Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2017:7852

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
10-10-2017
Datum publicatie
31-10-2017
Zaaknummer
13/706269-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Hennepkwekerij en diefstal elektriciteit: vrijspraak

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/706269-16

Datum uitspraak: 10 oktober 2017

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [GBA].

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 26 september 2017.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. F.C. van Dijk, en van wat de raadsman van verdachte, mr. A.J. Hardonk, naar voren heeft gebracht.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 16 mei 2014 te Diemen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, en/of opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [adres]) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 7450 gram hennep en/of ongeveer 96, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;

2.

hij op een of meer tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 1 september 2013 tot en met 16 mei 2014 te Diemen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen electriciteit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Liander NV, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s).

3. Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Vrijspraak

4.1.

De officier van justitie vindt bewezen dat verdachte beide ten laste gelegde feiten als medepleger heeft gepleegd als medepleger heeft gepleegd. De officier van justitie verzoekt de rechtbank om verdachte voor die feiten te veroordelen tot een taakstraf van 180 uren.

4.2.

De raadsman van verdachte vindt beide feiten niet bewezen en verzoekt verdachte daarvan vrij te spreken.

4.3.

De rechtbank vindt beide feiten niet bewezen. Daarvoor is het volgende van belang.

Op 16 mei 2014 treft de politie in de woning aan de [adres] in Diemen op zolder een hennepkwekerij aan. Ten behoeve van die hennepkwekerij werd er stroom buiten de meter om afgenomen.

Ten aanzien van de mogelijke betrokkenheid van verdachte bij de kwekerij staat vast dat verdachte op de benedenverdieping van de woning aanwezig was toen de politie de woning kwam doorzoeken. De woning is van de stiefvader van verdachte en die wist dat de hennepkwekerij in de woning aanwezig was.

De rechtbank kan niet meer omstandigheden vaststellen die kunnen wijzen op de betrokkenheid van verdachte bij de hennepkwekerij en de daaraan gekoppelde diefstal van elektriciteit. De omstandigheden die de rechtbank wel heeft kunnen vaststellen, zijn onvoldoende om verdachte als pleger of medepleger van de ten laste gelegde feiten aan te merken. De rechtbank zal verdachte daarom van die feiten vrijspreken.

5 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart het ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door

mr. P.P.C.M. Waarts, voorzitter,

mrs. M.R. Jöbsis en J. Huber, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. C. Wolswinkel, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 10 oktober 2017.