Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2017:6666

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
14-09-2017
Datum publicatie
15-09-2017
Zaaknummer
AMS 17/5118
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

De burgemeester mag een fietsenwinkel in Amsterdam voor onbepaalde tijd sluiten, omdat het vermoeden bestaat dat de eigenaar zich schuldig heeft gemaakt aan heling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: AMS 17/5118

uitspraak van de voorzieningenrechter van 14 september 2017 in de zaak tussen

[verzoeker] , te [vestigingsplaats] , verzoeker

(gemachtigde: mr. M.A. Schricker),

en

de burgemeester van de gemeente Amsterdam, verweerder

(gemachtigde: mr. A.J. Wilschut).

Partijen worden hierna [verzoeker] en de burgemeester genoemd.

Procesverloop

Bij besluit van 28 augustus 2017 (het besluit) heeft de burgemeester de sluiting bevolen van [verzoeker] aan de [adres] voor onbepaalde tijd met ingang van 31 augustus 2017.

[verzoeker] heeft tegen het besluit bezwaar gemaakt. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

De burgemeester heeft schriftelijk bevestigd dat de winkel niet zal worden gesloten totdat de voorzieningenrechter uitspraak heeft gedaan op het verzoek.

Het onderzoek op de zitting heeft plaatsgevonden op 7 september 2017. [naam 1] is als eigenaar verschenen namens [verzoeker] , bijgestaan door zijn gemachtigde. De burgemeester heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Tevens was namens de burgemeester aanwezig [naam 2] en namens [verzoeker] [naam 3] .

Overwegingen

1.1

[verzoeker] is een fietsenwinkel aan de [adres] .

1.2

Op 29 juli 2017 heeft de politie een bestuurlijke rapportage verstrekt aan de burgemeester. Uit de bestuurlijke rapportage volgt dat in de periode november 2015 tot en met juli 2017 vier registercontroles zijn gehouden bij [verzoeker] . Daarbij zijn in totaal zes gestolen fietsen aangetroffen en in beslag genomen. Op 10 november 2015 zijn er twee gestolen fietsen aangetroffen en op 5 april 2016 is één gestolen fiets aangetroffen. Op

20 april 2017 zijn twee fietsen aangetroffen die van diefstal afkomstig waren en op

28 juli 2017 werd een gestolen fiets aangetroffen welke te koop stond aangeboden middels een prijskaartje om het stuur. In al deze gevallen kon de eigenaar [naam 1] niet aantonen op welke manier hij deze fietsen heeft ingekocht vanwege het ontbreken van deze gegevens in zijn register. Bovendien is er een melding binnen gekomen van een bezoeker die in een uur tijd tweemaal een onverzorgd uitziend type een fiets ziet brengen bij de fietsenwinkel waarna hij contant betaald krijgt voor deze fietsen. Er wordt sterk de indruk gewekt dat de handelaar willens en wetens in gestolen fietsen handelt, aldus de bestuurlijke rapportage.

2. De burgemeester heeft naar aanleiding van deze rapportage zijn besluit genomen. De burgemeester stelt zich op het standpunt dat het geopend blijven van de winkel een gevaar oplevert voor de openbare orde. De exploitant heeft zijn administratie onvoldoende op orde, waardoor niet valt te achterhalen bij wie de aangetroffen gestolen fietsen zijn ingekocht. Bovendien is niet gecontroleerd of de fietsen van diefstal afkomstig waren. De sluiting levert geen strijd op met het proportionaliteitsbeginsel. Exploitant had eerder maatregelen kunnen nemen en heeft daarvoor voldoende tijd gehad sinds de eerste registercontrole, aldus de burgemeester.

3. [verzoeker] is het hier niet mee eens. Hij heeft inderdaad fouten gemaakt, maar, de sluiting is volgens hem onevenredig. Een sluiting voor onbepaalde tijd betekent immers een faillissement en daardoor komen ook twee werknemers, die vanuit de bijstand komen, zonder werk te zitten. De sluiting heeft ook een mogelijke executieverkoop van de woning van [naam 1] tot gevolg. Een alternatieve sanctie zoals een last onder dwangsom of een sluiting voor bepaalde duur, bijvoorbeeld één of drie maanden, is ook mogelijk. Daarmee wordt [verzoeker] voldoende gestimuleerd om de vermeende overtredingen tot nul te beperken. [naam 1] gaat een cursus volgen of iemand inschakelen om het ingewikkelde register Digitale Opkoop Registratie (DOR) bij te houden en daarnaast koopt hij geen fiets(onderdelen) meer van particulieren.

4.1

De voorzieningenrechter gaat na of er een voorlopige voorziening moet worden getroffen omdat de uitkomst in de bezwaarprocedure niet kan worden afgewacht. Hij let daarbij op de belangen van partijen, waarbij hij een afweging moet maken tussen aan de ene kant het belang van [verzoeker] dat zo snel mogelijk een voorziening wordt getroffen en aan de andere kant de belangen van de burgemeester bij de onmiddellijke uitvoering van het besluit. Dit staat in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Er is in de regel geen reden om een voorlopige voorziening te treffen als de voorzieningenrechter van oordeel is dat het bestreden besluit rechtmatig is. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend voor de rechtbank in een eventuele beroepsprocedure.

4.2

De voorzieningenrechter overweegt allereerst dat het bevel tot sluiting van de winkel door de burgemeester op artikel 2.10, eerste lid, aanhef en onder b, van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) is gebaseerd. Daarmee heeft de burgemeester opgetreden ter onmiddellijke handhaving van de openbare orde. Dit komt ook uitdrukkelijk uit de ‘Notitie inzake het sluitings- en heropeningsbeleid met betrekking tot artikel 13b van de Opiumwet en artikel 2.7 (thans artikel 2.10) van de APV’ (de notitie) naar voren. Onder punt 2 van de notitie is expliciet bepaald dat een inrichting kan worden gesloten als sprake is van heling die de openbare orde ernstig verstoort of dreigt te verstoren. Daarbij is de sluiting niet gericht tegen de ondernemer, maar op het herstellen van de openbare orde. Ook staat in de notitie dat aan de sluiting geen einddatum wordt verbonden.

4.3

Namens de burgemeester is op de zitting verder toegelicht dat aan de controle op heling door fietsenwinkels sinds 2015 meer prioriteit wordt gegeven. De burgemeester sluit nu fietsenwinkels waar heling wordt geconstateerd voor onbepaalde tijd. Bij een heropeningsverzoek wordt vervolgens bekeken of de openbare orde hersteld is en de burgemeester voldoende vertrouwen heeft om de winkel weer te openen. Een snel ingediend goed onderbouwd heropeningsverzoek kan er onder omstandigheden toe leiden dat de sluiting feitelijk niet veel langer dan één maand hoeft te duren.

4.4

De voorzieningenrechter stelt vast dat het besluit overeenkomstig met de notitie is genomen. De vraag is nog wel of er in dit geval afgeweken moet worden van de notitie, met name of er een bepaalde termijn aan de sluiting verbonden dient te worden. [verzoeker] wil immers vooraf weten waar hij aan toe is.

4.5

De voorzieningenrechter is van oordeel dat de burgemeester in dit geval niet gehouden is om de sluiting, een herstelsanctie, van te voren te beperken tot een bepaalde periode. De wet maakt een sluiting voor onbepaalde tijd immers mogelijk. Die sluiting is ook niet op voorhand ongelimiteerd. Er bestaat immers de mogelijkheid om via een heropeningsverzoek de sluiting te laten beëindigen indien is voldaan aan de daarvoor geldende voorwaarden. Bij een heropening kan ook (anders dan bij het bevel tot sluiting) ook de vraag naar (het ontbreken van) verwijtbaarheid een rol spelen. Op de zitting is ook besproken dat de herstelmaatregelen in dit geval wellicht overzichtelijk zijn, omdat het correct bijhouden van het DOR systeem al veel risico’s zou wegnemen. Dat zou ook een begunstigende factor kunnen zijn voor een geslaagd heropeningsverzoek.

4.6

Niet is gebleken van (verdere) bijzondere omstandigheden die de burgemeester aanleiding hadden moeten geven om af te wijken van het in de notitie gevoerde beleid ten aanzien van sluiting van de winkel. [verzoeker] is al meerdere malen gewezen op zijn verantwoordelijkheid om een juiste registratie bij te houden en geen gestolen fietsen in zijn onderneming te hebben. [verzoeker] had dus voldoende gelegenheid maatregelen te nemen.

5. De voorzieningenrechter wijst het verzoek dan ook af. Dit betekent dat het besluit niet geschorst wordt en de fietsenwinkel dicht moet.

6. Voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van het griffierecht bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. H.J. Tijselink, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.E. van Bruggen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op

14 september 2017.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.