Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2017:7537

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
18-09-2017
Datum publicatie
16-10-2017
Zaaknummer
CV EXPL 16-30116
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Leaseregeling poolauto; geen eigen bijdrage verschuldigd. Uitleg leaseregeling volgens CAO-norm. Geen verboden onderscheid naar arbeidsduur.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2017-1243

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer: 5440662 CV EXPL 16-30116

vonnis van: 18 september 2017

fno.: 25

vonnis van de kantonrechter

I n z a k e

[eiser]

wonende te [woonplaats]

eiser

nader te noemen: [eiser]

gemachtigde: mr. C.J. Hes

t e g e n

de naamloze vennootschap Koninklijke Luchtvaart Maatschappij N.V.

gevestigd te Amstelveen

gedaagde

nader te noemen: KLM

gemachtigde: [gemachtigde] (HR Legal Services)

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

  • -

    dagvaarding van 10 oktober 2016 met producties;

  • -

    antwoord met producties;

  • -

    instructievonnis;

  • -

    repliek met producties;

  • -

    dupliek met producties;

  • -

    akte uitlating producties van [eiser] en wijziging eis;

  • -

    akte verweer wijziging van eis;

  • -

    dagbepaling vonnis.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Feiten

1. Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend of niet (voldoende) weersproken, alsmede op grond van de overgelegde en in zoverre niet bestreden inhoud van de bewijsstukken, staat in dit geding het volgende vast:

1.1.

[eiser] is sinds [datum] 1998 in dienst van KLM voor 40 uur per week (full-time).

1.2.

Met ingang van 1 december 2015 bekleedt [eiser] de functie van [functie] . Deze functie is ingedeeld in de functiegroep MSG 5.

1.3.

Als gevolg hiervan komt [eiser] sindsdien in aanmerking voor een leaseauto uit categorie VI, waarvoor een normleasebedrag van € 721,00 per maand geldt (bij een fulltime dienstverband, inclusief brandstof).

1.4.

Dit is door KLM aan [eiser] meegedeeld bij brief van 7 december 2015. Hierin staat onder meer:
Autoleaseregeling
Uw indeling in salarisgroep MSG 5 houdt tevens in dat u in aanmerking komt voor de KLM autoleaseregeling. Nadere informatie over de autoleaseregeling vindt u op de intrasite MyKLM, onder Ik & KLM, Ethiek & Regelingen, KLM Regelingen. Indien u niet wilt deelnemen aan de autoleaseregeling, dan komt u in aanmerking voor een vergoeding van 60% van het, op u van toepassing zijnde, normleasebedrag. Deze vergoeding wordt uitbetaald onder vervoersvergoeding waarvan het netto deel afhankelijk is van uw woon/werkafstand. Meer informatie treft u op MyKLM onder autolease.

1.5.

[eiser] heeft op 15 december 2015 te kennen gegeven gebruik te willen maken van een leaseauto, mogelijk een “poolauto” en dat hij de auto minder dan 500 km/jaar privé zou gaan gebruiken, zodat er geen sprake zou zijn van fiscale bijtelling.

1.6.

In de KLM Arbeidsvoorwaardelijke Autoleaseregeling (hierna: Autoleaseregeling) staat, voor zover van belang:
1.4 Toewijzing poolauto’s
Berijders die voor het eerst in aanmerking komen voor een KLM leaseauto, of berijders die bij de start van een nieuwe leaseperiode, de leasetermijn van vijf jaar niet kunnen volmaken, zijn verplicht een poolauto te kiezen. Hierbij geldt geen eigen bijdrage.
Indien er geen poolauto beschikbaar is, kan een gebruikte auto (occasion) van de leasemaatschappij worden gekozen in de van toepassing zijnde leasecategorie, waarbij dan geen eigen bijdrage van toepassing is.
Indien een berijder, die de leasetermijn van vijf jaar niet kan volmaken, bereid is de nieuwe leaseauto bij einde dienstverband over te nemen tegen de boekwaarde die de leasemaatschappij dan in rekening brengt, kan een nieuwe auto geleased worden. Berijder dient vooraf voor akkoord te tekenen, dat bij beëindiging van het dienstverband de boekwaarde en de voortijdige beëindigingskosten, die de leasemaatschappij in rekening brengt, onvoorwaardelijk worden betaald.
2.3 Normleasebedrag
Het door de KLM vastgestelde normleasebedrag wordt per categorie vastgesteld (zie punt 1.2). Genoemde normleasebedragen zijn van toepassing bij een fulltime dienstverband. Bij een parttime dienstverband of wanneer om medische redenen niet het volledige contractpercentage wordt gewerkt (gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid, langer dan 3 maanden) worden de normleasebedragen naar rato verlaagd. Gedurende non-activiteit c.q. onbetaald verlof w.o. ouderschapsverlof vervalt het normleasebedrag waardoor het hele leasebedrag voor rekening van werknemer komt. Dit betekent dat de eventuele eigen bijdrage wordt verhoogd met het normleasebedrag of dat een eigen bijdrage ontstaat. (…)
2.4 Eigen bijdrage voor privégebruik
Indien een berijder de auto meer dan 500 kilometer per kalenderjaar privé gebruikt, is het toegestaan om het onder punt 2.3 genoemde normleasebedrag te overschrijden. Hierdoor ontstaat een eigen bijdrage voor privégebruik.
De hoogte van deze eigen bijdrage voor privégebruik is het verschil tussen de normcalculatie en het normleasebedrag. De eigen bijdrage voor privé gebruik wordt gedurende de looptijd van de overeenkomst maandelijks op het salaris ingehouden.
Indien het bedrag van de normcalculatie gelijk is of minder bedraagt dan het geldende normleasebedrag, geldt geen eigen bijdrage voor privégebruik (uitgaande van een 100% te werkstellingspercentage op dat moment). Een keuze voor een auto waarbij het bedrag van de normcalculatie lager is dan het normleasebedrag, geeft geen recht op enige vorm van compensatie.
Indien een berijder niet meer dan 500 kilometer per kalenderjaar de auto voor privé doeleinden gebruikt mag het van toepassing zijnde normleasebedrag niet worden overschreden.
2.5 Malus bij voortijdige contractbeëindiging
Bij voortijdige beëindiging van het individuele leasecontract op verzoek cq door toedoen van de berijder is een malus van kracht. Deze bestaat uit het negatieve verschil tussen boek- en de handelswaarde op de dag van beëindiging van het contract zoals door de leasemaatschappij vastgesteld en de voortijdige beëindigingskosten die de leasemaatschappij in rekening brengt.

1.7.

Op 22 januari 2016 heeft [eiser] een gebruikersovereenkomst (tijdelijke) leaseauto ondertekend. Daarin staat onder meer, voor zover hier van belang:
Artikel 1
De KLM stelt met ingang van 20 januari 2016, (tijdelijk) een leaseauto ter beschikking aan de werknemer.
Merk/Type: Audi A 6 Limousine (…) Fiscale waarde: € 55.225,01, Leaseprijs auto :
€ -, (…)
De eigen bijdrage van de auto is € 0,00 per maand. (…)
Artikel 2
De KLM autoleaseregeling van september 2014 vormt een integraal onderdeel van deze overeenkomst. De werknemer verklaart bekend te zijn met deze autoleaseregeling, met de bepalingen ervan in te stemmen en deze bepalingen strikt te zullen naleven. (…).

1.8.

Met ingang van 1 maart 2016 heeft [eiser] één dag per week ouderschapsverlof opgenomen.

1.9.

KLM heeft met ingang van 1 maart 2016 maandelijks € 144,20 netto ingehouden op het salaris van [eiser] in verband met het gebruik van de leaseauto.

Vordering

2. [eiser] vordert – na zijn vordering te hebben gewijzigd – bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:
I. veroordeling van KLM tot betaling van € 865,20 bruto (berekend tot 9 september 2016), vermeerderd met de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW en de wettelijke rente tot de dag der voldoening;
II. een verklaring voor recht dat [eiser] geen netto inhouding verschuldigd is;
III. veroordeling van KLM de toekomstige loonbetalingen gedurende het dienstverband van [eiser] telkens op de juiste wijze en dus zonder netto inhouding ten behoeve van de leaseauto te voldoen op de bankrekening van [eiser] , op straffe van een dwangsom van € 250,00 per dag met een maximum van € 25.000,00;
IV. een verklaring voor recht dat de malus in het geval van [eiser] niet van toepassing is;
V. veroordeling van KLM tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten ad
€ 129,78, kosten rechtens.

3. [eiser] stelt hiertoe - kort samengevat - dat de inhoudingen op zijn salaris door KLM in strijd zijn met de Autoleaseregeling. Er is geen enkele bijdrage verschuldigd omdat [eiser] gebruik maakt van een poolauto, die hij bovendien niet privé gebruikt. In artikel 1.4 van de Autoleaseregeling is expliciet bepaald dat voor poolauto’s geen eigen bijdrage verschuldigd is. Ook op grond van artikel 3.4 hoeft hij geen eigen bijdrage te betalen omdat hij de auto niet privé gebruikt. [eiser] betwist dat artikel 2.3 van de Autoleaseregeling in zijn geval van toepassing is. In de Autoleaseregeling wordt slechts één definitie van een eigen bijdrage gehanteerd en dat is in artikel 2.4. Artikel 2.3 ziet slechts op auto’s waarop een normleasebedrag van toepassing. Dat kan alleen vrij te kiezen auto’s betreffen die ook voor privédoeleinden worden gebruikt, waarvoor immers op grond van artikel 2.4 een eigen bijdrage kan gelden.

4. Ten aanzien van de eventuele malus die hem in rekening zou kunnen worden gebracht bij voortijdige verbreking van het leasecontract, vordert [eiser] thans een verklaring voor recht dat deze in zijn geval niet van toepassing is, omdat de malus niet door aanbod en aanvaarding tot stand is gekomen.

Verweer

5. KLM voert - kort samengevat - het volgende verweer. De bevoegdheid tot inhouding van een eigen bijdrage voor de duur van het ouderschapsverlof (en de autolease) volgt uit artikel 2.3 van de Autoleaseregeling van KLM, waarmee [eiser] zich akkoord heeft verklaard. Bij onbetaald verlof zoals ouderschapsverlof, wordt het voor betrokkene geldende normleasebedrag naar rato verlaagd, waardoor een daaraan gerelateerd deel van het leasebedrag voor rekening van de werknemer komt. Deze bepaling staat los van een eventuele keuze voor een poolauto of het afzien van privé gebruik van de auto

6. Bij de berekening van de eigen bijdrage voor [eiser] is geen rekening gehouden met het normleasebedrag behorend bij de poolauto doch is uitgegaan van het normleasebedrag dat behoort bij de functie van [eiser] . Dit bedraagt € 721,00 per maand. Ingevolge het bepaalde in artikel 2.3 van de Autoleaseregeling moet dit bedrag bij het opnemen van onbetaald verlof zoals ouderschapsverlof naar rato worden verlaagd. Dat betekent dat het voor [eiser] geldende normleasebedrag met 20% wordt verlaagd oftewel € 144,20.

7. De overige stellingen van partijen – voor zover van belang – zullen bij de beoordeling aan de orde komen.

Beoordeling

8. Bij de uitleg van de onderhavige Autoleaseregeling zal de zogeheten cao-norm worden toegepast, waarbij de bewoordingen van de bepalingen, gelezen in het licht van de gehele tekst, in beginsel van doorslaggevende betekening zijn. Dat betekent niet dat slechts sprake is van een grammaticale uitleg, maar wel dat uitleg alleen kan plaatsvinden op basis van de naar objectieve maatstaven kenbare bedoeling van de partijen die bij de opstelling van de tekst betrokken waren.

Eigen bijdrage

9. In geschil is allereerst of KLM bevoegd is om een eigen bijdrage bij [eiser] in rekening te brengen.

10. De meest verstrekkende stelling van [eiser] betreft zijn beroep op artikel 7:648 BW, waaraan de kantonrechter overigens ook ambtshalve dient te toetsen. [eiser] heeft bij akte uitlating producties en wijziging van eis naar voren gebracht dat KLM door het in rekening brengen van een bijdrage in verband met het opnemen van ouderschapsverlof een op grond van artikel 7:648 BW verboden onderscheid maakt tussen parttimers en fulltimers, terwijl daarvoor geen objectieve rechtvaardigingsgrond is. Nog ervan afgezien dat [eiser] dit verweer zeer laat in de procedure naar voren brengt, waardoor hierover geen uitvoerig debat heeft kunnen plaatsvinden, kan dit argument hem niet baten. [eiser] heeft niet gesteld dat het ter beschikking stellen van een leaseauto vereist is voor zijn werkzaamheden zodat het aanbieden van de leaseauto moet worden aangemerkt als verkapt loon. De auto wordt door [eiser] gebruikt voor woon- werkverkeer. Het aanpassen van deze verkapte beloning door het ingevolge artikel 2.3 van de Autoleaseregeling naar rato verlagen van het normleasebedrag brengt geen ongeoorloofd onderscheid naar arbeidsuur met zich.

11. Vervolgens staat ter beoordeling welke uitleg dient te worden gegeven aan de Autoleaseregeling. In artikel 1. 4 dat exclusief betrekking heeft op de poolauto, wordt expliciet vermeld dat geen eigen bijdrage verschuldigd is, zonder dat daarbij enig voorbehoud wordt gemaakt of toelichting wordt verstrekt. In de lezing die KLM voorstaat wordt in artikel 1.4 met het niet verschuldigd zijn van de eigen bijdrage uitsluitend gedoeld op de in artikel 2.4 geregelde eigen bijdrage bij privégebruik en niet op de in artikel 2.3 vermelde eigen bijdrage bij bijvoorbeeld ouderschapsverlof. De uitleg van KLM brengt derhalve mee dat er twee soorten eigen bijdrage zijn en dat één van die twee eigen bijdragen wel verschuldigd is bij het gebruik van een poolauto. Dit is niet duidelijk in de Autoleaseregeling verwoord. [eiser] had redelijkerwijze mogen begrijpen dat in geen van beide gevallen een eigen bijdrage verschuldigd was bij gebruik van een poolauto.

12. KLM had de onduidelijkheid kunnen wegnemen op verschillende manieren. In de artikelen 1.4 en 2.3 kon worden vermeld dat in de in artikel 2.3 geregelde gevallen een eigen bijdrage bij lease van poolauto’s kan ontstaan, uitgaande van het normleasebedrag behorende bij de functie en ongeacht de waarde van de poolauto. In de artikelen 1.4 en 2.4 kon daarnaast worden bepaald dat voor poolauto’s de eigen bijdrage ex artikel 2.4. niet gold.
KLM had ook in artikel 1.4 de bepaling dat geen eigen bijdrage verschuldigd is bij poolauto’s kunnen weglaten en verplaatsen naar artikel 2.4. Daarnaast had KLM kunnen opnemen in artikel 2.3 dat de daar genoemde eigen bijdrage ook verschuldigd is/ontstaat bij poolauto’s.

13. Slotsom is dat [eiser] wordt gevolgd in zijn stelling dat KLM aan de Autoleaseregeling geen bevoegdheid kan ontlenen tot inhouding van een eigen bijdrage tijdens ouderschapsverlof bij het gebruik van een poolauto.

14. Uit het voorgaande volgt dat de vordering tot betaling van het (achterstallig) loon toewijsbaar is op de wijze als hierna te melden, vermeerderd met de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW, zij het dat deze wordt beperkt tot 25%, en de wettelijke rente vanaf de data van verschuldigdheid tot de voldoening. KLM wordt voorts veroordeeld de toekomstige loonbetalingen gedurende het dienstverband van [eiser] telkens volledig te voldoen, derhalve zonder netto inhouding ten behoeve van de leaseauto. Teneinde executieproblemen te voorkomen wordt nog toegevoegd dat voorwaarde is dat zich geen nieuwe omstandigheden voordoen op grond waarvan door KLM aanspraak kan worden gemaakt op een eigen bijdrage of looninhouding.

15. Nu in feite sprake is van een vordering tot betaling van een geldsom is toewijzing van de gevorderde dwangsom niet mogelijk.

Malus

16. Inzake de malus begrijpt de kantonrechter het standpunt van [eiser] aldus, dat hij de procedure ten aanzien van de waardebepaling onduidelijk vindt en dat hij daarmee niet akkoord is gegaan, zodat de regeling buiten toepassing moet blijven. [eiser] miskent hiermee dat hij bij het aangaan van de Leaseovereenkomst heeft ingestemd met de Autoleaseregeling, waar de bepaling ter zake de malus onderdeel van uitmaakt (artikel 2.5). Dit artikel is duidelijk genoeg. Als de situatie van het verschuldigd zijn van de malus zich voordoet zal een berekening moeten worden verschaft. Op dat moment dient te worden beoordeeld of deze berekening begrijpelijk is. KLM heeft er voorts op gewezen dat deze vergoeding bij voortijdige beëindiging van het leasecontract toekomt aan de leasemaatschappij en niet aan KLM zelf. Dit is alleen anders indien de beëindiging plaatsvindt op initiatief van KLM. In dat geval is er geen malus verschuldigd en komt de auto in de pool van KLM terecht.

16. Al met al voert het te ver om te oordelen dat de malus niet tussen partijen geldt. Dat neemt niet weg dat afhankelijk van de omstandigheden van het geval het mogelijk in strijd met goed werkgeverschap is dat in een bepaalde situatie jegens [eiser] aanspraak wordt gemaakt op de malus. Als voorbeeld kan dienen dat de poolauto zou kunnen worden overgenomen door werknemer of dat het redelijkerwijze mogelijk moet zijn om de poolauto weer terug te laten keren in de pool van KLM, net zoals bij beëindiging op initiatief van KLM. Of deze situatie zich voordoet zal alsdan dienen te worden beoordeeld.

16. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de gevraagde verklaring voor recht met betrekking tot de malus moet worden afgewezen.

16. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen, nu onvoldoende aannemelijk is geworden dat deze zijn gemaakt.

16. KLM wordt als de overwegend in het ongelijk partij veroordeeld in de kosten van de procedure.

BESLISSING

De kantonrechter:

veroordeelt KLM tot betaling aan [eiser] van het achterstallig bruto loon van
€ 865,20 (berekend tot 9 september 2016), vermeerderd met de wettelijke verhoging beperkt tot 25% en de wettelijke rente vanaf de dag der verschuldigdheid tot de voldoening;

veroordeelt KLM de verdere loonbetalingen (vanaf 9 september 2016) gedurende het dienstverband van [eiser] telkens op de juiste wijze, derhalve zonder netto inhouding te behoeve van de leaseauto, te voldoen, onder de voorwaarde dat zich geen nieuwe omstandigheden voordoen op grond waarvan aanspraak kan worden gemaakt op een eigen bijdrage of looninhouding;

veroordeelt KLM in de proceskosten die aan de zijde van KLM tot op heden begroot worden op € 600,00 aan salaris van de gemachtigde, voor zover van toepassing, inclusief btw;

veroordeelt KLM tot betaling van een bedrag van € 50,00 aan nasalaris, te verhogen met een bedrag van € 68,00 onder de voorwaarde dat betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden en KLM niet binnen 14 dagen na aanschrijving vrijwillig aan het vonnis heeft voldaan, een en ander voor zover van toepassing, inclusief btw;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Aldus gewezen door mr. M.E.B. Terwee, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 september 2017 in tegenwoordigheid van de griffier.