Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2017:7795

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
24-10-2017
Datum publicatie
27-10-2017
Zaaknummer
CV EXPL 16-7891
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Oneerlijk annuleringsbeding in overeenkomst tot aankoop keukenzaak, toewijzing buitengerechtelijke kosten voor gedaagde.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/5590
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer: 4881294 CV EXPL 16-7891

vonnis van: 24 oktober 2017

fno.: 393

vonnis van de kantonrechter

I n z a k e

de besloten vennootschap Brugman Keukens & Badkamers B.V.

gevestigd te Capelle aan de IJssel

eiseres

nader te noemen: Brugman

gemachtigde: mr. Ph. Ekering

t e g e n

[gedaagde]

wonende te [plaats]

gedaagde

nader te noemen: [gedaagde]

gemachtigde: mr. M.J. de Koning

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

De volgende stukken bevinden zich in het procesdossier:

- dagvaarding van 18 februari 2016, met producties;
- antwoord met producties, tevens eis in reconventie;
- instructievonnis;
- repliek met producties, tevens voorwaardelijke wijziging van eis, en antwoord in reconventie.

- dupliek in conventie, repliek in reconventie

- dupliek in reconventie.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Feiten

1. Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend of niet (voldoende) weersproken, alsmede op grond van de overgelegde en in zoverre niet bestreden inhoud van de bewijsstukken, staat in dit geding het volgende vast:

1.1.

[gedaagde] heeft op 5 oktober 2014 bij Brugman een overeenkomst voor de koop van een keuken getekend. De overeengekomen prijs bedroeg € 6.200,00, de aanbetaling € 250,00.

1.2.

Artikel 12 van de algemene voorwaarden luidt:
1. Bij annulering van de overeenkomst door afnemer is deze een schadevergoeding verschuldigd van 30% van hetgeen de afnemer bij de uitvoering van de overeenkomst had moeten betalen, tenzij partijen bij het sluiten van de overeenkomst anders zijn overeengekomen. Het percentage als bedoeld in de vorige zin bedraagt 50% indien de annulering van een overeenkomst door de afnemer geschiedt terwijl de afnemer er al van in kennis is gesteld dat de op- of aflevering of een deel ervan indien het een deellevering betreft kan plaatsvinden.
2. De in het vorige lid genoemde percentages zijn vaststaand, tenzij de ondernemer kan bewijzen dat zijn schade groter is of de afnemer aannemelijk kan maken dat de schade kleiner is.

1.3.

Bij e-mail van 16 oktober 2014 [gedaagde] de keuken geannuleerd.

1.4.

Bij brief van 24 november 2014 heeft Brugman conform artikel 12 van de algemene voorwaarden een bedrag van € 1.860,00 in rekening gebracht.

1.5.

[gedaagde] heeft dit bedrag, ondanks herhaalde sommatie, niet voldaan.

Vordering en verweer, tevens vordering in reconventie

2. Brugman vordert [gedaagde] te veroordelen tot betaling van:

  1. € 1.860,00 aan annuleringskosten, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 januari 2016;

  2. € 279,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;

  3. € 43,21 aan rente, berekend tot en met 22 januari 2016;

  4. e proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente indien [gedaagde] niet binnen 14 dagen na dagtekening van het ten deze te wijzen vonnis aan Brugman voldaan zal hebben.

3. Aan deze vordering legt Brugman ten grondslag dat [gedaagde] in oktober 2014 een keuken heeft gekocht. De algemene voorwaarden staan op de achterzijde van de koopovereenkomst en zijn bij het sluiten van de overeenkomst ter beschikking gesteld. [gedaagde] heeft ook voor ontvangst van de algemene voorwaarden getekend. Er zijn bij de koopovereenkomst van de keuken geen speciale afspraken gemaakt, zoals een opschortende voorwaarde of een financieringsvoorbehoud. Er is alleen een verlaging van de aanbetaling overeengekomen; namelijk 15 % van de koopsom. [gedaagde] heeft deze aanbetaling nooit betaald. [gedaagde] heeft de overeenkomst op 16 oktober 2014 geannuleerd. Brugman heeft daarop conform artikel 12 van de CBW voorwaarden annuleringskosten in rekening gebracht. Het annuleringsbeding niet onredelijk bezwarend; de CBW voorwaarden is specifiek opgenomen ten behoeve van de klant. Zou de betreffende bepaling immers niet in de CBW-voorwaarden zijn opgenomen, dan zou Brugman “gewoon” nakoming kunnen vorderen van de gesloten overeenkomst en de klant geconfronteerd worden met de verplichte aankoop van een keuken of badkamer, waarop die klant geen prijs stelt en ook geen reële waarde heeft of hoeft te hebben. Het percentage van 30% is redelijk nu de gemiste omzet die met de transactie behaald zou worden niet alleen de directe verkoopkosten dekt ,maar ook een bijdrage levert aan de overhead en een winstbijdrage genereert. De historisch gerealiseerde bruto winstmarge bedraagt tussen de 42% en 46%, zo blijkt uit de overgelegde productie, en daarmee is 30% van het aankoopbedrag als annuleringskosten redelijk. Uit de als productie overgelegde jurisprudentie blijkt dat dit percentage aan annuleringskosten niet onredelijk bezwarend is.

4. [gedaagde] heeft de vordering gemotiveerd betwist en daartoe onder meer het volgende aangevoerd. [gedaagde] heeft een oriënterend bezoek gebracht aan de Brugman vestiging te Amsterdam. Hij heeft de verkoper van het begin af aan duidelijk gemaakt dat hij nog niet wist of hij in zijn woning te Amsterdam zou blijven wonen en hij heeft daarom een voorbehoud gemaakt bij het tekenen van de overeenkomst. Volgens [gedaagde] is hem bij het aangaan van de koopovereenkomst toegezegd dat hij bij annulering alleen de aanbetaling zou moeten betalen. De algemene voorwaarden zijn niet voor of bij het sluiten van de overeenkomst overgelegd. Voorts is het annuleringsbeding onredelijk bezwarend omdat [gedaagde] een daardoor verplicht wordt een geldsom te betalen zonder dat op enige wijze “geleden verlies” of “gederfde winst” aangehaald wordt, zo blijkt uit jurisprudentie die [gedaagde] als productie heeft overgelegd.
Door de agressieve opstelling zag [gedaagde] zich genoodzaakt uitgebreid verweer te voeten. Daarom vordert [gedaagde] in reconventie € 279,00 aan incassokosten.

Repliek conventie tevens antwoord reconventie en voorwaardelijke wijziging van eis

5. Brugman persisteert bij haar vorderingen en stelt voorts dat de algemene voorwaarden niet alleen op de achterzijde van de overeenkomst staan vermeld, maar dat [gedaagde] bij het sluiten van de koop een ordner heeft ontvangen waarin de algemene voorwaarden zijn opgenomen. Brugman betwist dat er voor of tijdens de koop van de keuken speciale afspraken zijn gemaakt of toezeggingen zijn gedaan. Brugman betwist dat [gedaagde] de aanbetaling heeft voldaan.
Brugman wijzigt haar eis voorwaardelijk, namelijk voor het geval de kantonrechter van oordeel is dat de algemene voorwaarden van Brugman ten deze toepassing missen, althans dat het beding ten aanzien van de annuleringskosten rechtsgeldig vernietigd zou worden, in dier voege dat Brugman nakoming van de tussen partijen gesloten overeenkomst vordert; te weten levering van de door [gedaagde] bestelde keuken tegen betaling van de overeengekomen koopprijs, vermeerderd met de wettelijke rente.

Brugman betwist de reconventionele vordering en voert daartoe aan dat [gedaagde] geen vordering heeft op Brugman en daarom ook geen buitengerechtelijke werkzaamheden heeft verricht.

Dupliek in conventie

6. [gedaagde] persisteert bij zijn verweer en voert voorts nog aan dat hij bij het sluiten van de overeenkomst de aanbetaling niet heeft betaald, maar dat hij na dit bedrag achteraf, na ontvangst van een betalingsverzoek zou voldoen. Door een misverstand heeft hij deze aanbetaling eerst onlangs verricht. [gedaagde] verweert zich tegen de voorwaardelijke wijziging van eis en betwist de door Brugman gestelde schade.

Beoordeling in conventie en reconventie

7. Waar nodig zal hierna nader worden ingegaan op de stellingen en verweren van partijen. Geoordeeld wordt als volgt.

8. Partijen zijn op 5 oktober 2014 een overeenkomst aangegaan voor de aankoop van een keuken. [gedaagde] heeft de koop op 16 oktober geannuleerd.

[gedaagde] voert aan dat partijen mondeling overeen zijn gekomen dat bij annulering van de overeenkomst slechts de aanbetaling verschuldigd zijn. De stelplicht en bewijslast van deze stelling berust in beginsel bij [gedaagde] .
Anderzijds beroept Brugman zich op haar algemene voorwaarden die volgens haar te hand zijn gesteld. De stelplicht en bewijslast van deze stelling berusten in beginsel bij Brugman.

9. De kantonrechter zal in het hierna volgende, bij wijze van veronderstelling, er van uit gaan dat:
a. niet komt vast te staan dat partijen mondeling overeen zijn gekomen dat [gedaagde] bij annulering van de overeenkomst slechts de aanbetaling van € 250,00 aan Brugman verschuldigd zou zijn, en
b. dat vast komt te staan dat Brugman haar algemene voorwaarden bij het sluiten van de overeenkomst ter hand zijn gesteld.

10. Voor dat geval heeft [gedaagde] een beroep gedaan op het onredelijk bezwarend zijn van het beding in artikel 12 van de algemene voorwaarden, welk beding Brugman aan haar vordering ten grondslag heeft gelegd.

Het betreft een algemene voorwaarden in een consumentenovereenkomst. De kantonrechter dient op grond van de rechtspraak van het Hof van Justitie (o.a. 4 juni 2009, C243/08) en de Hoge Raad (13-09-2013 ECLI:HR:2013:691) ook ambtshalve te beoordelen of het beding onredelijk bezwarend is. Daarbij is het volgende van belang:
a. het betreft een beding als bedoeld in artikel 6:237 aanhef en onder i BW, dat wordt vermoed onredelijk bezwarend te zijn;
b. de bedongen schadevergoeding bij annulering is hoog (30%) in verhouding tot de koopsom, waarbij komt dat de schadevergoeding over de koopsom inclusief btw wordt gerekend, terwijl moet worden aangenomen dat het contractsbelang voor Brugman exclusief btw is:
c. Brugman heeft niet bestreden dat voor de opdracht nog geen materialen waren besteld en niet onderbouwd dat zij schade heeft geleden, laat staan dat zij heeft onderbouwd tot welk bedrag dit is geweest, de stelling van Brugman dat in het algemeen een brutomarge van meer 30 % gebruikelijk is doet daar niets aan af, omdat deze stelling te algemeen is en slechts onderbouwd wordt door een naamloze en ongedateerde bladzijde waarop onder meer een diagram “opbouw verkoopprijs” staat afgebeeld;
c. het beding geeft Brugman het exclusieve recht de hoogte van de wegens annulering door de afnemer te betalen schadevergoeding vast te stellen en de bewijslast voor een lager bedrag aan schade bij de consument legt.

11. Gelet op het voorgaande moet worden geoordeeld dat het annuleringsbeding in de verhouding tussen [gedaagde] en Brugman onredelijk bezwarend is als bedoeld in artikel 6:233 aanhef en onder a BW en daarmee oneerlijk is in de zin van de Richtlijn oneerlijke bedingen. De omstandigheid dat artikel 12 van de algemene voorwaarden is opgesteld in samenwerking met de consumentenbond maakt dat niet anders. Het beding is immers van tevoren opgesteld en de consument heeft dientengevolge geen invloed op de inhoud ervan kunnen hebben, terwijl consumentenorganisaties ook op grond van andere overwegingen kunnen besluiten in te stemmen met een beding.
De kantonrechter is gehouden het annuleringsbeding te vernietigen, zodat Brugman daarop in dit geding geen beroep kan doen.

12. Brugman heeft haar eis voorwaardelijk, namelijk voor het geval de kantonrechter van oordeel zou zijn dat de algemene voorwaarden van Brugman toepassing missen, althans het beding ten aanzien van de annuleringskosten hierin rechtsgeldig vernietigd zou worden, betaling van door [gedaagde] van de het bedrag van € 6.200,00 vermeerderd met de wettelijke rente.

13. Nu aan de voorwaarde voor het instellen van deze vordering is voldaan overweegt de kantonrechter ten aanzien daarvan het volgende. Vaststaat dat [gedaagde] de overeenkomst heeft geannuleerd. Brugman heeft er vervolgens om haar moverende redenen voor gekozen met een beroep op het annuleringsbeding annuleringskosten in rekening te brengen in plaats een beroep te doen op nakoming van de overeenkomst. Dat zij zich thans, twee jaar na annulering, alsnog op nakoming beroept, is zonder nadere onderbouwing - die ontbreekt - onbegrijpelijk.

14. De vorderingen van Brugman worden afgewezen.

15. Brugman wordt als de in het ongelijk gestelde partij in conventie met de proceskosten aan de zijde van [gedaagde] belast.

Vordering in reconventie

16. [gedaagde] heeft verzocht om een vergoeding van de door hem gemaakte buitengerechtelijke kosten. Het volgende wordt overwogen.

17. Niet betwist is dat [gedaagde] buitengerechtelijke kosten te zijner verdediging als in artikel 6: 96 BW bedoeld heeft gemaakt. Dat hij ter zake een gemachtigde heeft ingeschakeld op grond van zijn rechtsbijstandverzekering, betekent niet dat hij geen vergoeding deswege voor door hem gemaakte buitengerechtelijke kosten kan verkrijgen.

18. Artikel 6: 96 lid 1 BW bepaalt dat vermogensschade zowel geleden verlies als gederfde winst omvat. In lid 2 wordt daaraan toegevoegd dat als vermogensschade mede in aanmerking komen redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid en redelijke kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte. In lid 5 is geregeld dat bij algemene maatregel van bestuur nadere regels worden als bedoeld in lid 2 onder c.

19. Vermogensschade ontstaat krachtens een wettelijke verplichting tot schadevergoeding. Genoemd kunnen worden wanprestatie en onrechtmatige daad. Van een verplichting tot het betalen van schadevergoeding moet worden onderscheiden de verplichting tot nakoming van een verbintenis bijvoorbeeld tot het betalen van een geldsom of het leveren van enig goed. De regels samenhangende met de verplichting tot het betalen van schadevergoeding zijn geregeld in Boek 6, Titel 1, Afdeling 10 BW. Nakoming in het algemeen is geregeld in Boek 6, Titel 1, Afdeling 6 BW, terwijl nakoming van verbintenissen tot het betalen van een geldsom is geregeld in Boek 6, Titel 1, Afdeling 11 BW.

20. Uit het vorenoverwogene volgt dat kosten gemaakt tot incasso van vermogensschade wel onder artikel 6: 96 BW vallen, maar kosten gemaakt om de debiteur van een verbintenis tot nakoming te dwingen niet. Dit uitgangspunt is ook terug te vinden in de uitspraak van de Hoge Raad van 27 juni 1997, NJ 1997, 651 (Vaston/Smith), waarin is bepaald dat artikel 6: 96 BW geen zelfstandige aanspraak op schadevergoeding geeft, zodat een verweerder die ten onrechte in een procedure is betrokken, zijn buitengerechtelijke kosten niet op de aanlegger van het proces kan verhalen. Evenwel de introductie van lid 5 van artikel 6: 96 BW kan toch niet anders gelezen worden dan als de introductie van een zelfstandige aanspraak op schadevergoeding namelijk die tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten gepaard gaande met het instellen van vordering tot nakoming van een verbintenis, meestal tot betaling van een geldsom.

21. Dat zo zijnde zou het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn in de context van vorderingen tot nakoming van een verbintenis uit overeenkomst dat een aanlegger van een vordering tot nakoming wel zijn schade kan verhalen ontstaan omdat hij kosten moet maken om nakoming van zijn vordering te krijgen en degene die ten onrechte wordt aangesproken niet. Bij de introductie van artikel 6: 96 BW in 1994 lag dat, gelet op de ontstaansgeschiedenis van deze verplichting niet voor de hand. Deze bepaling is immers een uitvloeisel van de destijds bestaande praktijk dat verzekeraars de advocaat- en deskundigenkosten van minnelijke afdoening van schades met name door letsel ontstaan voor hun rekening namen. In die context zou een verplichting van de gelaedeerde om de buitengerechtelijke kosten van een verzekeraar te moeten betalen als de claim weinig tot niets oplevert onaanvaardbaar zijn geweest.

22. De vordering van [gedaagde] tot betaling van buitengerechtelijke kosten te zijner verdediging gemaakt is derhalve toewijsbaar. Het bedrag zal conform hetgeen daaromtrent in de wet is bepaald worden gesteld op € 279,00.

23. Als de in het ongelijk gestelde partij zal Brugman in de kosten op de reconventie gevallen worden veroordeeld.

24. Dat betekent dat wordt beslist als volgt.

BESLISSING

De kantonrechter:

in conventie

wijst de vorderingen van Brugman af;

veroordeelt Brugman in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot op € 300,00 aan salaris gemachtigde, inclusief eventueel verschuldigde btw;

veroordeelt Brugman tot betaling van een bedrag van € 50,00 aan [gedaagde] , te verhogen met een bedrag van € 68,00 onder de voorwaarde dat betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden en Brugman niet binnen 14 dagen na aanschrijving vrijwillig aan het vonnis heeft voldaan, een en ander voor zover van toepassing, inclusief btw;

in reconventie

veroordeelt Brugman tot betaling van een bedrag van € 279,00 als buitengerechtelijke kosten;

veroordeelt Brugman in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot op € 150,00 aan salaris gemachtigde, inclusief eventueel verschuldigde btw;

veroordeelt Brugman tot betaling van een bedrag van € 15,00 aan [gedaagde] , te verhogen met een bedrag van € 68,00 onder de voorwaarde dat betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden en Brugman niet binnen 14 dagen na aanschrijving vrijwillig aan het vonnis heeft voldaan, een en ander voor zover van toepassing, inclusief btw;

in conventie en reconventie

verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Aldus gewezen door mr. M.P.A.M. Fruytier, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 oktober 2017 in tegenwoordigheid van de griffier.