Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2017:8376

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
16-11-2017
Datum publicatie
17-11-2017
Zaaknummer
C/13/637667 / KG ZA 17-1168
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

ING mocht haar relatie met een bitcoinmakelaar opzeggen. De makelaar koopt en verkoopt voor haar klanten in de virtuele munt Bitcoins. Het bedrijf maakte hiervoor gebruik van een zakelijk betaalpakket van ING. Na enkele maanden werd het ING bekend dat de makelaar contant geld accepteerde voor de aanschaf van Bitcoins.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rolnummer: C/13/637667 / KG ZA 17-1168 MvdV/MN

Vonnis in kort geding van 16 november 2017

in de zaak van

1 [eiser sub 1] ,

wonende te [plaats] ,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiser sub 2] ,

gevestigd te [plaats] ,

eisers,

advocaten: mrs. J. Hagers en H.C.A. Delescen te Amsterdam,

tegen

naamloze vennootschap

ING BANK N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

advocaat: mr. J.L. Pijnse van der Aa te Amsterdam Zuidoost.

Partijen zullen hierna [eiser sub 1] , [eiser sub 2] en ING worden genoemd.

1 De procedure

Ter zitting van 1 november 2017 hebben [eiser sub 1] en [eiser sub 2] gesteld en gevorderd overeenkomstig de in kopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. ING heeft verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorziening. Beide partijen hebben producties en een pleitnota in het geding gebracht.
Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.

Ter zitting waren aanwezig:

aan de zijde van [eiser sub 2] : [eiser sub 1] (mede-eigenaar van [eiser sub 2] ), [naam 1] (mede-eigenaar van [eiser sub 2] en broer van [eiser sub 1] ) met mrs. Hagers en Delescen.

aan de zijde van ING: [naam 2] (werkzaam als onderzoeker financieel-economische criminaliteit bij ING) en [naam 3] (werkzaam als bedrijfsjurist bij ING) met mr. Pijnse van der Aa.

2 De feiten

2.1.

Op 26 mei 2014 is de vennootschap onder firma [vof] opgericht. De vennoten van [vof] zijn [eiser sub 1] , [naam 1] en [naam 4] (hierna: [naam 4] ). Op 24 maart 2016 is [eiser sub 2] opgericht. Enig aandeelhouder en bestuurder van [eiser sub 2] is [bedrijf] De bestuurders van deze onderneming zijn [bedrijf 1] (met [naam 1] als enig aandeelhouder en bestuurder), [bedrijf 2] (met [eiser sub 1] als enig aandeelhouder en bestuurder) en [bedrijf 3] (met [naam 4] als enig aandeelhouder en bestuurder). Op 31 december 2016 is [vof] ontbonden. De activiteiten van [vof] zijn opgegaan in [eiser sub 2] . Omwille van de leesbaarheid wordt in het navolgende met [eiser sub 2] ook haar rechtsvoorganger [vof] bedoeld.

2.2.

[eiser sub 2] houdt zich bezig met het in- en verkopen van bitcoins in opdracht van haar klanten. [eiser sub 2] koopt de bitcoins sinds 2016 bij Kraken Payward Ltd, een “bitcoin exchange”. Kraken levert de bitcoins aan het door [eiser sub 2] per transactie aan [eiser sub 2] opgegeven wallet-nummer (een bitcoinrekeningnummer in de blockchain).

2.3.

De ‘privacy policy’ die [eiser sub 2] uitdraagt zoals door ING als productie 13 bij conclusie van antwoord is overgelegd vermeldt het volgende:

Privacy en Bitcoin

Bitcoin transacties zijn publiekelijk inzichtelijk en worden opgeslagen in de blockchain (openbaar grootboek). Hierdoor zijn transacties ook volgbaar. De bitcoins die je bij ons koopt zijn in theorie te herleiden naar [eiser sub 2] . Echter, de identiteit van de eigenaar kan niet worden direct worden bepaald. Verder is het zo dat het huidige bankensysteem niet anoniem is. Online aan of verkopen zijn dus over het algemeen gemakkelijk te herleiden. Kies je er voor bitcoins contant aan of te verkopen, dan brengt dit meer privacy met zich mee.

2.4.

Op 26 mei 2014 heeft [eiser sub 2] met ING een overeenkomst voor een zakelijk betaalpakket gesloten (hierna: de overeenkomst). Op de overeenkomst zijn, voor zover van belang, de Algemene Bankvoorwaarden (hierna: ABV) en de Voorwaarden Zakelijke Rekening (hierna: VZR) van toepassing. In de artikelen 2, leden 1 en 2, en 35, lid 1, van de ABV is het volgende bepaald:

Artikel 2 Zorgplicht
Wij hebben een zorgplicht. U bent ook zorgvuldig tegenover ons en u mag van onze dienstverlening geen misbruik maken.

1. Wij zijn bij onze dienstverlening zorgvuldig en houden hierbij zo goed mogelijk rekening met uw belangen. Dit doen wij op een manier die aansluit bij de aard van de dienstverlening. Deze belangrijke regel geldt altijd. Andere regels in de ABV of in de voor producten of diensten geldende overeenkomsten en de daarbij behorende bijzondere voorwaarden kunnen dit niet veranderen.

(…)

2. U bent zorgvuldig tegenover ons en houdt zo goed mogelijk rekening met onze belangen. U werkt eraan mee dat wij onze dienstverlening correct kunnen uitvoeren en aan onze verplichtingen kunnen voldoen. Hiermee bedoelen wij niet alleen onze verplichtingen tegenover u, maar bijvoorbeeld ook verplichtingen die wij in verband met onze dienstverlening aan u hebben tegenover toezichthouders of fiscale of andere (nationale, internationale of supranationale) autoriteiten. U geeft ons, als wij daarom vragen, de informatie en documentatie die wij daarvoor nodig hebben. Als het u duidelijk moet zijn dat wij die informatie of documentatie nodig hebben, geeft u die uit uzelf.

U mag onze diensten of producten alleen gebruiken waarvoor ze zijn bedoeld en hiervan geen misbruik (laten) maken. Denkt u bij misbruik bijvoorbeeld aan strafbare feiten of activiteiten die schadelijk zijn voor ons of onze reputatie of die de werking en betrouwbaarheid van het financiële stelsel kunnen schaden.

(…)

Artikel 35 Opzegging van de relatie
U kunt de relatie opzeggen. Wij kunnen dit ook. Opzegging betekent dat de relatie eindigt en alle lopende overeenkomsten zo snel mogelijk worden afgewikkeld.

1. U kunt de relatie tussen u en ons opzeggen. Wij kunnen dit ook. Het is daarvoor niet nodig dat u in verzuim bent met de nakoming van een verplichting. Wij houden ons bij opzegging aan onze zorgplicht als genoemd in artikel 2 lid 1 ABV. Als u ons vraagt waarom wij de relatie opzeggen, dan laten wij u dat weten. (…)”

2.5.

In artikel 7, leden 3 en 4, van de VZR is, voor zover van belang, het volgende bepaald:

7. Looptijd en beëindiging Overeenkomst

(…)

7.3

De Overeenkomst kan door de Bank op elk gewenst moment schriftelijk worden opgezegd met inachtneming van een opzegtermijn van 60 dagen.
7.4. In afwijking van het vorige lid is de Bank bevoegd de Overeenkomst met onmiddellijke ingang te beëindigen, zonder ter zake tot enige schadevergoeding te zijn gehouden, indien het recht of de plicht daartoe is opgenomen in wet- of regelgeving of wanneer de Rekeninghouder gebruik maakt of heeft gemaakt van diensten of producten van de Bank voor activiteiten of doeleinden die in strijd zijn met wet- en regelgeving, de goede naam van de Bank kunnen schaden of de integriteit van het financiële systeem kunnen aantasten.”

2.6.

Ook met [eiser sub 1] en zijn eenmanszaak [eenmanszaak] is ING een bancaire relatie aangegaan.

2.7.

ING heeft op grond van de Wet Financieel toezicht (Wft) en de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (hierna: Wwft) diverse onderzoeks- en controleverplichtingen. Zo is ING verplicht om relaties met cliënten tegen te gaan die het vertrouwen in de financiële onderneming of in de financiële markten kunnen schaden, om cliëntenonderzoek en een onderzoek naar de tijdens de zakelijke relatie verrichte transacties uit te voeren en om de transacties bij het Financial Intelligence Unit (hierna: FIU) te melden als sprake is van ongebruikelijke omstandigheden.

2.8.

Het FIU heeft [eiser sub 2] meegedeeld dat zij als tussenpersoon bij de transacties in bitcoins vooralsnog niet onder de Wft valt en ook niet kwalificeert als een instelling als bedoeld in artikel 1, lid 1, sub a, onder 15, van de Wwft.

2.9.

Op 16 september 2014 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen medewerkers van ING met [naam 4] , [eiser sub 1] en [naam 1] . Tijdens dit gesprek is naar voren gekomen dat [eiser sub 2] met contant geld bitcoins voor derden aankoopt.

2.10.

Bij brief van 19 september 2014 heeft ING aan [eiser sub 2] meegedeeld dat [eiser sub 2] tijdens het gesprek op 16 september 2014 heeft laten weten dat de bitcoins contant worden gekocht van [naam 5] . ING heeft laten weten dat zij niet langer wil meewerken aan deze werkwijze en dat [eiser sub 2] vanaf heden alleen nog bitcoins giraal dient aan te schaffen. ING heeft tot slot bericht dat zij de relatie met [eiser sub 2] zal heroverwegen, indien zij constateert dat bitcoins vanaf heden contant worden aangekocht.

2.11.

In de periode van 11 april 2016 tot en met 2 maart 2017 heeft het waardetransportbedrijf SecurCash Nederland B.V. (hierna: SecurCash), in opdracht van [eiser sub 2] , in totaal € 3.578.905,- aan contant geld opgehaald en op de zakelijke rekening van [eiser sub 2] gestort. Met deze stortingen heeft [eiser sub 2] bitcoins ten behoeve van haar klanten gekocht.

2.12.

Bij brief van 29 maart 2017 heeft ING [eiser sub 2] gevraagd naar de herkomst van de contant gestorte bedragen bij SecurCash in de periode van 11 april 2016 tot en met 2 maart 2017 en om een beschrijving van de manier waarop [eiser sub 2] voorkomt dat zij bij witwassen betrokken raakt.

2.13.

Bij brief van 11 april 2017 heeft [eiser sub 2] toegelicht dat

de contante stortingen grotendeels afkomstig zijn uit de verkoop van telecommunicatiemiddelen die door twee partijen uit Canada geëxporteerd worden en dat deze klanten met contant geld via [eiser sub 2] bitcoins kopen. [eiser sub 2] benadrukt dat beide partijen uitvoerig zijn ‘geaudit’. Daarnaast heeft [eiser sub 2] toegelicht dat zij, hoewel zij officieel niet onder de Wft valt, alle relevante regelgeving voor cliëntenonderzoek ter voorkoming van witwassen en terrorismefinanciering heeft geïmplementeerd en dat zij haar eigen compliance programma voert met een eigen compliance officer. Tot slot heeft [eiser sub 2] nog tien bijlagen meegestuurd, waaronder haar algemene voorwaarden en ‘privacy policy’, twee geanonimiseerde Framework contracten van haar twee grootste klanten, verschillende interne beoordelingsformulieren, een [eiser sub 2] brochure “Bitcoin en belastingen” en een advies van advocatenkantoor De Roos & Pen van 2 maart 2016 over de risico’s van contante bitcointransacties.

2.14.

In een (eerste) brief van 11 mei 2017 heeft ING aan [eiser sub 2] meegedeeld dat is gebleken dat [eiser sub 2] contante stortingen doet om daarmee bitcoinaankopen te kunnen doen voor derden. ING wil niet langer meewerken aan die werkwijze. Als [eiser sub 2] bitcoins wil aanschaffen, dan dient dit vanaf heden giraal te geschieden. ING verzoekt [eiser sub 2] om voor 17 mei 2017 te stoppen met het storten van contante gelden. Indien ING constateert dat er na die datum bitcoins contant worden aan- of verkocht, zal zij de relatie met [eiser sub 2] heroverwegen.

2.15.

In een (tweede) brief van 11 mei 2017 heeft ING [eiser sub 2] , kort gezegd, verzocht om nadere informatie over de twee grote klanten van [eiser sub 2] en om (niet geanonimiseerde) overeenkomsten en documentatie naar aanleiding van de door [eiser sub 2] gehouden audit, zodat [eiser sub 2] een gefundeerd en transparant antwoord kan geven op de herkomst van het storten van € 3.578.905,-.

2.16.

In een e-mailbericht van 24 mei 2017 heeft [eiser sub 2] ING laten weten wie de twee grote opdrachtgevers zijn die met contante gelden bij [eiser sub 2] bitcoins inkopen. Het betreft Variis Networks Inc. (hierna: Variis) en Moodog Technology Inc. (hierna: Moodog). Het totaalbedrag aan verkopen aan deze partijen bedraagt € 6.216.245,-. Ook heeft [eiser sub 2] factuuroverzichten, jaarverslagen, (niet geanonimiseerde) Framework contracten, gespreksnotities en uittreksels uit het Canadese en Amerikaanse handelsregister van deze twee klanten aan ING toegestuurd.

2.17.

Bij brief van 14 juni 2017 heeft ING [eiser sub 2] verzocht om documentatie waaruit blijkt dat [eiser sub 2] een Know Your Customer (hierna: KYC) / Anti Money Laundering (hierna: AML) onderzoek heeft verricht naar de herkomst van de gelden van Variis en Moodog. Ook heeft ING vragen gesteld over de herkomst van het door Variis en Moodog gestorte contante geld.

2.18.

In een e-mailbericht van 27 juni 2017 heeft [eiser sub 2] een toelichting gegeven op de vragen van ING en een aantal bijlagen aan ING toegestuurd.

2.19.

Bij brief van 10 augustus 2017 heeft ING het volgende aan [eiser sub 2] meegedeeld:
“(…) Aan de hand van onderzoek door ING en de door [eiser sub 2] gegeven antwoorden, constateert ING het volgende:

  • -

    [eiser sub 2] ontvangt contante gelden van derden waarvan de herkomst niet of onvoldoende door [eiser sub 2] kan worden aangetoond. [eiser sub 2] verricht tevens zelf contante stortingen op de hiervoor genoemde Zakelijke rekening zonder dat zij de herkomst van deze gelden in voldoende mate kan aantonen en/of vaststellen.

  • -

    In dit kader heeft [eiser sub 2] onvoldoende invulling gegeven aan eigen KYC/AML procedures doordat er onvoldoende cliëntonderzoek is/wordt verricht naar de partijen die contante stortingen verrichten.

Door de combinatie van bovenstaande factoren is een situatie ontstaan waarbij ING geen vertrouwen meer heeft dat de bancaire relatie met [eiser sub 2] kan worden voortgezet. Op grond van het voorgaande, kan ING onvoldoende inhoud geven aan haar verplichtingen aan de in de Wft en de in de Wwft opgedragen wettelijke taken, waaronder het garanderen dat haar rekeningen niet worden gebruikt in het kader van witwassen van illegaal verkregen gelden en/of fraude. Tevens tracht zij reputatie- en integriteitsschade te voorkomen.

(…)
ING heeft na zorgvuldig beraad besloten om de bancaire relatie met [eiser sub 2] te beëindigen. (…)

Om u voldoende gelegenheid te bieden om uw gelden bij een andere financiële dienstverlener onder te brengen, hanteren wij een opzegtermijn van drie maanden, te rekenen vanaf dagtekening van deze brief. (…)”

2.20.

Bij brief van 10 augustus 2017 heeft ING aan [eiser sub 1] meegedeeld dat zij, als gevolg van haar besluit om de bankrelatie met [eiser sub 2] te beëindigen, ook heeft besloten om haar bancaire relatie met [eiser sub 1] en zijn eenmanszaak [eenmanszaak] te beëindigen.

2.21.

Bij brief van 5 september 2017 heeft [eiser sub 2] bezwaar gemaakt tegen het besluit van ING om alle rekeningen van [eiser sub 2] op te heffen. Bij brief van 2 oktober 2017 heeft de advocaat van [eiser sub 2] aan ING meegedeeld dat de opzegging onterecht is en op grond van de eisen van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. Ook voldoet de opzegging niet aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit.

2.22.

Bij brief van 11 oktober 2017 heeft ING aan [eiser sub 2] meegedeeld dat [eiser sub 2] onvoldoende heeft aangetoond dat de (indirecte) gestorte contanten een legitieme herkomst hebben, waardoor ING onvoldoende inhoud kan geven aan de aan haar opgelegde wettelijke verplichtingen. Dit heeft geleid tot het opzeggen door ING van de klantrelatie met [eiser sub 2] .

3 Het geschil

3.1.

[eiser sub 2] vordert samengevat - ING te gebieden tot integrale nakoming van haar verbintenissen uit de tussen [eiser sub 1] , [eiser sub 2] en ING gesloten overeenkomsten, althans tot nakoming van haar verbintenissen ten opzichte van [eiser sub 1] en [eiser sub 2] , en (aldus) tot integrale continuatie van de bancaire relatie(s), voor een periode van (in ieder geval) drie jaar of een andere periode die de voorzieningenrechter juist voorkomt, een en ander op straffe van een dwangsom en met veroordeling van ING in de proceskosten.

3.2.

[eiser sub 2] heeft daartoe, kort gezegd, gesteld dat de opzegging in strijd is met de redelijkheid en billijkheid, niet voldoet aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit en bovendien onrechtmatig is. [eiser sub 2] heeft ING, vanaf het begin alsook gedurende de relatie, actief benaderd en betrokken in haar compliance processen. ING heeft echter nooit enige betrokkenheid getoond in de interne processen van [eiser sub 2] , ook niet toen [eiser sub 2] daarom vroeg in 2014. [eiser sub 2] heeft uitgebreide interne processen opgesteld om illegale praktijken van haar klanten tegen te gaan. Zij heeft altijd conform wetgeving gehandeld en heeft daartoe ook juridisch advies bij het advocatenkantoor De Roos & Pen ingewonnen. Voorts heeft zij contact opgenomen met het FIU om er zeker van te zijn dat zij voldoende maatregelen neemt ter voorkoming van witwassen en financiering van terrorisme, waarop het FIU heeft gereageerd dat zij de aanvraag van [eiser sub 2] moest weigeren (omdat [eiser sub 2] niet valt onder de reikwijdte van een instelling uit de Wwft en derhalve geen meldplicht heeft). Na ontvangst van de brief van 19 september 2014 van ING is [eiser sub 2] gestopt met het aanschaffen van bitcoins in contanten via ING en per juni 2017 is zij ook gestopt met het afstorten van contanten. Zij heeft dus steeds aan de verzoeken van ING voldaan. Daarnaast heeft [eiser sub 2] steeds op ieder (informatie)verzoek van ING uitgebreid gereageerd en aanvullende documenten opgestuurd. ING heeft nooit eerder dan 2017 gereageerd dat de interne processen van [eiser sub 2] niet op orde zouden zijn. Volgens [eiser sub 2] heeft ING de bancaire relatie met [eiser sub 2] ten onrechte opgezegd. [eiser sub 2] erkent dat haar type klanten en producten een verhoogd risico met zich meebrengen, maar dat betekent volgens [eiser sub 2] evenwel niet dat categoraal dit type cliënten geweigerd moet worden.

Tot slot meent [eiser sub 2] dat haar belang bij voortzetting van de bancaire relatie zwaarder weegt dan het belang van ING bij handhaving van de opzegging van de bancaire relatie. De opzegging van ING is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar, aldus [eiser sub 2] .

3.3.

ING voert verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Voldoende aannemelijk is dat partijen een spoedeisend belang hebben bij een oordeel over de vraag of de bancaire relatie tussen hen rechtsgeldig kan worden beëindigd, nu ING de overeenkomst per 10 november 2017 heeft opgezegd.

4.2.

Een vordering tot voortzetting van een overeenkomst kan in kort geding worden toegewezen indien voorshands voldoende aannemelijk is dat de bodemrechter het standpunt van de eisende partij zal volgen en indien van de eisende partij niet kan worden gevergd dat hij de uitslag van de bodemprocedure afwacht.

4.3.

Uitgangspunt is dat ING op grond van het bepaalde in artikel 35 ABV en de artikelen 7.3, 7.4 en 9.3 van de VZR bevoegd is de overeenkomst met [eiser sub 1] en [eiser sub 2] op te zeggen. De vraag is aan de orde of voorshands voldoende aannemelijk is geworden dat de opzegging door ING, gelet op alle omstandigheden van het geval, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Daarbij komt gewicht toe aan de in artikel 2, lid 1, ABV neergelegde zorgplicht op grond waarvan ING bij haar dienstverlening de nodige zorgvuldigheid in acht dient te nemen en daarbij naar beste vermogen met de belangen van [eiser sub 2] en [eiser sub 1] rekening dient te houden. Evenzeer komt gewicht toe aan de verplichting van [eiser sub 2] om ingevolge artikel 2, lid 2, ABV eraan mee te werken dat ING aan haar verplichtingen jegens (onder meer) toezichthouders kan voldoen en om geen misbruik van haar diensten te (laten) maken, bijvoorbeeld door middel van activiteiten die schadelijk zijn voor de reputatie van ING en die de werking van de betrouwbaarheid van het financiële stelsel kunnen schaden.

4.4.

Transacties in bitcoins hebben een hoog risicoprofiel. De Nederlandse Bank (DNB) waarschuwt banken en betaalinstellingen voor integriteitsrisico’s die zij lopen omdat zij de identiteit van de partijen die de bitcoins ver- of aankopen niet of onvoldoende kennen (zie daarvoor bijvoorbeeld de Nieuwsbrief Betaalinstellingen juli 2014 van DNB). Aannemelijk is dat gelden uit misdrijf verkregen kunnen worden witgewassen door via een tussenpersoon transacties in bitcoins uit te voeren. De identiteit van de opdrachtgever kan langs deze weg vrij makkelijk geheim blijven. Dit geldt te meer bij het aan- en verkopen van bitcoins met contant geld.

4.5.

ING is op grond van de Wft en Wwft verplicht om in voorkomende gevallen verscherpt cliëntenonderzoek te doen alsmede onderzoek naar de herkomst van gelden waarmee haar cliënten via de ING rekeningen transacties verrichten. Ook dient zij ongebruikelijke transacties te melden bij het FIU.

[eiser sub 2] is geen instelling als bedoeld in de Wft en de Wwft, maar is -blijkens het aan haar uitgebrachte advies van advocatenkantoor De Roos & Pen van 2 maart 2016- wel bekend met de risico’s die zijn verbonden aan transacties in bitcoins, te weten het witwassen of financieren van terrorisme. Op grond van het hoge risicoprofiel van transacties met bitcoins mag ING in beginsel van een bedrijf als [eiser sub 2] verwachten dat zij onderzoek doet naar de identiteit van haar klanten alsmede naar de herkomst van de gelden waarmee zij in opdracht van haar klanten bitcoins aankoopt, ook zonder dat ING daar eerst uitdrukkelijk om vraagt.

Opdrachten van ING

4.6.

ING stelt geen vertrouwen meer in [eiser sub 2] te hebben omdat zij ondanks twee waarschuwingen steeds weer tot aan/verkoop van bitcoins in contanten in opdracht van klanten is overgegaan. ING heeft [eiser sub 2] al bij brief van 19 september 2014 laten weten dat zij niet meer wil meewerken aan het aankopen van bitcoins met contant geld (zie 2.10). Desondanks heeft ING geconstateerd dat in de periode van 11 april 2016 tot en met 2 maart 2017 in totaal € 3.578.905,- aan contant geld (via Brinks en SecurCash) giraal op de zakelijke rekening van [eiser sub 2] is gestort, waarmee [eiser sub 2] vervolgens bitcoins ten behoeve van haar klanten heeft gekocht. ING heeft [eiser sub 2] bij brief van 11 april 2017 opnieuw gewaarschuwd dat er vanaf 17 mei 2017 geen bitcoins meer mogen worden aan- of verkocht met contant geld, maar ook daar heeft [eiser sub 2] volgens ING niet aan voldaan.

4.7.

[eiser sub 2] stelt dat zij vanaf september 2014 aan het verzoek van ING van 19 september 2014 heeft voldaan en sindsdien geen bitcoins meer koopt met contant geld. Volgens [eiser sub 2] heeft ING haar niet verboden om bitcoins in opdracht van klanten te verkopen. Zij gebruikt voor het omzetten van contanten in giraal geld niet haar ING rekening maar sinds enige tijd de diensten van het waardetransportbedrijf SecurCash. [eiser sub 2] heeft eerst bij ING in Lelystad nagevraagd of geldverwerking via SecurCash een mogelijke oplossing zou zijn en haar is meegedeeld dat dit geen probleem zou vormen. Verder stelt [eiser sub 2] dat ING haar pas op 11 mei 2017 heeft verzocht om per 17 mei 2017 te stoppen met het storten van contanten en dat zij daarom geen afstortingen van contant geld meer heeft gedaan. [eiser sub 2] meent dan ook aan alle voorwaarden van ING te hebben voldaan.

4.8.

Overwogen wordt als volgt. Voldoende aannemelijk is dat [eiser sub 2] niet tijdig heeft voldaan aan de opdracht van ING om geen bitcoins met contant geld meer aan te kopen en om te stoppen met het storten van contante gelden op haar ING rekening. Dat [eiser sub 2] sinds september 2014 niet meer zelf de contante gelden van opdrachtgevers op haar ING rekening stort, maar daar SecurCash voor gebruikt doet hieraan niet af. SecurCash neemt immers in opdracht van [eiser sub 2] de contanten in ontvangst en maakt het corresponderende bedrag over op de ING rekening van [eiser sub 2] , waarna [eiser sub 2] de bitcoins met dat geld via overboeking vanaf de ING rekening koopt bij Kraken, de bitcoinbeurs. Daarmee is [eiser sub 2] de ‘contant-geld service’ aan haar klanten (zie ook haar privacy-policy onder 2.3) langs indirecte weg blijven aanbieden. Dat ING ook bezwaar had tegen indirecte transacties van bitcoins met contant geld moet voor [eiser sub 2] voldoende duidelijk zijn geweest, althans had voor haar reden moeten zijn om met ING in overleg te treden voordat zij van de diensten van SecurCash gebruik ging maken. Door dit na te laten heeft [eiser sub 2] feitelijk de opdracht van ING naast zich neergelegd.

ING heeft [eiser sub 2] per brief van 11 mei 2017 opnieuw opgedragen om vóór 17 mei 2017 te stoppen met het storten van contante gelden op haar ING-rekening. [eiser sub 2] heeft ter zitting verklaard dat zij per juni 2017 is gestopt met het aan- en verkopen van bitcoins met contant geld. Hieruit blijkt dat zij niet tijdig aan de herhaalde opdracht van ING heeft voldaan.

Informatieverzoeken van ING

4.9.

ING stelt ook om een andere reden geen vertrouwen meer te hebben in [eiser sub 2] . [eiser sub 2] heeft onvoldoende antwoord gegeven op de door ING gestelde vragen naar de identiteit van haar klanten en naar de herkomst van de contanten waarmee in opdracht van die klanten bitcoin transacties zijn verricht. Bij brieven van 29 maart 2017, 11 mei 2017 en 14 juli 2017 heeft ING [eiser sub 2] verzocht om nadere informatie over de (indirecte) contante stortingen op de ING-rekening van [eiser sub 2] en de herkomst daarvan. Op 24 mei 2017 en 27 juni 2017 heeft [eiser sub 2] op deze informatieverzoeken gereageerd. Pas na het tweede informatieverzoek ontving ING van [eiser sub 2] informatie waaruit bleek dat Variis en Moodog de twee grote klanten van [eiser sub 2] zijn die met contante gelden via [eiser sub 2] bitcoins kopen en dat het totaalbedrag van de geldstromen tussen deze partijen en [eiser sub 2] kennelijk € 6.216.245,- bedroeg (en niet € 3.578.905,- zoals ING eerder dacht). Voor ING bleef onduidelijk wie deze partijen precies zijn en welke activiteiten ze verrichten. Uit de door [eiser sub 2] verstrekte nadere informatie bleek dat Variis met het contante geld dat zij met de verkoop van haar producten verdient bitcoins via [eiser sub 2] inkoopt, maar niet dat de bitcoins ook daadwerkelijk door [eiser sub 2] aan Variis zijn geleverd. Ter zitting heeft [eiser sub 2] verklaard dat bitcoins voor Variis door deze partij zijn overgedragen aan het bedrijf DB Processing Corp. Dat [eiser sub 2] voldoende onderzoek naar dit laatste bedrijf heeft gedaan blijkt niet. Ook blijven de vestigingsadressen van Variis en Moodog obscuur, onder meer nu niet wordt betwist dat op de betreffende locaties -blijkens Google maps- geen bedrijfspanden maar woningen zijn gevestigd. Daar komt bij dat de twee overgelegde contracten met Variis en Moodog dateren van 8 december 2016 en 5/6 december 2016. Dit terwijl al op 11 mei 2016 de eerste bitcoins aan Moodog zijn verkocht en er in de periode vóór 15 december 2016 voor een bedrag van € 2.607.365,- aan contanten is ontvangen door [eiser sub 2] van Variis en Moodog. ING meent dan ook dat [eiser sub 2] onvoldoende duidelijkheid heeft gegeven over Variis en Moodog en over de herkomst van de gestorte contante gelden. Volgens ING blijkt hieruit dat [eiser sub 2] onvoldoende invulling heeft gegeven aan haar eigen cliëntenonderzoek. Het onderzoek van [eiser sub 2] naar Variis en Moodog hield niet meer in dan het opvragen van een uittreksel uit het handelsregister uit het desbetreffende land, het kopiëren van een identiteitsbewijs, het invullen van een formulier en het invoeren van een kort gespreksverslag in de administratie. Naar de daadwerkelijke herkomst van de gelden heeft [eiser sub 2] geen onderzoek gedaan, aldus ING.

4.10.

[eiser sub 2] stelt dat zij op ieder (informatie)verzoek van ING uitgebreid heeft gereageerd en aanvullende documenten heeft opgestuurd. ING heeft nooit eerder dan 2017 gewaarschuwd dat de interne processen van [eiser sub 2] niet op orde zouden zijn. De vragen die ING nu heeft met betrekking tot Variis en Moodog zijn nooit eerder gesteld aan [eiser sub 2] . [eiser sub 2] wist niet dat ING deze vragen beantwoord wenste te hebben. Het had op de weg van ING gelegen om [eiser sub 2] aan te geven dat zij meer wilde weten. Verder heeft [eiser sub 2] verklaard dat zij uitgebreide interne procedures heeft die garanderen dat de identificatie van iedere klant wordt geverifieerd en de herkomst van iedere transactie wordt gemonitord. [eiser sub 2] hanteert regels die voorafgaand (en gedurende de relatie) moeten worden gevolgd. Eerst wordt een zogenaamd Framework Contract met de klant opgesteld (waarbij de contactgegevens worden uitgewisseld), dan wordt de transactie beoordeeld met een Klanten/leveranciersregistratie- en/of bedrijfsregistratieformulier (en wordt de Ultimate Beneficial Owner geverifieerd), de algemene voorwaarden en de privacy policy van [eiser sub 2] worden aan de klant verstrekt, dan wordt de klant beoordeeld met het document “PRC-020 Inkoop/Verkoop en beoordeling van relaties” en wordt de identiteit van de klant geverifieerd aan de hand van een stappenplan in het document “PRT- 020 Relatie Identificatie”. Bij transacties boven de € 10.000,- moet intern bij [eiser sub 2] het formulier “Beoordeling voor samenhangende transacties boven de € 10.000,-“ worden ingevuld. Ook ten aanzien van Variis en Moodog heeft [eiser sub 2] deze interne procedure gevolgd. Bij deze klanten is alleen het formulier “PRT-021 Bitcointransactie met contant geld” (voor een verificatie naar de herkomst van de contanten) niet ingevuld, omdat de gelden steeds vanuit dezelfde reeds gecontroleerde en geverifieerde bronnen kwamen, aldus [eiser sub 2] .

4.11.

Overwogen wordt als volgt. Uit informatie die [eiser sub 2] pas na aandringen van ING heeft verschaft, blijkt dat de twee grote klanten van [eiser sub 2] , Variis en Moodog, encryptietelefoons en encryptiediensten verkopen. [eiser sub 2] heeft erkend dat deze producten en diensten veelal door criminelen worden afgenomen. Het risico dat de contante gelden die [eiser sub 2] (indirect) van deze twee bedrijven ontvangt of aan hen heeft uitbetaald uit misdrijf afkomstig zijn, is daarmee reëel. [eiser sub 2] stelt de relatie met Variis en Moodog om die reden sinds kort te hebben beëindigd. Waarom [eiser sub 2] pas onlangs heeft ontdekt wat de activiteiten van haar twee grote klanten zijn is onduidelijk gebleven. Dat het voor [eiser sub 2] onmogelijk was om eerder afdoende onderzoek naar de handel en wandel van die klanten en de herkomst van de gelden te doen is voorshands niet aannemelijk.

[eiser sub 2] heeft geen stukken overgelegd waaruit blijkt dat zij de in 4.10. beschreven uitgebreide, interne procedure tijdig heeft toegepast op Variis en Moodog. Dit terwijl zij -blijkens het advies van advocatenkantoor De Roos & Pen van 2 maart 2016- al lang op de hoogte was/had moeten zijn van de risico’s en de te treffen maatregelen. Zoals hiervoor onder 4.5 is weergegeven heeft [eiser sub 2] een eigen verantwoordelijkheid. Indien zij, zoals zij stelt, een strenge interne compliance procedure hanteert, dient zij ervoor zorg te dragen dat deze procedure ook wordt nageleefd. Niet is gebleken dat [eiser sub 2] dat in het geval van Variis en Moodog heeft gedaan.

4.12.

Samenvattend geldt het volgende. [eiser sub 2] heeft niet tijdig uitvoering gegeven aan de opdracht van ING om te stoppen met bitcoin transacties waarbij contant geld wordt gebruikt. Zij heeft bovendien niet tijdig voldoende onderzoek verricht naar de identiteit van haar twee grootste klanten, en naar hun activiteiten en de herkomst van de contante gelden, terwijl dat wel op haar weg had gelegen. Zij heeft aldus in strijd gehandeld met de zorgplicht als bedoeld in artikel 2, lid 2, ABV die zij jegens ING in acht dient te nemen. De door ING gestelde vertrouwensbreuk is daarmee voorshands voldoende aannemelijk.

4.13.

ING heeft bij het beëindigen van de relatie een gerechtvaardigd belang, zoals hierna zal worden uiteengezet. Daar komt bij dat ING een ruime opzegtermijn van drie maanden heeft gehanteerd in plaats van de in artikel 7.3 van de VZR voorgeschreven opzegtermijn van 60 dagen. De conclusie is dat voorshands niet kan worden aangenomen dat de opzegging van de relatie met [eiser sub 2] naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.

4.14.

ING heeft de klantrelatie met [eiser sub 1] opgezegd omdat hij als bestuurder en aandeelhouder van [eiser sub 2] onlosmakelijk onderdeel van de klantrelatie met ING uitmaakt. Onbetwist is dat transacties van [eiser sub 2] met haar klanten mede werden verricht via de rekening van [eiser sub 1] . Gelet op deze verwevenheid is de opzegging van de bancaire relatie met [eiser sub 1] naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid evenmin onaanvaardbaar.

4.15.

Een belangenafweging leidt niet tot een andersluidend oordeel. ING heeft een aanzienlijk belang bij beëindiging van de relatie. ING heeft toegelicht dat zij op grond van de Wft en Wwft verplicht is om relaties met cliënten tegen te gaan die het vertrouwen in de financiële onderneming of in de financiële markten kunnen schaden. ING heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat zij door de tekortschietende beantwoording van de vragen door [eiser sub 2] onvoldoende inhoud kan geven aan deze taak en dat voortzetting van de relatie voor ING een reëel reputatie- en integriteitsrisico met zich brengt.

Daar tegenover staan de belangen van [eiser sub 2] en [eiser sub 1] bij voortzetting van de relatie. [eiser sub 2] heeft toegelicht dat veel andere banken haar aanvraag hebben afgewezen. [eiser sub 2] kan bij Bunq bankieren, maar Bunq heeft niet de mogelijkheid om rekeningen met vreemde valuta te openen terwijl [eiser sub 2] wil uitbreiden naar het buitenland. [eiser sub 2] stelt dat klanten zullen vertrekken als zij niet meer bij dezelfde bank als (een groot deel van) haar klanten bankiert, maar heeft die stelling verder niet onderbouwd. Bovendien geldt dat zij in elk geval bij Bunq kan bankieren. Weliswaar heeft deze bank niet haar voorkeur, maar zij heeft daarmee nog wel toegang tot het bancaire systeem. Niet aannemelijk is dat [eiser sub 2] haar onderneming moet staken na beëindiging van de relatie met ING.

Ten aanzien van [eiser sub 1] geldt dat hij thans al bij Bunq bankiert en dus toegang heeft tot het bancaire systeem. Zijn stelling dat hij geen hypothecaire financiering meer kan krijgen nu hij bij Bunq bankiert, is door ING betwist en niet onderbouwd aan de hand van stukken.

Gelet op deze stand van zaken, gaat het belang van ING voor. De slotsom van het voorgaande is dat de vorderingen van [eiser sub 2] en [eiser sub 1] worden afgewezen.

4.16.

[eiser sub 1] en [eiser sub 2] zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van ING worden begroot op:

- griffierecht € 618,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 1.434,00

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

weigert de gevraagde voorzieningen;

5.2.

veroordeelt [eiser sub 1] en [eiser sub 2] in de proceskosten, aan de zijde van ING tot op heden begroot op € 1.434,00,

5.3.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.W. van der Veen, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. M.J. Niersman, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 16 november 2017.1

1 type: MN coll: MA