Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2017:6643

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
17-08-2017
Datum publicatie
21-09-2017
Zaaknummer
13/751611-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

overlevering / Slowakije / verweer detentieomstandigheden verworpen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM,

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/751611-17

RK-nummer: 17/3708

Datum uitspraak: 17 augustus 2017

UITSPRAAK

op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 12 juni 2017 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 14 december 2015 door de single judge of the Dunajská Streda District Court (Slowakije) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon] ,

geboren te [geboorteplaats] (Bulgarije) op [geboortedatum] 1978,

ingeschreven in de Basisregistratie personen en verblijvend op het [woonadres] ,

thans gedetineerd in het [naam huis van bewaring] ,

hierna te noemen “de opgeëiste persoon”.

1 Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 3 augustus 2017. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. R. Vorrink.

De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door mr. Th.J.A. Winnubst, waarnemend voor mr. J.G. Gillese, advocaat te ‘s-Hertogenbosch en door een tolk in de Bulgaarse taal.

De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak zou moeten doen met dertig dagen verlengd. De reden hiervan is gelegen in het feit dat de rechtbank er niet in slaagt binnen de in de wet bepaalde termijn uitspraak te doen.

2 Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Bulgaarse nationaliteit heeft.

3 Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van een Detention order of the Dunajská Streda District Court (Slowakije), no. Tp/23/2014 van 9 april 2014.

De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar het recht van Slowakije strafbaar feit.

Dit feit is omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.

4 Strafbaarheid

Feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist

De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het feit niet aangeduid als feit waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval alleen worden toegestaan indien voldaan wordt aan de kaderbesluitconform uitgelegde eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW juncto artikel 7, eerste lid, onder a, 2e OLW zijn neergelegd..

De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.

Het feit levert naar Nederlands recht op:

diefstal

5 Detentieomstandigheden

De raadsman heeft betoogd dat het overleveringsverzoek moet worden geweigerd omdat sprake is van een dreigende onmenselijke behandeling. Volgens de opgeëiste persoon is de situatie in de Slowaakse gevangenissen slecht en verblijven gedetineerden met vier tot zes personen in kleine cellen. Het Europees Comité voor de Preventie van Foltering en Onmenselijke of Vernederende Behandeling of Bestraffing (CPT) heeft in de bedoelde omstandigheden in Slowaakse gevangenissen kennelijk aanleiding gezien om binnenkort, in 2018, een bezoek aan Slowakije te brengen, aldus de raadsman.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat niet is gebleken dat sprake is van een reëel gevaar voor een onmenselijke behandeling in Slowaakse detentiecentra en dat bij het laatste bezoek van het CPT aan Slowakije in 2013 de situatie over het algemeen goed is bevonden.

De rechtbank overweegt als volgt

Het meest recente rapport van het CPT inzake Slowakije dateert van 25 november 2014 en betreft de bevindingen van de delegatie van het CPT die Slowakije van 24 september 2013 tot 3 oktober 2013 heeft bezocht. Volgens dit rapport waren de verblijfsomstandigheden in alle door de commissie bezochte detentiecentra adequaat. Alle cellen die de delegatie had gezien waren groot genoeg voor het aantal gedetineerden (tussen de 6 en 10 m² voor eenpersoonscellen en rond de 11 m² voor tweepersoonscellen). Verder verkeerden de cellen in goede staat van onderhoud, waren deze voldoende schoon, toegerust en verwarmd en hadden deze adequate toegang tot daglicht en kunstlicht. De rechtbank is niet ambtshalve gebleken van jurisprudentie of berichtgeving in de media die doet twijfelen aan voornoemde informatie en de verdediging heeft haar stelling dat het in het CPT geschetste beeld onjuist is niet met objectieve stukken onderbouwd. De stelling van de verdediging dat het voorgenomen bezoek van het CPT aan Slowakije in 2018 verband houdt met verslechterde omstandigheden in de detentiecentra aldaar, is evenmin onderbouwd. De rechtbank verwerpt het verweer.

6 Slotsom

Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering te worden toegestaan.

7 Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 310 Wetboek van Strafrecht, 2, 5 en 7 OLW.

8 Beslissing

STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan de single judge of the Dunajská Streda District Court (Slowakije) ten behoeve van het in Slowakije tegen hem gerichte strafrechtelijk onderzoek naar het feit waarvoor zijn overlevering wordt verzocht.

Aldus gedaan door

mr. M. van Mourik, voorzitter,

mrs. W.A.J.P. van den Reek en J. Edgar, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. J.B.C. van der Veer, griffier,

en uitgesproken ter openbare zitting van 17 augustus 2017.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.