Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2017:9578

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
20-12-2017
Datum publicatie
21-12-2017
Zaaknummer
13/997009-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft deelgenomen aan een criminele organisatie die zich bezig heeft gehouden met het stelen van auto’s, waarna deze werden omgekat en verkocht. De organisatie ging hierbij geraffineerd en goed georganiseerd te werk. Verdachte gaf opdracht om een bepaalde auto te stelen en onderhield contact met de kopers. Gelet op enerzijds de rol van verdachte in de organisatie en anderzijds zijn persoonlijke omstandigheden, acht de rechtbank een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes maanden en een taakstraf van 240 uur passend en geboden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/997009-16 (Promis)

Datum uitspraak: 20 december 2017

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te Amsterdam op [geboortedag] ,

ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres

[adres verdachte] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen op 20 en 23 november en 7 december 2017.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. J.G. Louman en van wat verdachte en zijn raadsman mr. J.G.D. Rutten naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan

  1. diefstal van een Volkswagen Polo, kenteken [kenteken] , in de periode van 18 januari 2016 tot en met 19 januari 2016 te Amsterdam, subsidiair de opzetheling van deze auto;

  2. diefstal van een Volkswagen Tiguan, kenteken [kenteken] , op 22 januari 2016 te Amsterdam;

  3. medeplichtigheid aan de diefstal van een Volkswagen Tiguan, kenteken [kenteken] , in de periode van 27 januari 2016 tot en met 28 januari 2016 te Haarlem, subsidiair de opzetheling van deze auto in de periode van 27 januari 2016 tot en met 31 januari 2016 te Amsterdam;

  4. medeplichtigheid aan de diefstal van een Volkswagen Tiguan, kenteken [kenteken] , in de periode van 28 januari 2016 tot en met 29 januari 2016 te Amsterdam, subsidiair de opzetheling van deze auto in de periode van 29 januari 2016 tot en met 2 februari 2016 te Amsterdam;

  5. deelname aan een criminele organisatie die tot oogmerk had het plegen van misdrijven als strafbaar gesteld in de artikelen 311, 416 en 225, van het Wetboek van Strafrecht in de periode van 1 augustus 2015 tot en met 31 januari 2016 te Amsterdam en/of Haarlem en/of Lijnden en/of Helmond en/of Drunen, althans in Nederland en/of België.

De tekst van de integrale tenlastelegging is opgenomen in een bijlage die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.

3 Waardering van het bewijs

3.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte ten aanzien van het onder 3. primair en 4. primair ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken.

De officier van justitie acht de onder 1. primair, dan wel subsidiair, 2., 3. subsidiair, 4. subsidiair en 5. ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen. Hij heeft hiertoe, aan de hand van zijn op schrift gestelde requisitoir, de relevante bewijsmiddelen opgesomd.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte van het onder 5. ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken. Hij heeft hiertoe het volgende aangevoerd.

Verdachte heeft wellicht gedurende een periode van drie weken verkeerde keuzes gemaakt, maar dit is onvoldoende om zijn deelname aan een criminele organisatie in de zin van artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht te kunnen aannemen. Evenmin kan worden vastgesteld dat verdachte een centrale rol zou hebben gespeeld in deze organisatie. Niet alleen is niet gebleken dat verdachte iets aan zijn handelwijze heeft verdiend, maar ook heeft hij zelfstandig besloten te stoppen en is vervolgens niet gebleken dat hij door de vermeende organisatie werd gemist.

Ten aanzien van het onder 1., 2., 3. en 4. ten laste gelegde heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

3.3

Het oordeel van de rechtbank

3.3.1

Algemene overweging met betrekking tot de autodiefstallen

Verdachte wordt onder meer verweten dat hij betrokken is geweest bij autodiefstallen. Deze diefstallen zijn gepleegd zonder dat daarbij noemenswaardige schade aan de auto’s is toegebracht. De politie vermoedt dan ook dat autosloten zijn uitgelezen en autosleutels zijn nagemaakt, waardoor de auto’s konden worden weggenomen met een valse sleutel.

Met betrekking tot de techniek en apparatuur die hierbij komen kijken, blijkt uit het dossier het volgende.1

In voertuigen van onder meer de automerken Audi en Volkswagen wordt een portier- en/of contactslot van het type HU66 gebruikt. Een dergelijk cilinderslot bestaat uit twee hoofddelen: een behuizing, die vastzit aan het af te sluiten object, en een cilinder die (met de juiste sleutel) in deze behuizing ronddraait om zo het slot te openen of te sluiten. In het HU66-slot zitten verticale sleuven, waarin zich acht plaatjes bevinden die met spiraalveertjes in een verschillende stand in de behuizing worden gedrukt. Om de cilinder van het slot te kunnen draaien, moeten de inwendige plaatjes met behulp van het profiel van een sleutel in één lijn worden gezet. Pas als de plaatjes in één lijn zijn gezet, is het mogelijk de cilinder van het slot om te draaien.

Met behulp van een zogeheten keyreader is het mogelijk de stand van de plaatjes af te lezen, zonder dat men in het bezit is van een originele sleutel van het slot. Door het uiteinde van de keyreader in het slot te steken, kan met behulp van het schuifmechanisme de stand van de acht plaatjes van het slot worden afgelezen. De stand van ieder van de acht plaatjes wordt op de keyreader weergegeven met een getal van 1 tot en met 4. Door van alle plaatjes de stand uit te lezen ontstaat een code, ook wel insnijdingscode genoemd.

Met de verkregen insnijdingscode kan, met behulp van een speciale sleutelfreesmachine, een mechanisch werkende sleutel worden gemaakt. Het is ook mogelijk om met behulp van de verkregen code zelf een mechanisch werkende sleutel te maken. Hiervoor wordt een zogenaamde ‘knipsleutel’ gemaakt. Een knipsleutel bestaat uit de volgende delen: twee sleutelbladen die met behulp van een keycutter bewerkt kunnen worden en één sleutelblad dat als tussenstuk dient, ook wel een “tussensleutel” of “tussenblad” genoemd. Op de blanco sleutelbladen zijn posities weergegeven die tot op een aangegeven diepte van 1 tot en met 4 ingeknipt kunnen worden. De hoogte waarop de posities worden ingeknipt met behulp van een keycutter, komt overeen met de gegevens die met behulp van de keyreader zijn afgelezen. Door de twee geknipte sleutelbladen en het tussenblad op de juiste wijze op elkaar te leggen, ontstaat een sleutel waarmee de plaatjes in het slot op één lijn gezet kunnen worden, zodat de cilinder kan worden omgedraaid.

Om het motorvoertuig vervolgens te kunnen starten, is het noodzakelijk om de startblokkering te deactiveren. Dit gebeurt met behulp van een transponder-chip. Deze chip is normaliter ingebouwd in de originele autosleutel. Bij het maken van de genoemde knipsleutels wordt dan gebruik gemaakt van een transponder-chip, die met behulp van apparatuur wordt geprogrammeerd op het betreffende motorvoertuig. Vervolgens wordt deze bevestigd op de knipsleutel waarmee de startblokkering wordt gedeactiveerd.

Een drive-box is een apparaat dat aangesloten wordt op de aanwezige stekkeraansluiting van het On-Board Diagnostics systeem (OBD) van een motorvoertuig. Hiermee kan met een eenvoudige handeling de startblokkering van een voertuig aan of uit worden gezet. Als een drive-box wordt gebruikt om de startblokkering van een auto uit te zetten, is geen communicatie meer nodig tussen de transponderchip in een sleutel en de antenne van de startblokkering van een motorvoertuig. Alleen het omdraaien van een mechanisch passende sleutel is dan voldoende om de motor van het voertuig te kunnen starten.

De feiten en omstandigheden die uit het dossier naar voren komen bevestigen dat van de bovengenoemde techniek gebruik is gemaakt. In een kelderbox in gebruik bij medeverdachte [naam medeverdachte 1] zijn een blanco sleutel en een OBD-stekker aangetroffen2 en in diens woning zijn op 7 juni 2016 acht tussenbladen inbeslaggenomen.3

Het beeld dat uit het dossier naar voren komt, is dat met behulp de hiervoor genoemde techniek en apparatuur auto’s werden gestolen, waarbij over het algemeen eerst een voorverkenning plaatsvond4 en een valse sleutel werd gemaakt5, waarna met behulp van deze sleutel de auto daadwerkelijk werd weggenomen6. De auto werd hierop “koud” gezet7, van valse kentekenplaten8 en een chassisnummer van een identieke auto voorzien9, en tenslotte verkocht dan wel geëxporteerd.10

Verdachte wordt verweten dat hij bij een deel van de voormelde handelingen betrokken is geweest. In het navolgende zal per zaaksdossier nader op de aan verdachte verweten gedragingen worden ingegaan.

Daarbij overweegt de rechtbank dat verdachte zich zowel bij de politie en de rechter-commissaris, als gedurende het onderzoek ter terechtzitting, steeds heeft beroepen op zijn zwijgrecht. Hij heeft, ondanks de vele kansen daartoe, elke mogelijkheid onbenut gelaten een verklaring af te leggen over zijn reisbewegingen, (de inhoud van) zijn (telefonische) contacten of hetgeen onder hem in beslag is genomen. De rechtbank heeft dan ook, zonder een verklaring van verdachte daarbij te kunnen betrekken, de inhoud van het procesdossier gewogen. Daarbij heeft zij de feiten en omstandigheden zoals daarvan ten aanzien van de verschillende zaaksdossiers is gebleken, telkens uitdrukkelijk ook in onderling verband en samenhang bezien.

Ten aanzien van de verschillende zaakdossiers gaat de rechtbank, op grond van de wettige bewijsmiddelen, van de volgende feiten en omstandigheden uit.11

3.3.2

Ten aanzien van het onder 1. en 2. ten laste gelegde (ZD 07 en ZD 08)

In de nacht van 18 op 19 januari 2016 is een Volkswagen Polo met kenteken [kenteken] gestolen in Amsterdam.12 Medeverdachte [naam medeverdachte 1] heeft zich met de door hem veelvuldig gebruikte Volkswagen Passat met kenteken [kenteken] (hierna de Passat) zowel voorafgaand aan, als tijdens deze diefstal in de buurt van de plaats delict begeven.13 Deze Passat was door de politie voorzien van een baken.14 Ook zijn er verschillende telefonische contacten geweest in de nacht van de diefstal tussen verdachte en [naam medeverdachte 1] .15

Nadat de auto was gestolen, heeft verdachte op 19 januari 2016 wederom veelvuldig contact met [naam medeverdachte 1] over het feit dat de ‘12’ niet goed zou zijn voor de afnemer, omdat het een ‘16’ had moeten zijn en dat deze niet kan worden verkocht.16 De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat de gestolen auto een 1.2 TDI-uitvoering betrof.

Gedurende deze contacten spreken verdachte en [naam medeverdachte 1] ook over een witte auto, die de afnemer wél mooi zou vinden.17 [naam medeverdachte 1] heeft zich vervolgens met de Passat op 20 januari 2016 in de buurt van de Alcantarastraat in Amsterdam begeven18 en hij heeft op 21 januari 2016 contact met [naam 1] , die bekend staat als leverancier van zogeheten ‘klapsleutels’.19

In de nacht van 22 januari 2016 haalt [naam medeverdachte 1] , na contact met verdachte, [naam medeverdachte 2] , op20, waarna de Passat wederom richting de Alcantarastraat rijdt, waar vervolgens een witte Volkswagen Tiguan met kenteken [kenteken] is gestolen.21 Nadat de Passat is teruggekeerd bij de woning van [naam medeverdachte 1]22 mag [naam medeverdachte 2] om 5:19 uur van hem gaan slapen.23

De volgende ochtend is er veelvuldig contact tussen verdachte, [naam medeverdachte 2] en [naam medeverdachte 3] over een datum, te weten ’30-05-2012’, en welk getal (‘1 of 2’) op de ruit staat.24 Niet alleen is volgens gegevens van de RDW 30 mei 2012 de toelatingsdatum van de weggenomen auto, tevens is het, gelet op het bouwjaar, zeer aannemelijk dat op de ruiten van deze auto het cijfer ‘2’ staat vermeld.25

De rechtbank is van oordeel dat de handelingen van verdachte geen medeplichtigheid aan diefstal (zoals onder 1. primair ten laste gelegd) inhouden. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

Verdachte heeft zich, zowel voor als na de diefstal, actief heeft bemoeid met de keuze van de stelen auto’s en dat is verantwoordelijk geweest voor de (door)verkoop daarvan. De auto’s werden klaarblijkelijk op bestelling gestolen, nu het een ‘16’ moest zijn en vervolgens werd gekeken naar ‘een witte’. Daarbij heeft verdachte, gezien zijn specifieke rol en (de inhoud van) zijn telefonische contacten, als heer en meester over de desbetreffende auto’s beschikt. De rechtbank is dan ook van oordeel dat verdachte zich tot twee keer toe schuldig heeft gemaakt aan opzetheling. Het onder 1. subsidiair en 2. ten laste gelegde is in zoverre wettig en overtuigend bewezen.

3.3.3

Ten aanzien van het onder 3. ten laste gelegde (ZD 11)

Op 27 januari 2016 heeft [naam medeverdachte 1] een ontmoeting met [naam 1] .26 In de daaropvolgende nacht heeft [naam medeverdachte 1] contact met verdachte, omdat [naam medeverdachte 1] iemand moet ophalen.27 Vervolgens rijdt de Passat langs de Bubbel Lounge in de Agatha Dekenstraat te Amsterdam, waarna door wordt gereden naar de omgeving van het Lissabonplantsoen in Haarlem.28 Vanaf deze locatie is gedurende de avond/nacht van 27 op 28 januari 2016 een Volkswagen Tiguan met kenteken [kenteken] gestolen.29 Vervolgens blijkt uit ARS-gegevens dat de Passat en deze Volkswagen Tiguan achter elkaar aanrijden naar Amsterdam.30

In de middag van 28 januari 2016 belt verdachte, die op dat moment kennelijk met [naam medeverdachte 2] is, met een onbekend persoon, die een locatie beschrijft waar verdachte moet gaan kijken.31 Op basis van deze aanwijzingen treft de politie voornoemde auto aan op het Johannes de Swaefhof te Amsterdam.32

Nadat [naam medeverdachte 3] kort bij de auto is gezien33, blijkt uit tapgesprekken dat de mogelijke koper van de auto deze niet goed genoeg vond, waarop verdachte probeert om de auto alsnog te verkopen en een ander erbij te regelen ‘als goedmakertje’.34

Op 31 januari 2016 wordt de auto, die inmiddels is voorzien van valse kentekenplaten (met kenteken [kenteken] )35 aangetroffen, inbeslaggenomen en onderzocht.36 Dit is ook gezien door het zusje van [naam medeverdachte 2] , die hem daarover belt, waarna hij op zijn beurt verdachte hierover inlicht.37

De rechtbank is van oordeel dat de handelingen van verdachte geen medeplichtigheid aan diefstal (zoals onder 3. primair ten laste gelegd) inhouden. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

Verdachte is verantwoordelijk geweest voor de (door)verkoop van de gestolen auto. Daarbij heeft verdachte, gezien zijn specifieke rol en (de inhoud van) zijn telefonische contacten, als heer en meester over de desbetreffende auto beschikt. De rechtbank is dan ook van oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan opzetheling. Het onder 3. subsidiair ten laste gelegde is in zoverre wettig en overtuigend bewezen.

3.3.4

Ten aanzien van het onder 4. ten laste gelegde (ZD 13)

Op 28 januari 2016 spreekt [naam medeverdachte 1] met [naam 2] af dat hij over een kwartier ‘één klepje’ mee moet nemen.38 Om 23:01 uur wordt verdachte gebeld door [naam medeverdachte 2] . In dit telefoongesprek zegt verdachte tegen [naam medeverdachte 2] dat ze vanavond gaan ‘chillen’ met verdachte. Ook zegt verdachte tegen [naam medeverdachte 2] in – kennelijk – versluierd taalgebruik dat hij goed moet opletten of de ‘chick’ die hij gaat meenemen ‘Samira’ of ‘Andrea’ heet: “Je weet wat ik bedoel.”39 Gelet op de inhoud van eerdere tapgesprekken40, en bij gebreke van een andersluidende verklaring van verdachte over de duiding van dit gesprek, gaat de rechtbank er vanuit dat het hier gaat om de auto die meegenomen ging worden en dat er gevraagd werd of het een schakelbak (‘Samira’ of ‘S’) dan wel een automaat (‘Andrea’ of ‘A’) betrof.

Uit een observatie blijkt dat [naam medeverdachte 1] diezelfde avond met een onbekend persoon naar de latere plaats delict rijdt, waarna hij afspreekt met [naam medeverdachte 2] .41 Vervolgens rijdt de Passat naar de woning van [naam medeverdachte 2] , waarna deze doorrijdt naar de plaats delict. Hier wordt gezien dat [naam medeverdachte 1] als bestuurder in een Volkswagen Tiguan met kenteken [kenteken] stapt, waarna deze Tiguan door een onbekend persoon wordt weggenomen.42

De volgende ochtend belt verdachte met [naam medeverdachte 2] en [naam medeverdachte 3] , waarbij, wederom in kennelijk versluierd taalgebruik, wordt gesproken over de specificaties van de auto en wat deze zou moeten opleveren.43 Op 30 januari 2016 verplaatst de auto zich naar een garagebox aan de [adres] te Lijnden, waarbij de telefoon van [naam medeverdachte 3] meebeweegt.44 Op 2 februari 2016, om 16:50 uur rijdt de auto, die inmiddels is voorzien van valse kentekenplaten [kenteken]45, naar Helmond.46 Vervolgens rijdt de auto om 20:51 uur richting België, waar de auto door de Belgische autoriteiten is onderschept en [naam medeverdachte 4] als bestuurder van de auto is aangehouden.47 Op 4 februari 2016 wordt verdachte door [naam medeverdachte 3] gebeld met de boodschap dat [naam medeverdachte 1] wordt achtervolgd door “die blauwe” (…) “Hij is naar België gegaan weet je “ze” zijn van alle kanten gekomen”.48

Uit onderzoek is niet alleen gebleken dat de auto waarin [naam medeverdachte 4] is aangehouden daadwerkelijk de weggenomen Volkswagen Tiguan met kenteken [kenteken] betreft, maar ook dat vijf (in plaats van twee) sleutels zijn geregistreerd om de auto te starten, dat de communicatie met het instrumentenpaneel en de startblokkering onderbroken is geweest, dat de kilometerstand is gemanipuleerd en dat de auto is voorzien van een vals Voertuig Identificatie Nummer (hierna: VIN).49

Dit valse VIN blijkt te horen bij een Volkswagen Tiguan met kenteken [kenteken] , die niet is gestolen. Deze auto is in onderhoud bij [naam bedrijf] Amsterdam Zuidoost, waar [naam medeverdachte 3] destijds werkzaam was.50

De rechtbank is van oordeel dat de handelingen van verdachte geen medeplichtigheid aan diefstal (zoals onder 4. primair ten laste gelegd) inhouden. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

Verdachte heeft zich, zowel voor als na de diefstal, actief bemoeid met de keuze van de stelen auto en is verantwoordelijk geweest voor de (door)verkoop daarvan. Klaarblijkelijk werd de auto op bestelling gestolen, nu moest worden opgelet of de auto een handgeschakelde of automatische versnellingsbak had. Verdachte heeft hierbij, gezien zijn specifieke rol en (de inhoud van) zijn telefonische contacten, als heer en meester over de desbetreffende auto beschikt. De rechtbank is dan ook van oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan opzetheling. Het onder 4. subsidiair ten laste gelegde is in zoverre wettig en overtuigend bewezen.

3.3.5

Ten aanzien van het onder 5. ten laste gelegde (ZD 18)

Aan verdachte is ten laste gelegd dat hij heeft deelgenomen aan een criminele organisatie.

De rechtbank zal moeten vaststellen of bewezen kan worden dat sprake was van een organisatie als bedoeld in artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht. Hiervoor is vereist dat wordt vastgesteld dat twee of meer personen een samenwerkingsverband hadden, met een zekere duurzaamheid en structuur, welk samenwerkingsverband het oogmerk had bepaalde misdrijven te plegen.

Daarnaast zal de rechtbank de vraag moeten beantwoorden of bewezen kan worden dat verdachte heeft deelgenomen aan deze organisatie. Daartoe moet worden beoordeeld of hij zich ervan bewust is geweest dat hij met ten minste één ander persoon structureel, overeenkomstig een wederzijds bestaande verwachting, samenwerkte en of hij op de hoogte was van het oogmerk van de organisatie om de in de tenlastelegging bedoelde misdrijven te plegen. Daarbij merkt de rechtbank op, dat niet vereist is dat verdachte zelf op een of andere manier heeft deelgenomen aan de misdrijven die door de organisatie werden gepleegd. Ook wanneer dit niet het geval is, kan er sprake zijn van deelneming door het verrichten van ondersteunende gedragingen die verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie.

3.3.5.1 Ten aanzien van het duurzame en gestructureerde samenwerkingsverband

Uit de hiervoor bewezen geachte feiten en de overige inhoud van het dossier blijkt naar het oordeel van de rechtbank van een organisatie met de volgende werkwijze.

Opdracht

In sommige gevallen wordt eerst opdracht gegeven om één specifieke auto, of een bepaald merk en type auto te stelen.51 Soms moet het voertuig bepaalde opties of een bepaalde kleur hebben.52 Bovendien is uit het dossier meer dan eens gebleken dat een reeds gestolen auto voor de koper niet voldeed, waarna alsnog een andere, betere auto werd gestolen, om aan de wens van de koper te kunnen voldoen.53

Zoekslag en voorverkenning

Nadat de opdracht is ontvangen, voert de groep een zoekslag uit, hetgeen onder meer blijkt uit een gesprek tussen verdachte en [naam medeverdachte 1] , waarbij verdachte kennelijk een auto heeft gevonden.54 Vervolgens vindt in meerdere gevallen een voorverkenning plaats, vermoedelijk om het portierslot van het voertuig uit te lezen. Zo rijdt [naam medeverdachte 1] met de Passat regelmatig voorafgaand aan de diefstal een of meerdere keren naar de locatie waar later de desbetreffende auto wordt weggenomen.55

Vervaardigen valse sleutels

Na de voorverkenning(en) wordt een valse sleutel vervaardigd waarmee het voertuig uiteindelijk kan worden weggenomen. Hiertoe maakt de groep gebruik van de diensten van S.R. [naam 1] en [naam 2] . Zo hebben [naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 5] om chips/transponders gevraagd bij [naam 1] .56 Bovendien heeft [naam medeverdachte 1] aan [naam 1] op 28 november 2015 gevraagd of hij ‘klapjes’ heeft.57 Hiermee worden waarschijnlijk blanco klapsleutels bedoeld waarin de slotcode kan worden aangebracht en waar een transponder in kan worden geplaatst. Ook [naam 2] heeft op 20 januari 2016 desgevraagd een ‘klepje’ meegenomen voor verdachte.58 Vervolgens worden de sleutels door verdachte vervaardigd59. Ook zijn sleutels direct op de plaats delict vervaardigd door [naam medeverdachte 1] , waarna de auto direct kon worden weggenomen.60 Ten slotte zijn bij een doorzoeking in de [adres] acht knipsleutels aangetroffen61 en zijn in een kelderbox in gebruik bij [naam medeverdachte 1] een blanco sleutel en een OBD-stekker aangetroffen.62 [naam medeverdachte 1] heeft tot slot in een afgeluisterd gesprek gezegd dat hij sleutels kan kopiëren, inknippen en ‘alles’ kan doen.

Diefstal van de auto

Nadat [naam medeverdachte 1] de benodigde sleutel voor de weg te nemen auto heeft vervaardigd, laat hij het feitelijke wegnemen vaak over aan iemand anders. Er is vastgesteld dat [naam medeverdachte 1] tijdens de diefstallen veelvuldig gebruik maakte van een Volkswagen Passat met kenteken [kenteken] , door hem in een gesprek met een onbekende vrouw betiteld als ‘de werkauto’63. Deze Passat was door de politie voorzien van een baken en opnameapparatuur.64 Uit de bakengegevens van de Passat blijkt dat deze na de diefstal terugkeerde naar de woning van [naam medeverdachte 1] aan de [adres] .65 De gestolen auto werd telkens kennelijk door iemand anders weggereden. Dit betrof enkele keren [naam medeverdachte 2] die blijkens tap- en OVC-gesprekken met [naam medeverdachte 1] meeging.66

Uit de zendmastgegevens van de telefoon van [naam medeverdachte 1] blijkt voorts dat hij zijn telefoon thuis achterlaat of uitschakelt als hij op pad gaat om een auto te stelen. Zo heeft hij in een OVC-gesprek gezegd dat hij zijn telefoon uitzet, omdat ze hem ‘masten’.67

Omkatten en koudzetten van de auto

Nadat het voertuig is weggenomen wordt het voorzien van valse kentekenplaten om de identiteit van de gestolen auto te verhullen. Gedurende het onderzoek zijn diverse valse kentekenplaten aangetroffen, onder meer tijdens doorzoekingen van garageboxen en op diverse gestolen auto’s.68 Vervolgens wordt het voertuig ergens ‘koudgezet’. Tijdens de onderzoeksperiode is dit een aantal keren gewoon op straat geweest, maar ook een aantal keren ergens binnen in een loods of opslagplaats.69 Voorafgaand of na de diefstal van de auto wordt er een tweede auto gezocht, die zo veel mogelijk lijkt op de te stelen auto. Deze tweede auto kan worden geselecteerd met behulp van computersystemen, waarover in elk geval [naam medeverdachte 3] door zijn werk bij [naam bedrijf] de beschikking had.70 [naam bedrijf] is leverancier van merken van de VA-groep (Volkswagen-Audigroep), waartoe alle gestolen auto’s behoren. Via de computersystemen (genaamd ETKA en ELSA PRO) van dit bedrijf kan informatie worden opgevraagd over welke onderdelen bij welk type auto horen, maar ook kan een ‘blauwdruk’ van de auto worden opgevraagd met de opties en de uitvoering van de auto in kwestie.71 Niet alleen zijn in de woning en werkplaats van [naam medeverdachte 3] zogenaamde ETKA-formulieren aangetroffen, tevens blijkt uit een tapgesprek tussen verdachte en [naam medeverdachte 3] dat laatstgenoemde een bepaalde oranje auto nergens op de wereld kan vinden.72

Om een auto geheel om te katten en vervolgens te exporteren, zijn zogenaamde exportbewijzen nodig. Dergelijke blanco exportbewijzen zijn aangetroffen bij de doorzoeking in de woning van [naam medeverdachte 1]73 en zijn waarschijnlijk bedrukt met behulp van een typemachine. Een typmachine met daarin een gebruikt schrijfmachinetypelint, is aangetroffen in de woning van verdachte.74 Op dit schrijfmachinetypelint staan gegevens van meerdere in Nederland gestolen voertuigen die na de diefstal naar Marokko zijn geëxporteerd. Ook staan er twaalf VIN’s op het schrijfmachinetypelint, die zijn gekoppeld aan een voertuig zowel in Nederland als in Frankrijk.75

Verkoop van de auto

Nadat de auto is koudgezet, waarbij in ieder geval enig toezicht op deze auto wordt gehouden76, kan de beoogde koper komen kijken of de auto voldoet.77 Vervolgens vindt de overhandiging van de sleutels en het geld plaats, waarna het voertuig buiten de invloedssfeer van de organisatie raakt. Voornamelijk verdachte en [naam medeverdachte 3] lijken contact te hebben gehad met (mogelijke) kopers78, maar ook [naam medeverdachte 1] heeft via PGP-gesprekken contact over het al dan niet verkopen van een auto.79

Telecommunicatie

De rechtbank stelt vast dat verdachte ten aanzien van voornoemde bewezen geachte feiten veelvuldig telefonisch contact heeft onderhouden met [naam medeverdachte 5] en [naam medeverdachte 1] . Het is bovendien opvallend dat in deze telefonische contacten een piek kan worden waargenomen op momenten dat enkele autodiefstallen zijn gepleegd. In de periode van 18 tot en met 29 januari 2016 zijn maar liefst vijf auto’s weggenomen80, terwijl gedurende deze periode meerdere pieken in het onderlinge belgedrag van voornoemde verdachten waarneembaar is.81

Verdachte en zijn medeverdachten hebben hun telefoongebruik op zodanige wijze afgeschermd dat het niet anders kan dan dat dit is gebeurd om meeluisteren door anderen onmogelijk of zo moeilijk mogelijk te maken. Dit gebeurt bijvoorbeeld door per persoon meerdere mobiele telefoonnummers in gebruik te hebben, waardoor het afluisteren en in kaart brengen van een organisatie door opsporingsinstanties wordt bemoeilijkt. Door [naam medeverdachte 1] wordt, gedurende (de voorbereiding van) de diefstal van een auto bewust de telefoon uitgezet, of niet meegenomen.82 Ook wordt gebruik gemaakt van diensten als WhatsApp, welke communicatie pas kan worden onderschept als opsporingsinstanties het toestel zelf in handen krijgen83, alsmede van PGP-telefoons, die pas na onderzoek door het NFI kunnen worden uitgelezen.84

Bovendien wordt gebruik gemaakt van versluierde termen en bijnamen in de communicatie om identificatie en crimineel handelen te verbergen en de opsporing te bemoeilijken. Tussen de verdachten onderling is geen sprake van misverstanden tijdens de gesprekken, wat duidt op gedeelde kennis over wat er wordt bedoeld en op een structuur in de organisatie die is ontworpen om telefoongebruik af te schermen van opsporingsinstanties.85 Daarnaast geeft het ook aan dat de organisatie opereert als eenheid. Een persoon die niet op de hoogte is van het taalgebruik of bijnamen van personen of de verzonden code niet kan ontcijferen, kan immers geen deel uitmaken van de organisatie.

Conclusie ten aanzien van de criminele organisatie en de deelname van verdachte

De rechtbank komt tot het oordeel dat sprake is geweest van een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband tussen [naam medeverdachte 1] , [naam medeverdachte 5] en verdachte. De rechtbank baseert dit oordeel niet alleen op de overigens bewezen geachte feiten maar ook op de mate waarin en wijze waarop deze verdachten hebben samengewerkt. Hierbij heeft de aard, intensiteit en (versluierde) inhoud van de onderlinge telecommunicatie een aanzienlijke rol gespeeld. Dit houdt in dat de rechtbank het bestaan van een organisatie bewezen acht.

De organisatie had als hoofddoel de verkoop van gestolen auto’s, oftewel financieel gewin. Om dit doel te bereiken zijn door deelnemers van de organisatie niet alleen voertuigen gestolen, maar ook werden de documenten en kentekenplaten van deze voertuigen vervalst en zijn er auto’s omgekat. De nevendoelen van de organisatie betreffen derhalve de misdrijven (gekwalificeerde) diefstal, opzetheling en valsheid in geschrifte. De rechtbank acht dan ook het oogmerk van de organisatie tot het plegen van (voornoemde) misdrijven bewezen.

De rechtbank is voorts van oordeel dat verdachte welbewust aan deze criminele organisatie heeft deelgenomen. Hij heeft, gelet op de inhoud van het dossier en de modus operandi, zowel gedurende de voorbereiding op het stelen van auto’s, als ten tijde van het omkatten en de verkoop van deze auto’s een sturende en (mee)beslissende rol gespeeld. Zo onderhield hij contact met [naam medeverdachte 2] , die gestolen auto’s bestuurde naar de ‘koudzetlocatie’, en [naam medeverdachte 3] , die toegang had tot cruciale voertuiginformatie die nodig was voor het omkatten van auto’s. Ook heeft hij meermaals doorgegeven wat voor auto hij nodig had en was hij een beslissende schakel naar potentiële kopers. Bovendien is in de woning van verdachte een schrijfmachinelint aangetroffen dat kennelijk is gebruikt bij het opmaken van valse autopapieren en om deze vervolgens te kunnen verkopen of exporteren.

Dat dit alles zich gedurende een betrekkelijk korte periode heeft voorgedaan is geen reden zijn het bestaan van de organisatie of de deelname van verdachte hieraan niet bewezen te achten. Dit geldt ook voor de stelling van de verdediging dat verdachte niets aan zijn deelname zou hebben verdiend, nu dit – wat daarvan overigens ook zij – niet redengevend is voor het bestaan van een criminele organisatie. De rechtbank volgt dan ook niet het standpunt dat verdachte geen essentiële rol zou hebben gespeeld in de organisatie, omdat hij zonder meer kon besluiten te stoppen, Immers, niet lang nadat verdachte zou hebben besloten te stoppen, is de organisatie met betrekking tot de diefstal van en handel in gestolen auto’s in feite beëindigd. Zo gaat [naam medeverdachte 1] zich vanaf februari 2017 meer met andere zaken bezighouden en vindt vanuit de organisatie hierna nog maar één autodiefstal plaats, in mei 2016, terwijl in januari 2016 nog meerdere auto’s werden weggenomen.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank bewezen dat verdachte zich, samen met zijn medeverdachten [naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 5] , schuldig heeft gemaakt aan de deelname aan een criminele organisatie met als oogmerk diefstal, opzetheling en valsheid in geschrift. Het onder 5. ten laste gelegde is in zoverre wettig en overtuigend bewezen.

4 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4. vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

Ten aanzien van het onder 1. subsidiair ten laste gelegde:

in de periode van 18 januari 2016 tot en met 19 januari 2016 te Amsterdam, een personenauto (merk: Volkswagen Polo, kenteken [kenteken] , kleur zwart) voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van die auto wist dat het een door diefstal verkregen goed betrof;

Ten aanzien van het onder 2. ten laste gelegde:

op 22 januari 2016 te Amsterdam een personenauto (merk: Volkswagen Tiguan, kenteken [kenteken] , kleur wit) voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van die auto wist dat het een door diefstal verkregen goed betrof;

Ten aanzien van het onder 3. subsidiair ten laste gelegde:

in de periode van 27 januari 2016 tot en met 31 januari 2016 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met een ander een personenauto (merk: Volkswagen Tiguan, kenteken [kenteken] , kleur beige) voorhanden heeft gehad, terwijl hij en zijn mededader ten tijde van het voorhanden krijgen van die auto wisten, dat het een door diefstal verkregen goed betrof;

Ten aanzien van het onder 4. subsidiair ten laste gelegde:

in de periode van 29 januari 2016 tot en met 2 februari 2016 te Amsterdam en Lijnden en Helmond, tezamen en in vereniging met een ander, een personenauto (merk: Volkswagen Tiguan, kenteken [kenteken] , kleur grijs) voorhanden heeft gehad, terwijl hij en zijn mededader ten tijde van het voorhanden krijgen van die auto wisten dat het een door diefstal verkregen goed betrof;

Ten aanzien van het onder 5. ten laste gelegde:

in de periode van 1 augustus 2015 tot en met 7 juni 2016 in Nederland heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit hem, verdachte en andere personen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten:

  • -

    gekwalificeerde diefstal (artikel 311 Wetboek van Strafrecht) en

  • -

    opzetheling (artikel 416 Wetboek van Strafrecht) en

  • -

    valsheid in geschrift (artikel 225 lid 2 Wetboek van Strafrecht);

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

5 De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

6 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7 Motivering van de straffen en maatregelen

7.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door hem onder 1. primair dan wel subsidiair, 2., 3. subsidiair, 4. subsidiair en 5. bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren, en een taakstraf van 240 uren, met bevel, voor het geval dat verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 120 dagen.

Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat het inbeslaggenomen goed zal worden onttrokken aan het verkeer.

7.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht rekening te houden met het feit dat verdachte heeft gebroken met zijn familie en is verhuisd om ergens anders een nieuw bestaan, zonder criminaliteit, op te bouwen met zijn vrouw en pasgeboren kind. Verdachte volgt een opleiding en hij heeft zijn leven gebeterd en hij wil dit hoofdstuk graag afsluiten. De verdediging verzoekt de rechtbank aan verdachte geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen.

7.3.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft acht geslagen op het uittreksel Justitiële Documentatie (het strafblad) van verdachte van 13 oktober 2017. Hieruit blijkt dat verdachte op 9 november 2016 tot een (gedeeltelijk voorwaardelijke) geldboete is veroordeeld voor schuldheling. De rechtbank houdt rekening met het feit dat verdachte, na het plegen van de bewezenverklaarde feiten, door de strafrechter is veroordeeld.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een straf het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft gedurende ongeveer één maand deelgenomen aan een criminele organisatie die zich bezig hield met het stelen van auto’s, waarna deze werden omgekat en verkocht. De organisatie ging hierbij geraffineerd en goed georganiseerd te werk. Zo werden auto’s, al dan niet op bestelling, gestolen door middel van valse autosleutels. Verdachte, neef van de andere deelnemers aan de organisatie, had daarin een (mee)beslissende en sturende rol. Hij was in de korte periode bij maar liefst vier autodiefstallen betrokken en heeft zowel in de voorbereiding, als bij het omkatten en verkopen van de gestolen auto’s een belangrijke rol gespeeld.

Verdachte heeft met zijn handelen niet alleen de eigenaars van de auto’s gedupeerd, ook heeft hij de maatschappij veel overlast bezorgd. Doordat de gestolen auto na de diefstal is omgekat, is deze auto niet meer herkenbaar als de oorspronkelijk gestolen auto. De auto wordt dan ook aan het zicht van de opsporingsinstanties onttrokken en de eigenaar is zijn bezit voorgoed kwijt. Niet alleen de eigenaars van de auto’s, maar ook de verzekeraars, die de opgelopen schade aan de eigenaars uitkeren, zijn hierdoor gedupeerd. De rechtbank acht dit gedrag zeer kwalijk en strafwaardig, nog daargelaten dat de ervaring leert dat dergelijke gestolen en omgekatte auto’s vaak worden ingezet bij andere vormen van criminaliteit.

Gelet op de relatief korte periode waarin verdachte een rol heeft gespeeld in de organisatie ziet de rechtbank geen aanleiding om verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. De rechtbank houdt hierbij nadrukkelijk rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en het feit dat hij er uitdrukkelijk voor lijkt te hebben gekozen te breken met criminaliteit, zelfs wanneer dit een breuk met zijn familie meebrengt.

Niet alleen heeft hij verklaard een nieuwe start te willen maken, hij heeft ook de daad bij het woord gevoegd door te verhuizen, werk te zoeken en een opleiding te volgen. De officier van justitie heeft in zijn strafeis al rekening gehouden met deze opstelling van verdachte. De rechtbank zal, gelet op alle hiervoor genoemde omstandigheden, dat ook doen en aansluiting zoeken bij wat de officier van justitie heeft gevorderd, met dien verstande dat een voorwaardelijke straf van kortere duur zal worden opgelegd.

De rechtbank zal gelet op het voorgaande een onvoorwaardelijke taakstraf van maximale duur opleggen. Om ervoor te zorgen dat verdachte de komende periode niet zal vervallen in strafbaar gedrag zal de rechtbank een voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen voor de duur van zes maanden met een proeftijd van twee jaar.

Beslag

Onder verdachte is het volgende goed in beslag genomen:

2. 1.00 STK Lint

SCHRIJFMACHINE lint

BLOE154-l.-01.001 schrijfmachine lint

Verbeurdverklaring

Het inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerp, dat aan verdachte toebehoort, dient te worden verbeurdverklaard en is daarvoor vatbaar, aangezien dat voorwerp tot het begaan van het bewezen geachte is bestemd.

8 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 33, 33a, 47, 57, 63, 140 en 416 van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

9 Beslissing

Verklaart het onder 1. primair, 3. primair en 4. primair ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte het onder 1. subsidiair, 2, 3. subsidiair, 4. subsidiair en 5. ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Ten aanzien van het onder 1. subsidiair, 2., 3. subsidiair en 4. subsidiair bewezen verklaarde:

Medeplegen van opzetheling, meermalen gepleegd;

Ten aanzien van het onder 5. bewezen verklaarde:

Het deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 6 (zes) maanden.

Beveelt dat deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast.

Stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt.

Veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid, van 240 (tweehonderdveertig) uren, met aftrek, naar de maatstaf van twee uren per dag, van de tijd die verdachte in verzekering heeft doorgebracht. Indien verdachte deze taakstraf niet naar behoren verricht, zal vervangende hechtenis worden toegepast van 120 (honderdtwintig) dagen.

Verklaart verbeurd:

2. 1.00 STK Lint

SCHRIJFMACHINE lint

BLOE154-l.-01.001 schrijfmachine lint

Dit vonnis is gewezen door

mr. B. Vogel, voorzitter,

mrs. S.P. Pompe en A.K. Glerum, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. J.B.P. Terwindt, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 20 december 2017.

Bijlage

Tenlastelegging [verdachte]

Aan verdachte is ten laste gelegd dat

1.

ZD07

[naam medeverdachte 1] in of omstreeks de periode van 18 januari 2016 tot en met 19 januari 2016 te Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto (merk: Volkswagen Polo, kenteken [kenteken] , kleur zwart), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan een ander of anderen dan die [naam medeverdachte 1] en/of zijn mededader(s), waarbij die [naam medeverdachte 1] en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen personenauto onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of valse sleutels, tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 18 januari 2016 tot en met 19 januari 2016 te Amsterdam, althans in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door aan die [naam medeverdachte 1] mede te delen dat een hem, verdachte, bekende persoon geïnteresseerd was in een personenauto van een bepaald(e) merk, type en/of uitvoering en/of dat deze persoon voornemens was deze personenauto te kopen;

Subsidiair:

hij in of omstreeks de periode van 18 januari 2016 tot en met 19 januari 2016 te Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een personenauto (merk: Volkswagen Polo, kenteken [kenteken] , kleur zwart) heeft verworven en/of overgedragen en/of voorhanden gehad, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven en/of het voorhanden krijgen van die auto wist(en), dat het een door diefstal, in elk geval een door misdrijf verkregen goed betrof;

2.

ZD08

hij op of omstreeks 22 januari 2016 te Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een personenauto (merk: Volkswagen Tiguan, kenteken [kenteken] , kleur wit) heeft verworven en/of overgedragen en/of voorhanden gehad, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven en/of het voorhanden krijgen van die auto wist(en), dat het een door diefstal, in elk geval een door misdrijf verkregen goed betrof

3.

ZD11

[naam medeverdachte 1] in of omstreeks de periode van 27 januari 2016 tot en met 28 januari 2016 te Haarlem, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto(merk: Volkswagen Tiguan, kenteken [kenteken] , kleur beige), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan een ander of anderen dan die [naam medeverdachte 1] en/of zijn mededader(s), waarbij die [naam medeverdachte 1] en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen personenauto onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of valse sleutels, tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 26 januari 2016 tot en met 28 januari 2016 te Amsterdam, althans in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door aan die [naam medeverdachte 1] te bevestigen dat "2 grote" (lees 2 grote personenauto's) nog beter was en/of door contact op te nemen met een onbekend gebleven mededader van die [naam medeverdachte 1] en die [naam medeverdachte 1] vervolgens mede te delen waar hij deze persoon moest ophalen;

Subsidiair:

hij in of omstreeks de periode van 27 januari 2016 tot en met 31 januari 2016 te Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een personenauto (merk: Volkswagen Tiguan, kenteken [kenteken] , kleur beige) heeft verworven en/of overgedragen en/of voorhanden gehad, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven en/of het voorhanden krijgen van die auto wist(en), dat het een door diefstal, in elk geval een door misdrijf verkregen goed betrof

4.

ZD13

[naam medeverdachte 2] en/of [naam medeverdachte 1] op of omstreeks de periode van 28 januari 2016 tot en met 29 januari 2016 te Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft/hebben weggenomen een personenauto (merk: Volkswagen Tiguan, kenteken [kenteken] , kleur grijs), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan een ander of anderen dan die [naam medeverdachte 2] en/of [naam medeverdachte 1] en/of diens mededader(s), waarbij die [naam medeverdachte 2] en/of [naam medeverdachte 1] en/of diens mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/ hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of valse sleutels, tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 28 januari 2016 te Amsterdam, althans in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door aan de [naam medeverdachte 2] door te geven dat die [naam medeverdachte 2] die avond zou gaan "chillen" met [naam medeverdachte 1] en/of dat ze een "chick" (auto) zouden gaan meenemen en/of dat die [naam medeverdachte 2] moest checken of "ze Samira heet of Andrea" (schakelbak of automaat);

Subsidiair:

hij in of omstreeks de periode van 29 januari 2016 tot en met 2 februari 2016 te Amsterdam en/of Lijnden en/of Helmond, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een personenauto (merk: Volkswagen Tiguan, kenteken [kenteken] , kleur grijs) heeft verworven en/of overgedragen en/of voorhanden gehad, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven en/of het voorhanden krijgen van die auto wist(en), dat het een door diefstal, in elk geval een door misdrijf verkregen goed betrof

5.

ZD18

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 augustus 2015 tot en met 31 januari 2016 te Amsterdam en/of Haarlem en/of Lijnden en/of Helmond en/of Drunen, althans in Nederland en/of België heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit hem, verdachte en/of één of meer andere personen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten:

  • -

    gekwalificeerde diefstal (artikel 311 Wetboek van Strafrecht) en/of

  • -

    opzetheling (artikel 416 Wetboek van Strafrecht) en/of

  • -

    valsheid in geschrift (artikel 225 lid 2 Wetboek van Strafrecht) en/of

1 ZD 02, p. 15-20

2 ZD 04, p. 20

3 ZD02, p.15 en AD BSG, p. 234-235

4 ZD 1, ZD 7, ZD 8, ZD 10, ZD 11, ZD 13 en ZD 17

5 ZD 2, ZD 8, ZD 10, ZD 11, ZD 13, ZD 17, ZD 18

6 ZD 1, ZD 7, ZD 8, ZD 10, ZD 13,

7 ZD 1, ZD 11, ZD 13, ZD 20, ZD 21

8 ZD 4, ZD 5, ZD 11, ZD 13, ZD 15, ZD 17, ZD 21

9 ZD 13, ZD 15, ZD 21

10 ZD 7, ZD 8, ZD 11, ZD 21

11 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de in dit vonnis vermelde voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

12 ZD 07, p. 1-4

13 Bakengegevens [kenteken] (kolom 530-531; 1023-1034; 1099-1183)

14 AD TECHN, p. 23-27

15 ZD 07, p. 13-22

16 ZD 07, p. 23-28

17 ZD 08, p. 7

18 Bakengegevens [kenteken] (kolom 1269-1270)

19 ZD 08, p. 23-25 en bakengegevens [kenteken] (kolom 1459-1473)

20 ZD 08, p. 30-32

21 ZD 08, p. 1-4 en bakengegevens [kenteken] (kolom 1693-1695)

22 Bakengegevens [kenteken] (kolom 1806)

23 ZD 08, p. 33

24 ZD 08, p. 19-20

25 ZD 08, p. 35-36

26 ZD 11, p. 16

27 ZD 11, p. 17-18

28 Bakengegevens [kenteken] (kolom 3873-3897)

29 ZD 11, p. 1-3

30 ZD 11, p. 19-20

31 ZD 11, p. 21

32 ZD 11, p. 22

33 ZD 11, p. 26-39

34 ZD 11, p. 40-41

35 ZD 11, p. 58-59

36 ZD 11, p. 50

37 ZD 11, p. 52-54

38 Bijlage bij proces-verbaal van voorgeleiding van [naam medeverdachte 1] van 9 juni 2016, p. 57.

39 ZD 13, p. 13

40 vgl. ZD 13 p. 11

41 ZD 13, p. 14

42 ZD 13, p. 15-21 en ZD 13, p. 1-4

43 ZD 13, p. 23-26

44 ZD 13, p. 27-28 en 33-35

45 ZD 13, p. 105-107

46 ZD 13, p. 36-42

47 ZD 13, p. 115-124

48 ZD 13, p. 43

49 ZD 13, p. 86 en 53-78

50 ZD 13, p. 85

51 ZD 18, p. 11-15 en 29-44

52 ZD 18, p. 22-24

53 ZD 7, ZD 8, ZD 11 en ZD 13

54 ZD 18, p. 25-26, zie ook ZD 08

55 ZD 7, ZD 8, ZD 10, ZD 11, ZD 13 en ZD 17

56 Te weten ten aanzien van ZD 10 en/of 11 en ten aanzien van ZD 17

57 ZD 18, p. 73-74

58 Bijlage bij proces-verbaal van voorgeleiding van [naam medeverdachte 1] van 9 juni 2016, p. 57.

59 ZD 18 p. 11-15

60 ZD 17

61 ZD 18, p. 76-81

62 ZD 04, p. 20

63 ZD 24, p. 52

64 AD TECHN, p. 23-27 en BOBZEKHF88 p. 62-68, 76-93, 94-108, 109-142

65 ZD 07, ZD 08, ZD 10, ZD 11, ZD 13 en ZD 17

66 Te weten ten aanzien van ZD 8 en ZD 13.

67 ZD 18, p. 13

68 ZD 4, ZD 5, ZD 11, ZD 13 en ZD 17

69 ZD 1, ZD 11, ZD 13 en ZD 17

70 ZD 08

71 ZD 18, p. 84-88

72 ZD 18, p. 22-24

73 ZD 18, p. 98-104

74 AD BSG, p. 477-478

75 ZD 18, p. 91-97

76 ZD 18, p. 105 en 106

77 ZD 07, ZD 09, ZD 10 en ZD 11

78 ZD 18, p. 107-109

79 ZD 18, p. 38-39

80 ZD 07, ZD 08, ZD 10, ZD 11 en ZD 13

81 ZD 18, resumé, p. 27-29

82 ZD 13 en ZD 18, p. 127

83 ZD 18, p. 128-130

84 ZD 18, 234-265

85 ZD 18, p. 27-28; ZD 02, p. 6; ZD 13, p. 13