Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2017:7762

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
24-10-2017
Datum publicatie
24-10-2017
Zaaknummer
13/680068-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft een geladen vuurwapen meegenomen naar een afspraak met zijn ex-stiefvader en heeft dit vuurwapen ingezet waarna het is afgegaan waarbij een kogel in de knie van zijn ex-stiefvader is geschoten. Verdachte heeft zich daarmee schuldig gemaakt aan een poging tot doodslag en een bedreiging. In de strafmaat is er door de rechtbank rekening mee gehouden dat verdachte enigszins verminderd toerekeningsvatbaar was, dat verdachte nog niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten en dat hij van deze fout geleerd lijkt te hebben. De rechtbank legt op voor poging doodslag en bedreiging een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 21 maanden met aftrek van het voorarrest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/680068-17 (Promis)

Datum uitspraak: 24 oktober 2017

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] (Duitsland) op [geboortedatum] 1986,

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

verblijvende op het adres [verblijfadres] ,

gedetineerd in de [detentieplaats] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 10 oktober 2017.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. F.C. van Dijk en van wat verdachte en zijn raadsman mr. J-H.L.C.M. Kuijpers naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 23 februari 2017 te Diemen, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk en met voorbedachten rade [aangever] van het leven te beroven, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, eenmaal of meermalen met een geladen revolver, in elk geval met een geladen vuurwapen, een kogel in/op/tegen het lichaam van voornoemde [aangever] heeft geschoten;

Subsidiair:

hij op of omstreeks 23 februari 2017 te Diemen, in elk geval in Nederland, aan [aangever] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (te weten een schotwond in/door de knie), heeft toegebracht, door voornoemde [aangever] met dat opzet met een geladen revolver, in elk geval met een geladen vuurwapen, een kogel in/op/tegen de knie, in elk geval in het lichaam, heeft geschoten;

meer subsidiair:

hij op of omstreeks 23 februari 2017 te Diemen, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [aangever] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet eenmaal of meermalen met een geladen revolver, in elk geval met een geladen vuurwapen, een kogel in/op/tegen het lichaam van voornoemde [aangever] heeft geschoten;

2.

hij op of omstreeks 23 februari 2017 te Diemen, in elk geval in Nederland, [aangever] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [aangever] dreigend de woorden toegevoegd: "I will kill you" en/of (daarbij) een geladen revolver, in elk geval een geladen vuurwapen op/aan voornoemde [aangever] heeft gericht en/of voorgehouden en/of getoond, althans woorden en/of feitelijkheden van gelijke dreigende aard of strekking.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Inleiding

Op 23 februari 2017 hebben verdachte en aangever [aangever] , de ex-stiefvader van verdachte, afgesproken op een parkeerplaats in Diemen. Verdachte heeft voor die afspraak het initiatief genomen. Op de betreffende dag reist verdachte met een geladen vuurwapen vanuit Duitsland naar Diemen. Verdachte treft zijn ex-stiefvader op de afgesproken plek. Verdachte haalt tijdens de ontmoeting zijn vuurwapen tevoorschijn en het vuurwapen gaat af. Zijn ex-stiefvader wordt in zijn linkerknie door een kogel geraakt.

De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of deze handelingen kunnen worden gekwalificeerd als een poging moord dan wel doodslag en/of een bedreiging.

4.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich – onder verwijzing naar zijn schriftelijk requisitoir – op het standpunt gesteld dat de onder 1 primair ten laste gelegde doodslag en de onder 2 ten laste gelegde bedreiging bewezen kunnen worden verklaard. Verdachte heeft een schietklaar wapen meegenomen naar de confrontatie met zijn ex-stiefvader en hij heeft het wapen ook daadwerkelijk gepakt en op hem gericht. Verdachte wist dat zijn ex-stiefvader zich niet zou laten intimideren en had kunnen en moeten weten dat er mogelijkerwijs een worsteling zou ontstaan, waarbij een aanmerkelijke kans bestond dat het schietklare wapen ook daadwerkelijk af zou gaan en een of meer kogels zijn ex-stiefvader dodelijk zouden treffen. Kortom, verdachte heeft bewust de aanmerkelijk kans aanvaard dat hij zijn ex-stiefvader van het leven zou beroven, zodat bewezen moet worden verklaard dat verdachte een poging doodslag op zijn ex-stiefvader heeft begaan. Ook heeft hij zijn ex-stiefvader bedreigd door het vuurwapen voor hem te houden.

4.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft (in zijn niet op schrift gesteld pleidooi) – kort gezegd – bepleit dat verdachte moet worden vrijgesproken van het onder 1 ten laste gelegde. Verdachte heeft een vuurwapen naar het gesprek met zijn ex-stiefvader meegenomen, juist om te voorkomen dat er een confrontatie met geweld zou plaatsvinden. Hij is met het vuurwapen naar het gesprek gegaan om serieus genomen te worden en om zichzelf te kunnen beschermen tegen zijn agressieve ex-stiefvader, en niet met het plan om het vuurwapen te gebruiken. Verdachte had geen rekening hoeven houden met de agressieve actie van zijn ex-stiefvader om op het wapen te springen waardoor een worsteling ontstond. Kortom, verdachte heeft niet de aanmerkelijke kans aanvaard dat zijn ex-stiefvader zodanig gewond had kunnen raken dat hij om het leven zou komen. Er is geen sprake van een poging doodslag.

De raadsman refereert zich aan het oordeel van de rechtbank met betrekking tot de ten laste gelegde bedreiging.

4.4

Het oordeel van de rechtbank

Het onder 1 ten laste gelegde:

Poging moord of doodslag

De rechtbank ziet zich als eerste voor de vraag gesteld of verdachte op 23 februari 2017 met een vooropgezet plan naar Diemen is gekomen om daar zijn ex-stiefvader te doden. Anders gezegd: of hier sprake is geweest van een poging moord.

Uit het dossier en het verhandelde ter zitting kan het volgende worden afgeleid.

Verdachte heeft een afspraak gemaakt voor een ontmoeting met zijn ex-stiefvader om hem kort op een bepaalde plek te spreken. Op de betreffende dag, 23 februari 2017, reist verdachte met een geladen revolver vanuit Duitsland naar Diemen. Verdachte treft zijn ex-stiefvader volgens afspraak in het donker op een stille parkeerplaats in Diemen. Verdachte haalt op enig moment zijn revolver tevoorschijn en het gaat af. Zijn ex-stiefvader raakt gewond. Verdachte vertrekt onmiddellijk en stuurt kort daarna berichten naar zijn ex-stiefvader, onder meer dat het “an eye for an eye” was. Pas na ruim een maand meldt verdachte zich bij de politie. Hij heeft zich ontdaan van het vuurwapen, en ook de tijd gehad om zich te kunnen ontdoen van nog meer sporen zoals schiethanden of schietsporen op zijn kleding. Ook heeft hij de tijd gehad om zich te beraden op een eventuele verklaring tegen de politie.

Dit zijn aanwijzingen dat verdachte te werk is gegaan volgens een bepaald plan en dan komt de poging moord in zicht.

Ook de verklaring van zijn ex-stiefvader bevat hiervoor aanwijzingen. Hij heeft verteld dat verdachte in het zwart was gekleed en zwarte handschoenen droeg. Verder begon verdachte zich zenuwachtig te gedragen, vlak voordat verdachte het vuurwapen tevoorschijn haalde. De ex-stiefvader hoorde een “klik”-geluid, dat hij herkende van een vuurwapen. Terwijl verdachte het vuurwapen op hem richtte, weerde hij het wapen af door het weg te duwen. Meteen ging het vuurwapen af en doorboorde een kogel zijn knie. Hij viel door het schot op de grond. Rollend over de grond heeft hij zich in veiligheid proberen te brengen. Toen hij dat deed hoorde hij nog een schot afgaan. Hij zag verdachte vervolgens wegrijden.

Deze verklaring van de ex-stiefvader van verdachte vindt de rechtbank niet op voorhand onaannemelijk. Er is niet gebleken dat verdachte anders was gekleed. De kleding die verdachte die avond droeg kon immers door zijn toedoen niet worden onderzocht op schietsporen. Het “klik”-geluid zou kunnen betekenen dat verdachte de haan van de revolver met zijn hand op spanning heeft gebracht. Dat zou ook kunnen verklaren waarom het wapen meteen afging, toen zijn ex-stiefvader het wapen afweerde. Evenmin is onaannemelijk dat verdachte nogmaals op hem geschoten heeft toen hij op grond lag. Een revolver gaat immers niet zómaar af.

Daar komt nog bij dat er aanwijzingen zijn voor een motief bij verdachte om zijn ex-stiefvader neer te schieten. Verdachte had van zijn moeder gehoord wat zijn ex-stiefvader haar had aangedaan tijdens hun relatie. Om haar zijn loyaliteit te tonen, is verdachte naar Diemen afgereisd met het plan zijn ex-stiefvader neer te schieten.

Er zijn, zoals hiervoor is weergegeven, aanwijzingen voor een poging moord. Alles overziend is de rechtbank echter tot de conclusie gekomen dat deze aanwijzingen niet voldoende zijn om met zekerheid te kunnen zeggen dat het ook zo móet zijn gegaan. Dat is de reden dat de rechtbank bij de beoordeling van deze zaak terugvalt op de verklaring die verdachte heeft afgelegd over wat zich heeft afgespeeld op die parkeerplaats in Diemen.

Dat betekent het volgende.

Verdachte maakt een afspraak met zijn ex-stiefvader in Diemen om hem ter verantwoording te roepen over hetgeen hij zijn moeder zou hebben aangedaan, meer dan tien jaar geleden. Hij neemt een geladen vuurwapen mee en hij heeft van tevoren bedacht dat hij dit vuurwapen wil inzetten. Verdachte heeft immers verklaard dat hij het vuurwapen hoofdzakelijk bij zich had om ermee te dreigen. Op die manier hoopte verdachte dat zijn ex-stiefvader hem serieus zou nemen.

Verdachte heeft het vuurwapen ook daadwerkelijk ingezet. Verdachte heeft herhaaldelijk bij de politie verklaard, de rechtbank heeft verdachte dit tijdens de zitting voorgehouden, dat hij nadat hij zijn ex-stiefvader had begroet, op een gegeven moment zijn wapen tevoorschijn heeft gehaald. Verdachte deed dat op zo`n manier dat zijn ex-stiefvader het vuurwapen kon zien, waarna verdachte hem aansprak op hetgeen hij zijn moeder zou hebben aangedaan. Verdachte gebruikte het vuurwapen om zijn beschuldiging kracht bij te zetten.

Zijn ex-stiefvader reageerde op het zien van het vuurwapen op een wijze die verdachte had kunnen verwachten, namelijk door te proberen het wapen weg te duwen en een einde te maken aan de voor hem bedreigende situatie. De rechtbank vindt dat ook een begrijpelijke reactie. Daar komt nog bij dat verdachte, door het gesprek dat verdachte met hem had in maart 2016, had kunnen weten dat hij boos zou worden als verdachte hem aansprak op zijn verleden met zijn moeder. Ook in dat licht was zijn reactie om het wapen weg te duwen voor verdachte voorzienbaar.

Dan gaat het vuurwapen af en raakt de ex-stiefvader van verdachte ernstig gewond.

Door een geladen vuurwapen mee te nemen en dit tevoorschijn te halen, heeft verdachte het risico genomen dat dit fout zou aflopen. Dit risico werd nog vergroot door de korte afstand die op dat moment tussen verdachte en zijn ex-stiefvader bestond. In een dergelijke situatie is de kans aanmerkelijk dat het afgaan van een vuurwapen bovendien betekent dat iemand dodelijk wordt getroffen. Daarom vindt de rechtbank dat hier sprake is geweest van een poging doodslag, in de zin dat verdachte de aanmerkelijke kans dat zijn ex-stiefvader dodelijk gewond zou raken bewust heeft aanvaard, door te handelen zoals hij heeft gedaan. Het is niet dankzij, maar ondanks verdachte, dat zijn ex-stiefvader niet ernstiger gewond is geraakt.

Uit de verklaringen van verdachte volgt niet dat sprake is geweest van een vooropgezet plan. Zoals hiervoor aangegeven, zijn hiervoor wel aanwijzingen maar de rechtbank acht die niet voldoende overtuigend. Om die reden zal de rechtbank verdachte vrijspreken van de poging moord.

Het onder 2 ten laste gelegde:

Uit de verklaringen van verdachte volgt dat hij een vuurwapen heeft meegenomen omdat hij daarmee zijn ex-stiefvader wilde bedreigen. Verdachte heeft zoals blijkt uit zijn verklaring en de aangifte de daad bij het woord gevoegd en het wapen getrokken en gericht op zijn ex-stiefvader. De bedreiging acht de rechtbank dan ook bewezen.

Voor de bewoordingen “I will kill you” bevindt zich in het strafdossier enkel de verklaring van aangever. Verdachte heeft uitdrukkelijk ontkend dit te hebben gezegd. Op dit punt is niet voldaan aan het bewijsminimum van artikel 342 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv). Verdachte wordt van dit deel van de tenlastelegging vrijgesproken.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in bijlage I vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

1.
op 23 februari 2017 te Diemen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [aangever] van het leven te beroven, met dat opzet met een geladen revolver, een kogel in het lichaam van voornoemde [aangever] heeft geschoten;

2.

op 23 februari 2017 te Diemen, [aangever] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend een geladen revolver op voornoemde [aangever] gericht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straf

8.1

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door hem onder 1 en 2 bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden, met aftrek van voorarrest.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit om aan verdachte een straf op te leggen die gelijk is aan het voorarrest.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot doodslag en een bedreiging. Hij heeft een geladen vuurwapen meegenomen naar een afspraak met zijn ex-stiefvader en heeft dit vuurwapen ingezet waarna het is afgegaan waarbij een kogel in de knie van zijn ex-stiefvader is geschoten. Nadat het slachtoffer gewond op de grond was terecht gekomen, is hij weggereden en heeft hij zich niet om het slachtoffer bekommerd. Door deze poging doodslag is de rechtsorde ernstig geschokt en is de lichamelijke integriteit van het slachtoffer geschonden. Voor een dergelijke poging doodslag waarbij op de openbare weg wordt geschoten met een meegenomen en geladen vuurwapen staan zware gevangenisstraffen. Gevangenisstraffen van meer dan drie jaar zijn bepaald geen uitzondering.

Het betreft hier echter niet een kille afrekening in het criminele milieu. Alhoewel er door de psycholoog onvoldoende aanknopingspunten zijn gevonden voor een geestelijke stoornis, is de rechtbank van oordeel dat rekening moet worden gehouden met de geestelijke toestand waarin verdachte verkeerde. Voor de rechtbank is duidelijk geworden dat door alles wat er in de jaren, vanaf het moment dat er een einde komt aan de relatie tussen de moeder van verdachte en zijn ex-stiefvader, met verdachte en met zijn moeder is gebeurd, verdachte behoorlijk van slag is geraakt. De rechtbank kan goed leven met de beschrijving door zijn advocaat “dat hier sprake is van een door de gebeurtenissen gehavende jongeman”.

Verdachte heeft onder invloed daarvan de grote fout gemaakt door voor eigen rechter te gaan spelen. Dit met een bijna fatale afloop. De rechtbank gaat er vanuit dat verdachte enigszins verminderd toerekeningsvatbaar was en houdt daarmee rekening bij de straf.

Verder heeft de rechtbank geconstateerd dat verdachte nooit eerder is veroordeeld. Ook houdt de rechtbank er rekening mee dat verdachte van deze fout geleerd lijkt te hebben en dat hij serieus van plan is voor zichzelf weer een goede toekomst op te bouwen.

De rechtbank legt op voor poging doodslag en bedreiging een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 21 maanden met aftrek van uw voorarrest.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 45, 57, 285 en 287 van het Wetboek van Strafrecht.

10 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 primair impliciet subsidiair en 2 ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Ten aanzien van het onder 1 primair impliciet subsidiair bewezen verklaarde:

Poging tot doodslag.

Ten aanzien van het onder 2 bewezen verklaarde:

Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 21 (eenentwintig) maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Dit vonnis is gewezen door

mr. G.P.C. Janssen, voorzitter,

mrs. B.E. Mildner en A.C.J. Klaver, rechters,

in tegenwoordigheid van M. van der Mark, griffier.

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 24 oktober 2017.