Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2017:9149

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
11-12-2017
Datum publicatie
13-12-2017
Zaaknummer
13/669091-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Tussenbeschikking
Inhoudsindicatie

Rechtbank beëindigt ISD-maatregel na tussentijdse toetsing ex artikel 38s Sr

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Parketnummer: 13/669091-14 (tussentijdse toets)

BESCHIKKING

Het gerechtshof Amsterdam heeft op 12 februari 2016 de maatregel tot plaatsing in een instelling voor stelselmatige daders (hierna: ISD-maatregel) voor de duur van twee jaren opgelegd aan:

[veroordeelde] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1987,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [adres 1] en verblijvende op het adres [adres 2] .

Procesgang

De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken in de zaak met bovenvermeld parketnummer, waaronder:

  • -

    het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 12 februari 2016 met parketnummer 23/004580-14;

  • -

    de beschikking van de rechtbank Amsterdam van 14 februari 2017 met parketnummer 13/669091-14, waarbij na een tussentijdse toetsing is beslist dat de ISD-maatregel dient te worden voorgezet;

  • -

    het verzoek ex artikel 38s van het Wetboek van Strafrecht (Sr) van de veroordeelde en zijn raadsman mr. K. Spee van 11 september 2017 tot opheffing van de ISD-maatregel;

  • -

    een uittreksel Justitiële Documentatie betreffende veroordeelde van 1 november 2017;

  • -

    een brief van het Forensisch Factteam [naam] van 13 november 2017;

  • -

    de stand van uitvoering van het verblijfsplan van 20 november 2017;

  • -

    een e-mail met een korte terugkoppeling toezicht van de reclassering van 23 november 2017.

De rechtbank heeft op 27 november 2017 de officier van justitie mr. G.A. Hoppenbrouwers, veroordeelde, diens raadsman mr. K. Spee, advocaat te Amsterdam, alsmede de deskundige S. de Graaf, in openbare raadkamer gehoord.

Beoordeling

Verloop van het ISD-traject

Uit voornoemde stand van uitvoering van het verblijfsplan blijkt onder meer het volgende.

Veroordeelde is op 10 januari 2017 geplaatst in de [kliniek] te [plaats 1] . Veroordeelde moest wennen aan het regime van een FVK, maar hij heeft zich positief ingezet. Bij de vervolgstappen richting resocialisatie heeft veroordeelde veel initiatief ingenomen, zoals het zoeken van werk en een kamer. De kliniek heeft aangegeven dat de behandeling van de agressieregulatie problematiek kan worden voortgezet, in de vorm van poliklinische behandeling, bij de Waag.

Veroordeelde heeft toestemming gekregen van de behandelaar, toezichthouder reclassering en de directeur van de P.I. [plaats 2] om verder te resocialiseren in [plaats 2] op een kamer die betrokkene zal huren van een particulier verhuurbedrijf. Met de aanvullende voorwaarden vanuit de ISD, dat het verblijf op de kamer plaats vindt via elektronisch toezicht en dat veroordeelde een behandeling gaat volgen bij de Waag en begeleid zal worden door het For Fact van de [kliniek] .

Veroordeelde heeft aangegeven te willen verhuizen naar een ‘eigen’ huurhuis op het adres [adres 2] te [plaats 2] . Hij gaat hier wonen samen met zijn werkgever. Er heeft door de reclassering een huisonderzoek plaatsgevonden op dit adres. Hieruit is naar voren gekomen dat het technisch haalbaar is om de bijzondere voorwaarde locatiegebod te handhaven. De reclassering en het ISD P.I. [plaats 2] zijn van mening dat het goed is voor de resocialisatie van veroordeelde om meer een ‘eigen’ woonplek te hebben en veroordeelde ziet het als een groei in zijn zelfstandigheid. Na een positief advies van de reclassering is de aanvraag op 20 november 2017 ingediend bij de selectiefunctionaris het verzoek tot verandering huisadres tijdens de extramurale fase.

Veroordeelde is op 7 juli 2017 aangemeld voor For Fact [kliniek] . Op 9 oktober 2017 is door het For Fact gemeld dat veroordeelde in de intake heeft aangegeven geen hulpvraag te hebben. Van psychische klachten zou geen sprake zijn en de problematiek rondom middelengebruik is niet meer aan de orde aldus betrokkene. Het For Fact gaat het intern bespreken en mogelijk zou er een verlengde intake komen. De indicatie voor ambulante woonbegeleiding wordt in ieder geval wel gezien door het For Fact.

Het advies strekt tot voortzetting van de maatregel, met als belangrijkste interventie de behandeling van de Waag gericht op de agressieproblematiek.

Advies van de deskundige

Ter terechtzitting van 27 november 2017 heeft de deskundige S. de Graaf, zakelijk weergegeven, het volgende verklaard.

De behandeling voor de verslavingsproblematiek van veroordeelde is positief verlopen, maar het blijft een aandachtspunt. Het is hem gelukt, uitgezonderd één incident, abstinent te blijven. De behandeling voor de agressieregulatie is niet gestart, Hij is meerdere keren niet op intakegesprekken bij de Waag verschenen, met als gevolg dat de Waag van plan is de behandeling te sluiten. Als de ISD-maatregel wordt beëindigd is er geen kader meer voor interventies en geen toezicht meer vanuit de reclassering. De agressieregulatie kan eventueel worden voortgezet op een indicatie van de huisarts. Ik volg het advies van de behandelaar dat een voortzetting van de behandeling belangrijk blijft.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot voortzetting van de ISD-maatregel.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat de ISD-maatregel moet worden beëindigd. Veroordeelde heeft zijn uiterste best gedaan vanaf februari 2017 en heeft keihard gewerkt om de fulltime baan te krijgen die hij nu heeft. Hij is in de periode februari tot juli 2017 niet behandeld voor de agressieproblematiek en is op eigen initiatief via zijn huisarts bij de Waag terecht gekomen. Als de ISD-maatregel nu wordt voortgezet zal blijken dat het in de resterende maanden van de ISD-maatregel niet mogelijk is om een behandeling van de grond te krijgen.

Oordeel van de rechtbank

Op grond van de hierboven genoemde stukken en het verhandelde in openbare raadkamer stelt de rechtbank vast dat er na de tussentijdse toetsing op 14 februari 2017 gedurende langere tijd onvoldoende adequaat is gehandeld voor wat betreft het verbeteren van de agressieregulatie van veroordeelde. Veroordeelde heeft daartoe zelf overigens ook bijgedragen door een afspraak voor een intakegesprek bij de Waag af te zeggen en op een volgende intake zonder een bericht van verhindering niet te verschijnen. Het ForFact-team heeft het dossier gesloten, gezien de geringe motivatie van veroordeelde en in verband met het opstarten van een behandeling bij de Waag. De Waag is van plan de behandeling te sluiten, omdat veroordeelde meerdere keren niet op de intake is verschenen.

Veroordeelde en zijn behandelaars zijn van mening dat een behandelding voor de agressieproblematiek noodzakelijk is, maar zo’n behandeling in een justitieel kader is gelet op de einddatum van de ISD-maatregel, die vooralsnog is bepaald op 1 maart 2018, en het gegeven dat er nog geen intake bij De Waag heeft plaatsgevonden, niet meer haalbaar.

Onder deze omstandigheden acht de rechtbank het niet zinvol om de ISD-maatregel te laten voortduren, te meer nu veroordeelde zijn goede wil heeft getoond. Hij heeft zelf een huurwoning gevonden, alsmede een fulltime baan bij een bedrijf voor gevelreiniging. Veroordeelde is alle meldplichtafspraken bij de reclassering nagekomen en is abstinent gebleven van middelengebruik. Veroordeelde is zelf ook van mening dat een agressietherapie hem verder kan helpen en een behandeling voor agressieregulatie kan met een indicatie van de huisarts worden opgestart. De rechtbank wil veroordeelde de kans geven te laten zien dat hij volledig uit eigen beweging die behandeling zal volgen, zoals hij heeft toegezegd te zullen gaan doen.

De rechtbank acht een voortzetting van de ISD-maatregel niet langer vereist.

Daarom wordt als volgt beslist.

Gezien artikel 38s van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank beëindigt de ISD-maatregel van [veroordeelde] met ingang van 11 december 2017.

Deze beschikking is gegeven door

mr. P.L.C.M. Ficq, voorzitter,

mrs. F.W. Pieters en A. Meester, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. F.J. van der Putte, griffier

en uitgesproken in openbare raadkamer van deze rechtbank van 11 december 2017.

De jongste rechter is buiten staat deze beschikking mede te ondertekenen.