Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2017:7556

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
17-10-2017
Datum publicatie
19-10-2017
Zaaknummer
13/730036-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Wapenbezit, patroonhouder, patronen, pistool, gevangenisstraf, taakstraf, onttrekking aan het verkeer, wet wapens en munitie

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VERKORT VONNIS

Parketnummer: 13/730036-17

Datum uitspraak: 17 oktober 2017

Verkort vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964,
ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres [adres] , [woonplaats] ,
feitelijk verblijvende op het adres [adres 1] , [plaats] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit verkort vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 3 oktober 2017.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. M.C. van Kampen, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. J. de Vries, naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat hij op of omstreeks 22 juni 2017 te Amsterdam, althans in Nederland, voorhanden heeft gehad een vuurwapen van categorie III en/of een hoeveelheid munitie van categorie III, te weten:
a. een pistool (Zoraki, model 4918-T), voorzien van een verlengd patroonmagazijn, en/of
b. vijftig, althans een of meer, patro(o)n(en) (kaliber .380 Auto).

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde feit en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

De rechtbank acht bewezen dat verdachte op 22 juni 2017 te Amsterdam voorhanden heeft gehad een vuurwapen van categorie III en een hoeveelheid munitie van categorie III, te weten:
a. een pistool (Zoraki, model 4918-T), voorzien van een verlengd patroonmagazijn, en
b. vijftig patronen (kaliber .380 Auto).

5 Het bewijs

De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen geachte heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Indien tegen dit verkort vonnis hoger beroep wordt ingesteld, worden de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort vonnis. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort vonnis gehecht.

6 De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straffen en maatregel

De officier van justitie heeft bij requisitoir gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 15 (vijftien) maanden, met aftrek van voorarrest. De officier van justitie heeft voorts geëist dat het pistool, de munitie en de patroonhouder die in beslag genomen zijn, worden onttrokken aan het verkeer.

De raadsman heeft de rechtbank verzocht om verdachte niet terug te sturen naar de gevangenis en heeft erop gewezen dat de reclassering een werkstraf heeft geadviseerd.

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals van een en ander ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank overweegt het volgende.

Verdachte heeft een geladen vuurwapen en munitie in de woning van zijn vriendin en zijn destijds driejarige dochtertje aanwezig gehad. Het vuurwapen werd samen met een patroonhouder en persoonlijke bescheiden van verdachte in een schoudertasje bewaard dat verdachte op straat bij zich droeg. Het ongecontroleerde bezit van wapens brengt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen mee en veroorzaakt een gevoel van onveiligheid in de maatschappij. Door te handelen zoals verdachte heeft gedaan, heeft hij daaraan bijgedragen. Verdachte is eerder veroordeeld wegens wapenbezit en is in het verleden betrokken geweest bij een schietpartij met dodelijke afloop. Verdachte wist dus als geen ander dat het bezit (en gebruik) van wapens verboden en gevaarlijk is.

De rechtbank heeft acht geslagen op het door het Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering inzake verdachte uitgebrachte reclasseringsrapport van 26 september 2017. Er wordt geadviseerd om, indien verdachte schuldig wordt bevonden, een werkstraf op te leggen. In het kader van een werkstraf wordt van hem inzet, samenwerking en luisteren naar een leidinggevende verwacht. Dit zijn vaardigheden die hij goed kan gebruiken op weg naar het stabiele leven dat hij voor ogen heeft, aldus de reclassering.

Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij momenteel geen dagbesteding heeft. Hij brengt veel tijd door met zijn dochtertje door haar naar school te brengen, van school te halen en met haar naar de speeltuin te gaan. Verdachte heeft eveneens verklaard dat hij graag met jeugd zou willen werken door bijvoorbeeld voorlichting op scholen te geven.

Vanwege de ernst van het feit en gezien het strafblad van verdachte zou, mede gelet op de oriëntatiepunten van de LOVS, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanmerkelijke duur een aangewezen straf zijn geweest. De rechtbank zal verdachte ook een onvoorwaardelijke gevangenisstraf opleggen. Gelet op het feit dat de voorlopige hechtenis van verdachte op 29 augustus 2017 is beëindigd en gelet op het door het Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering opgestelde reclasseringsrapport, ziet de rechtbank thans echter reden deze onvoorwaardelijke gevangenisstraf te beperken tot de tijd die verdachte in voorarrest heeft gezeten. De rechtbank acht daarnaast een taakstraf van maximale duur passend en geboden.

Onttrekking aan het verkeer

De in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen, te weten: een pistool, munitie en een patroonhouder, dienen onttrokken te worden aan het verkeer en zijn daarvoor vatbaar, aangezien met betrekking tot deze voorwerpen het bewezen geachte is begaan en deze voorwerpen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en het algemeen belang.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen en maatregel zijn gegrond op de artikelen 22c, 22d, 36b, 36c en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens munitie.

10 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III

en

Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 69 (negenenzestig) dagen.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Veroordeelt verdachte daarnaast tot een taakstraf bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid van 240 (tweehonderdveertig) uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 120 (honderdtwintig) dagen.

Verklaart onttrokken aan het verkeer:

  • -

    1 STK pistool;

  • -

    1 DVS munitie;

  • -

    1 STK patroonhouder.

Dit vonnis is gewezen door

mr. J.P.W. Helmonds, voorzitter,
mrs. F. Dekkers en J.M. Jongkind, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. D. Spaan, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 17 oktober 2017.