Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2017:9342

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
01-09-2017
Datum publicatie
18-12-2017
Zaaknummer
13/684233-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

ISD. diefstal

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VERKORT VONNIS

Parketnummer: 13/684233-17

Datum uitspraak: 1 september 2017

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] ( [land van herkomst] ) op [geboortedag] 1958,

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

gedetineerd in de “ [detentie-adres] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 1 september 2017.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie
mr. K.F.E. den Hartog en van wat verdachte en haar raadsman mr. E. Bruijn naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat

zij op of omstreeks 22 mei 2017 te Amsterdam, althans in Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen acht, althans een of meer stukken vlees (biefstuk), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan winkelbedrijf Jumbo (filiaal [naam vestiging] ), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, zulks terwijl tijdens het plegen van het vorenomschreven misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een vroegere veroordeling van de schuldige (verdachte) tot gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde feit en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heef gerekwireerd tot bewezenverklaring van de diefstal op grond van de aangifte en de bekennende verklaring van verdachte.

4.3.

Het standpunt van de verdediging

Ten aanzien van de bewezenverklaring heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

4.4.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht op grond van de de bekennende verklaring van verdachte, de aangifte, het uittreksel uit de Justitiële Documentatie van verdachte bewezen dat verdachte de ten laste gelegde diefstal heeft begaan, zoals hierna in rubriek 5 is vermeld.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat verdachte

op 22 mei 2017 te Amsterdam met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen acht stukken biefstuk, toebehorende aan winkelbedrijf Jumbo, filiaal [naam vestiging] , zulks terwijl tijdens het plegen van het vorenomschreven misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een vroegere veroordeling van de schuldige/verdachte tot gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

Als tegen dit verkort vonnis hoger beroep wordt ingesteld, worden de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort vonnis. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort vonnis gehecht.

6 De strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Plaatsing in een inrichting voor stelmatige daders

8.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD-maatregel) zal worden opgelegd voor de duur van twee jaren.

8.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich aangesloten bij het door de officier van justitie ingenomen standpunt.

8.3.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank heeft kennisgenomen van het rapport van de Reclassering Inforsa Amsterdam d.d. 13 juli 2017, opgemaakt door P.M. van Doleweerd. Dit rapport houdt onder meer het volgende in. Verdachte heeft de Duitse nationaliteit en heeft sinds haar komst naar Nederland eind jaren tachtig, nooit aantoonbaar deelgenomen aan het maatschappelijk leven in Nederland, noch een GBA-registratie gehad. Nu is zij inmiddels 58 jaar oud en in combinatie met haar heroïneverslaving en verwante criminele leefstijl zijn de kansen om middels reguliere arbeid zelfvoorzienend te zijn nihil. Indien verdachte terugkeert in de Nederlandse maatschappij is recidive onvermijdelijk, omdat zij onder de huidige omstandigheden geen mogelijkheden heeft zich legaal van levensonderhoud te voorzien. De reclassering heeft geadviseerd om een onvoorwaardelijke ISD-maatregel op te leggen voor de duur van twee jaren. Tijdens de intramurale fase van de maatregel zijn zorg en begeleiding gewaarborgd en kan verdachte niet terugvallen in drugsgebruik en criminaliteit. De kansen om een legale verblijfstitel te verkrijgen zijn uiterst klein. De reclassering zal daarom met verdachte tijdens de ISD-maatregel werken aan haar motivatie tot terugkeer naar Duitsland.

De rechtbank stelt vast dat aan alle voorwaarden is voldaan die artikel 38m van het Wetboek van Strafrecht aan het opleggen van de ISD-maatregel stelt. Hiervoor is bewezen verklaard dat verdachte een misdrijf heeft begaan waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. Uit het uittreksel justitiële documentatie van 9 augustus 2017 blijkt dat verdachte gedurende de vijf jaren voorafgaand aan 22 mei 2017 meer dan driemaal wegens een misdrijf onherroepelijk is veroordeeld tot een vrijheidsbenemende straf, terwijl het in dit vonnis bewezen verklaarde feit is begaan na tenuitvoerlegging van deze straffen. Verder blijkt uit de hiervoor genoemde rapportage dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan. Daarnaast eist de veiligheid van personen of goederen het opleggen van deze maatregel, gezien het aantal door verdachte begane soortgelijke feiten. De rechtbank is niet gebleken van redenen om deze maatregel niet op te leggen, teminder nu verdachte heeft verklaard een ISD-maatregel opgelegd te willen krijgen en mee te zullen werken aan een eventuele terugkeer naar Duitsland. De rechtbank zal daarom de vordering van de officier van justitie volgen.

Om de beëindiging van de recidive van verdachte en het leveren van een bijdrage aan de oplossing van haar problematiek alle kansen te geven en daarnaast ter optimale bescherming van de maatschappij, is het van groot belang dat voldoende tijd wordt genomen om de ISD-maatregel ten uitvoer te leggen. Daarom zal de rechtbank de maatregel voor de maximale termijn van twee jaren opleggen en de tijd die door verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht niet in mindering brengen op de duur van de maatregel.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen maatregel is gegrond op de artikelen 38m, 38n, 43a en 310 van het Wetboek van Strafrecht.

10 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Diefstal, terwijl nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert de schuldige een haar wegens een daaraan soortgelijk misdrijf opgelegde gevangenisstraf heeft ondergaan.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte] , daarvoor strafbaar.

Legt op de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van 2 (twee) jaren.

Dit vonnis is gewezen door

mr. B.E. Mildner, voorzitter,

mrs. M.C. Eggink en I. Verstraeten-Jochemsen, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. R.I. Robijns, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 1 september 2017.

De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.