Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2017:9453

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
19-12-2017
Datum publicatie
04-01-2018
Zaaknummer
13/741191-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

diefstal fiets

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/741191-17 (Promis)

Datum uitspraak: 19 december 2017

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres

[GBA] ,

gedetineerd in het [P.I.] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

5 december 2017.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. P.C. Velleman en van wat verdachte en zijn raadsvrouw mr. L.M.E. Kleczewski naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat,

1.

hij op of omstreeks 9 augustus 2017 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een fiets, geheel of ten dele toebehorende aan een of meer tot op heden onbekend gebleven perso(o)n(en), in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, waarbij hij, verdachte, die weg te nemen fiets onder zijn bereik heeft gebracht door braak op en/of verbreking van een of meer slot(en) op of aan voornoemde fiets;

2.

hij op of omstreeks 15 juli 2017 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een fiets, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangeefster] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.

3 Waardering van het bewijs

3.1.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat het onder 1 ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen. Hij heeft hiertoe aangevoerd dat verdachte op geen enkele wijze aannemelijk heeft gemaakt dat het zijn fiets was. De politie heeft verdachte zien rommelen bij de fiets, bij het sleutelgat van de fiets blijken verse beschadigingen te zitten en verdachte heeft een schroevendraaier bij zich.

Volgens de officier van justitie kan ook het onder 2 ten laste gelegde wettig en overtuigend worden bewezen.

3.2.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw van verdachte heeft algehele vrijspraak bepleit.

Zij heeft ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde primair aangevoerd dat er geen wettig bewijs is voor de diefstal, nu niemand de diefstal heeft gezien. Daarbij stelt de raadsvrouw zich op het standpunt dat de beschadigde schroevendraaier niet kan worden aangemerkt als ondersteunend bewijs, omdat een schroevendraaier een gebruiksvoorwerp betreft. Subsidiair heeft de raadsvrouw ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde aangevoerd dat er geen overtuigend bewijs is voor de diefstal.

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde heeft de raadsvrouw aangevoerd dat er geen overtuigend bewijs is voor de diefstal, omdat de fotoconfrontatie onbetrouwbaar is. De raadsvrouw verwijst hierbij naar het feit dat de fotoconfrontatie pas op 22 november 2017 heeft plaatsgevonden, terwijl de tenlastegelegde diefstal is gepleegd op 15 juli 2017, en dat bij de fotoconfrontatie maar één foto is getoond.

3.3.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan beide diefstallen. Zij overweegt daartoe als volgt.

Bewijsoverweging ten aanzien van feit 1

Anders dan de raadsvrouw, acht de rechtbank, gelet op de bevindingen van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] en het aantreffen van de schroevendraaier in de tas van verdachte, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de fiets heeft gestolen. Verbalisant [verbalisant 1] ziet verdachte iets uit een rugzak halen, zich bukken bij de fietsen, een handeling verrichten ter hoogte van het slot van de fietsen en vervolgens op de betreffende fiets wegfietsen. Verbalisant [verbalisant 2] ziet dat het hoefijzerslot van de fiets open staat, hij ziet verse beschadigingen bij het sleutelgat en hij ziet dat geen sleutel in het slot zit. De rechtbank heeft mede bij haar beoordeling betrokken dat er geen sleutel van de fiets bij verdachte is aangetroffen en dat hij wisselend heeft verklaard over van wie de fiets is. Verdachte heeft zijn verklaring ter terechtzitting dat het zijn fiets zou zijn op geen enkele wijze onderbouwd.

Bewijsoverweging ten aanzien van feit 2

Op 15 juli 2017 heeft aangeefster [aangeefster] rond 10:30 uur haar fiets aan de [straat] geparkeerd. Zij had de fiets door middel van een ringslot afgesloten. Als aangeefster even later terugkomt, ziet zij dat haar fiets is verdwenen. Getuige [getuige] meldt dat hij een man zag lopen met de Omafiets van zijn buurvrouw. De man tilde de fiets half op omdat het slot nog op het achterwiel zat. De getuige geeft een signalement van de dader. Tevens geeft hij aan dat hij de man naar het adres [straat] heeft zien lopen. Verbalisanten zien vervolgens een man, die voldoet aan het signalement, de deur van perceel [straat] openen en weer sluiten. In de achtertuin behorende bij voornoemd perceel treffen verbalisanten de fiets van aangeefster aan.

Gelet op het voornoemde en de ter terechtzitting afgelegde verklaring van verdachte dat hij degene is geweest die de deur van perceel [straat] open en dicht deed, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de fiets heeft gestolen.

4 Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder 1 en 2 ten laste gelegde op grond van de in de bijlage vervatte bewijsmiddelen bewezen, met dien verstande dat:

1. hij op 9 augustus 2017 te Amsterdam, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een fiets, toebehorende aan een tot op heden onbekend gebleven persoon, waarbij hij, verdachte, die weg te nemen fiets onder zijn bereik heeft gebracht door verbreking van een slot op voornoemde fiets;

2. hij op 15 juli 2017 te Amsterdam, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een fiets, toebehorende aan [aangeefster] .

5 De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

6 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7 De maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders

7.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (hierna: ISD-maatregel) zal worden opgelegd voor de duur van 2 jaren zonder aftrek van voorarrest.

7.2.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft bepleit dat aan verdachte geen ISD-maatregel moet worden opgelegd, omdat er andere mogelijkheden ter beschikking staan nu verdachte heeft verklaard bereid te zijn zich aan te stellen voorwaarden te houden. Indien de rechtbank toch tot oplegging van de ISD-maatregel komt, dan verzoekt de verdediging de duur daarvan te beperken tot maximaal één jaar, eventueel met tussentijdse toets. Ook wordt verzocht te bepalen dat aftrek van voorarrest plaatsvindt.

7.3.

Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank heeft kennisgenomen van het reclasseringsadvies van Inforsa van 23 oktober 2017, opgemaakt door P.M. van Doleweerd. Dit advies houdt onder meer in dat verdachte langdurig en frequent met justitie in aanmerking komt en dat bij verdachte sprake is van ernstige problematiek op meerdere leefgebieden. Verdachte valt binnen de aanpak top 600 van de gemeente Amsterdam. Hij is verslaafd aan cocaïne, heeft psychische problematiek en een lage zelfredzaamheid. De betrokken hulpverlening vanuit de top 600 geeft aan dat ambulante mogelijkheden, al dan niet in het kader van drang, herhaaldelijk zijn benut en volkomen zijn uitgeput. Verdachte frustreert ingevolge zijn problematiek telkens de uitgezette hulpverleningstrajecten en ondanks dat verdachte vanaf ongeveer zijn achtste levensjaar in beeld is bij de hulpverlening, is er sprake van een neerwaartse spiraal. Complexe gedragsproblematiek, verslavingsproblematiek en de effecten van jarenlang zelfdestructief gedrag zijn ongeneeslijk en niet in banen te leiden als er sprake is van een kader waaraan betrokkene zich kan onttrekken. Als verdachte niet in een hulpverleningstraject geplaatst wordt waaraan onttrekking onmogelijk is, wordt ingeschat dat recidive onvermijdelijk is. De reclassering adviseert oplegging van de ISD-maatregel. Hernieuwde maatschappelijke overlast als ook afglijden van de betrokkene worden hiermee zoveel mogelijk voorkomen.

De rechtbank volgt het advies van de rapporteur.

De rechtbank stelt vast dat voor de bewezen geachte feiten aan alle voorwaarden is voldaan die artikel 38m van het Wetboek van Strafrecht aan het opleggen van de ISD-maatregel stelt. Bewezen is verklaard dat verdachte misdrijven heeft begaan waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. Uit het uittreksel Justitiële Documentatie van 8 november 2017 blijkt dat verdachte in de vijf jaren voorafgaand aan de data waarop de bewezen verklaarde feiten zijn gepleegd, 15 juli 2017 en 9 augustus 2017, meer dan drie keer voor een misdrijf onherroepelijk is veroordeeld tot een vrijheidsbenemende straf. De in dit vonnis bewezen verklaarde feiten zijn begaan na tenuitvoerlegging van deze straffen. Uit de hiervoor genoemde rapportage blijkt dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte opnieuw een misdrijf zal begaan. Gezien de ernst en het aantal door verdachte begane soortgelijke feiten, eist de veiligheid van goederen het opleggen van deze maatregel. De rechtbank merkt hierbij op dat, hoewel verdachte in de laatste paar jaar relatief weinig overlast gevende feiten heeft begaan, hij toch strafbare feiten blijft plegen en in aanraking blijft komen met politie en justitie.

Verdachte heeft in het kader van drangtrajecten en in een vrijwillig kader in de afgelopen jaren veel begeleiding en vele hulpverleningstrajecten ondergaan, echter zonder het gewenste resultaat. Er bestaan grote zorgen over onder meer de gezondheid van verdachte vanwege zeer ernstig en risicovol middelengebruik. Verdachte lijkt niet in staat de ernst van de situatie waarin hij verkeert onder ogen te kunnen en willen zien. Hij is van mening dat hij is afgekickt maar miskent de lange periodes dat hij verslaafd was en dit probleem niet is opgelost na een relatief korte periode van abstinentie. De rechtbank ziet, gelet op de afwijzende houding van verdachte naar hulpverlening en de uitermate zorgelijke situatie waarin verdachte verkeert, geen andere mogelijkheid meer dan het opleggen van de ISD-maatregel zodat, binnen de structuur van de ISD-maatregel, getracht kan worden om de neerwaartse spiraal waarin verdachte verkeert, te doorbreken.

Uit het uittreksel Justitiële Documentatie van 8 november 2017 blijkt voorts dat ook aan de voorwaarden uit de toepasselijke richtlijn van het Openbaar Ministerie is voldaan. Verdachte is een zeer actieve veelpleger, die over een periode van vijf jaar voorafgaand aan het bewezen verklaarde feit meer dan tien processen-verbaal tegen zich zag opgemaakt, waarvan ten minste één in de laatste twaalf maanden, terug te rekenen van de pleegdatum.

Het doel van de ISD-maatregel is beveiliging van de maatschappij. Verdachte veroorzaakt stelselmatig overlast. De rechtbank acht het daarom passend en noodzakelijk dat de ISD-maatregel aan verdachte wordt opgelegd. Gedurende de ISD-maatregel kan verdachte zich niet schuldig maken aan strafbare feiten.

De rechtbank is niet gebleken van redenen om deze maatregel niet op te leggen. Het betoog van de raadsvrouw dat er andere mogelijkheden ter beschikking staan, wordt door de rechtbank gepasseerd. Er zijn geen andere concrete mogelijkheden naar voren gebracht dan eventueel reclasseringsbegeleiding. Verdachte heeft niet getoond enig vertrouwen te hebben in de reclassering en de reclassering heeft aangegeven dat zij niet meer in staat zijn verdachte zodanig te begeleiden dat dit nieuwe contacten met justitie zal voorkomen. Om de beëindiging van de recidive van verdachte en het leveren van een bijdrage aan de oplossing van zijn complexe, meervoudige problematiek alle kansen te geven en voorts ter optimale bescherming van de maatschappij, is het van groot belang dat voldoende tijd wordt genomen om de ISD-maatregel ten uitvoer te leggen. Daarom zal de rechtbank de maatregel voor de maximale termijn van twee jaren opleggen en de tijd die door verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht niet in mindering brengen op de duur van de maatregel. De rechtbank ziet thans geen aanleiding om een tussentijdse toets te gelasten. De verdediging kan indien nodig op grond van artikel 38s Wetboek van Strafrecht na zes maanden na aanvang van de tenuitvoerlegging van de maatregel om een tussentijdse beoordeling verzoeken.

8 Beslag

Onder verdachte is het volgende goed in beslag genomen:
Batavus damesfiets, kleur groen (item 5138988)

Op grond van het onderzoek ter terechtzitting kan met betrekking tot het inbeslaggenomen goed geen bekende persoon als rechthebbende worden aangemerkt. De rechtbank zal daarom de bewaring van het inbeslaggenomen goed ten behoeve van de rechthebbende gelasten.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen maatregel is gegrond op de artikelen 38m, 38n, 57, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

10 Beslissing

De rechtbank komt op het grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart het onder 1 en 2 ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

1. diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking;

2. diefstal.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Legt op de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van 2 jaren.

Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van item 5432101: Batavus damesfiets, kleur groen.

Dit vonnis is gewezen door

mr. G.P.C. Janssen, voorzitter,

mrs. L. Dolfing en F.P. Lauwaars, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. T. Smit, griffier

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 19 december 2017.