Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2017:9582

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
20-12-2017
Datum publicatie
21-12-2017
Zaaknummer
13/997097-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft deelgenomen aan een criminele organisatie die zich bezig heeft gehouden met het stelen van auto’s, waarna deze werden omgekat en verkocht. De organisatie ging hierbij geraffineerd en goed georganiseerd te werk. Gelet op de rol van verdachte in de organisatie acht de rechtbank een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes maanden en een taakstraf van 240 uur passend en geboden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/997097-15 (Promis)

Datum uitspraak: 20 december 2017

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1994,

ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres

[BRP-adres] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen op 20 en 23 november en 7 december 2017.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. J.G. Louman en van wat verdachte en zijn raadsman mr. W. Morra naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan

  1. diefstal van een Volkswagen Golf, kenteken [kenteken 1] , in de periode van 8 oktober 2015 tot en met 9 oktober 2015 te Amsterdam, subsidiair de opzetheling van deze auto op 10 oktober 2015;

  2. het voorhanden hebben van valse kentekenplaten met kentekens [kenteken 2] en/of [kenteken 3] op 23 december 2015 te Amsterdam;

  3. deelname aan een criminele organisatie die tot oogmerk had het plegen van misdrijven als strafbaar gesteld in de artikelen 311, 416 en 225 van het Wetboek van Strafrecht in de periode van 1 augustus 2015 tot en met 31 januari 2016 te Amsterdam, Haarlem, Lijnden, Helmond en/of Drunen, althans in Nederland en/of België.

De tekst van de integrale tenlastelegging is opgenomen in een bijlage die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.

3 Waardering van het bewijs

3.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte ten aanzien van het onder 1. primair ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken.

De onder 1. subsidiair, 2. en 3. ten laste gelegde feiten kunnen naar het oordeel van de officier van justitie wettig en overtuigend worden bewezen. Hij heeft hiertoe, aan de hand van zijn op schrift gestelde requisitoir, de relevante bewijsmiddelen opgesomd.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich ten aanzien van het onder 1. en 2. ten laste gelegde gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Ten aanzien van het onder 3. ten laste gelegde heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken. Hij heeft hiertoe aangevoerd dat uit het dossier blijkt dat verdachte slechts een zeer beperkte en incidentele rol in de organisatie heeft gespeeld. Zijn betrokkenheid blijkt slechts uit twee PGP-gesprekken op 17 en 18 november 2015. Op basis van alleen deze PGP-gesprekken kan niet worden bewezen dat hij heeft deelgenomen aan een criminele organisatie in de zin van artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht, ook niet bij een eventuele bewezenverklaring van het onder 1. en 2. ten laste gelegde.

3.3

Het oordeel van de rechtbank

3.3.1

Algemene overweging met betrekking tot de autodiefstallen

Verdachte wordt onder meer verweten dat hij betrokken is geweest bij autodiefstallen. Deze diefstallen zijn gepleegd zonder dat daarbij noemenswaardige schade aan de auto’s is toegebracht. De politie vermoedt dan ook dat autosloten zijn uitgelezen en autosleutels zijn nagemaakt, waardoor de auto’s konden worden weggenomen met een valse sleutel.

Met betrekking tot de techniek en apparatuur die hierbij komen kijken, blijkt uit het dossier het volgende.1

In voertuigen van onder meer de automerken Audi en Volkswagen wordt een portier- en/of contactslot van het type HU66 gebruikt. Een dergelijk cilinderslot bestaat uit twee hoofddelen: een behuizing, die vastzit aan het af te sluiten object, en een cilinder die (met de juiste sleutel) in deze behuizing ronddraait om zo het slot te openen of te sluiten. In het HU66-slot zitten verticale sleuven, waarin zich acht plaatjes bevinden die met spiraalveertjes in een verschillende stand in de behuizing worden gedrukt. Om de cilinder van het slot te kunnen draaien, moeten de inwendige plaatjes met behulp van het profiel van een sleutel in één lijn worden gezet. Pas als de plaatjes in één lijn zijn gezet, is het mogelijk de cilinder van het slot om te draaien.

Met behulp van een zogeheten keyreader is het mogelijk de stand van de plaatjes af te lezen, zonder dat men in het bezit is van een originele sleutel van het slot. Door het uiteinde van de keyreader in het slot te steken, kan met behulp van het schuifmechanisme de stand van de acht plaatjes van het slot worden afgelezen. De stand van ieder van de acht plaatjes wordt op de keyreader weergegeven met een getal van 1 tot en met 4. Door van alle plaatjes de stand uit te lezen ontstaat een code, ook wel insnijdingscode genoemd.

Met de verkregen insnijdingscode kan, met behulp van een speciale sleutelfreesmachine, een mechanisch werkende sleutel worden gemaakt. Het is ook mogelijk om met behulp van de verkregen code zelf een mechanisch werkende sleutel te maken. Hiervoor wordt een zogenaamde ‘knipsleutel’ gemaakt. Een knipsleutel bestaat uit de volgende delen: twee sleutelbladen die met behulp van een keycutter bewerkt kunnen worden en één sleutelblad dat als tussenstuk dient, ook wel een “tussensleutel” of “tussenblad” genoemd. Op de blanco sleutelbladen zijn posities weergegeven die tot op een aangegeven diepte van 1 tot en met 4 ingeknipt kunnen worden. De hoogte waarop de posities worden ingeknipt met behulp van een keycutter, komt overeen met de gegevens die met behulp van de keyreader zijn afgelezen. Door de twee geknipte sleutelbladen en het tussenblad op de juiste wijze op elkaar te leggen, ontstaat een sleutel waarmee de plaatjes in het slot op één lijn gezet kunnen worden, zodat de cilinder kan worden omgedraaid.

Om het motorvoertuig vervolgens te kunnen starten, is het noodzakelijk om de startblokkering te deactiveren. Dit gebeurt met behulp van een transponder-chip. Deze chip is normaliter ingebouwd in de originele autosleutel. Bij het maken van de genoemde knipsleutels wordt dan gebruik gemaakt van een transponder-chip, die met behulp van apparatuur wordt geprogrammeerd op het betreffende motorvoertuig. Vervolgens wordt deze bevestigd op de knipsleutel waarmee de startblokkering wordt gedeactiveerd.

Een drive-box is een apparaat dat aangesloten wordt op de aanwezige stekkeraansluiting van het On-Board Diagnostics systeem (OBD) van een motorvoertuig. Hiermee kan met een eenvoudige handeling de startblokkering van een voertuig aan of uit worden gezet. Als een drive-box wordt gebruikt om de startblokkering van een auto uit te zetten, is geen communicatie meer nodig tussen de transponderchip in een sleutel en de antenne van de startblokkering van een motorvoertuig. Alleen het omdraaien van een mechanisch passende sleutel is dan voldoende om de motor van het voertuig te kunnen starten.

De feiten en omstandigheden die uit het dossier naar voren komen bevestigen dat van de bovengenoemde techniek gebruik is gemaakt. Zo zijn in een kelderbox in gebruik bij verdachte een blanco sleutel en een OBD-stekker aangetroffen2 en zijn in de woning van verdachte op 7 juni 2016 acht tussenbladen inbeslaggenomen.3

Het beeld dat uit het dossier naar voren komt, is dat met behulp van de hiervoor genoemde techniek en apparatuur auto’s werden gestolen, waarbij over het algemeen eerst een voorverkenning plaatsvond4 en een valse sleutel werd gemaakt5, waarna met behulp van deze sleutel de auto daadwerkelijk werd weggenomen6. De auto werd hierop “koud” gezet7, van valse kentekenplaten8 en een chassisnummer van een identieke auto voorzien9, en tenslotte verkocht danwel geëxporteerd.10

Verdachte wordt verweten dat hij (deels) bij voormelde handelingen betrokken is geweest. In het navolgende zal per zaaksdossier nader op de aan verdachte verweten gedragingen worden ingegaan.

Daarbij overweegt de rechtbank dat verdachte zich zowel bij de politie en de rechter-commissaris, als gedurende het onderzoek ter terechtzitting, steeds heeft beroepen op zijn zwijgrecht. Hij heeft, ondanks de vele kansen daartoe, elke mogelijkheid onbenut gelaten een verklaring af te leggen over zijn reisbewegingen, (de inhoud van) zijn (telefonische) contacten of hetgeen onder hem in beslag is genomen. De rechtbank heeft dan ook, zonder een verklaring van verdachte daarbij te kunnen betrekken, de inhoud van het procesdossier gewogen. Daarbij heeft zij de feiten en omstandigheden zoals daarvan ten aanzien van de verschillende zaaksdossiers is gebleken, telkens uitdrukkelijk ook in onderling verband en samenhang bezien.

Ten aanzien van de verschillende zaakdossiers gaat de rechtbank, op grond van de wettige bewijsmiddelen, van de volgende feiten en omstandigheden uit.11

3.3.2

Ten aanzien van het onder 1. ten laste gelegde (ZD 01)

In de nacht van 8 op 9 oktober 2015 is, na een woninginbraak waarbij autosleutels zijn weggenomen van een Volkswagen Golf met Oostenrijks kenteken [kenteken 4] , deze auto gestolen.12 De gestolen auto is op 9 oktober 2015 aangetroffen op de Burgemeester Hogguerstraat te Amsterdam, waarna in de directe omgeving een observatiecamera is geplaatst en de auto werd voorzien van een track & tracesysteem (baken) en er werd een observatiecamera geplaatst.13 Later op die dag heeft [medeverdachte 1] telefonisch contact met ene ‘ [betrokkene] ’(naar later blijkt [betrokkene] ), waarbij [medeverdachte 1] vraagt of hij de auto kan komen “stofzuigen”.14
In de Burgemeester Hogguerstraat wordt in de vroege morgen van 10 oktober 2015 middels de observatiecamera gezien dat drie personen zich om voornoemde Volkswagen Golf begeven en dat de auto wordt geopend.15 De telefoon van verdachte, een broer van [medeverdachte 1] , straalt rond die tijd, een nabijgelegen zendmast aan.16 De daaropvolgende middag wordt een man gezien, die gezien zijn uiterlijke kenmerken en kleding waarschijnlijk één van drie personen was die eerder bij de auto werd gezien. Hij stapt in de auto en rijdt om 13:48 uur weg,17waarna de auto zich naar de [straat 1] verplaatst, gelegen aan de achterzijde van de [straat 2] . De auto komt hier om 13:56 uur tot stilstand en is daar vervolgens ook door de politie aangetroffen.18 De eigenaar van dit perceel, eerdergenoemde [betrokkene] , heeft verklaard dat hij verdachte en [medeverdachte 1] kent en dat verdachte (die hij ook kent onder de naam ‘ [verdachte] ’) de persoon was die de Golf met het buitenlandse kenteken daar had geparkeerd.19 Op 10 oktober 2015 heeft [medeverdachte 1] wederom contact met [betrokkene] , waarbij hij vraagt of zijn broertje hem al ‘die vijftig’ (de rechtbank begrijpt: vijftig euro) had gegeven, wat [betrokkene] bevestigt.20 Vervolgens heeft verdachte aan [medeverdachte 1] laten weten dat hij even bij [betrokkene] moest gaan kijken naar een “tafel” die hij had klaargemaakt21, terwijl [betrokkene] heeft verklaard dat hij nooit meubelen of iets anders aan verdachte of [medeverdachte 1] heeft verkocht en ook verder niet wist te vertellen waarover dit gesprek ging.22 Nadat de auto op 10 oktober 2015 in beslag was genomen, zijn [medeverdachte 1] en verdachte samen langs gegaan bij [betrokkene] , waarbij werd gesproken over de auto.23

De rechtbank is op grond van voornoemde feiten en omstandigheden van oordeel dat, nu verdachte niet in beeld is ten tijde van de diefstal, hij van het onder 1. primair ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken.

Ten aanzien van de subsidiair ten laste gelegde heling overweegt de rechtbank als volgt.

[medeverdachte 1] heeft zowel voorafgaand aan, als na het stallen van de gestolen auto, contact met [betrokkene] en verdachte gehad. Gelet op de inhoud van deze contacten en hetgeen daarop feitelijk is gevolgd kan het naar het oordeel van de rechtbank, tegen de achtergrond van hetgeen overigens uit het dossier is gebleken, niet anders dan dat daarbij in versluierd taalgebruik werd gesproken over de gestolen auto en dat [medeverdachte 1] aan [betrokkene] heeft gevraagd of bij hem een auto kon worden “koudgezet”, waarvoor [betrokkene] vijftig euro kreeg. Vervolgens heeft verdachte deze auto bij [betrokkene] gestald. De verklaring van [betrokkene] , inhoudende dat sprake zou zijn van een lening, acht de rechtbank niet aannemelijk. Niet alleen is deze verklaring weinig specifiek en niet nader onderbouwd, tevens heeft verdachte deze verklaring nooit bevestigd.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank bewezen dat verdachte zich, samen met medeverdachte [medeverdachte 1] , schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van opzetheling. Het onder 1. subsidiair ten laste gelegde is in zoverre wettig en overtuigend bewezen.

3.3.3

Ten aanzien van het onder 2. ten laste gelegde (ZD 05)

Op 23 december 2015 willen verbalisanten een auto controleren. Als zij de auto staande willen houden, komt deze plotseling tot stilstand, waarna de passagier uit de auto stapt, uit de kofferbak een plastic tas van de Action (met bloemmotief) haalt en wegrent. Vervolgens wordt de achtervolging ingezet. Tijdens deze achtervolging wordt gezien dat de man de tas in de Burgemeester Cramergracht gooit, waarna hij wordt aangehouden. De aangehouden verdachte blijkt verdachte te zijn. De volgende dag wordt op de plek waar de tas werd weggegooid een tas van de Action (met bloemmotief) aangetroffen. In deze tas bevinden zich twee sets kentekenplaten ( [kenteken 2] en [kenteken 3] ), elk omhuld met een plastic zak.24 Beide sets kentekenplaten blijken vals te zijn.25

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan valsheid in geschrifte, nu hij valse kentekenplaten voorhanden heeft gehad. Het onder 2. ten laste gelegde is in zoverre wettig en overtuigend bewezen.

3.3.4

Ten aanzien van het onder 3. ten laste gelegde (ZD 18)

Aan verdachte is ten laste gelegd dat hij heeft deelgenomen aan een criminele organisatie.

De rechtbank zal moeten vaststellen of bewezen kan worden dat sprake was van een organisatie als bedoeld in artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht. Hiervoor is vereist dat wordt vastgesteld dat twee of meer personen een samenwerkingsverband hadden, met een zekere duurzaamheid en structuur, welk samenwerkingsverband het oogmerk had bepaalde misdrijven te plegen.

Daarnaast zal de rechtbank de vraag moeten beantwoorden of bewezen kan worden dat verdachte heeft deelgenomen aan deze organisatie. Daartoe moet worden beoordeeld of hij zich ervan bewust is geweest dat hij met ten minste één ander persoon structureel, overeenkomstig een wederzijds bestaande verwachting, samenwerkte en of hij op de hoogte was van het oogmerk van de organisatie om de in de tenlastelegging bedoelde misdrijven te plegen. Daarbij merkt de rechtbank op, dat niet vereist is dat verdachte zelf op een of andere manier heeft deelgenomen aan de misdrijven die door de organisatie werden gepleegd. Ook wanneer dit niet het geval is, kan er sprake zijn van deelneming door het verrichten van ondersteunende gedragingen die verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie.

3.3.4.1 Ten aanzien van het duurzame en gestructureerde samenwerkingsverband

Uit de hiervoor bewezen geachte feiten en de overige inhoud van het dossier blijkt naar het oordeel van de rechtbank van een organisatie met de volgende werkwijze.

Opdracht

In sommige gevallen wordt eerst opdracht gegeven om één specifieke auto, of een bepaald merk en type auto te stelen.26 Soms moet het voertuig bepaalde opties of een bepaalde kleur hebben.27 Bovendien is uit het dossier meer dan eens gebleken dat een reeds gestolen auto voor de koper niet voldeed, waarna alsnog een andere, betere auto werd gestolen, om aan de wens van de koper te kunnen voldoen.28

Zoekslag en voorverkenning

Nadat de opdracht is ontvangen, voert de groep een zoekslag uit, hetgeen onder meer blijkt uit een gesprek tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] , waarbij laatstgenoemde kennelijk een auto heeft gevonden.29 Vervolgens vindt in meerdere gevallen een voorverkenning plaats, vermoedelijk om het portierslot van het voertuig uit te lezen. Zo rijdt [medeverdachte 1] met de Passat regelmatig voorafgaand aan de diefstal een of meerdere keren naar de locatie waar later de desbetreffende auto wordt weggenomen.30

Vervaardigen valse sleutels

Na de voorverkenning(en) wordt een valse sleutel vervaardigd waarmee het voertuig uiteindelijk kan worden weggenomen. Hiertoe maakt de groep gebruik van de diensten van [betrokkene 2] en [betrokkene 3] . Zo hebben verdachte en [medeverdachte 1] om chips/transponders gevraagd bij [betrokkene 2] .31 Bovendien heeft [medeverdachte 1] aan [betrokkene 2] op 28 november 2015 gevraagd of hij ‘klapjes’ heeft.32 Hiermee worden waarschijnlijk blanco klapsleutels bedoeld waarin de slotcode kan worden aangebracht en waar een transponder in kan worden geplaatst. Ook [betrokkene 3] heeft op 20 januari 2016 desgevraagd een ‘klepje’ meegenomen voor [medeverdachte 1] .33 Vervolgens worden de sleutels door [medeverdachte 1] vervaardigd34. Ook zijn sleutels direct op de plaats delict vervaardigd door [medeverdachte 1] , waarna de auto direct kon worden weggenomen.35 Ten slotte zijn bij een doorzoeking in de [adres] acht knipsleutels aangetroffen36 en zijn in een kelderbox in gebruik bij [medeverdachte 1] een blanco sleutel en een OBD-stekker aangetroffen.37 [medeverdachte 1] zelf tot slot heeft in een afgeluisterd gesprek gezegd dat hij sleutels kan kopiëren, inknippen en ‘alles’ kan doen.

Diefstal van de auto

Nadat [medeverdachte 1] de benodigde sleutel voor de weg te nemen auto heeft vervaardigd, laat hij het feitelijke wegnemen vaak over aan iemand anders. Er is vastgesteld dat [medeverdachte 1] tijdens de diefstallen veelvuldig gebruik maakte van een Volkswagen Passat met kenteken [kenteken 5] , door hem in een gesprek met een onbekende vrouw betiteld als ‘de werkauto’38. Deze Passat was door de politie voorzien van een baken en opnameapparatuur.39 Uit de bakengegevens blijkt dat de Passat na de diefstal terugkeerde naar de woning van [medeverdachte 1] aan de [adres] .40 De gestolen auto werd telkens kennelijk door iemand anders weggereden. Dit betrof enkele keren [adres] die blijkens tap- en OVC-gesprekken met [medeverdachte 1] meeging.41

Uit de zendmastgegevens van de telefoon van [medeverdachte 1] blijkt voorts dat hij zijn telefoon thuis achterlaat of uitschakelt als hij op pad gaat om een auto te stelen. Zo heeft hij in een OVC-gesprek gezegd dat hij zijn telefoon uitzet, omdat ze hem ‘masten’.42

Omkatten en koudzetten van de auto

Nadat het voertuig is weggenomen wordt het voorzien van valse kentekenplaten om de identiteit van de gestolen auto te verhullen. Gedurende het onderzoek zijn diverse valse kentekenplaten aangetroffen, onder meer tijdens doorzoekingen van garageboxen en op diverse gestolen auto’s.43 Vervolgens wordt het voertuig ergens ‘koudgezet’. Tijdens de onderzoeksperiode is dit een aantal keren gewoon op straat geweest, maar ook een aantal keren ergens binnen in een loods of opslagplaats.44 Voorafgaand of na de diefstal van de auto wordt er een tweede auto gezocht, die zo veel mogelijk lijkt op de te stelen auto. Deze tweede auto kan worden geselecteerd met behulp van computersystemen, waarover in elk geval [medeverdachte 4] door zijn werk bij [autobedrijf] de beschikking had.45 [autobedrijf] is leverancier van merken van de VA-groep (Volkswagen-Audigroep), waartoe alle gestolen auto’s behoren. Via de computersystemen (genaamd ETKA en ELSA PRO) van dit bedrijf kan informatie worden opgevraagd over welke onderdelen bij welk type auto horen, maar ook kan een ‘blauwdruk’ van de auto worden opgevraagd met de opties en de uitvoering van de auto in kwestie.46 Niet alleen zijn in de woning en werkplaats van [medeverdachte 4] zogenaamde ETKA-formulieren aangetroffen, tevens blijkt uit een tapgesprek tussen [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] dat laatstgenoemde een bepaalde oranje auto nergens op de wereld kan vinden.47

Om een auto geheel om te katten en vervolgens te exporteren, zijn zogenaamde exportbewijzen nodig. Dergelijke blanco exportbewijzen zijn aangetroffen bij de doorzoeking in de woning van [medeverdachte 1]48 en zijn waarschijnlijk bedrukt met behulp van een typemachine. Een typmachine met daarin een gebruikt schrijfmachinetypelint, is aangetroffen in de woning van [medeverdachte 2] .49 Op dit schrijfmachinetypelint staan gegevens van meerdere in Nederland gestolen voertuigen die na de diefstal naar Marokko zijn geëxporteerd. Ook staan er twaalf VIN’s op het schrijfmachinetypelint, die zijn gekoppeld aan een voertuig zowel in Nederland als in Frankrijk.50

Verkoop van de auto

Nadat de auto is koudgezet, waarbij in ieder geval enig toezicht op deze auto wordt gehouden51, kan de beoogde koper komen kijken of de auto voldoet.52 Vervolgens vindt de overhandiging van de sleutels en het geld plaats, waarna het voertuig buiten de invloedssfeer van de organisatie raakt. Voornamelijk [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] lijken contact te hebben gehad met (mogelijke) kopers53, maar ook [medeverdachte 1] heeft via PGP-gesprekken contact over het al dan niet verkopen van een auto.54

Telecommunicatie

De rechtbank stelt vast dat verdachte ten aanzien van voornoemde bewezen geachte feiten veelvuldig telefonisch contact heeft onderhouden met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] . Het is bovendien opvallend dat in deze telefonische contacten een piek kan worden waargenomen op momenten dat enkele autodiefstallen zijn gepleegd. In de periode van 18 tot en met 29 januari 2016 zijn maar liefst vijf auto’s weggenomen55, terwijl gedurende deze periode meerdere pieken in het onderlinge belgedrag van voornoemde verdachten waarneembaar is.56

Verdachte en zijn medeverdachten hebben hun telefoongebruik op zodanige wijze afgeschermd dat het niet anders kan dan dat dit is gebeurd om meeluisteren door anderen onmogelijk of zo moeilijk mogelijk te maken. Dit gebeurt bijvoorbeeld door per persoon meerdere mobiele telefoonnummers in gebruik te hebben, waardoor het afluisteren en in kaart brengen van een organisatie door opsporingsinstanties wordt bemoeilijkt. Door [medeverdachte 1] wordt, gedurende (de voorbereiding van) de diefstal van een auto bewust de telefoon uitgezet, of niet meegenomen.57 Ook wordt gebruik gemaakt van diensten als WhatsApp, welke communicatie pas kan worden onderschept als opsporingsinstanties het toestel zelf in handen krijgen58, alsmede van PGP-telefoons, die pas na onderzoek door het NFI kunnen worden uitgelezen.59

Bovendien wordt gebruik gemaakt van versluierde termen en bijnamen in de communicatie om identificatie en crimineel handelen te verbergen en de opsporing te bemoeilijken. Tussen de verdachten onderling is geen sprake van misverstanden tijdens de gesprekken, wat duidt op gedeelde kennis over wat er wordt bedoeld en op een structuur in de organisatie die is ontworpen om telefoongebruik af te schermen van opsporingsinstanties.60 Daarnaast geeft het ook aan dat de organisatie opereert als eenheid. Een persoon die niet op de hoogte is van het taalgebruik of bijnamen van personen of de verzonden code niet kan ontcijferen, kan immers geen deel uitmaken van de organisatie.

Conclusie ten aanzien van de criminele organisatie met betrekking tot de handel in gestolen auto’s en de deelname daaraan van verdachte

De rechtbank komt tot het oordeel dat sprake is geweest van een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband tussen verdachte, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] . De rechtbank baseert dit oordeel niet alleen op de overigens bewezen geachte feiten, maar vooral op de mate waarin en wijze waarop deze verdachten, zoals dat uit het gehele dossier naar voren komt, hebben samengewerkt. Hierbij heeft de aard, intensiteit en (versluierde) inhoud van de onderlinge telecommunicatie een aanzienlijke rol gespeeld. Dit houdt in dat de rechtbank het bestaan van

De organisatie heeft als hoofddoel de verkoop van gestolen auto’s, oftewel financieel gewin. Om dit doel te bereiken zijn door deelnemers van de organisatie niet alleen voertuigen gestolen, maar zijn ook de documenten en kentekenplaten van deze voertuigen vervalst en zijn er auto’s omgekat. De nevendoelen van de organisatie betreffen aldus de misdrijven (gekwalificeerde) diefstal, opzetheling en valsheid in geschrifte. De rechtbank acht dan ook het oogmerk van de organisatie tot het plegen van (voornoemde) misdrijven bewezen.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte welbewust aan deze criminele organisatie heeft deelgenomen. Hij heeft zich, gelet op de inhoud van het dossier en de modus operandi, over het hele traject beziggehouden met het verwezenlijken van het oogmerk van de organisatie. Zo heeft hij gedurende de voorbereiding een chip/transponder geregeld bij [betrokkene 2]61 en nadat een auto was gestolen heeft hij deze voorhanden gehad en ergens koudgezet.62 Tevens heeft hij valse kentekenplaten in zijn bezit gehad en is hij betrokken geweest bij het ‘wegzetten’ (de rechtbank begrijpt: verkopen) van een gestolen voertuig.63

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank bewezen dat verdachte zich, samen met medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] , schuldig heeft gemaakt aan de deelname aan een criminele organisatie met als oogmerk diefstal, opzetheling en valsheid in geschrift. Het onder 3. ten laste gelegde is in zoverre wettig en overtuigend bewezen.

4 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4. vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

Ten aanzien van het onder 1. subsidiair ten laste gelegde:

op 10 oktober 2015 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met een ander, een personenauto (een Volkswagen Golf, met Oostenrijks kenteken [kenteken 1] ) voorhanden heeft gehad, terwijl hij en zijn mededader ten tijde van het voorhanden krijgen van die auto wisten dat het een door diefstal verkregen goed betrof;

Ten aanzien van het onder 2. ten laste gelegde:

op 23 december 2015 te Amsterdam opzettelijk valse geschriften, bestemd om tot het bewijs van enig feit te dienen, te weten kentekenplaten met de tekens [kenteken 2] en [kenteken 3] , voorhanden heeft gehad, terwijl hij verdachte wist, dat die geschriften bestemd waren voor gebruik als waren die echt;

Ten aanzien van het onder 3. ten laste gelegde:

in de periode van 1 augustus 2015 tot en met 7 juni 2016 in Nederland heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit hem, verdachte en andere personen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten:

  • -

    gekwalificeerde diefstal (artikel 311 Wetboek van Strafrecht) en

  • -

    opzetheling (artikel 416 Wetboek van Strafrecht) en

  • -

    valsheid in geschrift (artikel 225 lid 2 Wetboek van Strafrecht);

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

5 De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

6 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7 Motivering van de straffen en maatregelen

7.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door hem onder 1. subsidiair, 2. en 3. bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.

7.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht aan verdachte een taakstraf op te leggen, mede gelet op zijn beperkte rol in de organisatie.

7.3.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft acht geslagen op het uittreksel Justitiële Documentatie (het strafblad) van verdachte van 13 oktober 2017. Hieruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor het plegen van soortgelijke feiten.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een straf het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft gedurende een periode van ongeveer 10 maanden deelgenomen aan een criminele organisatie die zich bezig hield met het stelen van auto’s, waarna deze werden omgekat en verkocht. De organisatie ging hierbij geraffineerd en goed georganiseerd te werk, zoals hiervoor onder 3.3.4.1. uitgebreid is omschreven.

Verdachte had een ondersteunende rol in deze organisatie. Hij was niet bij elk feit betrokken, maar heeft wel zowel in de voorbereiding, als bij het omkatten of verkopen een belangrijke rol gespeeld. Verdachte heeft met zijn handelen niet alleen de eigenaars van de auto’s gedupeerd, ook heeft hij de maatschappij veel overlast bezorgd. Doordat de gestolen auto na de diefstal werd omgekat, was deze niet meer herkenbaar als de oorspronkelijk gestolen auto. De auto werd dan ook aan het zicht van de opsporingsinstanties onttrokken en de eigenaar was zijn bezit voorgoed kwijt. Ook de verzekeraars, die de opgelopen schade aan de eigenaars uitkeren, zijn hierdoor gedupeerd. Verdachte heeft met zijn gedrag uitsluitend oog gehad voor zijn eigen financieel gewin en de rechtbank acht dit gedrag dan ook zeer kwalijk en strafwaardig. Bovendien leert de ervaring dat dergelijke gestolen en omgekatte auto’s vaak worden ingezet bij andere vormen van criminaliteit.

Gelet op de beperkte rol van verdachte in de organisatie en kijkend naar zijn blanco strafblad ziet de rechtbank echter geen reden om verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen en zal dan ook bij de straftoemeting afwijken van wat de officier van justitie heeft gevorderd.

De rechtbank zal een onvoorwaardelijke taakstraf van maximale duur opleggen. Om ervoor te zorgen dat verdachte de komende periode niet zal vervallen in strafbaar gedrag zal de rechtbank bovendien een voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen voor de duur van zes maanden met een proeftijd van twee jaar.

8 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 47, 57, 140, 225 en 416 van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

9 Beslissing

Verklaart het onder 1. primair ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte het onder 1. subsidiair, 2. en 3. ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Ten aanzien van het onder 1. subsidiair bewezen verklaarde:

Medeplegen van opzetheling;

Ten aanzien van het onder 2. bewezen verklaarde:

Opzettelijk een geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, voorhanden hebben, terwijl hij weet dat dit geschrift bestemd is voor gebruik als ware het echt, meermalen gepleegd;

Ten aanzien van het onder 3. bewezen verklaarde:

Het deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 6 (zes) maanden.

Beveelt dat deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast.

Stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt.

Veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid, van 240 (tweehonderdveertig) uren, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering heeft doorgebracht, naar de maatstaf van twee uren per dag. Indien verdachte deze taakstraf niet naar behoren verricht, zal vervangende hechtenis worden toegepast van 120 (honderdtwintig) dagen.

Dit vonnis is gewezen door

mr. B. Vogel, voorzitter,

mrs. S.P. Pompe en A.K. Glerum, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. J.B.P. Terwindt, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 20 december 2017.

Bijlage

Tenlastelegging Mohamed ZEKHNINI

Aan verdachte is ten laste gelegd dat

1.

ZD01

hij in of omstreeks de periode van 8 oktober 2015 tot en met 9 oktober 2015 te Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto (merk: Volkswagen Golf, kenteken [kenteken 1] , kleur zilver), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 1] , althans aan een ander of anderen dan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen personenauto onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of valse sleutels;

Subsidiair:

hij op of omstreeks 10 oktober 2015 te Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een personenauto (een Volkswagen Golf, met Oostenrijks kenteken [kenteken 1] ) heeft verworven en/of overgedragen en/of voorhanden gehad, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven en/of het voorhanden krijgen van die auto wist(en), dat het een door diefstal, in elk geval een door misdrijf verkregen goed betrof

2.

ZD05

hij op of omstreeks 23 december 2015 te Amsterdam, althans in Nederland, opzettelijk (een) vals(e) of vervalst(e) geschrift(en), bestemd om tot het bewijs van enig feit te dienen, te weten een of meer kentekenplaten met de tekens [kenteken 2] en /of [kenteken 3] , voorhanden gehad, terwijl hij verdachte wist, dan wel redelijkerwijs moest vermoeden dat die geschrift(en) bestemd was/waren voor gebruik als ware(n) dit/die echt en onvervalst;

3.

ZD18

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 augustus 2015 tot en met 31 januari 2016 te Amsterdam en/of Haarlem en/of Lijnden en/of Helmond en/of Drunen, althans in Nederland en/of België heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit hem, verdachte en/of één of meer andere personen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten:

  • -

    gekwalificeerde diefstal (artikel 311 Wetboek van Strafrecht) en/of

  • -

    opzetheling (artikel 416 Wetboek van Strafrecht) en/of

  • -

    valsheid in geschrift (artikel 225 lid 2 Wetboek van Strafrecht) en/of

1 ZD 02, p. 15-20

2 ZD 04, p. 20

3 ZD02, p.15 en AD BSG, p. 234-235

4 ZD 1, ZD 7, ZD 8, ZD 10, ZD 11, ZD 13 en ZD 17

5 ZD 2, ZD 8, ZD 10, ZD 11, ZD 13, ZD 17, ZD 18

6 ZD 1, ZD 7, ZD 8, ZD 10, ZD 13,

7 ZD 1, ZD 11, ZD 13, ZD 20, ZD 21

8 ZD 4, ZD 5, ZD 11, ZD 13, ZD 15, ZD 17, ZD 21

9 ZD 13, ZD 15, ZD 21

10 ZD 7, ZD 8, ZD 11, ZD 21

11 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de in dit vonnis vermelde voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

12 ZD 01 p. 3-6

13 ZD 01, p. 14-17

14 ZD 01, p. 43

15 ZD 01, p. 15-17

16 ZD 01 p. 30

17 ZD 01 p. 15-17

18 ZD 01 p. 32-33 en 41-42

19 ZD 01, p. 52-59

20 ZD 01, p. 62

21 ZD 01, p. 63

22 ZD 01, p. 58-59

23 ZD 01, p. 56-57

24 ZD 05 p. 3-5

25 ZD 05, p. 10-11

26 ZD 18, p. 11-15 en 29-44

27 ZD 18, p. 22-24

28 ZD 7, ZD 8, ZD 11 en ZD 13

29 ZD 18, p. 25-26, zie ook ZD 08

30 ZD 7, ZD 8, ZD 10, ZD 11, ZD 13 en ZD 17

31 Te weten ten aanzien van ZD 10 en/of 11 en ten aanzien van ZD 17

32 ZD 18, p. 73-74

33 Bijlage bij proces-verbaal van voorgeleiding van [medeverdachte 1] van 9 juni 2016, p. 57.

34 ZD 18 p. 11-15

35 ZD 17

36 ZD 18, p. 76-81

37 ZD 04, p. 20

38 ZD 24, p. 52

39 AD TECHN, p. 23-27 en [Bobstukken met verwijzing naam verdachte] p. 62-68, 76-93, 94-108, 109-142

40 ZD 07, ZD 08, ZD 10, ZD 11, ZD 13 en ZD 17

41 Te weten ten aanzien van ZD 8 en ZD 13.

42 ZD 18, p. 13

43 ZD 4, ZD 5, ZD 11, ZD 13 en ZD 17

44 ZD 1, ZD 11, ZD 13 en ZD 17

45 ZD 08

46 ZD 18, p. 84-88

47 ZD 18, p. 22-24

48 ZD 18, p. 98-104

49 AD BSG, p. 477-478

50 ZD 18, p. 91-97

51 ZD 18, p. 105 en 106

52 ZD 07, ZD 09, ZD 10 en ZD 11

53 ZD 18, p. 107-109

54 ZD 18, p. 38-39

55 ZD 07, ZD 08, ZD 10, ZD 11 en ZD 13

56 ZD 18, resumé, p. 27-29

57 ZD 13 en ZD 18, p. 127

58 ZD 18, p. 128-130

59 ZD 18, 234-265

60 ZD 18, p. 27-28; ZD 02, p. 6; ZD 13, p. 13

61 ZD 18, p. 74

62 ZD 02

63 ZD 18, p. 27-28