Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2017:9155

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
11-12-2017
Datum publicatie
15-12-2017
Zaaknummer
6102844 CV EXPL 17-14675
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Een man die via een website liet berekenen hoeveel belasting (BPM) hij moest betalen voor het importeren van zijn Duitse auto, krijgt ruim 650 euro terug.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer: 6102844 CV EXPL 17-14675

vonnis van: 11 december 2017

vonnis van de kantonrechter

i n z a k e

[eiser] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiser,

nader te noemen: [eiser] ,

gemachtigde: J.A.M. Drinkenburg (DAS Rechtsbijstand),

t e g e n

1. [VOF] ,

gevestigd te [plaats] ,

2. [gedaagde 2] ,

3. [gedaagde 3] ,

beiden wonende te [woonplaats] ,

gedaagden,

nader gezamenlijk te noemen: [gedaagden] ,

in persoon verschenen bij [gedaagde 3] .

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

In het dossier bevinden zich:

  • -

    de dagvaarding van 21 juni 2017, met producties;

  • -

    de conclusie van antwoord, met producties;

  • -

    het instructievonnis van 21 augustus 2017;

  • -

    de conclusie van repliek.

Hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld, heeft [gedaagden] geen conclusie van dupliek genomen. Vervolgens is een datum voor vonnis bepaald.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Feiten

1. Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend of niet (voldoende) weersproken, alsmede op grond van de overgelegde en in zoverre niet bestreden inhoud van de bewijsstukken, staat in dit geding het volgende vast:

1.1.

In januari 2017 heeft [eiser] een auto in Duitsland gekocht.

1.2.

Via de website [website] heeft [eiser] het te betalen BPM-bedrag voor € 24,95 laten berekenen door [gedaagden] , tevens handelend onder de naam [naam] .

1.3.

[gedaagden] maakt gebruik van algemene voorwaarden.

1.4.

Artikel 4.9 van de algemene voorwaarden luidt:
Indien er van de BPM service ofwel BPM aangifte via iDeal gebruikgemaakt wordt verloopt de betaling via de rekening van opdrachtnemer. De betaling bestaat uit de verschuldigde BPM belasting vermeerderd met de variabele BPM commissie.

1.5.

Op (schermafdrukken van) de website [website] staat onder meer het volgende:
Laat de laagste BPM berekenen en invullen voor slechts € 24,99 (binnen 1 uur) (…)
Laagste BPM Garantie (…) Via BPM Online heeft u binnen 1 uur een complete BPM aangifte. (…) De spoedservice van BPM Online is tijdelijk gratis voor elke nieuwe klant. (…) Niet de laagste BPM? Dan direct je geld terug! BPM Online levert altijd de laagste BPM garantie. Ben je van mening dat je ergens anders een lagere BPM kunt krijgen? Dan ontvang je direct je geld terug! BPM Online is daarmee de enige BPM-service met een 100% niet tevreden geld terug garantie. (…) Laat de BPM door ons berekenen voor slechts van € 24,99! (…)

1.6.

Op de website staat voorts:
Over BPM Online
[VOF]
[adres] , [plaats] (…)

1.7.

Bij e-mail van 23 januari 2017 heeft [gedaagden] - na een opdracht van [eiser] daartoe te hebben binnengekregen - een volledig ingevulde BPM-aangifte aan [eiser] toegestuurd.

1.8.

Bij e-mail van 30 januari 2017, afkomstig van [naam 1] van [naam] , heeft [eiser] een i-Deal betaallink toegestuurd gekregen voor een bedrag van € 2.492,00. In deze e-mail staat voor zover relevant nog het volgende:
(…) Op uw verzoek heb ik uw aangifte naar een spoedaangifte omgezet.
Ik heb uw BPM aangifte herzien op basis van de doorgegeven co2 uitstoot en RDW formulier. Hiermee kan de BPM inderdaad lager berekend worden op € 2.492. (…)

1.9.

Op 2 maart 2017 heeft [eiser] bericht van de Belastingdienst ontvangen dat het door hem te betalen BPM bedrag € 1.863,00 bedraagt.

1.10.

Bij brief van 16 maart 2017 heeft de gemachtigde van [eiser] verzocht om terugbetaling van € 653,95 binnen zestien dagen, met aanzegging van € 98,09 aan buitengerechtelijke incassokosten indien [gedaagden] daarmee in gebreke zou blijven.

Vordering

2. [eiser] vordert, zakelijk weergegeven, dat [gedaagden] bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis hoofdelijk veroordeeld zal worden tot betaling van:
a. € 653,95 aan hoofdsom;
b. € 98,09 aan buitengerechtelijke incassokosten;
c. rente over € 653,95 vanaf 1 april 2017;
d. de proceskosten.

3. [eiser] stelt hiertoe, samengevat en zakelijk weergegeven, dat hij via een website die door [gedaagden] wordt geëxploiteerd tegen betaling van € 24,95 een BPM berekening heeft laten uitvoeren. Na herziening van een eerder vastgesteld BPM bedrag is op basis van de Co2 uitstoot door [gedaagden] een nieuwe BPM berekening gemaakt die uitkwam op € 2.492,00. [eiser] heeft dat bedrag betaald door op de i-Deal betaallink te klikken die hij per e-mail toegestuurd heeft gekregen. Na contact te hebben opgenomen met de Belastingdienst is gebleken dat slechts € 1.863,00 aan BPM is verschuldigd en afgedragen aan de Belastingdienst. Nu [gedaagden] een laagste prijsgarantie hanteert onder de noemer ‘niet goed geld terug’, heeft [eiser] ten onrechte € 629,00 teveel betaald. Daarom vordert hij dit bedrag terug, samen met het eerder betaalde bedrag van € 24,95 op grond van (primair) ongerechtvaardigde verrijking dan wel (subsidiair) onverschuldigde betaling.

Verweer

4. [gedaagden] heeft aangevoerd, samengevat en zakelijk weergegeven, dat de website waar [eiser] naar verwijst niet in eigendom of bezit is van [gedaagden] . Daarom is [gedaagden] niet verantwoordelijk voor de informatie op deze website. [gedaagden] handelt voor diverse websites aanvragen van klanten af, waarbij gekozen worden voor alleen een BPM-aangifte of voor een volledig pakket. [gedaagden] heeft van [eiser] een spoedservice-aanvraag ontvangen voor alleen een BPM-aangifte. Deze volledig ingevulde aangifte is aan [eiser] per e-mail toegestuurd op 23 januari 2017. Hiermee is het product geleverd en de zaak afgehandeld. Daarom kan geen sprake zijn van terugbetaling van € 24,99. [eiser] is tijdens het bestelproces akkoord gegaan met de door [gedaagden] gehanteerde algemene voorwaarden. In artikel 4.9 van die voorwaarden is bepaald dat het te betalen bedrag bestaat uit de verschuldigde BPM belasting vermeerderd met een variabele BPM commissie. De kosten zijn dan ook gegrond en [eiser] is hierover voldoende geïnformeerd.

Beoordeling

5. [eiser] is consument, althans wordt vermoed consument te zijn.

6. Op de door [gedaagden] beheerde website worden potentiële klanten meerdere garanties toegezegd. Verwezen wordt naar de uitlatingen onder 1.5. De gegevens van [gedaagden] worden expliciet op de website genoemd. [gedaagden] heeft aangevoerd opdrachten via de website binnen te krijgen. De enkele omstandigheid dat [gedaagden] geen eigenaar is van de (geregistreerde domeinnaam van de) website, betekent dan ook niet dat zij niet kan worden gehouden aan de toezeggingen die aldaar worden gedaan.

7. [eiser] mocht er, gelet op de toezeggingen op de website, gerechtvaardigd van uit gaan dat [gedaagden] de formulieren voor de BPM aangifte voor € 24,99 zou verzorgen. Nergens wordt gerefereerd aan € 629,00 of welk ander bedrag dan ook aan commissie. Dat zou ook in strijd zijn met de toezeggingen op de website. Uit de e-mail van 30 januari 2017, afkomstig van de zijde van [gedaagden] , wordt [eiser] geïnformeerd dat het door hem te betalen bedrag aan BPM € 2.492,00 bedraagt.

8. [gedaagden] verweert zich met een beroep op artikel 4.9 van de door haar gehanteerde algemene voorwaarden, alwaar is bepaald dat betalingen bestaan uit een BPM bedrag en een variabele BPM commissie. Dit verweer slaagt niet.

9. De kantonrechter stelt vast dat de algemene voorwaarden van toepassing zijn. [eiser] heeft de stelling van [gedaagden] dat het niet mogelijk is een aanvraag te doen zonder langs de verplichte pagina met de algemene voorwaarde te moeten, onvoldoende gemotiveerd betwist.

10. Artikel 4.9 van de algemene voorwaarden geeft [gedaagden] de bevoegdheid een prestatie te verschaffen die wezenlijk afwijkt van de toegezegde prestatie. [gedaagden] heeft zowel op de website als per e-mail aan [eiser] toegezegd dat zij een BPM aangifte zou verzorgen voor € 24,99. Aan [eiser] is ook te kennen gegeven dat als blijkt dat elders een lagere BPM verschuldigd is, hij zijn geld terug krijgt. Door [gedaagden] wordt [eiser] geïnformeerd dat het door hem te betalen bedrag aan BPM € 2.492,00 bedraagt. [gedaagden] heeft niet weersproken dat het werkelijk door [eiser] te betalen bedrag aan BPM € 1.863,00 bedraagt. De kantonrechter is van oordeel dat het beding daarom wordt vermoed onredelijk bezwarend te zijn, terwijl dit ook valt onder de grijze lijst; artikel 6:237 onder c Burgerlijk Wetboek. Het is aan [gedaagden] als gebruiker van het beding te onderbouwen dat het beding wel redelijk is. Dat heeft zij niet gedaan.

11. De kantonrechter leest het verweer van [eiser] aldus dat hij een beroep doet op vernietiging van artikel 4.9 van de algemene voorwaarden en dat beroep zal worden gehonoreerd.

12. Dat betekent dat [gedaagden] gehouden is om zich aan haar toezeggingen te houden. Vaststaat dat het daadwerkelijk door [eiser] te betalen bedrag aan BPM € 1.863,00 bedraagt. Gelet op de ‘niet de laagste BPM, dan gelijk je geld terug’ garantie is [gedaagden] gehouden het verschil tussen dat bedrag en het door [eiser] betaalde bedrag terug te betalen. Gelet op de ‘niet goed, geld terug’ garantie geldt dat tevens voor de gevorderde € 24,95.

13. Gelet op het voorgaande wordt de gevorderde hoofdsom van € 653,95 toegewezen.

14. De wettelijke rente is in beginsel toewijsbaar vanaf de verzuimdatum tot de dag van de algehele voldoening. Hoewel [eiser] stelt dat de verzuimdatum 21 april 2017 is, blijkt onvoldoende uit de brief van 16 maart 2017 dat [gedaagden] vanaf 21 april 2017 in verzuim is. Bovendien wordt de rente in het petitum gevorderd vanaf 1 april 2017. Gelet op deze onduidelijkheid zal de wettelijke rente worden toegewezen vanaf de dag van de dagvaarding.

15. [eiser] maakt voorts nog aanspraak op een vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is, nu het verzuim na 1 juli 2012 is ingetreden. [eiser] heeft voldoende gesteld en onderbouwd over de verrichte buitengerechtelijke werkzaamheden. Het gevorderde bedrag van € 98,09 komt overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en zal dan ook worden toegewezen.

16. [gedaagden] wordt als de overwegend in het ongelijk gestelde partij (hoofdelijk) veroordeeld in de proceskosten gevallen aan de zijde van [eiser] .

BESLISSING

De kantonrechter:

I. veroordeelt [gedaagden] tot betaling aan [eiser] van:
• € 653,95 aan hoofdsom, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 21 juni 2017 tot de dag van de algehele voldoening;

• € 98,09 aan buitengerechtelijke incassokosten;

II. veroordeelt [gedaagden] in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van [eiser] begroot op:

explootkosten € 110,59
salaris gemachtigde € 200,00
vastrecht € 223,00
-----------------
totaal € 533,59
voor zover van toepassing, inclusief btw;

III. veroordeelt [gedaagden] tot betaling van een bedrag van € 50,00 aan nasalaris, alsmede tot betaling van een bedrag van € 68,00 aan kosten voor betekening onder de voorwaarde dat betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden en [gedaagden] niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan, een en ander voor zover van toepassing, inclusief btw;

IV. bepaalt dat de veroordelingen onder I tot en met III hoofdelijk gelden in die zin dat alle gedaagden voor het geheel gehouden zijn tot betaling en dat, als de ene gedaagde een (deel van de) vordering heeft betaald aan [eiser] , ook de andere gedaagde tegenover [eiser] (voor dat deel) is gekweten;

V. verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

VI. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.V. Ulrici, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 december 2017 in tegenwoordigheid van de griffier.