Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2017:8670

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
02-11-2017
Datum publicatie
27-11-2017
Zaaknummer
6329136 EA VERZ 17-851
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Proces-verbaal mondelinge uitspraak ex artikel 30p Rv in WWZ-zaak. Billijke vergoeding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2017-1447
AR 2017/6284
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer: 6329136 EA VERZ 17-851

datum: 2 november 2017

func.: 609

proces-verbaal mondelinge uitspraak

ex artikel 30p Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

in de zaak van

[verzoekster]

wonende te [woonplaats]

verzoekster

nader te noemen: [verzoekster]

gemachtigde: mr. C.N. Schmidt

t e g e n

vennootschap onder Firma Tandoor V.o.f/Tandoor Bamboo Bar

gevestigd te Amsterdam

verweerster

nader te noemen: Bamboo Bar

gemachtigde: mr. J. Roodheuvel

Tegenwoordig zijn mr. F.J. Lourens, kantonrechter, en mr. M. Nubé-Harteveld, griffier.

Verschenen zijn:

- van de zijde van [verzoekster] : [verzoekster] en haar gemachtigde,

- van de zijde Bamboo Bar: [naam 1] en [naam 2] , vergezeld door de gemachtigde.

De gronden van de beslissing

  1. Vast staat dat [verzoekster] van 1 tot en met 14 juli 2017 tegen betaling en met instructiebevoegdheid van de zijde van Bamboo Bar, bij Bamboo Bar werkzaamheden heeft verricht. Hierdoor is een arbeidsovereenkomst tussen partijen ontstaan. In het whatsapp bericht van 19 juli 2017 heeft [naam 2] van Bamboo Bar ( [naam 2] ) desgevraagd aan [verzoekster] bericht dat het klopt dat [verzoekster] een contract van zes maanden zou krijgen, maar dat zij nog in de proefperiode zat. Gelet hierop wordt geoordeeld dat partijen een arbeidsduur van 6 maanden zijn overeengekomen. Verder wordt op basis van de gewerkte uren en hetgeen [verzoekster] hierover ter zitting heeft verklaard aangenomen dat partijen een salaris van € 883,65 bruto op basis van een gemiddeld aantal uren van 80 uur per maand zijn overeengekomen. Dat er sprake zou zijn van andersluidende afspraken tussen partijen vindt geen steun in de whatsapp berichten en is ook verder niet onderbouwd.

  2. Verder staat vast dat Bamboo Bar de arbeidsovereenkomst op 15 juli 2017 heeft beëindigd. Volgens de brief van Bamboo Bar van 6 september 2017 en de opmerking van [naam 2] in het eerdergenoemde whatsapp bericht van 19 juli 2017 is de opzegging gedaan omdat [verzoekster] nog in haar proeftijd zat.

3. Op grond van artikel 7:652 BW moet een proeftijd schriftelijk zijn overeengekomen en is een proeftijd bij een arbeidsovereenkomst voor de duur van zes maanden niet mogelijk. Vast staat dat de opzegging van de arbeidsovereenkomst zonder toestemming van [verzoekster] is gedaan en dat daarbij de opzegtermijn niet in acht is genomen. Geoordeeld wordt dan ook dat de arbeidsovereenkomst onregelmatig is opgezegd. In dat geval kan om vernietiging van de opzegging worden verzocht of in plaats daarvan een billijke vergoeding worden toegekend. [verzoekster] heeft ter zitting verklaard dat zij in het ontslag berust omdat zij zich niet meer welkom voelt bij Bamboo Bar. [verzoekster] verzoekt dan ook primair om een billijke vergoeding.

4. Op grond van artikel 7:672 lid 9 BW is de partij die opzegt tegen een eerdere dag dan tussen partijen geldt, aan de wederpartij een vergoeding verschuldigd gelijk aan het bedrag van het in geld vastgestelde loon over de termijn dat de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging had behoren voort te duren. In dit geval gaat het om loon over de periode van 15 juli 2017 tot 1 januari 2018, derhalve 5,5 maanden. Op grond van artikel 7:672 lid 10 BW kan de kantonrechter de vergoeding matigen indien dit hem met het oog op de omstandigheden billijk voorkomt. De kantonrechter ziet aanleiding om de vergoeding van 5,5 maanden loon te matigen tot 2,5 maanden, neerkomende op 1 maand loon aan opzegtermijn, 1 maand loon aan billijke vergoeding en een halve maand loon omdat opgezegd had moeten worden tegen het einde van de maand, vermeerderd met de vakantietoeslag. Bij de matiging van de vergoeding is in aanmerking genomen dat, als dit niet zou worden gedaan, er sprake zou zijn van een wanverhouding tussen de periode waarin wel en de periode waarin niet is gewerkt. Tevens is in aanmerking genomen dat [verzoekster] inmiddels ander werk heeft gevonden. Het voorgaande leidt tot toekenning van een billijke vergoeding van (afgerond) € 2.400,00 bruto.

5. Nu geen sprake meer is van een arbeidsovereenkomst tussen partijen wordt het tegenverzoek van Bamboo Bar tot voorwaardelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst afgewezen.

6. Omdat Bamboo Bar in het ongelijk is gesteld wordt zij in de proceskosten veroordeeld.

De beslissing

De kantonrechter:

Op het verzoek van [verzoekster]

veroordeelt Bamboo Bar tot betaling aan [verzoekster] van een billijke vergoeding van € 2.400,00 bruto;

Op het tegenverzoek van Bamboo Bar

wijst het verzoek af;

Op het verzoek en het tegenverzoek

veroordeelt Bamboo Bar in de proceskosten gevallen aan de zijde van [verzoekster] gevallen en begroot op een bedrag van € 400,00;

verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders verzochte af.

waarvan proces-verbaal,

de griffier de kantonrechter