Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2017:7996

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
23-10-2017
Datum publicatie
01-11-2017
Zaaknummer
5842272 CV EXPL 17-7561
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Lerares lichamelijke opvoeding bij een internationale school. Zij maakt aanspraak op een jubileumuitkering ivm een 25 jarig dienstverband, waarbij zij betoogt dat ogv de CAO de gewerkte jaren bij een vorige (ook internationael) school mee moeten tellen.

Het betreffende CAO artikel luidt:

“1. De werknemer heeft bij het bereiken van de jubileumdatum aanspraak op een door de werkgever uit te betalen jubileumgratificatie.

2. De jubileumgratificatie bedraagt bij een 25-jarige diensttijd bij het onderwijs 50 % en bij een 40- of 50- jarig jubileum 100 % van het bruto maandsalaris verhoogd met vakantietoeslag.”

3. Onder diensttijd bij het onderwijs wordt verstaan de tijd doorgebracht in een betrekking in het po, vo, bve (mbo) of hbo.”

De kantonrechter geeft de lerares gelijk, met de volgende overweging: geoordeeld wordt dat de CAO 2016-2017, en die CAO alleen, bepalend is voor het antwoord op de vraag of de lerares per 1 september 2016 aanspraak heeft op de jubileumgratificatie. Artikel 13.8 van de CAO 2016-2017 verwoordt heel duidelijk wie er recht heeft op een dergelijke gratificatie, namelijk degene die een 25-jarige diensttijd bij het onderwijs heeft, waarbij onder die diensttijd wordt verstaan de tijd doorgebracht in een betrekking in het po, vo, bve (mbo) of hbo. Dat dit leidt tot een “ruim” begrip van wat onder diensttijd bij het onderwijs wordt begrepen, kan niet tot gevolg hebben dat het daarom beperkter moet worden uitgelegd. Tegen een beperking van het begrip diensttijd bij het onderwijs pleit ook dat de CAO een minimumkarakter heeft. Dit volgt uit artikel 1.3 van de CAO 2016-2017. Dat de vorige school volgens de werkgever buiten het Nederlandse onderwijssysteem zou vallen, als dat al juist is, leidt niet tot een ander oordeel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Onderwijs Totaal 2018/768
AR 2017/5670
AR-Updates.nl 2017-1321
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer: 5842272 CV EXPL 17-7561

vonnis van: 23 oktober 2017

481

vonnis van de kantonrechter

I n z a k e

[eiseres]

wonende te [plaats]

eiseres

nader te noemen: [eiseres]

gemachtigde: mr. M.G.M. Segers

t e g e n

de stichting Stichting Onderwijsstichting Esprit

gevestigd te Amsterdam

gedaagde

nader te noemen: Esprit Scholen

gemachtigde: mr. M.F. Hilberdink

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

- dagvaarding van 9 maart 2017 met producties;
- antwoord met producties;
- instructievonnis;
- dagbepaling comparitie.

De comparitie heeft plaatsgevonden op 29 augustus 2017. [eiseres] is in persoon verschenen, vergezeld door de gemachtigde. Esprit Scholen is verschenen bij [naam 1] , bijgestaan door mr. Filarsky, kantoorgenoot van de gemachtigde. Partijen zijn gehoord, hebben hun standpunten bepleit aan de hand van pleitnotities en hebben vragen van de kantonrechter beantwoord.

Aan Esprit is de gelegenheid geboden regelgeving over te leggen, zonder commentaar daarop. Esprit heeft echter in haar akte wel commentaar gegeven. Op dit commentaar zal de kantonrechter derhalve geen acht slaan. Alleen acht zal worden geslagen op de overgelegde regelgeving. [eiseres] heeft een brief van 14 september 2017 overgelegd, met een reactie op de akte van Esprit Scholen, met het verzoek daarmee rekening te houden, voor het geval de kantonrechter toch acht zou slaan op de akte van Esprit Scholen. Ook met de inhoud van deze brief zal de kantonrechter geen rekening houden.

Ten slotte is vonnis gevraagd en is een datum voor vonnis bepaald.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Feiten

1. Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend of niet (voldoende) weersproken, alsmede op grond van de overgelegde en in zoverre niet bestreden inhoud van de bewijsstukken, staat in dit geding het volgende vast:

1.1.

Esprit Scholen is een onderwijsstichting. Onder het bestuur van Esprit Scholen ressorteert onder andere de Amsterdam International Community School (verder: AICS). AICS is een school voor Engelstalig primair en voortgezet onderwijs.

1.2.

[eiseres] is bij Esprit Scholen in dienst getreden op 28 november 2003, aanvankelijk parttime. Thans oefent zij fulltime de functie van docent lichamelijke opvoeding uit, tegen een salaris van € 4.639 bruto per maand, te vermeerderen met vakantietoeslag en andere emolumenten. [eiseres] geeft les aan de klassen van het voortgezet onderwijs.

1.3.

Vanaf 1 september 1991 tot en met 31 augustus 2005 is [eiseres] in dienst geweest als docent bij de Europese School te Bergen N.H (verder: de Europese School).

1.4.

Zij heeft daar lesgegeven in zowel het primair als het voortgezet onderwijs.

1.5.

Op de website van de Europese School staat vermeld dat leerlingen beginnen op de kleuterschool met 4 jaar, op de basisschool vanaf 6 jaar en de middelbare school met 11 jaar.

1.6.

Op de arbeidsovereenkomst is van toepassing de CAO voor het voortgezet Onderwijs (verder: de CAO).

1.7.

Artikel 13.8 leden 1, 2 en 3 van de CAO 2016-2017 luiden als volgt:

“1. De werknemer heeft bij het bereiken van de jubileumdatum aanspraak op een door de werkgever uit te betalen jubileumgratificatie.

2. De jubileumgratificatie bedraagt bij een 25-jarige diensttijd bij het onderwijs 50 % en bij een 40- of 50- jarig jubileum 100 % van het bruto maandsalaris verhoogd met vakantietoeslag.”

3. Onder diensttijd bij het onderwijs wordt verstaan de tijd doorgebracht in een betrekking in het po, vo, bve (mbo) of hbo.”

1.8.

Voluit geschreven zijn de onder 1.7 genoemde begrippen de volgende: primair onderwijs, voortgezet onderwijs, beroepsonderwijs en volwasseneneducatie, (middelbaar beroepsonderwijs) en hoger beroepsonderwijs.

1.9.

Volgens artikel 1.1 van de CAO 2016-2017 wordt onder instelling verstaan: “De school voor voortgezet onderwijs, met uitzondering van die scholen voor voortgezet onderwijs die onderdeel vormen van een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1. onder b van de WEB of de centrale dienst.” En onder werkgever wordt verstaan: “De rechtspersoon die, of het bestuursorgaan dat het bevoegd gezag vormt over een of meer instellingen.”

1.10.

Artikel 1.3 lid 2 CAO 2016-2017 luidt:

“ de artikelen in deel 2 hebben een minimumkarakter.” (deel 2 betreft de bepalingen vanaf artikel 6, ktr).

1.11.

In de stukken van de Tweede Kamer betreffende de Wet op het voortgezet onderwijs valt te lezen (Tweede kamer, vergaderjaar 2016-2017, 34 642, nr 3 blz 41):

“ In Nederland zijn twee typen Europese scholen. In Bergen staat een zogenoemde Europese school “type 1”. Dit type school maakt geen deel uit van het nationale onderwijsstelsel en verzorgt onderwijs aan kinderen van het personeel van de Europese Unie, maar kan onder voorwaarden ook andere leerlingen toelaten.”

Vordering en verweer

2. [eiseres] vordert dat Esprit Scholen bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden om aan [eiseres] te betalen de aan haar op grond van artikel 13.8 CAO 2016-2017 toekomende jubileumgratificatie per 1 september 2016 van 50 % van het bruto maandsalaris, verhoogd met vakantietoeslag inclusief de wettelijke verhoging en vermeerderd met de dan geldende wettelijke rente, met veroordeling van Esprit Scholen in de kosten van de procedure.

3. [eiseres] stelt hiertoe, samengevat en zakelijk weergegeven, dat het recht op een jubileumgratificatie zijn grondslag vindt in artikel 13.8 van de CAO 2016-2017. Dit artikel bepaalt dat de werknemer bij het bereiken van een 25-jarige periode van diensttijd bij het onderwijs recht heeft op een gratificatie van kort gezegd een half bruto maandsalaris. De diensttijd bij het onderwijs is nader gedefinieerd in lid 3 van artikel 13.8 (zie hier voor onder 1.7.)

4. De diensttijd die [eiseres] heeft opgebouwd bij de Europese School telt mee voor het jubileum, omdat op die school primair en voortgezet onderwijs wordt gegeven. Het is aldus heel eenvoudig. Het primair en voortgezet onderwijs op de Europese School is op geen enkele wijze uitgesloten van de definitie van diensttijd bij het onderwijs.

5. Omdat [eiseres] op 1 september 1991 bij de Europese School in dienst is getreden (en daarna ononderbroken in het primair en voortgezet onderwijs werkzaam is geweest, aanvankelijk bij de Europese School en later bij AICS) heeft zij per 1 september 2016 recht op de in de CAO 2016-2017 bedoelde jubileumgratificatie.

6. Het gaat in wezen alleen om een uitleg van de CAO, en dan met name van artikel 13.8. Alle andere wetten en regelingen die Esprit Scholen erbij haalt, de Wet op het Basisonderwijs, de Wet op het Primair Onderwijs (WPO), de Wet op het Voortgezet Onderwijs (WVO), het Rechtspositiebesluit Onderwijspersoneel, het Statuut van docenten met beperkte leeropdracht in de Europese scholen (verder: het Statuut), het verdrag houdende het Statuut van de Europese scholen (verder: het Verdrag), de toegevoegde Overeenkomst bij het Statuut van de Europese School houdende vaststelling van een regeling voor het Europese Baccalaureaat, zijn voor de beoordeling van de zaak niet relevant, aldus steeds [eiseres] .

7. Esprit Scholen heeft verweer gevoerd.

8. Zij voert, kort samengevat, aan dat de Europese School geen school is als bedoeld in de CAO, ook niet volgens de CAO van vóór 2008. Bepalend voor de werkingssfeer is namelijk het rechtspositiebesluit Overheidspersoneel 1996 (verder: het rechtspositiebesluit), dat als bijlage deel is gaan uitmaken van de CAO 2008-2010. De Europese School is opgericht krachtens het Verdrag en het Verdrag wordt niet genoemd in het rechtspositiebesluit. De definities van “diensttijd” en van “instelling” in de CAO 2008-2010 waren daarmee anders dan de definities in de huidige CAO. Het begrip “diensttijd bij het onderwijs” is gedefinieerd in artikel 13.8 en de begrippen “instelling” en “werkgever” staan vermeld in artikel 1.1 van de CAO 2016-2017 (zie onder 1.11).

9. Voorts heeft te gelden dat de bezoldiging van de docenten aan de Europese School uitputtend is geregeld in artikel 35 van het Statuut en daarom buiten de invloedssfeer van de nationale wetgeving valt. Ook de Nederlandse wetgever heeft de Europese School buiten het nationale onderwijssysteem geplaatst. Dat valt duidelijk te lezen in de (onder 1.9 aangehaalde) Tweede kamerstukken in het kader van de WVO, aldus steeds Esprit Scholen.

10. De nadere stellingen van partijen zullen, voor zover van belang, hierna worden besproken en beoordeeld.

Beoordeling

11. Geoordeeld wordt dat de CAO 2016-2017, en die CAO alleen, bepalend is voor het antwoord op de vraag of [eiseres] per 1 september 2016 aanspraak heeft op de jubileumgratificatie. Artikel 13.8 van de CAO 2016-2017 verwoordt heel duidelijk wie er recht heeft op een dergelijke gratificatie, namelijk degene die een 25-jarige diensttijd bij het onderwijs heeft, waarbij onder die diensttijd wordt verstaan de tijd doorgebracht in een betrekking in het po, vo, bve (mbo) of hbo. Dat dit leidt tot een “ruim” begrip van wat onder diensttijd bij het onderwijs wordt begrepen, kan niet tot gevolg hebben dat het daarom beperkter moet worden uitgelegd. Tegen een beperking van het begrip diensttijd bij het onderwijs pleit ook dat de CAO een minimumkarakter heeft. Dit volgt uit artikel 1.3 van de CAO 2016-2017 (zie onder 1.10).

12. [eiseres] heeft er voorts terecht op gewezen dat de Europese School zowel primair als voortgezet onderwijs verzorgt en dat [eiseres] in haar betrekking dat onderwijs heeft gegeven. Dat blijkt ook uit de tekst op de website van de Europese School (zie onder 1.5) Voorts wordt opgemerkt dat de definities van “instelling” en “werkgever” in de CAO 2016-2017 (zie onder 1.9) de Europese School niet uitsluiten.

12. Het beroep van Esprit Scholen op het rechtspositiebesluit kan haar niet baten. Het rechtspositiebesluit was (als bijlage 3) geïncorporeerd in de CAO 2008-2010 en geldt (derhalve) thans niet meer.

12. [eiseres] heeft verder aangetoond dat het door de Europese School verstrekte onderwijs aansluit binnen de in de WPO en de WVO beschreven onderwijsdefinities. Het primair onderwijs op de Europese School wordt conform de definitie van de WPO gegeven aan leerlingen vanaf 4 jaar. Het legt mede de grondslag voor het volgen van aansluitend voortgezet onderwijs. Het daaropvolgende voortgezet onderwijs aan de Europese School betreft het onderwijs dat conform de definitie van de WVO aansluitend op en na het basisonderwijs wordt gegeven.

15. Nederland erkent op grond van het Verdrag de Europese School als een publiekrechtelijke instelling waar primair en voortgezet onderwijs gegeven wordt (artikel 3, artikel 6 en bijlage 1 van het Verdrag). In artikel 3 van het Verdrag staat dat het aan de Europese school verstrekte onderwijs de schoolopleiding tot het einde van het secundair onderwijs omvat. Als verdragsluitende partij erkent de Nederlandse staat het door de Europese school verstrekte onderwijs als zodanig. Voorts heeft [eiseres] er terecht op gewezen dat het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) via de onderwijsinspectie benadrukt dat het door de Europese School verstrekte onderwijs erkend primair- en voortgezet onderwijs betreft. Het voortgezet onderwijs is daarbij volgens het ministerie gelijk aan het vwo. De gelijkstelling van het voortgezet onderwijs van de Europese School aan het vwo vindt voorts, zo merkt [eiseres] terecht op, zijn grondslag in artikel 18 van de “Toegevoegde Overeenkomst bij het Statuut van de Europese School houdende vaststelling van een regeling voor het Europese Baccalaureaat”.

16. Dat de bezoldiging van de docenten van de Europese school geregeld is in artikel 35 van het Statuut maakt al het voorgaande niet anders.

16. Het is maar de vraag of de stelling van Esprit Scholen dat de Europese School buiten het Nederlandse onderwijssysteem is geplaatst juist is. Daarover is hierboven onder 15 het nodige gezegd. Doch zelfs als dit wel juist zou zijn, doet het niet af aan de omschrijving van het begrip “diensttijd bij het onderwijs” ingevolge artikel 13.8 CAO 2016-2017, dat dusdanig ruim is dat de diensttijd van [eiseres] bij de Europese School er onder valt.

18. Gelet op al het bovenstaande maakt [eiseres] terecht aanspraak op de jubileumgratificatie en zal haar vordering worden toegewezen. De wettelijke verhoging wordt beperkt tot 10 %.

19. Esprit Scholen zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten worden veroordeeld.

BESLISSING

De kantonrechter:

veroordeelt Esprit Scholen tot betaling aan [eiseres] van de aan haar op grond van artikel 13.8 CAO 2016-2017 toekomende jubileumgratificatie per 1 september 2016 van 50 % van het bruto maandsalaris, verhoogd met vakantietoeslag, te vermeerderen met de wettelijke verhoging ad 10 %, alle bedragen vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 september 2016 tot de dag van de voldoening;

veroordeelt Esprit Scholen in de proceskosten, aan de zijde van [eiseres] tot op heden begroot op

explootkosten € 105,01

vastrecht € 78,-

salaris gemachtigde € 350,-

--------- +

in totaal € 533,01

inclusief eventueel verschuldigde btw;

veroordeelt Esprit Scholen tot betaling van een bedrag van € 50,- aan nasalaris, te verhogen met een bedrag van € 68,- onder de voorwaarde dat betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden en Esprit Scholen niet binnen 14 dagen na aanschrijving vrijwillig aan het vonnis heeft voldaan, een en ander voor zover van toepassing, inclusief btw;

verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. T.M.A. van Löben Sels, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 23 oktober 2017 in tegenwoordigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter