Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2017:7043

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
06-09-2017
Datum publicatie
28-09-2017
Zaaknummer
607715 / HA ZA 16-480
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

“Joint venture in moeilijkheden. Biedingsproces, onder leiding van door de Ondernemingskamer benoemde functionarissen, tussen de twee aandeelhouders met betrekking tot door de vennootschap uit te geven nieuwe aandelen. Afstand van aandeelhoudersleningen”.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

afdeling privaatrecht

zaaknummer / rolnummer: C/13/607715 / HA ZA 16-480

Vonnis van 6 september 2017

in de zaak van

1. de coöperatie

BSGR HOLDINGS COÖPERATIEF U.A.,

gevestigd te Amsterdam,

2. de vennootschap naar het recht van Guernsey

BSG RESOURCES LIMITED,

gevestigd te St Peter Port, Guernsey,

eiseressen,

advocaat mr. J. Fleming te Amsterdam,

tegen

1. de naamloze vennootschap

CUNICO RESOURCES N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

INTERNATIONAL MINERAL RESOURCES B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagden,

advocaat mr. W.P. Wijers te Amsterdam.

Partijen zullen hierna BSGR Coöperatief, BSGR Limited, Cunico en IMR genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 28 april 2016;

  • -

    de akte overlegging producties, met producties;

  • -

    de conclusie van antwoord, met producties;

  • -

    het tussenvonnis van 14 september 2016;

  • -

    de op 22 maart 2017 gehouden comparitie, het daarvan opgemaakte proces-verbaal en de daarin vermelde stukken.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

BSGR Limited is een van de twee leden van BSGR Coöperatief.

2.2.

In september 2015 hielden BSGR Coöperatief en IMR ieder 50% van de aandelen in het geplaatste kapitaal van Cunico, een houdstermaatschappij. De twee bestuurders van Cunico waren op voordracht van BSGR Coöperatief respectievelijk IMR benoemd.

2.3.

Destijds hadden BSGR Coöperatief en IMR ieder een vordering van ongeveer USD 101 miljoen op Cunico.

2.4.

Bij beschikkingen van 2 en 3 september 2015, gegeven in de zaken tussen BSGR Coöperatief respectievelijk IMR als verzoekster, Cunico als verweerster en IMR respectievelijk BSGR Coöperatief als belanghebbende, heeft de Ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam (hierna: de Ondernemingskamer) op de voet van artikel 2:349a Burgerlijk Wetboek (BW) bij wijze van onmiddellijke voorziening met onmiddellijke ingang en vooralsnog voor de duur van het bij de Ondernemingskamer aanhangige geding (i) [naam 1] (hierna: [naam 1] ) benoemd tot bestuurder van Cunico met beslissende stem en bepaald dat hij zelfstandig bevoegd is Cunico te vertegenwoordigen en dat zonder hem Cunico niet vertegenwoordigd kan worden en (ii) bepaald dat 5% van de door BSGR Coöperatief en 5% van de door IMR gehouden aandelen in het kapitaal van Cunico met ingang van 2 september 2015 ten titel van beheer zijn overgedragen aan [naam 2] (hierna: [naam 2] ).

[naam 1] en [naam 2] zullen hierna gezamenlijk de OK-functionarissen genoemd worden.

In de beschikking van 2 september 2015 heeft de Ondernemingskamer, voor zover hier van belang, overwogen:

3.1

BSGR heeft aan haar stelling dat er gegronde redenen zijn voor twijfel aan een juist beleid en juiste gang van zaken van Cunico en dat gelet op de toestand van de vennootschap onmiddellijke voorzieningen dienen te worden getroffen ten grondslag gelegd, samengevat weergegeven, dat Cunico zich mede door dalende nikkelprijzen in een precaire financiële positie bevindt en dat zonder ingrijpen een faillissement van de Cunico groep onontkoombaar is. Binnen het bestuur en in de algemene vergadering van aandeelhouders van Cunico is er een impasse in de besluitvorming ontstaan waardoor het niet mogelijk is om aanvullende financiering aan te trekken. Dit heeft tot gevolg dat de continuïteit van Cunico en haar dochtervennootschappen in gevaar is. BSGR wijt dit een en ander aan de houding van IMR, die naar BSGR heeft gesteld noodzakelijke besluitvorming vertraagt of tegenhoudt. (…). Ingrijpen door het treffen van de verzochte onmiddellijke voorzieningen is dringend noodzakelijk om insolventie af te wenden, aldus nog steeds BSGR.

3.2

IMR heeft aan haar stelling dat er gegronde redenen zijn voor twijfel aan een juist beleid en juiste gang van zaken van Cunico en dat gelet op de toestand van de vennootschap onmiddellijke voorzieningen dienen te worden getroffen ten grondslag gelegd, samengevat weergegeven, dat de financiële problemen binnen de Cunico groep met name te wijten zijn aan de sterke daling van de prijs van nikkel, dat deze problemen zijn versterkt doordat banken niet langer bereid zijn kredieten te verstrekken of te verlengen en dat tussen de aandeelhouders en binnen het bestuur ernstige verschillen van inzicht zijn ontstaan over het beleid en de strategie van de Cunico groep. De verstandhouding binnen het bestuur en tussen de aandeelhouders van Cunico is inmiddels dermate ernstig verstoord, dat er op beide niveaus een impasse is, waardoor er geen overeenstemming kan worden bereikt over de wijze waarop de financiële crisis het hoofd kan worden geboden. Volgens IMR werkt BSGR niet mee aan door IMR voorgestelde oplossingen (…). (…). Ingrijpen door het treffen van de verzochte onmiddellijke voorzieningen is dringend noodzakelijk om verdere escalatie en een faillissement af te wenden, aldus nog steeds IMR.

3.3

Ter terechtzitting hebben de advocaten namens partijen desgevraagd bevestigd dat zij van mening verschillen over het antwoord op de vraag aan wie het een en ander te wijten is, maar dat zij het erover eens zijn dat ingrijpen dringend en met spoed noodzakelijk is gelet op de impasse in zowel het bestuur als de algemene vergadering van aandeelhouders van Cunico, waardoor met het oog op het voortbestaan van Cunico (en de Cunico groep) noodzakelijke besluitvorming achterwege blijft. Naar het oordeel van de Ondernemingskamer blijkt uit de gedingstukken en de toelichting ter terechtzitting genoegzaam dat die conclusie gegrond is. De verhouding tussen BSGR en IMR is dusdanig verstoord dat de organen van Cunico (…) niet meer naar behoren kunnen functioneren, waardoor de besluitvorming is gestagneerd, een eenduidige strategie en een eenduidig beleid om de financiële problemen het hoofd te bieden ontbreekt en de continuïteit van de onderneming in gevaar is. Dit levert gegronde redenen op om aan een juist beleid en een juiste gang van zaken van Cunico te twijfelen. Voor dit oordeel kan in het midden blijven wat de rol van ieder der partijen afzonderlijk hierin is en of de over en weer gemaakte verwijten terecht zijn.

2.5.

Bij e-mailbericht van 6 oktober 2015 (18:09 uur) hebben de OK-functionarissen, voor zover hier van belang, aan BSGR Coöperatief en IMR geschreven:

Reference is made to the rulings of the Enterprise Chamber dated 2 and 3 September 2015 respectively and our recent discussions. As you are aware, the undersigned have been appointed by the Enterprise Chamber as third managing director of Cunico Resources N.V. (Cunico) (the Third MD) and as trustee of 10% of the shares of Cunico (the Trustee) respectively.

Cunico (or the Trustee and/or the Third MD on its behalf) has received a written offer from International Mineral Resources B.V. (IMR) to subscribe for shares in Cunico and a (verbal) offer on behalf of BSGR Holdings Coöperatief U.A. (BSGR) for the same. Furthermore, Cunico has received a request from IMR to make available certain information to enable IMR to perform a limited due diligence exercise with a specified scope, separately attached hereto (Due Diligence Scope).

Applying the principle of equal treatment of shareholders and in order to provide for an efficient and orderly process, Cunico hereby notifies you as shareholders of Cunico that Cunico will:

(i) formally invite both IMR and BSGR to make a binding and final offer to subscribe for shares in the share capital of Cunico in accordance with a process (the Issue Process) that will be further outlined in a detailed process letter (the Process Letter); and

(ii) following the Process Letter, make available to both IMR and BSGR the information requested in the Due Diligence Scope, to the extent it is reasonably feasible to make such information available (subject to customary confidentiality arrangements), considering that time is of the essence which leaves only limited time for Cunico to collect (if at all possible) the requested data.

The Issue Process will in any case include that your offer is to be received by Cunico ultimately by Thursday 15 October 2015, 23:59h CET and that it should contain at least a minimum aggregate subscription price of USD 100 million. Considering the governance situation that Cunico is currently in, your offer should assume that one of the shareholders will subscribe for additional shares and that the other shareholder will not subscribe and will dilute accordingly.

Furthermore, in order for each shareholder to be admitted by Cunico to participate in the Issue Process, each of IMR and BSGR is required to advance USD 5 million as an (interest free) advance payment to Cunico, ultimately by Monday 12 October 2015 (same day funds). The advance payment from the (then) diluted shareholder shall be repaid by Cunico immediately after receipt of the subscription price from the shareholder who is subscribing for additional shares.

The Process Letter with further requirements in respect of your offer shall be made available to both shareholders by this Thursday 8 October 2015. You are hereby invited to submit any suggestions for the Issue Process and possibly the Due Diligence Scope until this Wednesday 7 October 2015, 23:59h CET, it being understood that Cunico does not accept any obligation or duty whatsoever to implement such suggestions in the Issue Process.

2.6.

Bij e-mailbericht eveneens van 6 oktober 2015 (19:29 uur) heeft [naam 2] , voor zover hier van belang, aan (de advocaat van) IMR geschreven, met kopie aan BSGR Coöperatief:

We have at all times been transparent on the offers that were received. Considering the situation where we have received offers for a capital injection from (or on behalf of) both shareholders of Cunico, we will apply the principle of equal treatment of shareholders in a procedure aimed at exploring an additional capital injection, while at the same time attempting to resolve the impasse between the shareholders.

The process for additional capital financing will be designed to be efficient, transparent and orderly, and will include an opportunity for both shareholders to perform a limited due diligence during a few days.

2.7.

Bij brief van 8 oktober 2015 (hierna: de Process Letter) hebben de OK-functionarissen, voor zover hier van belang, aan BSGR Coöperatief en IMR geschreven:

As mentioned in our email to you of 6 October 2015, on behalf of Cunico Resources N.V. (Cunico) we hereby invite each of you to submit a definitive, fully financed and binding offer to subscribe for newly to be issued shares in the capital of Cunico against payment in cash (the Binding Offer), subject to the terms and conditions of this letter.

You are both aware of the current and urgent need of Cunico for additional capital financing. At the same time an impasse exists between Cunico’s shareholders. Both shareholders have been unable to agree on a proportionate additional capital contribution to Cunico. The undersigned have been appointed by the Enterprise Chamber of the District Court of Amsterdam.

Based on the aforementioned circumstances and considering the interest received by both of you to make an offer for additional capital contribution, the undersigned estimate that the valuation of Cunico currently is (less than) zero. Our estimation is that the additional capital financing need of Cunico amounts to at least USD 100 million, although we believe that any additional capital financing over USD 100 million would be beneficial to and in the interest of Cunico. We are not in a position to exactly determine the amount of additional capital financing required, but in any event it is clear that an issue of new shares of USD 100 million or more to one of the two Cunico shareholders (Contributing Shareholder), would result in a full dilution of the other shareholder (Diluted Shareholder), such that after the share issue the Diluted Shareholder would hold less than 1% of the total issued share capital.

Given the impasse between the current shareholders, their inability to reach agreement on a joint additional capital contribution and considering that the current value of Cunico is zero or negative, there is no point in issuing new shares in the capital of Cunico to both shareholders proportionally.

Both of you have indicated that you would be willing to offer to the Diluted Shareholder, to be compensated in the form of an earn-out payment, depending on future developments with respect to Cunico and its subsidiaries, such as an increase of the Nickel price. Such an earn-out could be structured by a put/call option on the remaining shares of the Diluted Shareholder to be entered into between the Contributing Shareholder and the Diluted Shareholder as part of the Transaction.

Therefore, Cunico offers both of you as shareholders of Cunico the possibility to make an offer to subscribe for newly to be issued shares, with a view to satisfy Cunico’s need for additional capital, on the basis that all shares which will be issued in this respect, will be issued to only one of you as Contributing Shareholder, thereby diluting Cunico’s other shareholder (the Transaction).

This letter sets out the timing, instructions and procedures for the process of the submission of your Binding Offer. Please note that as part of your offer, you should be willing to accept the risk of being the Diluted Shareholder with related obligations and restrictions as will be described in this letter, and as will be provided for in draft documentation for the Transaction (Transaction Documentation) which will be provided to you under a separate cover.

Also, please note that your Offer will only be taken into account, if you have made a transfer of USD 5 million to the (…) bank account of Cunico at the latest by Monday 12 October 12.00hrs CET (…).

As indicated to you before, this amount is to be considered as an advance payment in respect of the capital contribution to be made by the shareholder ultimately selected for the Transaction through the process as set out in this letter. Immediately following the completion of Transaction with the selected Shareholder, the Diluted Shareholder will be paid back the amount of the advance payment, without interest. (…).

If for any reason no Transaction would occur, both shareholders will agree that the amount of the advance payment will be considered as a payment of surplus capital on the shares currently held by them in the capital of Cunico. By making the advance payment, you consent to these terms in respect thereof.

Limited Due Diligence

Cunico is currently collecting, to the extent reasonably and practicably feasible, certain information to enable you to perform a limited due diligence exercise in accordance with the scope of due diligence which is attached hereto as Annex 1 (the Due Diligence). (…).

Form of the Binding Offer

Any Binding Offer made by you must comply with the guidelines set forth below and any further procedures that may be established by us:

1) Structure: the issuance of new shares in the capital of Cunico shall take place directly to one of the current shareholders. If your Binding Offer envisages a different structure to be put in place at closing, you must detail such structure in your Binding Offer. (…).

2) Subscription amount: your Binding Offer should state the aggregate subscription amount in cash (Subscription amount) that you are prepared to pay and the number of shares you wish to receive in consideration thereof (which shall determine the level of dilution for the other shareholder). The Subscription Amount should exceed an amount of USD 100 million in order for your Binding Offer to be validly admitted to the process and considered by Cunico. (…).

(…)

4) Earn-Out: Your Binding Offer should contain details of your proposal for the arrangement pursuant to which you would, if you were to be selected as the Contributing Shareholder, compensate the Diluted Shareholder, in the form of an earn-out as described above, or otherwise.

5) Transaction Documentation: Your Binding Offer should contain a confirmation that you are willing and ready to execute the Transaction Documentation that will be presented to you separately. Any proposed modifications to the proposed Transaction Documentation will be viewed negatively. Your Binding offer should assume that no representations and warranties will be given to the Contributing Shareholder as part of the Transaction.

(…)

8) Internal approvals: Your Binding Offer should include a confirmation of all required internal approvals, including authorisation of your company’s board of directors or equivalent governing body, which should be obtained prior to submission of your Binding Offer. Your Binding Offer should state explicitly that all necessary approvals have been obtained by you or any of your affiliates who will be a party to the deed of issuance and that the Binding Offer is not subject to financing, additional corporate approvals, additional due diligence or any other condition.

(…)

Assessment of Binding Offers

In assessing your Binding Offer, Cunico will primarily look to (i) how this addresses to resolve Cunico’s current capital need and the buffer capacity expressed by the Subscription Amount offered, (ii) the willingness to resolve through the Transaction the current impasse between the shareholders, in combination with a proposed compensation to the Diluted Shareholder in the form of an earn-out or otherwise, (iii) the intentions of the Contributing Shareholder in respect of Cunico, its business and its employees following the Transaction and (iv) certainty and timing to a closing of the Transaction.

Transaction Documentation

The Transaction Documentation will be provided to you under a separate cover and will include in any event a draft deed of issuance. You are requested to confirm in your Binding Offer that you agree with the draft, without any comments or changes. As part of the Transaction Documentation you will also be requested to execute an undertaking which purports:

(…)

( b) if you were to be the Diluted Shareholder, to irrevocably and unconditionally:

( i) waive any rights under the articles of association of Cunico to exercise any pre-emption rights that you may have in respect of the shares that you hold in the capital of Cunico;

(ii) waive (x) any indebtedness of any kind (whether or not payable) due from any member of the Cunico Group to you or any of your affiliates (including under any shareholder loan agreement or otherwise, save for the Advance Payment), (y) all claims or rights of legal actions, which you or any of your affiliates have or may have against Cunico (…) in relation to your current shareholding in Cunico and the Transaction and confirming that you grant Cunico (…) full and final discharge in this respect;

(iii) agree not to initiate any new proceedings in relation to the Transaction or levy any attachments in relation to any of the shares of Cunico (…).

Other matters

The undersigned reserve the right from time to time to amend any information provided to you. In addition, the undersigned expressly reserve the right in their sole and absolute discretion, at any time and in any respect, to amend or terminate the Transaction process (including without limitation the terms of submitting a Binding Offer), without giving reasons therefor, to enter into or terminate discussions with either one of you, allow new or altered bids at any stage of the process, to accept or reject any binding Offer or proposal, to negotiate with any other party in respect of a possible Transaction without assigning any reasons, and to proceed in any manner in relation to the Transaction process whether or not referred to in this or in any subsequent letter in relation to the Transaction.

(…)

This letter and the procedures outlined herein shall be governed by and construed in accordance with Dutch law. Any dispute arising in connection thereof shall be subject to the exclusive jurisdiction of the competent courts in Amsterdam.

2.8.

De in de Process Letter bedoelde advance payments zijn tijdig gedaan.

2.9.

Bij verzoekschrift van 8 oktober 2015 heeft IMR de Ondernemingskamer verzocht bij wijze van onmiddellijke voorzieningen en voor de duur van het geding: (i) op de kortst mogelijke termijn een (economisch) adviseur te benoemen die de OK-functionarissen, het bestuur en de aandeelhouders van Cunico met raad en daad terzijde kan staan, die advies zal uitbrengen over de voorliggende biedingen en die het verdere proces kan begeleiden en voorts (ii) primair Cunico, het bestuur en de algemene vergadering van aandeelhouders te verbieden om de procedure zoals door de OK-functionarissen voorgesteld op 6 oktober 2015 te volgen waarbij (onder andere) BSGR Coöperatief alsnog in de gelegenheid wordt gesteld mee te bieden en (iii) subsidiair, als de door de OK-functionarissen beoogde procedure toch gevolgd wordt, de algemene vergadering van aandeelhouders (dan wel enig ander daartoe aangewezen orgaan) te verbieden om het voorkeursrecht uit te sluiten.

2.10.

Op 12 oktober 2015 heeft de Ondernemingskamer de mondelinge behandeling van dat verzoekschrift bepaald op 26 november 2015.

2.11.

Bij e-mailbericht van 13 oktober 2015 is namens de OK-functionarissen, voor zover hier van belang, aan BSGR Coöperatief en IMR geschreven:

With reference to the process letter that was sent to you on 8 October 2015 (the Process Letter), please find attached drafts of the Transaction Documentation referred to in the Process Letter.

On behalf of Cunico Resources N.V. (Cunico), we kindly request you to review the Transaction Documentation and to let us know whether you have any comments. (…)

We will require any comments on the Transaction Documentation that you would want to make to be received by us prior to 17:00 CET on Wednesday 14 October in order for us to be able to circulate a final set of the Transaction Documents on Thursday morning.

Please note that we will not commit upfront to take on board any comments that you make.

As set out in the Process Letter, Cunico will expect your Binding Offer to contain:

( i) a confirmation that you agree with:

- the draft deed of issuance (save for the actual subscription price and number of shares);

- the draft amendment to the articles of association of Cunico (save for the actual number for the authorised share capital);

(ii) executed copies of:

- the letter of undertaking of each of IMR and BSGR;

(…);

each of the aforementioned documents in the form as will be sent to you on Thursday morning as a final set of Transaction Documents. As indicated in the Process Letter, any proposed modifications to the Transaction Documentation will be viewed negatively.

2.12.

Bij e-mailbericht van 15 oktober 2015 is namens de OK-functionarissen, voor zover hier van belang, aan BSGR Coöperatief en IMR geschreven:

As you have not requested to discuss the Transaction Documentation with us despite the explicit possibility offered to you, and given that you have not provided any comments to us in respect of the Transaction Documentation, both IMR and BSGR should consider the Transaction Documentation that was attached (…) on Tuesday as the final set. (…) As indicated in the Process Letter (…), we expect each Binding Offer to contain:

( i) a confirmation that you agree with:

- the draft deed of issuance (save for the actual subscription price and number of shares);

- the draft amendment to the articles of association of Cunico (save for the actual number for the authorised share capital);

(ii) executed copies of:

- the letter of undertaking of each of IMR and BSGR;

(…).

As indicated in the Process Letter, any proposed modifications to the Transaction Documentation will be viewed negatively. We are looking forward to receive your Binding Offers ultimately by 23:59 CET today, 15 October 2015, in accordance with the process laid out in the Process Letter.

2.13.

Bij mondeling vonnis in kort geding eveneens van 15 oktober 2015,

gewezen in de zaak tussen IMR als eiseres, Cunico en de OK-functionarissen als gedaagden en BSGR Coöperatief als interveniënte, heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank de gevraagde voorzieningen geweigerd. De gevraagde voorzieningen strekten ertoe dat de door de OK-functionarissen voor het indienen van een bod gestelde deadline zou worden gewijzigd in een tijdstip gelegen na de beslissing van de Ondernemingskamer op het hiervoor onder 2.9 bedoelde verzoek.

2.14.

Nog op 15 oktober 2015 heeft BSGR Coöperatief een bod bij de OK-functionarissen ingediend. BSGR Coöperatief heeft daarbij tevens een door haar ondertekende, tot de Transaction Documentation behorende Letter of Undertaking (hierna: LoU) bij de OK-functionarissen ingediend.

De LoU, waarin Cunico “the Company” wordt genoemd, luidt, voor zover hier van belang:

WHEREAS:

(…)

(E) A process letter dated 8 October 2015 (the Process Letter) sets out the terms and conditions pursuant to which the Company has invited both IMR and BSGR to submit a binding offer to subscribe for newly to be issued shares in the capital of the Company against payment in cash (a Binding Offer). The Binding Offer shall be made on the basis that all shares which will be issued in this respect will be issued to only one of the shareholders (the Transaction). The Transaction will result in one shareholder holding more than 99% of the total issued share capital of the Company (the Contributing Shareholder), thereby almost fully diluting the other shareholder (the Diluted Shareholder).

(F) BSGR acknowledges and accepts that the Company has requested both IMR and BSGR to execute an undertaking (as set out in the Process Letter) in connection with their Binding Offer and, therefore, it shall execute such undertaking under the conditions as set forth in this letter.

By its acceptance of this letter below, BSGR agrees to the following:

(…)

2 WAIVER OF RIGHTS

2.1

BSGR hereby irrevocably and unconditionally:

( a) waives it pre-emptive rights in relation to the issuance of new shares in the capital of the Company as set out in Article 7 of the Company’s articles of association;

( b) waives any indebtedness of any kind (whether or not payable) due from any member of the Company and its affiliates to it or its affiliates (including under any shareholder loan agreement or otherwise, except for the advance payment of EUR (USD; rechtbank) 5 million as set out in the Process Letter);

( c) waives any and all claims or rights of legal actions, which it or any of its affiliates have or may have against the Company and its affiliates (…) in connection with the execution, amendment or termination of the Transaction process, including but not limited to any actions and decisions required to obtain, accept or reject and execute the Binding Offer of IMR or BSGR (as the case may be), and agree not to initiate any new proceedings or levy any attachments in this respect, except for the current proceedings before the Enterprise Chamber of the Amsterdam Court of Appeal (…) and any appeal in cassation that may result from these proceedings; and

( d) confirms that it grants the Company and its affiliates (…) full and final discharge in respect of the claims and legal actions as set out in this Clause 2.1 under (b) and (c).

(…)

4 GENERAL

4.1.

The obligations under this undertaking will survive the execution, amendment or termination of the Transaction process and will continue in effect after the Transaction process has ended, irrespective of whether BSGR is the Contributing Shareholder or the Diluted Shareholder.

4.2

BSGR waives its right to claim full or partial nullification (vernietiging) of this undertaking, or to invoke its invalidity (nietigheid) on any ground whatsoever and whether or not by way of defence, or to request amendment (wijziging) of this agreement under Section 6:230 of the Dutch Civil Code.

4.3

This letter and all contractual and non-contractual obligations arising out of or relating to it will be governed by Dutch law.

4.4

All disputes arising out of or relating to this letter shall be subject to the exclusive jurisdiction of the competent courts in Amsterdam, the Netherlands.

We hereby acknowledge and agree to the terms as set out above.

2.15.

Eveneens nog op 15 oktober 2015 heeft ook IMR een bod bij de OK-functionarissen ingediend. IMR heeft haar bod vergezeld doen gaan van een Objections Letter.

De Objections Letter luidt, voor zover hier van belang:

IMR objects to the bidding process in general, and the process letter dated 8 October 2015 (“Process Letter”) specifically.

On 1 October 2015, IMR made an offer that would resolve all financial problems of Cunico (“First IMR Offer”), which is still valid to date. The First IMR Offer followed earlier requests for emergency financing from you. These requests too, IMR was willing to adhere to, as communicated to you by email and in person.

As you are aware, it is IMR’s position that the current bidding process, (i) was (and is) not necessary, (ii) is in clear violation of equal treatment of shareholders (i.e. by allowing BSGR a second chance to bid for the company) while knowing that (iii) alternatives are available (i.e. proportional issuance of shares, remedying corporate governance issues) that are much less damaging to the shareholders. Also IMR offered to provide urgently necessary funding multiple times (…).

The process is the subject of the proceedings of the Enterprise Chamber that will be decided on 26 November 2015 or earlier, as the case may be. We will not repeat these arguments for present purposes. Instead, we refer to our petition dated 8 October 2015 and in this respect, IMR reserves all rights.

The Process Letter and its terms also expose a clear violation of reasonableness and fairness (article 2:8 DCC). What this letter essentially says, is that IMR is giving up any and all rights that it has, even if it does not make the winning bid. There is no reason, let alone justification for these excessive, disproportional consequences.

The Process Letter demonstrates that you ignore the fact that a voluntary controlled auction – where a company is put up for sale by its existing shareholders – is not what this is about. Rather the parties are dealing with an emergency funding situation (which IMR is willing to resolve in either a proportional or dilutive fashion). Where in a controlled auction the existing shareholders and the company, in principle, are at liberty to make all kinds of demands towards the prospective third parties, this does not apply to the company vis-à-vis its current shareholders.

Your appointment by the Enterprise Chamber – by way of immediate measures for the duration of the enquiry proceedings – allows you to take appropriate steps as reasonably necessary to save the company. However, these actions may not extend beyond reaching that objective and may not cause disproportionate damage to shareholder’s interest. The Process Letter shows that you de facto assert to be the owner of the company rather than its shareholders.

In many respects the Process Letter is unreasonable, unclear, and does not take into account the fact that a proposed bidding contest between two shareholders was and now, again, is, taking place rather than with any third parties/outsiders.

Our proposal as made in IMR’s second offer of 15 October 2015 (“Second IMR Offer”), is made under the express reservation of all rights, in case IMR is diluted as a result of this process and/or the exclusion of its pre-emptive rights.

In presenting its objections below, IMR will follow the structure of the Process Letter. IMR reserves its right to make further comments and express further objections.

(…)

IMR request you to accept and pursue the First IMR Offer and to cancel the unnecessary and unlawful bidding process. IMR is able and willing to save Cunico and to make the necessary funds available. IMR can do it alone (while diluting BSGR) or together with BSGR (proportionally). This mere fact can – by no means – lead to the exclusion of IMR’s pre-emptive rights.

2.16.

Bij e-mailbericht van 16 oktober 2015 heeft [naam 1] , voor zover hier van belang, aan BSGR Coöperatief en IMR geschreven:

With reference to the Process Letter (…) I herewith confirm that Cunico Resources N.V. (Cunico) has timely received an offer from both International Mineral Resources N.V. and BSGR Holdings Coöperatief U.A.

2.17.

Bij beschikking van 27 oktober 2015, gegeven in de zaak tussen IMR als verzoekster, Cunico als verweerster en BSGR Coöperatief en de OK-functionarissen als belanghebbenden, heeft de Ondernemingskamer bepaald dat (i) voor zover nodig in afwijking van de statuten, het bestuur van Cunico, zonder dat een daartoe strekkend besluit van de algemene vergadering van aandeelhouders noodzakelijk is, bevoegd is tot uitgifte van aandelen in het kapitaal van Cunico aan de reflecterende aandeelhouder, met uitsluiting van het voorkeursrecht van de andere aandeelhouder en (ii) [naam 1] , voor zover nodig in afwijking van de statuten van Cunico, bevoegd is om, zonder zijn medebestuurders te informeren en te consulteren, zelfstandig en met uitsluiting van die bestuurders bindende bestuursbesluiten te nemen en overige (rechts)handelingen te verrichten, die nodig zijn voor de uitvoering en afwikkeling van het biedingsproces en de emissie.

2.18.

Bij e-mailbericht van 28 oktober 2015 heeft [naam 1] , voor zover hier van belang, aan BSGR Coöperatief en IMR geschreven:

Following receipt of the decision of the Enterprise Chamber of yesterday, I would like to inform you about how [naam 2] ( [naam 2] ; rechtbank) and I envisage the next steps in the process with respect to the issue of new Cunico shares (as referred to in the Process Letter that is known to you).

Both shareholders have made a bid in response to the Process Letter.

I have asked both shareholders for clarification in respect of certain elements of their respective bids, to which you have each provided me responses.

Certain aspects of both bids still require further clarification. You will each separately and within short receive an e-mail with the questions for further clarification. (…)

Please note, however, that in respect of one aspect of your bids, we will ask both shareholders to reconsider their position and allow the opportunity each of them to improve their bid. This relates to the aspect of the Earn-Out as defined in the Process Letter. I would like to share with you that we are of the opinion that both shareholders should be in position to be more creative in terms of what they are prepared to offer to the other shareholder should that other shareholder become the Diluted Shareholder. In the e-mail with the questions for further clarification, you will find also a question relating to this aspect, which will apply to both of you equally.

The next steps in the process will be as follows:

1. You will be asked to respond to the aforementioned separate e-mail for further clarification ultimately on Friday 30 October 2015.

2. You will also receive (…) certain amended documents of the Transaction Documentation (…), which will reflect the decision of the Enterprise Chamber that has empowered the undersigned to resolve and execute the Transaction, and certain suggested changes made by both shareholders. You will be asked to confirm these changes together with your response to the questions as mentioned under 1.

3. I will review your responses together with [naam 2] during the weekend.

4. Each of you will be invited separately for a discussion with our advisors on your responses and other elements of your respective bids early next week (…). (…).

5. The aim of the above is to bring each of you in position where we would be able to execute with the shareholder of choice the Transaction, immediately upon us taking our decision on the outcome of the process.

2.19.

Bij e-mailbericht eveneens van 28 oktober 2015 is namens de OK-functionarissen, voor zover hier van belang, aan BSGR Coöperatief geschreven:

On behalf of Cunico Resources N.V., we have a number of follow up questions in relation to your bid and additional information provided.

(…)

Please submit your response to these questions (…) ultimately on Friday 30 October 2015.

2.20.

Bij e-mailbericht van 30 oktober 2015 is namens de OK-functionarissen, voor zover hier van belang, aan BSGR Coöperatief geschreven:

As announced by Mr [naam 1] , please find attached an updated set of the Transaction Documentation. We refer to the following executed documentation that Cunico has already received from BSGR on 15 October 2015:

• the executed letter of undertaking from BSGR;

(…).

As indicated in the Process Letter, any proposed modifications to the Transaction Documentation will be viewed negatively.

2.21.

Bij brief eveneens van 30 oktober 2015 heeft de (toenmalige) advocaat van BSGR Coöperatief, voor zover hier van belang, aan de OK-functionarissen geschreven:

Following Wednesday’s (28 oktober 2015; rechtbank) e-mails (…) BSGR Coop is in the process of gathering and putting together the additional information, which you shall receive today as requested.

BSGR Coop was, however, surprised and disappointed to learn that IMR was apparently still fully part of this process. It is difficult for BSGR Coop to understand why IMR is still allowed to participate when they have failed to meet not just one, but several conditions of the Process Letter and when IMR has stated at every opportunity that if a party did not meet the demands, it would need to be excluded from the process. It is BSGR Coop’s firm belief that IMR has disqualified itself from participation. By now allowing IMR to fully participate, without it – for example – waiving its rights and its claims against the company, BSGR is suddenly put in a disadvantageous position.

In view of a fair process, BSGR Coop therefore wishes to bring the following to your attention.

I The Process Letter

(…)

This Process would and could obviously only work and be acceptable if both parties are held to the same conditions. The Process does not work if only one of the two shareholders is held to these conditions or if parties may pick and choose the terms that they find preferable. Alternatively, the argument could be that process does work, but that in that case non-fulfilment of the terms entails disqualification pursuant to that same process. The Process Letter was clear in its intention and language. There may not have been a specific statement stating that a bid would not be accepted if not all conditions were met, but the purpose of the letter was abundantly clear. In order to participicate, the conditions must be met.

II Summary proceedings District Court

During the hearing before the district court (summary proceedings) on October 15, 2015, IMR was provided with an additional option. IMR would be allowed to make a Binding Offer under the condition that it could withdraw the offer if the Enterprise Chamber or the judge in the preliminary relief proceedings would decide that the Process was not legally valid. It was made very clear during that hearing (…) that this was the only condition that would be accepted by Cunico/yourselves. Mr. [naam 3] stated that all other conditions would need to be met by IMR. This further emphasized the meaning and importance of the conditions of the Process Letter.

III IMR’s bid

Not only has IMR apparently not made use of the opportunity to submit a conditional bid granted to it during the summary proceedings, it has also not met the majority of the conditions.

(…)

It (…) became clear that IMR did not (…) waive its rights under its shareholders loan agreement (…).

IV Judgment Enterprise Chamber

(…)

The Enterprise Chamber too considered that the conditions stated in the Process Letter were “conditions for participation in the bidding process” and that IMR did not meet those conditions (…).

V Conclusion

There is only one conclusion. IMR’s offer does not comply with the requirements set out in the Process Letter. As argued in court on October 22, 2015, BSGR Coop believes that IMR has disqualified itself under the Process Letter. The Process Letter can only work if both parties commit to the terms. BSGR has upheld the terms of the Process Letter. BSGR has furthermore provided all the requested cooperation from the very appointment of yourselves by the Enterprise Chamber.

IMR has disturbed the negotiations and the process itself. BSGR fears that as IMR has attempted to rewrite history in the past, it will undoubtedly attempt to rewrite history with regard to the terms of its bid. IMR has not acted in good faith to this date and it is unlikely that it will start doing so now. By allowing IMR to continue unhindered participating in the process, IMR is put in a position whereby it profits from its behaviour and BSGR is – to a very large extent – disadvantaged. If IMR’s bid is accepted in spite of it failing to meet the terms of the Process Letter, then what is the Process Letter in itself still worth? BSGR would be “punished” by trusting and adhering to the requests and demands, waiving all kinds of rights, whereas IMR, through – in the opinion of BSGR – nothing short of trickery, benefits from participating without doing so. This creates an absurdly unequal position between the shareholders.

The Process Letter states that (certain) actions contrary to the Process Letter will be viewed negatively. Giving the far-reaching consequences for BSGR of allowing IMR to still apparently be fully in the race, without it adhering to the conditions, BSGR Coop is placed in a very difficult position, where it is forced to trust that the aforementioned will indeed be seriously take into account with respect to the IMR’s position and bid.

Given the fact that IMR seems to still be “full in the race”, BSGR Coop is given the feeling that IMR’s lack of cooperation has not had any consequences. We trust, therefore, that you understand why BSGR Coop felt that this letter needed to be sent. All BSGR Coop is asking for is a fair chance under equal terms, as provided for both parties under the Process Letter.

2.22.

Nog op 30 oktober 2015 heeft BSGR Coöperatief een aangepast bod bij de OK-functionarissen ingediend. BSGR Coöperatief heeft daarbij, voor zover hier van belang, aan de OK-functionarissen geschreven:

In view of the bidding process currently ongoing with respect to the issuance of shares in Cunico Resources N.V. (“Cunico”), BSGR Holdings Cooperatief U.A. (“BSGR Coop”) would like to make International Mineral Resources N.V. (“IMR”) the following offer, subject to BSGR Coop’s final bid (which includes the offer below) being fully accepted by Cunico, Mr. [naam 2] and Mr. [naam 1] .

(…)

The conditions for the offer and for payment to IMR as stated above are as follows:

(…)

b) Full assignment by IMR to BSGR of all of IMR’s current and future rights and claims against the Company, including shareholder loans and any and all receivables;

c) Full waiver (with the exception of the Advanced Payment), as defined in the Process Letter dated 8 October 2015) by IMR of all current and future liabilities and claims and legal actions against Cunico (…) for any losses, damages, costs or otherwise (…).

2.23.

Naar aanleiding van tussen BSGR Coöperatief en IMR geopende onderhandelingen hebben de OK-functionarissen het biedingsproces op verzoek van BSGR Coöperatief en IMR in november 2015 (tijdelijk) stilgelegd. In dat verband heeft BSGR Coöperatief de geldigheid van haar bod verlengd tot 30 november 2015.

2.24.

Op 11 november 2015 hebben BSGR Coöperatief en IMR bij wijze van interimfinanciering ieder nog eens USD 4 miljoen aan Cunico voldaan.

2.25.

Bij e-mailbericht van 15 december 2015 heeft [naam 1] , voor zover hier van belang, aan BSGR Coöperatief en IMR geschreven:

Since my email of (…) last week, Mr [naam 2] and I have come to the conclusion that both the chances of a successful outcome of the settlement discussions between IMR and BSGR and the financial situation of Cunico have been rapidly deteriorating.

The upfront payment of USD 8.5 million has still not been made, while such payment is urgently needed by Cunico to fulfil overdue obligations to its financing banks, suppliers, staff and employees a.o.

After due consideration of my fiduciary duties as managing director of Cunico Resources N.V. and with reference to the decision of the Enterprise Chamber of 27 October 2015, I have resolved, in consultation with Mr [naam 2] , to hereby reactivate the process set out in the Process Letter. We will revert to you in due course with our decision.

2.26.

Bij e-mailbericht van 16 december 2015 heeft [naam 1] , voor zover hier van belang, aan de (toenmalige) advocaat van BSGR Coöperatief geschreven:

I refer to the email that I have sent to the shareholders yesterday. We have discussed and I have explained the situation to you before. We are receiving signals that BSGR is not willing and/or not able to provide its 50% of the required USD 8.5 million upfront payment and its 50% of the additional USD 46.5 million commitment for the period until 31 December 2016. In addition, despite my explicit request to you as representative of BSGR, I have not been provided with a clear answer as to the capacity and willingness of BSGR to pay up and fund its share. From the update that you have provided to me, I cannot draw the conclusion that BSGR and IMR will be able to reach a settlement shortly. Therefore, I have reactivated the process of the Process Letter.

As confirmed by yourself, BSGR’s offer has expired. It will be selfevident to BSGT what that possibly means. I would like to offer BSGR one last chance to deliver a written, firm, unconditional and irrevocable commitment that it will provide its 50% of the required USD 8.5 million upfront payment and its 50% of the additional USD 46.5 million commitment for the period until 31 December 2016, which upfront payment will need to be available in cash at Cunico’s bank account ultimately tomorrow.

If we do not receive such written, firm, unconditional and irrevocable commitment from BSGR before 19h CET today, we will have to take our final decision under the Process Letter to elect the Contributing Shareholder. In connection therewith we are giving you a final opportunity, in view of the changed circumstances (less cash required for survival of the company in a revised and “slimmed” business plan), to reconfirm your original bid with only such amendments as are required to take into account the aforementioned changed circumstances. In this respect I note that PwC has indicated that, in order to provide its auditor statement on a continuity basis, a firm commitment is required to contribute, by way of share capital, at least USD 75 million (such commitment to be fully backed by cash collateral or equivalent evidence of certainty of funds). Should you provide us with a reconfirmed offer we would expect that its terms would include similar terms as before in respect of the earn-out arrangement to compensate the Diluted Shareholder, save for elements resulting from the changed circumstances. Any reconfirmed offer from BSGR must also be delivered to us before before 19h CET today, with any upfront payment to be available in cash at Cunico’s bank account ultimately tomorrow.

BSGR Coöperatief en haar (toenmalige) advocaat hebben niet (tijdig) op dat e-mailbericht gereageerd.

2.27.

IMR heeft vervolgens een aangepast bod bij de OK-functionarissen ingediend.

2.28.

Bij e-mailbericht van 18 december 2015 heeft [naam 1] , voor zover hier van belang, aan BSGR Coöperatief en IMR geschreven:

With reference to my email of 15 December 2015, in which we announced the reactivation of the process set out in the Process Letter, I herewith inform you of the decision that Mr [naam 2] and I have made.

Firstly, we note that BSGR’s original bid of 15 October 2015 has expired on 30 November 2015. As has also been confirmed by yourselves, BSGR has not used the opportunity that was provided to it either (i) deliver a written, firm, unconditional and irrevocable commitment that it will provide its 50% share of the required funding for Cunico as agreed with PwC (consisting of an immediate upfront payment of USD 8.5 million and payment of in total USD 46.5 million until 31 December 2016 ) or (ii) reconfirm its original bid with such amendments as are required to take into account the changed circumstances since its original bid. As a result, we can only conclude that either BSGR does not have sufficient readily available funds to provide (its share of) the financing that Cunico urgently requires or it is not willing to so.

IMR has submitted an amended bid, taking into account the changed circumstances since its original bid. We can confirm that IMR’s amended bid is in accordance with the updated cash flow projections of Cunico until 31 December 2016 and the requirements of Cunico’s auditor for the approval of the 2014 annual accounts on a going concern basis, and that it is sufficient to meet the Company’s short term payment obligations towards its financing banks. Moreover, IMR has provided adequate security in respect of its obligations under its bid. In view of the above, we have decided in the interest of Cunico and the business connected with it to accept IMR’s amended offer.

2.29.

Eveneens op 18 december 2015 heeft Cunico aan IMR als Contributing Shareholder aandelen uitgegeven. IMR heeft die aandelen diezelfde dag nog doorgeleverd aan haar moedervennootschap Summerside Investments S.á.r.l. (hierna: Summerside). De aandeelhoudersverhoudingen bij Cunico zijn sedertdien als volgt: BSGR 9,89%; IMR 9,89%; Summerside 80,22%.

2.30.

Op 15 januari 2016 is op voordracht van Summerside een extra bestuurder bij Cunico benoemd. De op voordracht van BSGR Coöperatief benoemde bestuurder van Cunico is op 14 juni 2016 ontslagen.

2.31.

Bij beschikking van 28 april 2016 heeft de Ondernemingskamer de bij de beschikking van 2 september 2015 getroffen onmiddellijke voorzieningen beëindigd.

2.32.

BSGR Coöperatief en BSGR Limited hebben als productie 8 een kopie in het geding gebracht van een aan Cunico gerichte factuur van BSGR Limited, gedateerd 31 maart 2014, ten bedrage van USD 32.659,55. BSGR Coöperatief en BSGR Limited becijferen de vordering van BSGR Limited op Cunico uit hoofde van de shareholder loan (aandeelhouderslening) per 29 februari 2016 op USD 101.522.620,00. BSGR Coöperatief en BSGR Limited duiden deze twee vorderingen gezamenlijk aan als de Vorderingen.

3 Het geschil

3.1.

BSGR Coöperatief en BSGR Limited vorderen dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

primair

(I)

(i) Cunico veroordeelt tot betaling van een bedrag aan BSGR Limited, althans BSGR Coöperatief, ter hoogte van de Vorderingen, dan wel

(ii) Cunico veroordeelt tot betaling van de vorderingen genoemd in nummers 309 en 310 van de dagvaarding aan BSGR Limited, althans BSGR Coöperatief, althans

(iii) Cunico veroordeelt tot betaling van een bedrag aan BSGR Limited, althans BSGR Coöperatief, dat de rechtbank juist acht,

een en ander te voldoen binnen een week na betekening van het vonnis en te vermeerderen met de contractuele respectievelijk wettelijke renten over de respectieve deelvorderingen tot aan de dag der voldoening;

en

(II)

IMR veroordeelt tot betaling van een bedrag aan BSGR Limited, althans BSGR Coöperatief, ter hoogte van de Vorderingen, althans ter hoogte van een bedrag dat de rechtbank juist acht, een en ander te voldoen een week na betekening van het vonnis en te vermeerderen met de contractuele respectievelijk wettelijke renten over de respectieve deelvorderingen tot aan de dag der voldoening;

met dien verstande dat voldoening door een partij van een (deel)vordering waarvoor meerdere partijen aansprakelijk zijn ertoe leidt dat BSGR Limited, althans BSGR Coöperatief, voldoening van diezelfde (deel)vordering niet nogmaals kan verhalen op een andere partij;

subsidiair

(III)

voor recht verklaart dat de vorderingen van BSGR Limited op Cunico rechtskracht hebben;

(IV)

voor recht verklaart dat de Vorderingen van BSGR Limited op Cunico terstond opeisbaar zijn, althans op het moment van wijzen van vonnis, althans op een moment dat de rechtbank juist acht;

met veroordeling van IMR en Cunico in de kosten van het geding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf twee weken na de datum van vonniswijzing, en de nakosten.

3.2.

De Vorderingen bestaan uit twee deelvorderingen. Dit betreft allereerst een vordering ten bedrage van USD 32.659,55 uit hoofde van aan Cunico verleende consultancydiensten. Dit betreft voorts een vordering ter zake van de shareholder loan (aandeelhouderslening), die per 29 februari 2016 USD 101.522.620,00 bedraagt.

3.3.

BSGR Coöperatief en BSGR Limited verwijzen in verband met hun eerste vordering naar de factuur die zij als productie 8 in het geding hebben gebracht.

3.4.

BSGR Coöperatief en BSGR Limited leggen aan hun tweede vordering, kort samengevat, het volgende ten grondslag.

In het biedingsproces golden geschreven en ongeschreven regels. BSGR Coöperatief heeft zich daaraan gehouden, Cunico (in de persoon van de OK-functionarissen) en IMR niet. BSGR Coöperatief moet daarvoor niet gestraft worden en Cunico en IMR moeten daarvoor niet beloond worden. BSGR Coöperatief en BSGR Limited spreken in dit verband van drie vorderingen op grond van verschillende grondslagen:

( i) een vordering tot voldoening door Cunico, omdat:

a. de leningsovereenkomst opeisbaar is en nagekomen dient te worden;

b. een redelijke uitleg meebrengt dat BSGR Limited, althans BSGR Coöperatief, nooit afstand van haar vordering heeft gedaan; althans

c. een beroep op de afstand van de vordering naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is;

(ii) een vordering tot vergoeding van alle schade die BSGR Coöperatief en BSGR Limited zullen lijden uit hoofde van onrechtmatige daad door Cunico; en

(iii) een vordering tot vergoeding van alle schade die BSGR Coöperatief en BSGR Limited zullen lijden uit hoofde van onrechtmatige daad door IMR.

3.5.

Cunico en IMR voeren verweer.

3.6.

Op de (nadere) stellingen van partijen zal hierna, in het kader van de beoordeling, (nader) worden ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Met betrekking tot de vordering ter zake van de shareholder loan stelt de rechtbank het volgende voorop.

Cunico was (en is) een joint venture van BSGR Coöperatief en IMR. Zoals ook uit de beschikking van 2 september 2015 van de Ondernemingskamer blijkt, verkeerde Cunico destijds, toen BSGR Coöperatief en IMR ieder nog een belang van 50% hadden, in een zorgwekkende toestand. Niet alleen was haar financiële nood hoog, haar aandeelhouders en haar bestuurders verschilden ook nog eens diepgaand van mening over de oorzaken en de (mogelijke) oplossingen daarvan. Om uit die impasse te geraken was, ook in de ogen van BSGR Coöperatief en IMR, de tussenkomst van de OK-functionarissen noodzakelijk. De taak van de OK-functionarissen was geen vrijblijvende; het uitblijven van voldoende resultaat zou het einde van Cunico betekenen.

De OK-functionarissen hebben, na een verkenning van de diverse (on)mogelijkheden, besloten tot het in de Process Letter beschreven biedingsproces. Dat proces was er van de aanvang af op gericht dat Cunico aandelen zou uitgeven aan een van de twee aandeelhouders (de Contributing Shareholder), als gevolg waarvan het belang in Cunico van de andere aandeelhouder (de Diluted Shareholder) aanzienlijk zou afnemen (‘verwateren’). Dat proces voorzag voorts in een zekere vrijheid van de OK-functionarissen om naar bevind van zaken te (blijven) handelen. BSGR Coöperatief heeft zich steeds achter het besluit van de OK-functionarissen geschaard. IMR heeft zich daartegen, in elk geval aanvankelijk, verzet omdat zij andere uitwegen voor Cunico zag.

BSGR Coöperatief en IMR bleven ook gedurende het biedingsproces vennootschappelijk aan elkaar gebonden. Dat neemt niet weg dat zij gedurende dat proces in beginsel hun eigen belangen konden en mochten vooropstellen en in dat verband naar eigen goeddunken konden en mochten handelen, in de wetenschap ook dat de OK-functionarissen de belangen van Cunico behartigden. BSGR Coöperatief en IMR dienden, om zo te zeggen, de strijd met elkaar aan te gaan. Daarbij dienden zij uiteraard wel de geldende geschreven en ongeschreven rechtsregels in acht te nemen. BSGR Coöperatief en IMR, die handelden in de uitoefening van hun bedrijf, hebben zich gedurende het biedingsproces beiden laten bijstaan door eigen professionele adviseurs (net als overigens de OK-functionarissen).

4.2.

In de Process Letter hebben de OK-functionarissen BSGR Coöperatief en IMR uitgenodigd een Binding Offer te doen. Daarbij hebben zij uitdrukkelijk aandacht gevraagd voor de Transaction Documentation: “Your Binding Offer should contain confirmation that you are willing and ready to execute the Transaction Documentation that will be presented to you separately. Any proposed modifications to the proposed Transaction Documentation will be viewed negatively”. De (concept) Transaction Documentation volgde enkele dagen later. BSGR Coöperatief heeft vervolgens, op 15 oktober 2015, een bod en de door haar ondertekende LoU bij de OK-functionarissen ingediend.

4.3.

Partijen zijn allereerst verdeeld over de vraag of BSGR Coöperatief dat mede namens BSGR Limited heeft gedaan. BSGR Coöperatief en BSGR Limited beantwoorden die vraag ontkennend, Cunico en IMR beantwoorden die vraag bevestigend. Het belang van die vraag is in het bijzonder gelegen in het onderdeel “Waiver of Rights” van de LoU.

De rechtbank overweegt dat BSGR Coöperatief en BSGR Limited zelfstandige rechtspersonen zijn. Rechtshandelingen van de een zijn niet, althans niet zonder meer, ook rechtshandelingen van de ander. Ook de enkele verklaring van BSGR Coöperatief in de LoU dat ook haar “affiliates” afstand doen, bindt BSGR Limited niet. Niet, althans niet voldoende, gesteld of gebleken is voorts dat BSGR Limited BSGR Coöperatief een volmacht heeft verleend.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft Cunico echter gerechtvaardigd vertrouwd op een dergelijke volmachtverlening door BSGR Limited aan BSGR Coöperatief. De rechtbank verwijst in dit verband ook naar het arrest van de Hoge Raad van 3 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:142 (Tamacht/Hodenius), waarin is beslist dat voor toerekening van de schijn van volmachtverlening aan de vertegenwoordigde ook plaats kan zijn ingeval de wederpartij gerechtvaardigd heeft vertrouwd op volmachtverlening aan de in werkelijkheid onbevoegde tussenpersoon op grond van feiten en omstandigheden die voor risico van de onbevoegd vertegenwoordigde komen en waaruit naar verkeersopvattingen zodanige schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid kan worden afgeleid. De rechtbank overweegt voorts het volgende. Het onderdeel “Waiver of Rights” van de LoU vermeldt uitdrukkelijk ook de shareholder loans (aandeelhoudersleningen). Aan de zijde van BSGR Coöperatief en BSGR Limited was daarvan alleen sprake bij laatstgenoemde (al was zij dan geen aandeelhouder). Cunico en IMR hebben gewezen op aan IMR gerichte e-mailberichten op papier van BSGR Limited van [naam 4] (hierna: [naam 4] ), destijds bestuurder van zowel BSGR Coöperatief als BSGR Limited. Die e-mailberichten uit mei 2015 betreffen de mogelijke oplossingen van de problemen bij Cunico. Cunico en IMR hebben voorts gewezen op attachment 4 van het bod van BSGR Coöperatief (Resolutions van de Board van BSGR Coöperatief en Members’ Resolutions van BSGR Limited). Beide besluiten dateren van 15 oktober 2015, zijn mede ondertekend door [naam 4] en strekken ertoe dat BSGR Coöperatief een Binding Offer indient. Cunico en IMR hebben ten slotte gewezen op het antwoord van BSGR Coöperatief op de volgende vraag van de OK-functionarissen: “Could you please confirm whether the execution of your Binding Offer does not require any legally required approvals, filings or legally required notices?” Dat antwoord luidt, voor zover hier van belang: “All internal approvals and consents required in order to execute the bid submitted by BSGR on October 15, 2015 “Bid”) have been obtained (please see attached Annex 1 (…)”. Die Annex (de Minutes of the Meeting van de Board van BSGR Limited van 15 oktober 2015) luidt, voor zover hier van belang:

“Reference was made to further discussions held with the Company’s subsidiary ‘BSGR Holdings Cooperatief U.A.’ and the Company’s Advisors and Strategic Financial Specialist in respect of the Company’s indirect shareholding in Cunico Resources NV.

The Members (…) acknowledge receipt of the Process Letter, dated October 8, 2015, addressed by Cunico Resources NV to respectively International Mineral Resources BV and BSGR Holdings Cooperatief U.A. (copy of which shall be attached to these Minutes as Annex).

According to information given by the board of managing directors of BSGR Holdings Cooperatief U.A. (‘BSGR Coop’), the Members (…) have been informed that BSGR Coop intends to submit a definitive, fully financed and binding offer to subscribe for newly to be issued shares in the share capital of Cunico Resources N.V. against payment in cash and understand that if BSGR Coop is to be selected as the contributing shareholder, that BSGR Coop will enter into and become a party to a deed of issuance of new shares in the share capital of Cunico Resources N.V. and any further documents, deeds, instruments, agreements, notices, acknowledgements, letter agreements, memoranda, statements and certificates as may be anciliary, required, useful or desirable in connection with such issuance.

Following discussion, it was proposed that the Members (…) should grant their prior approval to the above mentioned transaction.”

De rechtbank merkt, ten overvloede, op dat reeds de Process Letter melding maakt van de onderhavige waivers of rights.

4.4.

Vervolgens is aan de orde de vraag of , zoals Cunico en IMR aanvoeren en BSGR Coöperatief en BSGR Limited bestrijden, de waiver onder (c) in de weg staat aan de onderhavige vorderingen. Naar het oordeel van de rechtbank is dat niet het geval. Aangenomen al dat deze waiver, fundamenteel en verstrekkend als zij is, rechtens houdbaar is, dient er geen enkele twijfel aan te (kunnen) bestaan dat de onderhavige vorderingen daaronder vallen. De waiver schiet in elk geval in zoverre tekort. Zij richt zich eerst en vooral op het biedingsproces (“All claims or rights of legal actions (…) in connection with the execution, amendment or termination of the Transaction process, including but not limited to any actions and decisions required to obtain, accept or reject and execute the Binding Offer of IMR or BSGR”). Zij richt zich niet, althans niet voldoende uitdrukkelijk, op vorderingen die weliswaar in het biedingsproces zijn betrokken, maar daar op zichzelf geheel en al buiten staan. BSGR Coöperatief en BSGR worden derhalve in hun vorderingen ontvangen.

4.5.

Daarmee komt de rechtbank toe aan de waiver onder (b).

Zoals hiervoor onder 4.2 reeds is overwogen, hebben de OK-functionarissen BSGR Coöperatief en IMR in de Process Letter uitgenodigd een Binding Offer te doen. BSGR Coöperatief en IMR hebben beide op die uitnodiging gereageerd. BSGR Coöperatief heeft een bod en de door haar ondertekende LoU bij de OK-functionarissen ingediend. Dat heeft zij, naar moet worden aangenomen, weloverwogen gedaan. Enig voorbehoud heeft zij niet gemaakt, enige voorwaarde heeft zij niet gesteld. De OK-functionarissen hebben op het bod van BSGR Coöperatief niet afwijzend gereageerd. Aldus hebben BSGR Coöperatief en BSGR Limited, gelet ook op artikel 4.1 van de LoU, afstand gedaan van de shareholder loan in de zin van artikel 6:160 BW.

Veronderstellenderwijs ervan uitgaande dat BSGR Coöperatief en BSGR Limited daarvan nog hadden kunnen terugkomen, constateert de rechtbank dat zij dat in de twee maanden na 15 oktober 2015, naar moet worden aangenomen opnieuw weloverwogen, niet hebben gedaan. Niet nadat zij vernamen dat IMR op 15 oktober 2015 slechts een voorwaardelijk bod had gedaan, niet nadat zij eind oktober 2015 de gelegenheid hadden gekregen een aangepast bod te doen, niet tijdens de onderhandelingen met IMR in november 2015, niet na de hervatting van het biedingsproces en niet nadat de OK-functionarissen zich in een ultieme poging om hen bij het proces betrokken te houden tot hen hadden gewend. BSGR Coöperatief en BSGR Limited zijn er wel aldoor op blijven hameren dat in hun ogen ook IMR afstand van haar shareholder loan diende te doen. In het aangepaste bod maakten zij van die wens een voorwaarde. Daarmee kwamen zij echter niet, althans niet voldoende duidelijk, terug van hun eigen waiver. BSGR Coöperatief en BSGR hebben aldus definitief afstand gedaan van hun shareholder loan, althans Cunico heeft dat redelijkerwijs uit haar verklaringen en gedragingen mogen concluderen in de zin van artikel 3:35 BW.

4.6.

Onder de hiervoor geschetste omstandigheden kan niet worden geoordeeld dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat BSGR Coöperatief en BSGR Limited aan de waiver van hun shareholder loan worden gehouden.

4.7.

Onder de hiervoor geschetste omstandigheden kan evenmin worden geoordeeld dat Cunico (in de persoon van de OK-functionarissen) en IMR onrechtmatig jegens BSGR Coöperatief en BSGR Limited hebben gehandeld. De rechtbank brengt in herinnering dat de OK-functionarissen voor de urgente taak stonden Cunico uit de ontstane impasse te leiden. De rechtbank brengt voorts in herinnering dat IMR gedurende het biedingsproces in beginsel haar eigen belangen kon en mocht vooropstellen en in dat verband naar eigen goeddunken kon en mocht handelen.

4.8.

Van onrechtmatig handelen jegens BSGR Coöperatief en BSGR Limited zou mogelijk sprake zijn geweest indien Cunico (in de persoon van de OK-functionarissen), al dan niet op instigatie van IMR, in plaats van voor een bod van BSGR Coöperatief en BSGR Limited had gekozen voor een minder bod van IMR. Die situatie heeft zich echter niet voorgedaan. BSGR Coöperatief en BSGR Limited hebben zich in december 2015 zonder verklaring uit het biedingsproces teruggetrokken. Daarmee bleef de OK-functionarissen geen andere keus dan in te gaan op het aangepaste bod van IMR.

4.9.

De rechtbank stapt over naar de tweede deelvordering. BSGR Coöperatief en BSGR Limited hebben in de dagvaarding (slechts) gesteld dat BSGR Limited uit hoofde van aan Cunico verleende consultancydiensten een vordering ten bedrage van USD 32.659,55 op haar heeft. Cunico en IMR hebben dit in de conclusie van antwoord betwist. BSGR Coöperatief en BSGR Limited hebben de gestelde vordering vervolgens niet nader toegelicht en onderbouwd. Aldus voldoen zij niet aan hun stelplicht.

4.10.

Uit hetgeen hiervoor is overwogen, vloeit voort dat het gevorderde dient te worden afgewezen. BSGR Coöperatief en BSGR Limited zullen, als de in ongelijk gestelde partijen, worden veroordeeld in de aan de zijde van Cunico en IMR gevallen proceskosten. Deze worden begroot op EUR 10.325,00, bestaande uit EUR 3.903,00 aan griffierecht en EUR 6.422,00 aan salaris advocaat (twee punten, tarief VIII). BSGR Coöperatief en BSGR Limited zullen daarnaast worden veroordeeld in de nakosten.

5 De beslissing

De rechtbank:

- wijst het gevorderde af;

- veroordeelt BSGR Coöperatief en BSGR Limited in de kosten van het geding, tot dit vonnis aan de zijde van Cunico en IMR begroot op EUR 10.325,00;

- veroordeelt BSGR Coöperatief en BSGR Limited in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op EUR 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat BSGR Coöperatief en BSGR Limited niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis hebben voldaan en er vervolgens betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met EUR 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van het vonnis;

- verklaart deze kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.A. Dudok van Heel, mr. N.C.H. Blankevoort en mr. W.M. de Vries, rechters, bijgestaan door mr. A.A.J. Wissink, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 6 september 2017.