Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2017:6607

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
13-09-2017
Datum publicatie
22-09-2017
Zaaknummer
C/13/486440 / HA ZA 11-944
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Luchtvaartkartel. Rechtsgeldigheid cessies aan litigation vehicle. Stelplicht en bewijslast. Niet in strijd met fiduciaverbod. Vorderingen voldoende bepaalbaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

Vonnis van 13 september 2017

in de volgende zaken:

zaaknummer / rolnummer: C/13/486440 / HA ZA 11-944 (Equilib I)

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

EQUILIB NETHERLANDS B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres,

advocaat mr. M.H.J. van Maanen,

tegen

1. de naamloze vennootschap

KONINKLIJKE LUCHTVAARTMAATSCHAPPIJ N.V.,

gevestigd te Amstelveen,

advocaat mr. J.S. Kortmann,

2. de naamloze vennootschap

MARTINAIR HOLLAND N.V.,

gevestigd te Haarlemmermeer,

advocaat mr. J.S. Kortmann,

3. de rechtspersoon naar buitenlands recht

SOCIÉTÉ AIR FRANCE S.A.,

gevestigd te Tremblay en France, Frankrijk,

advocaat mr. drs. D.A.M.H.W. Strik,

gedaagden,

en

4. de vennootschap naar buitenlands recht

SINGAPORE AIRLINES CARGO PTE LTD,

gevestigd te Singapore,

advocaat mr. I.W. VerLoren van Themaat,

5. de vennootschap naar buitenlands recht

SINGAPORE AIRLINES LIMITED,

gevestigd te Singapore,

advocaat mr. I.W. VerLoren van Themaat,

6. de rechtspersoon naar buitenlands recht

LUFTHANSA CARGO A.G.,

gevestigd te Kelsterbach, Duitsland,

advocaat mr. P.N. Malanczuk,

7. de rechtspersoon naar buitenlands recht

DEUTSCHE LUFTHANSA A.G.,

gevestigd te Keulen, Duitsland,

advocaat mr. P.N. Malanczuk,

8. de rechtspersoon naar buitenlands recht

SWISS INTERNATIONAL AIR LINES A.G.,

gevestigd te Basel, Zwitserland,

advocaat mr. P.N. Malanczuk,

9. de rechtspersoon naar buitenlands recht

BRITISH AIRWAYS PLC,

gevestigd te Harmondsworth, Verenigd Koninkrijk,

advocaat mr. D.J. Beenders,

10. de rechtspersoon naar buitenlands recht

AIR CANADA,

gevestigd te Saint Laurent, Canada,

advocaat mr. K.A.J. Bisschop,

11. de rechtspersoon naar buitenlands recht

CATHAY PACIFIC AIRWAYS LIMITED,

gevestigd te Hong Kong, China,

advocaat mr. Ph.W.M. ter Burg,

gevoegde partijen,

en

zaaknummer / rolnummer: C/13/561169 / HA ZA 14-283 (Equilib II)

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

EQUILIB NETHERLANDS B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

advocaat: mr. M.H.J. van Maanen,

eiseres,

tegen

1. de naamloze vennootschap

KONINKLIJKE LUCHTVAART MAATSCHAPPIJ N.V.,

gevestigd te Amstelveen,

advocaat mr. J.S. Kortmann,

2. de naamloze vennootschap

MARTINAIR HOLLAND N.V.,

gevestigd te Haarlemmermeer,

advocaat mr. J.S. Kortmann,

3. de naamloze vennootschap naar buitenlands recht

SOCIÉTÉ AIR FRANCE S.A.,

gevestigd te Tremblay en France, Frankrijk,

advocaat mr. dr. D.A.M.H.W. Strik;

4. de rechtspersoon naar buitenlands recht

LUFTHANSA CARGO A.G.,

gevestigd te Kelsterbach, Duitsland,

advocaat mr. P.N. Malanczuk,

5. de rechtspersoon naar buitenlands recht

DEUTSCHE LUFTHANSA A.G.,

gevestigd te Keulen, Duitsland,

advocaat mr. P.N. Malanczuk,

6. de rechtspersoon naar buitenlands recht

BRITISH AIRWAYS PLC,

gevestigd te Harmondsworth, Verenigd Koninkrijk,

advocaat mr. D.J. Beenders,

gedaagden.

Eiseres in beide zaken zal hierna Equilib worden genoemd. De gedaagde en gevoegde partijen worden hierna gezamenlijk de luchtvaartmaatschappijen genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verdere verloop van de procedure in Equilib I en Equilib II blijkt uit:

  • -

    het vonnis in incident van 25 maart 2015, waarbij onder meer Equilib I en Equilib II zijn gevoegd, met de daarin genoemde processtukken;

  • -

    het vonnis van 22 juli 2015 met beslissingen over het verdere verloop van de procedure, met de daarin genoemde processtukken;

  • -

    de conclusie van repliek van 4 november 2015, tevens akte vermeerdering eis, met producties;

  • -

    de akte vermeerdering eis van 11 november 2015;

  • -

    de akte van depot van Equilib van 24 maart 2016;

  • -

    de conclusies van dupliek van 30 maart 2016 van de luchtvaartmaatschappijen, met producties;

  • -

    het proces-verbaal van de regiezitting van 22 juni 2016, met de daarin genoemde (proces)stukken;

  • -

    de akte overlegging gegevens en vermeerdering eis van 9 november 2016, met producties;

  • -

    de antwoordakten, tevens antwoord vermeerdering eis, van de luchtvaartmaatschappijen van 8 februari 2017, met producties;

  • -

    de antwoordakte rechtsgeldigheid cessies van 5 april 2017 van Equilib, met producties;

  • -

    het proces-verbaal van pleidooi van 11 mei 2017, met de daarin genoemde (proces)stukken;

  • -

    de e-mail van 26 juni 2017 van Equilib, met opmerkingen op het proces-verbaal;

  • -

    de e-mail van 27 juni 2017 van de luchtvaartmaatschappijen, met opmerkingen op het proces-verbaal.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

In een persbericht heeft de Europese Commissie (hierna: de Commissie) opgenomen dat zij in een besluit van 9 november 2010 heeft geoordeeld dat vanaf december 1999 tot 14 februari 2006 brandstof- en veiligheidstoeslagen zijn gecoördineerd ten aanzien van vluchten van, naar en binnen de Europese Economische Ruimte en Zwitserland, door diverse luchtvaartmaatschappijen. Aan elf luchtvaartmaatschappijen, zo is opgenomen in dat persbericht, zijn geldboetes opgelegd voor een totaalbedrag van

€ 799.445.000,-- voor deelname aan een internationaal kartel.

2.2.

Tegen dit besluit (hierna: het oude besluit) is door alle twintig geadresseerden daarvan, met uitzondering van Quantas Airways Limited, beroep ingesteld bij het Gerecht van de Europese Unie (hierna: het Gerecht). Bij arresten van 16 december 2015 heeft het Gerecht de beroepen gegrond verklaard en het oude besluit van de Commissie (ten aanzien van British Airways Plc. gedeeltelijk) nietig verklaard. De Commissie heeft geen beroep ingesteld tegen deze arresten.

2.3.

British Airways Plc. heeft tegen het oude besluit een hogere voorziening ingesteld bij het Hof van Justitie van de Europese Unie. Deze procedure loopt nog.

2.4.

In een persbericht heeft de Commissie opgenomen dat zij in een besluit van 17 maart 2017 wederom heeft geoordeeld dat in de hiervoor onder 2.2 genoemde periode sprake was van een internationaal kartel en dat zij aan elf luchtvaartmaatschappijen geldboetes heeft opgelegd voor een totaalbedrag van € 776.465.000,-- voor deelname aan dat kartel (Besluit van de Commissie van 17 maart 2017 betreffende een procedure op grond van artikel 101 van het verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, artikel 53 van de EER-overeenkomst en artikel 8 van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake luchtvervoer (Zaak AT.39258 – Luchtvracht), hierna: het nieuwe besluit). Het nieuwe besluit is nog niet gepubliceerd. Het merendeel van de geadresseerden van het nieuwe besluit was ten tijde van het pleidooi op 11 mei 2017 voornemens om tegen het nieuwe besluit beroep in te stellen bij het Gerecht.

2.5.

Er zijn, zo stelt Equilib, brandstoftoeslagen en andere toeslagen aan de afzenders van goederen die luchtvrachtdiensten hebben afgenomen (ook wel genoemd shippers) in rekening gebracht via expediteurs (ook wel genoemd freight forwarders).

2.6.

Equilib, sinds 18 december 2012 na een fusie de rechtsopvolger onder algemene titel van Equilib S.A.R.L. (een vennootschap naar Frans recht), is een Nederlandse vennootschap die schadevergoedingsvorderingen (die zijn ontstaan door mededingings-rechtelijke inbreuken) in rechte tracht te verhalen (ook wel genoemd een ‘litigation vehicle’ of ‘claim vehicle’), in dit geval de vorderingen die een aantal shippers meent te hebben op de luchtvaartmaatschappijen ter zake van het hiervoor bedoelde kartel.

2.7.

Equilib koopt de vorderingen op, bundelt deze en gaat deze vervolgens in eigen naam innen. Hiertoe laat Equilib haar ‘cliënten’ (shippers) hun (vermeende) vorderingen aan haar cederen. De door Equilib overgelegde cessiedocumentatie betreft:

  • -

    i) de cessieovereenkomsten/leveringsakten (“hoofdovereenkomsten”) tussen enerzijds de cedenten (shipper en/of moedermaatschappij van een dochtermaatschappij die als shipper luchtvrachtdiensten heeft afgenomen) en anderzijds Equilib (Assignment of Rights Agreements),

  • -

    ii) de overeenkomsten tussen de dochtermaatschappijen, de moedermaatschappijen en Equilib (Intragroup Assignment and Mandate Agreements),

  • -

    iii) de leveringsakten tussen de dochtermaatschappijen en de moedermaatschappijen (Assignments from Subsidiary to Parent),

  • -

    iv) de leveringsakten tussen de moedermaatschappijen en Equilib (Assignments from Parent to Equilib),

  • -

    v) de cessieovereenkomsten/leveringsakten tussen een aantal shippers en Equilib (Supplementary Assignment of Rights Agreements) waarin de eerdere cessies worden bevestigd en waarbij is beoogd vorderingen uit de periode december 1999 en/of vorderingen uit de periode tussen 15 februari 2006 en eind 2008 over te dragen.

2.8.

Equilib heeft voor de cessiedocumentatie diverse modellen gehanteerd, die hierna, voor zover relevant, zullen worden weergegeven.

Volgens Equilib zijn de verschillende modellen in grote lijnen in te delen in modellen met een ‘oude’ considerans waarin nog werd aangenomen dat het kartel van 2000-2007 duurde. In modellen met een ‘nieuwe’ considerans wordt uitgegaan van een kartel tussen december 1999 en 14 februari 2006. De Supplementary Assignment of Rights Agreements zijn aparte modellen die gebaseerd zijn op de daaraan voorafgaande cessies. Deze zijn ingedeeld afhankelijk van de vraag of de voorgaande cessiedocumentatie een ‘oude’ of ‘nieuwe’ considerans had en of sprake is van dochtermaatschappijen. Ten slotte zijn de meest recente cessies ook in een nieuw model gegoten en aangeduid als het ‘2016-model’ (A5, B5, C5 en D5), aldus steeds Equilib.

2.9.

Het door Equilib overgelegde model “A1- Agreement Assignment of Rights oude considerans DEF” tussen de cedent (al dan niet een moedermaatschappij) (in het model aangeduid als ‘Claimant’ of ‘Assignor’) en Equilib (in het model aangeduid als ‘Assignee’) luidt, voor zover hier relevant:

WHEREAS

A. The Commission of the European Communities (…) and several national competition authorities have initiated investigations and/or actual and potential prosecutions against certain major airlines (the “Airlines”) for allegedly having taken part between 2000 and 2007 (the “Cartel Period”) in a cartel which fixed prices, surcharges and levies in relation to international air freight services provided by the Airlines from and to member states of the European Union and other countries (the “Cartel”).

B. The Airlines include but are not limited to: Air France-KLM Airlines, Alitalia, Air Canada, Air New Zealand, All Nippon Airways, Cathay Pacific, Cargolux, Japan Airlines, LAN Airlines, Lufthansa, Malaysian Airlines, Quantas, SAS, Singapore Airlines and Thai A(i)rways.

C. It is alleged that the Airlines have, by means of the Cartel, artificially inflated their international air freight charges during the Cartel Period in an anticompetitive manner and without any valid legal justification. The amount of the artificial inflation in the charges is referred to as the “Overcharge”.

D. Companies that directly and/or indirectly purchased international air freight services from any of the Airlines during the Cartel Period are likely to have suffered loss and damage as a result of the Overcharge and may have one or more claims against the Airlines for compensation.

E. The Claimant directly and/or indirectly purchased international air freight services from one or more of the Airlines during the Cartel Period and has suffered economic and financial loss and damage as a result of the Overcharge (the “Losses”). The Airlines are jointly and severally liable for the Losses.

F. The Claimant has rights to recover compensation for the Losses (the “Rights”) against all or any of the Airlines which have partaken in the Cartel in breach of competition law. Depending upon where, when and how the Losses were incurred, these Rights may be of different nature, legal status and time limitations.

G. In addition to the Rights, the Claimant enjoys all rights accessory to or otherwise necessary for the effective resolution and enforcement of the Rights, including the right to

bring legal proceedings for damages in an appropriate jurisdiction against all or any of the Airlines, the right to settle or compromise the Rights in negotiation with all or any of the Airlines and the right to be paid damages, settlement monies, interest, costs and all other forms of monetary compensation whatsoever which may be payable or recoverable in respect of the Rights (the “Accessory Rights”).

H. The Claimant whishes to assign the Rights and the Accessory Rights (the “Assignment”) to Equilib on the terms and conditions of this Agreement, in order for Equilib to resolve the Rights through either an action for damages or a settlement. Equilib will, subject to the terms of this Agreement, bear all the costs and risks of resolving and enforcing the Rights assigned to it. In consideration for the Assignment, Equilib undertakes to pay to the Claimant a share of any payment that may be made by the Airlines to Equilib in relation to

the Rights.

(…)

2. Assignment of the Rights and the Accessory Rights

2.1

The Assignor hereby assigns and transfers, in full, the Rights and all of the Accessory Rights to the Assignee on the terms and conditions of this Agreement.

2.2

The Assignee hereby acquires the complete ownership and possession of the Rights and the Accessory Rights. The Assignee may henceforth exercise the Rights and the Accessory Rights in its own name, at its own expense and risk, free from any restriction or interference by the Assignor.

2.3

The Assignee shall at its expense, where legally required, make the appropriate notification of the existence and terms of this Assignment to such of the Airlines as the Assignee wishes to resolve or enforce the Rights against.

3. Price of the Assignment

3.1

In consideration for the Assignment, the Assignor will be entitled to a Price equivalent to (…) of the Compensation (…).

3.3

The Assignor acknowledges that the quantum and payment of the Price depends entirely on the Assignee successfully resolving and enforcing the Rights for value through Proceedings or Alternative Resolution.

(…)

8. Buy-Back Option

8.1

With respect to the Rights, should the Assignee within the Performance Period;

( a) fail to commence Proceedings or seek Alternative Resolution (clause 4.2);

( b) decide not to seek to resolve or enforce the Rights following a Negative Opinion notified to the Assignor (clause 4.3); or

( c) cause an event of Default as provided for under clause 4.8;

the Assignor will be granted by the Assignee the right to call back the Rights and the Accessory Rights (the “Buy-Back Option”) in accordance with clause 8.2 below.

(…)

12. Governing law and jurisdiction

This Agreement shall be construed in accordance with and governed by the law of the Netherlands. (…)”.

2.10.

Het door Equilib overgelegde model “A2- Agreement Assignment of Rights nieuwe considerans DEF” tussen de cedent (al dan niet een moedermaatschappij) (in het model aangeduid als ‘Claimant’ of ‘Assignor’) en Equilib (in het model aangeduid als ‘Assignee’) luidt, voor zover hier relevant:

WHEREAS

A. On the 9ͭ ͪ November 2010 the Commission of the European Communities (the “EC”) announced that it had completed investigations into a worldwide cartel (“the Cartel”) affecting air cargo services within the European Economic Area between December 1999 and the 14ͭ ͪ February 2006 (the “Cartel Period”). 14 airlines (the “Airlines”) were found to have illegally fixed fuel and security surcharges on all shipments and the EC imposed fines totalling €799m.

B. The airlines are Air Canada, Air France, British Airways, Cargolux, Cathay Pacific Airways, Japan Airlines, KLM Airlines, LAN Chile, Lufthansa, Martinair, Qantas, SAS, Singapore Airlines and Swiss International Air Lines.

C. The Airlines have, by means of the Cartel, artificially inflated their international air freight charges during the Cartel Period in an anticompetitive manner and without any valid legal justification. The amount of the artificial inflation in the charges is referred to as the “Overcharge”.

D. Companies that directly and/or indirectly purchased international air freight services from any of the Airlines during the Cartel Period are likely to have suffered loss and damage as a result of the Overcharge and may have one or more claims agains the Airlines for compensation.

E. The Claimant directly and/or indirectly purchased international air freight services from one or more of the Airlines during the Cartel Period or have paid fuel and/or security surcharges during the Cartel Period and has suffered economic and financial loss and damage as a result of the Overcharge (the “Losses”). The Airlines are jointly and severally liable for the Losses.

F. The Claimant has rights to recover compensation for the Losses (the “Rights”) against all or any of the Airlines which have partaken in the Cartel in breach of competition law. Depending upon where, when and how the Losses were incurred, these Rights may be of different nature, legal status and time limitations.

G. In addition to the Rights, the Claimant enjoys all rights accessory to or otherwise necessary for the effective resolution and enforcement of the Rights, including the right to

bring legal proceedings for damages in an appropriate jurisdiction against all or any of the Airlines, the right to settle or compromise the Rights in negotiation with all or any of the Airlines and the right to be paid damages, settlement monies, interest, costs and all other forms of monetary compensation whatsoever which may be payable or recoverable in respect of the Rights (the “Accessory Rights”).

H. The Claimant whishes to assign the Rights and the Accessory Rights (the “Assignment”) to Equilib on the terms and conditions of this Agreement, in order for Equilib to resolve the Rights through either an action for damages or a settlement. Equilib will, subject to the terms of this Agreement, bear all the costs and risks of resolving and enforcing the Rights assigned to it. In consideration for the Assignment, Equilib undertakes to pay to the Claimant a share of any payment that may be made by the Airlines to Equilib in relation to

the Rights.

(…)

2. Assignment of the Rights and the Accessory Rights

2.1

The Assignor hereby assigns and transfers, in full, the Rights and all of the Accessory Rights to the Assignee on the terms and conditions of this Agreement.

2.2

The Assignee hereby acquires the complete ownership and possession of the Rights and the Accessory Rights. The Assignee may henceforth exercise the Rights and the Accessory Rights in its own name, at its own expense and risk, free from any restriction or interference by the Assignor.

2.3

The Assignee shall at its expense, where legally required, make the appropriate notification of the existence and terms of this Assignment to such of the Airlines as the Assignee wishes to resolve or enforce the Rights against.

3. Price of the Assignment

3.1

In consideration for the Assignment, the Assignor will be entitled to a Price equivalent to (…) of the Compensation (…).

3.3

The Assignor acknowledges that the quantum and payment of the Price depends entirely on the Assignee successfully resolving and enforcing the Rights for value through Proceedings or Alternative Resolution.

(…)

8. Buy-Back Option

8.1

With respect to the Rights, should the Assignee;

( a) decide not to seek to resolve or enforce the Rights following a Negative Opinion notified to the Assignor (clause 4.1); or

( b) cause an event of Default as provided for under clause 4.5;

the Assignor will be granted by the Assignee the right to call back the Rights and the Accessory Rights (the “Buy-Back Option”) in accordance with clause 8.2 below.

(…)

12. Governing law and jurisdiction

This Agreement shall be construed in accordance with and governed by the law of the Netherlands. (…)”.

2.11.

Het door Equilib overgelegde model “A5- Agreement Assignment of Rights 2016-model DEF” tussen de cedent (al dan niet een moedermaatschappij) (in het model aangeduid als ‘Claimant’ of ‘Assignor’) en Equilib (in het model aangeduid als ‘Assignee’) luidt, voor zover hier relevant:

WHEREAS

A. On 9 November 2010 the European Commission announced that it had rendered a decision that day (the “Decision”) in respect of a cartel (the “Cartel”) affecting air cargo services within the European Economic Area between December 1999 and the 14th February 2006 (the “Cartel Period”) finding 14 Airlines (the “Airlines”) guilty of illegal fixing of fuel and security surcharges (the “Cartel Conduct”). (…)

B. The Airlines are: Air Canada, Air France, British Airways, Cargolux, Cathay Pacific Airways, Japan Airlines, KLM Airlines, LAN Chile, Lufthansa, Martinair, Qantas, SAS, Singapore Airlines and Swiss International Air Lines. (…)

C. The Airlines have, by means of the Cartel, artificially inflated their international air freight charges during the Cartel Period in an anticompetitive manner and without any valid legal justification. The amount of the artificial inflation in the charges is referred to as the “Overcharge”.

D. Companies that directly and/or indirectly purchased international air freight services from any of the Airlines during the Cartel Period are likely to have suffered loss and damage as a result of the Overcharge and may have one or more claims agains the Airlines for compensation. The damages for which compensation can be sought include damages incurred as a result of the effects that the Cartel Conduct has had on the conduct and pricing policy of other airlines that were not a member of the Cartel (“Umbrella Effects”).

E. Recent (preliminary) studies offer strong indications that the Cartel Conduct has caused further damage after the Cartel Period, through lingering effects in respect of the surcharges from 15 February 2006 to the end of 2008 (the “Post-Cartel Period”).

F. The Claimant directly and/or indirectly purchased international air freight services from one or more of the Airlines and other airlines during the Cartel Period and the Post-Cartel Period and has suffered economic and financial loss and damage as a result of the Overcharge and the Umbrella Effects (the “Losses”). The Airlines are jointly and severally liable for the Losses.

G. The Claimant has rights to recover compensation for the Losses (the “Rights”) against all or any of the Airlines which have partaken in the Cartel in breach of competition law. The Rights may differ including in respect of applicable law, their legal status and the applicable limitation periods.

H. In addition to the Rights, the Claimant enjoys all rights accessory to or otherwise necessary for the effective resolution and enforcement of the Rights, including the right to

bring legal proceedings for damages in an appropriate jurisdiction against all or any of the Airlines, the right to settle or compromise the Rights in negotiation with all or any of the Airlines and the right to be paid damages, settlement monies, interest, costs and all other forms of compensation whatsoever which may be payable or recoverable in respect of the Rights (the “Accessory Rights”). (…)

I. The Claimant whishes to sell and assign the Rights and the Accessory Rights (the “Assignment”) to Equilib on the terms and conditions of this Agreement, in order for Equilib to resolve the Rights through either an action for damages or a settlement. Equilib will, subject to the terms of this Agreement, bear all the costs and risks of resolving and enforcing the Rights assigned to it. In consideration for the Assignment, Equilib undertakes to pay to the Claimant a share of any payment that may be made by the Airlines to Equilib in relation to the Rights.

(…)

2. Assignment of the Rights and the Accessory Rights

2.1

The Assignor hereby assigns and transfers, in full, the Rights and all of the Accessory Rights to the Assignee on the terms and conditions of this Agreement.

2.2

The Assignee hereby acquires the complete ownership and possession of the Rights and the Accessory Rights. The Assignee may henceforth exercise the Rights and the Accessory Rights in its own name, at its own expense and risk, free from any restriction or interference by the Assignor.

2.3

The Assignee shall at its expense, where legally required, make the appropriate notification of the existence and terms of this Assignment to such of the Airlines as the Assignee wishes to resolve or enforce the Rights and the Accessory Rights against.

3. Price of the Assignment

3.1

In consideration for the Assignment, the Assignor will be entitled to a Price equivalent to (…) of the Compensation (…).

3.3

The Assignor acknowledges that the quantum and payment of the Price depends entirely on the Assignee successfully resolving and enforcing the Rights and the Accessory Rights for value through Proceedings or Alternative Resolution.

(…)

8. Buy-Back Option

8.1

With respect to the Rights and the Accessory Rights, should the Assignee;

( a) decide not to seek to resolve or enforce the Rights and the Accessory Rights or continue to do so following a Negative Opinion notified to the Assignor (clause 4.1); or

( b) cause an event of Default as provided for under clause 4.5;

the Assignor will be granted by the Assignee the right to call back the Rights and the Accessory Rights (the “Buy-Back Option”) in accordance with clause 8.2 below.

(…)

12. Governing law and jurisdiction

This Agreement shall be construed in accordance with and governed by the law of the Netherlands. (…)”.

2.12.

Het door Equilib overgelegde model “B1- Intragroup Assignment and Mandate Agreement oude considerans DEF”, gesloten tussen Equilib, de moedermaatschappij (in het model aangeduid als ‘Parent’) en de dochtermaatschappij (in het model aangeduid als ‘Subsidiary’), luidt, voor zover hier relevant:

“WHEREAS:

a. The European Commission is investigating alleged cartel behaviour by various airlines believed to have occurred between 1ˢᵗ January 2000 – 14ͭ ͪ February 2007 (“the Cartel Period”) which affected competition within the European Union. The above airlines (“the Airlines”) are believed to include, but are not limited to KLM, Martinair, British Airways, Air France, Asiana, Cargolux, Cathay Pacific, El Al, Japan Air Lines, Korean Airlines, LAN Carco, Aerolinhas Brasileiras, Nippon Cargo Airlines, Qantas, SAS and Lufthansa.

b. The alleged cartel behaviour relates to air cargo services and the fixing of various so-called surcharges between competitors (“the Cartel Conduct”). If proven, this conduct would infringe Articles 101 and/or 102 of the Treaty on the Functioning of the European Union.

c. Subsidiary has directly or indirectly (through freight forwarders) purchased air cargo transportation services from one or more of the Airlines during the Cartel Period, and thus, as a result of the Cartel Conduct, has incurred damages, for which the Subsidiary holds the Airlines both individually and jointly and severally liable (“the Subsidiary’s Claims”);

d. Parent and Equilib have entered into an agreement, concluded on (…), which provides inter alia for Parent to assign (cederen) claims of its own similar to the Subsidiary’s Claims (“the Parent’s Claims”) to Equilib;

e. Parent and Equilib wish to include in the Parent’s Claims the Subsidiary’s Claims and Subsidiary therefore agrees to assign the Subsidiary’s Claims to Parent;

f. Subsidiary grants Equilib a mandate (“last”) under Articles 7:414 (…) Dutch Civil Code to do all that is deemed legally necessary or desirable to find compensation for the Subsidiary’s Claims.

g. This agreement is governed by Dutch law; for this reason Subsidiary as assignor and Parent as assignee will assign by separate deed the Subsidiary’s Claims in accordance with Dutch law, more specifically in accordance with Article 3:94 (1) Dutch Civil Code;

SUBSIDIARY, PARENT AND EQUILIB COVENANT AS FOLLOWS

1. Subsidiary will assign to Parent by separate deed the Subsidiary’s Claims against the Airlines.

2. Subsidiary mandates Equilib pursuant to Articles 7:414 (…) Dutch Civil Code to perform all that is legally necessary or desirable in order to find compensation for the Subsidiary’s Claims, including, but not limited to, interrupting the applicable limitation period and the filing of proceedings.”

2.13.

Het door Equilib overgelegde model “B2 Intragroup Assignment and Mandate Agreement nieuwe considerans DEF”, gesloten tussen Equilib, de moedermaatschappij (in het model aangeduid als ‘Parent’) en de dochtermaatschappij (in het model aangeduid als ‘Subsidiary’), bevat dezelfde bepalingen als het onder 2.12 genoemde model, behoudens onder a en b, welke als volgt luiden:

“a. The European Commission has completed its investigation into a worldwide cartel (“the Cartel”) affecting air cargo services within the European Economic Area between December 1999 and the 14ͭ ͪ February 2006 (“the Cartel Period”) finding the Airlines guilty of illegal fixing of fuel and security surcharges (“the Cartel Conduct”).

b. This conduct infringes Articles 101 and/or 102 of the Treaty on the Functioning of the European Union and entitles companies affected to claim damages for the harm caused.”

2.14.

Het door Equilib overgelegde model “B5 Intragroup Assignment and Mandate Agreement 2016-model DEF”, gesloten tussen Equilib., de moedermaatschappij (in het model aangeduid als ‘Parent’) en de dochtermaatschappij (in het model aangeduid als ‘Subsidiary’), luidt, voor zover hier relevant:

“WHEREAS:

a. On 9 November 2010 the European Commission announced that it had rendered a decision that day (the “Decision”) in respect of a cartel (the “Cartel”) affecting air cargo services within the European Economic Area between December 1999 and the 14th February 2006 (the “Cartel Period”) finding 14 Airlines (the “Airlines”) guilty of illegal fixing of fuel and security surcharges (“the Cartel Conduct”). (…)

b. The Airlines are: Air Canada, Air France, British Airways, Cargolux, Cathay Pacific Airways, Japan Airlines, KLM Airlines, LAN Chile, Lufthansa, Martinair, Qantas, SAS, Singapore Airlines and Swiss International Air Lines. (…)

c. The Airlines have, by means of the Cartel, artificially inflated their international air freight charges during the Cartel Period in an anticompetitive manner and without any valid legal justification. The amount of the artificial inflation in the charges is referred to as the “Overcharge”.

d. Companies that directly and/or indirectly purchased international air freight services from any of the Airlines during the Cartel Period are likely to have suffered loss and damage as a result of the Overcharge and may have one or more claims agains the Airlines for compensation. The damages for which compensation can be sought include damages incurred as a result of the effects that the Cartel Conduct has had on the conduct and pricing policy of other airlines that were not a member of the cartel (“Umbrella Effects”).

e. Recent (preliminary) studies offer strong indications that the Cartel Conduct has caused further damage after the Cartel Period, through lingering effects in respect of the surcharges from 15 February 2006 to the end of 2008 (the “Post-Cartel Period”).

f. Subsidiary has directly and/or indirectly purchased air freight services from one or more of the Airlines and other airlines during the Cartel Period and the Post-Cartel Period and have suffered economic and financial loss and damage as a result of the Overcharge and the Umbrella Effects (the “Losses”). The Airlines are jointly and severally liable for the Losses.

g. The Subsidiary has rights to recover compensation for the Losses (the “Rights”) against all or any of the Airlines which have partaken in the Carel in breach of competition law. The Rights may differ including in respect of applicable law, their legal status and the applicable limitation periods.

h. In addition to the Rights, the Subsidiary enjoys all rights accessory to or otherwise necessary for the effective resolution and enforcement of the Rights, including the right to bring legal proceedings for damages in an appriopriate jurisdiction against all or any of the Airlines, the right to settle or compromise the Rights in negotation with all or any of the Airlines and the right to be paid damages, settlement monies, interest, costs and all other forms of compensation whatsoever which may be payable or recoverable in respect of the Rights (the “Accessory Rights”). The Rights and the Accessory Rights are hereinafter together referred to as the “Subsidiary’s Claims”.

i. Parent and Equilib have entered into an agreement, concluded on (…), which provides inter alia for Parent to sell and assign (cederen) claims of its own similar to the Subsidiary’s Claims (“the Parent’s Claims”) to Equilib; that same agreement contains the actual assignment of the Parent’s Claims to Equilib;

j. Subsidiary hereby wishes to agree to sell and assign the Subsidiary’s Claims to Parent and Parent hereby wishes to agree to subsequently sell and reassign (doorcederen) these claims to Equilib. Equilib wishes to agree to acquire these claims and accept the assignment thereof. (…)

k. Subsidiary, insofar as necessary, grants Equilib a mandate (“last”) under Articles 7:414 Dutch Civil Code to do all that is deemed legally necessary or desirable to find compensation for the Subsidiary’s Claims.

l. This agreement is governed by Dutch law; for this reason Subsidiary as assignor and Parent as assignee will assign by separate deed the Subsidiary’s Claims in accordance with Dutch law, more specifically in accordance with Article 3:94 (1) Dutch Civil Code;

SUBSIDIARY, PARENT AND EQUILIB COVENANT AS FOLLOWS

1. Subsidiary and Parent agree that Subsidiary will sell and assign to Parent by

separate deed the Subsidiary’s Claims against the Airlines.

2. Parent and Equilib agree that Parent will sell and reassign to Equilib by separate

deed the Subsidiary’s Claims against the Airlines. (…)

4. Subsidiary, insofar as necessary, hereby mandates Equilib pursuant to Articles 7:414 Dutch Civil Code to perform all that is legally necessary or desirable in order to find compensation for the Subsidiary’s Claims, including, but not limited to, interrupting the applicable limitation period and the filing of proceedings.”

2.15.

In het door Equilib overgelegde model “C1 - Assignment from Subsidiary to Parent oude considerans DEF” tussen de dochtermaatschappij en de moedermaatschappij staat vermeld, voor zover hier relevant:

“Dear [PARENT],

Pursuant to our agreement, concluded on [DATE INTRAGROUP ASSIGNMENT & MANDATE AGREEMENT WAS SIGNED…..], providing for the reassigning (doorcederen) of our claims (“the Claims”) by you to Equilib, we hereby assign (cederen) to you our Claims against certain airlines which are believed to include, but are not limited to KLM, Martinair, British Airways, Air France, Asiana, Cargolux, Cathay Pacific, El Al, Japan Air Lines, Korean Airlines, LAN Cargo, Aerolinhas Brasileiras, Nippon Cargo Airlines, Qantas, SAS and Lufthansa (“the Airlines”).

If you are required to notify the Airlines of this assignment you may do so by giving them a copy of this letter which summaries the background to the assignments as follows:

a. The European Commission is investigating alleged cartel behaviour by the Airlines believed to have occurred between 1ˢͭ January 2000 – 14ͭ ͪ Februari 2007 (“the Cartel Period”) which affected competition within the European Union.

b. The alleged cartel behaviour relates to air cargo services and the fixing of various so-called surcharges between competitors (“the Cartel Conduct”). If proven, this conduct would infringe Articles 101 and/or 102 of the Treaty on the Functioning of the European Union.

c. We have directly or indirectly (through freight forwarders) purchased air cargo transportation services from one or more of the Airlines during the Cartel Period, and thus, as a result of the Cartel Conduct, have incurred damages, for which we hold the Airlines both individually and jointly and severally liable by means of the Claims.

d. We have assigned (gecedeerd) to you our Claims concerning the aforementioned damages.

e. Our agreement mentioned above is governed by Dutch law; for this reason the present assignment occurs in accordance with Dutch law. (…)”.

2.16.

In het door Equilib overgelegde model “C2 - Assignment from Subsidiary to Parent nieuwe considerans DEF” tussen de dochtermaatschappij en de moedermaatschappij staat vermeld, voor zover hier relevant:

“Dear Parent,

Pursuant to our agreement, concluded on [DATE INTRAGROUP ASSIGNMENT & MANDATE AGREEMENT WAS SIGNED…..], providing for the reassigning (doorcederen) of our claims (“the Claims”) by you to Equilib Netherlands B.V., we hereby assign (cederen) to you our Claims against certain airlines which are believed to include, but are not limited to Air Canada, Air France, British Airways, Cargolux, Cathay Pacific Airways, Japan Airlines, KLM Airlines, LAN Chile, Lufthansa, Martinair, Qantas, SAS, Singapore Airlines and Swiss International Air Lines. (“the Airlines”).

If you are required to notify the Airlines of this assignment you may do so by giving them a copy of this letter which summaries the background to the assignments as follows:

a. The European Commission has completed its investigations into a worldwide cartel (“the Cartel”) affecting air cargo services within the European Economic Area between December 1999 and the 14ͭ ͪ February 2006 (the “Cartel Period”) finding the Airlines guilty of illegal fixing of fuel and security surcharges (the “Cartel Conduct”).

b. This conduct infringes Articles 101 and/or 102 of the Treaty on the Functioning of the European Union and entitles companies affected to claim damages for the harm caused.

c. We have directly or indirectly (through freight forwarders) purchased air cargo transportation services from one or more of the Airlines during the Cartel Period, and thus, as a result of the Cartel Conduct, have incurred damages, for which we hold the Airlines both individually and jointly and severally liable by means of the Claims.

d. We have assigned (gecedeerd) to you our Claims concerning the aforementioned damages.

e. Our agreement mentioned above is governed by Dutch law; for this reason the present assignment occurs in accordance with Dutch law.”

2.17.

In het door Equilib overgelegde model “C5 - Assignment from Subsidiary to Parent 2016-model DEF” tussen de dochtermaatschappij (in het model aangeduid als ‘Subsidiary’) en de moedermaatschappij (in het model aangeduid als ‘Parent’) staat vermeld, voor zover hier relevant:

“WHEREAS

a. On [DATE INTRAGROUP ASSIGNMENT & MANDATE AGREEMENT WAS SIGNED…..], Subsidiary, Parent and Equilib Netherlands B.V. entered into an Intragroup Assignment and Mandate Agreement;

b. The aforementioned agreement inter alia provides for the sale and assignment of the Subsidiary’s Claims (as defined therein) by Subsidiary to Parent and the subsequent sale and reassignment (doorcederen) of the Subsidiary’s Claims by Parent to Equilib Netherlands B.V.

SUBSIDIARY HEREBY ASSIGNS TO PARENT AS FOLLOWS

1. Subsidiary hereby assigns (cederen) to Parent the Subsidiary’s Claims and Parent hereby accepts the assignment of the Subsidiary’s Claims.

2. The above agreement between Subsidiary, Parent and Equilib Netherlands B.V. is governed by Dutch law; for this reason this assignment is in accordance with Dutch law, more specifically in accordance with Article 3:94 (1) Dutch Civil Code (…)”.

2.18.

Het door Equilib overgelegde model “D1 - Assignment from Parent to Equilib oude considerans DEF” tussen de moedermaatschappij (in het model aangeduid als ‘Assignor’ en Equilib (in het model aangeduid als ‘Assignee’) luidt, voor zover hier relevant:

“WHEREAS:

a. The European Commission is investigating alleged cartel behaviour by various airlines (“the Airlines”) believed to have occurred between 1ˢͭ January 2000 – 14ͭ ͪ February 2007 (“the Cartel Period”) which affected competition within the European Union. The above airlines are believed to include, but are not limited to KLM, Martinair, British Airways, Air France, Asiana, Cargolux, Cathay Pacific, El Al, Japan Air Lines, Korean Airlines, LAN Cargo, Aerolinhas Brasileiras, Nippon Cargo Airlines, Qantas, SAS and Lufthansa.

b. The alleged cartel behaviour relates to air cargo services and the fixing of various so-called surcharges between competitors (“the Cartel Conduct”). If proven, this conduct would infringe Articles 101 and/or 102 of the Treaty on the Functioning of the European Union.

c. The following subsidiaries: (…) have directly or indirectly (through freight forwarders) purchased air cargo transportation services from one or more of the Airlines during the Cartel Period, and thus, as a result of the Cartel Conduct, have incurred damages, for which these subsidiaries hold the Airlines both individually and jointly and severally liable;

d. The above subsidiaries have assigned (gecedeerd) to Parent Company their claims to the aforementioned damages (“the Subsidiaries’Claims”);

e. Assignor and Assignee have entered into an agreement, concluded on [DATE INTRAGROUP ASSIGNMENT & MANDATE AGREEMENT WAS SIGNED…..], which provides for Assignor to reassign (doorcederen) the Subsidiaries’ Claims to Assignee;

f. The above agreement between Assignor and Assignee is governed by Dutch law; for this reason Assignor and Assignee will hereby assign the Subsidiaries’s Claims in accordance with Dutch law, more specifically in accordance with Article 3:94 (1) Dutch Civil Code;

ASSIGNOR HEREBY ASSIGNS TO ASSIGNEE AS FOLLOWS:

1. Assignor assigns to Assignee by this deed the Subsidiaries’ Claims against the Airlines.

2. Assignee has the right pursuant to Article 3:94 (i) Dutch Civil Code to notify the Airlines of this assignment.

3. Assignee has the right to provide the Airlines with a copy of this deed to evidence the assignment.”

2.19.

Het door Equilib overgelegde model “D2 - Assignment from Parent to Equilib nieuwe considerans DEF” tussen de moedermaatschappij (in het model aangeduid als ‘Assignor’ of ‘Parent Company’) en Equilib (in het model aangeduid als ‘Assignee’) luidt, voor zover hier relevant:

“WHEREAS:

a. The European Commission has completed its investigations into a worldwide cartel (“the Cartel”) affecting air cargo services within the European Economic Area between December 1999 and the 14ͭ ͪ February 2006 (the “Cartel Period”) finding the Airlines guilty of illegal fixing of fuel and security surcharges (the “Cartel Conduct”).

b. This conduct infringes Articles 101 and/or 102 of the Treaty on the Functioning of the European Union and entitles companies affected to claim damages for the harm caused.

c. The following subsidiaries: (…) have directly or indirectly (through freight forwarders) purchased air cargo transportation services from one or more of the Airlines during the Cartel Period, and thus, as a result of the Cartel Conduct, have incurred damages, for which these subsidiaries hold the Airlines both individually and jointly and severally liable;

d. The above subsidiaries have assigned (gecedeerd) to Parent Company their claims to the aforementioned damages (“the Subsidiaries’ Claims”);

e. Assignor and Assignee have entered into an agreement, concluded on [DATE INTRAGROUP ASSIGNMENT & MANDATE AGREEMENT WAS SIGNED…..], which provides for Assignor to reassign (doorcederen) the Subsidiaries’ Claims to Assignee;

f. The above agreement between Assignor and Assignee is governed by Dutch law; for this reason Assignor and Assignee will hereby assign the Subsidiaries’ Claims in accordance with Dutch law, more specifically in accordance with Article 3:94 (1) Dutch Civil Code;

ASSIGNOR HEREBY ASSIGNS TO ASSIGNEE AS FOLLOWS:

1. Assignor assigns to Assignee by this deed the Subsidiaries’ Claims against the Airlines.

2. Assignee has the right pursuant to Article 3:94 (i) Dutch Civil Code to notify the Airlines of this assignment.

3. Assignee has the right to provide the Airlines with a copy of this deed to evidence the assignment.”

2.20.

Het door Equilib overgelegde model “D5- Assignment from Parent to Equilib 2016-model DEF” tussen de moedermaatschappij (in het model aangeduid als ‘Assignor’ of ‘Parent’) en Equilib (in het model aangeduid als ‘Equilib’) luidt, voor zover hier relevant:

“WHEREAS:

a. Parent, Equilib and the following subsidiaries of Parent: (…)

have entered into Intragroup Assignment and Mandate Agreements.

b. The aforementioned agreements (the “Agreements”) inter alia provide for the sale and assignment of the Subsidiary’s Claims (as defined therein) by the subsidiaries to Parent and the subsequent sale and reassignment (doorcederen) by Parent to Equilib of the Subsidiary’s Claims.

c. Pursuant to the Agreements the Subsidiaries have assigned their Subsidiary’s Claims to Parent and Parent hereby wishes to reassign (cederen) to Equilib the Subsidiary’s Claims.

PARENT HEREBY ASSIGNS TO EQUILIB AS FOLLOWS:

1. Parent assigns to Equilib by this deed the Subsidiary’s Claims against the Airlines and Equilib hereby accepts the assignment of the Subsidiary’s Claims.

2. Assignee has the right pursuant to Article 3:94 (1) Dutch Civil Code to notify the Airlines of this assignment.

3. Assignee has the right to provide the Airlines with a copy of this deed to evidence the assignment.

4. The Agreements are governed by Dutch law, for this reason this assignment is in accordance with Dutch law, more specifically in accordance with Article 3:94 (1) Dutch Civil Code (…)”.

2.21.

Het door Equilib overgelegde model “E1-Agreement supplementary assignment of rights - 99-06 AR - geen subsidiaries DEF” tussen de cedent (in het model aangeduid als ‘Company’) en Equilib (in het model aangeduid als ‘Equilib’) luidt als volgt, voor zover hier relevant:

“WHEREAS:

a. On 9 November 2010 the European Commission announced that it had rendered a decision that day (the “Decision”) in respect of a cartel (the “Cartel”) affecting air cargo services within the European Economic Area between December 1999 and the 14ͭ ͪ February 2006 (the “Cartel Period”) finding 14 Airlines (the “Airlines”) guilty of illegal fixing of fuel and security surcharges (“the Cartel Conduct”). (…)

b. The Airlines include Air Canada, Air France, British Airways, Cargolux, Cathay Pacific Airways, Japan Airlines, KLM Airlines, LAN Chile, Lufthansa, Martinair, Qantas, SAS, Singapore Airlines and Swiss International Air Lines.

c. The Cartel Conduct infringes Articles 101 and/or 102 of the Treaty on the Functioning of the European Union and entitles companies affected to claim damages for the harm caused by it.

d. Pursuant tot he Assignment of Rights Agreement, concluded on (…), the Company has assigned claims to Equilib (the “Company’s Claims”).

e. The Company’s Claims form part of proceedings between Equilib and several members of the Cartel before the District Court of Amsterdam in the Netherlands.

f. Recent (preliminary) studies offer strong indications that the Cartel Conduct has caused further damage after the Cartel Period, through lingering effects in respect of the surcharges from 15 February 2006 to the end of 2008 (the “Post-Cartel Period”). The Company has directly or indirectly (through freight forwarders) purchased air cargo services in the Post-Cartel Period (for inbound to, outbound from and internal flights within the EEA and Switzerland), and thus, as a result of the lingering effects of the Cartel Conduct, may have incurred further damages, for which the Company holds the Airlines both individually and jointly and severally liable. Any Post-Cartel Period claims from the Company vis-à-vis the Airlines are hereinafter referred to as the “Post-Cartel Company Claims”.

g. The Company has agreed to reaffirm the previous assignment of the Company’s Claims and has also agreed to supplement this by assigning the Post-Cartel Company Claims, taking into account the same terms and conditions as set out in the Assignment of Rights Agreement as mentioned under recital d of this preamble;

h. The Company has agreed to reaffirm the mandate (“Last”) under Articles 7:414 (…) Dutch Civil Code, granted by it to Equilib, to do all that is deemed legally necessary or desirable to find compensation for the Company’s Claims and to supplement this mandate with the mandate to Equilib to perform all that is legally necessary or desirable in order to find compensation for the Post-Cartel Company Claims, including, but not limited to, interrupting the applicable limitation period and the filing of proceedings;

(…)

THE COMPANY AND EQUILIB AGREE AS FOLLOWS

Reaffirmations

1. The Company reaffirms the assignment of the Company’s Claims to Equilib.

2. The Company reaffirms (…) the mandate (“Last”) under Articles 7:414 (…) Dutch Civil Code, to do all that is deemed legally necessary or desirable to find compensation for the Company’s Claims.

Post-Cartel claims

Legal title

3. The Company agrees that it assigns the Post-Cartel Company Claims to Equilib, on the same terms and conditions as set out in the Assignment of Rights mentioned under recital d of the preamble to this Agreement.

Assignments

4. The Company hereby assigns the Post-Cartel Parent’s Claims to Equilib.

Mandate and power of attorney

5. The Company hereby mandates Equilib pursuant to Articles 7:414 (…) Dutch Civil Code to perform all that is legally necessary or desirable in order to find compensation for the Company’s Claims and the Post-Cartel Company Claims, including, but not limited to, interrupting the applicable limitation period and the filing of proceedings.

Governing law and jurisdiction

6. This Agreement shall be construed in accordance with the law of the Netherlands. (…)”.

2.22.

Het door Equilib overgelegde model “E2-Agreement supplementary assignment of rights - 99-06 AR - met subsidiaries DEF” tussen de dochtermaatschappij(en) (in het model aangeduid als ‘Subsidiary/Subsidiaries’), de moedermaatschappij (in het model aangeduid als ‘Parent’) en Equilib (in het model aangeduid als ‘Equilib’) luidt, voor zover hier relevant:

“WHEREAS

a. On 9 November 2010 the European Commission announced that it had rendered a decision that day (the “Decision”) in respect of a cartel (the “Cartel”) affecting air cargo services within the European Economic Area between December 1999 and the 14ͭ ͪ February 2006 (the “Cartel Period”) finding 14 airlines (the “Airlines”) guilty of illegal fixing of fuel and security surcharges (“the Cartel Conduct”). (…)

b. The Airlines include Air Canada, Air France, British Airways, Cargolux, Cathay Pacific Airways, Japan Airlines, KLM Airlines, LAN Chile, Lufthansa, Martinair, Qantas, SAS, Singapore Airlines and Swiss International Air Lines.

c. The Cartel Conduct infringes Articles 101 and/or 102 of the Treaty on the Functioning of the European Union and entitles companies affected to claim damages for the harm caused by it.

d. Subsidiary/Subsidiaries has/have already assigned the Subsidiary’s Claims (as defined in the Intragroup Assignment And Mandate Agreement, concluded on (…)) to Parent.
e. Pursuant to the Assignment from Parent to Equilib, concluded on (…), the Parent has (re)assigned the Subsidiary’s Claims to Equilib.

f. Pursuant to the Assignment of Rights Agreement, concluded on (…), the Parent has assigned its own claims similar to the Subsidiary’s Claims to Equilib (the “Parent’s Claims”).
g. The Subsidiary’s Claims and the Parent’s Claims form part of proceedings between Equilib and several members of the Cartel before the District Court of Amsterdam, the Netherlands.

h. Recent (preliminary) studies offer strong indications that the Cartel Conduct has caused further damage after the Cartel Period, through lingering effects in respect of the surchages from 15 February 2006 to the end of 2008 (the “Post-Cartel Period”). Parent and Subsidiary/Subsidiaries have directly or indirectly (through freight forwarders) purchased air cargo services in the Post-Cartel Period (for inbound to, outbound from and internal flights within the EEA), and thus, as a result of the lingering effects of the Cartel Conduct, may have incurred further damages, for which the Parent and the Subsidiary/Subsidiaries hold the Airlines both individually and jointly and severally liable. Any Post-Cartel Period claims from Parent vis-à-vis the Airlines are hereinafter referred to as the “Post-Cartel Parent’s Claims”. Any Post-Cartel Period claims from Subsidiary/Subsidiaries vis-à-vis the Airlines are hereinafter referred to as the “Post Cartel Subsidiary’s Claims”.

i. Subsidiary/Subsidiaries and Parent have agreed to reaffirm the previous assignment of the Subsidiary’s Claims from Subsidiary/Subsidiaries to Parent and have also agreed to supplement this assignment of the Subsidiary’s Claims with the Post-Cartel Subsidiary’s Claims, taking into account the same terms and conditions as set out in the Intragroup Assignment And Mandate Agreement mentioned under recital d of this preamble.

j. Parent and Equilib have agreed to reaffirm the previous reassignment of the Subsidiary’s Claims from Parent to Equilib and have also agreed to supplement this reassignment of the Subsidiary’s Claims with the reassignment of Post-Cartel Subsidiary’s Claims, taking into account the same terms and conditions as set out in the Assignment from Parent to Equilib mentioned under recital e of this preamble;

k. Parent and Equilib have agreed to reaffirm the previous assignment of the Parent’s Claims from Parent to Equilib and have also agreed to supplement this assignment of the Parent’s Claims with the assignment of het Post-Cartel Parent’s Claims, taking into account the same terms and conditions as set out in the Assignment of Rights Agreement as mentioned under recital f of this preamble;

l. Subsidiary/Subsidiaries has/have agreed to reaffirm the mandate (“Last”) under Articles 7:414 Dutch Civil Code, granted by Subsidiary/Subsidiaries to Equilib, to do all that is deemed legally necessary or desirable to find compensation for the Subsidiary’s Claims and to supplement this mandate with the mandate to Equilib to perform all that is legally necessary or desirable in order to find compensation for the Post-Cartel Subsidiary’s Claims, including, but not limited to, interrupting the applicable limitation period and the filing of proceedings;

m. This agreement (the “Agreement”) is governed by Dutch law; for this reason all assignments laid down in this Agreement are in accordance with Dutch law, more specifically in accordance with Article 3:94 (1) Dutch Civil Code;

SUBSIDIARY/SUBSIDIARIES, PARENT AND EQUILIB AGREE AS FOLLOWS

Reaffirmations

1. Subsidiary/Subsidiaries and Parent reaffirm the assignment of the Subsidiary’s Claims from Subsidiary/Subsidiaries to Parent.

2. Parent and Equilib reaffirm the reassignment of the Subsidiary’s Claims from Parent to Equilib.

3. Parent and Equilib reaffirm the assignment of the Parent’s Claims from Parent to Equilib.

4. Subsidiary/Subsidiaries reaffirm(s) the mandate (“Last”) under Articles 7:414 Dutch Civil Code, granted by Subsidiary/Subsidiaries to Equilib, to do all that is deemed legally necessary or desirable to find compensation for the Subsidiary’s Claims

Post-Cartel claims

Legal title

5. Subsidiary/Subsidiaries and Parent agree that Subsidiary/Subsidiaries assign(s) the Post-Cartel Subsidiary’s Claims to Parent, on the same terms and conditions as set out in the Intragroup Assignment And Mandate Agreement mentioned under recital d of the preamble to this Agreement;

6. Parent and Equilib agree that Parent reassigns the Post-Cartel Subsidiary’s Claims to Equilib, on the same terms and conditions as set out in the Assignment from Parent to Equilib mentioned under recital e of the preamble to this Agreement.

7. Parent and Equilib agree that Parent assigns the Post-Cartel Parent’s Claims to Equilib, on the same terms and conditions as set out in the Assignment of Rights Agreement mentioned under recital f of the preamble to this Agreement.

(Re)assignments

8. Subsidiary/Subsidiaries hereby assign(s) the Post-Cartel Subsidiary’s Claims to Parent.

9. Parent acknowledges the assignment of the Post Cartel Subsidiary’s Claims under Article 8 and hereby reassigns the Post-Cartel Subsidiary’s Claims to Equilib.

10. Parent hereby assigns the Post-Cartel Parent’s Claims to Equilib.

Mandate and power of attorney

11. Subsidiary/Subsidiaries and Parent hereby mandate Equilib pursuant to Articles 7:414 Dutch Civil Code to perform all that is legally necessary or desirable in order to find compensation for the Post-Cartel Subsidiary’s Claims and the Post-Cartel Parent’s Claims, including, but not limited to, interrupting the applicable limitation period and the filing of proceedings.

Governing law and jurisdiction

12. This Agreement shall be construed in accordance with the law of the Netherlands. (…)”.

2.23.

Het door Equilib overgelegde model “E3-Agreement supplementary assignment of rights - 00-07 AR - geen subsidiaries DEF” tussen de cedent (in het model aangeduid als ‘Company’) en Equilib (in het model aangeduid als ‘Equilib’) luidt, voor zover hier relevant:

“WHEREAS:

a. On 9 November 2010 the European Commission announced that it had rendered a decision that day (the “Decision”) in respect of a cartel (the “Cartel”) affecting air cargo services within the European Economic Area between December 1999 and the 14ͭ ͪ February 2006 (the “Cartel Period”) finding 14 airlines (the “Airlines”) guilty of illegal fixing of fuel and security surcharges (the “Cartel Conduct”). (…)

b. The Airlines include Air Canada, Air France, British Airways, Cargolux, Cathay Pacific Airways, Japan Airlines, KLM Airlines, LAN Chile, Lufthansa, Martinair, Qantas, SAS, Singapore Airlines and Swiss International Air Lines.

c. The Cartel Conduct infringes Articles 101 and/or 102 of the Treaty on the Functioning of the European Union and entitles companies affected to claim damages for the harm caused by it.

d. Pursuant to the Assignment of Rights Agreement, concluded on (…), the Company has assigned claims to Equilib for damages suffered in de period 2000-2007 as a result of the participation by the Airlines in the Cartel (the “Company’s Claims”).

e. The Company’s Claims form part of proceedings between Equilib and several members of the Cartel before the District Court of Amsterdam in the Netherlands.

f. Recent (preliminary) studies offer strong indications that the Cartel Conduct has caused further damage after the Cartel Period, through lingering effects in respect of the surchages from 15 February 2006 to the end of 2008 (the “Post-Cartel Period”). The Company has directly or indirectly (through freight forwarders) purchased air cargo services in the Post-Cartel Period (for inbound to, outbound from and internal flights within the EEA and Switzerland), and thus, as a result of the lingering effects of the Cartel Conduct, may have incurred further damages, for which the Company holds the Airlines both individually and jointly and severally liable. Any Post-Cartel Period claims from the Company vis-à-vis the Airlines in 2008 are hereinafter referred to as the “Post-Cartel Company Claims”.

g. The Company has agreed to reaffirm the previous assignment of the Company’s Claims and has also agreed to supplement this by assigning the Post-Cartel Company Claims, taking into account the same terms and conditions as set out in the Assignment of Rights Agreement as mentioned under recital d of this preamble;

h. The Company has also agreed to supplement the previous assignment of the Company’s Claims by assigning claims arising out of air cargo services it has directly or indirectly (through freight forwarders) purchased in December 1999 for inbound to, outbound from and internal flights within the EEA and Switzerland (“December 1999 Company Claims”);

i. The Company also provides a mandate (“Last”) under Articles 7:414 Dutch Civil Code to Equilib to do all that is deemed legally necessary or desirable to find compensation for the Company’s Claims and to supplement this mandate with the mandate to Equilib to perform all that is legally necessary or desirable in order to find compensation for the Post-Cartel Company Claims and the December 1999 Company Claims, including, but not limited to, interrupting the applicable limitation period and the filing of proceedings;

(…)

THE COMPANY AND EQUILIB AGREE AS FOLLOWS

Reaffirmation

1. The Company reaffirms the assignment of the Company’s Claims to Equilib.

Post-Cartel Company And December 1999 Claims

Legal title

2. The Company agrees that it assigns the Post-Cartel Company Claims to Equilib, on the same terms and conditions as set out in the Assignment of Rights mentioned under recital d of the preamble to this Agreement.

3. The Company agrees that it assigns the December 1999 Company Claims to Equilib, on the same terms and conditions as set out in the Assignment of Rights mentioned under recital d of the preamble to this Agreement.

Assignments

4. The Company hereby assigns the Post-Cartel Company Claims to Equilib.

5. The Company hereby assigns the December 1999 Claims to Equilib.

Mandate

1. The Company hereby mandates Equilib pursuant to Article 7:414 Dutch Civil Code to perform all that is legally necessary or desirable in order to find compensation for the Post-Cartel Company Claims and the December 1999 Claims, including, but not limited to, interrupting the applicable limitation period and the filing of proceedings.

Governing law and jurisdiction

2. This Agreement shall be construed in accordance with and governed by the law of the Netherlands. (…)”.

2.24.

Het door Equilib overgelegde model “E4 - Agreement supplementary assignment of rights - 00-07 AR - met subsidiaries DEF” tussen de dochtermaatschappij(en) (in het model aangeduid als ‘Subsidiary/Subsidiaries’), de moedermaatschappij (in het model aangeduid als ‘Parent’) en Equilib (in het model aangeduid als ‘Equilib’) luidt, voor zover hier relevant:

“WHEREAS:

a. On 9 November 2010 the European Commission announced that it had rendered a decision that day (the “Decision”) in respect of a cartel (the “Cartel”) affecting air cargo services within the European Economic Area between December 1999 and the 14ͭ ͪ February 2006 (“the Cartel Period”) finding 14 airlines (the “Airlines”) guilty of illegal fixing of fuel and security surcharges (“the Cartel Conduct”). (…)

b. The Airlines include Air Canada, Air France, British Airways, Cargolux, Cathay Pacific Airways, Japan Airlines, KLM Airlines, LAN Chile, Lufthansa, Martinair, Qantas, SAS, Singapore Airlines and Swiss International Air Lines.

c. The Cartel Conduct infringes Articles 101 and/or 102 of the Treaty on the Functioning of the European Union and entitles companies affected to claim damages for the harm caused by it.

d. Subsidiary/Subsidiaries has/have already assigned the Subsidiary’s Claims (as defined in the Intragroup Assignment And Mandate Agreement, concluded on (…)) to Parent for damages suffered in the period 2000-2007 as a result of the participation by the Airlines in the Cartel.

e. Pursuant to the Assignment from Parent to Equilib, concluded on (…), the Parent has (re)assigned the Subsidiary’s Claims to Equilib.

f. Pursuant to the Assignment of Rights Agreement, concluded on (…), the Parent has assigned its own claims similar to the Subsidiary’s Claims to Equilib (the “Parent’s Claims”).
g. The Subsidiary’s Claims and the Parent’s Claims form part of proceedings between Equilib and several members of the Cartel before the District Court of Amsterdam, the Netherlands.

h. Recent (preliminary) studies offer strong indications that the Cartel Conduct has caused further damage after the Cartel Period, through lingering effects in respect of the surchages from 15 February 2006 to the end of 2008 (the “Post-Cartel Period”). Parent and Subsidiary/Subsidiaries have directly or indirectly (through freight forwarders) purchased air cargo services in the Post-Cartel Period (for inbound to, outbound from and internal flights within the EEA), and thus, as a result of the lingering effects of the Cartel Conduct, may have incurred further damages, for which the Parent and Subsidiary/Subsidiaries hold the Airlines both individually, and jointly and severally liable. Any Post-Cartel Period claims from Parent vis-à-vis the Airlines are hereinafter referred to as the “Post-Cartel Parent’s Claims”. Any Post-Cartel Period claims from Subsidiary/Subsidiaries vis-à-vis the Airlines are hereinafter referred to as the “Post Cartel Subsidiary’s Claims”.

i. Subsidiary/Subsidiaries and Parent have agreed to reaffirm the previous assignment of the Subsidiary’s Claims from Subsidiary/Subsidiaries to Parent and have also agreed to supplement this assignment of the Subsidiary’s Claims with the Post-Cartel Subsidiary’s Claims, taking into account the same terms and conditions as set out in the Intragroup Assignment And Mandate Agreement as mentioned under recital d of this preamble.

j. The Subsidiary/Subsidiaries has/have also agreed to supplement the previous assignment of the Subsidiary’s Claims by assigning to the Parent claims arising out of air cargo services directly or indirectly (through freight forwarders) purchased in December 1999 by the Subsidiary/Subsidiaries on inbound to, outbound from and internal flights within the EEA and Switzerland (“December 1999 Subsidiary Claims”);

k. Parent and Equilib have agreed to reaffirm the previous assignment of the Subsidiary’s Claims from Parent to Equilib and have also agreed to supplement this with the reassignment of the Post-Cartel Subsidiary’s Claims and the December 1999 Subsidiary Claims, taking into account the same terms and conditions as set out in the Assignment from Parent to Equilib mentioned under recital e of this preamble;

l. The Parent and Equilib have also agreed to reaffirm the previous assignment of the Parent’s Claims from Parent to Equilib and to supplement the previous assignment of the Parent’s Claims with the assignment of het Post-Cartel Parent’s Claims and the claims arising out of air cargo services it has directly or indirectly (through freight forwarders) purchased in December 1999 for inbound to, outbound from and internal flights within the EEA and Switzerland (“December 1999 Parent Claims”), taking into account the same terms and conditions as set out in the Assignment of Rights Agreement as mentioned under recital f of this preamble;

m. Subsidiary/Subsidiaries has/have agreed to reaffirm the mandate (“Last”) under Articles 7:414 Dutch Civil Code, granted by Subsidiary/Subsidiaries to Equilib, to do all that is deemed legally necessary or desirable to find compensation for the Subsidiary’s Claims and to supplement this mandate with the mandate to Equilib to perform all that is legally necessary or desirable in order to find compensation for the Post-Cartel Subsidiary’s Claims and the December 1999 Subsidiary Claims, including, but not limited to, interrupting the applicable limitation period and the filing of proceedings; (…)

SUBSIDIARY’S/SUBSIDIARIES, PARENT AND EQUILIB AGREE AS FOLLOWS

Reaffirmations

1. Subsidiary/Subsidiaries and Parent reaffirm the assignment of the Subsidiary’s Claims from Subsidiary/Subsidiaries to Parent.

2. Parent and Equilib reaffirm the reassignment of the Subsidiary’s Claims from Parent to Equilib.

3. Parent and Equilib reaffirm the assignment of the Parent’s Claims from Parent to Equilib.

4. Subsidiary/Subsidiaries reaffirm(s) the mandate (“Last”) under Articles 7:414 Dutch Civil Code, granted by Subsidiary/Subsidiaries to Equilib, to do all that is deemed legally necessary or desirable to find compensation for the Subsidiary’s Claims.

Post-Cartel And December 1999 Claims

Legal title

5. Subsidiary/Subsidiaries and Parent agree that Subsidiary/Subsidiaries assign(s) the Post-Cartel Subsidiary’s Claims and the December 1999 Subsidiary Claims to Parent, on the same terms and conditions as set out in the Intragroup Assignment And Mandate Agreement mentioned under recital d of the preamble to this Agreement;

6. Parent and Equilib agree that Parent reassigns the Post-Cartel Subsidiary’s Claims and the December 1999 Subsidiary Claims to Equilib, on the same terms and conditions as set out in the Assignment from Parent to Equilib mentioned under recital e of the preamble to this Agreement.

7. Parent and Equilib agree that Parent assigns the Post-Cartel Parent’s Claims and the December 1999 Parent’s Claims to Equilib, on the same terms and conditions as set out in the Assignment of Rights Agreement mentioned under recital f of the preamble to this Agreement.

(Re)assignments

8. Subsidiary/Subsidiaries hereby assign(s) the Post-Cartel Subsidiary Claims and the December 1999 Subsidiary Claims to Parent.

9. Parent acknowledges the assignment of the Post Cartel Subsidiary’s Claims and the December 1999 Subsidiary Claims and hereby reassigns the Post-Cartel Subsidiary’s Claims and the December 1999 Subsidiary Claims to Equilib.

10. Parent hereby assigns the Post-Cartel Parent’s Claims and the December 1999 Parent Claims to Equilib.

Mandate

11. Subsidiary/Subsidiaries and Parent hereby mandate Equilib pursuant to Articles 7:414 Dutch Civil Code to perform all that is legally necessary or desirable in order to find compensation for the Post-Cartel Subsidiary Claims, the December 1999 Subsidiary Claims, the Post-Cartel Parent’s Claims and the December 1999 Parent Claims, including, but not limited to, interrupting the applicable limitation period and the filing of proceedings.

Governing law and jurisdiction

12. This Agreement shall be construed in accordance with and governed by the law of the Netherlands. (…)”.

2.25.

Het door Equilib overgelegde model “E5 - Agreement supplementary assignment of rights - 00-07 AR - subsidiaries met 99-06 DEF” tussen de dochtermaatschappij(en) (in het model aangeduid als ‘Subsidiary/Subsidiaries’), de moedermaatschappij (in het model aangeduid als ‘Parent’) en Equilib (in het model aangeduid als ‘Equilib’) luidt als volgt:

“WHEREAS:

a. On 9 November 2010 the European Commission announced that it had rendered a decision that day (the “Decision”) in respect of a cartel (the “Cartel”) affecting air cargo services within the European Economic Area between December 1999 and the 14ͭ ͪ February 2006 (“the Cartel Period”) finding 14 airlines (the “Airlines”) guilty of illegal fixing of fuel and security surcharges (“the Cartel Conduct”). (…)

b. The Airlines include Air Canada, Air France, British Airways, Cargolux, Cathay Pacific Airways, Japan Airlines, KLM Airlines, LAN Chile, Lufthansa, Martinair, Qantas, SAS, Singapore Airlines and Swiss International Air Lines.

c. The Cartel Conduct infringes Articles 101 and/or 102 of the Treaty on the Functioning of the European Union and entitles companies affected to claim damages for the harm caused by it.

d. Subsidiary/Subsidiaries has/have already assigned the Subsidiary’s Claims (as defined in the Intragroup Assignment And Mandate Agreement, concluded on (…)) to Parent.

e. Pursuant to the Assignment from Parent to Equilib, concluded on (…), the Parent has (re)assigned the Subsidiary’s Claims to Equilib, with the exception of claims for damages arising out of air cargo services directly of indirectly (through freight forwarders) purchased in December 1999 by the Subsidiary/Subsidiaries on inbound to, outbound from and internal flights within the EEA and Switzerland (“December 1999 Subsidiary Claims”).

f. Pursuant to the Assignment of Rights Agreement, concluded on (…), the Parent has assigned its own claims for damages arising out of air cargo services directly or indirectly (through freight forwarders) purchased in the period 2000-2007 by the Parent on inbound to, outbound from and internal flights within the EEA and Switzerland (the “Parent’s Claims”).

g. The Subsidiary’s Claims with the exception of the December 1999 Subsidiary Claims and the Parent’s Claims form part of proceedings between Equilib and several members of the Cartel before the District Court of Amsterdam, the Netherlands.

h. Recent (preliminary) studies offer strong indications that the Cartel Conduct has caused further damage after the Cartel Period, through lingering effects in respect of the surchages from 15 February 2006 to the end of 2008 (the “Post-Cartel Period”). Parent and Subsidiary/Subsidiaries have directly or indirectly (through freight forwarders) purchased air cargo services in the Post-Cartel Period (for inbound to, outbound from and internal flights within the EEA), and thus, as a result of the lingering effects of the Cartel Conduct, may have incurred further damages, for which the Parent and the Subsidiary/Subsidiaries hold the Airlines both individually and jointly and severally liable. Any Post-Cartel Period claims from Parent vis-à-vis the Airlines are hereinafter referred to as the “Post-Cartel Parent’s Claims”. Any Post-Cartel Period claims from Subsidiary’s/Subsidiaries vis-à-vis the Airlines are hereinafter referred to as the “Post Cartel Subsidiary’s Claims”.

i. Subsidiary/Subsidiaries and Parent have agreed to reaffirm the previous assignment of the Subsidiary’s Claims from Subsidiary/Subsidiaries to Parent and have also agreed to supplement this by assigning the Post-Cartel Subsidiary’s Claims, taking into account the same terms and conditions as set out in the Intragroup Assignment And Mandate Agreement mentioned under recital d of this preamble;

j. Parent and Equilib have agreed to reaffirm the previous reassignment of the Subsidiary’s Claims with the exception of the December 1999 Subsidiary Claims from Parent to Equilib and have also agreed to supplement this with the reassignment of the Post-Cartel Subsidiary’s Claims and the December 1999 Subsidiary Claims, taking into account the same terms and conditions as set out in the Assignment from Parent to Equilib mentioned under recital e of this preamble;

k. The Parent and Equilib have also agreed to reaffirm the previous assignment of the Parent’s Claims from Parent to Equilib and to supplement the previous assignment of the Parent’s Claims with the assignment of het Post-Cartel Parent’s Claims (to the extent not already assigned) and the claims arising out of air cargo services it has directly or indirectly (through freight forwarders) purchased in December 1999 for inbound to, outbound from and internal flights within the EEA and Switzerland (“December 1999 Parent Claims”), taking into account the same terms and conditions as set out in the Assignment of Rights Agreement as mentioned under recital f of this preamble;

l. Subsidiary/Subsidiaries has/have agreed to reaffirm the mandate (“Last”) under Articles 7:414 Dutch Civil Code, granted by Subsidiary/Subsidiaries to Equilib, to do all that is deemed legally necessary or desirable to find compensation for the Subsidiary’s Claims and to supplement this mandate with the mandate to Equilib to perform all that is legally necessary or desirable in order to find compensation for the Post-Cartel Subsidiary’s Claims, including, but not limited to, interrupting the applicable limitation period and the filing of proceedings;

(…)

SUBSIDIARY/SUBSIDIARIES, PARENT AND EQUILIB AGREE AS FOLLOWS

Reaffirmations

1. Subsidiary/Subsidiaries and Parent reaffirm the assignment of the Subsidiary’s Claims from Subsidiary/Subsidiaries to Parent.

2. Parent and Equilib reaffirm the reassignment of the Subsidiary’s Claims with the exception of the December 1999 Subsidiary Claims from Parent to Equilib.

3. Parent and Equilib reaffirm the assignment of the Parent’s Claims from Parent to Equilib.

4. Subsidiary/Subsidiaries reaffirm(s) (…) the mandate (“Last”) under Articles 7:414 Dutch Civil Code, granted by Subsidiary/Subsidiaries to Equilib, to do all that is deemed legally necessary or desirable to find compensation for the Subsidiary’s Claims

Post-Cartel and December 1999 Claims

Legal title

5. Subsidiary/Subsidiaries and Parent agree that Subsidiary/Subsidiaries assign(s) the Post-Cartel Subsidiary’s Claims to Parent, on the same terms and conditions as set out in the Intragroup Assignment And Mandate Agreement mentioned under recital d of the preamble to this Agreement;

6. Parent and Equilib agree that Parent reassigns the Post-Cartel Subsidiary’s Claims and the December 1999 Subsidiary Claims to Equilib, on the same terms and conditions as set out in the Assignment from Parent to Equilib mentioned under recital e of the preamble to this Agreement.

7. Parent and Equilib agree that Parent assigns the Post-Cartel Parent’s Claims and the December 1999 Parent’s Claims to Equilib, on the same terms and conditions as set out in the Assignment of Rights Agreement mentioned under recital f of the preamble to this Agreement.

(Re)assignments

8. Subsidiary/Subsidiaries hereby assign(s) the Post-Cartel Subsidiary Claims to Parent.

9. Parent acknowledges the assignment of the Post Cartel Subsidiary’s Claims and hereby reassigns the Post Cartel Subsidiary’s Claims and the December 1999 Subsidiary Claims to Equilib.

10. Parent hereby assigns the Post-Cartel Parent’s Claims (to the extent not already assigned) and the December 1999 Parent Claims to Equilib.

Mandate and power of attorney

11. Subsidiary/Subsidiaries and Parent hereby mandate Equilib pursuant to Articles 7:414 Dutch Civil Code to perform all that is legally necessary or desirable in order to find compensation for the Post-Cartel Subsidiary Claims, the Post-Cartel Parent’s Claims and the December 1999 Parent Claims, including, but not limited to, interrupting the applicable limitation period and the filing of proceedings.

Governing law and jurisdiction

12. This Agreement shall be construed in accordance with and governed by the law of the Netherlands. (…)”.

2.26.

Verder heeft Equilib documentatie (‘Annexen’ of ‘Proof of Authority’ (PoA)) in het geding gebracht ter onderbouwing van de vertegenwoordigingsbevoegdheid van de personen die de cessiedocumentatie namens de cedenten hebben ondertekend (hierna ook: de bevoegdheidsdocumentatie).

2.27.

De op 30 september 2016 door A. Casanova (CEO) en C. Figueiredo (General Counsel & Company Secretary) namens cedent Unilever Jerónimo Martins LDA ondertekende ‘Annex’ luidt bijvoorbeeld als volgt:

“(…) Statement

The undersigned hereby confirm(s) that Unilever Jerónimo Martins LDA has been bound by the agreement(s) and assignment(s) listed under “Agreement(s) and Assignment(s)” from the date of their execution as set out therein and Unilever Jerónimo Martins LDA wishes to remain bound by these agreement(s) and assignment(s).

Agreement(s) and Assignment(s)

  • -

    Supplementary assignment of rights agreement between Equilib, Unilever PLC/Unilever N.V. and Unilever Jerónimo Martins LDA.

  • -

    Assignment from subsidiary to parent between Unilever PLC/Unilever N.V. and Unilever Jerónimo Martins LDA.

  • -

    Intragroup assignment and mandate agreement between Equilib, Unilever PLC/Unilever N.V. and Unilever Jerónimo Martins LDA.”

3 Het geschil

3.1.

Equilib vordert, na vermeerderingen en vermindering van eis, kort weergegeven, om bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. te verklaren voor recht dat de luchtvaartmaatschappijen door deelname aan het kartel naar het van toepassing zijnde recht aansprakelijk zijn uit hoofde van toerekenbaar onrechtmatig handelen jegens de shippers vermeld in productie 3 bij akte van 9 november 2016;

II. te verklaren voor recht dat de luchtvaartmaatschappijen hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade die deze shippers hebben geleden als gevolg van het handelen als bedoeld in de verklaringen voor recht onder I;

III. de luchtvaartmaatschappijen hoofdelijk te veroordelen tot betaling aan Equilib van een volledige vergoeding (inclusief wettelijke rente) van de schade die deze shippers hebben geleden als gevolg van het handelen als bedoeld in de verklaringen voor recht onder I, nader op te maken bij staat;

IV. de luchtvaartmaatschappijen hoofdelijk te veroordelen in de proceskosten.

3.2.

De luchtvaartmaatschappijen voeren verweer.

4 De beoordeling

4.1.

Zoals met partijen is afgesproken, ligt in dit stadium slechts de rechtsgeldigheid van de cessies op grond van het cessiestatuut ter beoordeling voor. Niet in geschil is dat het cessiestatuut het in de cessieovereenkomsten gekozen recht is.

4.2.

Equilib stelt dat de shippers die zijn vermeld op de door haar als productie 3 bij akte van 9 november 2016 overgelegde lijst hun schadevergoedingsvorderingen ter zake van het kartel aan haar hebben overgedragen. De luchtvaartmaatschappijen betwisten dat (al) deze vorderingen aan Equilib zijn gecedeerd.

eisvermeerdering en vermindering van eis

4.3.

Tijdens de regiezitting van 22 juni 2016 is Equilib in de gelegenheid gesteld om uiterlijk tot 12 oktober 2016 haar eis te vermeerderen met schadevergoedingsvorderingen van (nieuwe) cedenten, onder overlegging van de relevante cessiedocumentatie. Voornoemde datum van 12 oktober 2016 is met instemming van partijen verlengd tot 9 november 2016. Bij akte van 9 november 2016 heeft Equilib haar eis vermeerderd met (i) zowel vorderingen die na de eisvermeerdering van 11 november 2015 aan haar zijn overgedragen als vorderingen die reeds vóór 11 november 2015 aan haar waren overgedragen, maar nog geen onderdeel uitmaakten van de onderhavige procedures. Voorts heeft Equilib, voor het geval de rechtbank tot het oordeel zou komen dat de vorderingen van 49 shippers reeds eerder naar Frans recht aan Equilib zijn overgedragen, zodat de door Equilib ingeroepen latere Nederlandsrechtelijke cessies van dezelfde vorderingen niet rechtsgeldig zijn, haar eis vermeerderd met (ii) de vorderingen die ingevolge Fransrechtelijke cessies aan haar zijn gecedeerd. Equilib heeft (in verband met deze onder (ii) genoemde eisvermeerdering) tevens de grondslag van haar eis vermeerderd met elke feitelijke en juridische grondslag waarvan de rechtbank op basis van het proces-verbaal van de zitting van 22 juni 2016 zou oordelen dat Equilib daarvan ter zitting afstand heeft gedaan.

4.4.

De luchtvaartmaatschappijen hebben in principe geen bezwaar tegen de hiervoor onder (i) genoemde eisvermeerdering, anders dan de inhoudelijke bezwaren tegen de cessies die hierna worden besproken, zodat die eisvermeerdering zal worden toegestaan. Zij hebben wel bezwaar gemaakt tegen de onder (ii) genoemde eisvermeerdering met betrekking tot de Fransrechtelijke cessies. De luchtvaartmaatschappijen beroepen zich daartoe op het proces-verbaal van de regiezitting van 22 juni 2016 waarin is vermeld: “Equilib deed ter zitting afstand van haar recht zich op cessiedocumentatie te beroepen waarop volgens het cessiestatuut Frans recht van toepassing is.”

4.5.

Equilib heeft de onder (ii) genoemde eisvermeerdering als volgt toegelicht. Aanvankelijk werd beoogd om in Frankrijk te procederen en om die reden zijn in de beginfase de cessieovereenkomsten naar Frans recht opgesteld. Toen duidelijk was dat deze procedure in Nederland zou worden gevoerd, zijn de Fransrechtelijke cessieovereenkomsten vervangen door Nederlandsrechtelijke cessieovereenkomsten. Alle shippers die indertijd een Fransrechtelijke cessieovereenkomst hadden gesloten met Equilib hebben nadien een Nederlandse cessieovereenkomst met Equilib gesloten, met uitzondering van SAS La Goele (die geen separate tweede cessieovereenkomst naar Nederlands recht heeft getekend maar een addendum op de eerste cessieovereenkomst naar Frans recht waarin de rechtskeuze voor Frans recht is vervangen door een rechtskeuze voor Nederlands recht). Tussen deze shippers en Equilib bestond wilsovereenstemming dat de Nederlandsrechtelijke cessies zouden worden geëffectueerd en dat alleen van die cessies mededeling zou worden gedaan aan de luchtvaartmaatschappijen. Naar Frans recht stond het partijen vrij om de Fransrechtelijke cessies in te trekken en te vervangen door de Nederlandsrechtelijke cessies, nu van de Fransrechtelijke cessies geen mededeling was gedaan aan de debiteur. Zelfs wanneer de Fransrechtelijke cessies ten tijde van het doen van de mededeling nog hadden bestaan, dan heeft de nieuwe Nederlandsrechtelijke cessie tot de overdracht van de vorderingen geleid nu daarvan mededeling is gedaan. Equilib beroept zich in dit verband op een uitspraak van de Cour de Cassation, Chambre Commerciale, 19 mars 1980, n° 78-11672, waaruit volgt dat in geval van een eerdere en een latere cessie van dezelfde vordering aan verschillende cessionarissen, de cessionaris die als eerste mededeling aan de debiteur doet (op de in artikel 1690 Code Civil voorgeschreven wijze) rechthebbende op de vordering (en daarmee op betaling) is.

4.6.

Met Equilib is de rechtbank van oordeel dat het de cedent en cessionaris naar Frans recht vrijstond om, zolang nog geen mededeling/betekening (conform artikel 1690 Code Civil) van de Fransrechtelijke cessies aan de debiteur had plaatsgevonden, de Fransrechtelijke cessieovereenkomst met wederzijds goedvinden volledig in te trekken en te vervangen door een Nederlandsrechtelijke cessieovereenkomst. Zolang immers geen mededeling van de cessie is gedaan, kan de cessie niet aan derden (waaronder de debiteur) worden tegengeworpen én kunnen derden die cessie ook niet inroepen. Een dergelijke intrekking doet de cessieovereenkomst met terugwerkende kracht tenietgaan en brengt partijen terug in de positie van voor het sluiten van de cessieovereenkomst (Cour de Cassation, Chambre Commerciale, 14 décembre 2010, n° 09-71.610). Equilib heeft voldoende toegelicht dat, nu dezelfde partijen een nieuwe Nederlandsrechtelijke cessieovereenkomst betreffende dezelfde vordering(en) zijn aangegaan, hun wilsovereen-stemming er (stilzwijgend) op was gericht om de Fransrechtelijke cessieovereenkomst geheel te laten vervallen. Dit blijkt ook uit het feit dat de Nederlandsrechtelijke cessieovereenkomsten (op de rechts- en forumkeuze na) volledig indentiek zijn aan de Fransrechtelijke cessieovereenkomsten en uit het feit dat in de (latere) Nederlandsrechtelijke cessieovereenkomsten een ‘entire agreement clause’ (artikel 13) is opgenomen.

4.7.

De luchtvaartmaatschappijen hebben onbetwist gesteld dat ten aanzien van twee shippers (Lachiaille-Bratigny S.A.S en Oudendijk Import B.V.) de Fransrechtelijke cessies reeds waren voltooid voordat de Nederlandsrechtelijke cessieovereenkomsten met deze shippers zijn aangegaan. Ook volgens de eigen stellingen van Equilib konden dezelfde vorderingen in die situatie niet nogmaals naar Nederlands recht worden gecedeerd.

4.8.

Tussen partijen is in geschil of Equilib tijdens de regiezitting van 22 juni 2016 afstand heeft gedaan van het recht om zich op cessiedocumentatie te beroepen waarop volgens het cessiestatuut Frans recht van toepassing is, zoals is opgenomen in het definitieve, na goedkeuring van partijen, vastgestelde proces-verbaal van die zitting.

Of Equilib ter zitting afstand heeft gedaan van enig recht kan naar het oordeel van de rechtbank in het midden blijven. Hiertoe wordt het volgende overwogen. De procedure Equilib I is aangevangen in 2010. Vanaf het eerste moment heeft Equilib in zowel Equilib I als in Equilib II gesteld dat alle vorderingen door middel van Nederlandsrechtelijke cessies aan haar zijn gecedeerd en in beide procedures heeft zij tot 9 november 2016 ook slechts mededeling gedaan van de Nederlandsrechtelijke cessies. Sinds in ieder geval begin 2015 is voorts de vraag of de vorderingen rechtsgeldig aan Equilib zijn gecedeerd een van de belangrijkste onderwerpen in de procedures geweest en het was ook het belangrijkste agendapunt tijdens de regiezitting. De rechtbank is dan ook van oordeel dat het gelet op deze omstandigheden in strijd zou zijn met de goede procesorde om Equilib thans alsnog – met een beroep op de Fransrechtelijke cessies – de hiervoor onder (ii) genoemde eiswijziging toe te staan betreffende de twee onder 4.7 genoemde shippers en dat in dat verband niet van belang is wat zijdens Equilib tijdens de regiezitting precies is verklaard.

4.9.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat zolang niet was voldaan aan de formaliteiten van artikel 1690 Code Civil (en nog geen mededeling/betekening van de cessie aan de debiteur had plaatsgevonden), er niets aan in de weg stond dat de overige 47 shippers die in het verleden Fransrechtelijke cessieovereenkomsten hebben getekend, met Equilib afwijkende nieuwe afspraken maakten, zodat zij hun vorderingen alsnog naar Nederlands recht konden cederen. De voorwaarde waaronder de hiervoor onder (ii) genoemde eiswijziging is ingesteld, is derhalve in zoverre niet vervuld, zodat voor het overige niet behoeft te worden beslist over de toelaatbaarheid van deze eiswijziging.

4.10.

De vermeerderingen en vermindering van eis door Equilib hebben tot gevolg dat onderwerp van de procedures Equilib I en Equilib II zijn de vorderingen van de shippers die zijn genoemd in productie 3 bij akte van 9 november 2016 van Equilib, met uitzondering van Lachiaille-Bratigny S.A.S en Oudendijk Import B.V. (deze ‘overgebleven’ shippers worden hierna ‘de shippers’ genoemd). Zoals hiervoor onder 4.1 is overwogen, ligt thans de vraag voor of de shippers hun vorderingen naar het cessiestatuut (Nederlands recht) rechtsgeldig aan Equilib hebben gecedeerd.

algemeen – stelplicht/bewijslast

4.11.

Equilib heeft in de dagvaarding slechts gesteld dat de shippers hun vorderingen op de luchtvaartmaatschappijen aan haar hebben overgedragen. Gelet op deze blote stelling konden de luchtvaartmaatschappijen bij antwoord volstaan met de blote betwisting van die overdracht, te meer nu de shippers niet zelf mededeling van de (gepretendeerde) cessies hebben gedaan aan de luchtvaartmaatschappijen. In hun conclusies van antwoord hebben de luchtvaartmaatschappijen overigens de rechtsgeldigheid van de cessies niet alleen (bloot) betwist, maar tevens (met verwijzing naar voorbeelden) gesteld dat niet voor alle shippers cessiedocumentatie in het geding is gebracht, dat de wél in het geding gebrachte cessie-documentatie dikwijls onvolledig is en dat aan de in het geding gebrachte cessie-documentatie een aantal (concrete en juridische) gebreken kleven.

4.12.

Vervolgens heeft de rechtbank Equilib tijdens de regiezitting van 22 juni 2016 belast met het bewijs van feiten en omstandigheden waaruit volgt dat de vorderingen die zij in deze procedure instelt daadwerkelijk aan haar zijn gecedeerd en dat Equilib dus de rechthebbende is op die vorderingen. Dat die bewijslast op Equilib rust, volgt ook uit het arrest van de Hoge Raad van 9 februari 1939, NJ 1939, 865 (Woldijk/Nijman), waarin is overwogen, voor zover hier relevant:

“dat toch het Burgerlijk Wetboek nergens bepaalt, dat de schuldenaar verplicht zou zijn, zijn schuld te voldoen aan iemand, die, al moge hij de schijn wekken gemachtigde te zijn, in waarheid geen eigenaar van de vordering of – wat in andere woorden hetzelfde gezegd is – geen schuldeiser geworden is; (…)

ook al kon Woldijk [cessionaris, rb] volstaan met bij dagvaarding enkel de cessie te stellen, hij, na het verweer dat een rechtsgeldige oorzaak van de overdracht ontbrak, ingevolge art. 1902 [de voorloper van artikel 150 Rv, rb] de aanwezigheid daarvan, zijnde een voorwaarde voor het ontstaan van zijn recht, had te bewijzen. (…)”.

4.13.

Ook de goede procesorde vergt dat zowel voor de luchtvaartmaatschappijen als voor de rechtbank de omvang van het geschil duidelijk is. Van een professioneel ‘litigation vehicle’ als Equilib mag worden verwacht dat zij kan aantonen welke vorderingen aan haar zijn overgedragen en dat zij daadwerkelijk rechthebbende is op die vorderingen.

Equilib kiest – om haar moverende, begrijpelijke en op zich legitieme redenen – (op commerciële basis) voor deze manier van procederen. De luchtvaartmaatschappijen mogen door deze wijze van procederen echter niet in een slechtere positie komen te verkeren dan wanneer zij rechtstreeks door de shippers (de cedenten van de vorderingen) zouden zijn aangesproken. De luchtvaartmaatschappijen moeten weten wie hun ‘eigenlijke’ wederpartijen zijn, mede omdat zij tegen Equilib de verweermiddelen moeten kunnen aanvoeren die zij tegen de cedenten (de shippers) hadden kunnen voeren

(vgl. HR 27 november 2009 (World Online), ECLI:NL:HR:2009:BH2162).

4.14.

De rechtbank neemt tot uitgangspunt dat indien de in het geding gebrachte documentatie per shipper bevat: (i) de cessieovereenkomst (titel) en (ii) de akte van cessie, en (iii) duidelijk is dat die zijn getekend/verstrekt door de cedent, in voldoende mate vaststaat dat Equilib rechthebbende op de vorderingen is, tenzij er concrete aanwijzingen zijn, aan te dragen door de luchtvaartmaatschappijen, dat desondanks geen rechtsgeldige cessie heeft plaatsgevonden.

Daarbij is van belang dat de debitor cessus (en de rechtbank) op basis van de documentatie kan vaststellen dat de cedent en cessionaris daadwerkelijk hebben beoogd om de vordering(en) over te dragen. Verder is relevant dat zowel de cessieovereenkomst als de akte van cessie tot stand zijn gekomen vóór de mededeling van de cessie, want pas met de mededeling is de levering van de vordering voltooid (artikel 3:94 lid 1 BW). Niet juist is evenwel – anders dan de luchtvaartmaatschappijen hebben betoogd – dat van een geldige cessie geen sprake kan zijn als eerst de akte van cessie is getekend en pas daarna de titel in een document (cessieovereenkomst) is vastgelegd.

4.15.

Weliswaar is het verstrekken van de cessiedocumentatie geen voorwaarde voor de geldigheid van de cessie (vgl. artikel 3:94 lid 4 BW), maar dat betekent niet dat Equilib niet gehouden is aan te tonen dat de vorderingen die zij in deze procedure instelt daadwerkelijk aan haar zijn overgedragen, met andere woorden dat zij rechthebbende is op die vorderingen. Dit geldt te meer in gevallen als de onderhavige waar de mededeling is gedaan door de cessionaris en niet door de cedent. Dan is voorzichtigheid op zijn plaats, zoals de luchtvaartmaatschappijen terecht betogen. Het ligt evenwel op de weg van de luchtvaartmaatschappijen om concreet te betwisten dat de cessies rechtsgeldig hebben plaatsgevonden. Zij zullen met concrete aanwijzingen moeten komen dat de cedent niet rechtsgeldig is vertegenwoordigd, de cessie niet heeft gewild, dan wel dat de cessie om een andere reden geen rechtsgevolg heeft gehad.

de cessiedocumentatie

4.16.

Tussen partijen is niet in geschil dat voor alle shippers cessiedocumentatie is overgelegd. Tevens is niet in geschil dat tussen de cedenten en de cessionaris (Equilib) gebruik is gemaakt van de onder de feiten opgenomen cessiedocumentatie. Thans moet worden onderzocht in hoeverre deze documentatie dusdanige gebreken vertoont dat geen sprake kan zijn van een rechtsgeldige cessie, zoals door de luchtvaartmaatschappijen wordt gesteld.

4.17.

De rechtbank stelt vast dat niet gesteld of gebleken is dat de cessiedocumentatie valselijk is opgemaakt dan wel dat de daarop geplaatste handtekeningen niet echt zijn.

4.18.

De luchtvaartmaatschappijen voeren aan dat in het algemeen niet is voldaan aan de vereisten voor een rechtsgeldige overdracht van de vorderingen omdat:

( i) de over te dragen vorderingen in de akten van cessie niet met voldoende bepaaldheid zijn omschreven;

(ii) de cessies in strijd zijn met het fiduciaverbod (artikel 3:84 lid 3 BW);

(iii) de cessies in strijd zijn met de openbare orde/goede zeden.

(i) voldoende bepaalbaar?

4.19.

De luchtvaartmaatschappijen voeren aan dat de cessies ongeldig zijn omdat de over te dragen vorderingen in de akten van cessie (dus op het tijdstip van de levering) niet met voldoende bepaaldheid zijn omschreven.

4.20.

De rechtbank stelt voorop dat voor het overdragen van een vordering op naam

vereist, maar ook voldoende, is dat de desbetreffende akte zodanige gegevens bevat dat in

de relatie tussen de cedent en de cessionaris, eventueel achteraf, aan de hand daarvan kan

worden vastgesteld om welke vorderingen het gaat. De vraag hoe specifiek die gegevens dienen te zijn, moet worden beantwoord aan de hand van de omstandigheden van het geval (HR 3 februari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BT6947).

4.21.

In de cessieovereenkomsten/leveringsakten (Assignment of Rights Agreements) tussen de shippers (al dan niet moedermaatschappijen) en Equilib worden de overgedragen vorderingen gedefinieerd. Hetzelfde geldt voor de leveringsakten tussen de dochtermaat-schappijen en de moedermaatschappijen (Assignments from Subsidiary to Parent) en de leveringsakten tussen de moedermaatschappijen en Equilib (Assignments from Parent to Equilib). Uit de omschrijvingen in de preambules van de diverse modellen (zie hiervoor onder 2.9 tot en met 2.11 en 2.15 tot en met 2.20) blijkt naar het oordeel van de rechtbank voldoende duidelijk dat het gaat om vorderingen van de shippers tot vergoeding van alle schade als gevolg van het kartel. In de zojuist bedoelde leveringsakten wordt bovendien verwezen naar de Intragroup Assignment and Mandate Agreements, zodat de leveringsakten voldoende gegevens bevatten om vast te stellen om welke vorderingen het gaat. Dat op een beperkt deel van de leveringsakten is nagelaten om de datum van de betreffende Intragroup Assignment and Mandate Agreement in te vullen, zoals de luchtvaartmaatschappijen betogen, maakt dit niet anders, nu er maar één overeenkomst kan zijn waarnaar wordt verwezen en bovendien evident is welke overeenkomst dat is. Voor zover de Commissie in haar nieuwe besluit heeft vastgesteld dat sprake is van een kartel, is voor een ieder voorts voldoende duidelijk dat het om hetzelfde kartel gaat als in het oude besluit. Verder is in de ‘Supplementary Assignment of Rights Agreements’ in een groot aantal gevallen de scope en omvang van de overgedragen vorderingen ook nog eens bevestigd. Anders dan de luchtvaartmaatschappijen betogen, betekent dit niet dat de vorderingen op het tijdstip van de levering onvoldoende bepaald waren. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat het gaat om vorderingen uit onrechtmatige daad uit hoofde van een kartel (waarvan de omvang en duur voor de kartelleden wél en voor de shippers niet kenbaar was). Het standpunt van de luchtvaartmaatschappijen komt er in feite op neer dat de shippers niet hun gehele schadevergoedingsvordering uit hoofde van het kartel hebben willen overdragen, maar onderdelen daarvan hebben uitgezonderd, hetgeen de rechtbank – bij gebreke van aanwijzigingen daarvoor – onaannemelijk voorkomt. Duidelijk is ook dat het gaat om vorderingen op alle in het besluit aangeduide leden van het kartel (als schuldenaren van de vorderingen). De akten van cessie bevatten derhalve voldoende gegevens om te kunnen vaststellen om welke vorderingen het gaat.

Anders dan de luchtvaartmaatschappijen betogen, is het voor de bepaalbaarheid van de gecedeerde vorderingen, te weten schadevergoedingsvorderingen die zijn gebaseerd op onrechtmatige daad (deelname aan een kartel), niet nodig dat (thans al) kan worden vastgesteld welke shippers welke vluchten (welke routes) hebben afgenomen.

(ii) fiduciaverbod

4.22.

De luchtvaartmaatschappijen voeren verder aan dat de cessies in strijd zijn met het fiduciaverbod (artikel 3:84 lid 3 BW).

4.23.

Artikel 3:84 lid 3 BW bepaalt dat een rechtshandeling die ten doel heeft een goed over te dragen tot zekerheid of die de strekking mist het goed na de overdracht in het vermogen van de verkrijger te doen vallen, geen geldige titel is voor overdracht van dat goed.

4.24.

Van strijd met het fiduciaverbod is geen sprake. Daarvoor is het volgende redengevend.

Allereerst kan, anders dan de luchtvaartmaatschappijen betogen, geen sprake zijn van een overdracht van vorderingen tot zekerheid, reeds omdat Equilib geen vorderingen heeft op de shippers waarvoor zij zekerheid zou wensen. Equilib is geen schuldeiser van de shippers; de shippers hebben juist aanspraken op Equilib ter zake van de (betaling van) de tegenprestatie voor de gecedeerde vorderingen. Equilib ontvangt immers uit hoofde van de gecedeerde vorderingen (indien zij in deze procedures succesvol is) betalingen. Gelet op haar afspraken met de cedenten geeft zij een percentage (minimaal 60% en maximaal 80%) van deze betalingen door aan de cedenten en behoudt zij de rest (als onderdeel van de koopprijs). Deze afspraak maakt de cessies niet strijdig met het fiduciaverbod. Ook de omstandigheid dat de eerste Australische directeur van Equilib, zoals de luchtvaartmaatschappijen hebben aangevoerd, het deel van de opbrengst dat aan Equilib toekomt, een keer ‘commission’ heeft genoemd, maakt niet dat het dat in juridische zin ook is.

Uit artikel 2 van de cessieovereenkomsten/leveringsakten (Assignments of Rights) tussen de shippers (al dan niet moedermaatschappij) en Equilib (zie 2.9 tot en met 2.11) volgt voorts dat deze strekken tot werkelijke overdracht van alle betrokken vorderingen. Uit deze overeenkomsten kan niet anders worden afgeleid dan dat de vorderingen krachtens verkoop op Equilib overgaan, waarna Equilib de alsdan tot haar vermogen behorende vorderingen zal gaan innen. Ook bevatten de overeenkomsten geen bepalingen op grond waarvan de vorderingen (bijvoorbeeld in geval van faillissement van Equilib) terugvallen in het vermogen van de cedent. Dat de cedent onder bepaalde voorwaarden een terugkooprecht heeft, bevestigt juist dat de overeenkomst ertoe strekt de vorderingen daadwerkelijk in het vermogen van Equilib te doen vallen.

Dat de koopprijs deels afhankelijk is van het resultaat van de onderhavige procedure doet rechtvaardigt geen ander oordeel. Anders dan de luchtvaartmaatschappijen stellen is van een wanverhouding tussen de waarde van het aandeel van Equilib (minimaal 20% en maximaal 40%) en de door Equilib gestelde waarde van de overgedragen vorderingen geen sprake. De waarde van de vorderingen materialiseert zich immers pas na het voeren van deze procedure, waarvan Equilib de kosten voor haar rekening neemt.

Het feit dat in sommige cessieovereenkomsten zekerheidshalve (mocht aan de cessie onverhoopt een gebrek kleven) lastgeving is overeengekomen, doet, zoals Equilib terecht stelt, evenmin af aan de intentie om de vorderingen te cederen en in het vermogen van Equilib te laten vallen. Ditzelfde geldt voor de beslissing van Equilib om de vorderingen van een aantal cedenten niet langer onderwerp te laten zijn van deze procedure. Het staat Equilib, zoals zij terecht stelt, als rechthebbende immers (juist) vrij om haar eigen afweging te maken of zij de aan haar gecedeerde vorderingen wil innen (of niet) en dat heeft zij gedaan.

(iii) strijd met openbare orde/goede zeden

4.25.

De luchtvaartmaatschappijen hebben in hun conclusie van dupliek betoogd dat de onderhavige vorderingen gezien de aard en het doel van Equilib als ‘litigation vehicle’ wegens strijd met de goede zeden en/of openbare orde niet aan hen kunnen worden tegengeworpen. Volgens de luchtvaartmaatschappijen moet het beroep op strijd met de goede zeden/openbare orde naar het vorderingsstatuut worden beoordeeld. Zij hebben in hun akte van 8 februari 2017 vermeld dat de betreffende stellingen uit de conclusie van dupliek als daar herhaald en ingelast moet worden beschouwd, en, voor zover de rechtbank het cessiestatuut voor die beoordeling relevant acht, verzocht zich hierover nader bij akte te mogen uitlaten. Equilib heeft hier bezwaar tegen gemaakt.

4.26.

Naar het oordeel van de rechtbank komt de stelling van de luchtvaartmaat-schappijen dat de onderhavige cessies van de vorderingen, die de cedenten menen te hebben uit onrechtmatige daad, aan een ‘litigation vehicle’ in strijd zijn met de goede zeden/ openbare orde, neer op een beroep op nietigheid van de titel (artikel 3:40 lid 1 BW). De geldigheid van de titel van de cessie dient als goederenrechtelijk vereiste voor overdracht te worden beoordeeld naar het cessiestatuut. Op de regiezitting van 22 juni 2016 is afgesproken dat alle argumenten in het kader van het cessiestatuut uiterlijk bij pleidooi op 11 mei 2017 naar voren moesten worden gebracht. Het verzoek van de luchtvaartmaat-schappijen om zich op dit punt (in het kader van het cessiestatuut) nader te mogen uitlaten, zal dan ook niet worden gehonoreerd.

4.27.

Anders dan de luchtvaartmaatschappijen in de conclusie van dupliek hebben aangevoerd, zijn de cessieovereenkomsten tussen de shippers en ‘litigation vehicle’ Equilib naar Nederlands recht niet in strijd met de goede zeden/openbare orde. De rechtbank stelt daarbij voorop dat schadevergoedingsvorderingen wezenlijk kunnen bijdragen tot handhaving van daadwerkelijke mededinging in de Europese Unie (vgl. HvJEU 5 juni 2014, nr. C-557/12, Kone). In kartelschadezaken is het voor individuele benadeelden vaak lastig om hun schadevergoedingsvorderingen daadwerkelijk te gelde te maken. Een bundeling van dergelijke vorderingen via cessie aan een ‘litigation vehicle’ is dan ook een legitiem middel om tot een efficiënte afwikkeling van kartelschade te komen, zoals inmiddels ook volgt uit Richtlijn 2014/104/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 november 2014 betreffende bepaalde regels voor schadevorderingen volgens nationaal recht wegens inbreuken op de bepalingen van het mededingingsrecht van de lidstaten en van de Europese Unie, Publicatieblad van de Europese Unie 5 december 2014, L 349/1 (de Kartelschaderichtlijn). Anders dan de luchtvaartmaatschappijen betogen, loopt Equilib wel degelijk een eigen risico bij het voeren van deze procedure, namelijk het risico om in de proceskosten te worden veroordeeld. De advocaat van Equilib heeft overigens bij pleidooi verklaard dat Equilib ter voldoening van een eventuele proceskostenveroordeling € 200.000 op de derdengeldrekening van zijn kantoor heeft gestort. Ook het feit dat de cessieovereen-komst trekken heeft van ‘no cure no pay’ maakt op zichzelf niet dat deze in strijd is met de openbare orde of goede zeden; anders dan (bijvoorbeeld) advocaten is Equilib niet gebonden aan normen die daaraan in de weg zouden staan.

verdere gebreken in de cessiedocumentatie/bevoegdheidsdocumentatie

(volgens de luchtvaartmaatschappijen)

4.28.

De luchtvaartmaatschappijen hebben (uiteindelijk) in hun akte van 8 februari 2017 en bij pleidooi op 11 mei 2017 de volgende bezwaren tegen de cessiedocumentatie gemaakt:

I. de cessiedocumentatie is op onoverzichtelijke wijze in het geding gebracht;

II. de cessiedocumentatie is onvolledig:

(i) er bestaat mogelijk nog andere Fransrechtelijke cessiedocumentatie van een eerdere datum, die niet is overgelegd en die ziet op dezelfde vorderingen die zijn overgedragen door de (overige) Nederlandsrechtelijke cessiedocumentatie;

(ii) ten aanzien van een deel van de vorderingen ontbreekt de betreffende cessiedocumentatie van de betreffende entiteiten;

(iii) doordat de prijzen in alle documentatie zijn weggelakt, kan de geldigheid van de cessies niet worden gecontroleerd;

(iv) een geldige titel voor de overdracht van de vorderingen van de dochtermaat-schappijen door de moedermaatschappijen aan Equilib ontbreekt;

(v) in een groot deel van de cessieovereenkomsten dan wel de leveringsakten ontbreken:

(a) de datum van ondertekening;

(b) de datum van de onderliggende titel waarnaar in de akte wordt verwezen;

III. de cessiedocumentatie bevat daarnaast diverse gebreken:

(i) er bestaat in een aantal gevallen geen cessieovereenkomst en derhalve geen geldige titel;

(ii) de datum van de in de cessieovereenkomst genoemde Assignment of Rights Agreement komt in veel gevallen niet overeen met de datum van de door Equilib overgelegde Assignment of Rights Agreement;

(iii) de datum van de Intragroup Assignment and Mandate Agreement komt in een aantal gevallen niet overeen met de datum van de door Equilib overgelegde cesssieovereenkomst;

(iv) de leveringsakte is in een aantal gevallen door een of meerdere partijen getekend voordat de Intragroup Assignment and Mandate Agreement is getekend;

(v) de reikwijdte van de vordering is niet correct omschreven;

(vi) gebreken in de ondertekening/datum;

(vii) soms is onduidelijk welke entiteit de vorderingen zou hebben overgedragen;

IV. de bevoegdheidsdocumentatie is in een aantal gevallen gebrekkig op de volgende punten:

(i) de datum van de overgelegde bevoegdheidsdocumentatie verschilt van die van de ondertekening van de aanvullende verklaring/cessiedocumentatie;

(ii) de reikwijdte van de vertegenwoordigingsbevoegdheid van ondertekenaar(s) ontbreekt of is onduidelijk;

(iii) de startdatum van de vertegenwoordigingsbevoegdheid ontbreekt of is onduidelijk;

(iv) de datum van de overgelegde bevoegdheidsdocumentatie ontbreekt of is onduidelijk;

(v) onduidelijk is naar welke overeenkomst de aanvullende verklaring verwijst;

(vi) er is slechts een ‘onofficieel’ uittreksel uit het handelsregister of buitenlands equivalent overgelegd;

(vii) de naam van de ondertekenaar is niet opgenomen in de cessiedocumentatie of bevoegdheidsdocumentatie dan wel onleesbaar;

(viii) ten aanzien van een aantal cedenten is in het geheel geen bevoegdheids-documentatie overgelegd;

(ix) ‘overige gebreken’.

I. de cessiedocumentatie is op onoverzichtelijke wijze in het geding gebracht

4.28.1.

De luchtvaartmaatschappijen hebben aangevoerd dat Equilib in de loop van het geding op een onoverzichtelijke wijze en aan de hand van verschillende gebrekkige en moeilijk begrijpelijke ‘annexen’ cessiedocumentatie heeft overgelegd. Daardoor zagen de luchtvaartmaatschappijen zich genoodzaakt om alle cessiedocumentatie meerdere malen te bestuderen, waardoor zij onnodig op kosten zijn gejaagd. Hiermee dient rekening te worden gehouden in de proceskostenveroordeling, aldus de luchtvaartmaatschappijen.

Weliswaar kan aan de luchtvaartmaatschappijen worden toegegeven dat de documentatie (eerder) op een overzichtelijkere wijze had kunnen worden overgelegd, maar na de toelichting van Equilib in de akte rechtsgeldigheid cessies en bij pleidooi is voldoende duidelijk hoe die documentatie voor een juist begrip moet worden gelezen. Overigens is de rechtbank met Equilib van oordeel dat dit niet tot het oordeel zou kunnen leiden dat de cessies niet rechtsgeldig zijn. Of dit gevolgen moet hebben voor (de hoogte van) een eventuele proceskostenveroordeling laat de rechtbank thans onbesproken.

II. de cessiedocumentatie is onvolledig

(i) er bestaat mogelijk nog andere Fransrechtelijke cessiedocumentatie van een eerdere datum, die niet is overgelegd en die ziet op dezelfde vorderingen die zijn overgedragen door de (overige) Nederlandsrechtelijke cessiedocumentatie

4.28.2.

Gelet op hetgeen hiervoor onder 4.6 is overwogen behoeft dit betoog geen bespreking.

(ii) ten aanzien van een deel van de vorderingen ontbreekt de betreffende cessiedocumentatie van de betreffende entiteiten

4.28.3.

De luchtvaartmaatschappijen hebben aangevoerd dat blijkens de bij productie 8 door Equilib overgelegde ‘air way bills,’ Fuji Photo Film Co. Ltd., Poly-Products Ind Co Ltd, Mascotte Industrial Associate en andere entiteiten shippers zijn geweest met betrekking tot vrachtvluchten ten aanzien waarvan Equilib thans schade vordert, terwijl deze shippers niet zijn vermeld op de lijst van productie 3 bij akte van 9 november 2016. Enig bewijs dat deze shippers hun vorderingen aan Equilib hebben overgedragen, ontbreekt, zo stellen zij.

4.28.4.

Het belang van dit betoog ontgaat de rechtbank. Equilib heeft in de voorliggende zaken (Equilib I en II) enkel de schadevergoedingsvorderingen ingesteld die de shippers vermeld in productie 3 bij akte van 9 november 2016 aan haar hebben gecedeerd. Eventuele andere entiteiten zijn derhalve niet van belang.

(iii) doordat de prijzen in alle documentatie is weggelakt, kan de geldigheid van de cessies niet worden gecontroleerd

4.28.5.

De luchtvaartmaatschappijen voeren aan dat de vraag of een prijs is bepaald relevant is voor de geldigheid van de Fransrechtelijke cessies. Nu de Fransrechtelijke cessies in deze procedures geen rol meer spelen, behoeft dit betoog geen bespreking.

Voor wat betreft de relevantie van de prijsbepalingen in de Nederlandsrechtelijke cessie-documentatie in het kader van het fiduciaverbod verwijst de rechtbank naar hetgeen hiervoor is overwogen onder 4.24.

(iv) een geldige titel voor de overdracht van de vorderingen van de dochtermaatschappijen door de moedermaatschappijen aan Equilib ontbreekt

4.28.6.

De luchtvaartmaatschapppijen hebben aangevoerd dat de Intragroup Assignment and Mandate Agreements geen geldige titel bevatten voor de overdracht door de moedermaatschappijen aan Equilib van de vorderingen die de moedermaatschappijen van de dochtermaatschappijen (zouden) hebben verkregen.

4.28.7.

Equilib heeft toegelicht dat de moedermaatschappijen zowel hun eigen vorderingen aan Equilib hebben gecedeerd, waarvoor de Assignment of Rights Agreements de titel is, alsmede de vorderingen die zij van hun dochtermaatschappijen hebben verkregen aan Equilib heeft (door)gecedeerd, waarvoor de Intragroup Assignment and Mandate Agreement de titel is. Volgens Equilib blijkt uit de Intragroup Assignment and Mandate Agreement duidelijk van wilsovereenstemming tussen Equilib en de moedermaatschappijen terzake de doorcessie van de vorderingen van de dochtermaatschappijen. Bovendien geldt er voor de titel geen vormvoorschrift, aldus Equilib.

4.28.8.

De rechtbank volgt dit betoog van Equilib. Uit de considerans van de oudere modellen van de Intragroup Assignment and Mandate Agreement, waarbij Equilib steeds partij is (B1 en B2, zie 2.12 en 2.13) blijkt duidelijk dat het de wil van de moedermaatschappijen is dat de vorderingen van de dochtermaatschappijen onderdeel gaan uitmaken van de vorderingen van de moedermaatschappij die krachtens de Assignment of Rights Agreements worden overgedragen aan Equilib. Daarin staat immers:

“d. Parent and Equilib have entered into an agreement, concluded on (…), which provides inter alia for Parent to assign (cederen) claims of its own similar to the Subsidiary’s Claims (“the Parent’s Claims”) to Equilib;

e. Parent and Equilib wish to include in the Parent’s Claims the Subsidiary’s Claims and Subsidiary therefore agrees to assign the Subsidiary’s Claims to Parent”.

Naar het oordeel van de rechtbank levert dit een geldige titel op voor de cessie door de moedermaatschappijen van de vorderingen van de dochtermaatschappijen aan Equilib. Tussen partijen is niet in geschil dat het nieuwste model van de Intragroup Assignment and Mandate Agreement (B5, zie 2.14) een geldige titel voor de ‘doorcessie’ bevat.

(v) in een groot deel van de cessieovereenkomsten dan wel de leveringsakten ontbreken:

(a) de datum van ondertekening

(b) de datum van de onderliggende titel waarnaar in de akte wordt verwezen

4.28.9.

De luchtvaartmaatschappijen hebben aangevoerd dat zij zonder datum van ondertekening dan wel zonder voldoende duidelijke aanduiding van de cessieovereenkomst

niet kunnen achterhalen welke vorderingen de shippers hebben willen overdragen.

4.28.10.

Nu de vorderingen zijn gegrond op onrechtmatige daad (en het hier geen handelsdebiteuren betreft) is niet relevant wat het exacte tijdstip van ondertekening van de akten van cessie is, mits de ondertekening maar heeft plaatsgevonden voordat de cessie is medegedeeld aan de luchtvaartmaatschappijen.

Bovendien valt niet in te zien dat door het ontbreken van de datum van de onderliggende titel niet kan worden achterhaald om welke vorderingen het gaat. Zoals hiervoor onder 4.21 al is overwogen, is het voldoende helder om welke vorderingen het gaat. Het ontbreken van enkele data kan derhalve niet leiden tot ongeldigheid van de cessies.

III. diverse gebreken in de cessiedocumentatie

(i) er bestaat geen cessieovereenkomst en derhalve geen geldige titel

4.28.11.

Op dit punt is hiervoor onder 4.22 tot en met 4.24 en onder 4.28.8 reeds beslist.

(ii) de datum van de in de cessieovereenkomst genoemde Assignment of Rights Agreement komt in een aantal gevallen niet overeen met de datum van de door Equilib overgelegde Assignment of Rights Agreement

4.28.12.

De luchtvaartmaatschapppijen hebben verder aangevoerd dat de datum van de genoemde Assignment of Rights Agreement niet overeenkomt met de datum van de door Equilib overgelegde Assignment of Rights Agreement. Ofwel de leveringsakte waarnaar is verwezen bestaat niet, ofwel deze is niet overgelegd. Hoe dan ook is niet na te gaan of de leveringsakten bestaan en of die leveringen geldig zijn geschied, aldus de luchtvaart-maatschappijen.

4.28.13.

Equilib heeft dit als volgt toegelicht. In het grootste deel van deze gevallen verwijst een document naar de Assignment of Rights Agreement onder vermelding van de datum waarop een van beide partijen die overeenkomst tekende. Slechts in twee gevallen is per vergissing sprake van een verkeerde datering. Voor partijen was echter zonder meer duidelijk naar welke overeenkomst werd verwezen. Het kan bovendien niet leiden tot ongeldigheid van de titel. In een klein deel van de gevallen is de datum van de Assignment of Rights Agreement waarnaar wordt verwezen niet ingevuld. Dit is echter voor de geldigheid van de documenten niet van belang. Het doel van de gebruikte datumverwijzing is immers beperkt tot het schetsen van de context waarin de verschillende overeenkomsten worden getekend: ieder document is een onderdeel in de schakel die tot doel heeft dat de luchtvaartmaatschappijen kunnen worden aangesproken voor de vorderingen die zijn ontstaan door het kartel en aan Equilib zijn overgedragen.

4.28.14.

De rechtbank is van oordeel dat Equilib hiermee genoegzaam heeft aangetoond dat wordt verwezen naar de ondertekende Assignment of Rights Agreement en dat kan worden achterhaald om welke vorderingen het gaat, al kan aan de luchtvaartmaatschappijen worden toegegeven dat Equilib dit op een meer overzichtelijke wijze had kunnen doen. De door de luchtvaartmaatschappijen gesignaleerde onvolkomendheden leiden derhalve niet tot ongeldigheid van de cessies.

(iii) de datum van de Intragroup Assignment and Mandate Agreement komt niet overeen met

de datum van de overgelegde cesssieovereenkomst

4.28.15.

De luchtvaartmaatschapppijen hebben voorts aangevoerd dat in een aantal gevallen de datum van de genoemde Intragroup Assignment and Mandate Agreement niet overeenkomt met de datum van de door Equilib overgelegde cessieovereenkomst.

4.28.16.

Equilib heeft dit als volgt toegelicht. De leveringsakte verwijst naar de titel voor deze levering: de Intragroup Assignment and Mandate Agreement. In een aantal gevallen is de Intragroup Assignment and Mandate Agreement eerst door de dochtermaatschappij en de moedermaatschappij getekend en later door Equilib, zodat in die gevallen de leveringsakte niet altijd verwijst naar de datum waarop de moedermaatschappij en/of de dochtermaat-schappij de Intragroup Assignment and Mandate Agreement tekende. Relevant is dat het voor partijen voldoende duidelijk is op grond van welke titel de vorderingen worden overgedragen. Dat wordt verwezen naar de datum waarop een of twee van de partijen de overeenkomst tekende dan wel een verwijzing met een onjuiste (of zonder) datum maakt niet dat de cessies ongeldig zijn.

4.28.17.

De rechtbank volgt Equilib hierin. Ook dit door de luchtvaartmaatschappijen opgeworpen bezwaar leidt dus niet tot ongeldigheid van de cessies.

(iv) de leveringsakte is door een of meerdere partijen getekend voordat de Intragroup

Assignment and Mandate Agreement is getekend

4.28.18.

De luchtvaartmaatschapppijen hebben nog aangevoerd dat in een aantal gevallen de leveringsakte door een of meerdere partijen is getekend voordat de Intragroup Assignment and Mandate Agreement is getekend.

4.28.19.

Zoals hiervoor reeds is overwogen, is relevant dat zowel de cessieovereenkomst als de akte van cessie tot stand zijn gekomen vóór de mededeling van de cessie, want pas met de mededeling is de levering van de vordering voltooid (artikel 3:94 lid 1 BW). Niet juist is evenwel – anders dan de luchtvaartmaatschappijen hebben betoogd – dat van een geldige cessie geen sprake kan zijn als eerst de akte van cessie is getekend en pas daarna de titel in een document (cessieovereenkomst) is vastgelegd. De rechtbank stelt met Equilib vast dat op het moment van mededeling van de cessies voor iedere overdracht van vorderingen een op schrift gestelde en door partijen ondertekende titel bestond.

(v) de reikwijdte van de vordering is niet correst omschreven

4.28.20.

De luchtvaartmaatschapppijen hebben ook nog aangevoerd dat de reikwijdte van de vordering in sommige gevallen niet correct is omschreven. Zo wordt bijvoorbeeld naar dochtermaatschappijen verwezen waarvan niet duidelijk is of zij hun vorderingen hebben overgedragen, bestaat er onduidelijkheid over de (naam van de) rechtspersoon die de vorderingen zou hebben overgedragen en/of zijn er gebreken in de datering van het stuk. Onder meer wordt verwezen naar de tussen Equilib en Hilti Corporation (Hilti) gesloten Supplementary Assignment of Rights Agreement.

4.28.21.

Equilib heeft het voorgaande als volgt weerlegd. Uit de documentatie blijkt onmiskenbaar ten aanzien van bijvoorbeeld Hilti dat zij haar eigen post kartel vorderingen en juist niet die van eventuele dochtermaatschappijen heeft willen overdragen aan Equilib. Hilti wordt gedefinieerd als ‘Parent’ en daarboven staat bij ‘Subsidiaries’ ingevuld: “(n/a)”, waarmee duidelijk wordt gemaakt dat er geen dochtermaatschappijen partij zijn bij deze rechtsbetrekking. Van enige onduidelijheid is dus geen sprake.

Verder heeft Equilib ten aanzien van Koninklijke Philips Electronics N.V. (Philips) toegelicht dat Philips op 22 december 2009 een Assignment of Rights Agreement tekende en dat later met Philips aan ‘Amended Agreement Assignment of Rights’ is aangegaan. Dat de voorwaarden van de Assignment of Rights Agreement later zijn gewijzigd, maakt niet dat de vordering onjuist is omschreven. Duidelijk is immers dat Philips haar vorderingen wilde overdragen aan Equilib en wel onder de voorwaarden zoals later vervat in de gewijzigde overeenkomst. Dit geldt te meer omdat een vertegenwoordiger van Philips aanwezig was tijdens de zitting op 11 mei 2017.

Ook heeft Equilib aangevoerd dat de omstandigheid dat de derde dochter van Syngenta Crop Protection AG de Supplementary Assignment of Rights Agreement niet heeft getekend, de door de eerste twee dochters wel getekende Supplementary Assignment of Rights Agreement niet ongeldig maakt.

4.28.22.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft Equilib de kritiek van de luchtvaartmaat-schappijen op dit punt genoegzaam weerlegd.

(vi) gebreken in de ondertekening/datum

4.28.23.

Wat betreft de kritiek van de luchtvaartmaatschapppijen op de gebreken in ondertekening/datum is hiervoor reeds overwogen dat relevant is dat duidelijk moet zijn dat de ondertekening afkomstig is van de cedent. Er zijn geen (concrete) aanwijzingen dat dit niet het geval is. Verder geldt dat het ontbreken van een datum van ondertekening nog niet maakt dat geen sprake is van wilsovereenstemming. Ten slotte geldt dat de door Equilib overgelegde ‘annexen’ voldoende zijn om, voor zover van toepassing en nodig, het ontbreken van een datum van ondertekening te herstellen.

(vii) onduidelijk welke entiteit de vorderingen zou hebben overgedragen

4.28.24.

Wat betreft de gestelde onduidelijkheid welke entiteiten vorderingen hebben overgedragen heeft Equilib toegelicht dat het bijvoorbeeld gaat om entiteiten die een naamswijziging hebben ondergaan tussen het moment van tekenen van de Assignment of Rights Agreement en Supplementary Assignment of Rights Agreement. Met Equilib is de rechtbank van oordeel dat dit soort mogelijke onduidelijkheden niet aan een geldige overdracht in de weg staat.

IV. de bevoegdheidsdocumentatie

4.29.

De luchtvaartmaatschappijen lijken het standpunt in te nemen dat Equilib ook (sluitend) bewijs moet leveren van de vertegenwoordigingsbevoegdheid van de personen die namens de shippers de cessiedocumentatie hebben ondertekend. Dit is onjuist en een dergelijke bewijsopdracht is tijdens de regiezitting van 22 juni 2016 ook niet gegeven. Immers, zoals Equilib terecht heeft aangevoerd, slechts de cedent zou zich in voorkomend geval tegenover de cessionaris (Equilib) kunnen beroepen op het ontbreken van vertegenwoordigingsbevoegdheid. Als de cedent dat niet doet, omdat hij (kennelijk) gebonden wil zijn, kan de debitor cessus (de luchtvaartmaatschappij) niet zelfstandig de geldigheid van de cessie betwisten op de grond dat hij twijfels heeft over de vertegenwoordigingsbevoegdheid. Zoals hiervoor is overwogen, is van belang dat de debitor cessus (en de rechtbank) op basis van de documentatie kan vaststellen dat de cedent en cessionaris daadwerkelijk hebben beoogd om de vordering(en) over te dragen en zullen de luchtvaartmaatschappijen met concrete aanwijzingen moeten komen dat de cedent niet rechtsgeldig is vertegenwoordigd of de cessie niet heeft gewild. Bij de beoordeling van de waaier van ‘gebreken’ die de luchtvaartmaatschappijen naar eigen zeggen in 800 gevallen hebben kunnen vinden in de door Equilib in het geding gebrachte bevoegdheids-documentatie stelt de rechtbank voorop dat de luchtvaartmaatschappijen geen enkele concrete aanwijzing hebben gegeven waaruit is af te leiden dat de shippers zich niet gebonden achten aan de cessies. Verder is niet gesteld of gebleken dat ook maar één shipper van wie de vorderingen onderwerp zijn van deze procedures zich bij de luchtvaartmaat-schappijen heeft gemeld met een aanspraak op schadevergoeding of zich (ook) heeft aangesloten bij een ander ‘litigation vehicle’. Een groot aantal shippers heeft bovendien Annexen of PoA’s getekend, waarin wordt verwezen naar de cessiedocumentatie en waaruit blijkt dat sprake was van vertegenwoordigingsbevoegdheid, althans van de wens om gebonden te zijn aan de cessie. Bij twijfel over de vertegenwoordigingsbevoegdheid hadden de luchtvaartmaatschappijen bovendien ook zelf contact kunnen opnemen met de betreffende shippers, maar dat hebben zij kennelijk niet gedaan. Hetgeen hiervoor is overwogen leidt tot de conclusie dat gebreken in de bevoegdheidsdocumentatie in beginsel niet tot ongeldigheid van de cessies kunnen leiden, tenzij er concrete aanwijzingen zijn dat de cedent niet aan de cessie gebonden wenst te zijn. Tegen deze achtergrond worden de diverse categorieën van de door de luchtvaartmaatschappijen gevonden ‘gebreken’ beoordeeld.

(i) de datum van de bevoegdheidsdocumentatie verschilt van die van de ondertekening van de aanvullende verklaring/cessiedocumentatie

4.29.1.

Volgens de luchtvaartmaatschappijen verschilt bij een groot deel van de vennootschappen de datum van de overgelegde bevoegdheidsdocumentatie met de datum van ondertekening van de aanvullende verklaring of cessiedocumentatie.

4.29.2.

Equilib heeft hiertegen ingebracht dat zij twee soorten ‘PoA’s’ heeft overgelegd, waarvan de eerste soort ziet op de vertegenwoordigingsbevoegdheid van de persoon die namens de cedent in het verleden cessiedocumenten heeft ondertekend en de tweede soort op de vertegenwoordigingsbevoegdheid van de persoon die namens de shipper een ‘Annex’ tekende. In beide gevallen betreft het vrijwel uitsluitend door de shipper zelf ingestuurde documenten, waarmee zij hebben willen aantonen dat zij gebonden willen zijn aan de cessies.

4.29.3.

Met Equilib is de rechtbank van oordeel dat voor de geldigheid van de cessies niet noodzakelijk is dat een ‘PoA’ document is overgelegd met exact dezelfde datum als de overeenkomst of de bekrachtiging. Zoals hierboven al is overwogen zijn er ook overigens geen concrete aanwijzingen gesteld of gebleken dat de cedent niet rechtsgeldig is vertegenwoordigd of niet aan de cessie gebonden wil zijn.

(ii) de reikwijdte van de vertegenwoordigingsbevoegdheid van ondertekenaar(s) ontbreekt of is onduidelijk

(vi) ‘onofficieel’ uittreksel

4.29.4.

Volgens de luchtvaartmaatschappijen verschaft in een aantal gevallen de overgelegde bevoegdheidsdocumentatie geen duidelijkheid over de functie die de ondertekenaar vervult of de datum vanaf wanneer de functie is aangevangen. In een voorkomend geval heeft Equilib zelfs menen te mogen volstaan met het overleggen van een printscreen van een (gedeelte van een) profiel op LinkedIn, aldus de luchtvaartmaat-schappijen.

4.29.5.

Equilib heeft hiertegen ingebracht dat de overgelegde PoA-documenten aantonen dat zij niet handelt op basis van verzonnen overeenkomsten en dat de shippers door het toezenden van stukken hebben willen aantonen dat zij gebonden willen zijn aan de cessies. Verder betwist Equilib dat voor een rechtsgeldige overdracht is vereist dat de shippers bij het ondertekenen van de cessiedocumenten werden vertegenwoordigd door personen die blijkens een handelsregister vertegenwoordigingsbevoegd waren.

4.29.6.

Hier geldt het volgende. Het betoog van de luchtvaartmaatschappijen dat in sommige gevallen alleen een ‘onofficieel’ uittreksel is verstrekt kan hen niet baten. Op grond van artikel 152 lid 1 Rv kan bewijs door alle middelen rechtens worden geleverd, zodat uittreksels uit handelsregisters, volmachten, inzien-exemplaren, print screens, ‘Annexen’ dan wel ‘PoA-documenten’ in dit geval volstaan. Daarbij komt dat vennootschappen ook door onbevoegde vertegenwoordigers kunnen worden gebonden, bijvoorbeeld indien de cessionaris gerechtvaardigd heeft vertrouwd op de door de cedent gewekte schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid. In de gevallen waarin Equilib slechts aan de hand van ‘onofficiële’ documenten de vertegenwoordigingsbevoegdheid van de ondertekenaar(s) handen en voeten heeft gegeven, zijn geen concrete aanwijzingen gesteld of gebleken dat de cedent niet rechtsgeldig is vertegenwoordigd of dat deze niet aan de cessie gebonden wenst te zijn, zodat ook dit betoog de luchtvaartmaatschappijen niet kan baten.

(iii) de startdatum van de vertegenwoordigingsbevoegdheid ontbreekt of is onduidelijk en

(iv) de datum van de overgelegde bevoegdheidsdocumentatie ontbreekt of is onduidelijk

4.29.7.

Volgens de luchtvaartmaatschappijen wordt uit veel van de overgelegde buitenlandse uittreksels of andere bevoegdheidsdocumentatie niet duidelijk vanaf welk moment en voor welke periode iemand bevoegd is of was om de vennootschap te vertegenwoordigen.

4.29.8.

Equilib heeft hiertegen ingebracht dat op haar niet de verplichting rust om per shipper een document met een startdatum over te leggen. De shippers willen gebonden zijn aan de overdracht van de vorderingen; geen enkele shipper heeft aangegeven niet gebonden te willen zijn of blijven aan de overeenkomsten.

4.29.9.

Ook hier stuit het betoog van de luchtvaartmaatschappijen erop af dat geen concrete aanwijzingen zijn gesteld of gebleken waaruit volgt dat de betreffende shippers niet aan de cessies geboden willen zijn.

(v) onduidelijk naar welke overeenkomst de aanvullende verklaring verwijst

4.29.10.

De luchtvaartmaatschappijen hebben aangevoerd dat in die gevallen waarin zowel Fransrechtelijke als Nederlandsrechtelijke cessiedocumentatie bestaat, niet duidelijk is op welke cessieovereenkomst de Annexen betrekking hebben.

Gelet op hetgeen hiervoor onder 4.6 is overwogen, behoeft dit betoog geen bespreking.

(vii) de naam van de ondertekenaar is niet opgenomen op de cessiedocumentatie of bevoegdheidsdocumentatie dan wel is onleesbaar

4.29.11.

De luchtvaartmaatschappijen hebben aangevoerd dat op veel ‘Assignments from Subsidiary to Parent’ de naam van een of beide ondertekenaars ontbreekt, zodat niet is na te gaan wie de overeenkomst heeft ondertekend. Onder meer verwijzen zij naar de ‘Assignment from Subsidiary to Parent’ die is ondertekend door Electrolux Logistics Italy S.p.A. en AB Electrolux.

4.29.12.

Equilib heeft hiertegen ingebracht dat dit weleens voorkomt bij de ondertekening van de leveringsakte, maar dat de titel voor die levering, de Intragroup Assignment and Mandate Agreement, in deze gevallen door dezelfde persoon is getekend als de leveringsakte en op die overeenkomst bij dezelfde handtekening van dezelfde persoon wel een naam staat vermeld, zodat het eenvoudig is te achterhalen welke naam bij de handtekening hoort. Dit is ook het geval bij de door de luchtvaartmaatschappijen genoemde voorbeelden.

De leveringsakte is ondertekend door Electrolux Logistics Italy S.p.A. en AB Electrolux (de moedermaatschappij van de Electrolux-groep), zonder dat daarbij de namen van de ondertekenaars zijn opgenomen. De door AB Electrolux en dochtermaatschappij Electrolux Logistics Italy S.p.A. op dezelfde dag als de leveringsakte ondertekende Intragroup Assignment and Mandate Agreement vermeldt echter wel de namen van de drie ondertekenaars: voor AB Electrolux ondertekent [naam 1] en voor Electrolux Logistics Italy S.p.A. tekenen [naam 2] en [naam 3]. De handtekeningen waarmee deze drie personen de Intragroup Assignment and Mandate Agreement ondertekenen komen overeen met de handtekeningen op de leveringsakte.

Verder is in drie gevallen, waarin een naam op de leveringsakte ontbreekt en niet duidelijk is dat de Intragroup Assignment and Mandate Agreement is getekend door dezelfde persoon als de leveringsakte, wel een ‘Annex’ getekend, die volgens Equilib voldoende duidelijk maakt dat de betreffende shipper zich gebonden acht aan de cessie.

4.29.13.

Ook hier geldt weer dat geen concrete aanwijzingen zijn gesteld of gebleken waaruit zou kunnen volgen dat in deze gevallen de vertegenwoordigingsbevoegdheid ontbreekt, althans dat de bewuste shipper de vordering(en) niet heeft willen cederen.

(viii) ten aanzien van een aantal cedenten is in het geheel geen bevoegdheidsdocumentatie overgelegd

4.29.14.

De luchtvaartmaatschappijen hebben aangevoerd dat ten aanzien van een aantal cedenten, te weten groepsmaatschappijen van Hewlett Packard (HP), in het geheel geen bevoegdheidsdocumentatie is overgelegd. Aangezien een vertegenwoordiger van HP tijdens de zitting op 11 mei 2017 aanwezig was (tezamen met vertegenwoordigers van Ericsson, Philips, Novartis en Alcatel-Lucent), bestaat er bij de rechtbank geen twijfel dat de HP-groep haar vorderingen heeft willen overdragen aan Equilib en zich gebonden acht aan de cessies.

(ix) overige gebreken

4.29.15.

Ten slotte voeren de luchtvaarmaatschappijen aan dat er nog enkele gevallen zijn waarin het om uiteenlopende redenen niet mogelijk was om vast te stellen of de partij juist was vertegenwoordigd. Het gaat dan bijvoorbeeld om ongedateerde verklaringen, aanvullende verklaringen die onduidelijk zijn, interne regelingen die niet zijn gevolgd bij de ondertekening en documenten die zijn opgesteld in een vreemde taal. In het licht van hetgeen hiervoor onder 4.29 is overwogen, ziet de rechtbank geen aanleiding op deze overige gevonden 'gebreken' nader in te gaan.

4.30.

Dit alles leidt tot de concusie dat de rechtbank geen aanleiding ziet aan te nemen dat een of meer van de shippers zich niet gebonden achten aan de cessies.

conclusie

4.31.

Op grond van al het voorgaande is de conclusie dat de cessies van de in productie 3 bij akte van 9 november 2016 vermelde shippers, met uitzondering van Lachiaille-Bratigny S.A.S en Oudendijk Import B.V., rechtsgeldig zijn.

4.32.

Voor zover Equilib zich op het subsidiaire standpunt stelt dat zij voor shippers Lachiaille-Bratigny S.A.S en Oudendijk Import B.V. optreedt op basis van een lastgeving ex artikel 7:414 lid 1 BW. wordt dit verworpen. Equilib heeft de vorderingen bij dagvaarding in eigen naam en voor eigen rekening ingesteld; zij kan die procedurele hoedanigheid niet in de loop van de procedure wijzigen (HR 2 april 1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC0919 en

HR 22 oktober 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP1435). De rechtbank komt wat betreft de overige shippers niet toe aan het subsidiaire beroep van Equilib op lastgeving.

verdere verloop van de procedure

4.33.

Zoals tijdens de pleidooizitting is besproken, dienen thans afspraken te worden gemaakt over het verdere verloop van de procedure. Daarbij is van belang dat de rechtbank in vergelijkbare zaken (SCC I en SCC II) voornemens is prejudiciële vragen aan de Hoge Raad te stellen betreffende de vaststelling van het toepasselijk recht op de vorderingen (het vorderingsstatuut). Het ligt voor de hand in deze zaken de beantwoording van die vragen af te wachten alvorens daarover het partijdebat te voeren. Voorts heeft de rechtbank bij de regiezitting van 22 juni 2016 bepaald dat het partijdebat op dat punt in ieder geval zal worden aangehouden totdat het nieuwe besluit (in een vertrouwelijke of gepubliceerde niet-vertrouwelijke versie) beschikbaar is voor partijen en de rechtbank. De zaak zal naar de rol worden verwezen zodat partijen zich (na bestudering van dit vonnis), bij voorkeur eensluidend, kunnen uitlaten over het door hen gewenste verdere procesverloop.

4.34.

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

verklaart voor recht dat de cessies van de in productie 3 bij akte van 9 november 2016 van Equilib vermelde shippers (met uitzondering van Lachiaille-Bratigny S.A.S en Oudendijk Import B.V.) als cedenten aan Equilib als cessionaris naar het cessiestatuut rechtsgeldig zijn,

5.2.

verwijst de zaak naar de rol van 25 oktober 2017 voor de akte(s) als bedoeld onder 4.33,

5.3.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.A. Dudok van Heel, mr. A.E. de Vos en mr. M.E.M. James-Pater, rechters, bijgestaan door mr. J.P. van der Stouwe, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 13 september 2017