Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2017:8813

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
31-10-2017
Datum publicatie
05-12-2017
Zaaknummer
13/751837-17 (EAB I)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste en enige aanleg
Inhoudsindicatie

Overleveringsverzoek Polen, tussenuitspraak, heropening en schorsing vanwege de vraag die door de rechtbank op 28 september 2017 is gesteld aan het Hof van Justitie van de Europese Unie (ECLI:NL:RBAMS:2017:7037 en C-571/17 PPU - Ardic).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/751837-17 (EAB I)

RK nummer: 17/5912

Datum uitspraak: 31 oktober 2017

TUSSENUITSPRAAK

op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 8 september 2017 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 18 juli 2016 door the Regional Court in Gliwice (Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon] ,

geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedatum] 1984,

opgegeven woonadres: [woonadres] ,

thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [P.I.]

hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1 Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 31 oktober 2017. De behandeling heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. U.E.A. Weitzel.

De niet verschenen opgeëiste persoon heeft op 31 oktober 2017 schriftelijk afstand gedaan van zijn recht om op de vordering te worden gehoord. De raadsman van de opgeëiste persoon, mr. H. Uzumcu, advocaat te Den Haag, heeft verklaard dat de opgeëiste persoon hem uitdrukkelijk heeft gemachtigd namens hem het woord te voeren.

De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak zou moeten doen met dertig dagen verlengd. De reden hiervan is gelegen in het feit dat de rechtbank er niet in slaagt binnen de in de wet bepaalde termijn uitspraak te doen.

2 Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde personalia kloppen en dat de opgeëiste persoon de Poolse nationaliteit heeft.

3 Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van:

  • -

    een vonnis van the District Court in Ruda Śląska van 4 augustus 2008, met kenmerk: II K 317/07; hierbij is opgelegd een gevangenisstraf van 2 jaar, waarvan volgens het EAB nog 1 jaar, 11 maanden en 27 dagen resteert;

  • -

    een vonnis van the District Court in Gliwice van 29 juni 2012, met kenmerk: III K 527/12; hierbij is opgelegd een gevangenisstraf van 2 jaar, waarvan volgens het EAB nog 2 jaar resteert.

De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van voornoemde vrijheidsstraffen.

De vonnissen betreffen de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.

4 Artikel 12 OLW

Uit het EAB volgt dat de opgeëiste persoon aanwezig is geweest bij het proces dat tot de beslissing van 29 juni 2012 (III K 527/12) heeft geleid en dat hij bij het proces dat tot de beslissing van 4 augustus 2008 (II K 317/07) heeft geleid, is vertegenwoordigd door een gemachtigd raadsman.

Uit onderdeel f) van het EAB volgt dat bij deze beslissingen de tenuitvoerlegging van voornoemde straffen voorwaardelijk is opgeschort en dat op 26 oktober 2012 respectievelijk 6 augustus 2013 de tenuitvoerlegging van de straffen is bevolen door the District Court in Zabrze.

Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat het onderzoek moet worden geschorst voor onbepaalde tijd om het antwoord af te wachten op de vraag over de tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde straf die door de rechtbank op 28 september 2017 is gesteld aan het Hof van Justitie van de Europese Unie (ECLI:NL:RBAMS:2017:7037)1.

Gelet op de uitspraak van de rechtbank van 5 april 2016 (ECLI:NL:RBAMS:2016:1995) worden de beslistermijnen geschorst, als de rechtbank besluit zelf een prejudiciële vraag te stellen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie of indien zij besluit de behandeling van een EAB aan te houden in afwachting van de beantwoording van een in een andere zaak gestelde prejudiciële vraag. De beslistermijnen zijn in dat geval geschorst tot het moment waarop het Hof van Justitie van de Europese Unie de prejudiciële vraag heeft beantwoord.

Gelet hierop brengt dit de opschorting van de beslistermijn van artikel 22 OLW mee met ingang van vandaag, 31 oktober 2017.

5 Beslissingen

HEROPENT en SCHORST het onderzoek ter zitting voor onbepaalde tijd, in afwachting van het antwoord op de vraag die door de rechtbank op 28 september 2017 is gesteld aan het Hof van Justitie van de Europese Unie (ECLI:NL:RBAMS:2017:7037).

VERSTAAT dat de beslistermijnen met ingang van 31 oktober 2017 zijn opgeschort.

BEVEELT de oproeping van de opgeëiste persoon tegen een nog vast te stellen datum en tijdstip, met tijdige kennisgeving daarvan aan zijn raadsman.

BEVEELT de oproeping van een tolk voor de Poolse taal tegen de nog vast te stellen datum en het nog vast te stellen tijdstip.

Aldus gedaan door

mr. A.K. Glerum, voorzitter,

mrs. R.A.J. Hübel en B. Poelert, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. A.T.P. van Munster, griffier,

en uitgesproken ter openbare zitting van 31 oktober 2017.

De jongste rechter is buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

1 C-571/17 PPU (Ardic)