Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2017:7314

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
06-10-2017
Datum publicatie
12-10-2017
Zaaknummer
13/698792-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Witwassen geldbedrag en Rolex

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/698792-16 (Promis)

Datum uitspraak: 6 oktober 2017

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1962,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [GBA] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 22 september 2017.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. W.J. de Graaf en van wat verdachte en zijn raadsman mr. C.C. Polat naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat hij op of omstreeks 06 oktober 2016 te Amsterdam, althans in Nederland, een voorwerp, te weten een (groot) geldbedrag van 19.230 euro en/of een horloge van het merk Rolex (waarde: 11.000 euro), heeft verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, en/of van bovenomschreven voorwerp(en) gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden dat dat voorwerp geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde feit en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie acht het ten laste gelegde feit bewezen. Verdachte liep op straat met een zeer groot geldbedrag in onder meer biljetten van € 500,- en met vier telefoons op zak. Hij heeft een verleden met verdachte transacties en geen legale bron van inkomsten. Verdachte heeft verklaard het geld te hebben geleend voor de bruiloft van zijn zoon en de Rolex jaren geleden van een vriend te hebben gekregen. Dat verdachte zijn verklaring pas op zitting met stukken heeft onderbouwd, maakt zijn verklaring al niet geloofwaardig. Daar komt bij dat ook zijn ter zitting afgelegde nadere verklaring niet geloofwaardig is. Verdachte heeft verklaard dat degene van wie hij het geld zou hebben geleend die dag vanuit Duitsland naar Amsterdam is komen rijden om hem het geld te komen brengen, zodat verdachte het geld weer voor de bruiloft mee naar Duitsland zou kunnen nemen. Volgens verdachte heeft hij het geld in een envelop overhandigd gekregen. Verdachte is op straat aangehouden terwijl een deel van het geld uit zijn linkerbroekzak stak, een ander deel in zijn rechterbroekzak was opgeborgen en een deel in de binnenzak van zijn jas zat.

Wat betreft de door verdachte overgelegde stukken geldt dat deze, gezien het late tijdstip van overleggen, niet meer te verifiëren zijn. Voor het horloge heeft verdachte helemaal geen verklaring gegeven. Verdachte heeft dan ook op zijn minst voorwaardelijk opzet gehad op het witwassen van het geld en het horloge.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht verdachte vrij te spreken. Verdachte heeft al bij zijn eerste verhoor verklaard dat hij de Rolex vijftien jaar geleden van een vriend heeft gekregen en dat hij het geld heeft geleend. Dat geld was bedoeld voor de bruiloft van zijn zoon en hij heeft het geleend van [persoon 1] . Ter onderbouwing van die lening heeft de raadsman op de zitting stukken overgelegd. Hiermee heeft verdachte niet alleen een ‘enigszins aannemelijke verklaring’, maar een verifieerbare en goed onderbouwde verklaring gegeven. Het is dan aan het Openbaar Ministerie (OM) de herkomst van het geldbedrag aan te tonen en vast te stellen dat het geldbedrag van misdrijf afkomstig is. Daar is het OM niet in geslaagd. Ook voor het horloge heeft verdachte een verklaring gegeven, maar het OM heeft daar verder geen onderzoek naar gedaan.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Op grond van de beschikbare bewijsmiddelen is geen rechtstreeks verband te leggen tussen het bij verdachte aangetroffen geldbedrag en de Rolex en een bepaald misdrijf. Naar vaste rechtspraak kan toch bewezen worden verklaard dat voorwerpen “uit enig misdrijf” afkomstig zijn, als het op grond van vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat de voorwerpen uit enig misdrijf afkomstig zijn. Als de vastgestelde feiten en omstandigheden zonder meer een vermoeden van witwassen rechtvaardigen, mag van de verdachte worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst van de voorwerpen. Zo'n verklaring moet concreet en min of meer verifieerbaar zijn en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk.

De rechtbank stelt op grond van de bewijsmiddelen de volgende feiten en omstandigheden vast. Verbalisanten hebben informatie ontvangen dat de horecagelegenheid [naam horecagelegenheid] als criminele ontmoetingsplaats wordt gebruikt. Op het moment dat verbalisanten deze horecagelegenheid naderden ter integrale horecacontrole zagen zij een zestal mannen het pand verlaten. Na de mannen te hebben aangeroepen stil te blijven staan renden twee mannen weg. Twee mannen reageerden niet en liepen door en een tweetal bleef staan, te weten verdachte en [persoon 2] . Deze laatste is bekend bij de politie als vuurwapengevaarlijk. Verdachte is vervolgens gefouilleerd waarna er op drie verschillende plaatsen in zijn kleding geldbedragen zijn aangetroffen. In zijn linker- en rechter broekzak en in de binnenzak van zijn jas zijn respectievelijk € 14.500,- € 1.030,- en € 3.700,- aangetroffen. Deze bedragen bestonden uit coupures van onder meer € 500,-. Verder is er bij verdachte een viertal telefoons aangetroffen en een horloge van het merk Rolex. Bij de bevraging van verdachte is uit de politieregistratiesystemen gebleken dat hij een alias heeft: [naam alias] . Op deze naam zijn 30 verdachte transacties vastgelegd. Tot slot blijkt uit het strafdossier dat verdachte niet over vaste inkomsten beschikt.

De rechtbank is van oordeel dat uit deze feiten en omstandigheden zonder meer een vermoeden van witwassen volgt.

De verklaring die verdachte voor de herkomst van de Rolex heeft gegeven, te weten dat hij de Rolex lang geleden van een vriend (van wie hij de naam niet wil noemen) heeft gekregen, is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende concreet. Bij gebreke aan een concrete verklaring komt de rechtbank tot de conclusie dat het niet anders kan zijn dat het horloge - direct of indirect - uit enig misdrijf afkomstig is en dat verdachte dit wist.

Voor wat betreft het geld heeft verdachte verklaard dat hij dit heeft geleend van een vriend. Deze verklaring is door verdachte voor het eerst op de zitting onderbouwd, nu hij daar heeft verklaard dat hij enkele uren voor zijn aanhouding € 20.000,- heeft ontvangen van [persoon 1] , die uit Duitsland naar Amsterdam was gekomen om hem dit bedrag contant te overhandigen, en ter zitting stukken heeft overgelegd die deze verklaring zouden moeten staven. De verklaring van verdachte is daarmee wel concreet geworden. Deze verklaring kan echter, gegeven de timing daarvan, niet als een min of meer verifieerbare verklaring worden aangemerkt. Ter zitting kan het OM de verklaring immers onmogelijk verifiëren. Verdachte heeft niets gesteld waaruit blijkt dat hij niet met zijn verklaring kon komen toen hij door de politie werd gehoord, of niet ten minste voorafgaande aan de zitting naar voren kon brengen van wie hij het geld had geleend, waarom, wanneer etcetera (waarbij opvalt dat de verklaring van [persoon 1] is gedateerd op 24 april 2017). Dat maakt dat het in dit geval niet langer op de weg van het OM ligt om de gegeven verklaring te verifiëren.

Bij gebreke aan een verifieerbare verklaring, komt de rechtbank dan ook tot de conclusie dat het niet anders kan zijn dat het geldbedrag - direct of indirect - uit enig misdrijf afkomstig is en dat verdachte dit wist.

Concluderend is de rechtbank van oordeel dat het niet anders kan dan dat het geld en de Rolex uit enig misdrijf afkomstig zijn en dat verdachte dit wist. Verdachte heeft zich dus schuldig gemaakt aan witwassen.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de bewijsmiddelen in de bijlage bewezen dat verdachte op 6 oktober 2016 te Amsterdam een geldbedrag van 19.230,- euro en een horloge van het merk Rolex voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist dat dat geldbedrag en dat horloge geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 De strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straffen

8.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van acht weken met aftrek van voorarrest. De officier van justitie heeft de rechtbank verzocht het onder verdachte in beslag genomen geldbedrag van € 19.230,- en de Rolex verbeurd te verklaren, aangezien het feit met betrekking tot dit geldbedrag en de Rolex is begaan.

8.2.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft de rechtbank verzocht bij een bewezenverklaring een taakstraf of een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. Een onvoorwaardelijke gevangenisstraf is, gelet op de richtlijnen van het Openbaar Ministerie, pas aan de orde als er sprake is van recidive, en daarvan is bij verdachte geen sprake. Bovendien is het ten laste gelegde feit al wat langer geleden. Daarnaast heeft de raadsman de rechtbank verzocht het onder verdachte in beslag genomen geldbedrag te bewaren ten behoeve van de rechthebbende.

8.3.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het witwassen van een geldbedrag van bijna € 20.000,- en een horloge, merk Rolex. Daarmee heeft hij voor degene die het misdrijf heeft begaan een mogelijkheid gecreëerd om van zijn te traceren crimineel vermogen af te komen. Op die manier zijn de geldstromen uit misdrijven voor het OM niet (of minder) zichtbaar en kunnen deze misdrijven moeilijker worden opgespoord. Er bestaat geen LOVS-oriëntatiepunt met betrekking tot witwassen. Het oriëntatiepunt Fraude wordt van toepassing verklaard op witwassen, als dit in een frauduleuze context plaats vindt. Hoewel hiervan in dit geval geen sprake is en bij witwassen niet (direct) kan worden gesproken van een benadelingsbedrag zoals bij fraudedelicten, ziet de rechtbank toch aanleiding om aan te haken bij het oriëntatiepunt Fraude. Witwassen wordt immers, net als fraudedelicten, ernstiger en stafwaardiger naarmate de bedragen waar het om gaat hoger worden. De maximale strafbedreiging op witwassen (zes jaar) is zelfs hoger dan die bij de meeste fraudedelicten (bijvoorbeeld vier jaar bij oplichting, verduistering in dienstbetrekking, en schending van de plicht tot gegevensverstrekking aan uitkeringsinstanties).

Volgens het oriëntatiepunt geldt uitgangpunt bij een bedrag tussen de € 10.000,- en de € 70.000 een gevangenisstraf van tussen de twee en de vijf maanden. Bij een bedrag van ongeveer € 20.000,- plus een Rolex met een waarde van om en nabij de € 10.000,- komt daarom een gevangenisstraf van ongeveer drie maanden in beeld. Nu het witwassen plaatsvond in een – zo blijkt uit de omstandigheden waaronder verdachte werd aangehouden – duidelijk criminele context en uit het strafblad van verdachte blijkt dat hij eerder is veroordeeld voor een fraudedelict, ziet de rechtbank geen aanleiding een lagere straf op te leggen of een andere strafmodaliteit te kiezen, en acht zij een gevangenisstraf van drie maanden met aftrek van voorarrest passend.

Beslag

Onder verdachte is een bedrag van € 19.230,- en een Rolex horloge in beslag genomen.

De rechtbank heeft vastgesteld dat het geld en de Rolex aan verdachte toebehoren. Omdat het bewezen geachte is begaan met dat geldbedrag en die Rolex, worden deze verbeurdverklaard.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 33, 33a en 420bis van het Wetboek van Strafrecht.

10 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Witwassen.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 3 (drie) maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Verklaart verbeurd:

€ 1030,00;

€ 3700,00;

€ 14500,00;

een Rolex Daytona 5265194.

Dit vonnis is gewezen door

mr. N.A.J. Purcell, voorzitter,

mrs. S.P. Pompe en J. Huber, rechters,

in tegenwoordigheid van S.C. van Klaveren, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 6 oktober 2017.

De jongste rechter en oudste rechter zijn buiten staat het vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage - De bewijsmiddelen

1. Een proces-verbaal van bevindingen, met nummer [pvb-nummer] van 18 november 2016 in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 1] doorgenummerde pagina 11 van het strafdossier.

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van voornoemde verbalisant, zakelijk weergegeven:

Op donderdag 6 oktober 2016 was ik in horecagelegenheid [naam horecagelegenheid] te Amsterdam. Ik zag, toen wij richting de ingang van [naam horecagelegenheid] liepen, een zestal mannen de horecagelegenheid verlaten. Ik zag dat twee van de mannen gingen rennen en al snel uit zicht waren verdwenen. Twee andere mannen reageerden niet op ons aanroepen en liepen door. De twee laatste mannen bleven aan de overkant van de straat, tegenover [naam horecagelegenheid] stilstaan. Ambtshalve is mij bekend dat bij [persoon 2] eerder een vuurwapen is aangetroffen.

De andere man, welke genaamd bleek te zijn [verdachte] , werd gezien zijn directe contact met [persoon 2] en de verdachte manier waarop hij met de andere mannen het café had verlaten, ook onderworpen aan een veiligheidsfouillering.

2. Een proces-verbaal van bevindingen, met nummer [pvb-nummer] van 10 oktober 2016 in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 2] , doorgenummerde pagina 13 van het strafdossier.

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van voornoemde verbalisant, zakelijk weergegeven:

Nadat de horlogiers dit horloge hadden onderzocht op de bij hun bekende echtheidskenmerken kwamen zij tot de conclusie dat dit betreffende horloge een originele Rolex was.

3. Een proces-verbaal van bevindingen, met nummer [pvb-nummer] van 7 oktober 2016 in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 3] , doorgenummerde pagina 17 van het strafdossier.

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van voornoemde verbalisant, zakelijk weergegeven:

Ik zag bij bevraging van [verdachte] , geboren [geboortedatum] dat hij in de politieregistratiesystemen als alias heeft: [naam alias] . Ik zag dat er sinds 2005 tot 2009 dertig verdachte transacties op deze naam zijn vastgelegd.

4. Een proces-verbaal van bevindingen, met nummer [pvb-nummer] van 7 oktober 2016 in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 4] , doorgenummerde pagina’s 18-20 van het strafdossier.

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van voornoemde verbalisant, zakelijk weergegeven:

Bij onderzoek aan de kleding trof ik in de linker broekzak van [verdachte] een geldbedrag aan van 14.500 euro te weten: 26 biljetten van 500 euro, 4 biljetten van 100 euro, 22 biljetten van 50 euro. Bij verder onderzoek aan de kleding van de verdachte [verdachte] trof ik in zijn rechter broekzak een geldbedrag aan van 1030 euro, te weten: 1 biljet van 100 euro, 16 biljetten van 50 euro, 6 biljetten van 20 euro, 1 biljet van 10 euro. Bij verder onderzoek aan de kleding van de verdachte [verdachte] trof ik in de binnenzak van zijn jas een geldbedrag aan van 3700 euro, te weten: 1 biljet van 500 euro, 1 biljet van 100 euro, 62 biljetten van 50 euro. In de binnenzak van verdachte [verdachte] trof ik een viertal telefoons aan.

5. Een proces-verbaal van verhoor meerderjarige verdachte, met nummer [pvb-nummer] van 7 oktober 2016 in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 5] en [verbalisant 6] , doorgenummerde pagina’s 26-33 van het strafdossier.

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van verdachte, zakelijk weergegeven:

Ik heb geen werk en ik heb geen uitkering.

6. De verklaring die verdachte op de terechtzitting van 22 september 2017 heeft afgelegd.

Deze verklaring houdt onder meer in, zakelijk weergegeven:

Het klopt dat het geld en de Rolex bij mij zijn aangetroffen.