Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2017:8145

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
04-10-2017
Datum publicatie
07-11-2017
Zaaknummer
6130796 EA VERZ 17-628
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Geen toekenning transitievergoeding. Wsw-werknemer heeft zelf ontslag genomen. Geen ernstig verwijtbaar handelen aan de zijde van werkgever.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2017-1365
AR 2017/5871
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht - team kanton


zaaknummer: 6130796 EA VERZ 17-628

beschikking van: 4 oktober 2017

func.: 245

Beschikking van de kantonrechter

I n z a k e

[verzoeker] , in zijn hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van [naam 1]

wonende te [plaats]

verzoeker

nader te noemen: [verzoeker]

gemachtigde: mr. N.W. Ruiter

t e g e n

Stichting Pantar Amsterdam

gevestigd te Diemen

verweerster

nader te noemen: Pantar

gemachtigde: mr. J. van Hulst

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Bij inleidend verzoekschrift van 5 juli 2017, met producties, heeft [verzoeker] de kantonrechter primair verzocht om -kort gezegd- [naam 1] (nader te noemen [naam 1] ) een transitie-vergoeding van € 37.245,13 bruto toe te kennen, met nevenvorderingen. Pantar heeft op 17 augustus 2017 een verweerschrift ingediend, met producties. [verzoeker] heeft nadere stukken ingediend op 6 september 2017.

Op 14 september 2017 is de zaak mondeling behandeld. [verzoeker] is verschenen met de ge-machtigde. Pantar is verschenen bij [naam 2] , [naam 3] en de gemachtigde. Beide partijen hebben hun standpunt nader toegelicht - [verzoeker] aan de hand van een pleitnota - en vragen van de kantonrechter beantwoord.

Beschikking is bepaald op heden.

GRONDEN VAN DE BESCHIKKING

Feiten

1. Bij de beoordeling gaat de kantonrechter uit van de navolgende feiten en omstandigheden:

1.1.

Pantar is door de Gemeenten Amsterdam en Diemen belast met de uitvoering van de Wet Sociale Werkvoorziening (verder WSW). Het is in dat verband een organisatie voor mensen, met een grote afstand tot de arbeidsmarkt, die niet op eigen kracht aan een reguliere baan komen. Bij Pantar zijn ruim 3.000 per-sonen met een Wsw-indicatie werkzaam (verder de Wsw-ers). Daarnaast heeft Pantar eigen medewerkers in dienst, zonder Wsw-indicatie.

1.2.

Pantar zorgt ervoor dat voor de Wsw-ers een werkplek wordt gecreëerd, die aansluit bij de mogelijkheden en beperkingen van de betreffende persoon. Daarmee wordt vervolgens een reguliere arbeidsovereenkomst gesloten. De Wsw-ers werken op een locatie van Pantar of worden door Pantar gedeta-cheerd bij een derde.

1.3.

[naam 1] , geboren op [datum] en thans 61 jaar oud, heeft het syndroom van Down en werkt sinds augustus 1973 bij Pantar. [naam 1] was voor wat betreft de werkzaamheden ingedeeld in categorie 1, het laagste niveau met de meeste begeleiding. [naam 1] verrichtte lichte inpakwerkzaamheden op de locatie aan de [straat 1] in Amsterdam Noord, op het zogenoemde onderdeel Transit van de afdeling Productie.

1.4.

[naam 1] heeft altijd prima gewerkt. Hij kwam vanaf een zeker moment op eigen kracht met de bus naar de locatie van Pantar aan de [straat 1] , wat kon door de relatief korte afstand tussen zijn (begeleid) woon- en werkplek en de directe busverbinding tussen die twee.

1.5.

Door bezuinigingen gedwongen heeft Pantar in de loop van 2016 besloten haar activiteiten te herschikken en een aantal werkzaamheden van de [straat 1] over te brengen naar haar locatie aan de [straat 2] te in Diemen. Van de 270 werknemers in Amsterdam Noord zijn er 170 naar Diemen overgeplaatst. Ook de afdeling Transit is naar Diemen gegaan, omdat in Diemen het specialis-tische personeel voor de noodzakelijke begeleiding aanwezig is.

1.6.

Op 21 juni 2016 heeft de leidinggevende van [naam 1] , [naam 4] over de overplaatsing van [naam 1] met [verzoeker] en [naam 1] gesproken. In het gesprek is aan de orde gekomen dat voor [naam 1] , toen 60 jaar oud, de reis van Amsterdam Noord naar Diemen een te zware belasting zou betekenen, [naam 1] vaak moe was, het werken hem zwaar viel, en dat hij graag wilde stoppen met werken. Pantar heeft daarop aangeboden de mogelijkheden voor [naam 1] om te stoppen met werken te onderzoeken en daartoe een voorstel te doen.
Partijen verschillen met elkaar van mening of in het eerste gesprek de mogelijkheid voor [naam 1] om met door Pantar georganiseerd vervoer naar Diemen te gaan is besproken; volgens [naam 4] is dat wel het geval, volgens [verzoeker] is het niet aan de orde gekomen.

1.7.

Op 30 juni 2016 heeft Pantar nogmaals met [verzoeker] en [naam 1] gesproken. Inmiddels was duidelijk dat vertrek van [naam 1] bij Pantar geen financiële consequenties voor hem had, omdat zijn (gekorte) Wajong-uitkering weer vol zou kunnen worden. Afgesproken werd dat Pantar [verzoeker] een voorstel voor beëindiging van het dienstverband van [naam 1] zou doen.

1.8.

De beëindigingsovereenkomst is [verzoeker] toegestuurd bij brief van 6 juli 2016. De brief vermeldt:
Op verzoek van werknemer is werkgever bereid mee te werken aan het beëindigen met wederzijds goedvinden via een beëindigingovereenkomst.

Het voorstel was dat [naam 1] - die per 11 juli 2016 werd vrijgesteld van werkzaamheden - salaris zou ontvangen tot 1 december 2016. Als reden van de beëindiging werd genoemd een verschil van inzicht over de invulling van de functie.

1.9.

Op 11 juli 2016 heeft [naam 1] afscheid genomen van zijn collega’s en nadien heeft hij niet meer bij Pantar gewerkt. [naam 1] werkt sindsdien als vrijwilliger in een bejaardentehuis.

1.10.

Bij e-mail van 13 juli 2016 heeft de gemachtigde van [verzoeker] op de toegestuurde stukken gereageerd. De gemachtigde heeft verzocht de beëindigingsovereen-komst te wijzigen in die zin dat niet verschil van inzicht maar verval van functie als reden werd genoemd. Pantar heeft daarop de beëindigingsovereenkomst aangepast en op 28 juli 2017 opnieuw naar de gemachtigde gestuurd.

1.11.

Bij e-mail van 1 augustus 2016 heeft [verzoeker] voor [naam 1] aanspraak gemaakt op de transitievergoeding. Pantar heeft de verschuldigdheid van de transitie-vergoeding betwist. Partijen hebben over de transitievergoeding gecorrespon-deerd, maar zijn niet tot overeenstemming gekomen.

1.12.

Pantar heeft daarop gesteld dat [naam 1] werkzaamheden in Diemen kon gaan verrichten met door Pantar georganiseerd vervangend vervoer. Zij heeft ook te kennen gegeven in september 2016 de bedrijfsarts te zullen verzoeken te bezien of er voor [naam 1] belemmeringen waren om naar Diemen te reizen. [verzoeker] heeft geantwoord dat [naam 1] niet bereid was in Diemen te gaan werken en [naam 1] heeft aan de uitnodiging van de bedrijfsarts geen gehoor gegeven.

1.13.

Pantar heeft daarop aangekondigd per 1 oktober 2016 de salarisbetaling aan [naam 1] stop te zetten. Per die datum heeft [naam 1] zijn volledige Wajong-uitkering herkregen. Over oktober 2016 heeft Pantar (abusievelijk) toch het salaris voldaan. Pantar heeft het vakantiegeld (vanaf 1 juni 2016 tot 1 oktober 2016) en de eindejaarsuitkering (over de periode 1 januari 2016 tot 1 oktober 2016), in december 2016 met het salaris van oktober 2016 verrekend. Het teveel betaalde heeft Pantar niet terug gevorderd.

1.14.

Bij brief van 10 maart 2017 heeft [verzoeker] Pantar bericht dat [naam 1] met ingang van 1 mei 2017 ontslag nam. Daarop heeft Pantar de niet genoten vakantiedagen uitgekeerd.


Het verzoek en aanverwante vorderingen

2. [verzoeker] verzoekt - samengevat weergegeven - toekenning van een transitievergoeding ad € 37.245,13 bruto. Daarnaast vordert [verzoeker] bij verzoekschrift veroordeling van Pantar tot betaling van € 414,72 bruto wegens vakantiegeld, € 435,15 bruto wegens eindejaarsuitkering, beide te vermeerderen met de (maximale) wettelijke verhoging en de wettelijke rente.

3. [verzoeker] voert - samengevat en zakelijk weergegeven - aan dat de verplaatsing van een afdeling een gebeurtenis is die in de risicosfeer van de werkgever ligt. Pantar wringt zich in bochten om de transitievergoeding niet te hoeven voldoen. Als een werknemer besluit niet “mee te gaan” en om die reden het dienstverband beëindigd wordt, is daar in de huidige wettelijke systematiek het gevolg van dat recht bestaat op een transitie-vergoeding. Het is denkbaar dat een werknemer ernstig verwijtbaar handelt, door niet mee te gaan en zo zijn transitievergoeding verspeelt, maar dat is aan de rechter om uit te maken.

4. Ter zitting heeft [verzoeker] daar aan toe gevoegd dat Pantar een ernstig verwijt kan worden gemaakt omdat Pantar
- heeft gesproken van een verschil van inzicht over de functie, terwijl dat niet aan de orde was,
- er ten onrechte vanuit ging dat [naam 1] zelfstandig kon reizen, terwijl [naam 1] daartoe niet in staat was,
- heeft gezwegen over de mogelijkheid van collectief vervoer, tot het moment dat [naam 1] niet beter wist dan dat hij met pensioen was en [verzoeker] aanspraak maakte op een transitievergoeding,
- zich heeft beroepen op haar financiële positie als het om de transitievergoeding gaat, terwijl dat bij de transitievergoeding geen punt van overweging is. Dat tesamen maakt dat Pantar ernstig verwijtbaar heeft gehandeld, waartoe mee geldt dat voor het niet zelf nemen van initiatief om [naam 1] te ontslaan, Pantar ook een ernstig verwijt kan worden gemaakt.

Aanverwante vorderingen

5. Bij inleidend verzoekschrift stelt [verzoeker] dat Pantar nog vakantiegeld en eindejaars-uitkering verschuldigd is. Ter zitting heeft [verzoeker] erkend dat in oktober 2016 wel salaris is ontvangen en in december 2016 een loonstrook met daarop het vakantiegeld en de eindejaarsuitkering, en dat het teveel betaalde salaris deze aanspraken van [naam 1] ruimschoots dekt. [verzoeker] heeft niet gesteld dat [naam 1] in de maand oktober 2016 recht had op salaris.

6. Daaruit leidt de kantonrechter af dat [verzoeker] de vorderingen inmiddels als voldaan beschouwt en dat deze verder niet beoordeeld hoeven te worden.

Verweer

7. Pantar meent dat het verzoek van [verzoeker] om een transitievergoeding afgewezen behoort te worden, nu er geen sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten zijdens Pantar en er dus geen aanspraak op een transitievergoeding bestaat.

8. Pantar voert - ter onderbouwing - aan dat reeds in het eerste gesprek georganiseerd vervoer voor [naam 1] naar Diemen aan de orde is gekomen. Daar is geen vervolg aan gegeven, omdat [naam 1] ook om andere redenen dan de reisafstand zijn dienstverband wilde beëindigen. Bij dat gesprek was [verzoeker] aanwezig en zo deze (anders dan [naam 1] ) niet wilde dat het dienstverband zou eindigen, had hij dat kunnen zeggen. Maar dat heeft hij niet gedaan, ook daarna niet. Partijen hebben toen afgesproken eerst te onderzoeken wat de gevolgen van een einde van de arbeidsovereenkomst zouden zijn.

9. Toen bleek dat een einde van de arbeidsovereenkomst voor [naam 1] geen conse-quenties zou hebben in financiële zin, heeft Pantar op verzoek van [verzoeker] een beëindigingsovereenkomst opgesteld. Pantar heeft ervoor gekozen een verschil van inzicht als reden op te nemen, maar heeft dit op eerste verzoek van de gemachtigde van [verzoeker] gewijzigd. Dit kwalificeert niet als ernstig verwijtbaar handelen van Pantar.

10. Pantar betwist uitdrukkelijk in het eerste gesprek te hebben gezwegen over de mogelijkheid van collectief vervoer naar Diemen. Maar zelfs als dat wel het geval zou zijn, is niet gesteld dat [naam 1] dan het aanbod zou hebben aanvaard. Op het moment dat Pantar dit expliciet aan [naam 1] aanbood, heeft [verzoeker] het ongemotiveerd afgewezen.

11. Deze gehele gang van zaken kwalificeert niet als ernstig verwijtbaar handelen zijdens Pantar. Eerder het omgekeerde lijkt het geval. [naam 1] wilde niet in Diemen werken, het is op zijn verzoek geweest dat Pantar heeft meegedacht over een einde in wederzijds goedvinden en uiteindelijk heeft [naam 1] ontslag genomen, dus van een aanspraak op een transitievergoeding is geen sprake.

Beoordeling

12. Het gaat in deze zaak in de kern om de vraag of [naam 1] een transitievergoeding toekomt. Bij de beantwoording van die vraag wordt vooropgesteld dat in geval van een ontslagname door de werknemer, in de wettelijke regeling als neergelegd in artikel 7:673 lid 1 sub b BW, alleen sprake kan zijn van een recht op een transitie-vergoeding als de arbeidsovereenkomst als gevolg van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever door de werknemer is opgezegd. Dat de reden van het einde van de arbeidsovereenkomst is gelegen in de risicosfeer van de werkgever, is derhalve niet voldoende. Dat mag voor [verzoeker] in het geval van [naam 1] onrechtvaardig overkomen, maar dat is het systeem van de wettelijke bepalingen rond de transitievergoeding.

12. Voor zover [verzoeker] refereert aan het bepaalde in artikel 7:665 BW wordt geoordeeld dat slechts sprake is van een wijziging in de arbeidsplaats van [naam 1] en niet van een overgang van onderneming, zodat dat het aldaar bepaalde toepassing mist.

Ernstig verwijtbaar handelen Pantar

14. Tussen partijen staat vast dat ( [verzoeker] voor) [naam 1] de arbeidsovereenkomst bij brief van 10 maart 2017 heeft opgezegd tegen 1 mei 2017. Voor een eventuele aanspraak op een transitievergoeding moet derhalve sprake zijn van ernstig verwijtbaar handelen van Pantar, als gevolg waarvan [verzoeker] de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd. Uit de weergegeven feiten en omstandigheden kan de kantonrechter geen verwijtbaarheid aan de zijde van Pantar afleiden, en al helemaal niet ernstig verwijtbaar handelen dat enige maanden later heeft geleid tot de opzegging van de arbeidsovereenkomst.

14. Niet is gebleken dat Pantar opzettelijk heeft gezwegen over de mogelijkheid van collectief vervoer, zoals [verzoeker] suggereert. Het initiatief tot het einde van de arbeids-overeenkomst is destijds van [naam 1] uitgegaan, niet van Pantar. [verzoeker] heeft er geen bezwaren tegen geuit, tot het moment dat de transitievergoeding in beeld kwam. Toen Pantar expliciet collectief vervoer voor [naam 1] aanbood, heeft [verzoeker] dat gewei-gerd. Hoewel de kantonrechter voor die weigering wel enig begrip kan opbrengen vanuit de beleving van [naam 1] bezien, betekent dat niet dat sprake is (geweest) van ernstig verwijtbaar handelen aan de zijde van Pantar.

14. Pantar is niet uitgegaan van de mogelijkheid dat [naam 1] zelf kon reizen naar Diemen, althans dat Pantar dat wel heeft gedaan heeft [verzoeker] onvoldoende onderbouwd. Het moment waarop de manier van reizen van [naam 1] naar Diemen lijkt helemaal niet te zijn bereikt, omdat [naam 1] in het eerste gesprek (maar ook daarna) aangaf niet naar Diemen te willen gaan. Dat Pantar heeft gesteld niet in staat te zijn de transitie-vergoeding te betalen, vindt de kantonrechter niet terug in de ingebrachte correspondentie maar is ook onvoldoende om ernstig verwijtbaar handelen of nalaten op te baseren. Hetzelfde geldt voor de reden van beëindiging, door Pantar opgenomen in de beëindigingsovereenkomst.

14. Alles wegende is naar het oordeel van de kantonrechter geen sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten zijdens Pantar, waardoor van [naam 1] (maanden later) niet gevergd kon worden de arbeidsovereenkomst voort te zetten en/of hij genood-zaakt was de arbeidsovereenkomst op te zeggen. Dat betekent dat hij geen recht heeft op een transitievergoeding.

14. Het verzoek van [verzoeker] tot toekenning van een transitievergoeding wordt derhalve afgewezen.

Kostenveroordeling

19. Gelet op de uitkomst van de zaak, dient [verzoeker] in de kosten van de procedure te worden veroordeeld, bestaande uit salaris gemachtigde.


BESLISSING

De kantonrechter:

wijst het verzoek van [verzoeker] af;

veroordeelt [verzoeker] in de kosten van de procedure tot heden bepaald op € 400,00 aan salaris gemachtigde.


Aldus gegeven door mr. M.V. Ulrici, kantonrechter, op 4 oktober 2017 in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

Griffier Kantonrechter