Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2017:6048

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
27-08-2017
Datum publicatie
29-08-2017
Zaaknummer
13-670592-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

TBS - verlengen met 1 jaar ipv 2 jaar, omdat de rechtbank de vinger aan de pols wil houden, gelet op de te verwachten ontwikkelingen in het leven van betrokkene het komende jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Parketnummer: 13/670592-11

BESCHIKKING

op de op 9 juni 2017 ter griffie van deze rechtbank ingekomen vordering van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam d.d. 8 juni 2017 in de zaak tegen:

[terbeschikkinggestelde] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1970,

thans verblijvende in de [naam kliniek] , [adres kliniek]

die bij vonnis van deze rechtbank d.d. 27 juni 2012 ter beschikking gesteld werd, met oplegging van voorwaarden, welke terbeschikkingstelling laatstelijk bij beschikking van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden d.d. 22 september 2016 voor de tijd van 1 (één) jaar werd verlengd.

De inhoud van de vordering.

De vordering van de officier van justitie strekt tot het verlengen van de termijn van genoemde terbeschikkingstelling met 2 (twee) jaren.

De procesgang.

De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken in de zaak met bovenvermeld parketnummer, waaronder:

  • -

    het op 30 april 2017 op grond van artikel 509o, derde lid van het Wetboek van Strafvordering door Reclassering Nederland uitgebrachte advies, strekkende tot verlenging van deze terbeschikkingstelling met 1 (één) jaar;

  • -

    het op 24 maart 2017 op grond van artikel 509o, derde lid van het Wetboek van Strafvordering door psychiater K.N. Broek uitgebrachte rapport;

  • -

    voortgangsverslagen toezicht d.d. 27 oktober 2016, 12 januari 2017, 25 januari 2017 en 14 april 2017.

De rechtbank heeft op 27 juli 2017 de officier van justitie, de terbeschikkinggestelde en diens raadsman mr. W.J. Morra, advocaat te Amsterdam, alsmede de deskundige J.A. Griffioen, verbonden aan Reclassering Nederland, in openbare raadkamer gehoord.

De beoordeling.

Aan genoemd advies van Reclassering Nederland d.d. 30 april 2017 wordt het volgende ontleend, zakelijk weergegeven:

Binnen de huidige beschermde woonsituatie krijgt betrokkene ambulante psychiatrische zorg/behandeling die gecoördineerd en uitgevoerd wordt door het For ACT . Hij heeft gesprekken met de woonbegeleiding, therapeut “Seksualiteit” en met de verantwoordelijke behandelaar/psychiater. Tevens neemt hij op vrijwillige basis deel aan een COSA-kring. Hij verricht voor vierdagdelen per week werkzaamheden bij de afdeling montage van het DAC. Hij hoopt binnenkort te werken naar een (betaalde) baan buiten de ggz-instelling. Voor vrijetijdsbesteding is hij lid geworden van een sportvereniging. Betrokkene stelt zich tot nu toe begeleidbaar en behandelbaar op. Hij is in gesprek met de hulpverlening en de reclassering in voldoende mate openhartig over zijn leven en gevoelens. Hij geeft aan de geboden steun en begeleiding vooralsnog nodig te hebben om niet in zijn valkuil van oplopende stress te geraken. Betrokkene lijkt zich voldoende bewust van zijn kwetsbaarheid voor hyperseksualiteit en is derhalve gemotiveerd om de voorgeschreven libidoremmende hormonale medicatie te blijven gebruiken. Het is echter nog twijfelachtig of hij op de lange termijn de motivatie hiervoor kan blijven behouden. In het komende jaar zal betrokkene mogelijk belangrijke stappen maken (overgang naar meer zelfstandig wonen), die wellicht ook voor hem lastig en stressvol kunnen zijn. De adequate oplossende strategieën (copingvaardigheden) zijn bij betrokkene nog beperkt ingesleten. In de huidige behandelsetting, binnen de tbs-maatregel, heeft hij toegang tot de directe ondersteuning en begeleiding, waardoor de kans op recidive als laag kan worden ingeschat. In de toekomst zal hij in staat moeten zijn om zijn hulpverleningsvraag uit te kunnen stellen, zonder dat de psychische spanningen dusdanig oplopen dat ook de aangeleerde copingvaardigheden verloren gaan. Bij onvoldoende steun kan zijn stressniveau toenemen, waardoor het recidiverisico als matig tot verhoogd moet worden ingeschat. Indien betrokkene ambivalent blijft met betrekking tot het gebruik van de libidoremmende hormonale medicatie, zou het voor het behandelteam te overwegen zijn om dit binnen een juridisch kader en op basis van geleidelijkheid heel langzaam aan af te bouwen. In het komende jaar zal dit binnen het behandelteam in overleg met de reclassering en betrokkene goed moeten worden afgewogen of een dergelijke afbouw een verantwoorde keuze is. Vanuit onze professionele afweging achten wij het van belang en geïndiceerd dat betrokkene voorlopig nog enkele jaren door het For ACT wordt begeleid en door de reclassering wordt gemonitord. Betrokkene heeft aangegeven zich hierin wel te kunnen vinden. Daarentegen is het voor betrokkene motiverend als er een tussentijdse gerechtelijk toetsing plaatsvindt.

De deskundige Griffioen heeft dit advies ter zitting bevestigd en daar waar nodig aangevuld.

Er is overeenstemming tussen de reclassering en de psychiater K.N. Broek over de inschatting van de recidiverisico’s en het te verwachten duur van het resocialisatietraject met de daaraan gekoppelde juridisch kader. Ook is er overeenstemming over dat betrokkene in de afgelopen jaren positieve stappen heeft gezet met betrekking tot zelfinzicht en het hanteren van enige vaardigheden op het gebied van omgaan met kritiek en het oplopen van stress. Gelet op het feit dat betrokkene op termijn wil doorgroeien naar zelfstandig wonen met ambulante begeleiding, is men gezamenlijk van oordeel dat, op basis van de ingeschatte recidiverisico’s en maatschappelijke veiligheid, het aanhouden van een juridisch kader voor tenminste twee jaren noodzakelijk is. Daarentegen zal een tussentijdse toetsing voor betrokkene motiverend zijn om het uitgestippelde traject te blijven volgen.

De raadsman van de terbeschikkinggestelde heeft zich op het standpunt gesteld dat de terbeschikkingstelling met één jaar moet worden verlengd, nu niet valt uit te sluiten dat de maatregel over een jaar zou kunnen worden beëindigd.

Gelet op voormelde adviezen, het verhandelde in raadkamer en artikel 38d Wetboek van Strafrecht, is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen eist dat de termijn van de terbeschikkingstelling (met voorwaarden) met 1 (één) jaar wordt verlengd.

De rechtbank overweegt dat het uitgangspunt is dat wanneer aannemelijk is geworden dat de behandeling van de terbeschikkinggestelde meer tijd in beslag zal nemen dan de tijd die resteert bij een verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van 1 (één) jaar, de terbeschikkingstelling in principe verlengd dient te worden met een termijn van 2 (twee) jaren. Weliswaar ligt het in de lijn der verwachting dat de maatregel van terbeschikkingstelling langer in beslag zal nemen dan één jaar, maar nu betrokkene het komende jaar flinke stappen zal zetten in zijn leven, onder meer door te gaan samenwonen met zijn vriendin in een andere stad, wil de rechtbank graag de vinger aan de pols houden. Enerzijds kan op deze wijze tijdig worden ingegrepen indien sprake is van een terugval en anderzijds valt de mogelijkheid niet uit te sluiten dat de terbeschikkingstelling over een jaar zou kunnen worden beëindigd.

Beslissing.

De rechtbank wijst de vordering van de officier van justitie toe en verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling (met voorwaarden) van [terbeschikkinggestelde] voornoemd met 1 (één) jaar.

Deze beschikking is gegeven in openbare raadkamer van deze rechtbank en kamer door

mr. M. Vaandrager, voorzitter,

mrs. P.L.C.M. Ficq en F.P. Lauwaars, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. J.B.P. Terwindt, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 juli 2017.