Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2017:5981

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
16-08-2017
Datum publicatie
18-08-2017
Zaaknummer
C/13/631538 / KG ZA 17-737 FB/MV
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Een tandarts mag de handelsnaam van zijn tandartspraktijk blijven gebruiken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rolnummer: C/13/631538 / KG ZA 17-737 FB/MV

Vonnis in kort geding van 16 augustus 2017

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiser bij dagvaarding van 19 juli 2017,

advocaat mr. B.P.R. Milar te Amsterdam,

tegen

1 [gedaagde 1] ,
2. [gedaagde 2] ,

beiden wonende te [woonplaats] ,

gedaagde,

advocaat mr. M. Elshof te Amsterdam.

Eiser zal hierna [eiser] worden genoemd. Gedaagden zullen hierna respectievelijk [gedaagde 1] en [gedaagde 2] worden genoemd. Gezamenlijk zullen zij (in enkelvoud) als [gedaagden] worden aangeduid.

1 De procedure

Ter terechtzitting van 2 augustus 2017 heeft [eiser] gesteld en gevorderd overeenkomstig de in kopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. [gedaagden] heeft verweer gevoerd, met conclusie tot weigering van de gevraagde voorzieningen.

Beide partijen hebben producties en een pleitnota in het geding gebracht.
Ter zitting was [eiser] aanwezig met mr. Milar. Aan de zijde van [gedaagden] was [naam 1] aanwezig (echtgenoot van [gedaagde 2] ) met mr. Elshof en zijn kantoorgenoot mr. B. Breedijk.

Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.

2 De feiten

2.1.

[eiser] heeft in 2006 de eenmanszaak met als handelsnaam [naam 2] opgericht. Blijkens het als productie 1 door [eiser] overgelegde uittreksel is de eenmanszaak sinds 1 januari 2011 onder de genoemde naam ingeschreven in het handelsregister. De eenmanszaak is gevestigd aan de [adres 1] . Het internetadres is [internetadres 1] .

2.2.

Blijkens het als productie 3 door [eiser] overgelegde uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel drijft [gedaagde 1] sinds 20 maart 1976 een eenmanszaak met onder meer de handelsnaam [naam 3] . Het internetadres is [internetadres 2] . Deze eenmanszaak is op 26 mei 2015 uitgeschreven, en met ingang van die datum is haar onderneming voortgezet door [naam 4] Deze vennootschap voert onder meer de handelsnaam [naam 3] . Het internetadres is [internetadres 2] . [gedaagden] oefent zijn praktijk uit op het adres [adres 2] .

2.3.

Blijkens het als productie 5 door [eiser] overgelegde uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel is op 1 januari 2011 de maatschap [naam 5] opgericht. Maten zijn [gedaagde 1] en zijn dochter [gedaagde 2] De praktijk van de maatschap wordt uitgeoefend aan het [adres 3] . Blijkens het uittreksel is de handelsnaam van de maatschap onder meer [naam 5] . Het internetadres is [internetadres 3] .

2.4.

Indien op www.google.nl de zoektermen [zoekterm 1] , [zoekterm 2] , [zoekterm 2] , [zoekterm 1] , [zoekterm 3] of [zoekterm 4] worden ingevoerd, levert dit onder meer de volgende resultaten op:
[zoekterm 1] – [naam 6]
[internetadres 4]
dan wel

[zoekterm 3] – [naam 6]
[internetadres 4]

2.5.

Bij brief van 23 mei 2017 heeft de rechtsbijstandsverzekeraar van [eiser] onder meer het volgende aan [internetadres 3] geschreven:
Onlangs heeft cliënt geconstateerd dat u een Google Adword campagne voert waarmee door u inbreuk wordt gemaakt op de handelsnaam van cliënt. Het publiek wordt bij het intypen van de zoekterm “ [zoekterm 3] en [zoekterm 1] ” o.a. de volgende link gepresenteerd:

[zoekterm 1] – [naam 6]
[internetadres 4]

[zoekterm 3] – [naam 6]
[internetadres 4]

De handelsnaam van cliënt in de link suggereert dat de link naar de site van cliënt leidt, echter de link leidt naar uw website, [internetadres 5] waar u ook dezelfde diensten als cliënt aanbiedt.
Op grond van het bovenstaande moge duidelijk zijn dat hier sprake is van twee soortgelijke ondernemingen met een vrijwel identieke naam die dezelfde diensten in dezelfde plaats aanbieden.
Nu uw naam jonger is dan die van cliënt en deze in te geringe mate afwijkt van de naam van cliënt ontstaat hierdoor verwarring bij het publiek. Cliënt is hiermee reeds meerdere malen geconfronteerd.
Gelet op het bovenstaande maakt u inbreuk op de handelsnaamrechten van cliënt op grond van artikel 5 van de Handelsnaamwet en artikel 6:162 BW.
Namens cliënt verzoek, zo nodig sommeer ik u hierbij, om mij uiterlijk 30 mei a.s schriftelijk te bevestigen dat u (…)
a) iedere inbreuk op de handelsnaamrechten van cliënt (door het gebruik van de Google Adword) per direct te doen staken en gestaakt te doen houden,
b) verklaart in de toekomst geen domeinnaam te zullen registreren waar de handelsnaam van cliënt onderdeel van uitmaakt,
c) bij overtreding van (enig onderdeel van) de vorderingen onder a t/m b zich verplicht tot betaling van een onmiddellijk opeisbare boete van € 500,- per dag dat de overtreding voortduurt.
(…)

2.6.

Bij brief van 16 juni 2017 heeft de raadsman van [eiser] aan [naam 5] onder meer het volgende bericht:
handelt in strijd met artikel 5 Handelsnaamwet nu uw onderneming op internet de handelsnaam ‘ [zoekterm 3] ’ c.q. ‘ [zoekterm 1] ’ gebruikt. DAS zond u op 23 mei jl. een brief waarbij u bent verzocht om de inbreuk makende gedragingen per ommegaande te staken en gestaakt te houden (…). Tot op heden heeft [naam 5] niet op deze sommatiebrief gereageerd. (…)

3 Het geschil

3.1.

[eiser] vordert – kort gezegd – het volgende:
I. [internetadres 3] te bevelen om zich te onthouden van het voeren van een internetcampagne op www.google.nl waarbij [internetadres 3] inbreuk maakt op de handelsnaam van [eiser] ;
II. [internetadres 3] te bevelen om zich te onthouden van ieder gebruik van de inbreukmakende naam [naam 8] , dan wel van een handelsnaam die identiek is aan of slechts in geringe mate afwijkt van de handelsnaam van [eiser] ;

III. een en ander op straffe van dwangsommen;
IV. [internetadres 3] te veroordelen in de kosten van dit geding, waaronder de volledige advocaatkosten als bedoeld in artikel 1019h Rv (€ 2.999,- tot en met 29 juni 2017 en € 1.709,- vanaf 29 juni 2017) te vermeerderen met de wettelijke rente;
V. de termijn als bedoeld in artikel 1019i Rv te bepalen op zes maanden vanaf de datum dat dit vonnis in kracht van gewijsde is gegaan.

3.2.

[eiser] heeft hiertoe – samengevat weergegeven – gesteld dat [internetadres 3] door de gedragingen op www.google.nl (met name door het gebruik van de ad words ‘ [zoekterm 1] ’) in strijd handelt met artikel 5 Handelsnaamwet. De handelsnaam [zoekterm 1] van [internetadres 3] is vrijwel identiek aan die van [eiser] . Vanwege de gelijke activiteiten en vanwege de geringe afstand tussen beide ondernemingen (1,99 kilometer) is bij het publiek verwarring te duchten. Dat de handelsnaam van [eiser] beschrijvend is, betekent niet dat die naam geen bescherming geniet. Verwarring heeft zich reeds gerealiseerd; [eiser] heeft diverse patiënten gesproken die na het maken van een afspraak bij hem op de vestiging van [internetadres 3] zijn verschenen (en omgekeerd).

Subsidiair heeft [eiser] zich op het standpunt gesteld dat het gebruik door [internetadres 3] van de handelsnaam [zoekterm 1] onrechtmatig is in de zin van artikel 6:162 BW. [internetadres 3] profiteert ten onrechte van de vele positieve recensies die op het internet zijn te vinden over de tandartsenpraktijk van [eiser] . Als bijkomende omstandigheid geldt dat voor [internetadres 3] geen enkele noodzaak bestaat om de naam [zoekterm 1] te gebruiken. [internetadres 3] handelt immers al jarenlang onder de handelsnaam [naam 9] . Ook kan hij gebruik maken van bijvoorbeeld de handelsnaam [naam 10] (zoals ook opgenomen in het handelsregister).

3.3.

[internetadres 3] heeft – samengevat weergegeven – als verweer gevoerd dat zijn praktijk naar buiten treedt onder de naam [naam 9] . Dit blijkt onder meer uit het logo, de domeinnamen en tal van reclame-uitingen. Dat [internetadres 3] de woorden [zoekterm 1] als ad words gebruikt ten behoeve van een reclamecampagne op www.google.nl, houdt geen handelsnaamgebruik in.

Mocht hierover anders worden geoordeeld, dan is de handelsnaam van [eiser] zo beschrijvend dat hieraan geen bescherming kan worden ontleend. Soortnamen en beschrijvende aanduidingen mogen niet worden gemonopoliseerd. Door het beschrijvende karakter van de handelsnaam van [eiser] zal bovendien niet snel sprake zijn van verwarringsgevaar. Verwarring is ook niet aangetoond. Als al sprake is van verwarring, dan is dit aan [eiser] zelf te wijten. Zijn praktijk is, anders dan de naam doet vermoeden, niet op de Zuidas gevestigd maar in de stadswijk Oud-Zuid. Van bijkomende omstandigheden op grond waarvan het handelen van [internetadres 3] onrechtmatig zou zijn (bijvoorbeeld het bewust creëren van verwarring of het bewust dwarszitten van een concurrent) is niet gebleken.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Ingevolge artikel 5 Handelsnaamwet is het verboden een handelsnaam te voeren, die, voordat de onderneming onder die naam werd gedreven, reeds door een ander rechtmatig gevoerd werd, of die van diens handelsnaam slechts in geringe mate afwijkt, een en ander voor zover dientengevolge, in verband met de aard der beide ondernemingen en de plaats waar zij gevestigd zijn, bij het publiek verwarring tussen die ondernemingen te duchten is.

4.2.

Mede op grond van reclame-uitingen van [internetadres 3] is voldoende aannemelijk dat hij (de dienstverlening van) zijn onderneming in het maatschappelijk verkeer hoofdzakelijk aanduidt met de handelsnaam [naam 9] . Eveneens aannemelijk is echter dat hij tevens de handelsnamen [zoekterm 1] en [zoekterm 3] voert. In dit verband verdient opmerking dat een onderneming in het maatschappelijk verkeer gebruik kan maken van meer dan één handelsnaam.

Voorts staat voldoende vast dat [internetadres 3] de laatstgenoemde handelsnamen als ad words in de Google-zoekmachine gebruikt, met als gevolg dat indien deze of soortgelijke zoektermen in die zoekmachine worden ingevoerd, een verwijzing volgt naar [naam 9] (zie 2.4). [eiser] heeft in de dagvaarding aangevoerd dat [internetadres 3] ook door het gebruik van deze ad words inbreuk maakt op zijn handelsnaam, maar ter zitting heeft hij dit niet nader toegelicht. Ervan uitgaande dat deze stelling is gehandhaafd is voorshands aannemelijk dat,

zoals de houder van een merk een adverteerder kan verbieden om op basis van een zoekwoord dat gelijk is aan of overeenstemt met dat merk en dat door die adverteerder zonder toestemming van de merkhouder is geselecteerd in het kader van een zoekmachineadvertentiedienst op internet, reclame te maken voor dezelfde waren of diensten als die waarvoor dat merk is ingeschreven, wanneer die reclame het de gemiddelde internetgebruiker onmogelijk of moeilijk maakt te weten of de waren of diensten waarop de advertentie betrekking heeft afkomstig zijn van de merkhouder of een economisch met hem verbonden onderneming, dan wel, integendeel, van een derde (HvJ EU 08-07-2010, ECLI:EU:C:2010:416 (Portakabin/Primakabin)), in beginsel hetzelfde heeft te gelden voor degeen die rechtmatig in het maatschappelijk verkeer een handelsnaam voert, gelet op de in belangrijke mate overeenstemmende functies in het maatschappelijk verkeer tussen een merk en een handelsnaam, en ondanks de verschillen die tussen beide in juridische zin bestaan.

4.3.

Het geding spitst zich dus toe op beantwoording van de vraag of, als gevolg van het gebruik door [internetadres 3] van de meergenoemde handelsnamen en van daarmee overeenstemmende ad words, het voor de gemiddelde internetgebruiker onmogelijk of moeilijk wordt gemaakt te weten of de diensten die [internetadres 3] aan het publiek aanbiedt, afkomstig zijn van [eiser] of een economisch met hem verbonden onderneming, dan wel, integendeel, van [internetadres 3] .

4.4.

In dit verband is van belang dat de handelsnaam van [eiser] in zeer hoge mate beschrijvend van aard is. Gevolg daarvan is dat die handelsnaam slechts een zeer geringe mate van bescherming geniet. Het is immers in het algemeen belang dat beschrijvende woorden, zoals met betrekking tot de aard van de desbetreffende onderneming (een tandartspraktijk) of een geografische aanduiding (de Zuidas), niet (kunnen) worden gemonopoliseerd; in beginsel staat het eenieder vrij woorden die beschrijvend zijn voor zijn of haar diensten of producten, in het maatschappelijk verkeer als zodanig te gebruiken. Ditzelfde geldt voor het gebruik van ad words in een zoekmachineadvertentiedienst op internet.

4.5.

In hun geheel bezien (de verschillende woordvolgorde), en mede gelet op de kenmerkende bestanddelen daarvan (in de handelsnaam van [eiser] worden de woorden ZuidAs, mede met een hoofdletter A, aan elkaar geschreven, welk kenmerkend bestanddeel ontbreekt in de handelsnaam van [internetadres 3] ), bestaat voldoende verschil tussen de in 2.4 genoemde ad words, ook voor zover deze door [internetadres 3] als handelsnaam in het maatschappelijk verkeer als handelsnaam worden gebruikt, en de handelsnaam van [eiser] , om het gebruik van die ad words en die handelsnaam door [internetadres 3] in het maatschappelijk verkeer te kunnen rechtvaardigen. Dat is ook het geval als de nabijheid van de vestigingsplaatsen van die ondernemingen en de soortgelijkheid van de door hen aan het publiek aangeboden diensten, in de beoordeling wordt betrokken.

4.6.

Van onrechtmatig handelen (artikel 6:162 BW) door [internetadres 3] is dus geen sprake. Zoals hiervoor reeds overwogen moet het [internetadres 3] vrijstaan ten behoeve van zijn onderneming beschrijvende woorden te gebruiken, ook indien [eiser] hierdoor mogelijk nadeel of schade zou ondervinden. Van bijkomende omstandigheden die een en ander onrechtmatig zouden maken, is onvoldoende gebleken.

4.7.

[eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Hij heeft echter terecht bezwaar gemaakt tegen de hoogte van de door [internetadres 3] in het kader van artikel 1019h Rv opgevoerde advocaatkosten. Die kosten zullen dan ook conform het toepasselijke IE-indicatietarief voor een eenvoudig kort geding worden gematigd tot € 5.000,-. De kosten aan de zijde van [internetadres 3] worden dan begroot op:

- griffierecht € 287,00

- salaris advocaat 5.000,00

Totaal € 5.287,00

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

weigert de gevraagde voorzieningen,

5.2.

veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van [internetadres 3] tot op heden begroot op € 5.287,00,

5.3.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.B. Bakels, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. M. Veraart, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 16 augustus 2017.1Bij afwezigheid van mr. Bakels is het vonnis ondertekend door mr. A.J. Beukenhorst, die het vonnis uitsprak.

1 type: MV coll: