Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2017:9400

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
15-12-2017
Datum publicatie
28-12-2017
Zaaknummer
13-654117-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Rechtbank houdt bij strafmaat geen rekening met asielprocedure. Het zou tot rechtsongelijkheid leiden als de rechtbank de straf aanzienlijk zou verlagen louter omdat die straf consequenties kan hebben voor de asielaanvraag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/654117-17 (Promis)

Datum uitspraak: 15 december 2017

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976,

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

gedetineerd in de [P.I.] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 1 december 2017.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. J.H. van der Meij, en van wat verdachte en zijn advocaat, mr. K. Cras, naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 24 augustus 2017 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, op of aan de openbare weg (Nieuwendijk), met het oogmerk om zich en/of een ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag (van ongeveer 530 euro), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan winkelbedrijf [winkel] en/of [benadeelde] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte opzettelijk dreigend

- een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) aan die [slachtoffer] heeft getoond en/of

- tegen die [slachtoffer] heeft gezegd: "give me all money" en/of "do fast, otherwise I will shoot you", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

2.

hij op of 24 augustus 2017 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, een wapen van categorie I onder 7°, te weten een imitatiepistool (merk Anics), zijnde een voorwerp dat voor wat betreft zijn vorm en/of afmeting een sprekende gelijkenis vertoont met een echt vuurwapen, voorhanden heeft gehad.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

Feiten 1 en 2 kunnen wettig en overtuigend bewezen worden verklaard, gelet op de in het dossier aanwezige bewijsmiddelen, te weten de bekennende verklaring van verdachte, de aangifte van [slachtoffer] , de verklaring van getuige [getuige] en het proces-verbaal van wapenonderzoek.

4.2

Het standpunt van de verdediging

Verdachte heeft bij de politie en ter terechtzitting bekend de ten laste gelegde feiten te hebben gepleegd.

Verdachte heeft van meet af aan toegegeven dat hij de overval op de souvenirwinkel heeft gepleegd, in afwezigheid van klanten en met behulp van een neppistool. Het plegen van de overval was voor verdachte een schreeuw om aandacht. Verdachte wilde niemand angst aanjagen. Hij heeft zich zelf aangegeven bij de politie toen even later in een nabijgelegen restaurant naar de dader werd gezocht.

Verdachte is uit zijn thuisland Oekraïne gevlucht, omdat hij daar werd bedreigd vanwege zijn politieke opvattingen. Hij was bang om in Oekraïne gearresteerd te worden en naar het front in oost-Oekraïne gestuurd te worden. Verdachte heeft de overval op de souvenirwinkel gepleegd, omdat hij dacht een legale verblijfsstatus te kunnen verkrijgen in Nederland door het plegen van een strafbaar feit.

De lezingen over wat verdachte heeft verklaard en de verklaring van aangever lopen alleen uiteen met betrekking tot de bedreiging die verdachte geuit zou hebben. De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat er onvoldoende bewijs is voor de zin: ‘Do fast, otherwise I will shoot you’, zoals deze in de tenlastelegging staat opgenomen.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen. Verdachte heeft bij de politie en ter terechtzitting uitvoerig verklaard dat hij een overval heeft gepleegd met een neppistool. Aangever [slachtoffer] heeft verklaard dat verdachte hem heeft bedreigd met een vuurwapen, waarna aangever geld aan verdachte heeft afgegeven. Getuige [getuige] heeft verdachte in de souvenirwinkel gezien en zag dat verdachte iets achter zijn tasje vandaan wilde pakken. [getuige] is toen naar buiten gelopen omdat hij bang was dat verdachte een pistool had. Nadat verdachte de winkel had verlaten, heeft [getuige] hem samen met een collega en de eigenaar van de souvenirwinkel gevolgd en in de gaten gehouden, totdat de politie arriveerde. Verdachte is in het restaurant [naam restaurant] gaan zitten en toen de politie ter plaatse kwam, heeft hij aangegeven dat hij de dader van de overval was en dat hij in het bezit was van een wapen. Uit het proces-verbaal van wapenonderzoek blijkt dat het wapen een imitatiepistool voor metalen balletjes betreft en dat het identiek en gelijkend is aan een pistool. Hierdoor is het voor bedreiging of afdreiging geschikt. Het pistool is een wapen in de zin van artikel 2, categorie 1 onder 7 van de Wet wapens en munitie.

Anders dan de advocaat is de rechtbank van oordeel dat ook de bedreigende woorden die onder feit 1 ten laste zijn gelegd wettig en overtuigend bewezen kunnen worden. De rechtbank acht de aangifte van [slachtoffer] geloofwaardig en neemt ten aanzien van het bewijs in aanmerking dat volgens vaste rechtspraak bewijsminima gelden ten aanzien van de gehele tenlastelegging, niet ten aanzien van elk onderdeel afzonderlijk (HR 7 april 1981, NJ 1981/399).

5
5. Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in bijlage I vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde:

op 24 augustus 2017 te Amsterdam, aan de openbare weg Nieuwendijk, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag van ongeveer 530 euro, toebehorende aan winkelbedrijf [winkel] en/of [benadeelde] , welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte opzettelijk dreigend

- een op een vuurwapen gelijkend voorwerp aan die [slachtoffer] heeft getoond en

- tegen die [slachtoffer] heeft gezegd: "give me all money" en "do fast, otherwise I will shoot you";

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde:

op 24 augustus 2017 te Amsterdam, een wapen van categorie I onder 7°, te weten een imitatiepistool, merk Anics, zijnde een voorwerp dat voor wat betreft zijn vorm en afmeting een sprekende gelijkenis vertoont met een echt vuurwapen, voorhanden heeft gehad.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straffen en maatregelen

8.1

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door haar bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 3 jaar, met aftrek van voorarrest.

De onder verdachte in beslag genomen goederen dienen te worden onttrokken aan het verkeer.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft bepleit dat, hoewel sprake is van een ernstig feit waarvoor verdachte terecht staat, ook sprake is van verzachtende omstandigheden. Verdachte heeft geen geweld gebruikt bij de overval en er is geen fysiek contact geweest tussen aangever en verdachte. Verdachte heeft enkel gebruik gemaakt van een nepvuurwapen en heeft dit wapen niet getrokken. De schade in deze zaak is nihil, omdat het weggenomen geldbedrag terug is bij de rechtmatige eigenaar en er geen publiek aanwezig is geweest bij de overval.

Voorts verzoekt de raadsvrouw om rekening te houden met het volgende. Verdachte heeft kort geleden een asielaanvraag ingediend en deze is in behandeling genomen door de IND. Een gevangenisstraf van 6 maanden of meer onvoorwaardelijk, staat toewijzing van deze asielaanvraag in de weg. Gezien alle verzachtende feiten en omstandigheden, wordt verzocht om een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van maximaal 5 maanden en 30 dagen op te leggen in combinatie met een forse voorwaardelijke straf.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een overval op [winkel] met behulp van een neppistool. De omstandigheid dat verdachte de overval heeft gepleegd in verband met het verkrijgen van een legale verblijfsstatus in Nederland, doet geen afbreuk aan de ernst van de gepleegde feiten. Hieruit blijkt immers dat verdachte zich enkel heeft bekommerd om zijn eigen belang, te weten het verkrijgen van een legale verblijfstatus zodat hij niet terug hoeft te keren naar Oekraïne. Hij heeft naar eigen zeggen onderzocht in welk West-Europees land goede voorzieningen heeft en waar hij het gemakkelijkst een verblijfsvergunning zou kunnen verkrijgen. Toen zijn keuze eenmaal op Nederland was gevallen, is verdachte direct vanuit Oekraïne naar Nederland vertrokken en heeft hij op de dag van aankomst de overval gepleegd. Met zijn (gecalculeerde) handelen is verdachte voorbij gegaan aan de schade, angst en overlast die hij de slachtoffers heeft bezorgd. De ervaring leert dat een dergelijke overval doorgaans nadelige psychische gevolgen voor het slachtoffer met zich brengt.

Uit het Uittreksel Justitiële Documentatie van 2 november 2017 van verdachte volgt dat hij niet eerder is veroordeeld in Nederland. In het reclasseringsrapport van 11 november 2017 staat dat verdachte zichzelf in zijn armen heeft gesneden tijdens de eerste dagen van zijn detentie. Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij dit heeft gedaan omdat hij depressief is vanwege de fout die hij heeft begaan. Hij heeft echter geen psycholoog willen spreken, zodat de rechtbank geen inzicht heeft kunnen krijgen in de psychische gesteldheid van verdachte.

De rechtbank neemt bij het bepalen van de duur van haar straf de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) als uitgangspunt, en zal daarom afwijken van de strafeis van de officier van justitie.

Met de asielprocedure kan de rechtbank geen rekening houden. Het zou tot rechtsongelijkheid leiden als de rechtbank een straf aanzienlijk zou verlagen uitsluitend omdat dit in de asielprocedure zou leiden tot weigering of intrekking van een verblijfsvergunning dan wel tot ongewenstverklaring.

De rechtbank acht, alles afwegende, een gevangenisstraf voor de duur van 2 jaar met aftrek van voorarrest passend en geboden.

Onttrekking aan het verkeer

Onder verdachte zijn een mes, een patroon en een nepwapen in beslag genomen.

Nu met behulp van al deze voorwerpen de bewezen geachte feiten zijn begaan en zij van zodanige aard zijn, dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang, worden deze voorwerpen onttrokken aan het verkeer.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen 36b, 36c, 58 en 317 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 13 en 55 van de Wet wapens en munitie.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

10 Beslissing

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Ten aanzien van het onder 1 bewezen verklaarde:

afpersing;

Ten aanzien van het onder 2 bewezen verklaarde:

handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 2 (twee) jaar.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Verklaart onttrokken aan het verkeer:

1. Mes
5439927

1. Patroon
5439957

1. Wapen
5439960