Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2017:5683

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
04-08-2017
Datum publicatie
10-08-2017
Zaaknummer
13/680132-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrijspraak woningoverval. Veroordeling voor woninginbraak en een poging daartoe. Gevangenisstraf 5 maanden met aftrek.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VERKORT VONNIS

Parketnummer: 13/680132-16

Datum uitspraak: 4 augustus 2017

Verkort vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1997,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [GBA-adres]

.

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit verkort vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 21 juli 2017.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie,

mr. F.C. van Dijk.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 14 november 2015 te [plaats 1] , in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een woning (gelegen aan de [adres 1] ) heeft weggenomen een of meer laptop(s) (merk: Apple en/of Samsung) en/of een telefoon (merk: Apple) en/of een pinpas (op naam van [persoon 1] ) en/of een ring, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [persoon 1] en/of [persoon 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of voornoemde laptop(s) en/of telefoon en/of pinpas en/of ring onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak op en/of verbreking van een of meer deur(en) van voornoemde woning en/of welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [persoon 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken en/of het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en), dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s), naar voornoemde [persoon 1] is/zijn toegegaan en/of (vervolgens) een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, aan voornoemde [persoon 1] heeft/hebben getoond en/of voorgehouden en/of voornoemd mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in de richting

van voornoemde [persoon 1] heeft/hebben gehouden en/of (hierbij) voornoemde [persoon 1] de woorden heeft/hebben toegevoegd: "Ga slapen op die kankerkussens en niet kijken met je kankerbek" en/of "Waar is die kanker pinpas" en/of "Wat is je rekeningnummer en wat is je kanker pincode" en/of "Ik bel je zo als het goed is. Als het niet goed is dan moet je dippen" en/of "Waar is het losgeld en waar is het goud" en/of "Als ik iets vind dan sta ik niet voor mij zelf in" en/of "Je hebt een ring, geef die kanker ring hier" en/of "Je moet twintig minuten blijven liggen. Je mag niet de politie bellen. Als je de politie belt dan gebeurt er wat", althans (telkens) woorden van gelijke aard en/of strekking;

en/of

hij op of omstreeks 14 november 2015 te [plaats 1] , in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of anderen wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [persoon 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een of meer laptop(s) (merk: Apple en/of Samsung) en/of een telefoon (merk: Apple) en/of een pinpas (op naam van [persoon 1] ) en/of een ring, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan voornoemde [persoon 1] en/of [persoon 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s) naar voornoemde [persoon 1] is/zijn toegegaan en/of (vervolgens) een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, aan voornoemde [persoon 1] heeft/hebben getoond en/of voorgehouden en/of voornoemd mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in de richting van voornoemde [persoon 1] heeft/hebben gehouden en/of (hierbij) voornoemde [persoon 1] de woorden heeft/hebben toegevoegd: "Ga slapen op die

kankerkussens en niet kijken met je kankerbek" en/of "Waar is die kanker pinpas" en/of "Wat is je rekeningnummer en wat is je kanker pincode" en/of "Ik bel je zo als het goed is. Als het niet goed is dan moet je dippen" en/of "Waar is het losgeld en waar is het goud" en/of "Als ik iets vind dan sta ik niet voor mij zelf in" en/of "Je hebt een ring, geef die kanker ring hier" en/of "Je moet twintig minuten blijven liggen. Je mag niet de politie bellen. Als je de politie belt dan gebeurt er wat", althans (telkens) woorden van gelijke aard en/of strekking;

2.

hij op of omstreeks 14 november 2015 te [plaats 1] , in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een een of meer geldbedrag(en) (in totaal 150 euro), geheel of ten dele toebehorend aan [persoon 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij hij, verdachte en/of zijn mededader(s) die/dat weg te nemen geldbedrag(en) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten door een gestolen bankpas (op naam van [persoon 1] );

3.

hij op of omstreeks 14 november 2015 te [plaats 1] , in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening weg te nemen een een of meer geldbedrag(en) geheel of ten dele toebehorend aan [persoon 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte en/of zijn mededader(s) die/dat weg te nemen geldbedrag(en) onder zijn/hun bereik te brengen door middel van een valse sleutel, te weten door met een gestolen bankpas (op naam van [persoon 1] ), opzettelijk met zijn mededader(s), althans alleen, naar een geldautomaat is toegegaan waarna hij, verdachte en/of zijn mededader(s) heeft/hebben gepoogd een of meer pintransactie(s) uit te voeren met voornoemde bankpas;

4.

hij op of omstreeks 7 december 2015 te [plaats 2] , althans in Nederland, ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening (in/uit een woning gelegen aan [adres 2] ) weg te nemen een of meer goed(eren) en/of een geldbedrag geheel of ten dele toebehorend aan [persoon 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goed(eren) en/of geldbedrag onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak/verbreking en/of inklimming, opzettelijk met zijn mededader(s), althans alleen, naar die woning is toegegaan, waarna hij, verdachte en/of zijn mededader(s), althans een of meer van hen de tuin en/of het erf van die woning heeft/hebben betreden en/of bij

die woning heeft/hebben aangebeld;

5.

hij op of omstreeks 7 december 2015 te [plaats 3] , gemeente [gemeente] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening (in/uit een woning gelegen aan [adres 3] ) heeft weggenomen een laptop, geheel of ten dele toebehorend aan [persoon 4] en/of [persoon 5] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij hij, verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot die woning heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen laptop onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel

van braak op of verbreking van een (keuken)raam/ruit van die woning.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

De officier van justitie acht alle ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen. Hij heeft, aan de hand van zijn op schrift gestelde requisitoir, daartoe de relevante bewijsmiddelen opgesomd.

4.1

Vrijspraak ten aanzien van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde

In de nacht van 14 november 2015 werd een studente op gewelddadige wijze overvallen in haar woning aan de [adres 1] te [plaats 1] . Zij schrok wakker en zag twee mannen in haar woning. Terwijl de woning door de ene man werd doorzocht, werd zij door de andere man met een mes bedreigd. Onder bedreiging met geweld moest zij aangeven waar haar bankpas lag en werd zij gedwongen tot het geven van haar pincode. Daarop heeft een van de daders de woning verlaten, teneinde met de buitgemaakte bankpas te gaan pinnen. De andere dader is het slachtoffer blijven bedreigen met het mes, waarbij hij ook haar gouden ring heeft afgedreigd. Nadat deze dader werd gebeld, heeft ook hij de woning verlaten. Alvorens de woning te verlaten heeft hij het slachtoffer geïnstrueerd om twintig minuten te blijven liggen en niet de politie te bellen, omdat er anders wat zou gebeuren. Bij de woningoverval zijn naast de bankpas en de ring nog twee laptops en een telefoon buitgemaakt.

Kort na de woningoverval is bij de ING Bank een poging gedaan om met de weggenomen bankpas een geldbedrag op te nemen, wat niet is gelukt. Vervolgens is met de weggenomen bankpas een bedrag van € 150,00 opgenomen. Een klein half uur later is bij de Rabobank nog driemaal tevergeefs geprobeerd om met de weggenomen bankpas pintransacties uit te voeren.

De vraag die thans voorligt, is of op basis van het dossier kan worden vastgesteld dat verdachte zich aan de onder 1 ten laste gelegde woningoverval, de onder 2 ten laste gelegde pintransactie met de weggenomen bankpas en de onder 3 ten laste gelegde pogingen daartoe heeft schuldig gemaakt. Anders dan de officier van justitie beantwoordt de rechtbank deze vraag ten aanzien van voornoemde ten laste gelegde feiten ontkennend. Zij overweegt daartoe als volgt.

In het kader van een ander opsporingsonderzoek naar de betrokkenheid van [persoon 6] bij meerdere inbraken, heeft op 13 november 2015 een observatie van hem plaatsgevonden. Het onderzoeksteam heeft in de avond op het Rembrandtplein een foto genomen van [persoon 6] in het bijzijn van twee onbekende personen. Meerdere verbalisanten hebben een van die onbekende personen herkend als zijnde verdachte. Er kan dan ook worden vastgesteld dat verdachte en [persoon 6] op de avond voorafgaand aan de woningoverval in elkaars gezelschap zijn geweest.

Naar aanleiding van de woningoverval zijn de beelden van de Centrale Cameratoezichtruimte (CTRR) bekeken. Hierop wordt gezien dat verdachte en [persoon 6] in het bijzijn van een derde persoon op 14 november 2015 om 06:30:55 uur en 06:37:23 uur, kort voordat de woningoverval plaatsvond, in de omgeving van de woning van het slachtoffer in beeld lopen.

Van de voltooide pintransactie met de bij de woningoverval buitgemaakte bankpas bij de Rabobank zijn camerabeelden beschikbaar. Getuige [getuige] herkent de persoon die is afgebeeld op de foto’s van de pintransactie als verdachte. Op verzoek van de verdediging is een foto van het rechteroor van verdachte vergeleken met de foto’s van de pintransactie, waarbij wordt geverbaliseerd dat het rechteroor van de persoon op de foto’s afwijkt van het rechteroor van verdachte. De rechtbank stelt vast dat de persoon op de foto’s van de pintransactie bij de Rabobank een andere pet draagt dan de persoon die door meerdere verbalisanten als verdachte wordt herkend op de foto van de observatie op het Rembrandtplein enkele uren eerder.

Uit de tapgesprekken van 14 november 2015, daags na de overval, die de politie heeft opgenomen in het kader van voornoemd opsporingsonderzoek naar [persoon 6] volgt dat [persoon 6] vermoedelijk in het bezit is van gestolen goederen die hij probeert te verkopen. In de avond van 15 november 2015 vindt een telefoongesprek plaats tussen [persoon 6] en de heer [persoon 7] , waarbij gesproken wordt over de verkoop van een laptop. [persoon 6] zegt dat hij daar minstens 150 (de rechtbank begrijpt: 150 euro) voor wil hebben, waarop [persoon 7] zegt dat 150 euro 50 euro per persoon betekent. Ook wordt in het gesprek gesproken over “de andere shit”, waarbij [persoon 6] zegt dat het “beide iCloud” is. In het vervolg van het gesprek wordt gesproken over “ [naam] ”, waarop er een telefoonnummer wordt gewisseld dat op één cijfer na gelijk is aan het telefoonnummer dat aan verdachte toebehoort. Enkele minuten later belt [persoon 6] naar verdachte waarbij hij zegt: “alles wat we hebben is shit”. Verdachte antwoordt bevestigend. [persoon 6] zegt ook tegen verdachte dat die andere dingen “iCloud hebben” en [persoon 6] en verdachte spreken af om elkaar de volgende dag te treffen om “gewoon samen die andere te kopen”. [persoon 6] wijst verdachte erop hij de volgende dag echt op moet staan, “want het is doekoe (de rechtbank begrijpt: geld)”. Tot slot stelt de rechtbank vast dat op de gestolen telefoon en op een van de gestolen laptops zich een iCloud-profiel van het slachtoffer bevond.

Nu er geen direct bewijs voorhanden is dat verdachte ten tijde van de woningoverval in de woning is geweest, er gelet op het voorgaande slechts kan worden vastgesteld dat verdachte zich voorafgaand aan de woningoverval in het gezelschap van [persoon 6] bevond en niet met voldoende zekerheid kan worden gezegd dat verdachte degene is die de pintransactie en de pogingen daartoe heeft uitgevoerd, zal de rechtbank verdachte vrijspreken van de hem onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten. De omstandigheid dat verdachte in de dagen na de woningoverval betrokken lijkt te zijn bij de verdeling en de verkoop van de bij de woningoverval buitgemaakte goederen, maakt dit oordeel niet anders.

4.2

Bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat verdachte

Ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde

op 7 december 2015 te [plaats 2] ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning gelegen aan [adres 2] weg te nemen goederen en/of een geldbedrag toebehorend aan [persoon 3] , en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en die weg te nemen goederen en/of dat geldbedrag onder hun bereik te brengen door middel van braak, opzettelijk met zijn mededaders naar die woning is toegegaan, waarna een van zijn mededaders de tuin van die woning heeft betreden en een van zijn mededaders bij die woning heeft aangebeld;

Ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde

op 7 december 2015 te [plaats 3] , gemeente [gemeente] , tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning gelegen aan [adres 3] heeft weggenomen een laptop, toebehorend aan [persoon 5] , waarbij hij, verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot die woning hebben verschaft en die weg te nemen laptop onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak op een raam van die woning.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

5 Het bewijs

De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen geachte heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Indien tegen dit verkort vonnis hoger beroep wordt ingesteld, worden de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort vonnis. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort vonnis gehecht.

6 De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straffen en maatregelen

8.1

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft bij requisitoir gevorderd dat verdachte ter zake van de door hem onder 1, 2, 3, 4, en 5 bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 4 (vier) jaren, met aftrek van voorarrest.

8.2

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat aanleiding bestaat om bij de straftoemeting naar beneden af te wijken van hetgeen door de officier van justitie is gevorderd. Daarvoor is het volgende van belang.

Verdachte heeft zich samen met twee anderen schuldig gemaakt aan een woninginbraak en één poging daartoe. Verdachte en zijn mededaders hebben hiermee geen respect getoond voor het eigendomsrecht van een ander. De benadeelden hebben door het handelen van verdachte en zijn mededaders materiële schade en hinder ondervonden. Voorts is een woning bij uitstek een plek waar men zich veilig moet kunnen voelen. Door hun handelen hebben verdachte en zijn mededaders inbreuk gemaakt op het gevoel van veiligheid bij de bewoners. Bovendien zorgen woninginbraken voor gevoelens van angst, onrust en onveiligheid in de maatschappij.

De rechtbank stelt vast dat verdachte, blijkens een hem betreffend uittreksel Justitiële documentatie van 27 juni 2017, niet eerder is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten.

De rechtbank heeft kennisgenomen van het rapport van Reclassering Nederland van
19 april 2017, opgemaakt door [persoon 8] . Dit rapport houdt – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende in:

Doordat verdachte zich op zijn zwijgrecht beroept, is de reclassering niet in staat geweest om een delictanalyse te maken. Op basis van het gesprek met verdachte zijn er geen problemen bij hem geconstateerd. Dit was echter niet verifieerbaar, omdat verdachte geen toestemming heeft gegeven om referenten te raadplegen. Nu de reclassering onvoldoende zicht heeft gekregen op de ontwikkeling van verdachte en zijn leefomstandigheden, heeft zij geen uitspraken kunnen doen over toepassing van het jeugd- of volwassenenstrafrecht. De reclassering heeft de indruk dat verdachte in staat is om zijn eigen handelen en gedrag te kunnen organiseren en risico’s voldoende kan inschatten. Hij komt zelfredzaam en zelfstandig (genoeg) over. Geadviseerd wordt om aan verdachte een (deels) voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met als bijzondere voorwaarden een meldplicht en een gedragsinterventie bestaande uit een Cognitieve Vaardigheidstraining. Gelet op het voorgaande is begeleiding vanuit de volwassenen reclassering geïndiceerd.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder meegewogen dat zij verdachte zal vrijspreken van het hem onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde. Ook heeft zij acht geslagen op de door het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) geformuleerde oriëntatiepunten.

De rechtbank is van oordeel dat, alles afwegende, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) maanden recht doet aan de door verdachte gepleegde feiten en dat oplegging daarvan passend en geboden is. De rechtbank ziet geen ruimte of noodzaak om daaraan een voorwaardelijk strafdeel met bijzondere voorwaarden toe te voegen.

9 Benadeelde partij

Ten aanzien van de benadeelde partij [persoon 1]

De benadeelde partij [persoon 1] vordert als gevolg van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde € 3.058,20 (drieduizend achtenvijftig euro en twintig eurocent) aan materiële schadevergoeding en € 3.025,00 (drieduizend vijfentwintig euro) aan immateriële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De officier van justitie heeft gevorderd dat de vordering van de benadeelde partij [persoon 1] integraal wordt toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Nu de rechtbank, zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld, verdachte zal vrijspreken van de hem onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten, zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering.

Ten aanzien van de benadeelde partij [persoon 2]

De benadeelde partij [persoon 2] vordert als gevolg van het onder 1 ten laste gelegde

€ 599,00 (vijfhonderdnegenennegentig euro) aan materiële schadevergoeding en € 500,00 (vijfhonderd euro) aan immateriële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente.

De officier van justitie heeft gevorderd dat de vordering van de benadeelde partij [persoon 2] integraal wordt toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Nu de rechtbank, zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld, verdachte zal vrijspreken van het hem onder 1 ten laste gelegde feit, zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 45, 57 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

11 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte het onder 4 en 5 ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde

Poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

Ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Gelast de teruggave aan verdachte van:

  • -

    1.00 STK Reisdocument
    5119259; ov-chipkaart

  • -

    1.00 STK Reisdocument
    5119265; ov-chipkaart

  • -

    1.00 STK Reisdocument

5119269

Verklaart de benadeelde partij [persoon 1] niet-ontvankelijk in haar vordering.

Verklaart de benadeelde partij [persoon 2] niet-ontvankelijk in haar vordering.

Dit vonnis is gewezen door

mr. E. Dinjens, voorzitter,

mrs. J.B. Oreel en I. Verstraeten-Jochemsen, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M.C. Lieberwirth, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 4 augustus 2017.

De oudste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.