Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2017:5814

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
10-08-2017
Datum publicatie
10-08-2017
Zaaknummer
13/730004-17 (Promis) en 99/000616-31 (v.i.-zaaknummer)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 28-jarige man krijgt 18 maanden cel voor heling van een BMW en voor het bezit van een Kalasjnikov.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummers: 13/730004-17 (Promis) en 99/000616-31 (v.i.-zaaknummer)

Datum uitspraak: 10 augustus 2017

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,

niet ingeschreven in de Basisregistratie personen,

in vrijheid verblijvend op het adres [adres] ,

thans gedetineerd in Penitentiaire Inrichting Krimpen aan den IJssel.

1 Onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 27 juli 2017.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. H. Hoekstra, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. J.F. van der Brugge,
naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is – na wijziging ter terechtzitting van 27 juli 2017 – ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks de periode van 12 januari tot en met 28 januari 2017 te Diemen en/of te Amsterdam, tezamen en in vereniging met een of anderen, althans alleen, een of meer (personen)auto te weten, een (personen) auto te weten een BMW [kenteken 3] (BMW 1) (met het oorspronkelijk kenteken [kenteken 2] ), heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die (personen)auto wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

2.

hij op of omstreeks 28 januari 2017 te Diemen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander of anderen, althans alleen, een wapen van categorie II, (te weten een AK-47, kaliber 7,62 x 39 mm, itemnummer 5328418) en/of 25, althans een of meer patro(o)n(en) (kaliber 7,62 x 39 mm itemnummer 5328421) voorhanden heeft/hebben gehad.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Feiten en omstandigheden

In de nacht van 11 op 12 januari 2017 is een grijze BMW met kenteken [kenteken 2] gestolen.
Die BMW is op 28 januari 2017 rond 16.30 uur, voorzien van kenteken [kenteken 3] , geparkeerd op [straatnaam] in Diemen. De bestuurder van de BMW, medeverdachte [medeverdachte] , heeft ‘iets’ bij de linker voorband gedaan en is vervolgens weggelopen.

Rond 17.45 uur zijn verdachte en een ander naar de BMW gelopen. Verdachte liep naar de linkerzijde van de auto, de ander liep naar de rechterzijde. Verdachte hurkte bij de linker voorband. Vervolgens stapten beide personen in de auto. Direct daarna zijn verbalisanten naar de BMW gegaan. Later is geconstateerd dat de autosleutel in het contactslot zat. Verdachte is aangehouden. De andere persoon is direct uitgestapt, weggerend en ontkomen. Tijdens zijn vlucht heeft die ander een rugzak, die hij bij zich droeg toen hij uit de auto stapte, achtergelaten. In de rugzak bleek een half geladen Kalasjnikov (AK-47) te zitten.

4.2

Standpunten

De officier van justitie heeft op basis van – kort gezegd – de hiervoor geschetste gang van zaken gerekwireerd tot bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten. Door de raadsman is een alternatief scenario geschetst, waarover verdachte op een eerdere zitting heeft gezegd ‘het is bijna gebeurd zoals mijn advocaat heeft verteld’. Verdachte zou uitsluitend in de auto zijn gaan zitten om te kijken wat er in de auto lag en niet hebben geweten dat de auto van diefstal afkomstig was, noch zou hij dat moeten hebben vermoed, omdat er geen voor leken zichtbare tekenen van diefstal waren. Het vuurwapen zou door de vriend van verdachte, die voor de politie is weggerend, in de auto zijn gevonden. Dat daarop DNA van verdachte is aangetroffen, kan het gevolg zijn van een ongelukkig getimede nies of met consumptie geuite kreten van verbazing door verdachte, die door zijn vriend werd geattendeerd op de inhoud van de tas en daarin keek, zo begrijpt de rechtbank van de verdediging.

4.3

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank concludeert tot bewezenverklaring van zowel de onder 1 ten laste gelegde opzetheling van de auto als het onder 2 ten laste gelegde voorhanden hebben van een AK-47 en patronen. De wettige bewijsmiddelen op grond waarvan de rechtbank de feiten bewezen acht, zijn opgesomd in bijlage I. De overwegingen die tot die conclusie hebben geleid zijn de volgende.

4.3.1

Opzetheling van de auto

Verdachte is in de gestolen BMW gaan zitten en heeft, zo leidt de rechtbank af uit het dossier, de autosleutel die hij van de linker voorband had gepakt in het contactslot gestoken. Dat is door de verdediging bij pleidooi bevestigd. Uit die handeling blijkt dat verdachte over de auto heeft willen beschikken en die beschikkingsmacht ook heeft verkregen.

Ten aanzien van verdachtes wetenschap van de criminele herkomst van de auto heeft de rechtbank gekeken naar de feitelijke, dubieuze omstandigheden waaronder verdachte de beschikkingsmacht over de auto heeft verkregen. Het feit dat de autosleutel op de linker voorband was gelegd, vormt een eerste – zeer sterke – aanwijzing dat de auto van misdrijf afkomstig was. Ook was het cilinderslot zichtbaar beschadigd. Verbalisanten hebben immers rond het slot een cirkelvormige beschadiging waargenomen, die door verbalisanten werd herkend als de afdruk van een slotentrekker. Die beschadiging moet verdachte hebben gezien toen hij de autodeur opende. Het kan dan ook niet anders dan dat verdachte toen hij in de auto stapte, wist dat de auto van diefstal afkomstig was.

Dat wat verdachte ten overstaan van de rechter-commissaris heeft verklaard en het alternatieve scenario dat ter terechtzitting – niet door verdachte maar – door de raadsman is geschetst, is niet aannemelijk geworden. Verdachte heeft immers geen nadere informatie willen geven, bijvoorbeeld over de plek vanaf waar hij beweerdelijk één en ander heeft waargenomen bij de BMW, noch de naam van zijn vriend bij wie het verhaal van verdachte geverifieerd zou kunnen worden. Die vriend is er meteen vandoor gegaan toen de politie kwam. Ook dat doet vermoeden dat de lezing van verdachte onwaar is. Het feit dat verdachte direct is gegaan naar de plek waar de autosleutel lag, sterkt de rechtbank in dat vermoeden.

Kortom, de rechtbank acht bewezen dat verdachte en zijn vriend de auto opzettelijk hebben geheeld.

4.3.2

Voorhanden hebben van een AK-47 en patronen

Ten aanzien van het wapen is meest relevant dat daarop DNA is aangetroffen dat met de grootst mogelijke mate van waarschijnlijkheid afkomstig is van verdachte. Verdachte heeft daar zelf geen aannemelijke verklaring voor gegeven. Niezen of ‘fuck, een wapen’ roepen als mogelijke reden voor het aantreffen van genoemd DNA-spoor, strookt niet met het feit dat het wapen in een handdoek was gewikkeld, welke handdoek in de rugzak zat, terwijl de verbalisanten hebben verklaard dat verdachte slechts 1 of 2 seconden op de bestuurdersstoel zat op het moment dat hij werd aangehouden.

De AK-47 en de patronen zijn onderzocht en blijken een vuurwapen en munitie in de zin van de Wet wapens en munitie te zijn. De rechtbank acht het onder 2 ten laste gelegde dan ook bewezen.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat verdachte:

ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde

op 28 januari 2017 te Diemen, tezamen en in vereniging met een ander, een personenauto te weten een BMW, [kenteken 3] , met het oorspronkelijk kenteken [kenteken 2] , heeft verworven en voorhanden heeft gehad, terwijl hij en zijn mededader ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die personenauto wisten dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegd:

op 28 januari 2017 te Diemen, tezamen en in vereniging met een ander, een wapen van categorie II, te weten een AK-47, kaliber 7,62 x 39 mm, itemnummer 5328418, en 25 patronen, kaliber 7,62 x 39 mm, itemnummer 5328421, voorhanden heeft gehad.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 Strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straf

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de twee door haar bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van achttien maanden, met aftrek van voorarrest.

De raadsman heeft erop gewezen dat de LOVS-oriëntatiepunten zien op diefstal en niet op heling, en dat het reclasseringscontact aanvankelijk moeizaam, maar later beter verliep. Verdachte doet het volgens de reclassering inmiddels goed. Hij is bezig zijn leven op orde te krijgen en heeft zeer recent een dochtertje gekregen. De eis van de officier van justitie is volgens de raadsman, gelet op de LOVS-oriëntatiepunten, veel te hoog. In geval van een veroordeling verzoekt de raadsman een lagere straf op te leggen dan geëist.

De rechtbank heeft bij het bepalen van de straf rekening gehouden met de ernst van de bewezen geachte feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan. Ook is rekening gehouden met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals daarvan uit het dossier, waaronder het uittreksel uit de justitiële documentatie van 30 juni 2017, en ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich met een ander schuldig gemaakt aan heling van een auto en het voorhanden hebben van een wapen en munitie. Beide feiten zijn gepleegd terwijl verdachte in de proeftijd van een voorwaardelijke invrijheidsstelling (v.i.) liep. Er hing hem dus anderhalf jaar detentie boven het hoofd. Dat heeft verdachte er niet van weerhouden om strafbare feiten te plegen. Dat is zorgelijk, in het bijzonder gelet op de aard en ernst van het tweede feit: het wapen dat is aangetroffen is een Kalasjnikov, was half geladen en dus met één beweging klaar voor gebruik, ingekort om gemakkelijker verdekt te kunnen vervoeren, stond ingesteld op de stand ‘volautomatisch’ en bevatte een magazijn met vijfentwintig versterkte, stalen patronen. Het voorhanden hebben van een dergelijk wapen, onder die omstandigheden, in een gestolen auto, in een woonwijk, rechtvaardigt niet alleen een lange gevangenisstraf maar ook een behoorlijke verhoging ten opzichte van het LOVS-uitgangspunt, namelijk tot 15 maanden gevangenisstraf.

De rechtbank acht voor beide feiten een gevangenisstraf van 18 maanden passend en geboden. In de persoonlijke omstandigheden van verdachte ziet de rechtbank – ook na lezing van het reclasseringsrapport van 24 maart 2017 – geen redenen om daarvan af te wijken.

9 Vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling

Bij onherroepelijk geworden arrest van de meervoudige strafkamer van het Hof Amsterdam van 26 april 2013 is verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf jaren, met aftrek overeenkomstig artikel 27 Sr (23/002026-12), en bij onherroepelijk geworden vonnis van de politierechter te Amsterdam van 15 augustus 2011 is verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van één week.

Verdachte is – na een beslissing tot uitstel van de v.i. door de meervoudige kamer van de Rechtbank Amsterdam van 19 november 2014 – bij besluit van 15 april 2015 voorwaardelijk in vrijheid gesteld onder algemene en bijzondere voorwaarden. Bij overtreding van de voorwaarden kan de v.i. worden herroepen. Eén van de algemene voorwaarden houdt – kort gezegd – in dat verdachte gedurende de proeftijd geen strafbare feiten pleegt. Bij besluit van 15 september 2015 zijn de bijzondere voorwaarden gewijzigd. De algemene voorwaarde dat verdachte gedurende de proeftijd geen strafbare feiten mag plegen, is in stand gebleven.

De officier van justitie heeft, gelet op de verdenkingen in de onderhavige strafzaak,
een vordering tot herroeping van de v.i. ingediend (99/000616-31). Die vordering is op 1 februari 2017 ter griffie van deze rechtbank ontvangen. Toewijzing daarvan zou betekenen dat verdachte de resterende 551 dagen gevangenisstraf alsnog moet uitzitten. Volgens de verdediging is toewijzing van de (gehele) vordering – ook bij enige bewezenverklaring – niet aan de orde omdat dat gezien de aard van de onderhavige feiten buitenproportioneel zou zijn.

De rechtbank is dat met de verdediging oneens. De aard en ernst van de feiten, waarvan in dit vonnis is vastgesteld dat deze in de proeftijd door verdachte zijn begaan, rechtvaardigen de herroeping van de gehele v.i.-periode. Het met een ander voorhanden hebben van een half geladen en op ‘volautomatisch’ ingestelde AK-47 is daarvoor het belangrijkste argument.

De rechtbank beslist dus tot toewijzing van de vordering tot herroeping van de v.i en zal gelasten dat het gedeelte van de vrijheidsstraf dat als gevolg van de toepassing van de v.i.-regeling niet ten uitvoer is gelegd, te weten – anders dan verdachte ter terechtzitting heeft gemeend – 551 dagen, alsnog geheel moet worden ondergaan.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 47, 57, 416 van het Wetboek van Strafrecht en op de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

De herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling is gegrond op artikel 15g van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften zijn toepasselijk zoals geldend ten tijde van het bewezen geachte.

11 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

ten aanzien van het onder 1 bewezen verklaarde

medeplegen van opzetheling;

ten aanzien van het onder 2 bewezen verklaarde

medeplegen van overtreding van artikel 26, eerste lid, Wet wapens en munitie,
strafbaar gesteld in artikel 55, derde lid, sub a, Wet wapens en munitie.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte] , daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 18 (achttien) maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Wijst toe de vordering strekkende tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling.

Gelast dat het gedeelte van de vrijheidsstraf dat als gevolg van de toepassing van de regeling van de voorwaardelijke invrijheidstelling niet ten uitvoer is gelegd, te weten 551 (vijfhonderd en eenenvijftig) dagen, alsnog wordt ondergaan.

Dit vonnis is gewezen door

mr. J. Piena, voorzitter,

mrs. P.B. Martens en E. Dinjens, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. E.R.E. Evans, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 10 augustus 2017.

De oudste rechter is buiten staat

dit vonnis mede te ondertekenen.