Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2017:7241

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
26-09-2017
Datum publicatie
04-10-2017
Zaaknummer
13-751685-17 RK 17-4738
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Internationale rechtshulpkamer.

De autoriteiten van Zweden vragen de overlevering van een in Nederland aangehouden verdachte.

Het verweer luidt dat hij ten tijde van de feiten (mogelijk) nog minderjarig zou zijn geweest. Dat zou gevolgen kunnen hebben voor de maximale straf die op de feiten is gesteld. Deze straf zou lager zijn dan het in artikel 7, eerste lid, onder a, 1e OLW vereiste maximum van ten minste drie jaren.

Het EAB heeft echter geen betrekking op lijstfeiten en de rechtbank is dan ook van oordeel dat de gestelde minderjarigheid niet is aangetoond en ook indien de minderjarigheid zou vast staan: de overlevering wordt gevraagd voor feiten die voldoen aan de in artikel 7, eerste lid, onder a, 2e OLW gestelde vereisten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM,

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/751685-17

RK-nummer: [nummer]

Datum uitspraak: 26 september 2017

UITSPRAAK

op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 27 juli 2017 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 14 juli 2017 door de Åklagarmyndigheten, Söderorts åklagarkammare i Stockholm (Söderort Public Prosecution Office in Stockholm), Zweden, en het strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon] ,

geboren te [geboorteplaats] , Algerije, op [geboortedag] 1999,

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

gedetineerd in het [huis van bewaring] ,

hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1 Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 26 september 2017. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. U.E.A. Weitzel.

De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsman, mr. R.F. Bakker, advocaat te Amsterdam en door een tolk in de Algerijnse taal.

2 Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Algerijnse nationaliteit heeft.

3 Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van een aanhoudingsbevel, uitgevaardigd door de Söderström District Court in Zweden en gedateerd 11 juli 2017.
Zaaksnummer: B 11788-16.

De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan drie naar het recht van Zweden strafbare feiten.

Deze feiten zijn als volgt omschreven in onderdeel e) van het EAB:

1. Robbery on 29-10-2016 at [naam plaats] , Stockholm Stad, Sweden.

Together and in collusion with another perpetrator, [opgeëiste persoon] stole glasses and a mobile

telephone to a value of approx. 6,000 SEK from [slachtoffer 1] by pulling her down to the

ground, holding her mouth, taking her mobile telephone from her hand and kicking her in the

face. The act took place on 29 October 2016 at [naam plaats] in Stockholm.

[opgeëiste persoon] committed the act with intent.

2. Grievous bodily injury on 29-10-20 16 in Stockholm at [naam plaats] , Stockholm Stad, Sweden.

Together and in collusion with another perpetrator when committing a robbery against [slachtoffer 1]

, [opgeëiste persoon] pulled [slachtoffer 1] down to the ground and kicked her in the face

when she was lying on the ground. The act took place on 29 October 2016 at [naam plaats]

in Stockholm. [slachtoffer 1] suffered from pain, red spots and bruises on her face and on her back.

The crime is considered gross as [opgeëiste persoon] exhibited particular ruthlessness and brutality.

[opgeëiste persoon] committed the act with intent.

3. Aggravated theft on 01-01-2017 at [naam metrostation] , [adres]

, Stockholm Stad, Sweden.

Together and in collusion with another perpetrator, [opgeëiste persoon] unlawfully took a mobile

telephone and a wallet, with an unknown but not insignificant value, belonging to [slachtoffer 2]

. The act took place on 1 January 2017 at [naam metrostation] in

Stockholm. The theft resulted in a loss.

The crime is considered an aggravated crime because it included objects that the complainant

carried on his person. [opgeëiste persoon] committed this act with the intent of stealing.

4 Feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist

De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval alleen worden toegestaan indien voldaan wordt aan de in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder a, 2e OLW gestelde eisen.

De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan. De feiten leveren naar Nederlands recht op:

  1. Diefstal gepleegd met geweld tegen personen met het oogmerk die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

  2. Medeplegen van mishandeling

  3. Diefstal door twee of meer verenigde personen.

5 Verweer

Standpunt raadsman:
Ik kan dit niet onderbouwen met een schriftelijk stuk maar het lijkt er op dat de opgeëiste persoon ten tijde van de delicten minderjarig was. Naar Zweeds recht wordt bij veroordeling van een minderjarige een derde van de op te leggen straf afgetrokken. In het onderhavige geval zou de maximale detentie dus geen drie jaar maar twee jaar zijn. Om die reden kan de overlevering niet worden toegestaan.

Standpunt officier van justitie:
Wat er ook zij van de eventuele minderjarigheid: de overlevering wordt verzocht voor feiten waarop een vrijheidsstraf met een maximum van tenminste twaalf maanden is gesteld. Het verweer faalt al om die reden.

Oordeel rechtbank

De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat het verweer faalt. De gestelde minderjarigheid is niet aangetoond en ook indien de minderjarigheid zou vast staan: de overlevering wordt gevraagd voor feiten die voldoen aan de in artikel 7, eerste lid, onder a, 2e OLW gestelde vereisten.

6 Slotsom

Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering te worden toegestaan.

7 Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 47, 300 en 311 en 312 Wetboek van Strafrecht en 2, 5 en 7 Overleveringswet.

8
8. Beslissing

STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan de Åklagarmyndigheten, Söderorts åklagarkammare i Stockholm (Söderort Public Prosecution Office) in Stockholm, ten behoeve van het in Zweden tegen hem gerichte strafrechtelijk onderzoek naar de feiten waarvoor zijn overlevering wordt verzocht.

Aldus gedaan door

mr. C. Klomp, voorzitter,

mrs. J.A.A.G. de Vries en B. Poelert, rechters,

in tegenwoordigheid van L.C. Werkman, griffier,

en direct uitgesproken ter openbare zitting van 26 september 2017.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.