Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2017:6772

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
19-09-2017
Datum publicatie
22-09-2017
Zaaknummer
13/659194-15 (Promis)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 32-jarige man is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 36 maanden (waarvan 6 maanden voorwaardelijk) voor twee verkrachtingen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/659194-15 (Promis)

Datum uitspraak: 19 september 2017

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985,

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland.

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 5 september 2017.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. S.M. Hoogerheide en van de raadsman mr. M. Berndsen naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 3 december 2014 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, door geweld en/of een (andere) feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld en/of een (andere) feitelijkheid [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, immers is/heeft hij, verdachte:

- de (spijker)broek en/of onderbroek, in elk geval een of meer kledingstuk(ken) van voornoemde [slachtoffer 1] uitgetrokken en/of

- met zijn lichaam op voornoemde [slachtoffer 1] gaan liggen waarna voornoemde [slachtoffer 1] niet weg kon komen en/of zich niet vrijelijk kon bewegen en/of

- voornoemde [slachtoffer 1] eenmaal of meermalen (met kracht) bij de armen en/of benen en/of hals/nek heeft vastgegrepen en/of vastgehouden en/of

- eenmaal of meermalen zijn penis (met kracht) in de vagina van voornoemde [slachtoffer 1] geduwd en/of gebracht.

Subsidiair:

hij op of omstreeks 3 december 2014 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, met [slachtoffer 1] , van wie hij, verdachte, wist dat zij in staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde, een of meer handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van voornoemde [slachtoffer 1] , immers is/heeft hij, verdachte:

- de (spijker)broek en/of onderbroek, in elk geval een of meer kledingstuk(ken) van voornoemde [slachtoffer 1] uitgetrokken en/of

- met zijn lichaam op voornoemde [slachtoffer 1] gaan liggen waarna voornoemde [slachtoffer 1] niet weg kon komen en/of zich niet vrijelijk kon bewegen en/of

- voornoemde [slachtoffer 1] eenmaal of meermalen (met kracht) bij de armen en/of benen en/of hals/nek heeft vastgegrepen en/of vastgehouden en/of

- eenmaal of meermalen zijn penis (met kracht) in de vagina van voornoemde [slachtoffer 1] geduwd en/of gebracht.

2.

hij op of omstreeks 24 en/of 25 september 2014 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, door geweld en/of een (andere) feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld en/of een (andere) feitelijkheid [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van voornoemde [slachtoffer 2] , immers is/heeft hij, verdachte:

- met zijn lichaam op voornoemde [slachtoffer 2] gaan liggen waardoor voornoemde [slachtoffer 2] niet onder hem vandaan kon komen en/of zich niet vrijelijk kon bewegen en/of

- voornoemde [slachtoffer 2] eenmaal of meermalen (met kracht) bij de arm(en) vastgepakt en/of vastgehouden en/of

- eenmaal of meermalen zijn penis (met kracht) in de vagina van voornoemde [slachtoffer 2] geduwd en/of gebracht.

Subsidiair:

hij op of omstreeks 24 en/of 25 september 2014 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, met [slachtoffer 2] , van wie hij, verdachte, wist dat deze in staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde, een of meer handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van voornoemde [slachtoffer 2] , immers is/heeft hij, verdachte:

- met zijn lichaam op voornoemde [slachtoffer 2] gaan liggen waardoor voornoemde [slachtoffer 2] niet onder hem vandaan kon komen en/of zich niet vrijelijk kon bewegen en/of

- voornoemde [slachtoffer 2] eenmaal of meermalen (met kracht) bij de arm(en) vastgepakt en/of vastgehouden en/of

- eenmaal of meermalen zijn penis (met kracht) in de vagina van voornoemde [slachtoffer 2] geduwd en/of gebracht.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4. Waardering van het bewijs

Feiten en omstandigheden

De rechtbank gaat op grond van de in de bijlage vermelde bewijsmiddelen uit van de volgende feiten en omstandigheden.

Op 1 oktober 2014 heeft [slachtoffer 2] een melding gedaan bij de politie Utrecht. Aangeefster heeft op 21 september 2014 een jongen via de site Tinder leren kennen, die [naam] zou heten. Na een paar dagen chatten via Tinder en vervolgens Whatsapp, hebben zij een afspraak gemaakt. Uiteindelijk zijn zij in de containerwoning van [naam] terechtgekomen. In de woning wilde de jongen steeds filmpjes en selfies maken van hen beiden. Aangeefster wilde eigenlijk weg omdat ze dat niet prettig vond. Ze had al veel alcohol gedronken en was al behoorlijk dronken. Zij moest overgeven en is onder de douche gegaan. Daarna stelde verdachte voor om even in bed onder de dekens te gaan liggen om warm te worden. Dat is haar laatste herinnering. Hierover verklaarde zij dat zij tijdens haar slaap iets van een penetratie voelde. Verdachte penetreerde haar met zijn penis in haar vagina. Zij werd verder wakker en zei tegen hem dat hij moest kappen. Hierop zei de jongen dat hij nog niet was klaargekomen. Zij zei dat dat niet haar probleem was en dat hij moest kappen. Toen stopte de jongen ook. Aangeefster geeft aan dat zij heel erg in de war was en black outs had gehad. Zij had ook blauwe plekken. In het dossier zitten foto’s van blauwe plekken op haar linkerbeen en haar linker arm.

Op 5 december 2014 doet [slachtoffer 1] in Noorwegen bij de politie aangifte van verkrachting op 3 december 2014. Op die dag ontmoette aangeefster op de Dam iemand die zich [naam] noemde, met wie ze de dag ervoor via couchsurfing.com een afspraak had gemaakt. Ze ging met hem mee naar zijn huis, een containerwoning. Daar heeft ze maximaal één biertje en twee glaasjes wodka gedronken en voelde ze zich op dat moment niet dronken. Ze gingen salsadansen. Aangeefster herinnert zich niet veel hierna, het zijn allemaal flitsen. Het voelde alsof ze een black-out ging krijgen. Ze kon niet begrijpen wat er aan de hand was, ze kon niet echt bewegen. Dit gebeurde onder het dansen en ze kwam terecht op zijn bed. Haar broek was uit, hij lag boven op haar, hij was in haar. Zij lag op haar rug, ze had het gevoel dat ze niet kon bewegen, alsof ze geen controle over haar lichaam had. Ze denkt dat ze hem van zich afgeduwd heeft, vanwege haar blauwe plekken. Door de blauwe plekken kon ze zien dat ze zich verzet had. Het volgende dat zij zich herinnert is toen hij haar vroeg: “Waarom heb je me niet verteld dat je ongesteld was”. Ze vertrok en ging terug naar het hotel. Op

4 december 2014, reisde aangeefster terug naar Noorwegen en is zij naar het ziekenhuis geweest.

Op 5 december 2015 is een gerechtsgeneeskundig dossier opgesteld door gespecialiseerd arts dr. L.S. Bye en hoofdarts dr. C.T. Hageman werkzaam bij het St. Olav Ziekenhuis in Trondheim. Bij dat onderzoek wordt beschreven dat aangeefster ‘in shock’ is, dat zij beeft en snel huilt, maar dat zij zich sterk houdt. Tijdens het lichamelijk onderzoek werd een blauwachtige verkleuring aan de linkerzijde van de hals vastgesteld, twee ovaalronde roodblauwe verkleuringen op de buitenkant van de rechterdij, een blauwgeelachtige oppervlakkige verkleuring op de voorkant van de rechter knieschijf en een streepvormige wond van 4-5 cm aan de buitenkant/achterkant van de linker kuit. Bij controle op

11 december 2014 zijn nog twee blauwachtig-gele verkleuringen waargenomen op de achterzijde van de linker kuit. De beschadigingen zijn alleen veroorzaakt door stomp geweld. Alle letsels, met uitzondering van het letsel op de knieschijf en verkleuringen op de achterzijde van de linker kuit, zijn relatief vers. De meeste beschadigingen zijn niet specifiek, maar kunnen tijdens het desbetreffende voorval zijn toegepast. In de achterste samenvoeging zijn tekenen zichtbaar van laceratie (scheuring), roodheid en witachtige aanslag. Aan de binnenkant van de rechter kleine schaamlip is een puntbloeding zichtbaar. Het is goed mogelijk dat het letsel dat aan het onderlichaam is vastgesteld, in overeenstemming is met stomp geweld op het uitwendige geslachtsorgaan of een mechanische inwerking op het uitwendig geslachtsorgaan. Er is een monster uit het baarmoederhals kanaal afgenomen en hieruit blijkt de aanwezigheid van zaadcellen.

De bemonstering die bij aangeefster is afgenomen, is door het Nederlands Forensisch Instituut (hierna: NFI) vergeleken met het DNA van verdachte. Geconcludeerd wordt dat het DNA-profiel van verdachte matcht met het DNA profiel dat is bepaald in Noorwegen. De kans dat het sperma van iemand anders is, is kleiner dan één op één miljard.

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1 en 2 primair ten laste gelegde verkrachting heeft begaan.

De verklaring die verdachte heeft afgelegd dient als kennelijk leugenachtig te worden beschouwd. Indien de rechtbank dit niet aanneemt, worden de verklaringen van aangeefsters ondersteund door de getuigen [getuige 1] en [getuige 2] . Daarnaast ondersteunen ook de app-gesprekken van [slachtoffer 1] haar verklaring. De officier van justitie voert aan dat verdachte misbruik heeft gemaakt van aangeefster [slachtoffer 1] haar toestand van verminderd bewustzijn. Hierbij is hij op haar gaan liggen en heeft hij haar uitgekleed en heeft seks met haar gehad. Er is sprake van een vooropgezette werkwijze van verdachte, hij heeft haar drank geschonken. Ook heeft verdachte enig geweld gebruikt, gelet op de blauwe plekken en de pijn die het slachtoffer heeft ondervonden.

Ten aanzien van aangeefster [slachtoffer 2] is sprake van schakelbewijs. De afzonderlijke aangiftes worden immers gekenmerkt door dezelfde modus operandi; via social media wordt afgesproken en de locatie is telkens de woning van verdachte. Daar wordt drank genuttigd, welke verdachte inschenkt, er wordt zwoel gedanst en de vrouwen worden betast. Aangeefsters raken het bewustzijn kwijt in de woning van verdachte en gedurende die periode heeft hij seks met hen. Deze overeenkomende werkwijze in combinatie met de aangiftes, de verklaringen van anderen en de appberichten, is voldoende om de feitelijke handelingen zoals ten laste gelegd bewezen te verklaren.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat de verklaring van verdachte, afgelegd bij de politie, op grond van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering voor het bewijs uitgesloten dient te worden, nu sprake is van ongeoorloofde druk bij het politieverhoor. Verdachte was hierdoor geïntimideerd en beledigd en was niet meer in staat om verder en open te verklaren.

De raadsman van verdachte heeft zich verder op het standpunt gesteld dat voor de onder 1 ten laste gelegde verkrachting onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is, nu de verklaring van [slachtoffer 1] niet, dan wel onvoldoende wordt ondersteund door een ander bewijsmiddel. Het DNA-bewijs levert onvoldoende steunbewijs op, nu het seksuele contact door verdacht niet wordt betwist. Ook is er geen steunbewijs voor de opzet op dwang; het geconstateerde letsel is daartoe onvoldoende. De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat er geen omstandigheden zijn beschreven of inzichtelijk zijn gemaakt die opzet op onvrijwilligheid aantonen. Ten slotte heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat er twijfels bestaan over de betrouwbaarheid van de verklaring van aangeefster [slachtoffer 1] . Haar verklaring is niet consistent en niet geloofwaardig. Nu er geen steunbewijs is voor de aangifte van [slachtoffer 1] , dient volgens de raadsman van verdachte vrijspraak te volgen met betrekking tot de onder 1 primair ten laste gelegde verkrachting, omdat het bestanddeel ‘dwingen’ niet kan worden bewezen.

Ten aanzien van het onder 1 subsidiair ten laste gelegde heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat ook hier niet aan het bewijsminimum is voldaan en dat bovendien het bewijs niet voldoende overtuigend is. Immers, er is geen bewijs dat [slachtoffer 1] in staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde tijdens de seks

Ten aanzien van feit 2 primair en subsidiair heeft de raadsman aangevoerd dat niet aan het bewijsminimum is voldaan. De verklaring van aangeefster [slachtoffer 2] is onvoldoende betrouwbaar en niet bruikbaar voor het bewijs, nu zij aanvankelijk niet zeker was wat er was gebeurd en zij pas na enige tijd heeft verklaard dat sprake was van een verkrachting. Ook bevat het dossier geen bewijs voor de dwang of verminderd bewustzijn. Dat [slachtoffer 2] het gebeurde zich slecht herinnert, betekent niet dat sprake was van een dergelijke toestand. Als hier al sprake van zou zijn, blijkt bovendien niet dat dit kenbaar was voor verdachte.

Gelet op het voorgaande heeft de raadsman aangevoerd dat de omstandigheden in dit dossier het gebruik van schakelbewijs niet toelaten. Er is geen sprake van tenminste één bewijsbare zaak en er valt geen voldoende onderscheidende modus operandi te destilleren.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank komt tot een bewezenverklaring van de onder 1 en 2 primair ten laste gelegde feiten en overweegt daartoe als volgt.

Uitsluiting van het bewijs van de verklaring verdachte

Volgens de raadsman dienen de verklaringen die verdachte bij de politie heeft afgelegd te worden uitgesloten van het bewijs, nu sprake is van ontoelaatbare druk bij het politieverhoor. Dit verweer van de raadsman wordt verworpen. Ongeacht of er al dan niet sprake is geweest van vermeende ongeoorloofde pressie op verdachte van de zijde van de opsporingsambtenaren, leidt dit niet tot het door de verdediging gewenste gevolg. Wil een verweer op een vormverzuim tijdens het voorbereidend onderzoek kunnen slagen, dan dient dit verzuim op grond van artikel 359 a Sv onherstelbaar te zijn. De rechtbank stelt vast dat aan deze voorwaarde niet is voldaan. Verdachte heeft immers de mogelijkheid gehad (hij was hiertoe uitgenodigd maar is niet verschenen) om tijdens het voorbereidend onderzoek bij de rechter-commissaris een verklaring af te leggen Hij heeft er evenwel kennelijk voor gekozen daarvan geen gebruik te maken.

Betrouwbaarheid verklaringen aangeefsters

Anders dan de raadsman acht de rechtbank de verklaringen van aangeefsters [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] consistent en voldoende gedetailleerd en derhalve betrouwbaar. De rechtbank zal deze verklaringen dan ook gebruiken voor het bewijs. Het verweer van de raadsman wordt verworpen.

Seks met de aangeefsters

Verdachte heeft -uiteindelijk- bekend dat hij seks heeft gehad met aangeefster [slachtoffer 1] . Ten aanzien van aangeefster [slachtoffer 2] heeft hij in het geheel niet verklaard. Wel heeft verdachte verklaard dat hij geen afspraak heeft gemaakt met iemand via Tinder. Nu de rechtbank de verklaring van [slachtoffer 2] betrouwbaar acht, en voorts in de telefoon van verdachte op de bewuste datum van 24 september 2014 de afspraak ‘ [slachtoffer 2] 20.00 uur’ (de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 2] ) staat vermeld en op de tablet van verdachte een filmpje is aangetroffen waarop [slachtoffer 2] zichzelf heeft herkend, acht de rechtbank bewezen dat verdachte met [slachtoffer 2] heeft afgesproken en seks met haar heeft gehad.

Dwingen door geweld

Aangeefster [slachtoffer 1] heeft verklaard dat zij letsel en blauwe plekken heeft, waarvan zij stelt dat die zijn veroorzaakt door het verzet dat zij heeft gepleegd. Bij de rechter-commissaris heeft zij verklaard dat zij zich flitsen herinnert. Dat verdachte bovenop haar lag en zij probeerde hem van haar af te krijgen. Ze herinnert zich dat ze met hem aan het vechten was; ze schopte maar kon zich niet bewegen. De blauwe plek in haar nek kan ze niet verklaren, maar was wel van die avond. Daarbij heeft aangeefster [slachtoffer 1] verklaard dat zij nooit seks wil met iemand als zij een relatie met een ander heeft en ongesteld is. Ook in het Whatsapp bericht heeft aangeefster aan verdachte geschreven dat zij het gevoel heeft dat er misbruik van haar is gemaakt en dat zij geen seks met hem wilde en dat ze hoopt dat verdachte in de toekomst eerst toestemming vraagt voor hij iets met iemand doet

De rechtbank is van oordeel dat gelet op de locaties van de letsels -te weten de hals, de dij, de knie en de kuit- en de aard van het letsel, aannemelijk is dat deze zijn veroorzaakt door het toepassen van geweld. Deze bovenomschreven letsels kunnen naar het oordeel van de rechtbank niet anders worden uitgelegd dan het gevolg van op [slachtoffer 1] toegepast geweld, ten tijde van het dulden van seksuele handelingen, waaronder het seksueel binnendringen, tegen de wil van [slachtoffer 1] .

Daarbij overweegt de rechtbank dat de arts in het ziekenhuis in Noorwegen heeft vastgesteld dat het letsel in overeenstemming is met stomp geweld, dat afkomstig lijkt te zijn van recente en niet geheel recente handelingen en dat deze tijdens het desbetreffende voorval kunnen zijn toegepast. Er zijn geen aanknopingspunten aangevoerd of aannemelijk geworden die de letsels verklaren.

Ook aangeefster [slachtoffer 2] heeft blauwe plekken op haar linker arm en linker been. Ze heeft verklaard dat ze tegengestribbeld moet hebben, omdat je iemand niet zo hard hoeft te grijpen als iemand bewusteloos is. Zij heeft voorts bij de rechter-commissaris verklaard dat ze zich een vaag gevoel herinnert, dat ze gepenetreerd werd in een diepe slaap, dat ze niet snapte wat er gebeurde, dat ze zei dat ze het niet wilde maar dat er niet geluisterd werd en verdachte door bleef gaan. Zij heeft toen geprobeerd hem van zich af te duwen, maar dat dit niet lukte omdat hij heel sterk was.

Hoewel aangeefsters over details verschillend hebben verklaard, is de rechtbank van oordeel dat zij in de kern van hun verklaringen consistent hebben verklaard.

Verdachte heeft tegenstrijdig dan wel in het geheel niet verklaard over hetgeen heeft plaatsgevonden. Zo heeft verdachte aanvankelijk ontkend mensen die hij via couch-surfing of Tinder heeft leren kennen bij hem thuis te hebben ontvangen, en heeft hij ontkend met [slachtoffer 1] seks te hebben gehad. Pas later heeft verdachte verklaard dat hij wel seks met [slachtoffer 1] heeft gehad bij hem thuis, maar dat dit vrijwillig was. Over de blauwe plekken zegt verdachte dat dit niet kan en niet de waarheid is. Daarnaast heeft verdachte tegenstrijdig verklaard over de app-berichten met [slachtoffer 1] , zijn facebook account en over de frequentie en aard van zijn seksuele contacten. Om voornoemde redenen is de rechtbank van oordeel dat de verklaringen van verdachte als niet geloofwaardig terzijde dienen te worden gesteld.

Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat verdachte [slachtoffer 1] door geweld heeft gedwongen seks met hem te hebben, zodat het primair ten laste gelegde kan worden bewezen.

Schakelbewijs

Met betrekking tot de onder 2 primair ten laste gelegde verkrachting van [slachtoffer 2] , is de rechtbank van oordeel dat de verklaring van aangeefster [slachtoffer 1] als

‘schakel’-bewijsmiddel kan dienen.

Volgens vaste jurisprudentie kunnen aangiftes van andere slachtoffers als schakelbewijs in de zaak van een van de andere slachtoffers worden gebruikt, indien er sprake is van een specifieke modus operandi die in de onderscheiden gevallen in overwegende mate overeenkomt en bovendien in ten minste één van die zaken naast de aangifte uit het dossier blijkt van voldoende sterk steunbewijs.

Vast is komen te staan dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het dwingen tot het ondergaan van seksueel binnendringen (verkrachting) van het lichaam van aangeefster [slachtoffer 1] . In de aangiftes van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] is sprake van een zelfde modus operandi: via een profiel met een valse naam, [naam] ( [naam] ) ( [naam] ), contact gemaakt via social media, verdachte doet zich voor als zijnde een salsaleraar, er wordt een afspraak gemaakt in Amsterdam, vervolgens worden aangeefsters bij verdachte thuis uitgenodigd. Daar wordt er erotisch gedanst en wordt door verdachte voor de aangeefsters alcohol ingeschonken. Aangeefsters voelen zich daarop niet lekker worden, moeten overgeven en voelen zich in verminderde staat van bewustzijn. Verdachte heeft vervolgens seks met aangeefsters op zijn bed. Beide aangeefsters hebben daarna blauwe plekken op hun lichaam.

De rechtbank komt met de bewezen verkrachting van [slachtoffer 1] , in combinatie met de aangifte van [slachtoffer 2] en het letsel van [slachtoffer 2] ook tot een bewezenverklaring van de verkrachting van [slachtoffer 2] .

De rechtbank merkt met betrekking tot de overtuiging van de specifieke modus operandi op dat het dossier tevens verklaringen bevat van [getuige 1] en [getuige 2] . Deze vrouwen hebben eveneens verklaard dat zij via social media in contact zijn gekomen met verdachte die zich voordeed als [naam] die dansleraar was, dat er gedronken en erotisch gedanst werd, dat [naam] hen seksueel heeft betast en heeft geprobeerd seks met hen te hebben en dat zij aangeven dit niet te hebben gewild, maar die [naam] toch doorging. Ook bij [getuige 1] leidde dit tot seks tegen haar wil, aldus haar verklaring.

De verdediging heeft eerst bij pleidooi verzocht, ingeval de rechtbank de verklaringen van [getuige 1] en/of [getuige 2] op enigerlei wijze in haar vonnis gebruikt, zij deze getuigen wenst te horen. De rechtbank is van oordeel dat - gelet op al hetgeen bij de behandeling naar voren is gekomen - zij het niet noodzakelijk acht dat deze getuigen zullen worden gehoord.

Dit draagt er toe bij dat de rechtbank bewezen acht dat verdachte de feiten 1 en 2 heeft gepleegd.

De rechtbank is dan ook van oordeel, alles in onderling verband en samenhang bezien, dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het hem onder 1 en 2 primair ten laste gelegde.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in de bijlage vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

Ten aanzien van het onder 1 primair ten laste gelegde

omstreeks 3 december 2014 te Amsterdam, door geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, immers is/heeft hij, verdachte:

- de (spijker)broek en onderbroekvan voornoemde [slachtoffer 1] uitgetrokken en

- met zijn lichaam op voornoemde [slachtoffer 1] gaan liggen waarna voornoemde [slachtoffer 1] niet weg kon komen en zich niet vrijelijk kon bewegen en

- voornoemde [slachtoffer 1] eenmaal of meermalen met kracht bij de armen en/of benen en/of hals/nek heeft vastgegrepen en/of vastgehouden en/

- eenmaal of meermalen zijn penis (met kracht) in de vagina van voornoemde [slachtoffer 1] geduwd.

Ten aanzien van het onder 2 primair ten laste gelegde

omstreeks 24 september 2014 te Amsterdam, door geweld [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot het ondergaan van die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van voornoemde [slachtoffer 2] , immers is/heeft hij, verdachte:

- met zijn lichaam op voornoemde [slachtoffer 2] gaan liggen waardoor voornoemde [slachtoffer 2] niet onder hem vandaan kon komen enzich niet vrijelijk kon bewegen en

- voornoemde [slachtoffer 2] eenmaal of meermalen met kracht bij de arm(en) vastgepakt en/of vastgehouden en

- eenmaal of meermalen zijn penis (met kracht) in de vagina van voornoemde [slachtoffer 2] geduwd.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straffen en maatregelen

8.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door haar onder 1 primair en 2 primair bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 jaar, met aftrek van voorarrest. Daarnaast vordert de officier van justitie de gevangenneming van verdachte en voert daartoe de 12 jaarsgrond en het vluchtgevaar aan.

Verder heeft de officier van justitie toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] gevorderd, met toekenning van de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van strafrecht.

Het beslag kan worden geretourneerd aan de rechthebbende [slachtoffer 1] .

8.2.

Het strafmaatverweer van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit en heeft zich daarbij op het standpunt gesteld dat de benadeelde partijen niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard. Subsidiair heeft de verdediging betwist dat er schade is geleden dan wel dat er causaal verband bestaat tussen de schade en de gedraging. De kosten van een -duurdere- psycholoog moeten voor rekening van benadeelde blijven en de hoogte van de immateriële schadevergoeding dient te worden gematigd. Voorts dient de schadevergoedingsmaatregel niet opgelegd te worden, nu verdachte niet in staat is tijdig te betalen.

8.3.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de verkrachting van twee jonge vrouwen die hij via social media heeft ontmoet. De slachtoffers zijn, ieder afzonderlijk, met verdachte naar zijn huis gegaan, waar seks tegen de wil van de slachtoffers heeft plaatsgevonden. Hierbij is geweld gebruikt en letsel ontstaan bij de slachtoffers. Gelet op de wijze waarop verdachte tot de verkrachtingen is gekomen, is de rechtbank van oordeel dat verdachte geraffineerd en beredeneerd te werk is gegaan. Hij heeft misbruik gemaakt van het vertrouwen dat aangeefsters in verdachte meenden te kunnen stellen door zich voor te doen als een betrouwbare dansleraar zonder bijkomende bedoelingen.

Uiteindelijk heeft verdachte de slachtoffers in een positie gebracht waarin zij zich niet konden verweren noch konden vluchten. Verdachte heeft hiermee een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van aangeefsters.

Seksuele delicten hebben voor de slachtoffers vaak ernstige en langdurige psychische gevolgen. In de onderhavige zaak blijken deze nadelige gevolgen van de verkrachting uit de ter terechtzitting voorgehouden slachtofferverklaringen.

Bovendien houdt de rechtbank er rekening mee dat verdachte er op geen enkel moment blijk van heeft gegeven zich te realiseren wat hij zijn slachtoffers heeft aangedaan (hij is immers tweemaal niet ter terechtzitting verschenen en heeft evenmin gehoor gegeven aan een oproep te verschijnen bij de rechter commissaris). Van enige spijt is niet gebleken.

Uit de verklaringen van één van de slachtoffers blijkt dat het belangrijk is dat geen enkele andere vrouw hetzelfde zal overkomen als wat haar is overkomen.

De rechtbank ziet mede daarin aanleiding een deel van de vrijheidsbenemende straf in voorwaardelijke vorm op te leggen, om de verdachte er van te weerhouden zich in de toekomst nog eens schuldig te maken aan een dergelijk feit.

De rechtbank houdt daarnaast in matigende zin rekening met het feit dat verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten met justitie in aanraking is geweest en sinds de verkrachtingen reeds enige tijd is verstreken. De rechtbank heeft voorts acht geslagen op de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS).

De vordering gevangenneming wordt afgewezen.

Ten aanzien van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

De benadeelde partij [slachtoffer 1] vordert € 3.399,65 aan materiële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente, € 783,34 aan reis- en verblijfkosten,

€ 1.803,83 kosten psycholoog en € 812,48 kosten chiropractor.

Voorts heeft de benadeelde partij in haar toelichting de nog te lijden schade begroot op

€ 500,-. Daarbij vordert de benadeelde partij € 5.000,- aan immateriële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente.

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de door de benadeelde partij gevorderde immateriële schadevergoeding bij eventuele toewijzing door de rechtbank dient te worden gematigd.

Vast staat dat aan de benadeelde partij door het onder feit 1 bewezenverklaarde rechtstreeks schade is toegebracht.

De rechtbank concludeert dat de vordering tot materiële schadevergoeding tot een bedrag van in totaal € 3.399,65 zal worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. De vordering tot immateriële schadevergoeding zal tot een bedrag van € 2.000,- worden toegewezen.

De benadeelde partij zal voor zover zij materiële schadevergoeding van € 500,- heeft gevorderd voor nog te lijden schade, niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering. De benadeelde partij kan dat deel van haar vordering desgewenst bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

In het belang van de benadeelde partij wordt, als extra waarborg voor betaling aan laatstgenoemde, de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht aan verdachte opgelegd.

Voorts dient de verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

Ten aanzien van de benadeelde partij [slachtoffer 2]

De benadeelde partij [slachtoffer 2] vordert € 860,- aan materiële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente. Te weten € 1.248,94 aan kosten psycholoog minus

€ 388, 94 vergoede schade door zorgverzekering. Daarbij vordert de benadeelde partij

€ 5.000,- aan immateriële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente.

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de door de benadeelde partij gevorderde immateriële schadevergoeding bij eventuele toewijzing door de rechtbank dient te worden gematigd.

Vast staat dat aan de benadeelde partij door het onder feit 2 bewezenverklaarde rechtstreeks schade is toegebracht.

De rechtbank concludeert dat de vordering tot materiële schadevergoeding tot een bedrag van in totaal € 860,- zal worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. De vordering tot immateriële schadevergoeding zal tot een bedrag van € 2.000,- worden toegewezen.

In het belang van de benadeelde partij wordt, als extra waarborg voor betaling aan laatstgenoemde, de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht aan verdachte opgelegd.

Voorts dient de verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 57, 242 van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

10 Beslissing

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Ten aanzien van de feiten 1 en 2:

Verkrachting, meermalen gepleegd.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 36 (zesendertig) maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Beveelt dat een gedeelte, groot 6 (zes) maanden, van deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast.

Stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt.

Wijst de vordering van [slachtoffer 1] , toe tot € 5.399,65 (vijfduizenddriehonderdnegenennegentig euro en vijfenzestig cent).

Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [slachtoffer 1] voornoemd.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat € 5.399,65 (vijfduizenddriehonderdnegenennegentig euro en vijfenzestig cent) te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal wordt deze betalingsverplichting vervangen door hechtenis van 61 dagen . De toepassing van die hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.

Verklaart de vordering voor het overige niet-ontvankelijk.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

Wijst de vordering van [slachtoffer 2] , toe tot € 2.860,- (achtentwintighonderdzestig euro).

Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [slachtoffer 2] voornoemd.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 2] , aan de Staat € 2.860,- (achtentwintighonderdzestig euro) te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal wordt deze betalingsverplichting vervangen door hechtenis van 38 dagen. De toepassing van die hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

Dit vonnis is gewezen door

mr. J.P.W. Helmonds, voorzitter,

mrs. J. Knol en M.M.L.A.T. Doll, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M. Kruit, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 19 september 2017.