Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2017:966

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
21-02-2017
Datum publicatie
21-02-2017
Zaaknummer
13/706317-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Voetbalsupporter veroordeeld tot een geldboete van 750 euro waarvan 500 euro voorwaardelijk, voor belediging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/706317-16 (Promis)

Datum uitspraak: 21 februari 2017

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1984,
ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres
[GBA-adres] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 7 februari 2017.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie
mr. M.E. Woudman en van wat verdachte en zijn raadsman mr. C.J.J. Visser naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte zijn de volgende twee feiten tenlastegelegd:

  1. dat hij op of omstreeks 07 februari 2016 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, opzettelijk [persoon 1] in het openbaar mondeling heeft beledigd, door hem de woorden toe te voegen:" [persoon 1] hoerenjong en/of [persoon 1] NSB en/of [persoon 1] , je moeder is een hoer", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;

  2. (gevoegde zaak 13/706.351-16)
    dat hij op of omstreeks 01 mei 2016 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, opzettelijk de politie, gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar/hun bediening, in zijn/haar/hun tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door het volgende te roepen en/of te scanderen: ACAB (afkorting voor all copps are bastards - vrij vertaald alle politiemensen zijn klootzakken), althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.

De rechtbank leest het in de vierde regel van het onder 2 ten laste gelegde vermelde “copps” als “cops”, omdat van een kennelijke misslag sprake is. De verbetering van deze misslag schaadt verdachte niet in zijn verdediging.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

3.1

Ontvankelijkheid officier van justitie


Standpunt raadsman
De officier van justitie is niet ontvankelijk in de vervolging van verdachte wegens strijd met het gelijkheidsbeginsel. Verdachte wordt verweten dat hij heeft meegezongen met iets dat het hele vak al zong. Alleen verdachte wordt hiervoor vervolgd, terwijl alle toeschouwers uit het bewuste vak met naam en toenaam bekend zijn bij Ajax, het Openbaar Ministerie deze gegevens kan opvragen en er beeldmateriaal is. Dat alleen een vervolgingsbeslissing aangaande verdachte is genomen, is onbegrijpelijk en in strijd met het gelijkheidsbeginsel.
De raadsman heeft verwezen naar een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van
6 juni 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:4424.

Standpunt officier van justitie|
De beslissing verdachte te vervolgen komt niet in strijd met het gelijkheidsbeginsel. De rol van verdachte was een andere dan die van de overige toeschouwers, van wie er velen leuzen scandeerden. Verdachte stond op het podium van vak [vak 1] en trad op voor de supporters in deze vakken (de zogenaamde ‘ [naam vak] ’) als een soort ‘spreekstalmeester’, hij wordt beschreven als een ‘dirigent’, als een sfeermaker en initiatiefnemer. Verdachte draagt dan ook een zekere mate van verantwoordelijkheid voor wat er in het stadion gezongen of gescandeerd wordt en om die reden is zijn positie wezenlijk anders dan de positie van de overige bij de wedstrijd aanwezige, leuzen scanderende Ajax-aanhangers. Dat aan verdachte een stadionverbod is opgelegd is een civielrechtelijke maatregel, of een hem door de KNVB opgelegde maatregel en staat los van het strafrechtelijk besluit om te vervolgen.

Oordeel rechtbank
Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat uit het dossier en het onderzoek ter zitting voldoende naar voren komt dat verdachte bij wedstrijden van Ajax onder de aanhangers een speciale positie inneemt. Zo staat hij in de Arena vaak op het podium dat Ajax voor dat doel speciaal in vak [vak 1] heeft gecreëerd en maakt hij daarbij gebruik van de microfoon zodat wat hij zegt, roept of zingt te horen is via de boxen boven het bewuste supportersvak; naar eigen zeggen doet hij dat al zo’n dertien jaar. Bijna alle leuzen en liederen worden ingezet vanaf dat podium, zo heeft verdachte verklaard.
Dit podium wordt in het proces-verbaal van bevindingen van 7 februari 2016 beschreven als ‘een belangrijke statusplaats’ van waaruit men zicht heeft op het hele supportersvak en het hele vak heeft zicht op het podium.
Daarmee is verdachte’s rol een wezenlijk andere dan de rol van de zingende en scanderende voetbalfans om hem heen en is van schending van het gelijkheidsbeginsel geen sprake.
De officier van justitie is ontvankelijk in zijn vervolging van verdachte.

De casus in het door de raadsman aangehaalde arrest verschilt in zoverre van de onderhavige dat de officier van justitie in onderhavige zaak zijn vervolgingsbeslissing wel heeft kunnen motiveren en de rechtbank is gebleken van omstandigheden op grond waarvan onderscheid gemaakt dient te worden tussen verdachte en de overige aanwezigen in de supportersvakken van de Arena op zowel 7 februari 2016 als op 1 mei 2016.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Feiten en omstandigheden

Vast staat dat tijdens de voetbalwedstrijden, die plaatsvonden in de Arena te Amsterdam op respectievelijk 7 februari 2016 (Ajax- [voetbalploeg] ) en 1 mei 2016 (Ajax-FC Twente) door het in het Ajaxvak aanwezige publiek grove beledigingen zijn geuit richting respectievelijk de voor [voetbalploeg] spelende voetballer [persoon 1] danwel – in het algemeen – de politie.

De vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of verdachte zich beide keren aan deze beledigingen heeft schuldig gemaakt. Verdachte was tijdens de wedstrijden aanwezig in de Arena, maar ontkent beide beschuldigingen.

4.2

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

Beide feiten kunnen worden bewezen.

Feit 1 (wedstrijd Ajax- [voetbalploeg] op 7 februari 2016):
[persoon 1] heeft aangifte, tevens klacht, gedaan van belediging door middel van de teksten die hij tijdens de wedstrijd hoorde scanderen door het publiek. Hij heeft zich hierdoor gekrenkt en beledigd gevoeld.
Er zijn meerdere waarnemingen van verbalisanten. Deze behoren tot een speciaal getrainde eenheid die wordt ingezet rond (risico-)wedstrijden. Zij werken onder codenummer.
[codenummer 1] en [codenummer 2] hebben hun bevindingen in een proces-verbaal vastgelegd en zijn daarin duidelijk over hun waarnemingen en de rol van verdachte. Op de camerabeelden is te zien dat verdachte tijdens de wedstrijd een microfoon in de hand heeft en armbewegingen maakt.

Feit 2 (wedstrijd Ajax-FC Twente op 1 mei 2016):
De onder de codenummers [verbalisant 1] en [verbalisant 2] bekend staande verbalisanten beschrijven in een proces-verbaal van bevindingen de situatie rond de wedstrijd; zij geven aan waar verdachte zich bevond en relateren het zingen van ‘olé olé olé’ door de supporters. Ambtshalve weten zij dat dit de aanhef is voor het zingen van ‘ACAB’, zo verklaren zij.
Verbalisant [verbalisant 2] vermeldt dat hij verdachte ‘ACAB’ hoort scanderen via de speakers, terwijl hij de groep supporters opruit.
[verbalisant 1] en [verbalisant 2] verklaren dat zij zich hierdoor persoonlijk in hun eer en goede naam aangetast voelen en dat zij zich tevens in hun ambtelijke hoedanigheid beledigd voelen, ten overstaan van een volledig gevuld voetbalstadion.

4.3

Het standpunt van de raadsman

De raadsman heeft in de eerste plaats bestreden dat de processen-verbaal ambtsedig zijn opgemaakt, althans dat daar onvoldoende van blijkt. De verbalisanten zijn aangeduid met een codenaam, maar een aanvullend proces-verbaal van een bij naam genoemde opsporingsambtenaar die relateert dat het anonieme proces-verbaal is opgemaakt door daartoe bevoegde en hem bekende opsporingsambtenaren ontbreekt. Ook de rechter-commissaris heeft die vaststelling niet gedaan.
Op basis van vergelijking van de handtekeningen onder de diverse processen-verbaal en onder de verklaringen afgelegd bij de rechter-commissaris is niet vast te stellen of degene die bij de rechter-commissaris is geweest ook degene was die het proces-verbaal van bevindingen heeft opgemaakt.
Dit levert een bewijslacune op, aangezien de processen-verbaal niets anders zijn dan schriftelijke bescheiden houdende een verklaring van een persoon wiens identiteit niet blijkt als bedoeld in artikel 344a lid 1 en lid 3 Wetboek van Strafvordering (Sv). Op een dergelijke verklaring mag het bewijs niet uitsluitend of in overwegende mate worden gegrond (artikel 344a lid 1 Sv) en in deze zaak is er geen ander bewijs. Een en ander moet tot vrijspraak leiden, aldus de raadsman.
Verder heeft de raadsman erop gewezen dat voor feit 1 het bewijs slechts is gebaseerd op stemherkenning, terwijl niet blijkt dat de getuigen zijn opgeleid tot het doen van stemherkenningen. Ook dit moet leiden tot vrijspraak.

4.4

Het oordeel van de rechtbank

De verweren
In deze zaak is geen apart proces-verbaal is opgemaakt dat het anoniem opgemaakte proces-verbaal legitimeert, zoals de raadsman heeft aangevoerd. Dit gebrek wordt echter ondervangen door de opmerking van de rechter-commissaris aan het begin van het verhoor van de beperkt anonieme getuigen die door hem in aanwezigheid van de raadsman en de officier van justitie onder nummer zijn gehoord. De rechter-commissaris vermeldt dat hij voorafgaand aan het verhoor steeds de identiteit van de getuige heeft gecontroleerd en dat deze heeft verklaard dat hij heeft geverbaliseerd onder het in het proces-verbaal van bevindingen vermelde nummer, waarbij de officier van justitie heeft uitgelegd dat deze nummers te herleiden zijn tot de betrokken verbalisanten. De officier van justitie heeft vervolgens gemotiveerd gevorderd dat de getuigen als beperkt anonieme getuige als bedoeld in artikel 190 Sv worden gehoord, welke vordering door de rechter-commissaris is toegewezen. Het verweer dat de processen-verbaal van bevindingen niets anders zijn dan schriftelijke bescheiden, die voor het gronden van een bewezenverklaring, ontoereikend zijn, wordt verworpen.

Het bezwaar van de raadsman dat de handtekeningen onder de processen-verbaal van bevindingen en onder de bij de rechter-commissaris afgelegde verklaringen afwijken faalt nu de beperkt anoniem gehoorde getuigen bij de rechter-commissaris getekend hebben met hun nummer ( [verbalisant 1] ) dan wel met een niet te herleiden ‘krabbel’ ( [codenummer 1] / [verbalisant 2] en [codenummer 2] ), hetgeen verklaarbaar is indien aan een getuige de status als bedoeld in artikel 190 Sv is toegewezen. Ook dit wordt ondervangen door de opmerking van de rechter-commissaris aan het begin van elk verhoor en de daarbij opgenomen bevestiging van de officier van justitie dat de nummers te herleiden zijn tot de betrokken verbalisant. Het verweer faalt.

4.4.1

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde feit.

De rechtbank gaat uit van de observatie van verbalisanten [codenummer 1] en [codenummer 2] die beiden verklaren dat zij verdachte tijdens de wedstrijd Ajax- [voetbalploeg] op 7 februari 2016 zagen en konden horen en dat hij de spreekkoren aanjaagt. Verdachte herhaalde daarbij de woorden zoals in de tenlastelegging opgenomen. Door het gebruik van de microfoon vanaf het podium komt de verdachte met zijn stem boven de massa uit en is voor deze getrainde verbalisanten herkenbaar. De rechtbank acht deze herkenning betrouwbaar en gaat daarvan uit.

Uit een proces-verbaal van verdenking blijkt eveneens dat verdachte tijdens de wedstrijd te horen was via de microfoon en de daaraan gekoppelde speakerboxen. Onder meer is gehoord dat hij heeft geroepen: “ [persoon 1] hoerenjong!” en “ [persoon 1] NSB”.

[persoon 1] heeft aangifte gedaan van de belediging en bij klacht om vervolging verzocht.

Verdachte heeft op zitting verklaard dat hij tijdens de bewuste wedstrijd in de Arena aanwezig was, dat hij op het podium heeft gestaan en de microfoon heeft gebruikt die verbonden is met de speakerboxen boven het vak [vak 2] en dat hij armgebaren heeft gemaakt. Hij heeft ontkend dat hij de in de tenlastelegging opgenomen woorden heeft geroepen, maar op basis van de hiervoor kort aangeduide bewijsmiddelen, nader uitgewerkt in de aan dit vonnis gehechte bijlage, komt de rechtbank tot een bewezenverklaring van het onder 1 ten laste gelegde feit.

4.4.2

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde feit.

De rechtbank overweegt het volgende.

Verdachte heeft het onder 2 ten laste gelegde feit van meet af aan zeer stellig ontkend.
Verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 1] maken samen een proces-verbaal van bevindingen op naar aanleiding van de voetbalwedstrijd Ajax-FC Twente op 1 mei 2016 in de Arena te Amsterdam. Zij beschrijven daarin in algemene termen de rol van verdachte, die zij aanduiden met zijn voornaam [verdachte] .

Verbalisant [verbalisant 3] verklaart daarin dat hij ziet dat [verdachte] (= verdachte) de microfoon naar zijn mond brengt en deze voor zijn mond houdt. Hij ziet dat [verdachte] zijn andere hand in een snelle beweging boven zijn hoofd brengt en hij hoort vervolgens [verdachte] ‘ACAB’ scanderen over de speakers. Hierop scandeert het vak [vak 2] ‘ACAB… ACAB’.
Daarnaast maakt verbalisant [verbalisant 1] melding van een kalende man die de ACAB-leus blijft zingen, dan wel scanderen in de richting van de verbalisanten. Van deze kalende man is een foto bij de stukken gevoegd.
De rechtbank stelt vast dat het hoofd van verdachte (thans) kalend of kaalgeschoren is. Op een foto in het dossier waarop verdachte zichzelf heeft herkend, was dat ook zo.
verklaart in een verhoor bij de rechter-commissaris (31 oktober 2016) echter tevens dat de ‘kalende man’ op de foto niet verdachte is. [verbalisant 1] beschrijft de algemene gang van zaken en op de vraag van de rechter-commissaris of hij verdachte ‘ACAB’ heeft horen zingen verwijst hij naar het opgemaakte proces-verbaal (van bevindingen) en verklaart hij dat hij niet kan zeggen dat hij verdachte ‘ACAB’ heeft horen zingen.

Hoewel verbalisant [verbalisant 2] op ambtseed verklaart en er om die reden aan zijn verklaring een zwaarder gewicht moet worden gehecht dan aan een niet onder ede afgelegde getuigenverklaring van een willekeurige burger, acht de rechtbank in dit geval, in het licht van de omstandigheid dat sprake is van enige verwarring over welke kalende man nu precies werd waargenomen, zijn verklaring tegenover de stellige wijze waarop verdachte het feit ontkent onvoldoende doorslaggevend. De rechtbank is derhalve van oordeel dat het feit waarvan verdachte wordt verdacht niet kan worden bewezen en zal zij hem daarvan vrijspreken.

Hetgeen de raadsman overigens heeft aangevoerd met betrekking tot feit 2 zal gelet op deze beslissing niet verder worden besproken.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de onder 4. aangeduide en in de bijlage vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte het eerste tenlastegelegde feit heeft begaan, namelijk dat hij op 07 februari 2016 te Amsterdam, opzettelijk [persoon 1] in het openbaar mondeling heeft beledigd, door hem de woorden toe te voegen: " [persoon 1] hoerenjong” en/of “ [persoon 1] NSB” en/of “ [persoon 1] , je moeder is een hoer", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

6
6. De strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar.
Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straf

8.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor beide door hem bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een geldboete van € 1.500,-, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 30 dagen (waarvan € 750,- voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren). De officier van justitie heeft zijn eis gemotiveerd en gesteld dat beide beledigingen heel breed zijn gevolgd en overgenomen door middel van spreekkoren, door het roepen van ACAB zijn ambtenaren beledigd, en beide beledigingen zijn geuit ten tijde van evenementen. Dit zijn alle strafverhogende elementen, die de hoogte van de geëiste geldboete brengen op een bedrag van € 1.200,-. Vanwege het maatschappelijk effect dat deze beledigingen hebben gehad is de officier van justitie tot zijn uiteindelijke eis gekomen.

8.2.

Het standpunt/strafmaatverweer van de raadsman

De geëiste straf is ver verwijderd van de LOVS oriëntatiepunten die voor een belediging van de politie een geldboete ter hoogte van € 300,- voorschrijven. De raadsman verzoekt de rechtbank, indien zij tot een bewezenverklaring komt, de geëiste straf aanzienlijk te matigen.

8.3.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank overweegt als volgt.
Verdachte heeft vanuit een superieure positie – het podium bij het vak van de harde kern Ajaxsupporters – een aantal grove beledigingen geuit richting één van de spelers van de tegenpartij, [persoon 1] , voetballer van [voetbalploeg] . Verdachte is zich ervan bewust dat hij een aanjager is van liederen en spreekkoren en het moet hem niet hebben verbaasd dat het beledigen van [persoon 1] , dat al aan de gang was, verhevigd kon worden door zijn deelname. Verdachte gebruikt een microfoon die verbonden is met de speakerboxen boven vak [vak 2] . Bovendien waren in dit geval de beledigingen gericht aan één specifieke speler die zich bijzonder ongemakkelijk en in zijn eer aangetast moet hebben gevoeld en de indruk moet hebben gekregen dat het hele stadion zich tegen hem keerde. Verdachte is te ver gegaan in zijn woordkeus en heeft met opzet [persoon 1] gekrenkt. Dit verwijt de rechtbank verdachte.

Deze wijze van beledigen en de omstandigheden waaronder de belediging plaats heeft gevonden gaat de gewone ‘eenvoudige belediging’ ver te boven. Verdachte heeft zijn reputatie als sfeermaker misbruikt op het gevaar af dat zeer veel Ajaxsupporters hem in het beledigen van een tegenspeler zouden volgen.

Voor verdachte spreekt dat hij nauwelijks een strafblad heeft en zijn leven goed op orde lijkt te hebben. Verdachte heeft een stadionverbod opgelegd gekregen. Weliswaar is dit een maatregel die buiten het strafrechtelijk kader is opgelegd, maar de rechtbank is er van overtuigd dat verdachte door deze maatregel persoonlijk ernstig is getroffen. ‘Ajax is mijn leven’, heeft verdachte ter zitting verklaard. Hij heeft inmiddels een aantal belangrijke wedstrijden noodgedwongen moeten missen.

De rechtbank houdt tenslotte rekening met het feit dat zij verdachte van één van de twee tenlastegelegde feiten vrijspreekt en zij komt dan ook tot een strafoplegging, waarbij rekening is gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en met de persoon en de draagkracht van verdachte, zoals daarvan ter zitting is gebleken.

Alles overwegende ziet de rechtbank aanleiding om bij de strafoplegging in het voordeel van verdachte af te wijken van hetgeen de officier van justitie heeft gevorderd.

9
9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24c en 266 van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

10 Beslissing

Verklaart het onder 2 ten laste gelegde feit niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde feit levert op: eenvoudige belediging.

Verklaart het bewezen feit strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een geldboete van € 750,- (zevenhonderdvijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 15 dagen.

Beveelt dat een gedeelte, groot € 500,- (vijfhonderd euro), van deze geldboete, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 10 dagen, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast.

Stelt daarbij een proeftijd van twee jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast, indien veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt.

Dit vonnis is gewezen door

mr. M. van Mourik, voorzitter,
mrs. A.K. Glerum en M.J.F. van der Wolf, rechters,
in tegenwoordigheid van L.C. Werkman, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 21 februari 2017.

De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE bij het vonnis inzake [verdachte] , parketnummer 13/706317-16

Gebruikte bewijsmiddelen.

1. De verklaring die verdachte ter terechtzitting heeft afgelegd, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op 7 februari 2016 was ik aanwezig in de Arena te Amsterdam, waar de voetvalwedstrijd tussen Ajax en [voetbalploeg] werd gespeeld. [persoon 1] is een speler bij [voetbalploeg] .

2. Een proces-verbaal met nummer 2016029518-15 van 8 februari 2016, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 1] (doorgenummerde pag. A 03)

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van [persoon 1] , zakelijk weergegeven:

Ik moest zondag 7 februari 2016 voetballen met [voetbalploeg] in de Amsterdam Arena tegen Ajax.
Gedurende de wedstrijd hoorde ik het publiek scanderen “NSB-er, je moeder is een hoer, hoerenjong” en woorden van gelijke strekking. Ik voel mij door deze woorden gekrenkt en ben hierdoor beledigd. Verdere woorden die ik heb gehoord zijn: “ [persoon 1] , je moeder is een hoer”. Nogmaals, ik voel mij hierdoor beledigd.

3. Een proces-verbaal met nummer 2016029518-5 van 7 februari 2016, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [codenummer 1] en [codenummer 2] (doorgenummerde pag. A 06).

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van de verbalisanten, zakelijk weergegeven:

Op zondag 7 februari 2016 vond de voetbalwedstrijd plaats tussen Ajax en [voetbalploeg] in de Amsterdam Arena te Amsterdam.
Een deel van de fanatieke supporters neemt plaats op de vakken [vak 1] . Dit zijn de zogeheten ‘ [naam vak] ’. Ons is ambtshalve bekend dat twee personen de leiding hebben over deze groep ultra’s: [verdachte] (de rechtbank leest: [verdachte]) [verdachte] en [persoon 2] .
Wij bevonden ons op een positie waarbij wij zicht hadden op vak [vak 1] . Wij zagen een tweetal personen op het podium gepositioneerd staan. Dit betroffen de heren [verdachte] (de rechtbank begrijpt: verdachte).
In de 55e minuut van de wedstrijd hoorden wij meermaals het gehele vak zingen: “ [persoon 1] hoerenjong!”, “ [persoon 1] NSB, [persoon 1] NSB”. Hierbij was de opvallende waarneming dat [verdachte] verbaal te horen was via de microfoon en deze spreekkoren herhaalde.

4. Een proces-verbaal met nummer 2016029518-19 van 29 maart 2016, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 2] (doorgenummerde pag. C 14).

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van de verbalisant, zakelijk weergegeven:

Op zondag 7 februari 2016 vond in de Amsterdam Arena de voetbalwedstrijd Ajax- [voetbalploeg] plaats.
Tijdens de wedstrijd vonden tevens meerdere kwetsende, beledigende spreekkoren plaats die gericht waren aan [een speler] van [voetbalploeg] , [persoon 1] .
[verdachte] was tijdens de wedstrijd te horen middels een microfoon en de daaraan gekoppelde speakerboxen. Tijdens de wedstrijd is gehoord dat hij onder andere de navolgende woorden heeft geuit:
* [persoon 1] Hoerenjong!
* [persoon 1] NSB.
[verdachte] zijn woorden waren voor het gehele stadion hoorbaar omdat de stadionspeakers aan zijn microfoon waren gekoppeld.