Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2017:7547

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
26-09-2017
Datum publicatie
08-11-2017
Zaaknummer
AWB 16/3646
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Huisvestingswet, bestuurlijke boete.

De rechtbank heeft ter zitting aan de orde gesteld dat verweerder het bestreden besluit aan eiseres, een stichting, heeft gericht, terwijl de bestuurlijke boete in het primaire besluit aan de bestuurder van de stichting persoonlijk is opgelegd. De gemachtigde van verweerder heeft ter zitting erkend dat laatstgenoemde in het primaire besluit als overtreder is aangemerkt, dat dit ten onrechte is en dat eiseres als overtreder had moeten worden aangemerkt. De gemachtigde van verweerder heeft vervolgens het bestreden besluit ter zitting ingetrokken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: AMS 16/3646

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 september 2017 in de zaak tussen

[de Stichting] , eiseres

(gemachtigde: mr. S. Levelt),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, verweerder

(gemachtigde: mr. A. Franke).

Procesverloop

Bij besluit van 6 november 2015 (het primaire besluit) heeft verweerder aan [de man] , bestuurder van eiseres, een bestuurlijke boete van € 12.000,- opgelegd voor het overtreden van de Huisvestingswet.

Bij besluit van 20 april 2016 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van [de man] en van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 juni 2017.

Eiseres en verweerder zijn vertegenwoordigd door hun gemachtigden.

Overwegingen

1.1

De rechtbank heeft ter zitting aan de orde gesteld dat verweerder het bestreden besluit aan eiseres heeft gericht, terwijl de bestuurlijke boete in het primaire besluit aan [de man] is opgelegd. De gemachtigde van verweerder heeft ter zitting erkend dat laatstgenoemde in het primaire besluit als overtreder is aangemerkt, dat dit ten onrechte is en dat eiseres als overtreder had moeten worden aangemerkt. De gemachtigde van verweerder heeft vervolgens het bestreden besluit ter zitting ingetrokken.

1.2

De gemachtigde van eiseres heeft het beroep ter zitting ingetrokken en verzocht om vergoeding van de proceskosten.

2.1

Ingevolge artikel 8:75a, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan, in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 in de kosten worden veroordeeld.

2.2

Ingevolge het bepaalde in artikel 8:41, vierde lid, van de Awb wordt het door de indiener betaalde griffierecht aan hem vergoed door het bestuursorgaan indien het beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen.

3. De rechtbank stelt vast dat eiseres het beroep heeft ingetrokken omdat verweerder met de intrekking van het bestreden besluit aan het beroep is tegemoet gekomen. Verweerder heeft de in verband met de intrekking van het beroep gemaakte aanspraak op proceskosten niet bestreden. Onder deze omstandigheden bestaat aanleiding met toepassing van het bepaalde in artikel 8:75a van de Awb verweerder te veroordelen in de kosten die eiseres in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken, welke onder toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) forfaitair zijn vastgesteld op € 990,00 (2 punten -1 punt voor het beroepschrift plus 1 punt voor het verschijnen ter zitting- x factor 1 x € 495,00) als kosten van verleende rechtsbijstand.

4. Nu eiseres het griffierecht heeft voldaan en verweerder aan het beroep is tegemoetgekomen, dient verweerder aan eiseres het griffierecht ter hoogte van € 168,- te vergoeden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 990,00.

Deze uitspraak is gedaan op 26 september 2017 door mr. T.L. Fernig-Rocour, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Tax, de griffier, en bekend gemaakt door verzending aan partijen op de hieronder vermelde datum.

griffier

rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan gedurende vier weken na toezending van deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State te 's-Gravenhage.