2 en NN3 richting de voordeur van “ [aangeefster 2] ” (het slachtoffer) liepen. NN1 bleef daarbij een aantal meter voor de deur van [aangeefster 2] staan. Zij zag dat de deur van [aangeefster 2] open ging. Snel daarna zag zij de mannen alle drie wegrennen.29

De getuige [getuige 3] , woonachtig aan de [adres 1] te Amsterdam, was samen met haar buurvrouw [getuige 2] . Ook zij heeft de drie mannen gezien. Zij zag ook dat de jonge jongen zijn voet tussen de deur hield, waardoor de deur open bleef. De oudste was rond de 30 jaar. De twee jongste waren rond de 16 jaar. De oudste was wat steviger dan de twee jongsten. Zij hadden allemaal een donkere huid. De oudste had een ronde kop en was iets kalend boven op zijn hoofd.30

Mevrouw [persoon 5] , woonachtig aan de [adres 1] te Amsterdam, verklaart dat zij de moeder van verdachte [medeverdachte 1] , de tante van [verdachte ] en de oma van [medeverdachte 2] is. [medeverdachte 2] en [verdachte ] hebben tijdens de schoolvakantie, in de week van 20 tot en met 26 februari 2016, enkele dagen bij haar gelogeerd.31

Op 21 februari 2017 vindt rond 18:48 uur het volgende WhatsApp gesprek plaats tussen* [persoon 4] (“ [naam] ”) en ene [naam 4] :

[naam] : “Kil bij me oma wonen er oude tattas vrouwen met saaf”(…)

[naam 4] : “Hvl heb je gepakt”?

[naam] : “In totaal 6barkie”. Delen door 3. 2 bar per persoon.

Interpretatie door verbalisant: Bij oma [medeverdachte 2] wonen oudere Nederlandse vrouwen “tattas vrouwen” met geld “saaf”. [naam 4] wil weten hoeveel hij heeft gepakt. [medeverdachte 2] zegt 600 euro “6 barki”. Gedeeld door 3 dus 200 euro per persoon. 32

Verklaring medeverdachte

Medeverdachte [medeverdachte 2] heeft verklaard dat [medeverdachte 1] tegen hem zei: “jij speelt postbode”. [medeverdachte 1] had de vrouw al eerder gezien. Hij had haar gevolgd om te kijken waar zij woonde. [medeverdachte 1] heeft ook een voet tegen de toegangsdeur gezet, zodat ze naar binnen konden in de flat. [medeverdachte 2] heeft vervolgens aangebeld. Zij stonden met z’n drieën voor de deur, maar alleen [medeverdachte 2] stond in het zicht. [verdachte ] stond naast hem. [medeverdachte 2] zei tegen de vrouw dat hij een pakketje voor haar had. [medeverdachte 1] duwde toen [verdachte ] en [verdachte ] gaf [medeverdachte 2] een tik. Dat was het teken om naar binnen te gaan. [medeverdachte 2] stapte toen naar binnen met [verdachte ] . De vrouw is naar achteren gevallen en schreeuwde om hulp.33

Verklaring verdachte

Verdachte heeft het feit bekend. Hij heeft verklaard dat hij samen met [medeverdachte 2] naar het winkelcentrum was geweest. Bij de [supermarkt] hadden zij aangeefster gezien. Daar kwam ook het idee om haar te gaan beroven. [medeverdachte 1] kwam met dat plan. De jongemannen die aangeefster op het fietspad heeft zien staan, waren [medeverdachte 2] en [verdachte ] . [medeverdachte 1] zat in de auto. [medeverdachte 1] heeft [medeverdachte 2] en [verdachte ] opgehaald op de hoek van het fietspad, zoals aangeefster ook heeft verklaard. In de auto zei [medeverdachte 1] : “Yo faka heb je die vrouw gezien?” [verdachte ] en [medeverdachte 2] zeiden dat zij haar hadden gezien. Toen had [medeverdachte 1] zijn auto geparkeerd en hebben zij gewacht tot aangeefster naar huis liep. [medeverdachte 2] is de persoon geweest die aan de deur is geweest. Hij belde aan bij de woning met een pakketje. [medeverdachte 1] had tegen hem gezegd dat hij met die doos moest aanbellen. [verdachte ] stond om de hoek en [medeverdachte 1] stond achter hem.34

Het in de tenlastelegging opgenomen letsel, waaronder een hartstilstand, beoordeelt de rechtbank als zwaar lichamelijk letsel. De rechtbank acht ook het causaal verband tussen de woningoverval en dit zwaar lichamelijk letsel bewezen en overweegt daartoe het volgende. De verdachten hebben zich voorgenomen een gewelddadige woningoverval te plegen bij een uitgezocht (hoog)bejaard slachtoffer, dat door het begin van uitvoering van die woningoverval lelijk ten val is gekomen en meteen hoofdletsel heeft opgelopen, waarna zij moest worden opgenomen in het ziekenhuis. Diezelfde nacht nog heeft zij tot tweemaal toe een hartstilstand gekregen. Het kan naar het oordeel van de rechtbank niet anders dan dat het een direct gevolg is geweest van de poging tot woningoverval en de rechtbank acht dus ook die strafverzwarende omstandigheid bewezen.

Op grond van de inhoud van voornoemde bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat de poging woningoverval in vereniging met zwaar lichamelijk letsel als gevolg wettig en overtuigend kan worden bewezen.

Straatroof 21 februari 2017, Aalscholverpad, Diemen (feit 3)

Aangeefster [aangeefster 3] ( [geboortedatum 10] 1957) verklaart dat zij op 21 februari 2017 omstreeks 15:55 uur op een bankje langs het Aalscholverpad te Diemen zat. Zij was op haar telefoon bezig toen zij op een gegeven moment merkte dat iemand haar telefoon uit haar handen trok. Zij keek op en zag twee jongens. De telefoon die gestolen is, betreft een Microsoft Lumia 950 XL.35

Uit politieonderzoek blijkt dat er op 21 februari 2017 een Microsoft Lumia 950XL is opgekocht door een bedrijf, genaamd [bedrijf] , gevestigd aan [adres 3] . De telefoon was ingekocht voor 127 euro van [medeverdachte 1] , geboren op [verdachte ] 1986. Er worden camerabeelden opgevraagd van deze winkel en hierop worden verdachte en zijn medeverdachten [medeverdachte 1] en [verdachte ] op beelden van 21 februari 2017 omstreeks 16:39 uur herkend.36

Medeverdachte [medeverdachte 2] heeft dit feit bekend. Hij heeft verklaard dat hij met [medeverdachte 1] en [verdachte ] in de auto zat. [medeverdachte 2] hoorde opeens: “Boys kijk hier op de bank” en “Kom we pakken deze”. [medeverdachte 1] zei tegen hem: “Check daar op de bank”. [medeverdachte 2] trok toen die telefoon. [verdachte ] rende achter hem aan. Daarna stapten zij weer in de auto bij [medeverdachte 1] en hebben zij de telefoon bij [bedrijf] verkocht. De buit was tussen de 120 en 130 euro. Dit hebben zij onderling verdeeld.37

Verdachte heeft dit feit bekend. Hij heeft verklaard dat zijn neef (medeverdachte [medeverdachte 1] ) de vrouw zag zitten op een bank. Zij kwamen daar met een auto. Zijn neef zei toen tegen zijn neefje ( [medeverdachte 2] ) “ga die telefoon pakken met hem”. Hiermee bedoelde hij verdachte. Toen zijn [medeverdachte 2] en verdachte uitgestapt en heeft [medeverdachte 2] de telefoon gepakt. Daarna had [medeverdachte 1] hen weer opgehaald. Hij heeft vervolgens de telefoon bij [bedrijf] verkocht. Verdachte heeft hiervoor ongeveer 40 euro gekregen.38

Gelet op de bekennende verklaring van verdachte, alsmede gelet op de inhoud van de overige bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat dit feit kan worden bewezen.

Poging straatroof 22 februari 2017, de Weerdestein Amsterdam (feit 9)

Aangeefster [aangeefster 7] ( [geboortedatum 6] 1939) verklaart dat zij op 22 februari 2017 omstreeks 14:10 uur slachtoffer is geworden van een poging straatroof op de Weerdestein te Amsterdam. Bij de beroving waren twee daders betrokken. Aangeefster liep met een uitgeklapte paraplu. Plotseling voelde zij dat er op de paraplu werd geslagen. Aangeefster verloor hierdoor haar evenwicht en viel achterover. Zij droeg haar schoudertas met band schuin over haar lichaam en rechts aan de achterkant van haar heup. Plotseling zag zij dat er twee mannen bij haar stonden. Eén voor haar en één achter haar. Zij zag en voelde dat de man voor haar met kracht aan de band van haar tas trok. Aangeefster pakte haar tas stevig vast en zag dat de draagband van de tas kapot getrokken werd. Zij hield haar tas nog steeds vast en heeft de man een aantal keren tegen zijn benen geschopt. Tevens riep zij: “politie, politie”. De mannen schrokken en renden vervolgens weg. De mannen gingen er in een auto vandoor richting de Arent Janszoon Ernststraat.39

Uit bij [B.V.] opgevraagde reisbewegingen van het voertuig van de medeverdachte [medeverdachte 1] , een grijze Opel Astra, kenteken [kenteken 2] , blijkt dat deze auto op 22 februari 2017 omstreeks 14:13 uur een camera passeerde op de toerit Ringweg A10 Zuid in de richting A10 Noord ter hoogte van de Europaboulevard. Dit is 3 minuten na de poging straatroof op Weerdestein. Het voertuig reed aan de hand van deze [B.V.] gegevens kort na de straatroof weg van het plaats delict.40

Op 22 februari 2017 omstreeks 18:36:04 uur zegt [telefoonnummer 4] tegen ene “ [persoon 6] ” over de WhatsApp: “Jaah vriend vndg was ov mislukt kkr zooi”.

Interpretatie van dit gesprek door verbalisant: [verdachte ] zegt dat vandaag de “ov” mislukt was. Verbalisant is ambtshalve bekend dat met “Ov” in de straattaal een overval wordt bedoeld.41

Verdachte heeft dit feit bekend. Hij heeft bij de politie verklaard dat bij dit feit het slachtoffer een paraplu had. Zij waren met z’n drieën: [medeverdachte 2] en verdachte stapten uit de auto, [medeverdachte 1] was in de auto. [medeverdachte 2] kwam van voor en verdachte kwam van achteren. [medeverdachte 2] ging voor haar staan. [medeverdachte 2] trok aan de tas van het slachtoffer maar het lukte niet en zij kwam ten val. [medeverdachte 2] en verdachte zijn toen weggerend.42

Medeverdachte [medeverdachte 2] heeft bij de politie verklaard dat hij uitstapte, [verdachte ] liep achter hem aan. [verdachte ] ging aan die tas trekken, die vrouw viel en ging gillen. [medeverdachte 2] ging toen rennen.43

Gelet op de bekennende verklaring van verdachte, alsmede gelet op de inhoud van de overige bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat dit feit kan worden bewezen.

Overval woning 22 februari 2017, Diemen, [adres 2] (feit 1)

WhatsApp gesprekken

Op 21 februari 2017 vindt het volgende WhatsApp gesprek plaats tussen “ [medeverdachte 1] ” (gebruikmakend van nummer * [telefoonnummer 1] ) en “ [naam] �&#xDC7F” (gebruikmakend van nummer * [persoon 4] ) (hierna: “ [naam] ”):

17:56 uur [naam] : Osso kil. K wil saaf maken kil(…)

19:29 uur [medeverdachte 1] : maak je niet druk morgen of donderdag weer (…) (…) Als je 2 barkie per dag maken is goed toch

19:30 uur [naam] : K wil sws meer

19:30 uur [medeverdachte 1] : Dan moeten we meer doen Ik wil ook meer

19:30 uur [naam] : K wil wel

19:31 uur [medeverdachte 1] : Geloof me bro grote risico maar een osso met pinpas zijn we binnen(…)Dat is wat we moeten bereiken

19:32 uur [naam] : Bro k ben voor alles in staat. J hbt zelf gezien laatste dagen me hoofd s heet bro(…)

23:56 uur [naam] : En als osso kan dn dt(…)

Interpretatie door verbalisant:

[medeverdachte 2] zegt dat hij thuis is en geld “saaf” wil maken. [medeverdachte 1] zegt dat [medeverdachte 2] zich niet druk moet maken en “morgen of donderdag” weer. Als ze 200 euro “2barkies” per dag maken dan is het goed. [medeverdachte 2] zegt dat hij meer wil. [medeverdachte 1] zegt dat ze dan sowieso meer moeten doen en hij wil ook meer. Een huis “osso” met pinpas is een groot risico, maar dan zijn ze wel “binnen”. Dat moeten ze bereiken. [medeverdachte 2] is tot alles in staat en heeft laten zien de laatste dagen dat hij “een heet hoofd” heeft.

Gezien de context van het gesprek wordt er zeer waarschijnlijk over een overval in een woning gesproken waarbij een pinpas moet worden buitgemaakt. Het risico is wel groter. Ze geven aan er allebei voor in te zijn.44

Melding en aangifte

Verbalisanten krijgen op 22 februari 2017 omstreeks 15:47 een melding dat een oudere dame in haar woning aan het [adres 2] te Diemen zou zijn overvallen.45

Aangeefster [aangeefster 1] ( [geboortedatum 1] 1921) verklaart aan de politie dat zij is overvallen door drie donkere jongens. Die middag was zij naar het winkelcentrum in Diemen geweest. Bij thuiskomst ging de bel. Zij zag toen een donkere man voor haar deur staan. Hij had een pakketje bij zich, een doos met daarop afgebeeld een pan. Aangeefster opende de deur. De man zei dat dat hij een pakketje voor aangeefster had en dat zij ergens moest tekenen. Aangeefster zei dat zij geen pakket had besteld. De man duwde haar naar binnen de hal in. Aangeefster zei nogmaals dat zij niet ging tekenen voor het pakketje. Hierop duwde de man haar nog harder naar achteren en begon tegen haar te schreeuwen. De man kwam heel bedreigend over. Hij schreeuwde: “als je nu je pinpas geeft, is alles over!” Al schreeuwend en duwend belandde aangeefster samen met de man in haar woonkamer. Aangeefster is op een stoel gaan zitten. Naast deze stoel stond een telefoon. Aangeefster probeerde haar buren te bellen, maar de man trok de hoorn uit haar hand. De man bleef maar schreeuwen en voor haar staan, terwijl zij op de stoel zat. Aangeefster zag en voelde dat de man met zijn voorhoofd in de richting van haar hoofd ging en haar een kopstoot gaf. Vervolgens zag en voelde zij dat de man haar met zijn hand een klap gaf op haar wang. Aangeefster zag toen opeens nog een man haar woonkamer in komen lopen. Deze tweede man had een rol tape vast. Aangeefster werd bang en heeft toen haar pinpas gegeven. Vervolgens heeft zij een (onjuiste) pincode op een briefje geschreven en dit aan de tweede jongen gegeven. Zij voelde dat zij hierna weer werd geduwd in de richting van de keuken. In de hal werd zij gedirigeerd naar het toilet. In de hal zag zij ook opeens nog een derde jongen staan. Al duwend is aangeefster op het toilet beland. Daar is zij gebleven tot zij niets meer hoorde. Daarna heeft zij de buren gewaarschuwd. De buren hebben vervolgens rond 15:45 uur de politie gebeld. Aangeefster zag direct dat haar sleutels waren meegenomen. Ook zag zij dat haar portemonnee uit haar tas was gehaald. In haar portemonnee zat een geldbedrag van ongeveer 30 euro en haar identiteitsbewijs. Alle drie de jongens hadden een donkere huidskleur en droegen donkere kleding. Een van hen was zwaarder van postuur. Deze man was ongeveer 40 jaar oud en de andere twee waren nog snotneuzen. 46

Aangeefster heeft in aanvulling op haar aangifte verklaard dat de man echt heel agressief was. Hij had een capuchon op met een klepje. Aangeefster denkt dat er in dat klepje of in de zoom iets van metaal of ijzer moet hebben gezeten. Zo voelde het toen deze man haar die kopstoot gaf. De derde man was de wat dikkere man. Hij was de persoon met tape in zijn handen. Toen aangeefster op de stoel zat in de woonkamer, stond de derde man ook in de woonkamer en wilde de gordijnen dichtdoen. Juist de combinatie met de gordijnen dichtdoen en de tape maakte aangeefster bang. Aangeefster heeft als gevolg van de overval pijn aan haar rechterarm, tussen haar schouders en aan haar ellenboog.47

Pinpogingen met pas aangeefster

Met de pinpas van aangeefster is op 22 februari 2017 om 15:48:41 uur en om 15:48:51 uur geprobeerd te pinnen bij de pinautomaat in de [supermarkt] op de Harriet Freezerstraat te Amsterdam. Dit is gedaan door verdachte [medeverdachte 1] , in het bijzijn van zijn medeverdachte [medeverdachte 2] . Op de betreffende camerabeelden is, naast de medeverdachten, ook een grijze Opel Astra te zien waarin zij zitten.48

Tapgesprek woningoverval

Binnen een opsporingsonderzoek naar een overval in een woning in de politieregio Haaglanden is er op 21 februari 2017 een technische actie aangesloten op het telefoonnummer * [persoon 4] ( [medeverdachte 2] ).

Op 23 februari 2017 en aanvullend op 27 februari 2017 is een gesprek op deze tap uitgewerkt dat plaatsvond op 22 februari 2017 om 15:20:38 uur tussen * [persoon 4] en * [telefoonnummer 2] ( [medeverdachte 1] ) uitgeluisterd en uitgewerkt. In het gesprek zijn vier stemmen te horen. Bij het uitluisteren van het gesprek herkende verbalisant [verbalisant] van de politieregio Amsterdam-Amstelland drie van de vier stemmen als: verdachte [medeverdachte 2] , verdachte [verdachte ] en verdachte [medeverdachte 1] . Verbalisant [verbalisant] herkende deze stemmen, nu hij voornoemde verdachten in het onderzoek 13Vidalia heeft verhoord als verdachten:

(…)

[medeverdachte 1] : ok even kijken hoe ik weg moet rijden Ik moet die kant wegrijden denk ik he

[verdachte ] : Nee g dan kom je toch nooit meet de weg op

[medeverdachte 1] : laat me eerst kijken laat me eerst dat checken anders komen we straks daar en dan hebben we een probleem

[medeverdachte 2] : gaat het lukken?

[verdachte ] : ja toch je gaat toch niet zo G…eh hebben we geen blaadje dat we zeggen dat ze moet tekenen…blaadje…maar je moet die brief dan wel meenemen

[medeverdachte 1] : maar ze gaan niet tekenen toch voordat ze tekenen heb je je actie al gepleegd

(…)

[verdachte ] : eh maar wacht waar is die tape

[medeverdachte 1] : jij hebt alles bij je

(…)

[medeverdachte 2] : die tape voor der mond toch

Ha[medeverdachte 1] : Ik vind het jammer dat jullie geen duiven zijn jongen anders zou ik het doen.

[medeverdachte 2] : we kunnen ook gewoon driemans toch

[verdachte ] : wil je dat proberen?

[medeverdachte 1] : proberen, noh die uitkijk is belangrijk man kankersukkel ik vind uitkijk belangrijk toch begrijp je.

[medeverdachte 2] : faka ik ben nu in Diemen

[medeverdachte 1] : doe jullie ding doe jullie ding (…) zodra je pinpas en pincode hebt is klaar kunnen we weg.

(…)

[medeverdachte 1] : stel je voor gaat het mis. Jullie weten waar je naartoe moet rennen. (…) [verdachte ] jij ook he? Er wordt niet gepraat he? Als het mis gaat.(…) [medeverdachte 2] als je binnen bent gelijk de deur dichtdoen he.

[medeverdachte 2] : ik heb een pakketje voor u

(…)

NN-vrouw: ik zit op helemaal niks te wachten

(…)

[medeverdachte 1] : vraag een pen vraag een pen

(…)

NN-vrouw: nee ik pak het niet aan en ik onderteken ook niks nee

(…)

[medeverdachte 1] : [medeverdachte 2] probeer move te maken. [verdachte ] kom achter je aan. (…) broer ga naar binnen duw duw duw (…) [medeverdachte 2] duw [medeverdachte 2] duw duw duw (…) [medeverdachte 2] ga naar binnen duwen duw duw duw duw duw (…) Je kan het duwen. Je kan het duwen.

(…)

[verdachte ] : Nu! actie actie actie

(…)

[medeverdachte 2] : uw pincode en dan laat ik u met rust

(…)

[medeverdachte 1] : Boys jullie zijn binnen man.

[medeverdachte 2] : Uw pincode en dan ga ik weg

[medeverdachte 1] : deur dicht doe deur dicht deur dicht. [verdachte ] deur dicht deur dicht.

(…)

NN-vrouw: je krijgt me pinpas niet, dat geef ik aan niemand

(…)

[medeverdachte 2] : PINPAS NU! Je maakt me boos je maakt me boos

(…)

[medeverdachte 2] : geef die kankerpas verdomme (…) nu je kankerpas

[medeverdachte 1] : die kop dicht dicht, plak dicht!

(…)

[medeverdachte 2] : Je raakt me niet aan verdomme. Ik wil nu je kankerpas. Als je dit niet geeft is het klaar. Ik wil je pas en je code en dan ben ik meteen weg, dan laat ik je voor altijd met rust, dat is het enige dat ik wil.

NN-vrouw: je bent gek

[medeverdachte 2] : [verdachte ] plakken

(gestommel, vrouwenstem die “auw!” roept)

[medeverdachte 2] : Ik wil jouw pas en ik laat jou met rust. Anders ga ik geweld gebruiken dat wil ik niet tegen je gebruiken

[medeverdachte 2] : De pas ey!

NN-vrouw: NEE

[medeverdachte 2] : Het is beter voor jou het is niet nodig (…)Ik ben groter dan jou…ik maak je af als ik wil dus geef me die pas. Als je dat niet doet kan een einde aan je leven maken. Ik wil nu jouw fucking pas anders ga ik me pistool voor je trekken, Ja?

NN-vrouw: nee

[medeverdachte 2] : ik ga mijn pistool trekken. Ik ga je doodmaken he? de keuze is aan jou mevrouw.

(…)

Tas pakken verdomme, nu in de keuken. En je blijft hier zitten verdomme. Ik maak geen grappen met je.

(…)

[medeverdachte 1] : [verdachte ] doe die deur open voor mij

[medeverdachte 2] : er komt een andere gozer van mij als je hem dan niet je pincode geeft

(…)

[medeverdachte 1] : Zet haar in de wc, zet haar in de wc (…) kom dan boys, kijk of het de goede is (…) Ophangen iedereen ophangen (…)

[medeverdachte 2] : … is nu eruit he?

[medeverdachte 1] : Ik weet niet We hebben het goed gedaan, maar nog niet 100%

(..)

[medeverdachte 2] : ING richting de poortje

[verdachte ] : je gaat vinden, je gaat vinden

[medeverdachte 2] : [medeverdachte 1]

[verdachte ] : Maar je moet bedekt binnen he!

[medeverdachte 1] : jaja 49

Verklaring medeverdachte

Medeverdachte [medeverdachte 2] heeft bekend dat hij mee heeft gedaan aan de woningoverval. [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] en [verdachte ] hadden aangeefster die dag eerder al gezien in het winkelcentrum. [medeverdachte 1] zag haar bij de kassa staan. Zij hebben haar toen achtervolgd. Bij het huis van aangeefster deed [medeverdachte 2] zich voor als postbode. Hij had een pakketje bij zich. [medeverdachte 2] heeft om de pinpas gevraagd en de telefoon van aangeefster afgepakt toen zij wilde gaan bellen om hulp. [medeverdachte 2] heeft ook gedreigd dat hij zijn pistool zou pakken. Toen [medeverdachte 1] binnenkwam, zei [medeverdachte 2] : “Kom ga loesoe, snel snel”. Aangeefster moest toen van [medeverdachte 1] in de wc gaan zitten.50

Verklaring verdachte

Verdachte heeft bij de politie bekend dat hij samen met [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] de overval heeft gepleegd. [medeverdachte 1] had aangeefster die dag al eerder op het oog gekregen toen zij samen in het winkelcentrum waren. [medeverdachte 1] , [verdachte ] en [medeverdachte 2] zijn aangeefster toen lopend gaan volgen, daarna zijn zij weer in de auto gestapt en naar de woning van aangeefster gereden. [medeverdachte 1] had tegen [verdachte ] gezegd: “we willen haar pakken”. Hiermee bedoelde hij dat zij haar zouden gaan overvallen. [verdachte ] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] zijn elkaar gaan bellen in één gezamenlijk gesprek. Vervolgens deed [medeverdachte 2] zich voor als postbezorger, hij had een doos met daarop een pan. [verdachte ] had ductape bij zich. [medeverdachte 2] stond voor de deur en [verdachte ] stond om de hoek. Daarbij keek hij naar [medeverdachte 1] die in de auto zat omdat [medeverdachte 1] hem zou gaan seinen. Toen [medeverdachte 1] via de telefoon tegen [verdachte ] zei dat hij de woning ook moest ingaan, heeft [verdachte ] dit gedaan. [verdachte ] duwde toen [medeverdachte 2] naar binnen. [verdachte ] is ook naar binnen gegaan en heeft de deur dicht gedaan. [medeverdachte 2] zei tegen de vrouw dat zij moest gaan zitten. [verdachte ] heeft de deur voor [medeverdachte 1] open gemaakt en is vervolgens naar boven gegaan om te kijken of daar ook nog mensen waren. Toen hij beneden kwam, zag hij dat aangeefster door [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] op de wc was gezet. Toen aangeefster in het begin wilde opstaan om de telefoon te pakken, heeft [medeverdachte 2] deze afgepakt. Toen zij weer een andere telefoon wilde pakken, heeft [verdachte ] deze telefoon afgepakt. Deze telefoon heeft hij hierna weer teruggelegd. [medeverdachte 2] wilde de pinpas en pincode van aangeefster. [verdachte ] heeft gehoord dat [medeverdachte 2] tegen haar zei “moet ik mijn pistool trekken” en “ik wil nu je pinpas”. [verdachte ] verklaart verder dat hij door anderen ook vaak “ [verdachte ] ” wordt genoemd. Het plan om iemand te gaan beroven was de dag ervoor al gekomen, toen waren [verdachte ] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] ook samen.51

Ter terechtzitting heeft [verdachte ] verklaard dat, als aangeefster zou gaan schreeuwen, het wel het plan was om haar mond dicht te plakken. [medeverdachte 1] heeft aan de gordijnen gezeten.52

Aantreffen pinpas aangeefster in jaszak medeverdachte [medeverdachte 1]

In de auto van verdachte [medeverdachte 1] is op 2 maart 2017 in de jaszak van de jas van verdachte [medeverdachte 1] een pinpas aangetroffen die op naam staat van aangeefster [aangeefster 1] .53

Gelet op de inhoud van voornoemde bewijsmiddelen, is de rechtbank van oordeel dat verdachte kan worden veroordeeld terzake van de onder dit feit aan hem ten laste gelegde woningoverval in vereniging, waarbij sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachten. Verdachte heeft deze woningoverval bekend. Verdachte en zijn medeverdachten hadden aangeefster eerder die dag al gezien. Het plan was om haar te gaan “pakken”, overvallen. Zij hebben haar vervolgens gevolgd en met elkaar besproken hoe zij de overval zouden gaan uitvoeren. [medeverdachte 2] deed zich voor als pakketbezorger en [verdachte ] liep daarna ook mee naar binnen. Hij deed de deur dicht en opende deze weer om [medeverdachte 1] binnen te laten. Vervolgens heeft hij boven in de woning rond gekeken. Na afloop zijn zijn medeverdachten naar een pinautomaat gegaan, alwaar zij geprobeerd hebben om geld op te nemen met de pas van aangeefster.

Poging straatroof 23 februari 2017 te Diemen (feit 5)

Aangeefster [aangeefster 5] ( [geboortedatum 4] 1939) verklaart dat zij op 23 februari 2017 omstreeks 11:30 uur slachtoffer is geworden van een poging straatroof. Er waren twee daders bij betrokken: dader 1 en dader 2. Op het moment dat aangeefster de toegangsdeur van haar woning aan de [straat 2] te Amsterdam wilde openen, voelde zij dat zij van achteren werd geduwd door dader 1, die zij onder andere omschrijft als een lichtgetinte 15 jarige jongen van ongeveer 1.45 m met een slank postuur. Zij voelde dat er aan haar schoudertas werd getrokken door dader 1. Aangeefster schrok en heeft enorm gegild. Naast dader 1 zag zij nog een man staan, dader 2. Dader 2 wordt door haar omschreven als een licht getinte man van ongeveer 20 jaar van ongeveer 1.70 m ook met slank postuur. Aangeefster denkt dat dader 1 van haar gegil schrok en toen de tas losliet. Zij zag toen dat dader 1 wegrende. Uit het niets zag zij toen dat dader 2 zijn rechtervuist balde en deze met kracht tegen haar wang sloeg. Vervolgens zag zij de daders wegrennen. Aangeefster heeft pijn aan haar wang als gevolg van het delict. Haar wang is dik geworden en blauw gekleurd.54

Uit een letselverklaring van aangeefster blijkt onder meer dat zij een bloeduitstorting heeft ter hoogte van haar jukbeen en bovenkaak.55

Medeverdachte [medeverdachte 2] heeft verklaard dat hij samen met verdachte en [medeverdachte 1] was. Het slachtoffer liep en [medeverdachte 1] zag haar in een portiek. [medeverdachte 2] deed alsof. Hij pakte met één hand de tas. De vrouw schrok. [medeverdachte 2] rende daarna weg in de auto.56

Verdachte heeft dit feit bekend. Hij heeft verklaard dat [medeverdachte 1] die vrouw in de portiek zag staan en hij zei tegen [medeverdachte 2] dat ze erachter aan moeten gaan. Verdachte heeft toen de deur van de auto opengehouden en [medeverdachte 2] deed alsof hij die tas wilde pakken. De vrouw gilde en toen zijn ze weggerend.57

Gelet op de bekennende verklaring van verdachte, alsmede gelet op de inhoud van de overige bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat dit feit kan worden bewezen, waarbij de rechtbank het er, gelet op de omschrijving van de lengte van de daders, voor houdt dat [verdachte ] in deze als dader 1 en [medeverdachte 2] als dader 2 heeft opgetreden. De rechtbank heeft kunnen constateren dat [verdachte ] kleiner is dan [medeverdachte 2] , die verder ook een oudere indruk achter laat.

Vrijspraak straatroof Havikshorst te Amsterdam 23 februari 2017 (feit 8)

De rechtbank acht met de officier van justitie en de raadsman niet bewezen wat onder 8 is ten laste gelegd. Weliswaar vertoont deze straatroof gelijkenissen met de bewezen straatroven, maar is er onvoldoende direct bewijs dat verdachte en zijn medeverdachten verantwoordelijk zijn voor dit feit. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

Straatroof 23 februari 2017 de Klencke te Amsterdam (feit 4)

Aangeefster [aangeefster 4] ( [geboortedatum 3] 1950) verklaart dat zij op 23 februari 2017 omstreeks 19:00 uur slachtoffer is geworden van een straatroof. Ter hoogte van de AJ Ernststraat voelde zij plotseling dat iemand haar tas met een harde ruk uit haar hand trok. Zij viel hierdoor voorover. Op haar tas stonden afbeeldingen van poezen. In de tas zaten een tube handcrème, huissleutels, een kam, een pakje papieren zakdoeken, een grijze portemonnee, een geldbedrag van ongeveer 14 euro, een lichtblauwe sjaal en een bontsjaal. Ook haar stempas voor de Tweede Kamerverkiezingen, spaarpassen van [supermarkt] en Kruidvat en identiteitsbewijs zaten in de tas.58

Verdachte wordt (samen met zijn medeverdachte [medeverdachte 2] ) op 23 februari 2017 aangehouden in de auto van medeverdachte [medeverdachte 1] (Opel Astra [kenteken 2] ). Bij een doorzoeking in deze auto wordt vervolgens onder andere een tas met daarop een afdruk van twee poezen aangetroffen. In de tas zitten diverse pasjes op naam van [aangeefster 4] , geboren op [geboortedatum 3] , een grijze portemonnee met daarin een briefje van 10 euro, een brief met stempas voor de Tweede Kamerverkiezingen, een Kruidvat voordeelkaart en handcrème. Verder worden in deze auto twee sjaaltjes aangetroffen. Bij het zien van deze sjaaltjes verklaart aangeefster: “He, dat is mijn sjaaltje en die andere ook!” Ook wordt de identiteitskaart van mevrouw [aangeefster 4] in deze auto aangetroffen.59

Uit bij [B.V.] opgevraagde reisbewegingen van het voertuig [kenteken 2] (auto van medeverdachte [medeverdachte 1] ) blijkt dat deze auto op 23 februari 2017 om 18:45 uur een camera passeerde en reed in de richting van Buitenveldert op de Europaboulevard richting Zuid, 50 meter na de Boelelaan. Op 23 februari 2017 reed de auto om 19:00 uur uit de richting van Buitenveldert. Toerit Ringweg A10, ter hoogte van de Europaboulevard richting Ringweg A10 Zuid. Samengevat: aan de hand van deze gegevens is te zien dat het voertuig [kenteken 2] kort voor de straatroof in de richting van het plaats delict de Oldengaarde Amsterdam reed en kort na de straatroof wegreed van het plaats delict.60

Verdachte heeft dit feit bekend. Hij heeft verklaard dat zij reden en dat [medeverdachte 1] toen iemand zag. Hij stuurde [medeverdachte 2] erop af. [medeverdachte 2] vroeg verdachte of hij meeging. [medeverdachte 2] pakte haar tas. De vrouw was rond de 70/80 jaar. Nadat [medeverdachte 2] haar tas had gepakt, renden verdachte en [medeverdachte 2] naar de auto. De rolverdeling was dat [medeverdachte 1] reed, [medeverdachte 2] haar tas pakte en verdachte mee rende. Het idee kwam meer van [medeverdachte 1] vandaan.61

Gelet op de bekennende verklaring van verdachte, alsmede gelet op de inhoud van de overige bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat dit feit kan worden bewezen.

Voorbereidingshandelingen en voorhanden hebben hakmes (feiten 10 en 11)

Naar aanleiding van de woningoverval op mevrouw [aangeefster 1] op 22 februari 2017 (feit A1) heeft de politie een telefoontap gezet op het telefoonnummer van [verdachte ] * [telefoonnummer 4] . Het nummer van [medeverdachte 2] * [persoon 4] wordt al getapt naar aanleiding van de woningoverval in Den Haag (feit A12). Uit het proces-verbaal van bevindingen62 met betrekking tot de taps van 23 februari 2017 – in combinatie met hetgeen bekend is over de telefoonnummers en de stemherkenningen63 – kan het volgende worden afgeleid.

Op 23 februari 2017 om 21:40 uur wordt [verdachte ] gebeld door verdachte [medeverdachte 1] (* [telefoonnummer 2] ).

Omstreeks 22:30 uur wordt [medeverdachte 2] gebeld door [medeverdachte 1] . [verdachte ] vraagt of de beller die ‘koelie sma’ nog heeft gezien. De man zegt hij haar op het oog heeft. [medeverdachte 1] zegt dat de jongens rustig moeten doen. Ze moeten uitrusten, want het moet vannacht gebeuren, 100 procent.

Omstreeks 23:15 uur wordt [verdachte ] gebeld door [medeverdachte 1] . Hierbij vindt het volgende gesprek plaats (G= [verdachte ] ) en N = [medeverdachte 1] )

G: Yo

N: Boys.. er is een sma

G: Ja

N: Die heeft twee en een halve kop. Twee en een half. Maar er is een Bakra, er is een bakra man.. een bakra man en die gaat nog ‘hem.’

G: Hoeveel?

N: Ja hij speelt nog door, maar die andere is al gestopt. Die sma is al gestopt. Ik weet niet voor wat jullie willen gaan. Willen jullie voor die man gaan met z’n drieën of willen jullie voor die vrouw gaan?

G: Die man toch

N: Gaan we voor die man?

G: ja

N: Dan hou ik hem in de gaten ja

G: Oke

N: Zeker he, maar we moeten taai zijn he

G: Is wel groot

N: Nee nee nee nee, maar best wel bigga, maar niet niet niet strong, niet strong

G: Ay no spang

N: Zeker he. Ik bouw op jullie he boys.

G: Ja

N: Dan man NTV ‘hem’ he dus ik zeg jullie al

G: ovs sowieso

N: Dus gelijk alles klaar zetten, klaar maken. Kappie alles, alles.

G: ovs No spang

N: Is goed. Ik hou jullie op de hoogte

G: Ayt

Interpretatie door politie: De beller ziet twee personen. Een vrouw met twee en een halve kop. Ambtshalve bekend dat kop 1000 euro betekent. Maar er is ook een andere man. Hij stelt de getapte (D) de keus of ze de man of de vrouw willen. Ze kiezen voor de man. De man is wel “bigga”(groot), maar niet strong (sterk). De beller zegt dat ze alles klaar moeten zetten. “Kappie” alles. Mogelijk wordt met “kappie” een kapmes bedoelt.

Uit het proces-verbaal van observatie blijkt dat de door [medeverdachte 1] gebruikte auto (grijze Opel Astra [kenteken 2] ) op 23 februari 2017 vanaf 21:30 uur wordt aangetroffen in een parkeergarage gelegen aan de [adres 4] , onder het [casino] te [plaats] (Den Haag). Verbalisanten zien dat er op de achterbank van de auto twee donkergetinte personen zitten, die om 23:16 uur [dat is direct na het laatste hierboven weergegeven telefoongesprek; toevoeging rechtbank] beiden uit de auto stappen. Verbalisanten zien dat één van deze personen van achter de kofferbak vandaan komt en een lange zwarte regenjas heeft aangedaan, een zwarte pet met witte opdruk heeft opgezet en zwarte handschoenen heeft aangetrokken. Tevens zien zij dat de andere persoon een donkere capuchon over zijn hoofd heeft en verder volledig in het zwart is gekleed.64 De personen blijken [medeverdachte 2] en [verdachte ] te zijn, zij worden aangehouden. [medeverdachte 1] wordt uiteindelijk in het casino aangehouden.65 Uit de camerabeelden blijkt dat hij op 23 februari 2017 om 20:03 uur het [casino] te Scheveningen betreedt. Hij loopt daar rond totdat hij wordt aangehouden door de politie om 23:32 uur.66

[verdachte ] wordt na zijn aanhouding gefouilleerd. In de rechterbroekzak van de verdachte wordt een hakmes aangetroffen.67

De auto van verdachte [medeverdachte 1] (de grijze Opel Astra [kenteken 2] ) wordt op 24 februari 2017 aan een onderzoek van de Forensische Opsporing onderworpen. In de zwarte rugtas is een hakmes aangetroffen. Naast het hakmes op de grond bij de passagiersstoel is een masker aangetroffen. Op de grond achter de passagiersstoel is nog een zelfde soort masker aangetroffen. Tevens is er een rol duct tape aangetroffen en een handschoen met daarop een stuk ducttape.68

[medeverdachte 2] heeft bij de politie verklaard dat hij op deze dag is opgehaald door [medeverdachte 1] en [verdachte ] . [medeverdachte 1] wilde sowieso naar het casino gaan om geld te maken of te verliezen. En toen kwam het plan om iemand met veel geld te roven.69

[verdachte ] heeft bij de politie verklaard dat hij via het telefoongesprek wist dat [medeverdachte 1] in het casino liep met de intentie iemand te beroven. Hij had een Hindoestaanse meid op het oog. Hij moest wachten tot hij kwam. ‘Hij zei nog iets over een Nederlander, dat we moesten kiezen’ volgens hem is 1 kop duizend. Die bakra man maakte wel veel geld. [verdachte ] had een kapmes bij zich. Waarom? ‘mijn neef zei dat wij het moesten meenemen’. Volgens mij voor die beroving.70

Als hem in een later verhoor wordt gevraagd wiens idee het was om bij [casino] iemand te overvallen, antwoordt [verdachte ] :‘ [medeverdachte 1] ’. Het was in de auto gepland.71

De rechtbank stelt dat voor een bewezenverklaring van het plegen van voorbereidingshandelingen is vereist dat kan worden bewezen dat de verdachte opzettelijk voorwerpen bestemd tot het begaan van een misdrijf, waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, voorhanden heeft. Daarom zal moeten worden bewezen dat de voorwerpen die de verdachten en zijn (eventuele) medeverdachte(n) bij zich droeg(en) bestemd zijn tot het begaan van een dergelijk misdrijf. Krachtens de geldende jurisprudentie is daarbij van belang dat de voorwerpen afzonderlijk dan wel gezamenlijk, naar de uiterlijke verschijningsvorm ten tijde van het handelen, dienstig konden zijn voor het misdadige (HR 20 februari 2007, LJN AZ0213). Niet van belang is dat het merendeel van de aangetroffen voorwerpen normale gebruiksvoorwerpen zijn. Immers dienen de voorwerpen in hun gezamenlijkheid en naar hun uiterlijke verschijningsvormen te worden beoordeeld, waarbij ook niet geabstraheerd mag worden van het doel dat de verdachte met deze voorwerpen voor ogen had. Bij oordelen aangaande het bewijs van dat doel, spelen in beginsel alle feiten en omstandigheden van het geval een rol.

De rechtbank is van oordeel dat op basis van bovenstaande feiten en omstandigheden kan worden bewezen dat sprake is van strafbare voorbereiding. [medeverdachte 2] en [verdachte ] hebben min of meer toegegeven dat het plan was om iemand te beroven. [verdachte ] verklaart dat hij het kapmes mee had genomen op verzoek van [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] was ter uitvoering van dat plan in het casino aan het rondkijken. Via de WhatsApp komt naar voren welke potentiële slachtoffers er zijn. ‘Het moet vanavond gebeuren’ zegt [medeverdachte 1] . Er wordt gekozen om met z’n drieën te gaan voor de grote, maar niet sterke man en ze moeten taai zijn. Alles moet klaar worden gezet zegt [medeverdachte 1] om 23:15 uur “kappie alles”. Om 23:16 uur ziet de observatie dat [medeverdachte 2] en [verdachte ] uit de auto stappen. [verdachte ] heeft een lange zwarte jas aangedaan. [verdachte ] heeft dan een kapmes in zijn broekzak. Uit de combinatie en de onderlinge samenhang van de aangetroffen voorwerpen en het vooropgezette plan van verdachten kan worden afgeleid dat zij deze voorwerpen voorhanden hebben gehad met het voornemen om daarmee een diefstal met (bedreiging van) geweld, dan wel afpersing te plegen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat het onder 10 ten laste gelegde feit kan worden bewezen.

Ook het onder 11 ten laste gelegde voorhanden hebben van een hakmes is daarmee bewezen.

Medeplegen

Uit hetgeen hiervoor per afzonderlijk feit is vastgesteld, kan al worden bewezen dat verdachte en zijn medeverdachten zich tezamen en in vereniging schuldig hebben gemaakt aan de straatroven en woningovervallen en pogingen daartoe. Daarbij acht de rechtbank de bewezenverklaring van de straatroven en woningovervallen (de modus operandi) in onderlinge samenhang bezien tevens redengevend voor elkaar.

De rechtbank acht het aangewezen om ook in algemene zin nog een opmerking te maken over de onderlinge samenwerking.

In het geval van medeplegen houden de voorwaarden voor aansprakelijkstelling vooral in dat sprake moet zijn geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking met een ander of anderen. (HR 24 mei 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP6581, NJ 2011/481). Het accent ligt daarbij op de samenwerking en minder op de vraag wie welke feitelijke handelingen heeft verricht. (HR 6 juli 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO9905, NJ 2004/443). De kwalificatie van medeplegen is slechts dan gerechtvaardigd als de bewezenverklaarde - intellectuele en/of materiële - bijdrage aan het delict van de verdachte van voldoende gewicht is (HR 2 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3474). Dat geldt in vergelijkbare zin indien het medeplegen - bijvoorbeeld in de vorm van "in vereniging" - een bestanddeel vormt van de delictsomschrijving. De bijdrage van de medepleger zal in de regel worden geleverd tijdens het begaan van het strafbare feit in de vorm van een gezamenlijke uitvoering van het feit.

Maar de bijdrage kan ook zijn geleverd in de vorm van verscheidene gedragingen voor en/of tijdens en/of na het strafbare feit. Ook is niet uitgesloten dat de bijdrage in hoofdzaak vóór het strafbare feit is geleverd. (Vgl. bijvoorbeeld HR 3 juli 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW9972, NJ 2012/452). Een geringe rol of het ontbreken van enige rol in de uitvoering van het delict zal in dergelijke uitzonderlijke gevallen wel moeten worden gecompenseerd, bijvoorbeeld door een grote(re) rol in de voorbereiding, aldus de Hoge Raad.

Tegen de achtergrond van dit beoordelingskader belicht de rechtbank objectieve informatie die uit telefoongegevens is achterhaald. In de periode van 19 februari 2017 tot en met 23 februari 2017 hebben de verdachten namelijk onderling diverse conversaties gevoerd via WhatsApp.

Uit de WhatsApp gesprekken vanaf 19 februari 2017 blijkt dat [medeverdachte 2] aan [verdachte ] vraagt of ze nog iemand gaan kannen, dat betekent beroven. [verdachte ] geeft aan wel zin te hebben. Ze overleggen wat ze gaan doen. [verdachte ] vraagt of ze wat gaan doen met [medeverdachte 1] . [medeverdachte 2] vraagt of hij wil. [verdachte ] zegt ja. [medeverdachte 2] zegt dat hij dan ‘ [bijnaam medeverdachte 1] ’ gaat bellen.72

[medeverdachte 1] zegt op 20 februari 2017 tegen [verdachte ] dat hij goed moet observeren om te kijken wie waar alleen woont. [medeverdachte 1] vraagt op 22 februari 2017 aan [verdachte ] of ze het vandaag gaan doen. [verdachte ] geeft aan van wel. Ze spreken af bij station Buitenveldert. [verdachte ] vraagt of de wijk niet heet is. [medeverdachte 1] zegt dat ze om 13:00 uur afspreken en dan een paar dagen rust nemen. Ze hebben wel een pinpas nodig met code.73

Op 20 februari 2017 is er een gesprek tussen [medeverdachte 2] en [verdachte ] . [medeverdachte 2] geeft aan dat het heet is in Buitenveldert, met andere woorden dat er vermoedelijk veel politie is. Hij geeft aan dat ze wel iemand kunnen observeren. [verdachte ] vraagt of [medeverdachte 2] al iemand op het oog heeft, een omaatje of zo. [medeverdachte 2] geeft aan ook geld te willen.74

[medeverdachte 2] zegt in een gesprek met een onbekende op 21 februari 2017 dat hij zo gaat “nakke”, stelen. Hij heeft vandaag drie mensen gekanteld, beroofd in Buitenveldert. Bij zijn oma wonen “oude tattas vrouwen met saaf’, oude Nederlandse vrouwen met geld. Ze hebben vandaag 6 barkie, 600 euro, gepakt. Gedeeld door drie is dat 200 euro per persoon.75

Op 21 februari 2017 spreken [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] met elkaar via WhatsApp. [medeverdachte 2] wil saaf maken. [medeverdachte 1] zegt dat [medeverdachte 2] zich niet druk moet maken en dat zij morgen of donderdag weer gaan. als ze 200 euro per dag maken is dat goed, aldus [medeverdachte 1] . [medeverdachte 2] wil meer. [medeverdachte 1] wil dat ook. Een osso (huis) met pinpas is wel een groot risico maar dan zijn ze wel binnen. Dat moeten ze bereiken. [medeverdachte 2] is voor alles in staat. [medeverdachte 1] ook, maar hij kan niet ‘tasje doen’ en rijden tegelijk.

Ze bespreken hoe laat ze morgen afspreken en wat ze gaan doen. [medeverdachte 2] zegt een paar tasjes te doen en een huis ‘osso’ als het kan. Hij wil het doen in ‘btv’ Buitenveldert. [medeverdachte 1] vraagt ‘Alweer btv’ en ‘Achter mekaar’. Dit doet vermoeden dat ze het recent ook hebben gedaan. [medeverdachte 1] zegt dat het hem niets uit maakt, ‘hoe meer hoe beter’. Maar hij wil echt gaan voor een pinpas, dan hebben ze koppen’. Het is de verbalisant ambtshalve bekend dat ‘kop’ 1000 euro betekent. Ze willen met zijn drieën gaan, samen met dhee. Vermoedelijk bedoelen ze daar [verdachte ] mee. [medeverdachte 2] moet van [medeverdachte 1] alvast even nadenken over ‘mooie plekken waar veel oudjes wonen’. [medeverdachte 1] zegt dat die ‘torie’ van Buitenveldert op At5 staat. [medeverdachte 2] kan het niet vinden. [medeverdachte 1] zegt dat de vrouw 86 was. Opvallend zijn de woorden ‘fuck dat’, ‘saaf=saaf’ (geld is geld). Hij is in voor alles, vooral voor pinpas.76

Ze bespreken zeer vermoedelijk dat ze een huis willen overvallen en een pinpas willen pakken. Dan verdienen ze een paar duizend euro. Dat willen ze doen in Buitenveldert, waar ze zeer recent al berovingen hebben gepleegd. Ze willen een huis pakken van een persoon op leeftijd. [medeverdachte 2] vraagt hoe laat [medeverdachte 1] bij hem is. [medeverdachte 1] zegt 13.00 uur en vraagt waar ze gaan beginnen. [medeverdachte 2] zegt dat [medeverdachte 1] [verdachte ] ook moet bellen en rond 13.15 uur bij hem. [medeverdachte 1] zegt dat ze zelf naar ‘btv’ moeten komen. Hiermee bedoelen ze zeer vermoedelijk Buitenveldert. [medeverdachte 2] is daar sowieso. [medeverdachte 1] vraagt of ze eerst een tasje doen of een huis ‘osso’. [medeverdachte 2] zegt dat ze altijd eerst met een tasje beginnen en een huis als laatst doen. Als het huis mislukt is alles ‘geschetst’. Dan is er meteen politie ‘scotoe’. Ze spreken af te beginnen in Buitenveldert.77

Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit deze conversaties dat de verdachten voorafgaande aan de straatroven en woningovervallen en pogingen daartoe nauw en bewust hebben samengewerkt. Voorts blijkt in samenhang met de overige bewijsmiddelen het volgende. Tijdens de daadwerkelijke uitvoering van de straatroven (met uitzondering van mevrouw [aangeefster 8] en mevrouw [aangeefster 5] ) geldt steeds dat [medeverdachte 2] degene was die de diefstal pleegde, [verdachte ] daarbij aanwezig was en [medeverdachte 1] in de auto zat. Bij de straatroof op mevrouw [aangeefster 8] waren [medeverdachte 1] en [verdachte ] er allebei vlakbij toen [medeverdachte 2] de diefstal pleegde en bij de straatroof op mevrouw [aangeefster 5] was het [verdachte ] die de tas probeerde af te pakken, [medeverdachte 2] die mevrouw [aangeefster 5] sloeg en [medeverdachte 1] wachtend in de auto zat. Bij de woningovervallen zijn de drie verdachten allen in of bij de woning geweest. Uit de bekennende verklaringen van [medeverdachte 2] en [verdachte ] , de aangiftes en uit de voorgaande conservaties is af te leiden dat de verdachten met elkaar plannen maakten en hun voornemens vorm gaven. Daartoe werden afspraken gemaakt over de locaties, de slachtoffers en de rolverdeling. De buit werd steeds in gelijke delen verdeeld. Er was een vast patroon waarbinnen de verdachten in die dagen opereerden. De rechtbank is van oordeel dat gelet op die omstandigheden er steeds sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de drie verdachten.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank houdt bij de bewezenverklaring de volgorde van de dagvaarding aan. De rechtbank acht op grond van de onder 4. vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde:

op 22 februari 2017 te Diemen, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (uit een woning gelegen aan het [adres 2] ) heeft weggenomen een pinpas en een portemonnee (met daarin een geldbedrag van ongeveer 30,- euro) en een identiteitsbewijs en sleutels, toebehorende aan [aangeefster 1] (geboren op [geboortedatum 1] 1921), welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen voornoemde [aangeefster 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en aan andere deelnemers aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden, dat hij, verdachte en/of zijn mededaders

- voornoemde [aangeefster 1] in de [supermarkt] , hebben uitgezocht en

- achter voornoemde [aangeefster 1] zijn aangelopen en gereden en

- zich naar de woning van voornoemde [aangeefster 1] hebben begeven en

- zich daarbij hebben voorgedaan als bezorger van een pakketje en

- voornoemde [aangeefster 1] (met kracht) (in de woning) hebben geduwd en

- de hoorn van de telefoon uit de handen van voornoemde [aangeefster 1] hebben getrokken toen voornoemde [aangeefster 1] de buren wilde bellen en

- voornoemde [aangeefster 1] een kopstoot (tegen het voorhoofd) hebben gegeven en

- voornoemde [aangeefster 1] tegen de wang, hebben geslagen en

- tegen voornoemde [aangeefster 1] hebben geroepen: "ik ga mijn pistool trekken" en "ik ga je dood maken he" en "de keuze is aan jou mevrouw", en

- voornoemde [aangeefster 1] in de toiletruimte hebben geduwd;

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde:

op 21 februari 2017 te Amsterdam, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (uit een woning gelegen aan [adres 1] ) weg te nemen goederen en/of een geldbedrag, toebehorende aan [aangeefster 2] (geboren op [geboortedatum 1] 1930), en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en te doen vergezellen van geweld tegen voornoemde [aangeefster 2] , te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, met zijn mededaders naar voornoemde [aangeefster 2] is toegegaan waarbij hij, verdachte en/of zijn mededaders

- voornoemde [aangeefster 2] in de [supermarkt] , hebben uitgezocht en

- achter voornoemde [aangeefster 2] zijn aangelopen en gereden en

- zich naar de woning van voornoemde [aangeefster 2] hebben begeven en

- zich (daarbij) hebben voorgedaan als bezorger van een pakketje en

- voornoemde [aangeefster 2] (met kracht) tegen de borst, hebben geduwd (waardoor voornoemde [aangeefster 2] achterover op de grond in de gang ten val kwam), ten gevolge waarvan voornoemde [aangeefster 2] zwaar lichamelijk letsel (een hoofdwond en een subgaleaal hematoom en licht traumatische hoofd-hersenletsel en irregulaire hartritme en sinustachycardie en een hartstilstand) heeft bekomen;

Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde:

op 21 februari 2017 te Diemen, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening op de openbare weg, het Aalscholverpad, heeft weggenomen een telefoon (merk Microsoft Lumia), toebehorende aan [aangeefster 3] (geboren op [geboortedatum 2] 1957), welke diefstal werd vergezeld van geweld tegen voornoemde [aangeefster 3] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken welk geweld hierin bestond, dat hij, verdachte en/of zijn mededaders

- zich achter voornoemde [aangeefster 3] hebben begeven en

- de telefoon uit de handen van voornoemde [aangeefster 3] hebben getrokken;

Ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde:

op 23 februari 2017 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening op de openbare weg, de Klencke, heeft weggenomen een tas en een tube handcrème en een sleutelbos en een kam en een pak papieren zakdoeken en een portemonnee en een geldbedrag (van ongeveer 14,- euro) en sjaals en een stempas en/spaarpassen en een identiteitsbewijs, toebehorende aan [aangeefster 4] (geboren op [geboortedatum 3] 1950), welke diefstal werd vergezeld van geweld tegen voornoemde [aangeefster 4] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken welk geweld hierin bestond, dat hij, verdachte en/of zijn mededaders (met kracht) de tas uit de handen van voornoemde [aangeefster 4] hebben gerukt (waardoor voornoemde [aangeefster 4] voorover ten val kwam);

Ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde:

op 23 februari 2017 te Diemen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening op de openbare weg, de [straat 2] , weg te nemen een tas en goederen en/of een geldbedrag, toebehorende aan [aangeefster 5] (geboren op [geboortedatum 4] 1939), en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en te doen vergezellen en te doen volgen van geweld tegen voornoemde [aangeefster 5] , te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en aan andere deelnemers aan dat misdrijf de vlucht mogelijk te maken, met zijn mededaders, naar voornoemde [aangeefster 5] is toegegaan waarna hij, verdachte en/of zijn mededaders

- voornoemde [aangeefster 5] (van achteren) hebben geduwd en

- aan de tas van voornoemde [aangeefster 5] hebben getrokken en

- voornoemde [aangeefster 5] (met kracht) (met gebalde vuist) tegen het gezicht hebben geslagen;

Ten aanzien van het onder 6 ten laste gelegde:

op 21 februari 2017 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met anderen, op de openbare weg, de Mensinge, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een tas en een telefoon (merk Samsung) en een bankpas en een creditcard en een geldbedrag, toebehorende aan [aangeefster 6] (geboren op [geboortedatum 5] 1954) welke diefstal werd vergezeld van geweld tegen voornoemde [aangeefster 6] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, welk geweld hierin bestond, dat hij, verdachte en/of zijn mededaders

- voornoemde [aangeefster 6] (van achteren bij de schouderband van haar tas) hebben vastgepakt en vastgehouden en

- met kracht de tas van de schouder van voornoemde [aangeefster 6] hebben getrokken (waardoor de schouderband van die tas knapte);

Ten aanzien van het onder 7 ten laste gelegde:

op 22 februari 2017 te Amsterdam, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening op de openbare weg, de Weerdestein, weg te nemen een tas en een of meer goederen en/of een geldbedrag, toebehorende aan [aangeefster 7] (geboren op [geboortedatum 6] 1939) en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en te doen vergezellen van geweld tegen voornoemde [aangeefster 7] , te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, naar voornoemde [aangeefster 7] is toegegaan waarna hij, verdachte en/of zijn mededaders

- zich naar voornoemde [aangeefster 7] hebben begeven en

- tegen de paraplu van voornoemde [aangeefster 7] hebben geslagen (waardoor voornoemde [aangeefster 7] achterover ten val kwam) en

- ( met kracht) aan de (draagband van de) tas van voornoemde [aangeefster 7] hebben getrokken en de draagband van die tas kapot hebben getrokken;

Ten aanzien van het onder 9 ten laste gelegde:

op 19 februari 2017 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening op de openbare weg, de [straat 1] , heeft weggenomen een tas en een telefoon en een leesbril en een OV-chipkaart en een geldbedrag (van ongeveer 80,- euro), toebehorende aan [aangeefster 8] (geboren op [geboortedatum 8] 1936), welke diefstal werd vergezeld van geweld tegen voornoemde [aangeefster 8] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, welk geweld hierin bestond, dat hij, verdachte en/of zijn mededaders aan de tas van voornoemde [aangeefster 8] hebben getrokken (waardoor voornoemde [aangeefster 8] ten val kwam);

Ten aanzien van het onder 10 ten laste gelegde:

op 23 februari 2017 te 's-Gravenhage, tezamen en in vereniging met anderen ter voorbereiding van het misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten een diefstal met geweld en/of afpersing, opzettelijk hakmessen en maskers en een rol duct tape en een handschoen bestemd tot het begaan van dat misdrijf voorhanden heeft gehad;

Ten aanzien van het onder 11 ten laste gelegde:

op 23 februari 2017 te 's-Gravenhage, een wapen van categorie IV heeft gedragen, te weten een hakmes, waarvan, gelet op de aard of de omstandigheden waaronder dat voorwerp werd aangetroffen, redelijkerwijs kon worden aangenomen dat dat voor geen ander doel was bestemd dan om letsel aan personen toe te brengen, of te dreigen en dat niet onder een van de andere categorieën viel.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straffen en maatregelen

8.1.

Eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft bij requisitoir gevorderd dat verdachte ter zake van de door haar onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 9, 10 en 11 bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van 365 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 250 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. Daarbij dienen de bijzondere voorwaarden te worden opgelegd die door de Raad worden geadviseerd en toezicht en begeleiding van de WSS. Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat deze bijzondere voorwaarden en het toezicht en de te verlenen hulp en steun dadelijk uitvoerbaar worden verklaard. Daarnaast dient aan verdachte de leerstraf So Cool Verlengd te worden opgelegd.

8.2.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft naar voren gebracht dat verdachte zich bij de feiten heeft laten beïnvloeden door de medeverdachten. Hij heeft zijn aandeel toegegeven en heeft daar spijt van. Gelet op de persoon van verdachte is het niet goed om verdachte weer te detineren in een JJI. De raadsman kan zich vinden in de eis van de officier van justitie, maar wel is van belang dat verdachte gezien zijn zwakbegaafdheid niet overvraagd wordt door hem te veel begeleiding en therapieën op te leggen. Om aan verdachte daarbij ook nog een werkstraf op te leggen is te veel, aldus de raadsman.

8.3.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank ziet aanleiding om bij de strafoplegging acht te slaan op de afspraken zoals deze ten aanzien van een aantal delictsgroepen zijn neergelegd in de Landelijke Oriëntatiepunten voor straftoemeting Jeugd, die dienen ter bevordering van de rechtseenheid in de strafoplegging. Bij de vaststelling van deze oriëntatiepunten wordt uitgegaan van het modale feit gepleegd door first offenders.

Het betreffen in de onderhavige zaak meerdere woningovervallen, straatroven en pogingen en een voorbereiding daartoe.

Uitgangspunt bij een woningoverval is dat een jeugddetentie vanaf 6 maanden wordt opgelegd. Bij diefstal met geweld is dat 60 uur werkstraf dan wel 1 maand jeugddetentie, waarbij strafverzwarende omstandigheden de strafmaat naar boven kunnen wijzigen. Iedere strafverzwarende omstandigheid geldt daarbij in beginsel voor 60 uur werkstraf dan wel 1 maand jeugddetentie. In de onderhavige feiten gelden als strafverzwarende omstandigheden de kwetsbaarheid van de slachtoffers, het gebruik van geweld en het ontstaan van letsel en het georganiseerd karakter van de groep.

Het voorhanden hebben van het hakmes zal de rechtbank beschouwen als onderdeel van de strafbare voorbereiding van een straatroof.

Artikel 77i van het Wetboek van Strafrecht vermeldt dat de maximale duur van de op te leggen jeugddetentie die kan worden opgelegd aan minderjarigen jonger dan 16 jaar ten tijde van het begaan van het strafbare feit, twaalf maanden is.

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft samen met zijn neven [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] in korte tijd een reeks aan woningovervallen en straatroven gepleegd en pogingen daartoe gedaan. De slachtoffers waren kwetsbare vrouwen op leeftijd. Alles enkel en alleen met het oog op hun eigen financiële gewin. Zij hebben blijk gegeven geen enkel respect te hebben voor de persoonlijke integriteit van een ander, diens gezondheid, veiligheid en eigendom. De rechtbank vindt de WhatsApp conversaties tussen de verdachten hiervoor illustrerend. [medeverdachte 1] wijst erop dat de overval in Buitenveldert op AT5 staat en dat het vrouwelijke slachtoffer 86 was. Vervolgens zegt hij “fuck dat, saaf is saaf” (geld is geld). Hij is nu tot alles in staat, vooral voor een pinpas. [verdachte ] vraagt in een eerder gesprek of [medeverdachte 2] al iemand op het oog heeft, een omaatje of zo. [medeverdachte 2] zegt dat er bij zijn oma ‘oude tattas vrouwen met saaf’ wonen.
Slachtoffers van dergelijke overvallen en straatroven ondervinden daarvan vaak nog gedurende lange tijd de nadelige gevolgen. Uit de aangiften, de diverse vorderingen van de benadeelde partijen en de slachtofferverklaringen die ter zitting zijn voorgedragen, blijken de gevolgen van het handelen van de verdachten. De rechtbank zal daar per slachtoffer kort bij stilstaan.

Mevrouw [aangeefster 1] , toen 95 jaar, is in haar woning overvallen. Uit de meer dan vijftien minuten durende tapgesprekken is deze overval in zijn geheel te volgen waarbij het opvallend is hoe lang zij het volhoudt om weerstand te bieden tegen haar overvallers. Zij wordt met grove bewoordingen en dreigementen gedwongen haar pinpas af te geven, wat zij uiteindelijk ook doet op het moment dat zij verdachte met een rol tape haar woonkamer ziet binnenkomen en hij de gordijnen wil sluiten. Dat is het moment waarop zij echt bang wordt en besluit mee te werken.. Mevrouw krijgt een klap en een kopstoot met de klep van een petje. Als zij de buren wil bellen wordt de telefoon tot twee keer toe uit haar handen getrokken. Vervolgens wordt zij in de wc opgesloten, zodat de verdachten weg kunnen gaan. Verdachten proberen geld te pinnen met de pas, maar dit lukt niet omdat mevrouw [aangeefster 1] met opzet een verkeerde code heeft gegeven. Zij heeft na de overval pijn aan haar arm, tussen de schouders en haar ellenboog.

Bij mevrouw [aangeefster 2] , destijds 86 jaar, hebben verdachte en zijn medeverdachten getracht om op dezelfde manier een beroving te plegen. Op het moment dat verdachten de woning willen betreden komt zij ten val op haar achterhoofd, waarop verdachten wegrennen. De gevolgen voor mevrouw [aangeefster 2] zijn vervolgens ongekend. Zij heeft een hoofdwond en wordt naar het ziekenhuis vervoerd. Daar krijgt zij die nacht tot twee keer toe een hartstilstand, waarop een pacemaker is geplaatst. Mevrouw [aangeefster 2] heeft vijf weken in een revalidatiekliniek verbleven. Hoewel mevrouw [aangeefster 2] weer zelfstandig woont, is zij haar onafhankelijkheid kwijt. Zij heeft bij veel handelingen hulp nodig en kan zonder begeleiding de deur niet uit. Door de fysieke klachten als gevolg van het incident is het leven van mevrouw [aangeefster 2] drastisch veranderd. Zij was sociaal zeer actief en vaak op pad. Dit is nu veel minder geworden. Zij kan niet meer zelfstandig met het openbaar vervoer zoals zij voorheen deed. Ook sporten kan niet meer en mevrouw [aangeefster 2] heeft moeten stoppen met vrijwilligerswerk. De duw die verdachten benadeelde gaven kwam zo snel dat benadeelde amper tijd had om na te denken of bang te zijn. Pas toen zij van de schok bekomen was sloeg de angst toe. Na het incident ging alle aandacht uit naar het fysieke letsel wat zij had opgelopen. Al haar krachten en energie waren nodig om te herstellen. Toen mevrouw [aangeefster 2] na ongeveer zes weken weer thuis kwam, kwam het besef dat zij nooit meer de oude zou worden hard aan. Ondanks dat zij zichzelf goed weet op te peppen, is mevrouw [aangeefster 2] hierover tot op heden emotioneel. De pijn in de achterkant van het lichaam en de herinnering aan het incident maakten haar moe en lusteloos. Het actieve sociale leven van mevrouw [aangeefster 2] werd hierdoor kleiner. Maar ook in haar eigen huis voelde zij zich niet op haar gemak en schrok zij van onverwachte geluiden. Mevrouw [aangeefster 2] sliep erg licht en ging soms in de nacht haar bed uit om de sloten te controleren. Inmiddels gaat het wat beter met haar en heeft zij haar huidige gezondheidstoestand enigszins weten te accepteren. Zij gaat nu regelmatig voor uitstapjes met vriendinnen en familie de deur uit. Mevrouw [aangeefster 2] heeft hierbij echter nog altijd hulp nodig. De klachten in de nek en de rug blijven haar parten spelen. Ook haar dagelijkse bezigheden kan zij niet meer volledig zelf uitvoeren. Het maakt haar verdrietig dat zij veel minder onafhankelijk is dan zij voor het incident was. Zij wil graag haar eigen gang kunnen gaan en zij wil andere mensen niet tot last zijn. Er zijn maatregelen genomen zodat zij zich thuis veiliger kan voelen. Tot op heden heeft mevrouw [aangeefster 2] last van nachtmerries.

Mevrouw [aangeefster 3] , 59 jaar, zat nietsvermoedend op een bankje toen plotseling haar telefoon uit haar handen werd getrokken. Deze heeft zij een paar maanden later bekrast en zonder hoesje teruggekregen. De gebeurtenis heeft grote impact op haar gehad. Zij voelt zich sindsdien minder veilig, alsof zij zich opeens beter realiseert hoe kwetsbaar zij is. Mevrouw [aangeefster 3] durft haar telefoon niet meer op straat te gebruiken. Kennissen hebben haar gezegd dat ze inderdaad op straat niet meer moet bellen. Mevrouw [aangeefster 3] vindt dat heel vervelend en ervaart het als een inperking van haar gevoel van vrijheid.

De tas van mevrouw [aangeefster 4] , 66 jaar, werd met een flinke ruk losgetrokken, waardoor zij ten val is gekomen en een pijnlijke knie heeft opgelopen.

Mevrouw [aangeefster 5] , destijds 77 jaar, is geslagen tijdens de poging haar van haar tas te beroven. Zij heeft daar een zwelling op haar jukbeen aan overgehouden. Zij is hevig geschrokken en is ontredderd en trillend achtergebleven. De schrikreactie was zo hevig dat zij die nacht geen oog dicht heeft kunnen doen. Ook in de dagen erna bleef de herinnering zo nadrukkelijk door haar hoofd spoken. Mevrouw voelde zich buiten niet meer veilig en op haar gemak en was extra op haar hoede. Ze kan niet begrijpen dat zulke jonge verdachten mensen op gevorderde leeftijd doelbewust als slachtoffers uitkiezen.

Mevrouw [aangeefster 6] van 62 jaar, is bestolen van haar tas met daarin geld en een telefoon. Zij heeft een naar gevoel overgehouden aan het incident. Mevrouw [aangeefster 6] woonde nog meer net in Nederland. Zij is nu erg oplettend op straat en durft ’s avonds niet goed naar buiten.

Mevrouw [aangeefster 7] , 77 jaar oud, liep over straat toen tegen haar paraplu werd geslagen. Zij is ten val gekomen na een ruk aan haar tas. Omdat zij om politie heeft geroepen zijn de verdachten zonder tas weggerend.

Ook bij mevrouw [aangeefster 8] , destijds 80 jaar, is aan haar tas getrokken waardoor zij ten val is gekomen. Haar tas met inhoud, waaronder contant geld en een telefoon, is gestolen en door de val heeft zij haar knie en hand bezeerd. Het misdrijf heeft haar erg aangegrepen en zij heeft hier nog steeds veel last van. Het belangrijkste gevolg is dat haar veiligheidsgevoel is aangetast en hierdoor voelt ze zich minder vrij om zich te bewegen. Buiten op straat is ze op haar hoede, met name voor mensen met een uiterlijke gelijkenis met de verdachten. Voor mevrouw [aangeefster 8] is de vrijheid om naar buiten te gaan hetgeen haar leven kleur geeft. Zij ervaart nu dat deze vrijheid niet meer zo vanzelfsprekend is als voorheen en dit zit haar erg dwars.

Uit het voorgaande blijkt dat de feiten op deze slachtoffers grote impact hebben gehad. De rechtbank vindt het getuigen van een enorme lafheid om weerloze bejaarde mensen van hun geld en goederen te beroven, zowel op straat als in hun woning. Verdachte en zijn medeverdachten hebben bij het plegen van deze feiten doelbewust kwetsbare, oudere, slachtoffers uitgezocht. Daarbij hebben zij zich niet laten weerhouden om ook geweld toe te passen op een plek waar de slachtoffers zich veilig dienden te wanen: in hun eigen huis, hun eigen omgeving of zomaar op straat. De levens van deze mensen zijn door verdachte en de medeverdachten overhoop gehaald alleen maar voor geldelijk gewin. Bovendien veroorzaken dergelijke feiten grote onrust en gevoelens van onveiligheid in de samenleving. De rechtbank rekent verdachte deze buitengewoon ernstige feiten zwaar aan.

Daarbij komt nog dat verdachte en zijn medeverdachten op de dag dat zij zijn aangehouden een nieuwe beroving aan het beramen waren. Daarvoor hadden zij hakmessen, tape en maskers voorhanden en was [medeverdachte 1] in het casino een nieuw slachtoffer aan het uitkiezen. Door het optreden van de politie is een nieuwe beroving voorkomen en is de reeks berovingen een halt toegeroepen.

De rechtbank heeft kennisgenomen van een Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 31 oktober 2017 waaruit blijkt dat verdachte niet eerder strafrechtelijk is veroordeeld. Hij zal dan ook worden aangemerkt als first offender.

De rechtbank heeft voorts kennisgenomen van de volgende rapportages, die in het kader van de persoonlijke omstandigheden van verdachte zijn opgemaakt:

  • -

    rapporten van de Raad opgemaakt op 27 februari 2017 en 15 juni 2017;

  • -

    rapport van JBRA opgemaakt op 1 mei 2017 en 16 mei 2017;

  • -

    een rapport van de WSS van 22 augustus 2017;

  • -

    Psychologisch Pro Justitia rapport opgemaakt door drs. T Smits, GZ-psycholoog, op 12 mei 2017;

  • -

    Psychiatrisch Pro Justitia rapport opgemaakt door arts in opleiding tot psychiater mw M.S. Vellinga (supervisie dhr. BGJ Gunnewijk kinder/jeugd psychiater) op 14 mei 2017.

De psycholoog komt tot de volgende conclusie.

Bij verdachte kan gesproken worden van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de vorm van zwakbegaafdheid. Ten tijde van het plegen van het ten laste gelegde was hier sprake van en beïnvloedde deze gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens verdachtes gedragskeuzes en gedragingen. Verdachte heeft vanuit zijn zwakbegaafdheid minder goed zicht op oorzaak en gevolg relaties in complexe situaties. Doordat verdachte zich vanuit zijn zwakbegaafdheid moeilijker kan verplaatsen in anderen, hetgeen zijn gewetensontwikkeling bemoeilijkt, stond hij tijdens de feiten onvoldoende stil bij de impact voor de slachtoffers. Verdachte is meer afhankelijk van sturing en uitleg van anderen hierin en heeft de neiging zich te conformeren aan anderen. In deze situatie trok hij zich op aan zijn neven, die hij van huis uit vertrouwde waardoor hij zich onvoldoende kritisch (voor zover mogelijk) opstelde. Ook ouders hadden vertrouwen in deze jongens en boden daardoor onvoldoende toezicht en sturing, waardoor het delictgedrag zich een aantal dagen onder de radar kon afspelen. Verdachte zelf was door zijn beperkte oordeels- en kritiekvermogen minder bij machte tot alternatieve keuzes te komen. Onderzoeker adviseert hem de ten laste gelegde feiten in een verminderde mate toe te rekenen. Door de zwakbegaafd held blijft verdachte kwetsbaar voor negatieve beïnvloeding en daardoor meet afhankelijk van zijn opvoeders. Er wordt verder geen problematiek geconstateerd die de kans op recidive vergroot. Verdachte geeft geen blijk van antisociale denkbeelden en lijkt inmiddels doordrongen van de ontoelaatbaarheid van zijn gedrag. De ouders hebben sinds het ten laste gelegde adequaat gehandeld en staan samen met verdachte open voor interventie. Verdachte laat verder in zijn functioneren weinig problemen zien en zet zich in voor school. Lastig is dat de medeverdachten familieleden zijn. Inmiddels hebben ouders afstand genomen van de medeverdachten. Verdachte zal kwetsbaar blijven voor negatieve beïnvloeding. Hij is door zijn zwakbegaafdheid afhankelijk van externe sturing. Ouders kunnen in die zin van positieve invloed zijn. Om verdachte te ondersteunen in zijn gewetensontwikkeling en sociale weerbaarheid kan een leerstraf ingezet worden aangepast op zijn cognitieve niveau. Ook ouders kunnen hierin betrokken worden. Het is verder van belang dat ouders de komende periode meer uitleg krijgen over de behoeftes van hun zoon. Middels gesprekken met de jeugdreclasseerder kunnen zij kijken hoe dit te integreren in de opvoedingsaanpak, bijvoorbeeld door het toezicht te intensiveren. Ouders staan hier open voor en de indruk is vooralsnog dat hier geen intensief traject voor nodig is. Mocht dit wel zo zijn, kan verdere opvoedingsondersteuning ingezet worden. Onderzoeker adviseert toezicht vanuit de jeugdreclassering voort te zetten als bijzondere voorwaarde bij strafoplegging. Daarnaast kan een leerstraf, zoals So Cool, overwogen worden.

De psychiater komt tot de volgende conclusie.

Verdachte is lijdende aan een gebrekkige ontwikkeling van de geestesvermogens in de zin van zwakbegaafdheid. Hij lijdt aan bovengenoemde diagnose welke is ontstaan in de vroege kindertijd en was aanwezig ten tijde van het ten laste gelegde. Deze gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens beïnvloedde verdachtes gedragskeuzes en gedragingen ten tijde van het ten laste gelegde (zodanig dat dat mede daaruit verklaard kan worden). Verdachte was ten gevolge van zijn zwakbegaafdheid sterker beïnvloedbaar dan jongens van gelijke leeftijd met een hogere intelligentie. Het is aannemelijk dat hij door verleiding van zijn oudere neef de straatroven en overval heeft gepleegd. Hierbij heeft hij door zijn zwakbegaafdheid de gevolgen van zijn acties niet goed kunnen overzien. Dit geldt in min of meer gelijke mate voor alle hem ten laste gelegde feiten, zowel de straatroven als de overval. Geconcludeerd wordt dat verdachte op grond van zijn gebrekkige ontwikkeling van zijn geestesvermogens voortkomende sterke beïnvloedbaarheid en zijn gebrek aan inzicht t.a.v. de gevolgen en consequenties van zijn gedrag de hem ten laste gelegde feiten slechts in verminderde mate zijn toe te rekenen. De gebrekkige ontwikkeling van zijn geestesvermogens werkt sterk door op zijn denken, invoelen en handelen en werkte ook in belangrijke mate door in zijn handelen ten tijde van de hem ten laste gelegde straatroven en overval. Het feit dat twee medeverdachten familieleden zijn die zeer hecht zijn met hem en zijn gezin, is verontrustend. Hij groeit echter op binnen een hecht gezin met betrokken ouders. Het contact met de twee medeverdachten mag door ouders niet worden onderhouden. Het recidive risico wordt laag ingeschat. Er is sprake van gewetensfunctie. Hij heeft spijt van hetgeen hem ten laste wordt gelegd en voelt zich schuldig naar de slachtoffers. Verdachte functioneert goed binnen het gezin en op school. Er wordt geen melding gemaakt door ouders of school van agressieve of grensoverschrijdende gedragingen. Verdachte heeft zich laten verleiden door een oudere neef waar hij ontzag voor had. Hij is voornemens dit contact niet meer aan te gaan. Mocht dit wel gebeuren dan zou hij zich mogelijk opnieuw laten beïnvloeden. De genoemde factoren versterken elkaar. Gezien het lage recidive risico wordt gemeend dat ambulante hulp, indien de ten laste gelegde feiten bewezen worden geacht, ingezet gaat worden om betrokkene te leren wat de consequenties zijn van dergelijk gedrag en vooral hoe hij op tijd bij zichzelf herkent wanneer hij risico loopt te komen tot negatief gedrag. Geadviseerd wordt dan ook het opleggen van een voorwaardelijk strafdeel, met inachtneming van de ernst van de feiten, onder toezicht van de jeugdreclassering. Daarnaast wordt ouderbegeleiding vanuit de jeugdreclassering geadviseerd. Een voorwaardelijk strafkader wordt voldoende geacht om de noodzakelijke geachte ambulante zorg aan betrokkene te kunnen bieden om het risico op toekomstig delict gedrag afdoende te kunnen doen afnemen.

Ter zitting heeft de Raad geadviseerd om aan verdachte een deels voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen, waarbij het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan het voorarrest. Het is niet wenselijk dat verdachte naar een JJI gaat. Hij werkt goed mee met de hulpverlening. Zijn ouders dienen daar ook bij te worden betrokken. Er zal in het kader van de bijzondere voorwaarden intensief worden gewerkt aan de ontwikkeling en vaardigheden van verdachte. Zo wordt de kans op recidive verminderd. Hij dient mee te werken met systeemtherapie FAST bij de Waag, met IFA vanuit Spirit. Er dient ook aandacht te zijn voor het contact met [medeverdachte 2] . Ook dient hij de leerstraf So Cool Verlengd uit te voeren om de gevolgen van zijn handelen beter te leren kennen.

De WSS is het eens met het advies van de Raad. Het ging en gaat op alle leefgebieden heel goed met verdachte. Daarom is het ook zo opvallend, maar zorgelijk dat hij deze heftige strafbare feiten heeft gepleegd. Spirit doet een delictanalyse samen met verdachte. Verdachte moet de juiste ondersteuning krijgen. Het recidiverisico wordt als laag ingeschat. Echter door contacten met de medeverdachten kan deze hoger worden. De systeemtherapie dient eigenlijk de gezinssystemen van verdachte en medeverdachte [medeverdachte 2] samen te bekijken. Een samenwerking is van belang. Indien nodig wil de hulpverlening de gezinnen hiertoe kunnen verplichten.

Gelet op het voornoemde, waaronder de adviezen van de deskundigen, komt de rechtbank tot de volgende strafoplegging. Gelet op de ernst van de feiten ziet de rechtbank aanleiding om een hogere straf op te leggen dan door de officier van justitie is geëist, te weten tevens een onvoorwaardelijke werkstraf.

Verdachte zal een jeugddetentie worden opgelegd van de maximale duur, waarbij het onvoorwaardelijke deel daarvan is gelijk aan het voorarrest. De rechtbank acht het niet opportuun te bepalen dat verdachte nu weer wordt gedetineerd, met name gelet op zijn zwakbegaafdheid en beïnvloedbaarheid.

Ter voorkoming van recidive zal het overige deel van de jeugddetentie in voorwaardelijke vorm worden opgelegd met daaraan verbonden diverse bijzondere voorwaarden, zoals geadviseerd. Verdachte zal naar school moeten gaan, moeten meewerken met IFA vanuit Spirit, dagbesteding volgen bij R&B en moeten meewerken met de systeemtherapie bij De Waag. Daarnaast zal verdachte gedurende de eerste vier maanden een contactverbod hebben met [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] . De rechtbank laat het aan de hulpverlening en de jeugdreclassering om te bepalen of dit contactverbod de gehele periode van kracht blijft. De rechtbank laat het verder aan de hulpverlening en de jeugdreclassering of en op welke manier gewerkt zal worden aan contactherstel met [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] . Verdachte zal hoe dan ook dienen mee te werken met het plan dat daarvoor wordt opgesteld. Verdachte dient in dat kader toezicht en begeleiding te krijgen van de WSS. Hij zal verder gaan met de diverse intensieve hulpverleningstrajecten, met ruim 8 maanden voorwaardelijke jeugddetentie als stok achter de deur.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan misdrijven die gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Gelet op het recidiverisico zoals hiervoor vermeld, is de rechtbank van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een dergelijk misdrijf zal begaan. Daarom zal de rechtbank bevelen dat de hierna te stellen voorwaarden en het uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.

Gelet op de ernst van de feiten acht de rechtbank het daarnaast passend en geboden om aan verdachte ook nog een onvoorwaardelijke werkstraf van honderd uur op te leggen.

Om verdere recidive te voorkomen en verdachte weerbaarder te maken zal aan hem tevens de verlengde variant van de leerstraf So Cool worden opgelegd.

Verbeurdverklaring

Onder verdachte zijn de volgende voorwerpen in beslag genomen: een vleesmes (nr. 12), een handschoen (nr. 13), duct tape (nr. 14) en twee maskers (nrs. 15 en 17). Nu met betrekking tot deze voorwerpen het onder 12 en 13 bewezen verklaarde is begaan, worden deze voorwerpen verbeurd verklaard.

Ten aanzien van de benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [aangeefster 2] vordert € 2.173,94 aan materiële schadevergoeding en
€ 10.000,00 aan immateriële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering in zijn geheel dient te worden toegewezen, hoofdelijk, en te vermeerderen met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De raadsman heeft de vordering niet betwist.

De rechtbank is van oordeel dat vast staat dat aan de benadeelde partij door het onder 2 bewezen verklaarde rechtstreeks materiële schade is toegebracht. De rechtbank concludeert dat de vordering tot materiële schadevergoeding geheel zal worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het ontstaan van de schade.

Tevens vast staat dat aan de benadeelde partij door het onder 2 bewezenverklaarde rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. Op grond van artikel 6:106 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek heeft de benadeelde partij recht op een naar billijkheid vast te stellen vergoeding van de immateriële schade aangezien de benadeelde partij ten gevolge van het strafbare feit lichamelijk en geestelijk letsel heeft opgelopen. Er is een ernstige inbreuk gepleegd op haar persoonlijke levenssfeer, waarbij het gepleegde feit een sterk invaliderende invloed op het leven van de benadeelde partij heeft gehad.

Op grond van de door de benadeelde partij gestelde omstandigheden en rekening houdend met de vergoedingen die in soortgelijke zaken worden toegekend, begroot de rechtbank de immateriële schadevergoeding naar billijkheid op het bedrag zoals gevorderd.

De rechtbank concludeert dat ook de vordering tot immateriële schadevergoeding geheel zal worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het ontstaan van de schade, de dag waarop het strafbare feit is gepleegd.

De rechtbank zal de hierna te noemen schadevergoedingsmaatregel opleggen, aangezien verdachte jegens het slachtoffer [aangeefster 2] , naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder 2 bewezen geachte feit is toegebracht. De rechtbank waardeert deze op een bedrag van € 12.173,94 (twaalfduizend honderd drieënzeventig euro en vierennegentig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de algehele voldoening.

[aangeefster 3] (feit 3)

De benadeelde partij [aangeefster 3] vordert € 282,49 aan materiële schadevergoeding en

€ 1.000,00 aan immateriële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering in zijn geheel dient te worden toegewezen, hoofdelijk, en te vermeerderen met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De raadsman heeft de vordering niet betwist.

De rechtbank is van oordeel dat vast staat dat aan de benadeelde partij door het onder 3 bewezen verklaarde rechtstreeks materiële schade is toegebracht. De rechtbank concludeert dan ook dat de vordering tot materiële schadevergoeding geheel zal worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd.

Tevens staat vast staat dat aan de benadeelde partij door het onder 3 bewezenverklaarde rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. Op grond van artikel 6:106 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek heeft de benadeelde partij recht op een naar billijkheid vast te stellen vergoeding van de immateriële schade aangezien er een ernstige inbreuk is gepleegd op haar persoonlijke levenssfeer.

De hoogte van de vordering is ter terechtzitting betwist. Op grond van de door de benadeelde partij gestelde omstandigheden en rekening houdend met de vergoedingen die in soortgelijke zaken worden toegekend, begroot de rechtbank de immateriële schadevergoeding naar billijkheid op € 500,- De vordering tot immateriële schadevergoeding kan voor dat bedrag worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd.

De vordering zal voor het overige worden afgewezen.

De rechtbank zal de hierna te noemen schadevergoedingsmaatregel opleggen, aangezien verdachte jegens het slachtoffer [aangeefster 3] naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder 3 bewezen geachte feit is toegebracht. De rechtbank waardeert deze op een bedrag van € 782,49 (zevenhonderd tweeëntachtig euro en negenenveertig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de algehele voldoening.

[aangeefster 5] (feit 5)

De benadeelde partij [aangeefster 5] vordert € 1.000,00 aan immateriële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering in zijn geheel dient te worden toegewezen, hoofdelijk, te vermeerderen met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De raadsman heeft de vordering niet betwist.

Vast staat dat aan de benadeelde partij door het onder 5 bewezenverklaarde rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. Op grond van artikel 6:106 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek heeft de benadeelde partij recht op een naar billijkheid vast te stellen vergoeding van de immateriële schade aangezien de benadeelde partij ten gevolge van het strafbare feit lichamelijk letsel heeft opgelopen en er een ernstige inbreuk is gepleegd op haar persoonlijke levenssfeer.

De rechtbank concludeert dat de vordering tot immateriële schadevergoeding geheel zal worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd.

De rechtbank zal de hierna te noemen schadevergoedingsmaatregel opleggen, aangezien verdachte jegens het slachtoffer [aangeefster 5] , naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder 5 bewezen geachte feit is toegebracht. De rechtbank waardeert deze op een bedrag van € 1.000,00 (duizend euro), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de algehele voldoening.

[aangeefster 6] (feit 6)

De benadeelde partij [aangeefster 6] vordert € 760,00 aan materiële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering in zijn geheel dient te worden toegewezen, hoofdelijk, te vermeerderen met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De raadsman heeft de vordering niet betwist.

De rechtbank is van oordeel dat vast staat dat aan de benadeelde partij door het onder 6 bewezen verklaarde rechtstreeks materiële schade is toegebracht. De rechtbank concludeert dat de vordering tot materiële schadevergoeding geheel zal worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd.

De rechtbank zal de hierna te noemen schadevergoedingsmaatregel opleggen, aangezien verdachte jegens het slachtoffer [aangeefster 6] naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder 6 bewezen geachte feit is toegebracht. De rechtbank waardeert deze op een bedrag van € 760,00 (zevenhonderd zestig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de algehele voldoening.

[benadeelde] (feit 8)

De benadeelde partij [benadeelde] vordert € 416,30 aan materiële schadevergoeding en

€ 1.500,00 aan immateriële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente.

De benadeelde partij zal in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, omdat verdachte zal worden vrijgesproken van het feit waarop de vordering betrekking heeft.

[aangeefster 8] (feit 9)

De benadeelde partij [aangeefster 8] vordert € 164,54 aan materiële schadevergoeding en
€ .1000,00 aan immateriële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering in zijn geheel dient te worden toegewezen, hoofdelijk, te vermeerderen met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De raadsman heeft de vordering niet betwist.

De rechtbank is van oordeel dat vast staat dat aan de benadeelde partij door het onder 9 bewezen verklaarde rechtstreeks materiële schade is toegebracht. De rechtbank concludeert dat de vordering tot materiële schadevergoeding geheel zal worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd.

Tevens staat vast staat dat aan de benadeelde partij door het onder 9 bewezenverklaarde rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. Op grond van artikel 6:106 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek heeft de benadeelde partij recht op een naar billijkheid vast te stellen vergoeding van de immateriële schade aangezien de benadeelde partij ten gevolge van het strafbare feit lichamelijk letsel heeft opgelopen en er een ernstige inbreuk is gepleegd op haar persoonlijke levenssfeer.

De rechtbank concludeert dat ook de vordering tot immateriële schadevergoeding geheel zal worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd.

De rechtbank zal de hierna te noemen schadevergoedingsmaatregel opleggen, aangezien verdachte jegens het slachtoffer [aangeefster 8] naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder 9 bewezen geachte feit is toegebracht. De rechtbank waardeert deze op een bedrag van € 1.165,54 (elfhonderd vijfenzestig euro en vierenvijftig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de algehele voldoening.

Hoofdelijkheid

De raadsman heeft verzocht de vorderingen niet hoofdelijk toe te wijzen, maar een gedeelte daarvan aan de hand van zijn rol bij de feiten aan verdachte toe te schrijven. Op deze manier wordt voorkomen dat verdachte opdraait voor de vermoedelijk wanbetalende medeverdachten.

De rechtbank ziet in het voorgaande echter geen aanleiding om af te wijken van het wettelijk uitgangspunt dat bij een veroordeling in de vorm van medeplegen sprake is van hoofdelijke aansprakelijkheid.

Ten aanzien van alle vorderingen geldt dan ook dat de betalingsverplichting hoofdelijk zal worden opgelegd. De verdachte is niet tot vergoeding gehouden voor zover het toewijsbare reeds door (één van) de mededaders aan de benadeelde partij is voldaan.

Vervangende jeugddetentie

Gelet op de afspraken gemaakt door de landelijke expertgroep jeugdrechters (opgenomen in de LOVS-afspraken) wordt bij oplegging van de schadevergoedingsmaatregel aan een minderjarige verdachte die ten tijde van het feit 15 jaar was maximaal 10 dagen vervangende jeugddetentie opgelegd voor het totale bedrag van de vorderingen. De rechtbank zal dan ook naar evenredigheid van de vorderingen de 10 dagen verdelen over de verschillende schadevergoedingsmaatregelen.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen en maatregelen zijn gegrond op de artikelen 33, 33a, 36f, 45, 46, 47, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77za, 77aa, 77gg, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 27 en 55 van de Wet wapens en munitie.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

10 Beslissing

Verklaart het onder 8 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 9, 10 en 11 ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Ten aanzien van het onder 1 bewezen verklaarde:

diefstal voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf de vlucht mogelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

Ten aanzien van het onder 2 bewezen verklaarde:

poging tot diefstal voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft

Ten aanzien van het onder 3, 4, 6 en 9 bewezen verklaarde:

diefstal vergezeld van geweld tegen personen gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg en door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd

Ten aanzien van het onder 5 bewezen verklaarde:

poging tot diefstal voorafgegaan en vergezeld en gevolgd van geweld tegen personen gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en aan andere deelnemers aan dat misdrijf de vlucht mogelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg en door twee of meer verenigde personen

Ten aanzien van het onder 7 bewezen verklaarde:

poging tot diefstal voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg en door twee of meer verenigde personen

Ten aanzien van het onder 10 bewezen verklaarde:

Medeplegen van voorbereiding van diefstal voorafgegaan, vergezeld of gevolgd van geweld of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren en/of medeplegen van voorbereiding van afpersing, strafbaar gesteld bij artikel 46 van het Wetboek van Strafrecht.

Ten aanzien van het onder 11 bewezen verklaarde:

handelen in strijd met artikel 27, eerste lid van de Wet wapens en munitie

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte ], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een jeugddetentie van 12 (twaalf) maanden.

Beveelt dat de tijd die door verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, te weten 119 dagen, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Beveelt dat een gedeelte, groot 241 dagen, van deze jeugddetentie niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten wegens niet nakoming van na te melden voorwaarden;

stelt de proeftijd vast op 2 (twee) jaren onder de algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit zijn medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;

- zijn medewerking zal verlenen aan het door de jeugdreclassering te houden toezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

en onder de bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

  • -

    zich gedurende een door de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) en op door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen zal melden bij de reclassering, zo frequent en zo lang deze instelling dat noodzakelijk acht;

  • -

    onderwijs volgt conform rooster;

  • -

    dagbesteding volgt bij R&B conform rooster;

  • -

    meewerkt met de Intensieve Forensische Aanpak (IFA) van Spirit;

  • -

    meewerkt met eventuele vervolgbehandeling na de leerstraf So Cool;

  • -

    zal meewerken aan de gezinsbehandeling van De Waag (FAST), ook als dit inhoudt dat het gezin van [medeverdachte 2] daarbij wordt betrokken;

  • -

    gedurende vier maanden op geen enkele wijze contact opneemt en/of zal onderhouden met [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] , zolang de jeugdreclassering dat noodzakelijk acht.

Geeft opdracht aan de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

Beveelt dat de gestelde voorwaarden en het uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.

Veroordeelt verdachte tot een taakstraf bestaande uit een werkstraf voor de duur van 100 (honderd) uren. Beveelt dat, als de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 50 (vijftig) dagen.

Veroordeelt verdachte tot een taakstraf bestaande uit een leerstraf So Cool Verlengd voor de duur van 50 (vijftig) uren. Beveelt dat, als de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 25 (vijfentwintig) dagen.

Verklaart verbeurd:

12 1.00 STK Mes

Vleesmes

5342832

13 1.00 STK Handschoen Kl:ZwartBlauw

-

5342978

14 1.00 STK Tape Kl:Zwart

Duct

5342981

15 1.00 STK Masker Kl:Zwart

-

5342974

17 1.00 STK Masker Kl:Zwart

-

5342976

Gelast de teruggave aan de rechthebbende van:

3 1.00 STK Collegekaart

BINDELMEER College

5344080

4 1.00 STK Collegekaart

BINDELMEER College

5344087 op naam van [naam 5]

Wijst de vordering van [aangeefster 2] toe tot € 12.173,94 (twaalfduizend honderd drieënzeventig euro en vierennegentig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [aangeefster 2] voornoemd, behalve voor zover deze vordering al door of namens anderen is betaald.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [aangeefster 2] , aan de Staat € 12.173,94 (twaalfduizend honderd drieënzeventig euro en vierennegentig cent) te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de algehele voldoening, behalve voor zover dit bedrag al door of namens anderen is betaald. Bij gebreke van betaling en verhaal wordt de betalingsverplichting door jeugddetentie van 6 (zes) dagen vervangen. De toepassing van die jeugddetentie heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

Wijst de vordering van [aangeefster 3] toe tot € 782,49 (zevenhonderd tweeëntachtig euro en negenenveertig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [aangeefster 3] voornoemd, behalve voor zover deze vordering al door of namens anderen is betaald.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [aangeefster 3] , aan de Staat € 782,49 (zevenhonderd tweeëntachtig euro en negenenveertig cent) te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de algehele voldoening, behalve voor zover dit bedrag al door of namens anderen is betaald. Bij gebreke van betaling en verhaal wordt de betalingsverplichting door jeugddetentie van 1 (één) dag vervangen. De toepassing van die jeugddetentie heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.

Wijst de vordering voor het overige af.

Wijst de vordering van [aangeefster 5], toe tot € 1.000,00 (duizend euro), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [aangeefster 5] voornoemd, behalve voor zover deze vordering al door of namens anderen is betaald.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [aangeefster 5] , aan de Staat € 1.000,00 (duizend euro) te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de algehele voldoening, behalve voor zover dit bedrag al door of namens anderen is betaald. Bij gebreke van betaling en verhaal wordt de betalingsverplichting door jeugddetentie van 1 (één) dag vervangen. De toepassing van die jeugddetentie heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

Wijst de vordering van [aangeefster 6], toe tot € 760,00 (zevenhonderdzestig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [aangeefster 6] voornoemd, behalve voor zover deze vordering al door of namens anderen is betaald.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [aangeefster 6] , aan de Staat € 760,00 (zevenhonderdzestig euro) te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de algehele voldoening, behalve voor zover dit bedrag al door of namens anderen is betaald. Bij gebreke van betaling en verhaal wordt de betalingsverplichting door jeugddetentie van 1 (één) dag vervangen. De toepassing van die jeugddetentie heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

Bepaalt dat de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk is in haar vordering.

Wijst de vordering van [aangeefster 8], toe tot € 1.165,54 (elfhonderd vijfenzestig euro en vierenvijftig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [aangeefster 8] voornoemd, behalve voor zover deze vordering al door of namens anderen is betaald.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [aangeefster 8] , aan de Staat € 1.165,54 (elfhonderd vijfenzestig euro en vierenvijftig cent) te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de algehele voldoening, behalve voor zover dit bedrag al door of namens anderen is betaald. Bij gebreke van betaling en verhaal wordt de betalingsverplichting door jeugddetentie van
1 (één) dag vervangen. De toepassing van die jeugddetentie heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door

mr. J.P.C. van Dam van Isselt, voorzitter tevens kinderrechter,

mrs. H.P.E. Has en E.M. Devis, rechters,

in tegenwoordigheid van mrs. E.E. Wouters en P. Tanis, griffiers,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 21 december 2017.

Bijlage tenlastelegging

1.
(zaaksdossier 1)

hij op of omstreeks 22 februari 2017 te Diemen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening (in/uit een woning gelegen aan het [adres 2] ) heeft weggenomen een pinpas en/of een portemonnee (met daarin een geldbedrag van ongeveer 30,- euro) en/of een identiteitsbewijs en/of een of meer sleutel(s), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangeefster 1] (geboren op [geboortedatum 1] 1921), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [aangeefster 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken en/of het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en), dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s)
- voornoemde [aangeefster 1] in de [supermarkt] , althans in een supermarkt heeft/hebben uitgezocht en/of
- achter voornoemde [aangeefster 1] is/zijn aangelopen en/of gereden en/of
- zich naar de woning van voornoemde [aangeefster 1] heeft/hebben begeven en/of
- zich (daarbij) heeft/hebben voorgedaan als bezorger(s) van een pakketje en/of
- voornoemde [aangeefster 1] een of (meer)ma(a)l(en) (met kracht) (in de woning) heeft/hebben geduwd en/of
- de hoorn van de telefoon uit de hand(en) van voornoemde [aangeefster 1] heeft/hebben getrokken (toen voornoemde [aangeefster 1] de buren wilde bellen) en/of
- voornoemde [aangeefster 1] een kopstoot (tegen het voorhoofd) heeft/hebben gegeven en/of
- voornoemde [aangeefster 1] tegen de wang, althans tegen het gezicht heeft/hebben geslagen en/of
- tegen voornoemde [aangeefster 1] heeft/hebben geroepen: "ik ga mijn pistool trekken" en/of "ik ga je dood maken he" en/of "de keuze is aan jou mevrouw", althans (telkens) woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of
- voornoemde [aangeefster 1] in de toiletruimte heeft/hebben geduwd;

(artikel 312 Wetboek van Strafrecht)


2.
(zaaksdossier 2)

hij op of omstreeks 21 februari 2017 te Amsterdam, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening (in/uit een woning gelegen aan [adres 1] ) weg te nemen een of meer goed(eren) en/of een geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [aangeefster 2] (geboren op [geboortedatum 1] 1930), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan, te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [aangeefster 2] , te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan dat misdrijf de vlucht mogelijk te maken en/of het bezit van het gestolene te verzekeren, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen, naar voornoemde [aangeefster 2] is toegegaan waarna hij, verdachte en/of zijn mededader(s)
- voornoemde [aangeefster 2] in de [supermarkt] , althans in een supermarkt heeft/hebben uitgezocht en/of
- achter voornoemde [aangeefster 2] is/zijn aangelopen en/of gereden en/of
- zich naar de woning van voornoemde [aangeefster 2] heeft/hebben begeven en/of
- zich (daarbij) heeft/hebben voorgedaan als bezorger(s) van een pakketje en/of
- voornoemde [aangeefster 2] (met kracht) tegen de borst, althans tegen het lichaam heeft/hebben geduwd (waardoor voornoemde [aangeefster 2] achterover op de grond in de gang ten val kwam), tengevolge waarvan voornoemde [aangeefster 2] zwaar lichamelijk letsel (een hoofdwond en/of een subgaleaal hematoom en/of licht traumatische hoofd-hersenletsel en/of irregulaire hartritme en/of sinustachycardie en/of een hartstilstand) heeft bekomen;
(artikel 312 jo artikel 45 Wetboek van Strafrecht)

en/of

hij op of omstreeks 21 februari 2017 te Amsterdam, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [aangeefster 2] (geboren op [geboortedatum 1] 1930) te dwingen tot de afgifte van een of meer goed(eren) en/of een geldbedrag, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan voornoemde [aangeefster 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), naar voornoemde [aangeefster 2] is toegegaan waarna hij, verdachte en/of zijn mededader(s)
- voornoemde [aangeefster 2] in de [supermarkt] , althans in een supermarkt heeft/hebben uitgezocht en/of

- achter voornoemde [aangeefster 2] is/zijn aangelopen en/of gereden en/of
- zich naar de woning van voornoemde [aangeefster 2] heeft/hebben begeven en/of
- zich (daarbij) heeft/hebben voorgedaan als bezorger(s) van een pakketje en/of
- voornoemde [aangeefster 2] (met kracht) tegen de borst, althans tegen het lichaam heeft/hebben geduwd (waardoor voornoemde [aangeefster 2] achterover op de grond in de gang ten val kwam), tengevolge waarvan voornoemde [aangeefster 2] zwaar lichamelijk letsel (een hoofdwond en/of een subgaleaal hematoom en/of licht traumatische hoofd-hersenletsel en/of irregulaire hartritme en/of sinustachycardie en/of een hartstilstand) heeft bekomen;
(artikel 317 jo artikel 45 Wetboek van Strafrecht)

3.

(zaaksdossier 3)

hij op of omstreeks 21 februari 2017 te Diemen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening (op of aan de openbare weg, het Aalscholverpad) heeft weggenomen een telefoon (merk Microsoft Lumia), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangeefster 3] (geboren op [geboortedatum 10] 1957), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [aangeefster 3] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken en/of het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en), dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s)
- zich achter voornoemde [aangeefster 3] heeft/hebben begeven en/of
- de telefoon uit de hand(en) van voornoemde [aangeefster 3] heeft/hebben gerukt en/of getrokken;

(artikel 312 Wetboek van Strafrecht)

4.
(zaaksdossier 4)

hij op of omstreeks 23 februari 2017 te Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening (op of aan de openbare weg, de Klencke) heeft weggenomen een tas en/of een tube handcreme en/of een sleutelbos en/of een kam en/of een pak papieren zakdoeken en/of een portemonnee en/of een geldbedrag (van ongeveer 14,- euro) en/of een of meer sja(a)l(en) en/of een stempas en/of een of meer (spaar)pas(sen) en/of een identiteitsbewijs, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangeefster 4] (geboren op [geboortedatum 3] 1950), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [aangeefster 4] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken en/of het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en), dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s) (met kracht) de tas uit de hand(en) van voornoemde [aangeefster 4] heeft/hebben gerukt en/of getrokken (waardoor voornoemde [aangeefster 4] voorover ten val kwam);
(artikel 312 Wetboek van Strafrecht)

5.
(zaakdossier 6)

hij op of omstreeks 23 februari 2017 te Diemen, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening (op of aan de openbare weg, de [straat 2] ) weg te nemen een tas en/of een of meer goed(eren) en/of een geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [aangeefster 5] (geboren op [geboortedatum 4] 1939), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan, te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [aangeefster 5] , te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan dat misdrijf de vlucht mogelijk te maken en/of het bezit van het gestolene te verzekeren, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen, naar voornoemde [aangeefster 5] is toegegaan waarna hij, verdachte en/of zijn mededader(s)
- voornoemde [aangeefster 5] (van achteren) heeft/hebben geduwd en/of
- aan de tas van voornoemde [aangeefster 5] heeft/hebben gerukt en/of getrokken en/of
- voornoemde [aangeefster 5] (met kracht) (met gebalde vuist) tegen de wang, althans tegen het gezicht heeft/hebben gestompt, althans geslagen;
(artikel 312 jo artikel 45 Wetboek van Strafrecht)

6.
(zaaksdossier 8)

hij op of omstreeks 21 februari 2017 te Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen (op of aan de openbare weg, de Mensinge), met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een tas en/of een telefoon (merk Samsung) en/of een bankpas en/of een creditcard en/of een geldbedrag (van 170,- euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangeefster 6] (geboren op [geboortedatum 9] 1954), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [aangeefster 6] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken en/of het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en), dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s)
- voornoemde [aangeefster 6] (van achteren bij de schouderband van haar tas) heeft/hebben vastgepakt en/of vastgehouden en/of
- (met kracht) de tas van de schouder van voornoemde [aangeefster 6] heeft/hebben gerukt en/of getrokken (waardoor de schouderband van die tas knapte);
(artikel 312 Wetboek van Strafrecht)


7.
(zaaksdossier 9)
hij op of omstreeks 22 februari 2017 te Amsterdam, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening (op of aan de openbare weg, de Weerdestein) weg te nemen een tas en/of een of meer goed(eren) en/of een geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [aangeefster 7] (geboren op [geboortedatum 6] 1939), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan, te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [aangeefster 7] , te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan dat misdrijf de vlucht mogelijk te maken en/of het bezit van het gestolene te verzekeren, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen, naar voornoemde [aangeefster 7] is toegegaan waarna hij, verdachte en/of zijn mededader(s)

- zich naar voornoemde [aangeefster 7] heeft/hebben begeven en/of
- tegen de paraplu van voornoemde [aangeefster 7] heeft/hebben geslagen (waardoor voornoemde [aangeefster 7] achterover ten val kwam) en/of
- (met kracht) aan de (draagband van de) tas van voornoemde [aangeefster 7] heeft/hebben gerukt en/of getrokken en/of de draagband van die tas kapot heeft/hebben getrokken;
(artikel 312 Wetboek van Strafrecht)

8.
(zaaksdossier 10)

hij op of omstreeks 23 februari 2017 te Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening (op of aan de openbare weg, de Havikshorst) heeft weggenomen een tas en/of een id-kaart en/of een donorkaart en/of een connexxionkaart en/of een of meer pas(sen) en/of een geldbedrag (van 30,- euro) en/of een hoeveelheid make up en/of een tasje met medicijnen en/of een OV-chipkaart, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde] (geboren op [geboortedatum 12] 1927), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [benadeelde] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken en/of het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en), dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s) (van achteren) (met kracht) aan de tas van voornoemde [benadeelde] heeft/hebben gerukt en/of getrokken (waardoor voornoemde [benadeelde] voorover ten val kwam);
(artikel 312 Wetboek van Strafrecht)

9.

(zaakdossier 11)
hij op of omstreeks 19 februari 2017 te Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening (op of aan de openbare weg, de [straat 1] ) heeft weggenomen een tas en/of een telefoon en/of een leesbril en/of een OV-chipkaart en/of een geldbedrag (van ongeveer 80,- euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangeefster 8] (geboren op [geboortedatum 8] 1936), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [aangeefster 8] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken en/of het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en), dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s) aan de tas van voornoemde [aangeefster 8] heeft/hebben gerukt en/of getrokken (waardoor voornoemde [aangeefster 8] ten val kwam);
(artikel 312 Wetboek van Strafrecht)


10.
(zaaksdossier 2 DH)
hij op of omstreeks 23 februari 2017 te 's-Gravenhage, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen ter voorbereiding van het misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten een diefstal met geweld en/of afpersing, opzettelijk een of meer hakmes(sen) en/of een of meer masker(s) en/of een rol duct tape en/of een handschoen bestemd tot het begaan van dat misdrijf, heeft verworven, vervaardigd, ingevoerd, doorgevoerd, uitgevoerd en/of voorhanden heeft gehad;
(artikel 46 jo artikel 312/317 Wetboek van Strafrecht)

11.

hij op of omstreeks 23 februari 2017 te 's-Gravenhage, althans in Nederland, een wapen van categorie IV heeft gedragen, te weten een hakmes, in elk geval een voorwerp, waarvan, gelet op de aard of de omstandigheden waaronder dat voorwerp werd aangetroffen, redelijkerwijs kon worden aangenomen dat dat voor geen ander doel was bestemd dan om letsel aan personen toe te brengen, of te dreigen en dat niet onder een van de andere categorieën viel;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daarin in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

(artikel 27 Wet wapens en munitie)

1 [bewijsmiddelen]

2 [bewijsmiddelen]

3 [bewijsmiddelen]

4 [bewijsmiddelen]

5 [bewijsmiddelen]

6 [bewijsmiddelen]

7 [bewijsmiddelen]

8 [bewijsmiddelen]

9 [bewijsmiddelen]

10 [bewijsmiddelen]

11 [bewijsmiddelen]

12 [bewijsmiddelen]

13 [bewijsmiddelen]

14 [bewijsmiddelen]

15 [bewijsmiddelen]

16 [bewijsmiddelen]

17 [bewijsmiddelen]

18 [bewijsmiddelen]

19 [bewijsmiddelen]

20 [bewijsmiddelen]

21 [bewijsmiddelen]

22 [bewijsmiddelen]

23 [bewijsmiddelen]

24 [bewijsmiddelen]

25 [bewijsmiddelen]

26 [bewijsmiddelen]

27 [bewijsmiddelen]

28 [bewijsmiddelen]

29 [bewijsmiddelen]

30 [bewijsmiddelen]

31 [bewijsmiddelen]

32 [bewijsmiddelen]

33 [bewijsmiddelen]

34 [bewijsmiddelen]

35 [bewijsmiddelen]

36 [bewijsmiddelen]

37 [bewijsmiddelen]

38 [bewijsmiddelen]

39 [bewijsmiddelen]

40 [bewijsmiddelen]

41 [bewijsmiddelen]

42 [bewijsmiddelen]

43 [bewijsmiddelen]

44 [bewijsmiddelen]

45 [bewijsmiddelen]

46 [bewijsmiddelen]

47 [bewijsmiddelen]

48 [bewijsmiddelen]

49 [bewijsmiddelen]

50 [bewijsmiddelen]

51 [bewijsmiddelen]

52 [bewijsmiddelen]

53 [bewijsmiddelen]

54 [bewijsmiddelen]

55 [bewijsmiddelen]

56 [bewijsmiddelen]

57 [bewijsmiddelen]

58 [bewijsmiddelen]

59 [bewijsmiddelen]

60 [bewijsmiddelen]

61 [bewijsmiddelen]

62 [bewijsmiddelen]

63 [bewijsmiddelen]

64 [bewijsmiddelen]

65 [bewijsmiddelen]

66 [bewijsmiddelen]

67 [bewijsmiddelen]

68 [bewijsmiddelen]

69 [bewijsmiddelen]

70 [bewijsmiddelen]

71 [bewijsmiddelen]

72 [bewijsmiddelen]

73 [bewijsmiddelen]

74 [bewijsmiddelen]

75 [bewijsmiddelen]

76 [bewijsmiddelen]

77 [bewijsmiddelen]