Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2017:5936

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
16-08-2017
Datum publicatie
29-11-2017
Zaaknummer
AMS 17/ 4280
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Voorlopige voorziening. Onmiddellijke bestuursdwang. Sluiting kapsalon. Vaststaat dat in de kapsalon een drietal verboden wapens en een handelshoeveelheid hennep is aangetroffen. Daarmee is de ernstige verstoring van de openbare orde een gegeven. Daarom was de burgemeester bevoegd om onmiddellijke bestuursdwang toe te passen in de vorm van sluiting. Persoonlijke verwijtbaarheid speelt hierbij geen rol. De sluiting voor onbepaalde tijd is ook niet onredelijk of onevenredig te noemen. Het verzoek wordt afgewezen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: AMS 17/4280

uitspraak van de voorzieningenrechter van 16 augustus 2017 in de zaak tussen

[de persoon 1] h.o.d.n. de eenmanszaak [naam bedrijf] , te Amsterdam

(gemachtigden: mr. J.S.W. Boorsma en mr. E.G. S. Roethof),

en

de burgemeester van Amsterdam

(gemachtigde: mr. D. Sullivan).

Partijen worden hierna [naam bedrijf] en de burgemeester genoemd.

Procesverloop

Op 24 juli 2017 heeft de burgemeester met ingang van 26 juli 2017 de sluiting voor onbepaalde tijd bevolen van kapsalon [naam bedrijf] (het sluitingsbevel).

[naam bedrijf] heeft tegen het sluitingsbevel bezwaar gemaakt. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een spoedmaatregel (een voorlopige voorziening) te treffen.

De voorzieningenrechter heeft een verzoek tot een ordemaatregel van [naam bedrijf] op 27 juli 2017 afgewezen.

Het onderzoek op de zitting heeft plaatsgevonden op 2 augustus 2017. [de persoon 1] is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigden. De burgemeester is vertegenwoordigd door zijn gemachtigde, mr. S.V. Gelder en mr. M.B.P. Kuitenbrouwer.

Overwegingen

Besluitvorming

1.1.

Via een bestuurlijke rapportage heeft de politie op 19 juni 2017 de burgemeester laten weten dat bij een inval op 16 juni 2017 bij [naam bedrijf] , gelegen aan de [straat] het volgende is aangetroffen:

- een gas- en alarmpistool Walther P22 met munitie;

- een airsoft wapen, Phonewapen;

- een vuurwapen Glock 26 met munitie;

- drie hersluitbare zakken hennep, in totaal 126,7 gram.

Exploitant [de persoon 1] is daarbij aangehouden.

1.2.

De burgemeester heeft exploitant [de persoon 1] van [naam bedrijf] laten weten dat hij het voornemen heeft de sluiting voor onbepaalde tijd van [naam bedrijf] te bevelen. Eigenaar van het pand en verhuurder Ymere, huurder [de persoon 2] en exploitant [de persoon 1] hebben allen hun zienswijze gegeven op het voornemen van de burgemeester. Het sluitingsbevel is conform het voornemen.

Standpunt burgemeester

2. De burgemeester stelt zich op het standpunt dat softdrugs op lijst II van de Opiumwet vermeld staan en het bewerken, verwerken, verkopen, verstrekken, daartoe aanwezig hebben of vervaardigen strafbaar is gesteld. Handel, gebruik en aanwezigheid van een handelshoeveelheid drugs heeft een nadelig effect op de openbare orde. Het kan leiden tot onveiligheid voor de omwonenden vanwege overlast, ripdeals, inbraken en de aanzuigende werking op criminele activiteiten. Ook is bekend dat organisaties die zich bezighouden met de handel in drugs geweld niet schuwen. Het aanwezig hebben van munitie/wapens heeft ook een nadelig effect op de openbare orde. Munitie heeft als enig doel om gebruikt te worden in een vuurwapen. Het samengaan van de aanwezigheid van softdrugs en verboden wapens met alledaagse bedrijfsactiviteiten van een kapsalon, brengt een groot risico met zich mee dat onschuldige klanten worden geconfronteerd met criminele activiteiten. Het aanwezig hebben van softdrugs en wapens trekt criminelen aan en helpt de verkoop van niet gedoogde softdrugs aan gebruikers in de hand. Volgens de burgemeester levert het geopend blijven van [naam bedrijf] een ernstig gevaar voor de openbare orde op. De sluiting ziet op het onmiddellijk en duurzame herstel van de openbare orde en dit belang weegt zwaarder dan de belangen van de exploitant van [naam bedrijf] .

Standpunt [naam bedrijf]

3. [naam bedrijf] is het niet eens met het sluitingsbevel en vraagt de voorzieningenrechter het te schorsen. [naam bedrijf] voert samengevat aan dat de zaak een kapperszaak is met meerdere ruimtes. Voor een deel zijn mensen in dienst, voor een deel werken er mensen als zelfstandige. Er komen veel klanten. Van exploitant [de persoon 1] kan niet verwacht worden dat hij voortdurend zicht heeft op al het rondlopende personeel en de klanten. Hij had er geen weet van dat onbekenden illegale activiteiten ontplooiden. Hij ontkent alle betrokkenheid en wil op geen enkele wijze gelegenheid geven. Het is onterecht dat het pand gesloten wordt vanwege activiteiten waar hij zelf geen weet van heeft. De burgemeester dient bij het sluiten de verwijtbaarheid wel mee te wegen. Ook stelt [naam bedrijf] dat de verkoop ontbonden zal moeten worden als de kapperszaak niet kan worden doorverkocht. Exploitant [de persoon 1] wordt door het ontbinden van de verkoop onevenredig geschaad, terwijl de belangen van de openbare orde juist zijn gediend met verkoop.

Ten slotte betoogt [naam bedrijf] dat de sluiting onevenredig uitpakt. Exploitant [de persoon 1] is verantwoordelijk voor vier man personeel en een zestal ZZP-ers zijn afhankelijk van de werkplek die nu gesloten wordt. Ook dient de huurt tijdens de sluiting doorbetaald te worden. Ook verhuurder Ymere kan het pand niet doorverhuren. Zij lijden allemaal schade door de sluiting. Een sluiting van onbepaalde tijd is een veel te zware maatregel. Voor zover de burgemeester toch tot sluiting voor een periode beslist zou daar een maand van afgetrokken moeten worden, vanwege de tijd tussen het constateren van de wapens/drugs en het daadwerkelijk sluiten.

Beoordeling voorzieningenrechter

4. De voorzieningenrechter gaat na of er een voorlopige voorziening moet worden getroffen omdat de uitkomst in de bodemprocedure – hier de bezwaarprocedure – niet kan worden afgewacht. Zij let daarbij op de belangen van partijen. In dit geval maakt zij een afweging tussen aan de ene kant het belang van [naam bedrijf] dat het sluitingsbevel gedurende de bezwaarfase wordt geschorst en aan de andere kant de belangen van de burgemeester bij de onmiddellijke uitvoering van het sluitingsbevel. Als algemeen uitgangpunt geldt dat er geen reden een voorlopige voorziening te treffen als de voorzieningenrechter het sluitingsbevel rechtmatig acht.

5. De sluiting is gedaan onder verwijzing naar artikel 2.10, eerste lid en onder d, van de APV1. Hierin staat dat de burgemeester de sluiting bevelen van een voor publiek toegankelijk gebouw, inrichting of ruimte als daar wapens als bedoeld in artikel 2 van de Wwm2 aanwezig zijn waarvoor geen ontheffing, vergunning of verlof is verleend. De burgemeester heeft [naam bedrijf] ook gesloten op grond van artikel 13b van de Opiumwet. Hierin staat dat de burgemeester bevoegd is tot oplegging van een last onder bestuursdwang indien in woningen of lokalen dan wel in of op bij woningen of zodanige lokalen behorende erven een middel als bedoeld in lijst I of II wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is.

6. Vaststaat dat in [naam bedrijf] een drietal verboden wapens en een handelshoeveelheid hennep is aangetroffen, waarmee de ernstige verstoring van de openbare orde een gegeven is. Daarom was verweerder naar het oordeel van de voorzieningenrechter bevoegd om op grond van artikel 2.10, eerste lid en onder d, van de APV en artikel 13b van de Opiumwet onmiddellijke bestuursdwang toe te passen in de vorm van sluiting. Anders dan [naam bedrijf] betoogt, is bij een sluitingsbevel niet relevant of de exploitant een persoonlijk verwijt van de illegale activiteiten te maken valt. Dat is ook vaste rechtspraak van de hoogste bestuursrechter in dit soort zaken, de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.3 Dat de verwijtbaarheid bij een verzoek tot heropening mogelijk wel een rol kan spelen, is bij het bezwaar en beroep tegen het sluitingsbevel dus niet van belang.

7. Het is beleid van de burgemeester om in gevallen als deze zonder meer over te gaan tot sluiting voor onbepaalde tijd.4 Het doel van het beleid is een onmiddellijk einde maken aan de handel in drugs en de aanwezigheid van wapens, de loop van en naar de inrichting beëindigen en gedurende de periode van sluiting bekijken in hoeverre de exploitant maatregelen kan treffen om een en ander in de toekomst te voorkomen. Het moet daarbij voor de voor de buitenwereld duidelijk zijn dat ‘hier niets meer te halen valt’. De voorzieningenrechter verwerpt gezien de aard van het sluitingsbevel het betoog van [naam bedrijf] dat het sluitingsbevel een punitieve sanctie is en geen herstelsanctie. Verder kunnen belanghebbenden na een betrekkelijk korte tijd (in de regel drie maanden) vragen om heropening. Daarbij kan de burgemeester maatwerk leveren om afspraken te maken om schendingen van de openbare orde in de toekomst te voorkomen. Gelet hierop is de sluiting voor onbepaalde tijd dan ook niet onredelijk of onevenredig te noemen. De belangen die [naam bedrijf] en zijn exploitant stellen wegen naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet op tegen het grote belang van de burgemeester bij het onmiddellijk duurzaam herstellen van de openbare orde.

Conclusie

8.1.

Het bezwaar tegen het sluitingsbevel zal naar verwachting niet kansrijk zijn. Verder ziet de voorzieningenrechter ook in de door [naam bedrijf] gestelde belangen onvoldoende rechtvaardiging om het sluitingsbevel te schorsen.

8.2.

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening daarom af. Dit betekent dat de burgemeester [naam bedrijf] voor onbepaalde tijd mag sluiten.

8.3.

Voor een proceskostenveroordeling of bepaling dat het griffierecht wordt vergoed bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. de Rooij, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M. van Looij, griffier.

De uitspraak is in het openbaar uitgesproken op 16 augustus 2017.

de griffier

de voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

De beslissing op het verzoek om een voorlopige voorziening is definitief: daartegen kan geen hoger beroep worden ingesteld.

1 Algemene Plaatselijke Verordening 2008.

2 Wet wapens en munitie.

3 Zie bijvoorbeeld de uitspraak van 21 december 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3383.

4 Zie Notitie inzake het sluitings- en heropeningsbeleid met betrekking tot artikel 13b van de Opiumwet en artikel 2.7 van de Algemene Plaatselijke Verordening.