Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2017:8019

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
08-11-2017
Datum publicatie
09-11-2017
Zaaknummer
C/13/631653 / HA ZA 17-671
Rechtsgebieden
Burgerlijk procesrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vonnis in incidenten ex artikel 162 en 843a Rv. Eisers voldoen niet aan stelplicht. De vorderingen worden afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rolnummer: C/13/631653 / HA ZA 17-671

Vonnis in incidenten van 8 november 2017

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

PAREZ HOLDING B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres in conventie in de hoofdzaak,

verweerster in reconventie in de hoofdzaak,

verweerster in de incidenten,

advocaat: mr. R.N.E. Visser te Amsterdam,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DURBAN BEHEER B.V.,

gevestigd te Naarden,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DENOVO B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Z.W.I. BEHEER B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde sub 4] ,

gevestigd te [plaats] ,

gedaagden in conventie in de hoofdzaak,

eiseressen in reconventie in de hoofdzaak,

eiseressen in de incidenten,

advocaat: mr. E. Smid te Amsterdam.

Eiseres in de hoofdzaak zal hierna worden aangeduid als Parez Holding. Gedaagden in de hoofzaak zullen hierna in vrouwelijk enkelvoud worden aangeduid als Durban Beheer c.s.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de gelijkluidende dagvaardingen van 22 juni 2017;

  • -

    de akte houdende overlegging producties aan de zijde van Parez Holding, met producties;

  • -

    de conclusie van antwoord, tevens eis in reconventie, tevens incidenteel verzoek ex artikel 162 Rv, tevens incidentele vordering ex artikel 843a Rv, met producties;

  • -

    de conclusie van antwoord in het incident ex artikel 162 en 843a Rv, met producties.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald in de incidenten.

2 Het geschil

in de hoofzaak in conventie

2.1.

Parez Holding vordert – samengevat – veroordeling van Durban Beheer c.s. tot betaling van geldbedragen, met hoofdelijke veroordeling van Durban Beheer c.s. in de (na)kosten van de procedure.

in de hoofdzaak in reconventie

2.2.

Durban Beheer c.s. vordert – samengevat – een verklaring voor recht en veroordeling van Parez Holding tot terugbetaling van geldbedragen en betaling van een schadevergoeding op te maken bij staat. Zij vordert dit onder veroordeling van Parez Holding in de kosten van de procedure.

in de incidenten in reconventie

2.3.

Durban Beheer c.s. vordert – samengevat – dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Parez Holding veroordeelt:

1. op grond van artikel 162 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv), tot openlegging van haar financiële administratie vanaf juli 2015 en van de financiële administratie van Parez Vastgoedadvies B.V. vanaf 1 juli 2016;

2. op grond van artikel 843a Rv, overlegging door Parez Holding van de door Nationale Postcode Loterij aan Parez Holding en/of Parez Vastgoedadvies B.V. verstrekte opdracht betreffende de voorbereiding van en de bemiddeling ter verkoop van de [portefeuille] en alle daarop betrekking hebbende correspondentie.

2.4.

Ten aanzien van haar vordering ex artikel 162 Rv heeft Durban Beheer c.s. verwezen naar hetgeen zij in de hoofdzaak in conventie en in reconventie heeft gesteld. Zij heeft verzocht het aldaar gestelde als herhaald en ingelast te beschouwen. Zij heeft haar vordering ingesteld in het kader van de door haar gevorderde verwijzing naar de schadestaatprocedure. De verzochte openlegging betreft de boeken, bescheiden en geschriften die Parez Holding en Parez Vastgoedadvies B.V. op grond van de wet moeten houden, maken of bewaren, waaronder btw-aangiften, facturen, overeenkomsten en relevante correspondentie betreffende de rechten en verplichtingen van Parez Holding en Parez Vastgoedadvies B.V., aldus Durban Beheer c.s.

Met betrekking tot haar vordering ex artikel 843a Rv heeft Durban Beheer c.s. gesteld dat haar belang bij haar vordering voortvloeit uit haar vorderingen in de hoofdzaak in reconventie. Haar vordering ziet op voldoende bepaalde bescheiden, aldus nog steeds Durban Beheer c.s.

2.5.

Parez Holding voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover voor de beoordeling van belang, (nader) ingegaan.

3 De beoordeling

in het incident ex artikel 162 Rv

3.1.

De rechter kan in de loop van een geding, op verzoek of ambtshalve, aan partijen of aan een van hen de openlegging bevelen van de boeken, bescheiden en geschriften, die zij ingevolge de wet moeten houden, maken of bewaren (artikel 162 Rv). De regeling geeft de rechter de mogelijkheid om openlegging van de boekhouding te bevelen op punten waaromtrent partijen een geschil hebben. De verzoekende partij zal duidelijk moeten maken van welke boeken, bescheiden en geschriften openlegging wordt verzocht en zij zal haar verzoek moeten motiveren. In die zin dat duidelijk wordt aangegeven welke nader ter zake doende inlichtingen door de openlegging verkregen kunnen worden.

3.2.

De vordering zal worden afgewezen. In dit verband wordt allereerst overwogen dat Durban Beheer c.s. onvoldoende duidelijk heeft gemaakt van welke boeken, bescheiden en geschriften zij openlegging verzoekt. Durban Beheer c.s. heeft slechts gesteld dat het gaat om de boeken, bescheiden en geschriften die ingevolge de wet moeten worden gehouden. Volgens Durban Beheer c.s. gaat het daarbij onder meer om een kopie van btw-aangiften, overeenkomsten en relevante correspondentie. Dit alles is echter onvoldoende concreet. Verder geldt dat Durban Beheer c.s. niet gemotiveerd heeft gesteld ter zake van welk geschilpunt tussen partijen de verzochte openlegging noodzakelijk is en welke nader ter zake doende inlichtingen door de openlegging verkregen kunnen worden.

in het incident ex artikel 843a Rv

3.3.

Voor toewijzing van een vordering op grond van artikel 843a Rv is – kort gezegd – vereist dat (1) de eiser een rechtmatig belang heeft bij inzage in de gevraagde bescheiden, (2) het gaat om bepaalde bescheiden en (3) het gaat om bescheiden aangaande een rechtsbetrekking waarin de eiser of zijn rechtsvoorganger partij is.

3.4.

De door Durban Beheer c.s. ingestelde vordering strandt reeds bij het eerste vereiste. Zij heeft niet inzichtelijk gemaakt waarin haar rechtmatig belang bij de inzage in de gevraagde bescheiden is gelegen. De enkele verwijzing naar haar vordering in reconventie is daartoe onvoldoende. Daarbij komt dat Durban Beheer c.s. niet duidelijk heeft gemaakt ter onderbouwing van welke stelling zij de door haar gevraagde bescheiden nodig heeft. De vordering zal daarom worden afgewezen.

proceskosten in de incidenten

3.5.

Omdat de vorderingen in de incidenten zullen worden afgewezen zal Durban Beheer c.s. hoofdelijk in de kosten van de incidenten worden veroordeeld, begroot op totaal EUR 904,-- (2 × 1 punt × tarief EUR 452,-). Durban Beheer c.s. zal tevens hoofdelijk worden veroordeeld in de nakosten, als hierna onder de beslissing vermeld.

in de hoofdzaak

3.6.

Nu in de hoofdzaak in conventie is gedagvaard en voor antwoord is geconcludeerd en in reconventie van eis is gediend, beveelt de rechtbank een verschijning van partijen ter terechtzitting.

De zitting heeft tot doel:

- het verkrijgen van inlichtingen

- het beproeven van een schikking

- de verdere instructie van de zaak.

Voorts kan de mogelijkheid van verwijzing naar mediation worden besproken.

Partijen zullen ieder de gelegenheid krijgen gedurende ten hoogste tien minuten hun standpunten toe te lichten. Eventueel daarop betrekking hebbende spreekaantekeningen kunnen worden overgelegd en zullen in het procesdossier worden gevoegd.

De rechtbank hanteert de volgende termijnen:

- conclusie van antwoord in reconventie: 6 weken na heden;

- wijziging van eis: uiterlijk 2 weken vóór de comparitie in het bezit van rechtbank en wederpartij;

- nadere producties: uiterlijk 2 weken vóór de comparitie in het bezit van rechtbank en wederpartij. Stukken die, zonder toestemming van de wederpartij, nadien door de rechtbank worden ontvangen, kunnen worden geweigerd; daarover zal ter zitting worden beslist.

Ter comparitie kan uitspraak worden gedaan over een bewijsopdracht of deskundigenbericht en een datum voor het getuigenverhoor worden bepaald. Ook kan een datum voor schriftelijk vonnis worden bepaald. Partijen zullen slechts gelegenheid krijgen voor een nadere conclusie, indien dit met het oog op hoor en wederhoor of een goede instructie van de zaak noodzakelijk is.

3.7.

De zaak wordt daarom op de rol geplaatst van woensdag 17 januari 2018 voor opgave verhinderdata over het eerste en tweede kwartaal van 2018. Verhinderdata kunnen via het roljournaal met een B5 formulier worden ingediend.

3.8.

Iedere verdere beslissing in de hoofdzaak zal worden aangehouden.

4 De beslissing

De rechtbank

in de incidenten

4.1.

wijst de vorderingen af;

4.2.

veroordeelt Durban Beheer c.s. hoofdelijk in de kosten van de incidenten, tot op heden begroot op EUR 904,--;

4.3.

veroordeelt Durban Beheer c.s. hoofdelijk in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op EUR 131,-- aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat Durban Beheer c.s. niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van EUR 68,- aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak;

4.4.

verklaart dit vonnis ten aanzien van de kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

in de hoofdzaak

4.5.

gelast partijen in persoon, rechtspersonen vertegenwoordigd door een bevoegde bestuurder of een door het bestuur schriftelijk gemachtigde, en desgewenst vergezeld van de raadslieden te verschijnen tot het in de rechtsoverwegingen aangegeven doel;

4.6.

bepaalt dat deze comparitie zal plaatsvinden op een nader te bepalen tijdstip in het gebouw van deze rechtbank, Parnassusweg 220-228 te Amsterdam (hoofdingang: toren G aan de Fred. Roeskestraat);

4.7.

verwijst de zaak naar de rolzitting van woensdag 20 december 2017 voor conclusie van antwoord in reconventie, waarna de zaak zal worden verwezen naar de rolzitting van woensdag 17 januari 2018 voor opgave verhinderdata voor alle betrokkenen in het eerste en tweede kwartaal van 2018, waarna een tijdstip voor comparitie zal worden bepaald;

4.8.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.J. van Eekeren, rechter, bijgestaan door mr. E.R. Mac-Donald, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 8 november 2017.1

1 type: ERM coll: