Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2017:7894

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
01-11-2017
Datum publicatie
03-11-2017
Zaaknummer
C/13/530772 / HA ZA 12-1405
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Non conformiteit, deskundige benoemd, eindvonnis, vaststelling van de schade.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/5738
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rolnummer: C/13/530772 / HA ZA 12-1405

Vonnis in vrijwaring van 1 november 2017

in de zaak van

de stichting

STICHTING YMERE,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. drs. E. Goemans te Amsterdam,

tegen

het rechtspersoonlijkheid bezittende kerkgenootschap

ROOMS-KATHOLIEKE PAROCHIE VAN DE H. DRIE-EENHEID,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. C.C. Horrevorts te Haarlem.

Partijen zullen hierna Stichting Ymere en de Parochie genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 30 december 2015,

  • -

    het deskundigenbericht van 31 mei 2017 (hierna: het deskundigenbericht),

  • -

    de conclusie na deskundigenbericht van de zijde van Stichting Ymere van 5 juli 2017,

  • -

    de conclusie na deskundigenbericht van de zijde van De Parochie van 2 augustus 2017.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De verdere beoordeling

in conventie

2.1.

Ter beoordeling ligt thans nog voor de door de Stichting Ymere gestelde schade als gevolg van de vervanging van de betonnen keldervloer van de kerk. Die schade hebben Stichting Ymere en [naam] in de hoofdzaak in onderling overleg vastgesteld op € 1.350.000.--. Ter onderbouwing van deze schade heeft Stichting Ymere zich beroepen op een door haar opgesteld kostenoverzicht dat sluit op € 1.905.866,74 inclusief btw.

2.2.

Bij tussenvonnis van 30 december 2015 (hierna: het tussenvonnis) heeft de rechtbank in dit verband als volgt overwogen:

“(…)

2.1

In het tussenvonnis [het tussenvonnis van 21 oktober 2015, rb] heeft de rechtbank, kort gezegd, overwogen dat de schade van Stichting Ymere moet worden begroot op de redelijke kosten die noodzakelijk zijn geweest om de betonvloer, de vloerdragende betonbalken en de absis te vervangen, zodanig dat deze daarna weer voor normaal gebruik van Stichting Ymere (en daarmee ook voor de uitvoering van haar verbouwplannen) geschikt waren, en op de daarmee verband houdende noodzakelijke kosten en dat zij aanleiding ziet om zich hierover door een deskundige te laten voorlichten. (…)”.

2.3.

Om zich hierover te laten voorlichten heeft de rechtbank in het tussenvonnis de heer Ing B.J.J. van den Elshout van ONE Expertise B.V. (hierna: de deskundige) als deskundige benoemd. De rechtbank heeft in het tussenvonnis een tiental vragen ter beantwoording aan de deskundige voorgelegd (rov. 3.1 van het tussenvonnis).

2.4.

In het deskundigenbericht heeft de deskundige de vragen beantwoord en geconcludeerd welke van de door Stichting Ymere opgevoerde kosten (van € 1.905.866,74 inclusief btw) noodzakelijke herstelkosten betreffen. Voor zover van belang, heeft de deskundige als volgt geconcludeerd.

“(…)

(…)”.

2.5.

De rechtbank stelt bij de verdere beoordeling voorop dat partijen in beginsel gebonden zijn aan de uitkomst van het onderzoek dat door de – door beide partijen na overleg gezamenlijk voorgedragen – deskundige is verricht en aan de inhoud van de uit dat onderzoek voortvloeiende rapportage. Daarmee wil natuurlijk niet gezegd worden dat de conclusies van de deskundige niet kunnen worden betwist, maar hiervoor dienen dan wel steekhoudende argumenten te worden aangevoerd. De deskundige is in zijn bericht ingegaan op de opmerkingen van partijen op zijn conceptbericht en heeft gemotiveerd aangegeven waarom de opmerkingen al dan niet tot aanpassing van zijn bericht hebben geleid. De bezwaren die de Parochie heeft aangevoerd in haar conclusie na deskundigenbericht (hergebruik van de bestaande paalfundering, toerekening kosten van (kort gezegd) directie/bouwbegeleiding en toepassing correctie nieuw voor oud) had zij al aangevoerd in haar reactie op het concept deskundigenbericht. Op deze bezwaren is de deskundige in zijn bericht gemotiveerd ingegaan. De rechtbank acht deze motivering voldoende onderbouwd en ziet geen aanleiding hiervan af te wijken, zodat deze bezwaren geen verdere bespreking behoeven. De rechtbank leidt daaruit af dat de waarde van de kerk na vloerherstel niet groter is dan de waarde van de kerk zonder de beschadigde vloer, zodat geen ruimte bestaat voor voordeelverrekening. De rechtbank volgt de deskundige verder in zijn oordeel dat de kostenposten ‘egaliseren van vloer en tegelwerk’ (€ 26.000,--) en ‘vloerafwerking’ (€ 111.860,--) moeten worden aangemerkt als kosten voor het voorgenomen gebruik als dansschool/muziekschool/theater gelet op de door hem gegeven motivering dat de vloer ook in de behoud varianten gesloopt of aangepast had moeten worden. Deze kosten kunnen dan ook niet als redelijke herstelkosten worden aangemerkt. Hetzelfde geldt voor de door de deskundige genoemde kosten voor een tegelvloer, nu deze gelet op de verbouwplannen niet voor normaal gebruik noodzakelijk waren.

2.6.

Dit leidt tot de conclusie dat de redelijke herstelkosten zoals bedoeld in rov. 2.1 moeten worden begroot op € 1.905.866,74 verminderd met € 532.092,94 en vermeerderd met € 108.968,44, derhalve op een totaalbedrag van € 1.482.742,24 (inclusief btw).

2.7.

Kennelijk heeft de deskundige in het aan zijn bericht voorafgaande concept opgenomen dat de rechtbank op de door hem vastgestelde reducties en verhogingen – als de rechtbank die overneemt – of op het totale eindbedrag een correctiefactor van 0,708 dient toe te passen. In zijn bericht heeft de deskundige – naar aanleiding van een opmerking van de Parochie – dat standpunt heroverwogen en het standpunt ingenomen dat het bepalen van de invloed van de correcties op het uiteindelijke schadebedrag een juridische beoordeling is. Stichting Ymere heeft aangevoerd dat het vergelijk tussen de door [naam] geleden schade en de toegekende schadevergoeding in het deskundigenbericht had moeten worden opgenomen. Het is de rechtbank niet duidelijk wat Stichting Ymere hiermee bedoelt en welke conclusies de rechtbank hieraan moet verbinden. Wat daarvan ook zij, de rechtbank stelt vast dat de vordering van Stichting Ymere er toe strekt dat de Parochie wordt veroordeeld tot datgene waartoe Stichting Ymere in de hoofdzaak jegens [naam] is veroordeeld. In de hoofdzaak is Stichting Ymere jegens [naam] veroordeeld tot betaling van schadevergoeding ter grootte van € 1.850.000,-- waarvan een bedrag van € 1.350.000,-- herstelkosten betreft. Gelet hierop – en gelet op het uitgangspunt dat de omvang van de schade wordt bepaald door een vergelijking van de toestand zoals deze in werkelijkheid is en zoals die zou zijn geweest als de tekortkoming niet zou hebben plaatsgevonden – is de vordering van Stichting Ymere jegens de Parochie met betrekking tot de herstelkosten dan ook tot het bedrag van € 1.350.000,-- toewijsbaar.

2.8.

In het tussenvonnis van 21 oktober 2015 is reeds geoordeeld dat ook het bedrag van € 500.000,-- aan vertragingsschade zal worden toegewezen (rov. 2.8 van dat tussenvonnis). Daarin is tevens overwogen dat aan vermogensschade bedragen van € 23.576,-- (in de zaak [naam] gemaakte advocaatkosten) en € 18.393,-- (kosten voor in de zaak [naam] ingeschakelde constructeur en kostendeskundige) toewijsbaar zijn (rov. 2.7 en 2.8 van dat vonnis).

2.9.

Stichting Ymere is in de hoofdzaak veroordeeld in de proceskosten van [naam] ten bedrage van € 7.948,64. Nu Stichting Ymere in de vrijwaring heeft gevorderd dat de Parochie wordt veroordeeld om aan haar te betalen hetgeen waartoe zij in de hoofdzaak jegens [naam] is veroordeeld, Stichting Ymere deze kosten niet zou hebben gemaakt als de aan de Parochie toerekenbare tekortkoming zich niet zou hebben voorgedaan en tegen deze post geen zelfstandig verweer is gevoerd, komt ook deze post voor toewijzing in aanmerking.

2.10.

Bij deze stand van zaken valt niet in te zien welk zelfstandig belang Stichting Ymere nog heeft bij de door haar gevorderde verklaring voor recht dat de Parochie is gehouden om haar te vrijwaren voor hetgeen waartoe zij in de hoofdzaak jegens [naam] mocht worden veroordeeld. Deze vordering zal dan ook worden afgewezen.

2.11.

De Parochie zal als de overwegend in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Stichting Ymere worden tot op heden begroot op

explootkosten € 92,17,

kosten deskundigenbericht € 13.364,45,

liquidatietarief € 11.238,50,-- (3,5 punten x liquidatietarief € 3.211,--)

Totaal € 24.695,12

2.12.

De Parochie heeft verzocht om het vonnis in conventie niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Derhalve moet de rechtbank de belangen van partijen (bij het al dan niet uitvoerbaar bij voorraad verklaren) afwegen in het licht van de omstandigheden van het geval. De Parochie heeft aangevoerd dat een veroordelend uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis voor haar zal leiden tot forse exploitatieverliezen. Dat de executie mogelijk ingrijpende gevolgen heeft voor de Parochie, die moeilijk ongedaan gemaakt kunnen worden, staat op zichzelf echter niet in de weg aan de gevorderde uitvoerbaar bij voorraadverklaring. Gelet op de hoogte van de toegewezen bedragen en het feit dat Stichting Ymere reeds bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis is veroordeeld om bedragen van gelijke hoogte aan [naam] te voldoen, is de rechtbank van oordeel dat het belang van Stichting Ymere bij toewijzing van de gevorderde uitvoerbaarverklaring bij voorraad doorslaggevend is. De gevorderde uitvoerbaarverklaring bij voorraad zal dan ook worden toegewezen.

in reconventie

2.13.

Bij tussenvonnis van 31 december 2014 heeft de rechtbank geoordeeld dat Stichting Ymere aan de Parochie een boete heeft verbeurd van € 500.000,-- en deze boete gematigd tot een bedrag van € 250.000,--. De boete zal dan ook tot laatstgenoemd bedrag worden toegewezen.

2.14.

Stichting Ymere heeft niet betwist dat zij met ingang van 5 november 2011 met de voldoening van de boete in verzuim verkeert en evenmin dat zij daarover wettelijke rente is verschuldigd. De wettelijke rente zal dan ook worden toegewezen zoals gevorderd.

2.15.

Stichting Ymere zal als de overwegend in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van de Parochie worden tot op heden begroot op € 4.000,-- (2 punten x liquidatietarief € 2.000,--).

3 De beslissing

De rechtbank

in conventie

3.1.

veroordeelt de Parochie tot betaling aan Stichting Ymere van een bedrag van € 1.850.000,--,

3.2.

veroordeelt de Parochie tot betaling aan Stichting Ymere van een bedrag van € 41.969,--,

3.3.

veroordeelt de Parochie tot betaling aan Stichting Ymere van een bedrag van € 7.948,64,

3.4.

veroordeelt de Parochie in de proceskosten, aan de zijde van Stichting Ymere tot op heden begroot op € 24.695,12, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de veertiende dag na dagtekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

3.5.

veroordeelt De Parochie in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te verhogen met een bedrag van € 68,00 onder de voorwaarde dat betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden en de Parochie niet binnen veertien dagen na aanschrijving vrijwillig aan het vonnis heeft voldaan, en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de nakosten met ingang van de veertiende dag na de betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

3.6.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

3.7.

wijst het meer of anders gevorderde af,

in reconventie

3.8.

veroordeelt Stichting Ymere tot betaling aan de Parochie van een bedrag van € 250.000,-- (tweehonderdvijftig duizend euro), te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 5 november 2011 tot de dag van volledige betaling,

3.9.

veroordeelt Stichting Ymere in de proceskosten, aan de zijde van de Parochie tot op heden begroot op € 4.000,--,

3.10.

veroordeelt De Parochie in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te verhogen met een bedrag van € 68,00 onder de voorwaarde dat betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden en Stichting Ymere niet binnen veertien dagen na aanschrijving vrijwillig aan het vonnis heeft voldaan,

3.11.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

3.12.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. B. Brokkaar, mr. A.H.E. van der Pol en mr. T.H. van Voorst Vader en in het openbaar uitgesproken op 1 november 2017.1

1 type: BB coll: