Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2017:5866

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
14-08-2017
Datum publicatie
18-10-2017
Zaaknummer
AMS 17_4372
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Vovo. Afwijzing. Sluiting woning ex 13b Opiumwet. Bevoegdheid. Wijziging motivering bestreden besluit.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: AMS 17/4372

uitspraak van de voorzieningenrechter van 14 augustus 2017 in de zaak tussen

[de man] , te Amstelveen, verzoeker

(gemachtigde: mr. V.A. Groeneveld),

en

de burgemeester van de gemeente Amstelveen, verweerder

(gemachtigde: mr. S. Essakili).

Procesverloop

Bij besluit van 25 juli 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder de woning aan [het adres] per 10 juli 2017 met onmiddellijke ingang voor de duur van zes maanden gesloten door deze te verzegelen middels het vervangen van de sloten.

Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit bezwaar gemaakt. Daarnaast heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 3 augustus 2017. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. De woning aan [het adres] , te Amstelveen, behoort in eigendom toe aan vier gezinsleden van de [de familie]

2. Op [datum] 2017 heeft de politie een doorzoeking gedaan in de voornoemde woning. Bij deze doorzoeking zijn, volgens het op ambtsbelofte opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van een opsporingsambtenaar van de politie-eenheid Amsterdam van 14 juni 2014, in totaal 1.210 voorgedraaide joints aangetroffen, 1.057 gram wiet (inclusief plastic verpakkingsmateriaal) en 530 gram hasj (inclusief plastic verpakkingsmateriaal).

3. Naar aanleiding van de doorzoeking en de in de woning aangetroffen drugs is de bestuurlijke rapportage [het adres] Amstelveen” (de rapportage) opgemaakt. In de rapportage valt te lezen dat bij het binnentreden van de woning is gezien dat de verdachte bewoner een plastic zak vanaf het balkon naar beneden gooide. Hierop is de verdachte gesommeerd om naar binnen te gaan. Hierna is de verdachte bewoner aangehouden in de woning. Verder is er in de woning drugs aangetroffen, namelijk hennep, cocaïne (indicatief) en MDMA (indicatief). Naast deze drugs zijn er in de woning diverse voorwerpen aangetroffen die worden gebruikt bij de kweek van en handel in drugs (zoals weegschalen en lampenkophouders). Deze feiten en omstandigheden bieden een grondslag om op grond van artikel 13b van de Opiumwet handhavend op te treden, aldus de rapportage. De rapportage wordt afgesloten met het advies aan verweerder om de woning aan [het adres] in zijn geheel te sluiten op grond van de Opiumwet.

4. Verweerder heeft vervolgens het bestreden besluit genomen en, met toepassing van spoedeisende bestuursdwang, de woning gesloten. Verweerder komt tot het bestreden besluit, omdat in de woning een handelshoeveelheid drugs is aangetroffen. Op basis van zijn beleid, zo stelt verweerder, worden woningen of lokalen waarin een overtreding van artikel 13b van de Opiumwet plaatsvindt gesloten. In gevallen waarin een woning daadwerkelijk en in hoofdzaak als woning (dus als hoofdverblijfplaats van de betreffende bewoners) in gebruik is, wordt volstaan met een waarschuwing bij een eerste overtreding. Ten aanzien van de woning aan [het adres] stelt verweerder dat er sprake is van een woning die niet daadwerkelijk als zodanig wordt gebruikt. Het pand heeft enkel, zo vervolgt verweerder, een rol gespeeld als distributiecentrum van en voor drugs. In en vanuit de woning werden postpakketten met drugs klaargemaakt en verzonden. Ook speelt een rol dat in de woning en berging in 2014 ook een grote (handels)hoeveelheid drugs is aangetroffen. De vereiste spoed, de ernst en de omvang van de overtreding leiden verweerder tot de conclusie dat in dit geval het onmiddellijk sluiten van de woning de meest effectieve en gepaste wijze van handhaving is. Gelet op de recidive en de rol van de woning als distributiecentrum voor en van drugs, sluit verweerder de woning voor de duur van zes maanden.

5. Verzoeker is het met het bestreden besluit niet eens. Hij heeft daarom bezwaar gemaakt tegen dat besluit. Verzoeker stelt dat verweerder ten onrechte de woning heeft gesloten. Verweerder had, conform zijn eigen beleid, moeten volstaan met het geven van een waarschuwing. De woning aan [het adres] wordt immers bewoond. Van verzwarende omstandigheden die nopen tot afwijking van de beleidsregels is verzoeker niet gebleken. Weliswaar stelt verweerder dat de bestuursdwang erop is gericht de teelt van en handel in verdovende middelen in de betreffende woning te beëindigen, maar uit het dossier van het politieonderzoek blijkt echter niet dat in de woning verdovende middelen zijn geteeld. Evenmin blijkt uit dat rapport dat vanuit de woning verdovende middelen zijn verhandeld. Verzoeker heeft daarnaast de voorzieningenrechter verzocht om het bestreden besluit te schorsen omdat zijn bezwaar een redelijke kans van slagen heeft en hij, nu hij is geschorst uit de voorlopige hechtenis, geen dak boven zijn hoofd heeft.

6. De voorzieningenrechter komt tot de volgende beoordeling.

7. Op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet is de burgemeester bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang indien in woningen of lokalen dan wel in of op bij woningen of zodanige lokalen behorende erven een middel als bedoeld in Lijst I of II wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is.

8. Op grond van artikel 5:21 van de Awb wordt onder last onder bestuursdwang verstaan: de herstelsanctie inhoudende een last tot geheel of gedeeltelijk herstel van de overtreding en de bevoegdheid van het bestuursorgaan om de last door feitelijk handelen ten uitvoer te leggen, indien de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd.

9. Ter zitting heeft verweerder zijn standpunt dat de woning aan [het adres] niet bewoond wordt, verlaten. In eerste instantie heeft verweerder contact gehad met een van de eigenaren van de woning, maar die hadden te kennen gegeven dat de woning niet werd verhuurd of bewoond. Verweerder heeft ter zitting evenwel verklaard niet langer te twijfelen aan de stelling dat de woning door verzoeker wordt bewoond. De sluiting van de woning, zo vervolgt verweerder, kan evenwel in stand blijven. Verweerder stelt dat de aangetroffen hoeveelheid drugs in de woning van verzoeker een handelshoeveelheid betreft en dat daarnaast sprake is van zodanig verzwarende omstandigheden dat van (spoedeisend) optreden in redelijkheid niet kan worden afgezien. In het geval van verzoeker is in 2014 ook al een handelshoeveelheid drugs zijn woning aangetroffen. Er is dus sprake van recidive. Verder stelt verweerder dat sprake was van verzwarende omstandigheden vanwege de wijze waarop de aangetroffen drugs zijn verpakt, de overige attributen die zijn aangetroffen en die dienstbaar kunnen zijn aan het telen van en het dealen in drugs (zoals weegschalen en lampenkophouders). Daarnaast kan de openbare orde geschonden worden door een inbraak in de woning, zoals op nog geen 100 meter van de woning ook is gebeurd. In die woning waarin is ingebroken bevond zich namelijk ook drugs. De woning aan [het adres] levert ook in dat opzicht een daadwerkelijk gevaar voor de openbare orde op. Om die reden ziet verweerder af van het geven van een waarschuwing en blijft hij bij zijn besluit de woning onmiddellijk en voor de duur van zes maanden te sluiten.

10. De voorzieningenrechter overweegt dat gelet op de ter zitting gegeven verklaringen en de wijziging in de eerder ingenomen standpunten van verweerder, het bezwaar van verzoeker vermoedelijk gegrond zal worden verklaard. De motivering van het bestreden besluit wordt immers gewijzigd. Maar dit betekent niet dat ook de door verzoeker gevraagde voorziening voor toewijzing in aanmerking komt. De motivering van de sluiting van de woning van verzoeker kan namelijk op eenvoudige wijze worden hersteld in de te nemen beslissing op bezwaar. De voorzieningenrechter zal daarom beoordelen of de nieuwe motivering die ten grondslag ligt aan de sluiting een deugdelijke motivering is. Indien dit het geval is, dan bestaat er geen aanleiding voor het treffen van de door verzoeker verzochte voorlopige voorziening.

11. Verzoeker blijft ook na de nieuwe motivering bij zijn stelling dat hij geen drugspakketten heeft gefabriceerd in de woning. Drugshandel heeft dus niet plaatsgevonden vanuit de woning. Daarnaast blijft verzoeker bij zijn standpunt dat er geen sprake is van verzwarende omstandigheden die een onmiddellijke sluiting van zijn woning rechtvaardigen.

12. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrecht van de Raad van State (de Afdeling) is voor het ontstaan van de bevoegdheid om bestuursdwang toe te passen, zoals omschreven in artikel 13, eerste lid, van de Opiumwet, niet vereist dat er daadwerkelijk harddrugs dan wel softdrugs zijn verhandeld. Uit het woord “daartoe” in de laatstgenoemde bepaling volgt dat de enkele aanwezigheid van een handelshoeveelheid soft- en/of harddrugs wordt geacht te zijn bestemd voor verkoop, aflevering of verstrekking van die drugs. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 27 juli 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2081. Gelet op deze vaste rechtspraak en de aangetroffen hoeveelheid (soft)drugs die in de woning van verzoeker, is de voorzieningenrechter van oordeel dat verweerder bevoegd was om bestuursdwang toe te passen.

13. De toegepaste bestuursdwang is daarnaast, zo is de voorzieningenrechter van oordeel, niet in strijd met het door verweerder opgestelde eigen beleid (Beleidsregel ex artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht met betrekking tot de toepassing van art. 13b Opiumwet (drugs-overtredingen / hennepteelt) en art. 174 Gemeentewet (voorbereidende handelingen / growshops)). Verweerder heeft zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat er in het geval van verzoeker sprake was van verzwarende omstandigheden die het onmiddellijk toepassen van bestuursdwang rechtvaardigden. Hiertoe heeft verweerder redengevend kunnen achten dat sprake was van recidive. In de woning van verzoeker is eerder al eens een handelshoeveelheid drugs aangetroffen. De stelling van verzoeker dat de overschrijding van de handelshoeveelheid slechts gering was, maakt dat oordeel niet anders. De voorzieningenrechter verwijst in dat verband naar de hierboven genoemde vaste rechtspraak van de Afdeling. Daarnaast heeft verweerder de wijze waarop de aangetroffen drugs zijn verpakt van belang mogen achten voor zijn beslissing om de woning zonder voorafgaande waarschuwing te sluiten. Deze twee factoren (recidive en de wijze van verpakking) staan in het beleid van verweerder immers omschreven als verzwarende omstandigheden die kunnen maken dat van (spoedeisend) optreden in redelijkheid niet kan worden afgezien.

14. Voor zover verzoeker ter zitting heeft willen betogen dat verweerder in zijn geval van zijn beleid had moeten afwijken, door hem, ondanks de verzwarende omstandigheden, alsnog een waarschuwing op te leggen, kan de voorzieningenrechter hem niet volgen. Het feit dat verzoeker stelt dat zijn persoonlijke omstandigheden ernstig verslechteren, omdat hij op deze wijze geen rust in zijn hoofd krijgt en niet bij zijn persoonlijke bezittingen kan, zijn geen dermate bijzondere omstandigheden die maken dat verweerder in redelijkheid van de onmiddellijke sluiting had moeten afzien.

15. Uit het voorgaande volgt dat de voorzieningenrechter van oordeel is dat het bestreden besluit, met een wijziging van de daaraan ten grondslag gelegde motivering, in de bezwaarfase waarschijnlijk stand houdt. Bij die stand van zaken ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om de werking van het bestreden besluit te schorsen.

16. Voor veroordeling van verweerder in de proceskosten of vergoeding van het griffierecht bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.C. Loman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. H.J. van der Wal, griffier.

De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 14 augustus 2017.

griffier

voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.