Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2017:7723

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
01-11-2017
Datum publicatie
02-11-2017
Zaaknummer
C/13/622278 / HA ZA 17-72
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Eex-vo art 29. In reconventie slechts gedeeltelijk bevoegd ivm eerder geschil in Italië.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rolnummer: C/13/622278 / HA ZA 17-72

Vonnis in incident van 1 november 2017

in de zaak van

1. de naamloze vennootschap

TCC GLOBAL N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

2. de vennootschap naar Zwitsers recht

THE CONTINUITY COMPANY A.G.,

gevestigd te Zug (Zwitserland),

3. de vennootschap naar Duits recht

THE CONTINUITY COMPANY DEUTSCHLAND G.M.B.H.,

gevestigd te Düsseldorf (Duitsland),

eiseressen in conventie in de hoofdzaak,

verweersters in reconventie in de hoofdzaak,

eiseressen in het incident,

advocaat mr. M. Wolters LLM. te Amsterdam,

tegen

de vennootschap naar Italiaans recht

ROTOLITO LOMBARDIA S.P.A.,

gevestigd te Milaan (Italië),

gedaagde in conventie in de hoofdzaak,

eiseres in reconventie in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

advocaat mr. P.J. de Jong Schouwenburg te Amsterdam.

Partijen zullen hierna (eiseressen gezamenlijk in vrouwelijk enkelvoud:) TCC en Rotolito genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 11 juli 2016, met producties,

  • -

    de herstelexploten van 8 en 25 augustus 2016,

  • -

    de akte overlegging producties tevens akte vermeerdering van eis, van TCC, met producties,

  • -

    de akte intrekking vermeerdering van eis,

  • -

    de conclusie van antwoord van 26 april 2017, tevens eis in reconventie, tevens verzoek tot aanhouding, met producties,

  • -

    de antwoordakte na eiswijziging, van Rotolito,

  • -

    de akte uitlating verzoek tot aanhouding, van TCC,

  • -

    de beslissing van de rolrechter dat de zaak niet zal worden aangehouden,

  • -

    het vonnis van 14 juni 2017, waarin een comparitie van partijen is bevolen,

  • -

    de conclusie van antwoord in reconventie tevens verzoek tot verklaring onbevoegdheid althans aanhouding ex EEX-vo, met producties

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2 Het geschil in de hoofdzaak en het incident

2.1.

TCC vordert in de hoofdzaak verklaringen voor recht dat Rotolito is tekort geschoten in de nakoming van overeenkomsten tussen partijen en dat die overeenkomsten rechtsgeldig door TCC ontbonden zijn, met veroordeling van Rotolito tot betaling van € 717.317,00 te vermeerderen met wettelijke handelsrente en incassokosten.

2.2.

De vorderingen van TCC zien op overeenkomsten voor een loyaliteitsprogramma (stickeralbum) voor de supermarktketen Lidl. De desbetreffende “Manufacturing Agreement” tussen Rotolito en “TCC Global N.V. and its affiliates” bevat een rechtskeuze voor Nederlands recht en een niet-exclusieve forumkeuze voor de Nederlandse rechter.

2.3.

In reconventie vordert Rotolito betaling van haar facturen uit hoofde van deze overeenkomst en schadevergoeding voor het staken van het Essalunga project. Op 18 juli 2016 heeft Rotolito deze vorderingen ook tegen TCC ingesteld bij de rechtbank te Milaan.

2.4.

De rechtbank te Milaan heeft over haar bevoegdheid beslist. Door TCC is een Engelse vertaling van de beslissing overgelegd. Rotolito heeft de juistheid van die vertaling niet weersproken. De rechtbank te Milaan overwoog:

having found that:

- the plaintiff [Rotolito, rechtbank] in its complaint combines the actions relating to (i) the questions that are based on the contract called Manufacturing Agreement […] in relation to the customer Lidl with those related to (ii) the questions that are based on the conclusion of a further contract in relation to the customer Esselunga, […]

- with regard to the requests referred to in (i) above concerning Lidl, the objection lis alibi pendens made by the defendants (with regard to art. 29 and 32, para. 1, letter b, EU

Reg. 1215/2012) appears to be founded, as it is apparent from the documents produced by the defendants regarding a complaint before the Court of Amsterdam [in which they ask that judge to rule on the termination of the same Manufacturing Agreement and Purchase Orders] dated 11 July 2016 and therefore before the request for notification of the citation in the present proceedings (which took place on 18 July 2016);

- moreover, the refusal to receive the notification of that act by the addressee (today’s plaintiff) as it was translated only into English and missing the translation into Italian, does not annul the notification of the Dutch act, the notifier merely having the burden to further supplement the documentation to complete the procedure (article 8, para. 2, BV Reg. 1393/2007), not to restart from the beginning;

- in addition, it is held - only for the effects of this decision - that that rejection does not appear to have been made in good faith because from the documentation available the representatives of the plaintiff have adequate knowledge of English, even legal English, the language in which the contracts subject to the pending judgements are written and the language chosen by the parties for the conduct of business amongst themselves;

considered that:

- the present proceedings must therefore be stayed, in part in application of the European

discipline of lis alibi pendens;

- however there is no lis alibi pendens with respect to the above-mentioned requests in point (ii), since they are based on a different cause of action than the previously established foreign proceedings (in fact, this second contract with Esselunga is not the subject of a foreign case); […]

De rechtbank te Milaan heeft de procedure daar gesplitst, zichzelf onbevoegd verklaard om kennis te nemen van het geschil over de Manufacturing Agreement en heeft de inhoudelijke behandeling van het geschil over het staken van het Essalunga project voortgezet.

2.5.

TCC vordert dat de rechtbank Amsterdam zich onbevoegd verklaart om kennis te nemen van de vorderingen in reconventie over het staken van het Essalunga project. Rotolito refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.

3 De beoordeling in dit incident

3.1.

Rotolito is gevestigd in Italië. De Nederlandse rechter heeft internationale rechtsmacht om van de zaak in conventie kennis te nemen op grond van de forumkeuze in de Manufacturing Agreement (artikel 25 Verordening (EU) Nr. 1215/2012 van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (herschikking) (hierna: EEX-vo)).

3.2.

De rechtbank is – in beginsel – ook bevoegd kennis te nemen van de zaak in reconventie voor zover die uit de Manufacturing Agreement voortspruit (artikel 8 lid 3 EEX-vo).

3.3.

Het geschil over de staking van het Essalunga-project is pas bij conclusie van antwoord tevens eis in reconventie van 26 april 2017 aan deze rechtbank voorgelegd. Artikel 29 lid 1 en 3 EEX-vo bepalen – zakelijk weergegeven – dat als dezelfde zaak is aangebracht voor gerechten van verschillende lidstaten, het gerecht waar de zaak het laatst is aangebracht zichzelf onbevoegd verklaart. De zaak over het staken van het Essalunga-project is dus eerder (namelijk op 18 juni 2016) voorgelegd aan de rechtbank te Milaan en die rechtbank heeft al geoordeeld dat zij bevoegd is om op dat geschil te beslissen.

3.4.

Voor dit deel van de vorderingen in reconventie, moet de rechtbank Amsterdam zich dus onbevoegd verklaren. Rotolito zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld.

3.5.

In de hoofdzaak kan de comparitie van partijen die gehouden zal worden op woensdag 6 december 2017 van 09:30 uur tot 12:30 uur in het gebouw van deze rechtbank doorgang vinden.

4 De beslissing

De rechtbank

in het incident

4.1.

verklaart zich onbevoegd van de vorderingen in reconventie in de hoofdzaak over het staken van het Essalunga projectie kennis te nemen;

4.2.

veroordeelt Rotolito in de kosten van het incident, aan de zijde van TCC tot op heden begroot op € 452,00;

4.3.

verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

in de hoofdzaak

4.4.

merkt op dat de comparitie zal plaatsvinden op woensdag 6 december 2017 van 09:30 uur tot 12:30 uur in het gebouw van deze rechtbank, Parnassusweg 220-228 te Amsterdam;

4.5.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.T. Beuving, rechter, bijgestaan door mr. E.J. van Veelen, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 1 november 2017.1

1 type: EJvV coll: